CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Conclusies verkenning 39- publiek warmtebedrijf Dukenburg

Besluitronde (raadsvergadering) 9 oktober 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Subsidieverlening Firan voor realisatie infrastructuur warmtenet Dukenburg en Voortgangsbrief warmtenet Dukenburg2.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkenning publieke invulling voor 39% in Publiek Integraal Warmtebedrijf Dukenburg voor warmteleverancier 24-5-2024

Inhoudsopgave 1. Introductie & geïnterviewde partijen

3

2. Conclusies

5

3. Onderbouwing conclusies

7

4. Vervolgstappen voor de gemeente

11

2

1. Introductie

• Bij het besluit ”Rolneming gemeente in publiek integraal warmtebedrijf Dukenburg” van de gemeenteraad van Nijmegen op 20 december 2023 werd de motie 'Verken warmte in publieke handen' van de partijen GroenLinks Nijmegen, PvdA en PvdD aangenomen door de gemeenteraad (opgenomen als bijlage). • Het oorspronkelijke raadsbesluit kende het streven naar een mogelijke deelneming van een marktpartij voor de taak warmtelevering in het publiek integraal warmtebedrijf voor maximaal 39%, afhankelijk van de te doorlopen marktconsultatie en aanbesteding. • De motie roept op om alvorens een marktconsultatie en aanbesteding in te zetten voor de 39% taak van warmteleverancier, eerst de optie voor een (semi) publieke partij in deze rol te verkennen.

• Daarom tuigden de gemeente in samenwerking met het Gelders Warmte Infrabedrijf (GWIB), samenwerkingspartner in het publiek integraal warmtebedrijf , een proces ter verkenning van de publieke invulling voor de genoemde rol op. • Hiervoor ging de gemeente in gesprek met de mogelijke publieke partijen om hun visie op de invulling van de 39% aandeel in het PIW Dukenburg op te halen en de eventuele bereidheid van deze partijen om dat deel invulling te geven.

• De gemeente sprak de volgende partijen: Energiebeheer Nederland (EBN), Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Innovatie- en Energiefonds Gelderland (IEG)/OostNL, de Provincie Gelderland, Alliander, Gelders Warmte- en Infrabedrijf (GWIB), Invest-NL, GasUnie, Huisvuilcentrale (HVC), Waterschap Rivierenland (WSRL) en Drinkwaterbedrijf Vitens. • Deze notitie beschrijft de conclusies, onderbouwing hiervan en de weergave van de individuele gesprekken met genoemde publieke partijen. 3

Geïnterviewde partijen en vertegenwoordigers De gemeente sprak de volgende 10 publieke partijen van wie het denkbaar kon zijn dat ze een rol in PIW Dukenburg zouden kunnen overwegen De gemeente sprak de meeste partijen samen met GWIB, behalve de aandeelhouders van GWIB. Die interviewde zij alleen om de strategische lijn van die partijen te horen. De publieke partijen die de gemeente sprak, zijn daarmee de volgende:

•

Energiebeheer Nederland (EBN)

•

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

•

Innovatie- en Energiefonds Gelderland (IEG), Oost-NL spraken wij hiervoor als fondsmanager van IEG.

•

Provincie Gelderland

•

Alliander. Firan is 100% dochter van Alliander; Indigo is 95% dochter van Alliander en 5% van de gemeente.

•

Gelders Warmte- en Infrabedrijf (GWIB)

•

Invest-NL

•

GasUnie

•

Huisvuilcentrale (HVC)

•

Waterschap Rivierenland (WSRL)

•

Drinkwaterbedrijf Vitens

4

2 Conclusies

Conclusies van de verkenning voor publieke invulling van het 39%-deel in PIW Dukenburg

1.

GWIB is de enige van de gesproken publieke partijen die belangstelling heeft voor het 39%-deel dat beoogd was voor een commerciële warmteleverancier.

2.

Een belangrijke voorwaarde voor GWIB om deel te kunnen nemen in het Publieke Integrale Warmtebedrijf Dukenburg, is aanpassing van de statuten, opheffen van het groepsverbod voor netbeheerders in de Wcw en besluitvorming door de aandeelhouders daarover. De huidige statuten zien op deelname in netwerkbedrijven zonder blootstelling aan risico’s rond de levering; Met deelname in PIW Dukenburg is wel sprake van die blootstelling.

3.

Voor de invulling van de uitvoerende taken die horen bij het leveren van de warmte in Dukenburg zijn er 2 opties: a. Deze kan worden ingevuld door medewerkers van de aandeelhouders van het GWIB en gemeente, met name Firan, onder de volgende condities: o De Wcw is van kracht, waarmee het groepsverbod dat op dit moment onder de huidige wetgeving netbeheerders belet om energie te mogen leveren, is vervallen; o Alliander en/of haar dochterondernemingen zoals Firan en Indigo, organiseert tijdig binnen de planning van de ontwikkeling van warmte in Dukenburg alles wat nodig is om warmte te kunnen leveren. o Alle aandeelhouders van GWIB besluiten positief over aandeelhouderschap van GWIB in integrale warmtebedrijven. b. Deze taak kan via een gecontracteerde dienst aan een commerciële warmteleverancier vanuit het PIW worden uitbesteed.

4.

Bij onverhoopt uitstel van de Wcw is een logisch achtervangscenario dat zo veel mogelijk invulling geeft aan de wens tot publieke invulling van de 39%, een contractuele samenwerking tussen netwerkbedrijf en leverancier tot aan in werkingtreding van de Wcw, het zogenaamde gesplitste model.

5.

Het is op termijn, naar verwachting van Alliander binnen 2 jaar, mogelijk om het 39%-deel, volledig publiek in te vullen, onder de voorwaarden dat de Wcw in werking treedt en dat de aandeelhouders van GWIB positief besluiten hierover.

6.

Invulling van een groter aandeel van GWIB in het PIW betreffende de 39% leverancierstaak maakt dat de gemeente Nijmegen haar aandeel in het PIW ook moet heroverwegen. Uitgangspunt met GWIB was evenredige deelname. 6

3 Onderbouwing conclusies

Onderbouwing conclusies Onderstaand sommen wij per conclusie uit het vorige hoofdstuk de onderbouwing op. De nummering komt overeen met de conclusies. 1.

GWIB is de enige publieke partij die belangstelling heeft voor het 39%-deel dat beoogd was voor een commerciële warmteleverancier. De andere partijen zien hun rol als volgt in relatie tot PIW Dukenburg: a. Van de publieke partijen zien HVC, Vitens, Waterschap Rivierenland, Gasunie, geen rol voor zich in PIW Dukenburg • • • •

b.

c.

HVC: HVC is een (uitvoerings) verhikel van en voor haar aandeelhoudende gemeenten en waterschappen en daar hoort de gemeente Nijmegen niet bij. Vitens: Zij wordt door haar aandeelhouders (gemeenten en provincies) op haar kerntaak aangestuurd en de eigen financiering staat met alle investeringen momenteel juist onder druk Waterschap Rivierenland (WSRL): warmtelevering valt buiten de kernactiviteiten van WSRL en WSRL ziet geen toegevoegde waarde in het betrekken van WSRL bij het PIW Dukenburg. Gasunie: de rol van Gasunie is beperkt tot een incidentele betrokkenheid bij regionaal warmtetransport, waar een rol in PIW Dukenburg niet toe behoort.

EBN ziet als belangrijkste rol participatie als actief aandeelhouder in een aantal regionale warmtebedrijven zoals GWIB maar mogen dit pas formeel na in werking treding van de Wcw en opvolgende formele aanwijzing door de minister. EBN kreeg in februari de formele brief van de minister met de kandidaatstelling als nationale deelneming warmte en met de opdracht te onderzoeken op welke manier deze rol effectief ingevuld wordt en welke randvoorwaarden hier voor nodig zijn. Zij zien 3 rollen: 1) investeren in publieke warmtebedrijven, bij voorkeur doet EBN dit op provinciaal/regionaal niveau, 2) ontwikkelen en standaardiseren van governancemodellen en 3) inbrengen van kennis en kunde. Inzet vooral indien de regio zelf niet alle middelen bij elkaar krijgt. EBN participeert daarmee zodra aan de orde bij voorkeur met netbeheerder en provincie in een constructie zoals een GWIB door aandeelhouder te worden in GWIB. BNG vervult als publieke bank graag de rol van financier van PIW Dukenburg en wil dus geen aandeelhouder worden of een rol als leverancier vervullen. BNG geeft aan in het kader van de publieke route van de Wcw als publieke bank het als haar opgave te zien de publieke warmtebedrijven te financieren. Onder het in het kader van de Wcw in ontwikkeling zijnde Waarborgfonds kan zij hiertoe hoge percentages vreemd vermogen leveren, tot wel 90%.

Voordat de Wcw en het Waarborgfonds in werking treden kan BNG afhankelijk van de afgifte van een publieke garantie ook percentages van 70% tot 90% financieren van8het publieke warmtebedrijf.

Onderbouwing conclusies Onderstaand sommen wij per conclusie uit het vorige hoofdstuk de onderbouwing op. De nummering komt overeen met de conclusies. d. e.

f.

g.

Invest-NL kan tevens een rol spelen in de financiering van PIW Dukenburg, maar alleen indien haar additionaliteit helder is aangetoond. Oost-NL, tevens fondsbeheerder van IEG, kiest er in principe voor via GWIB bij PIW Dukenburg betrokken te zijn, waarbij zij het acceptabel vindt dat GWIB ook leverancierstaken op gaat pakken, maar ook een samenwerking met een private marktpartij is acceptabel voor Oost-NL. Oost-NL gaat niet actief de markt op, maar kan als fondsmanager wel meedenken over alternatieve financieringswijzen voor het geval GWIB onverhoopt haar beoogde rol niet of niet op tijd invulling kan geven. Oost-NL heeft als fondsmanager verschillende fondsen onder beheer, zoals DENG en het Innovatie- en Energiefonds Gelderland dat innovatieve ondernemingen en bedrijven op het gebied van duurzame energievoorziening financiert. IEG participeert vanuit daar bijvoorbeeld als aandeelhouder in GWIB. De Provincie Gelderland en het IEG zien als rol in Dukenburg om als aandeelhouder in het GWIB deel te nemen in het PIW Dukenburg. •

Provincie Gelderland: De provincie ziet een duidelijke rol voor zichzelf om collectieve warmtenetten in Gelderland te stimuleren; daartoe richtte zij GWIB op.

•

IEG ziet haar rol als investeerder in collectieve warmte in Gelderland in principe via het GWIB; dit is de reden dat IEG hier aan deelhouder in werd. Alleen bij zwaarwegende argumenten om het anders te doen, overweegt zij andere routes. Dat is voor Dukenburg niet aan de orde.

Firan is aandeelhouder in GWIB, Firan is 100% dochter van Alliander en Alliander neemt in deze hoedanigheid deel aan PIW Dukenburg. Alliander verkent de mogelijkheden voor een Alliander warmtebedrijf voor alle warmtenetten in haar verzorgingsgebied. Alliander zoekt hierbij de samenwerking met EBN. De strategie van Alliander is gericht op het bereiken van betaalbaarheid voor de eindgebruiker van warmte door schaalvoordelen in de ontwikkeling- en realisatiefase. Een Alliander warmtebedrijf wenst in alle gevallen voor minimaal 51% te participeren in een lokaal warmtebedrijf. Zo lang het groepsverbod van kracht is, is Alliander (en daarmee Firan en GWIB) wettelijk onbevoegd een rol te spelen in levering. De expertise voor levering moet binnen Alliander worden opgebouwd. Alliander wil dit na opheffing van het groepsverbod invulling geven. Het Alliander warmtebedrijf kan met een provincie samen investeren in warmtenetprojecten, maar dit kan ook zonder deelname van een provincie. Gemeenten kunnen op lokaal niveau participeren, maar dat is geen verplichting. Bestaande warmtenetten kunnen in de toekomst opgaan in een Alliander warmtebedrijf. Voor Dukenburg (en Gelderland) lijkt het logisch, gegeven de aanwezigheid van GWIB waarin Alliander - via Firan - reeds aandeelhouder is, dat na oprichting van een Alliander Warmtebedrijf, deze gaat participeren in GWIB. 9

Onderbouwing conclusies Onderstaand sommen wij per conclusie uit het vorige hoofdstuk de onderbouwing op. De nummering komt overeen met de conclusies. 2.

Een belangrijke voorwaarde voor GWIB om deel te kunnen nemen in het Publieke Integrale Warmtebedrijf Dukenburg, is aanpassing van de statuten en besluitvorming door de aandeelhouders daarover. Het construct van het GWIB is juridisch onder de Wcw niet meer mogelijk gezien de blootstelling aan de leveranciersrisico’s door de vanuit de Wcw opgelegde verplichte publieke integrale warmtebedrijven. Ambtelijk ziet de provincie de meerwaarde om de statuten van het GWIB aan te passen, zodat zij ook aandeelhouder kan zijn in een publiek integraal warmtebedrijf. Bestuurlijk wordt het gesprek over bijstelling van de statuten in deze richting de komende maanden gevoerd; in september 2024 wordt de beslissing door Gedeputeerde en Provinciale Staten hierover verwacht.

3.

Voor de invulling van de uitvoerende taken die horen bij het leveren van de warmte in Dukenburg zijn er 2 opties. a) uitvoering door een van de aandeelhouders van PIW Dukenburg, zoals Firan (onder GWIB) b) de leveringstaak als een dienst door PIW in de markt zetten. Beide opties vragen verdere verkenning en verdieping.

4.

De in werking treding van de Wcw staat formeel nog steeds gepland per 1 januari 2025, iets eerder dan dat het PIW Dukenburg gepland staat opgericht te worden (1e helft 2025). De kans is aanwezig dat de wet wat vertraagt, wat betekent dat GWIB en gemeente een achtervang moeten hebben voor deze situatie. Voor Alliander is deelname via GWIB in PIW Dukenburg alleen mogelijk na vervallen van het groepsverbod dat gelijktijdig met de Wcw plaats vindt. Het meest logische governancemodel dat zo veel mogelijk invulling geeft aan publieke invulling van de 39% bij onverhoopte vertraging is het ‘gesplitste model’ zoals dat voor GWIB oorspronkelijk was bedacht en zoals de governance voor de inloopoplossing momenteel ook wordt gestructureerd. Hierbij wordt voor de leveringsverantwoordelijkheid als dienst tijdelijk een private warmteleverancier geselecteerd tot het moment van in werking treding van de Wcw. Deze leverancier doet geen of minimale investeringen; die worden door het netwerkbedrijf gedaan.

5.

Het blijkt op termijn, naar verwachting van Alliander binnen 2 jaar, mogelijk het 39%-deel publiek in te vullen, aangezien GWIB aangeeft geïnteresseerd te zijn in dit deel met of zonder de gemeente en de gemeente daarmee de keuze heeft hierin ook een aandeel te nemen. De twee belangrijkste condities hiervoor zijn het in werking treden van de Wcw waarmee het groepsverbod voor netbeheerders om energie te leveren wordt opgeheven en positieve besluitvorming door de aandeelhouders om GWIB blootgesteld te kunnen laten zijn aan leveranciersrisico’s.

6.

Invulling van een groter aandeel van GWIB in het PIW betreffende de 39% leverancierstaak maakt dat de gemeente Nijmegen haar aandeel in het PIW ook moet heroverwegen. Uitgangspunt met GWIB was evenredige deelname. Hiermee kan de benodigde investeringsopgave voor de gemeente veranderen of er wordt besloten om niet langer evenredig aan GWIB als aandeelhouder in PIW te gaan. Dit moet verder uitgewerkt worden zoals in de vervolgstappen voor de gemeente beschreven.

10

4 Vervolgstappen voor gemeente

Vervolgstappen voor de gemeente

1.

Vaststellen door het college van B&W of zij kiest voor het eindbeeld van een publieke partij voor de 39% taak van warmteleverancier en opdracht te geven voor het zetten van de tussenstappen die daarvoor benodigd zijn. Dit kan met het doorlopen van de volgende onderdelen:

2.

Gemeentelijke invulling bepalen voor de investeringsbereidheid en zeggenschap van het 39%-deel in het PIW Dukenburg. Gemeente verkent nader in hoeverre zij voor invulling van deze 39% een grotere investering wil en kan doen in het PIW ten opzichte van de eerder voorgestelde bandbreedte van 25,5-30,5% aandeelhouderschap in het PIW. Tevens verkent zij in relatie hiertoe haar zeggenschap, voor de gemeente belangrijke thema’s en hoe zij de bijbehorende regierol invult.

3.

Keuze maken voor de invulling van de leveranciersrol: door aandeelhouders van het PIW of door een private partij (als aandeelhouder in PIW) via een aanbesteding. In het geval van de keuze voor de aandeelhouders van PIW moet rekening gehouden worden met de wettelijke mogelijkheden, de uitvoerbaarheid en de kennis en ervaring bij partijen en beschikbare capaciteit. De gemeente heeft bij keuze voor publieke in vulling van de leveranciersrol een keuze te maken in de taken die zij zelf wenst te vervullen en heeft invulling te geven aan de wijze waarop regie te voeren.

4.

Met GWIB samen verdiepen op het samenwerkingsmodel, specifiek het bepalen van de verhouding van het aandeelhouderschap en de invulling van de leverancierstaak. In het interview met GWIB bevestigde GWIB de beginselen van GWIB dat gemeente kunnen participeren tot 50%, maar dus ook minder, en dat gemeenten bij een aandelenverhouding van bijvoorbeeld 30-70, toch 50-50 zeggenschap kunnen hebben op thema’s die voor de gemeente belangrijk zijn. Samen met GWIB kiest de gemeente daarbij op welke wijze de leverancierstaak wordt ingevuld.

5.

Bepalen welke rol bewoners gaan spelen in PIW Dukenburg. De gemeente verkent momenteel, vanuit het raadsbesluit en aanvullende motie ‘Ondersteun inwoners bij de participatie in het warmtebedrijf’, op welke manier bewoners betrokken willen zijn bij de ontwikkeling van het warmtenet in Dukenburg en bij het PIW Dukenburg. De uitkomsten hiervan zullen bepalend zijn voor de inrichting van het PIW Dukenburg.

6.

Inrichten van de leveringsverantwoordelijkheid en –taak. De beoogde aandeelhouders van PIW Dukenburg, in ieder geval de gemeente en GWIB, hebben met elkaar te bepalen op welke wijze de leveringsverantwoordelijkheid en –taak invulling krijgt en welke stappen daarvoor nog te zetten zijn.

7.

Op basis van de inrichting die volgt uit bovenstaande stappen, stellen GWIB en gemeente een businesscase op voor het publieke integrale warmtebedrijf, inclusief de levering. 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=5d0e3159-e3fa-4b75-9106-bb1ebc16e7bb