Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Regels
Tekst van het document
Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden ten behoeve van parkeren. Mobiele verkoopinrichtingen (zoals een verkoopwagen, kraam of tafel) zijn toegestaan, voor zover toestemming is verleend op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
35
5.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 5.1 ten behoeve van moestuinen onder de voorwaarden dat: a. b. c. d.
36
het gaat om het telen van groenten, kruiden, kleinfruit en bloemen; het uitsluitend gaat om hobbymatig gebruik van de gronden als moestuin; het oprichten van gebouwen niet is toegestaan; het gebruik als moestuin geen onevenredige hinder oplevert voor omliggende (woon)functies.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 6 6.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c. d. e.
f.
wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, verkeerswegen (waaronder busbanen, fiets- en voetpaden), openbaar vervoer (waaronder hoogwaardig openbaar vervoer), kunstwerken (zoals bruggen en andere waterstaatkundige werken), parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; bijbehorende voorzieningen zoals: groen- en speelvoorzieningen, terrassen en taluds; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, overstortvijvers, rioolbuffers, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; erfafscheidingen en geluidwerende voorzieningen, zoals geluidswallen en geluidsschermen; ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels, balkons en overstekende (dak)goten, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in lid 16.2.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van fietsenstallingen; gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in lid 16.2 ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
6.2.2
Specifieke bouwregels
De in sublid 6.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a.
b.
c. d. e.
de oppervlakte van gebouwen en/of overkappingen ten behoeve van fietsenstallingen mag per fietsenstalling niet meer bedragen dan 20 m2. De bouwhoogte van fietsenstallingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; aangrenzend aan het hoofdgebouw van de naastliggende bestemming mogen ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels en balkons, worden gebouwd met een maximum diepte van 2 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; de bouwhoogte van palen en (licht)masten mag niet meer dan 15 meter bedragen, met dien verstande dat reclamemasten zijn uitgesloten; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
37
Artikel 7 7.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c.
de waterhuishouding en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterbeheersing, waterafvoer en –berging, watergangen, aanleg- en vissteigers, waterlopen en waterpartijen alsmede voor taluds, (natuurvriendelijke) oevers en onderhoudsstroken kunstwerken, bruggen en andere waterstaatkundige werken en; verkeer te water; bijbehorende voorzieningen zoals: groen- en speelvoorzieningen.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.
7.2.2
Specifiek bouwregels
De in lid 7.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.
38
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 8 8.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in lid 16.2 ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
8.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn; op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
sublid 8.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
8.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad en het niet gaat om een kwetsbaar object.
8.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
39
8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.
8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 8.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.
het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen, het planten of kappen van bomen en het indrijven van voorwerpen in de grond; het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van rioleringen, leidingen of kabels anders dan ten behoeve van de bestemming; het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen).
8.5.2
Uitzonderingen
Het in sublid 8.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; betrekking hebben op graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.
8.5.3
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
8.5.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
40
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 9 9.1
Leiding - Hoogspanning
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse hoogspanningsleiding.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in lid 16.2 ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
9.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
9.3
Afwijken van de bouwregels
9.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
sublid 9.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
9.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
9.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 9.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
41
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 9.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d.
e. f. g. h.
het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplanting en bomen, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het aanleggen van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen en/of slopen van ondergrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 9.1 omschreven bestemming.
9.4.2
Uitzonderingen
Het in sublid 9.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
9.4.3
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
9.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 9.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
42
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 10 10.1
Leiding - Riool
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg, instandhouding en/of bescherming van een rioolwatertransportleiding.
10.2
Bouwregels
10.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in lid 16.2 ; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
10.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
10.3
Afwijken van de bouwregels
10.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
sublid 10.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
10.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
10.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 10.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
43
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 10.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.
het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen, het planten of kappen van bomen en het indrijven van voorwerpen in de grond; het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van rioleringen, leidingen of kabels anders dan ten behoeve van de bestemming; het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen).
10.4.2
Uitzonderingen
Het in sublid 10.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
10.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 10.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover de belangen van de leiding(en) hierdoor niet worden geschaad.
10.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 10.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
44
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrjving
De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
11.2
Bouwregels
11.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat (delen van) een bouwwerk dat geen bodemingreep met zich meebrengt, zijn toegestaan.
11.3
Afwijken van de bouwregels
11.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 11.2.1 voor bouwwerken ten behoeve van deze dubbelbestemming en van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
11.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
11.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 11.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals: alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van een opgraving in de zin van artikel 1.1 lid c Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
45
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 11.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor-en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van houtopstand(en) waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-,of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
11.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 11.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b.
op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds als bestaand gebruik in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.
11.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 11.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
46
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
11.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
11.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
b.
de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 als bedoeld in lid 11.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 te wijzigen in een andere archeologische dubbelbestemming, dan wel een maatwerk dubbelbestemming op te nemen, indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarde moet worden bijgesteld.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
47
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden (gebieden met een hoge archeologische verwachting).
12.2
Bouwregels
12.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 2 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.
12.2.2
Specifieke bouwregels
De in sublid 12.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: 1. er op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; 3. het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; 4. geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; 5. het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van het bouwperceel maximaal 100 m2 bedraagt; 6. het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
12.3
Afwijken van de bouwregels
12.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 12.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
48
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
12.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
12.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 12.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals: alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 5.1 van de Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 12.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor-en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-,of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
49
12.4.2
Uitzonderingen
Het in sublid 12.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.
op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van werken en werkzaamheden als bedoeld onder sublid 12.4.1 onder d niet groter is dan 100 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.
12.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 12.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
12.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 12.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
12.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
b.
50
de bestemming Waarde - Archeologie 2 als bedoeld in lid 12.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de bestemming Waarde - Archeologie 3 op te nemen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 13 13.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden (gebieden van zeer hoge archeologische waarde).
13.2
Bouwregels
13.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 3 uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.
13.2.2
Specifieke bouwregels
De in sublid 12.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht)masten hoger mogen zijn; op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: 1. op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; 3. het bouwplan is gesitueerd tot maximaal 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw; 4. geen grondwerk wordt verricht dieper dan 0,30 meter onder maaiveld; 5. het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van het bouwperceel maximaal 50 m2 bedraagt. Voor zover openlucht zwembaden, jacuzzi's en gebouwde vijvers, alsmede de daarvoor benodigde bouwwerken, zijn toegestaan geldt dat de totaal bebouwde oppervlakte maximaal 75 m2 mag bedragen; 6. het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 13.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
51
13.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
13.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 13.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 5.1 van de Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de in lid 13.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
52
grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
13.4.2
Uitzonderingen
Het in sublid 13.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.
op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van de werken en werkzaamheden als bedoeld onder sublid 13.4.1 onder d niet groter is dan 50 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.
13.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 13.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
13.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 13.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
13.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
de bestemming Waarde - Archeologie 3 als bedoeld in lid 13.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
53
Artikel 14 14.1
Waterstaat - Waterlopen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging, kunstwerken, bruggen en andere waterstaatskundige werken.
14.2
Bouwregels
14.2.1
Algemene bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde worden gebouwd.
14.2.2 a. b.
Specifieke bouwregels
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat palen en (licht-)masten hoger mogen zijn. op deze gronden mag ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen niet worden gebouwd, tenzij het gaat om (vervanging van) bestaande bouwwerken.
14.3
Afwijken van de bouwregels
14.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2.2 onder b voor bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
14.3.2
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien het belang van de watergang hierdoor niet onevenredig wordt geschaad.
14.3.3
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder omtrent de vraag of door voorgenomen bouwactiviteiten het belang van de watergang niet onevenredig wordt geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
14.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan:
54
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
a. b.
het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden; het opstellen, opslaan, lozen c.q. storten, al dan niet ten verkoop, van onbruikbare dan wel aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, materialen, stoffen, producten, voer- of vaartuigen of machines. Deze gebruiksvormen zijn niet strijdig, indien en voor zover deze onlosmakelijk verbonden zijn met werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 14.5.1 is verleend.
14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.5.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op of in de in lid 14.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d.
het aanleggen of aanbrengen van beschoeiingen en puinstortingen; het graven of dempen van waterpartijen en het afdammen van waterpartijen; boringen te verrichten, seismisch of ander bodemonderzoek te doen; het wijzigen van het waterpeil.
14.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 14.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. b. c.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
14.5.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 14.5.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover het belang van de watergang hierdoor niet onevenredig wordt geschaad.
14.5.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder(s) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden het belang van de watergang niet onevenredig wordt geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
55
56
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Hoofdstuk 3 Artikel 15
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
57
Artikel 16 16.1
Algemene bouwregels
Beeldende kunst
Het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, ten behoeve van beeldende kunst en gedenktekens zijn binnen alle bestemmingen toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 10 meter, met dien verstande dat de regels van de dubbelbestemmingen en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.
16.2
(Bouw)werken ten algemenen nutte
Het oprichten van bouwwerken ten algemenen nutte, zoals: transformatorhuisjes, schakelhuisjes, bemalingsinrichtingen, kabels en leidingen, straatmeubilair, infiltratievoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van koude- en warmteopslag, wachthuisjes voor verkeers- en parkeerdiensten en schuilgelegenheden, is binnen alle bestemmingen toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.
de inhoud van elk gebouw niet meer mag bedragen dan 60 m³; de oppervlakte van elke overkapping niet meer mag bedragen dan 20 m²; de goothoogte van gebouwen niet meer dan 3 meter mag bedragen en de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 5 meter mag bedragen; de bouwhoogte van overkappingen niet meer dan 3 meter mag bedragen; voor de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, de bouwregels van de geldende bestemming van toepassing zijn; de regels van de dubbelbestemmingen en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.
16.3
Ondergronds bouwen
Bouwen onder peil ten behoeve van de bestemming is toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.
58
bouwen onder peil is toegestaan binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten behoeve van op de begane grond toegestane functies; bouwen onder peil is toegestaan binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten behoeve van ondergrondse parkeervoorzieningen; bouwen onder peil ten behoeve van bouwwerken ten algemenen nutte zoals bedoeld in lid 16.2 is toegestaan; bestaande ondergrondse gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan; de regels van de dubbelbestemming en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 17
Algemene gebruiksregels
17.1
Aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten
17.1.1
Bouwregels
Ten behoeve van het in sublid 17.1.2 toegestane gebruik, mag in afwijking van de betreffende bestemming voor dit gebruik worden gebouwd, met dien verstande dat de daarvoor geldende bouwregels onverminderd van kracht blijven.
17.1.2
Specifieke gebruiksregels
In gebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden als (bedrijfs)woning (inclusief bijbehorende aan- en uitbouwen) is de uitoefening van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten toegestaan. Tevens is de uitoefening van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten toegestaan in (vrijstaande of aangebouwde) bijgebouwen bij (bedrijfs-)woningen. Voor aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c. d.
e.
maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende aan- en uitbouwen mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteit. Het totale vloeroppervlak van de woning, aan- en uitbouwen en bijgebouwen tezamen dat wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, mag per woning niet meer dan 50 m2 bedragen; degene die de activiteiten in de woning uitvoert, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteiten dienen qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; er mag geen horeca of detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en in relatie met een aan huis verbonden beroepsen/of bedrijfsactiviteit; het gebruik mag niet leiden tot beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.
17.2
Evenementen
Evenementen zijn binnen alle bestemmingen toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend of voldaan wordt aan de voorwaarden voor een vergunningvrij evenement op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.
17.3
Productiegebonden en ondergeschikte detailhandel
Productiegebonden detailhandel en ondergeschikte detailhandel bij bedrijven is onder de volgende voorwaarden toegestaan: a.
b. c.
de detailhandel staat in directe relatie met de aanwezige bedrijfsvoering. Zo geldt voor productiebedrijven, dat er alleen producten mogen worden verkocht die door het bedrijf zelf zijn geproduceerd; ondergeschikte detailhandel voor groothandelsbedrijven is niet mogelijk voor de zogenaamde foodcategorieën; de detailhandel vindt plaats in een afgeschermde ruimte, de overige bedrijfsruimte is niet toegankelijk voor consumenten;
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
59
d.
e.
de detailhandelsfunctie is gemaximeerd ten aanzien van de hoofdfunctie en bedraagt maximaal 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met dien verstande dat de maximum omvang ervan nooit meer dan 100 m² verkoopvloeroppervlakte bedraagt; voor de detailhandel gelden de openingstijden die ook voor de reguliere detailhandel van toepassing zijn.
17.4
Verkoopstandplaatsen
Verkoopstandplaatsen zijn binnen de bestemmingen Groen en Verkeer toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend of voldaan wordt aan de voorwaarden voor vergunningvrije standplaatsen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.
17.5
Seksbedrijf
17.5.1
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met de bestemmingen in hoofdstuk 2, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van: a. b.
een seksbedrijf voorzover binnen de geldende bestemming geen aanduiding 'seksinrichting' is opgenomen; raam- en straatprostitutie.
17.6 1. 2. 3.
4.
60
Kostenverhaal en locatie-eisen
De kosten van de grondexploitatie worden verhaald ten laste van de gronden gelegen binnen het exploitatiegebied waarop aangewezen bouwplannen zijn voorzien; Het exploitatiegebied is met de aanduiding 'Wetgevingzone - exploitatiegebied' aangewezen op de verbeelding; Een exploitatieplan kan, in afwijking van artikel 6.12 eerste en derde lid Wet ruimtelijke ordening, door burgemeester en wethouders worden vastgesteld bij een omgevingsvergunning voor het bouwen. In een exploitatieplan komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod: a. de grondexploitatie (berekening); b. omschrijving van werken en werkzaamheden, waaronder begrepen: verwijderen van begroeiing, bomen en andere beplanting; verwijderen van boven- en ondergrondse obstakels, funderingen, kabels en leidingen en explosieven, in zodanige mate en op zodanige wijze dat de desbetreffende grond geschikt is voor de beoogde bebouwing c.q. inrichting; op peil brengen/egaliseren van het exploitatiegebied; aanleggen van (bouw)wegen en riolering; aanleggen van waterberging; aanleggen van definitieve wegen; aanleggen van groenvoorzieningen; aanbrengen van (definitieve) verlichting; plaatsen van straatmeubilair. c. koppelingen, waaronder begrepen: aansluiting hemelwaterafvoer en droogweerafvoer; aansluiting nutsvoorzieningen; perceelsontsluiting; afwerking maaiveldniveau; waterberging en waterbeheer; d. locatie-eisen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 18
Algemene aanduidingsregels
18.1
Vrijwaringszone - windturbine
18.1.1
Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - windturbine' liggen binnen de 10-5 per jaar PR-contour van een windturbine. Ter plaatse zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor het overhangen en de overslag van rotorbladen van windturbines.
18.1.2 1.
Specifieke gebruiksregels
In afwijking van het bepaalde in de binnen deze aanduiding voorkomende bestemmingen geldt dat ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - windturbine' geen beperkt kwetsbare dan wel kwetsbare objecten zijn toegestaan.
18.2
Veiligheidszone - windturbine
18.2.1
Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - windturbine' liggen binnen de 10-6 per jaar PR-contour van een windturbine. Ter plaatse zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het leef- en verblijfsklimaat in verband met een (nabij) aanwezige windturbine.
18.2.2 1.
2.
Specifieke gebruiksregels
In afwijking van het bepaalde in de binnen deze aanduiding voorkomende bestemmingen geldt dat ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - windturbine' geen kwetsbare objecten zijn toegestaan. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - windturbine' mogen bedrijfsgebouwen ten behoeve van XXL-logistiek worden gebouwd en gebruikt, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt, met dien verstande dat binnen de gebiedsaanduiding de volgende functies niet zijn toegestaan: a. kantoren en andere voorzieningen waar doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder b, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen dan wel artikel 1, onderdeel l, onder c, aanhef en onder 1°, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
18.3
Veiligheidszone - lpg
18.3.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de gronden met de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - lpg' is geen nieuwbouw of uitbreiding van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen toegestaan.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
61
18.3.2
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in sublid 18.3.1 bepaalde ten behoeve van het vestigen van beperkt kwetsbare objecten mits: a. b. c.
het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan het risico verantwoord wordt; aangetoond is dat er geen geschikte alternatieve locaties voor het risico is; en de mate van zelfredzaamheid van de blootgestelde personen verantwoord wordt.
18.3.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de aanduidinggrens van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - lpg' te wijzigen indien dat vanwege een wijziging in de regelgeving omtrent externe veiligheid mogelijk of noodzakelijk is.
18.4
Veiligheidszone - aardgastransportleiding
18.4.1
Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - aardgastransportleiding' liggen binnen de 10-6 per jaar PR-contour van een aardgastransportleiding. Ter plaatse zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het leef- en verblijfsklimaat in verband met de aanwezigheid van een aardgastransportleiding.
18.4.2
Specifieke gebruiksregels
In afwijking van het bepaalde in de binnen deze aanduiding voorkomende bestemmingen geldt dat, ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - aardgastransportleiding', nieuwe kwetsbare objecten niet zijn toegestaan.
18.5
Wetgevingzone - waarde archeologie 1
18.5.1
Omgevingsvergunning voor omvangrijke bodemingrepen
Gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - waarde archeologie 1' hebben een lage, middelhoge of nog onbekende archeologische verwachtingsswaarde. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag op deze gronden bodemingrepen (zowel bouwen als werken en werkzaamheden) te doen of te laten uitvoeren met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 2.500 m2 en dieper dan 0,30 meter onder het maaiveld, tenzij op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Bij het bepalen van de gezamenlijke oppervlakte wordt gekeken naar de gronden in het plangebied die voor de ontwikkeling(en) in aanmerking komen.
18.5.2
Uitzonderingen
Het in sublid 18.5.1 vervatte verbod geldt niet voor bestaande bouwwerken en voor werken en werkzaamheden die:
62
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. het archeologisch onderzoek betreffen.
18.5.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 18.5.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
18.5.4
Adviesprocedure voor afwijkingen
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 18.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden zoals: a.
b. c. d.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals: alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1.1 van de Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.
18.5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
b.
de aanduiding 'Wetgevingzone - waarde archeologie 1' als bedoeld in sublid 18.5.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de bestemming Waarde - Archeologie 2 of Waarde - Archeologie 3 op te nemen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel er een hoge tot zeer hoge verwachting is op het aantreffen van archeologische resten.
18.6
Wetgevingzone - kostenverhaal
18.6.1
Bouwverbod
In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - kostenverhaal' geen bouwplannen als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening worden gebouwd, zoals de bouw van één of meerdere bedrijfsgebouwen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
63
18.6.2
Uitzondering bouwverbod
Het in sublid 18.6.1 gestelde verbod geldt niet als voor die gronden waarvan de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is, zoals in een vastgesteld exploitatieplan als bedoeld in lid 17.6 of een gesloten anterieure overeenkomst als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.
18.7
Wetgevingzone - exploitatiegebied
Ten aanzien van het exploitatiegebied is het bepaalde in lid 17.6 van toepassing.
18.8
Milieuzone - geur
18.8.1
Aanduidingsomschrijving
19.8.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - geur' geldt dat deze gronden - naast de in hoofdstuk 2 aangewezen bestemming(en) - tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leefen verblijfsklimaat in verband met de aanwezige geurbron (veehouderij) aan de Stationsstraat 28.
18.8.2
Bouwverbod
In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 zijn ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone geur' geen nieuwe geurgevoelige gebouwen toegestaan.
18.8.3
Afwijken van het bouwverbod
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 18.8.2 voor het bouwen van geurgevoelige gebouwen, mits de bedrijfsmatige (agrarische) activiteiten op het adres Stationsstraat 28 structureel zijn beëindigd.
18.9
Milieuzone - spuitzone
18.9.1
Onderzoeksplicht
Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - spuitzone' mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt voor de in hoofdstuk 2 toegekende bestemmingen indien met een onderzoek is aangetoond dat er geen gezondheidseffecten ten gevolge van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen optreden of op kunnen treden.
18.9.2
Afwijken van de onderzoeksplicht
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 18.9.1 indien in een anterieure overeenkomst of anderszins is verzekerd dat op de kadastrale percelen Nijmegen, sectie D, nummers 53, 54, 3020, 3021 en 3022 geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
64
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 19
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning maximaal 0,5 meter afwijken van de maximum goot- en bouwhoogte van dit plan, voor zover dit vanuit architectonisch en/of bouwkundig opzicht een verbetering is.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
65
Artikel 20
Algemene wijzigingsregels
20.1
Wetgevingzone - wijzigingsgebied
20.1.1
Wijziging naar Bedrijventerrein
Burgemeester en Wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6.a van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming(en) ter plaatse van de aanduiding Wetgevingzone wijzigingsgebied wijzigen naar de bestemming 'Bedrijventerrein', mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. b. c.
66
er dient sprake te zijn van een integrale planontwikkeling; de bouwhoogte van (bedrijfs)gebouwen mag niet meer dan 12 meter bedragen ; er worden uitsluitend bedrijven toegestaan voor zover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat Bevi-bedrijven niet zijn toegestaan.
vastgesteld bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift
Artikel 21
Overige regels
21.1
Regels verkamering
21.1.1
Verbod op verkamering
Het is verboden om een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan te verkameren, tenzij: a. b.
het een bestaande situatie betreft; er sprake is van het verkameren door een hospes/hospita.
21.1.2
Afwijken van de regels voor verkamering
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod op verkamering zoals bedoeld in lid 21.1.1 indien de verkamering niet leidt tot een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende gebouw. Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregels Kamerverhuur, met dien verstande dat, indien deze beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels gelden.