CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)_vastgesteld_6_Bijlagen bij de regels Bijlage 4 Wnb-vergunning Waal Energie

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens -7 (Waal Energie) (128/2023)29.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Besluit Verlenen vergunning

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Onderwerp

Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Inlichtingen bij

Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl

ENGIE Energie Nederland N.V. T.a.v. de heer Van Dijk Grote Voort 291 8041 BL ZWOLLE

Blad

1 van 27

Locatie

Gemeente

Hollandiaweg 11, Nijmegen

Nijmegen

Activiteit

Waal Energie, de herontwikkeling van het terrein van de kolencentrale ‘Centrale Gelderland’ voor duurzame energieprojecten

Beste meneer Van Dijk, Op 13 mei 2022 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming ontvangen voor de locatie op de Hollandiaweg 11 te Nijmegen. Hierbij ontvangt u een definitief besluit over deze aanvraag. Definitief besluit U ontvangt nu het definitieve besluit. Wij publiceren dit definitief besluit op www.overheid.nl. Diegenen die een zienswijze hebben ingediend en andere belanghebbenden kunnen in beroep gaan tegen het besluit. De bijlagen zijn onderdeel van dit besluit Bijlage 1 bevat een toelichting op ons besluit. Ook zijn de voorschriften van deze vergunning beschreven in de bijlage. De AERIUS berekeningen zijn als bijlage 2 toegevoegd. Bijlage 3 bevat een kaart van de projectlocatie. Neem alle bijlagen goed door.

Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl

BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

2 van 27

Meer informatie Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houdt u het zaaknummer van deze brief bij de hand. We kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

Erik Steenbergen Teammanager Vergunningverlening

Documentnummer(s) inzage stukken: 03707524, 03707525, 03707526, 03707527, 03707531, 03707532, 03714936, 03759097, 03759106, 03759107, 03759108, 03759109, 03759110, 03759111, 03789895, 03793519, 03793524, 03793526, 03793527, 03796168, 03796169, 03805300, 03805303, 03900091, 03900092, 03900093, 03900095, 03900096, 03900097, 03900098, 03900100, 03900101, 03900102, 03900103, 03900105, 03900106, 03900107, 03900108, 03900110, 03900111, 03900116, 03900119, 03900121, 03900122, 03900126, 03900127, 03900128, 03900131, 03902190, 03902841, 03906717, 03906718, 03922997, 03962778, 03962779, 04024297, 04024304, 04024323, 04024289, 04024299.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

3 van 27

Bijlagen  Bijlage 1 – Toelichting en voorschriften  Bijlage 2 – AERIUS- berekeningen o Verschilberekening, kenmerk RqweN49a3yZH, d.d. 7 november 2023 o Verschilberekening met hexagonen met randeffecten, kenmerk RqweN49a3yZH, d.d. 7 november 2023 o Verschilberekening aanlegfase, kenmerk RqweN49a3yZ, d.d. 7 november 2023. o Beoogde situatie, kenmerk Rg2hDZMbYjfp, d.d. 7 november 2023.  Bijlage 3 – Kaart projectlocatie Beroep Diegenen die een zienswijze hebben ingediend en andere belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd tegen dit besluit beroep instellen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland, telefoonnummer (026) 359 20 00 of op www.rechtspraak.nl.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

4 van 27

BIJLAGE 1

1

Toelichting

1.1 Leeswijzer De opbouw van deze toelichting op de vergunning is als volgt: Allereerst wordt de activiteit omschreven; Dan volgt de procedure; Daarna worden de voorschriften vastgesteld; Vervolgens is het beoordelingskader toegelicht; Onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; Onder het kopje ‘zienswijzen' worden de binnengekomen zienswijzen behandeld op de (hernieuwde) ontwerp-beschikking en de eerder daarvoor genomen ontwerp-beschikking van 6 september 2022; De beslissing wordt afgesloten met een conclusie, overige verplichtingen en de juridische grondslagen. 1.2 Omschrijving activiteiten De aanvraag gaat om de inrichting van het terrein aan de Hollandiaweg 11 te Nijmegen met energiegerelateerde bedrijvigheid met het doel om het energielandschap te vernieuwen. Hierna is beschreven welke activiteiten zullen plaatsvinden. Vanwege het innovatieve karakter van de beoogde ontwikkelingen op het terrein, wordt er bij de keuze van bijvoorbeeld installaties steeds gekeken naar de nieuwste technieken. ENGIE Energie Nederland N.V. (verder ENGIE) is eigenaar van het terrein. Al sinds 1936 is het terrein in gebruik voor grootschalige elektriciteitsproductie. In 2013 is het Nederlandse energieakkoord voor duurzame groei opgesteld. In dat kader heeft ENGIE eind 2015 de centrale in Nijmegen gesloten.

ENGIE staat met het terrein van de voormalige energiecentrale Centrale Gelderland voor een nieuwe grote maatschappelijke opgave: de energietransitie. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is deze locatie opgenomen als locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Dit wordt nogmaals bevestigd in de brief van het Ministerie van EZK aan de gemeente Nijmegen van 11 april 2023, met kenmerk DGKE-DSE/26454504. De kolen en biomassa gestookte energiecentrale is door ENGIE uit bedrijf genomen. ENGIE levert na realisatie bijdrage aan de maatschappelijke opgaven van de energietransitie op dit terrein, door na de sloop van de energiecentrale ten behoeve van grootschalige energie opwekking, ruimte te maken voor andere duurzame initiatieven. De voor deze andere initiatieven benodigde procedures zijn opgestart evenals de (complexe) sloop van deze kolen en biomassa gestookte energiecentrale. In deze opgave wil ENGIE voortbouwen op de bestaansgeschiedenis van Centrale Gelderland, door

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

5 van 27

het terrein toekomstgericht en flexibel te bestemmen. Daarmee wil ENGIE een terrein ontwikkelen dat het mogelijk maakt om het energielandschap te vernieuwen. Dat doet ze door de juiste condities en voorwaarden te scheppen voor ‘groene, duurzame en circulaire’ activiteiten en bedrijvigheid. In de MER Waal Energie Herontwikkeling terrein Centrale Gelderland zijn diverse alternatieven beschreven en is een voorkeursvariant naar voren gekozen voor de eerste periode (tot 2030), zijnde een laagimpact hybride energiecentrale met een nageschakelde techniek (deNOx-installatie), locatie A. Hiermee is de energiecentrale direct voorbereid op het verbranden van een andere brandstof, zoals bijmenging van biogas of vervanging met waterstof. De energiecentrale zal via een rechtstreekse aansluiting op het Nederlandse transportnet waterstof worden aangesloten, waar nu 100% aardgas en in de toekomst bijmenging mogelijk is of overschakeling op waterstof. Met het uiteindelijke doel om volledig CO2 vrij te worden. Het terrein biedt voor ENGIE qua ligging en bereikbaarheid goede kansen om in te zetten op een breed scala aan functies als energieopwekking, energieopslag, energieoverslag- en distributie. Daarnaast biedt het kans voor research- en development-functies binnen de ontwikkeling en levering van energiediensten en onderzoek en innovatie.

Binnen de projectlocatie wordt daarom vergunning aangevraagd voor: Een op gasgestookte laagimpact hybride energiecentrale met een nageschakelde techniek (deNOx-installatie) met een capaciteit van 500 MW, met de hieraan verbonden ondersteunende voorzieningen zoals een gasgestookte voorverwarmingsketel (preheater) voor de verwarming van het gas (zijnde de brandstof voor de elektriciteitscentrale) en de inname en lozing van koelwater; een gasgestookte warmteketel als back-up voor een warmtenet met een maximaal vermogen van 15 MWth; overige energiefuncties zoals opwek en opslag van duurzame energie, middels bijvoorbeeld batterijen en waterstof, vergroening van het transport over weg en water, het verduurzamen van de binnenstedelijke logistiek door onder meer elektrificatie en het leveren van warmte uit bijvoorbeeld aquathermie; watergebonden en waterverbonden bedrijvigheid (industrie en logistiek); bedrijvigheid in het kader van kennis en innovatie (bedrijfscampus). De afstand tot de begrenzing van het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied Rijntakken is 230 m.

2

Procedure

Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

6 van 27

Op 13 mei 2022 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming ontvangen. De aanvraag is gewijzigd en aangevuld op 23 mei 2022, 17 augustus 2022, 18 augustus 2022 en 4 april 2023. We hebben de gewijzigde aanvraag mede aangemerkt als een verzoek tot wijziging van de natuurvergunning van 21 februari 2007. Het op 6 september 2022 genomen ontwerpbesluit heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn zienswijzen binnengekomen. Deze zienswijzen hebben er toe geleid dat de aanvraag (d.d. 4 april 2023) is gewijzigd. Om deze reden is op 9 augustus 2023 een hernieuwd ontwerp-besluit genomen. Deze heeft wederom 6 weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn wederom zienswijzen binnengekomen. De behandeling van de zienswijzen tegen beide ontwerp-besluiten worden onder het kopje ‘zienswijzen’ behandeld.

2.1 Historie vergunningverlening Voor deze locatie is al eerder een natuurvergunning verleend met zaaknummer 2006-019684. Dit betreft de vergunning Nbw 1998 d.d. 21 februari 2007.

3

Voorschriften

U bent verplicht om zich aan de volgende voorschriften te houden: 1.

Deze vergunning is uitsluitend geldig voor (medewerkers van) de vergunninghouder en voor (rechts)personen die in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

2.

De (rechts)personen genoemd in het vorige voorschrift zijn volledig op de hoogte van deze vergunning en de voorschriften. Zij kunnen deze voorschriften uitvoeren.

3.

De variabelen (hoogte, warmteinhoud, etc) van de stikstofemissie veroorzakende bedrijfsactiviteiten en de totale stikstofemissie (en daaruit volgende -depositie) mag niet leiden tot een hogere stikstofemissie en -depositie dan die in de AERIUS-berekeningen in bijlage 2, met kenmerk, Rg2hDZMbYjfp, d.d. 7 november 2023.

4.

Een (digitale) kopie van deze vergunning met de bijbehorende AERIUS-berekeningen (bijlage 2) met kenmerken RqweN49a3yZH en Rg2hDZMbYjfp moeten aanwezig zijn op de plaats waar de activiteiten worden uitgevoerd. Het is verplicht om deze te tonen op verzoek van bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

7 van 27

5.

De vergunning geldt voor het projectgebied op de kaart van bijlage 3. Er mogen geen werkzaamheden buiten dit projectgebied plaatsvinden. Ook mogen er geen materiaal en materieel buiten het projectgebied worden opgeslagen.

6.

Meld de start van de (deel)werkzaamheden minimaal vier weken voor de startdatum bij provincie Gelderland, via post@gelderland.nl en vermeld het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962.

7.

Is de (deel)activiteit klaar? Meld dit binnen twee weken aan provincie Gelderland via post@gelderland.nl. Vermeld het zaaknummer 2022-007962.

8.

De activiteiten waarvoor deze vergunning is verleend moeten binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit zijn gerealiseerd. Voor de activiteiten die niet binnen deze termijn kunnen worden gerealiseerd, geldt dat na het verstrijken van iedere drie jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit door vergunninghouder een overzicht moet worden gegeven van de realisatietermijn van deze activiteiten en de wijze van uitvoering en realisatie, getoetst aan de laatste best beschikbare technieken en recente regelgeving. Bij dit overzicht dient een nieuwe AERIUS-berekening te worden aangeleverd, waarin alle bestaande en te realiseren activiteiten zijn meegenomen. De maximale depositie behorende bij deze separate activiteiten is bepaald door de stikstofemissie en bijbehorende variabelen in de AERIUS-berekening met kenmerk RqweN49a3yZH, d.d. 7 november 2023.

9.

De gasgestookte centrale mag niet worden opgezet voor gas uit vergisting van biomassa.

10. De energiecentrale (Waal Energie) mag per jaar maximaal 200.000 kg NOx uitstoten conform de aanvraag. Als uit monitoringsgegevens blijkt dat deze vracht aan het einde van het gebruiksjaar wordt bereikt of dreigt te worden overschreden dient de energiecentrale minder vollasturen te draaien. 11. Op de schoorstenen van de drie installaties van de energiecentrale dient een functionele NOx-meter te worden geïnstalleerd. Op de schoorsteen van de energiecentrale (Waal Energie) dient bovendien een functionele NH3-meter te worden geïnstalleerd. 12. Binnen 3 maanden na inwerkingtreding van een installatie dient een monitoringsplan ter goedkeuring te worden ingediend waaruit minimaal blijkt op welke wijze monitoring en registratie in een logboek plaatsvindt van de emissie van stikstofverbindingen waaronder NOx via de rookgassen, uitstroomsnelheid en debiet van de rookgassen en onderhoudswerkzaamheden. De monitoring van de emissie dient minimaal volcontinu plaats te vinden en te worden vastgelegd met sensoren in combinatie met een datalogger.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

8 van 27

13. Het monitoringsplan dient aan de provincie Gelderland te worden toegezonden via post@gelderland.nl onder vermelding van het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962. Zolang het monitoringplan niet is goedgekeurd kunnen wij aanvullende eisen stellen aan de bedrijfsvoering om daarmee de emissie van NOx en NH3 te beperken. 14. Minimaal jaarlijks of direct op verzoek van de provincie Gelderland dient de rapportage voortvloeiende uit het monitoringsplan te worden opgesteld en aan de provincie Gelderland te worden toegezonden via post@gelderland.nl onder vermelding van het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962. 15. Het logboek dient op locatie op verzoek inzichtelijk te zijn voor medewerkers van de toezichthoudende instantie (provincie Gelderland en / of omgevingsdienst). 16. Dit besluit zal het besluit van 21 februari 2007 met zaaknummer 2006-019684 wijzigen. 17. Wilt u deze vergunning overdragen? U bent verplicht om daar toestemming voor te vragen aan provincie Gelderland. Dien een verzoek in via post@gelderland.nl en vermeld het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-007962.

3.1 Soortenbescherming Dit besluit geldt alleen voor gebiedsbescherming. Het is mogelijk dat u ook een ontheffing moet aanvragen als er negatieve effecten verwacht worden van werkzaamheden in de aanleg- of gebruiksfase op beschermde soorten. De mogelijke effecten kunt u laten bepalen met een quickscan soortenbescherming. Als u een ontheffing nodig heeft, kunt u deze bij de provincie aanvragen. 3.2 Houtopstanden Als er bomen of houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming dan dient er een kapmelding te worden gedaan en moet de houtopstand op dezelfde locatie worden herplant.

4

Beoordelingskader

4.1 Referentiesituatie De referentiesituatie wordt als volgt bepaald: In het geval voor de bestaande activiteit een natuurvergunning is verleend die onherroepelijk is, bepaalt deze natuurvergunning de maximaal toegestane depositie op Natura 2000-gebieden; Is voor de bestaande activiteit (nog) geen natuurvergunning verleend, dan is de referentiesituatie de laagst (vergunde) situatie vanaf de referentiedatum. Dat is de datum waarop een gebied waarop dit bedrijf invloed heeft werd aangewezen als Natura 2000

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

9 van 27

gebied of een voorloper hiervan. Dit betekent dat wij, als voor een bedrijf na de referentiedatum een situatie is vergund of gemeld waarin de stikstofemissie lager is dan in de situatie op de referentiedatum, uitgaan van de situatie met de laagste stikstofemissie. In alle andere gevallen wordt uitgegaan van de laatst vergunde of gemelde situatie op de referentiedatum1.

-

De toestemming kan bestaan uit een Hinderwet-, milieuvergunning, omgevingsvergunning of milieumelding en mag niet zijn vervallen. Als er meerdere milieuvergunningen of milieumeldingen verleend zijn na de voorgaande milieutoestemming dan moet de toestemming met de laagste depositie die niet is vervallen, gebruikt worden als referentiesituatie.

Voor deze locatie is al eerder een natuurvergunning verleend met zaaknummer 2006-019684. Dit betreft de vergunning Nbw 1998 d.d. 21 februari 2007. Deze natuurvergunning vormt de referentiesituatie.

4.2 Bepalen vergunningplicht Een project is vergunningplichtig wanneer significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Dit volgt uit artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming: ‘het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied’. In dit geval kon niet op voorhand worden uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft en geldt er dus een vergunningplicht. Dit komt allereerst vanwege stikstofdepositie. De oorspronkelijke aanvraag zag op een project dat ten opzichte van de referentiesituatie een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden ‘De Rijntakken’ tot gevolg had. Op ons verzoek is de aanvraag nadien in die mate aangepast dat er van een toename geen sprake meer is. In een dergelijke situatie is in onze optiek geen sprake van (vergunningvrij) intern salderen. Dit is temeer zo, nu in de praktijk blijkt dat in dit geval het beoogde rendement van de door initiatiefnemer gekozen bronmaatregelen enkel kunnen worden geborgd door het opleggen van beschermingsmaatregelen.

In de vergunning is de uitstoot van NOx en NH3-emissie begrensd inclusief vastlegging van de bronkenmerken/variabelen, waardoor, ook bij gebruik van een ander gas dan 100% aardgas niet meer depositie plaatsvindt. Via de vereiste monitoring is jaarlijks inzage in deze emissie en zonodig vaker door volcontinu-metingen. Iedere 3 jaar moet bekeken worden welke best beschikbare technieken toegepast kunnen worden bij realisatie van deelactiviteiten en installaties. Omdat de aanvullingen van de aanvraag die op ons verzoek zijn gedaan tot doel hadden om – ten behoeve van de bescherming van de Natura 2000-gebieden – het project zo te wijzigen dat er ten opzichte van de vigerende natuurvergunning (aanzienlijk) minder stikstofdepositie in Natura

1

Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 november 2013 (uitspraak 201211640/1/R2).

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

10 van 27

2000-gebieden optreedt, hebben wij de (aangevulde) aanvraag tevens aangemerkt als een aanvraag tot wijziging van die natuurvergunning. De grondslag hiervoor is artikel 5.4 van de Wnb. Ten tweede geldt een vergunningplicht vanwege de gevolgen van geluid. Aangezien geluidverstoring op leefgebieden van vogels op voorhand niet uitgesloten konden worden, zijn deze storingsfactoren in de passende beoordeling behorende bij de aanvraag (documentnummers 03707526, 03900105 en 03900108), beschouwd. De beoordeling hiervan is opgenomen onder het kopje ‘beoordeling’ in hoofdstuk 5.

4.3 Rekenafstand 25 km Naar aanleiding van het rapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof is besloten de stikstofdeposities te berekenen tot een afstand van 25 km vanaf de projectlocatie. Dit is vastgelegd in de kamerbrief van 9 juli 2021 met kenmerk DGS / 21173346. In deze brief zijn de vervolgacties beschreven naar aanleiding van het eindrapport ‘Meer meten, robuuster berekenen’ van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof van 15 juni 2020. In de kamerbrief is aangegeven dat op basis van recente jurisprudentie de volgende juridische randvoorwaarden gelden voor het vaststellen van een afbakening voor stikstofdepositie van verschillende emissiebronnen: • Er is technisch modelmatig onderbouwd (balans tussen volledigheid en precisie van stikstofberekeningen) dat een berekende projectbijdrage voorbij een afbakening niet meer redelijkerwijs toerekenbaar is aan een project, en • Binnen die afbakening treft de initiatiefnemer van een project voor zover nodig maatregelen ten behoeve van de mitigatie van de stikstofdepositie, en • Er is verzekerd dat, waar nodig, passende maatregelen getroffen worden om een verslechtering van stikstofgevoelige habitats (in Natura 2000-gebieden) als gevolg van de totale stikstofdepositie, dat wil zeggen inclusief die buiten de gehanteerde projectafbakening, te voorkomen.

In AERIUS Calculator is ervoor gekozen om een rekenafstand van 25 km in te programmeren voor elke bron die wordt ingevoerd. Vanwege de keuze om een rekenafstand van 25 km per bron te programmeren betekent dit in de praktijk dat er rekeneffecten kunnen ontstaan in AERIUS op het moment dat een bron of enkele bronnen iets verschuiven in de aangevraagde situatie. Deze rekeneffecten treden op aan de rand van 25 km afstand van de verschoven bronnen. AERIUS geeft dan aan dat er een toename is van stikstofdepositie op enkele of een grotere groep van hexagonen. Van de berekende stikstofdepositietoenames op ongeveer 25 km afstand wordt bepaald of deze worden veroorzaakt door AERIUS rekeneffecten. In de kamerbrief is immers aangegeven dat de effecten van het project moeten worden bepaald tot 25 km afstand en niet de effecten van individuele stikstofbronnen.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

11 van 27

De rekenafstand van 25 km is in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2023:1299, aanvaardbaar bevonden.

4.2 Duitse Natura 2000-gebieden Bij ons besluit betrekken we ook eventuele effecten op Natura 2000-gebieden net buiten onze landsgrenzen. De aangevraagde ontwikkeling van uw bedrijf heeft ook invloed op Natura 2000gebieden in Duitsland. Voor de beoordeling van de toename sluiten wij aan bij de Duitse manier van beoordelen. Volgens de Duitse overheid is er geen sprake van een negatief effect als de toename van stikstofdepositie lager is dan 7,14 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Uw aanvraag blijft onder deze grenswaarde. Verdere toetsing van effecten op Natura 2000gebieden in Duitsland is daarom niet nodig.

5

Beoordeling

De aanvraag heeft betrekking op verschillende effecten. In de beoordeling wordt eerst ingegaan op de effecten van stikstof. Daarna wordt ingegaan op overige effecten. 5 oktober 2023 heeft er update van AERIUS Calculator plaatsgevonden. Het is wettelijk verplicht om bij vergunningverlening uit te gaan van de actuele versie van AERIUS. Om deze reden waren nieuwe berekeningen nodig met de nieuwe versie van AERIUS Calculator. Wij hebben hiertoe de aangeleverde verschilberekeningen en de berekening van de beoogde situatie ingeladen in de AERIUS-calculator versie 2023, waarmee we opnieuw de berekening van de aangevraagde situatie hebben gegenereerd.

5.1

Effecten stikstof

5.1.1

Vaststellen van de referentiesituatie

Als referentiesituatie geldt de vergunning Nbw 1998 d.d. 21 februari 2007 met zaaknummer 2006019684. Voor de containerterminal is een separate Wnb-vergunning d.d. 11 januari 2010 met zaaknummer 2009-011901 afgegeven. Deze terminal maakt deel uit van het projectgebied, maar met de onderhavige aanvraag worden geen wijzigingen in activiteiten hiervoor aangevraagd. De beoogde activiteiten, zoals (scheeps)verkeer en mobiele werktuigen zijn conform vigerende vergunning.

5.1.2 Vaststellen van referentiecapaciteit Voor het vaststellen van de referentiecapaciteit zijn de gegevens aangeleverd zoals weergegeven in onderstaande tabel. Deze tabel is een samenvatting van situatie 1 uit de bijgevoegde AERIUSberekening (bijlage 2). In deze berekening zijn tevens de emissies van alle bronnen en de daarbij behorende deposities terug te vinden.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

12 van 27

Tabel 1:Beschrijving referentiesituatie van installaties gerelateerd aan kolencentrale Gelderland 13 en vervoersbewegingen ten behoeve van de kolencentrale.. Bron

Soort

Brandstof

Aantal / hoeveelheid

Hulpketel G34

Installaties

NOx-emissie: .1.243 kg/jr

Snelstartketel G34

Installaties

NOx-emissie: .1.243 kg/jr

Ketel 13

Installaties

Gas

NOx-emissie: 1.658 ton/jr

Boten

Scheepvaartverkeer

Diesel

300 vaarbewegingen/jr

Vrachtauto’s

Zwaar verkeer

Diesel

16.000 bewegingen/jr

Personenauto’s

Licht verkeer

Diesel / benzine

73.000 bewegingen/jr

De kolencentrale Gelderland 13 is eind 2015 uit productie genomen. Deze sluiting is het gevolg van het Energieakkoord voor duurzame groei uit 2013, waarin onder andere de sluiting van vijf Nederlandse kolencentrales uit de jaren tachtig geregeld werd. In de aanvraag voor de Crisis- en Herstelwet (CHW) van 22 september 2015 is het project als volgt omschreven: Het project “Groene Delta van Nijmegen” (red.; tegenwoordig “Waal Energie”) draagt bij aan de realisatie van het SER-Energieakkoord zoals is gesloten op 6 september 2013. De huidige kolencentrale zal per 1 januari 2016 uit bedrijf worden genomen, conform afspraken in pijler 6 “Kolencentrales en CCS”. Met deze transformatie geeft GDF SUEZ gevolg aan de volgende pijlers uit het betrokken SER-Akkoord:  Pijler 2; “Opschalen van hernieuwbare energieopwekking”. Waarbij de mogelijkheid onderzocht wordt voor o.a. wind op land, zon-photovoltaïsch, vergisting en biowarmte.  Pijler 3; “Stimuleren van decentrale duurzame energie”.  Pijler 4; “Het energietransportnetwerk gereedmaken”. Mogelijk dat een opslagtoepassing van energie te realiseren is, verder versterking van het bestaande regionale warmtenetwerk met aanvullende productiecapaciteit.  Pijler 7: “Mobiliteit en transport”. Middels de introductie van LNG voor trucks en scheepvaart.  Pijler 8; “Arbeidsmarktarrangementen rond werkgelegenheid en scholing”.

 Pijler 9; “Stimulering commercialisering voor groei en export”. Ondersteuning circulaire of CleanTech ontwikkelingen via kleinschalige toepassing en samenwerking met Universiteiten en kennisinstellingen, ruimte voor start-ups of incubators. Het SER-Akkoord geeft invulling aan de Nederlandse bijdrage aan het 2009/28/EC “Renewables directive” waarbij Nederland in het jaar 2020 o.a. voor 14% duurzame opwek moet hebben gerealiseerd. De “Renewables directive” is de commitment van Europa aan het Kyoto protocol. Behalve de bijdrage aan de Nederlandse doelstellingen levert het project een belangrijke bijdrage aan de regionale en lokale doelstellingen.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

13 van 27

Hoewel dit niet doorslaggevend is voor de referentiesituatie in het projectspoor, blijkt uit het bovenstaande ook dat de activiteit niet sowieso zou worden beëindigd. Het is beëindigd om invulling te geven aan het SER-Akkoord. Als geen invulling was gegeven aan het SER-Akkoord was de centrale zeer waarschijnlijk in bedrijf gebleven. De door ENGIE gehanteerde economische levensduur voor Centrale Gelderland was 2023. Het uit bedrijf nemen van Centrale Gelderland eerder dan 2023 is binnen ENGIE dan ook niet aan de orde geweest.

5.1.3 Aangevraagde situatie Onderstaande tabel geeft de aangevraagde situatie weer. Onderstaande tabel is een samenvatting van beoogde situatie uit de bijgevoegde AERIUS-berekening (bijlage 2). In deze berekeningen is eveneens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden. Het stationair draaien van transportvoertuigen op de locatie is in de berekende emissies verdisconteerd. Tabel 2 aangevraagde situatie Bron

Soort

Brandstof

Aantal / hoeveelheid

Bedrijfsactiviteiten

Installaties

Gas

NOx-emissie: 4.375 kg/jr, NH3-emissie: 400 kg/jr

Gascentrale 500 MW

Installaties

Gas

NOx-emissie: 200 ton/jr NH3-emissie: 23 ton/jaar

Warmwaterketel

Installaties

Gas

NOx-emissie: 2.353 kg/jr

Preheater

Installaties

Gas

NOx-emissie: 356 kg/jr

Boten

Scheepvaartverkeer

Diesel

300 vaarbewegingen/jr

Vrachtauto’s

Zwaar verkeer

Diesel

142.468 bewegingen/jr

Vrachtauto’s

Middelzwaar verkeer

Diesel

98.393 bewegingen/jr

Personenauto’s

Licht verkeer

Diesel / benzine

932.524 bewegingen/jr

Naast de beoogde situatie is ook de aanlegfase doorgerekend ten opzichte van de referentiesituatie. De aanlegfase vindt plaats voorafgaand aan de gebruiksfase, dus niet tegelijkertijd. De gebruiksfase is bepalend. Omdat de realisatie van het terrein gefaseerd plaatsvindt zal steeds de aanlegfase voorafgaand aan de gebruiksfase van die activiteit plaatsvinden en daarmee binnen de totale gebruiksfase passen.

5.1.4 Beoordeling van de effecten van stikstofdepositie De beëindigde activiteiten voldoen aan de voorwaarden waaronder ze mogen worden meegenomen in de referentiesituatie. Als referentiesituatie geldt de vergunning Nbw 1998 d.d. 21 februari 2007 met zaaknummer 2006-019684.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

14 van 27

Door middel van de passende beoordeling hebben wij de zekerheid verkregen dat de aangevraagde activiteit niet leidt tot significante effecten op instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. Dit geldt zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase. Rekeneffecten 25 km AERIUS Volgens de AERIUS-verschilberekening (kenmerk RqweN49a3yZH, d.d. 7 november 2023) van het project is er sprake van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Vanwege het instellen van een rekenafstand van 25 km per emissiebron in AERIUS is geconstateerd dat er in de resultaten van de AERIUS-berekening nabij de 25 km een rekeneffect kan ontstaan. Het rekeneffect ontstaat doordat emissiebronnen in de aangevraagde situatie zijn verschoven of andere aangepaste variabelen hebben ten opzichte van de emissiebronnen in de referentiesituatie. Op 21 juni 2022 is door AERIUS een update uitgevoerd waardoor de hexagonen met een mogelijk rekeneffect inzichtelijk gemaakt kunnen worden. In AERIUS worden hexagonen met mogelijk rekeneffect gedefinieerd als “…hexagonen waarvan het middelpunt op grotere afstand dan 25 km ligt van tenminste 1 puntbron of (deel van) een vlakbron.”. Door de AERIUS-verschilberekening uit te voeren met AERIUS Calculator 2021 hebben we bepaald dat er enkel toenames plaatsvinden op een afstand van ongeveer 25 km vanaf de emissiebronnen.

Vervolgens hebben we met behulp van de functie ‘Wnb registratieset (zonder randhexagonen)’ geverifieerd dat er geen toenames plaatsvinden op hexagonen die door AERIUS Calculator niet worden geclassificeerd als randhexagonen (zie figuren 1 en 2).

Figuur 1: Uitsnede van printscreen van Wnb registratieset van de AERIUS-verschilberekening

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

15 van 27

Figuur 2: Uitsnede van printscreen van Wnb registratieset (zonder randhexagonen) van AERIUS-verschilberekening met “Grootste toename van 0,00 (mol N/ha.jr). Het project bestaat uit verschillende stikstofbronnen in de referentiesituatie en de aangevraagde situatie. Deze bronnen en situaties zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen het project. Voor het bepalen van de effecten van het project tot 25 km hebben wij op basis van de AERIUSverschilberekening geconstateerd dat de betreffende hexagonen allemaal binnen 25 km afstand van de projectgrens liggen. De toenames zijn daarom ontstaan door rekeneffecten in AERIUS en betreffen geen depositietoenames, die nader moeten worden beschouwd.

5.2 Overige gebiedseffecten De afstand tot de grens van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken is 230 m. 5.2.1 In de aanvraag beschreven relevante factoren In de MER Waal Energie Herontwikkeling terrein Centrale Gelderland Hoofdrapport van 3 juni 2022 is aangegeven dat significant negatieve effecten van het project niet zijn uitgesloten als gevolg van geluidverstoring en stikstofdepositie. De stikstofdepositie is in de voorgaande hoofdstukken beoordeeld. Dan blijft alleen de factor geluidverstoring over. 5.2.2

In de aanvraag beschreven negatieve effecten van de gevraagde activiteiten, behalve de effecten van stikstof Ten opzichte van de autonome situatie is er sprake van een kleine toename van de geluidverstoring. Deze geluidtoename treedt vooral ten westen van het plangebied op, ter hoogte van de waterplas Grindgat en de overzijde van de Waal. Broedvogels De geluidcontour schuift met name op ter hoogte van het open water van het Grindgat en de overzijde van de Waal (Oosterhoutse Waarden). Door het ontbreken van rietmoeras en natte hooilanden komen broedvogels als roerdomp, woudaap, porseleinhoen, kwartelkoning, blauwborst, grote karekiet en watersnip hier niet voor (NDFF-data). Broedvogels die foerageren op open water, zoals de aalscholver, dodaars, zwarte stern, ijsvogel en oeverzwaluw komen wel foeragerend voor.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

16 van 27

Broedgevallen van deze soorten worden niet gemeld, hoewel het niet uitgesloten is dat de dodaars langs de oevers broedt. Voor de andere broedvogelsoorten is het gebied alleen geschikt als foerageergebied, niet als broedgebied, vanwege het ontbreken van steile oevers (ijsvogel en oeverzwaluw) en nestvlotjes (zwarte stern). Daarmee is het te verstoren gebied niet van grote betekenis voor broedvogels. Broedlocaties zijn niet aanwezig, waardoor geluidverstoring van broedgebied niet aan de orde is. Een significant negatief effect als gevolg van geluidverstoring op de broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken is daarmee uitgesloten. Niet-broedvogels Het plangebied is niet van grote betekenis voor niet-broedvogels. Vogels zijn met name gevoelig voor optische verstoring door mensen (recreatie), want dat is onvoorspelbaar. Geluid afkomstig van het nieuwe bedrijventerrein is een redelijk continue geluid dat voorspelbaar is en niet zichtbaar. Daardoor treedt er eerder gewenning op. Het instandhoudingsdoel voor deze soorten is behoud van oppervlakte en kwaliteit van leefgebied, ten behoeve van de doelaantallen. Dat komt door het voornemen niet in gevaar. Een significant negatief effect als gevolg van geluidverstoring op de broedvogels van het Natura 2000-gebied Rijntakken is daarmee uitgesloten.

5.2.3

Beoordeling van de overige effecten van de aanvraag op de instandhoudingsdoelstellingen Wij onderschrijven grotendeels de conclusies en de daaraan ten grondslag liggende motivaties van de stukken zoals bij de aanvraag gevoegd. Bij de beoordeling ontbreekt echter een effectbepaling vanwege verstoring van de overwinteringsgebieden van ganzen en smienten. Alle nabijgelegen plassen ten westen en noorden van het project betreffen hoofdslaapplaatsen of satellietslaapplaatsen voor ganzen. Deze slaapplaatsen worden omzoomd door kerngebieden voor foeragerende ganzen. Met name ten noorden van het project ligt een groot kerngebied. De verstoring door geluid neemt toe op verschillende slaapplaatsen en kerngebieden voor ganzen en smienten. Uit de telgegevens in het MER-rapport van de aanvraag blijkt echter dat de jaargemiddelde aantallen ganzen en smienten beperkt zijn in de jaren 2014 – 2019. Vanwege de beperkte aantallen en de bepekte toename van de geluidverstoring verwachten we geen significante effecten. Wij hebben op basis van de ecologische beoordelingen de zekerheid verkregen dat de aangevraagde activiteit niet leidt tot significante effecten op de instandhoudingsdoelen voor het Natura 2000gebied Rijntakken.

5.3 Effecten op Natura 2000-gebieden in Duitsland Bij ons besluit betrekken we ook eventuele effecten op Natura 2000-gebieden net buiten onze landsgrenzen. De aangevraagde ontwikkeling van uw bedrijf heeft ook invloed op Natura 2000-

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

17 van 27

gebieden in Duitsland. Voor de beoordeling van de toename sluiten wij aan bij de Duitse manier van beoordelen. Volgens de Duitse overheid is er geen sprake van een negatief effect als de toename van stikstofdepositie lager is dan 7,14 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Uw aanvraag blijft onder deze grenswaarde. Verdere toetsing van effecten op Natura 2000gebieden in Duitsland is daarom niet nodig.

6

Zienswijzen

A. Naar aanleiding van het eerste ontwerpbesluit zijn onderstaande zienswijzen binnengekomen. Het betreffen drie zienswijzen: Één van de aanvrager, pro forma ingediend op 26 oktober 2022 en aangevuld op 11 november 2022; De tweede zienswijze betreft een zienswijze van de Mobilisation for the environment (MOB), gedateerd op 17 oktober 2022; De derde zienswijze betreft een zienswijze van de Vereniging Leefmilieu, gedateerd 21 oktober 2022. Onderstaand vatten we de zienswijzen per onderwerp samen en geven per onderwerp een reactie. Omdat de zienswijzen van de tweede en derde indiener inhoudelijk gelijkluidend zijn, worden deze gezamenlijk behandeld. Voor de behandeling van de zienswijzen laten wij buiten beschouwing of de indiener van de zienswijzen belanghebbende is. Zienswijze 1 onderdeel 1 en 2 Onder de noemer ‘Waal Energie’ is voor een breed scala aan activiteiten één Wnb-vergunning aangevraagd en ook in ontwerp is verleend. Op grond van art. 2.7 lid 2 Wnb geldt er echter een vergunningplicht per project. Voor dit samenstel van projecten kan één vergunning worden verleend, maar dan moet wel duidelijk blijken dat ieder project afzonderlijk is beoordeeld. In het verlengde van het voorgaande valt op dat uit de ontwerp-Wnb-vergunning niet concreet volgt dat vergunning is verleend voor de aangevraagde activiteiten.

Het ontwerpbesluit legt op dat punt geen koppeling met de opsomming van deze activiteiten in de aanvraag. Reactie op zienswijze 1, onderdeel 1 en 2 Met behulp van een verschilberekening, behorende bij de aanvraag, zijn alle aangevraagde activiteiten beschouwd. De verschillende depositie van al deze activiteiten passen individueel en tezamen binnen de referentiesituatie. De aanvraag met toelichting van alle activiteiten is verbonden aan dit ontwerp-besluit. In de considerans van deze beschikking is duidelijker vermeld welke activiteiten zijn aangevraagd en vergund. In de beschikking is een extra voorschrift, voorschrift 3, opgenomen waarmee extra wordt bevestigd dat de aangevraagde activiteiten en de stikstofemissie

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

18 van 27

hiervan, zoals opgenomen in de bij de aanvraag gevoegde AERIUS-berekening moeten overeenkomen. Zienswijze 1 onderdeel 3 Op grond van voorschrift 7 (huidig voorschrift 8)van de Wnb-vergunning moet het project waarvoor vergunning is verleend, binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de Wnbvergunning zijn gerealiseerd. Deze termijn van drie jaar om alle activiteiten gerealiseerd te hebben is niet realistisch. Reactie 1 op zienswijze 1, onderdeel 3 Voor grotere projecten zal deze termijn van 3 jaar inderdaad niet haalbaar zijn. Anderzijds kan in 3 jaar de situatie in Nederland, de innovatiemogelijkheden of de relevante regelgeving gewijzigd zijn. Om deze reden is niet voor alle activiteiten dezelfde 3 jaar aangehouden voor realisatie, maar is wel een update/actualisatie-plicht in de voorschriften opgenomen. Deze zorgt ervoor dat de aangevraagde, nog niet gerealiseerde activiteiten kritisch worden bekeken op verwachte realisatie, best beschikbare technieken en recente regelgeving. Voorschrift 8 (voorheen 7) is hierop aangepast. Zienswijze 1 onderdeel 4 In tabel 2 welke is opgenomen in artikel 5.1.3 van het ontwerpbesluit (pagina 10 van 17) is voor de wamwaterketel opgenomen dat hierbij 2.353 ton/jaar zou worden geëmitteerd. De eenheid die hier is gebruikt komt niet overeen met de eenheid kg/jaar die in de AERIUS berekening voor deze emissie bron is gebruikt.

Verzoek is dan ook om de eenheid in deze tabel te wijzigen van ton/jaar naar kg/jaar. Reactie 1 op zienswijze, onderdeel 4 Tabel 2 is aangepast aan de hoeveelheden en eenheden gebruikt in de nieuwe AERIUS-berekening, behorende bij de aanvulling op de aanvraag van 4 april 2023. Zienswijze 2 en 3, onderdeel 1 en 2 Primair zijn er geen oude stikstofrechten zijn omdat die nooit op grond van de Wnb/Nbw zijn vergund. Hoe zit dat met Wabo-biomassacentrale vergunning die is vernietigd door de rechtbank? Subsidiair mag niet de oude norm van 200mg/Nm3 als daggemiddelde worden aangehouden maar de sinds 2016 geldende norm van 100 mg/Nm3. Engie en provincie gaan uit van een virtuele/papieren situatie. De centrale bestaat niet meer. Deze is afgebroken. De zogenaamde ‘passende beoordeling’ is hiermee inadequaat. De inspraaktermijn van de eerdere ontwerpbeschikking is twee weken tekort. Reactie op zienswijze 2 en 3, onderdeel 1 en 2 Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van deze beschikking wordt uitgegaan van de vergunning Natuurbeschermingswet 1998, d.d. 21 februari 2007 als referentie. Deze vergunning in niet vervallen of geëxpireerd. De beoogde herontwikkeling van het terrein is in dit ontwerpbesluit

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

19 van 27

toegelicht. De aanvraag met de aanvulling van 4 april 2023 in grote mate gewijzigd, zodanig dat een hernieuwde ontwerp-besluit wordt genomen, die opnieuw ter inzage wordt gelegd. Deze hernieuwde ontwerp-beschikking is gebaseerd op een laagimpact hybride energiecentrale met een nageschakelde techniek (deNOx-installatie). In zoverre is aan de zienswijze tegemoet gekomen. Zienswijze 2 en 3, onderdeel 3 De vrijstelling van de vergunningplicht voor het aspect stikstof voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten is strijdig met de Habitatrichtlijn. Er is geen aanvraag ingediend voor een Wabovergunning voor de gascentrale. Dit is strijdig met de RIE (Richtlijn Industriële Emissies) die een geïntegreerde vergunningverlening vereist. De AERIUS-berekeningen zijn ten onrechte op 25 km afgekapt. Gedeputeerde Staten claimen dat de gascentrale binnen de oude gedateerde natuurvergunning zou passen. In dat geval had Gedeputeerde Staten positief moeten weigeren. Er dient een definitief advies van de m.e.r.-commissie mede ter inzage te worden gelegd. Of wordt dat toetsingsadvies pas gepubliceerd nadat de Commissie m.e.r. ook de ingediende zienswijzen heeft ingezien? Reactie op zienswijze 2 en 3, onderdeel 3 De zogenaamde bouwvrijstelling is komen te vervallen. In de aanvulling op de aanvraag is daarom ook de aanlegfase berekend.

In dit ontwerpbesluit is staat dat ook voor de aanlegfase sprake van intern salderen. De Raad van State heeft op 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1299, besloten dat de rekenafstand van 25 km aanvaardbaar is. Onderhavige natuurvergunning wordt gecoördineerd voorbereid met het bestemmingsplan, op grond waarvan de Wabo vergunning kan worden verleend. Conclusie van beoordeling van zienswijzen Deze zienswijzen hebben er toe geleid dat de aanvraag (d.d. 4 april 2023) is gewijzigd en voorschriften zijn aangepast. Om deze reden is het onderhavige hernieuwd ontwerp-besluit genomen. B. Naar aanleiding van het hernieuwd ontwerpbesluit van 9 augustus 2023 zijn onderstaande zienswijzen binnengekomen. Het betreft zienswijzen van Zaluw juridisch advies namens de Mobilisation for the environment (MOB) op 6 september 2023. Onderstaand vatten we de zienswijzen per onderwerp samen en geven per onderwerp een reactie. Omdat de zienswijzen van de tweede en derde indiener inhoudelijk gelijkluidend zijn, worden deze gezamenlijk behandeld. Voor de behandeling van de zienswijzen laten wij buiten beschouwing of de indiener van de zienswijzen belanghebbende is. Zienswijze, onderdeel 1: Er is sprake van extern salderen, in plaats van intern salderen.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

20 van 27

U constateert dat ten behoeve van de aangevraagde activiteit intern gesaldeerd kan worden met de natuurvergunning van 21 februari 2007, welke is verleend voor een met steenkolen gestookte energiecentrale. Het onderhavige ontwerpbesluit ziet niet toe op een kolencentrale, maar op een op gasgestookte energiecentrale en overige energiefuncties. Dit betekent dan ook dat de aangevraagde activiteit niet kan worden beschouwd als een voortzetting van het eerder vergunde project (de kolencentrale). Een gascentrale is immers een geheel andere centrale dan een kolencentrale. Bovendien is er geen sprake van een onlosmakelijke samenhang tussen de gascentrale en de eerdere kolencentrale. De kolencentrale is gesloten en inmiddels gesloopt. De gascentrale zou dan ook in werking gaan, zonder dat de kolencentrale er nog is. Dit maakt logischerwijs dat er geen enkele vorm van samenhang of continuïteit tussen de twee centrales kan bestaan. Dat de ontwikkelingen wel op hetzelfde terrein plaatsvinden, doet hier niet aan af. Immers, bepalend is de vraag of er sprake is van één project, niet of de locatie min of meer hetzelfde is (zie ECLI:NL:RBOBR:2023:602, r.o. 5.6). Dat er geen sprake is van een voortzetting van één-en-hetzelfde project heeft gevolgen voor de wijze waarop saldering kan worden ingezet.

Immers, intern salderen is uitsluitend mogelijk indien zich binnen één project uitbreidingen of wijzigingen voordoen (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2021:71, r.o. 17.2). Indien er stikstofruimte wordt uitgewisseld tussen twee of meerdere verschillende projecten, is sprake van extern salderen. Nu de aangevraagde activiteit een ander project betreft dan de in 2007 vergunde kolencentrale, kan er in dit geval uitsluitend een constructie van extern salderen bestaan. Extern salderen is echter enkel mogelijk onder strikte voorwaarden. Zo moet onder andere worden voldaan aan het zogenaamde additionaliteitsvereiste (zie ECLI:NL:RVS:2021:2627, r.o. 30.4). Gelet op het bovenstaande concludeert cliënte dat u ten onrechte uitgaat van een intern salderingsconstructie. In dit geval is uitsluitend extern salderen mogelijk, wat enkel onder strikte voorwaarden kan worden toegestaan. U heeft in het ontwerpbesluit nagelaten om aan de vereisten van extern salderen te toetsen. Bovendien kan nu al worden vastgesteld dat niet aan deze vereisten kan worden voldaan. De staat van de betrokken Natura 2000-gebieden is dermate slecht, en de Gelderse stikstofaanpak dermate ineffectief, dat u niet zult kunnen motiveren dat aan het additionaliteitsvereiste is voldaan.

Om deze redenen kunt u de stikstofruimte uit de natuurvergunning van 2007 dan ook niet inzetten om de aangevraagde ontwikkelingen mogelijk te maken. Reactie op zienswijze onderdeel 1 Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) kan ons inziens niet afgeleid worden dat er alléén intern gesaldeerd zou kunnen worden binnen één (bestaand) project. Het gaat om de locatie: intern salderen kan met de activiteiten die zijn toegestaan op de locatie van het beoogde project. Wij wijzen hier op een uitspraak van de Afdeling van 12 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2874, r.o. 14.2 en 14.3. Daar komt in dit geval bij dat het ook om interne saldering binnen één project/de wijziging van een bestaand project gaat.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

21 van 27

Het doel van het project is steeds de (regionale en nationale) energievoorziening geweest. Vanuit het vertrekpunt van de voormalige kolencentrale moet de vergunde ontwikkeling worden gezien in het licht van de energietransitie waarbij de nieuwe centrale (als onderdeel van de transitiefase) elektriciteit op basis van aardgas produceert. Dat de voormalige kolencentrale is gesloopt, maakt dat niet anders. Ter vergelijking kan dienen de uitspraak van de Afdeling van 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1507, r.o. 7 en r.o. 8-8.5. Nu toepassing gegeven kan worden aan het principe van intern salderen is het additionaliteitsvereiste, zoals dit geldt voor de in de zienswijze genoemde constructie van extern salderen hier niet aan de orde. Zienswijze, onderdeel 2: Saldering op grond van een niet passend beoordeelde natuurvergunning is uitgesloten. Een andere reden waarom saldering met de natuurvergunning van 21 februari 2007 is uitgesloten, is dat deze vergunning nooit passend is beoordeeld. Cliënte heeft hierop al gewezen in haar zienswijze van oktober 2022. Zij heeft onder andere aangevoerd dat er in 2007 geen enkele beoordeling van de lucht- en stikstofemissies heeft plaatsgevonden. Er is geheel geen stikstofdepositieberekening gemaakt. Bovendien is uitsluitend een beoordeling uitgevoerd voor het Vogelrichtlijngebied Uiterwaarden Waal (als deelgebied van de Rijntakken).

De effecten op de Habitatrichtlijngebieden, zoals de Veluwe en de Rijntakken, zijn geheel niet meegenomen in de beoordeling. Kortom, het is evident dat geen sprake kan zijn van een passende beoordeling. Dat saldering is uitgesloten op grond van een niet passend beoordeelde natuurvergunning volgt onder andere uit de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. Ik verwijs in het bijzonder naar het arrest van 10 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:864). In dit arrest heeft het Hof geoordeeld dat indien een project niet passend beoordeeld is en daarmee niet wettig is vergund, de lidstaat alle nodige maatregelen dient te treffen om de onwettige gevolgen van die schending ongedaan te maken (punt 39). Het Hof merkt in dit verband onder meer op dat in voorkomende gevallen een nieuwe beoordeling van de activiteit moet plaatsvinden (punt 58). Ook rechtbank Gelderland en rechtbank Noord-Nederland hebben recent geoordeeld dat salderen op basis van een niet passend beoordeelde vergunning niet mogelijk is, zonder dat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden (ECLI:NL:RBGEL:2023:4149, r.o. 7.3, ECLI:NL:RBNNE:2023:2350, r.o. 5.3). Kortom, aan de vergunning van 21 februari 2007 kan geen betekenis worden toegekend in welke salderingsconstructie dan ook. In plaats daarvan dienen de effecten van de aangevraagde activiteit te worden onderzocht in een nieuwe en deugdelijke passende beoordeling.

Pas als uit die beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten met zekerheid zijn uitgesloten, kan een vergunning aan ENGIE verleend worden. Reactie op zienswijze onderdeel 2 Dat een passende beoordeling met de bril van nu er mogelijk anders uit zou zien dan in 2007 (bijvoorbeeld op het onderdeel stikstof), maakt volgens ons niet dat gesteld kan worden dat de vergunning van 2007 in strijd met wettelijke voorschriften is verleend en nooit passend is

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

22 van 27

beoordeeld. Uit de opsomming van de bijlagen van de onherroepelijke vergunning uit 2007 blijkt dat (uitvoerig) (natuur)onderzoek is verricht, waaronder uitstoot van stoffen naar lucht. Deze stukken zijn eerder aan MOB toegezonden. In de notitie van Tauw van 11 december 2006 wordt bijvoorbeeld vastgesteld dat de effecten ten gevolge van de aangepaste bedrijfsvoering op de Centrale Gelderland op de omliggende natuurgebieden en de overige te beschermen natuur(lijke) waarden en soorten (zeer) gering zijn en in ieder geval geen significante gevolgen zullen hebben op populatieniveau. In de notitie van Tauw staat ook dat de beschreven effecten een passende beoordeling zijn van de te verwachten effecten. Echter, wat hier verder ook van zij, het is voor het vaststellen van de referentiesituatie ook niet relevant of de beoordeling die ten grondslag ligt aan de referentietoestemming, terugkijkend anno nu, aan de vereisten van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn voldoet. Zie bijvoorbeeld: ABRvS 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3138, r.o. 5 en ABRvS 20 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2341, r.o. 7.4. Bepalend is welke activiteiten op de locatie in kwestie zijn toegestaan. Dat wordt in dit geval bepaald door de geldende natuurvergunning, te weten de natuurvergunning uit 2007. Daarom vormt deze natuurvergunning de referentiesituatie.

Het AquaPri-arrest van het Hof van Justitie van 10 november 2022 maakt volgens ons niet dat hier nu anders naar gekeken moet worden. Sterker nog, dit arrest bevestigt juist dat er bij de voortzetting van een vergund project in beginsel geen nieuwe passende beoordeling hoeft te worden verricht. Dat was alleen anders in de zeer specifieke situatie die zich in dat arrest voordeed. Die situatie was allereerst dat er een natuurvergunning voor bepaalde tijd was verleend - het Deense bedrijf AquaPri had voor de voortzetting van zijn project een nieuwe natuurvergunning nodig. Ten tweede stond in deze zaak in rechte vast dat de beoordeling die ten grondslag lag aan de oude natuurvergunning gebrekkig was. In die situatie kan het volgens het Hof van Justitie - als uitzondering op de regel - nodig zijn om een nieuwe beoordeling voor het gehele project te verlangen. In dit geval doet de uitzonderlijke situatie uit het AquaPri-arrest zich niet voor. Ten eerste is de natuurvergunning uit 2007 voor onbepaalde tijd verleend. Ten tweede ligt aan de natuurvergunning geen beoordeling ten grondslag waarvan is gebleken dat die niet voldoet aan artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. De natuurvergunning is onherroepelijk en geniet formele rechtskracht. Ook de beoordeling moet voor rechtmatig worden gehouden.

Ook daarmee verschilt de situatie wezenlijk van de situatie die aan de orde was in het AquaPri-arrest en ook ten opzichte van de in de zienswijze genoemde uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 juli 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4149 (waaruit overigens ook niet kan worden afgeleid dat salderen met een niet passend beoordeelde vergunning niet mogelijk is, zonder dat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden). De situatie zoals verwoord in r.o. 28 van het AquaPri-arrest is hier dus (juist) niet aan de: "In de tweede plaats zij niettemin opgemerkt dat de lidstaten gehouden zijn om artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 in acht te nemen en meer bepaald om de in de eerste volzin van deze bepaling

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

23 van 27

neergelegde beoordelingsverplichting na te komen, zodat niet kan worden aanvaard dat geen rechtsgevolgen zouden kunnen worden verbonden aan het feit dat de bevoegde nationale autoriteit of rechterlijke instantie bij onherroepelijke beslissing heeft vastgesteld dat die verplichting niet is nagekomen." Kortom, ook op grond van het AquaPri-arrest wordt de referentiesituatie gevormd door de natuurvergunning uit 2007. Zienswijze onderdeel 3, Subsidiair: Geen borging dat de aanleg- en gebruiksfase (gedeeltelijk) samenvallen. Uit het bovenstaande blijkt dat saldering met de vergunning van 2007 op geen enkele wijze mogelijk is. Subsidiair wens ik namens cliënte nog op het volgende te wijzen. U constateert dat de aanlegfase en de gebruiksfase niet tegelijkertijd zullen plaatsvinden. U biedt hiervoor echter geen motivering. Aangezien de vergunning toeziet op verscheidene activiteiten, valt niet in te zien waarom bijvoorbeeld de gascentrale niet al in werking kan zijn, terwijl de aanlegfase voor de andere aangevraagde activiteiten nog lopende is. Bovendien is ook niet juridisch geborgd dat een overlap van deze fasen plaats kan vinden. Om die reden had dan ook een AERIUS-berekening moeten plaatsvinden van de stikstofdepositie van de aanleg- en gebruiksfase tezamen. Dit is niet gebeurd in de huidige stikstofberekening.

Daarom moet deze berekening als onvolledig worden beschouwd, en staat vast dat de nu berekende stikstofdepositie een onderschatting betreft. Uw besluit kunt u dan ook niet baseren op de huidige AERIUS-berekeningen. Reactie op zienswijze onderdeel 3 De emissies die vrijkomen bij de exploitatiefase zijn vele malen hoger dan de tijdelijke emissies in de bouw- en aanlegfase. De emissies in de bouw- en aanlegfase zijn inzichtelijk gemaakt. De invoergegevens achten wij reëel en aannemelijk. Zoals hiervoor toegelicht, wordt er voor de exploitatiefase gesaldeerd met de vigerende vergunning en uit die beoordeling is geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling vergunbaar is. Omdat de emissies in de tijdelijke bouw- en aanlegfase substantieel lager zijn dan de emissies in de exploitatiefase, zijn negatieve effecten op de omliggende natura-2000 gebieden uit te sluiten. Een aanvullende borging op dit onderdeel achten wij onder deze omstandigheden niet noodzakelijk. Zienswijze, onderdeel 4, Subsidiair: Er had sprake moeten zijn van een positieve weigering. Zelfs indien uw motivering op alle punten gevolgd zou moeten worden, geldt dat uw ontwerpbesluit alsnog onjuist is. Zoals u in het ontwerpbesluit constateert is sinds 1 januari 2020 de vergunningplicht voor intern salderen vervallen.

Nu u meent dat de activiteit plaats kan vinden middels intern salderen, kunt u geen natuurvergunning verlenen voor deze activiteit. Daarvoor bestaat immers geen grond meer in de Wnb. Reactie op zienswijze onderdeel 4 Gelet op de statutaire doelstellingen van MOB en het belang van de natuur is deze zienswijze, ook al is deze subsidiair naar voren gebracht, moeilijk te plaatsen. Alle inzet van GS is er nu juist op

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

24 van 27

gericht geweest om te komen een vergunbare situatie waarbij significant negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie (2007) kunnen worden uitgesloten én wij wijzen erop dat juist in dit geval in het belang van de natuur alle inspanningen erop gericht zijn geweest om de natuurvergunning - als passende maatregel - vergaand aan te scherpen. In dit geval ligt er een passende beoordeling aan de aanvraag ten grondslag. Verder geldt dat in dit geval een tweede ontwerpbeschikking ter inzage is gelegd, om te komen tot een aanscherping van de referentievergunning. Wij hebben deze aanvraag dan ook mede aangemerkt als een verzoek tot het wijziging van de vergunning uit 2007. In het definitieve besluit hebben wij dit in de tekst verduidelijkt. Ten aanzien van de aanscherping van de vergunning en de voorschriften die zijn opgelegd om te waarborgen dat er geen toename van stikstofdepositie optreedt, wijzen wij in het bijzonder op voorschrift 3, 8, 9, 11 en 12. Daar komt bij dat – net als voor de vergunning uit 2007 geldt – ook overige effecten zijn beoordeeld, dan alleen mogelijke effecten vanwege stikstof. Verwezen wordt bijvoorbeeld naar documentnummer 03900105 en paragraaf 5.2 van de vergunning.

Aangezien significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden (van het voorkeursalternatief) als gevolg van geluidverstoring op leefgebieden van vogels op voorhand niet uitgesloten konden worden, zijn deze storingsfactoren passend beoordeeld. Onder de voorgenoemde omstandigheden hebben wij dus terecht een vergunning verleend en niet volstaan met een zogenaamde positieve weigering.

7

Conclusie

Wij hebben op grond van het vorenstaande en een passende beoordeling de zekerheid verkregen dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Wij verlenen de vergunning op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. Op grond van artikel 5.4 Wet natuurbescherming wijzigen wij met dit besluit de vergunning van 21 februari 2007, met kenmerk 2006-019684.

8

Overige verplichtingen

U bent zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

25 van 27

9

Juridische grondslagen

Dit besluit is genomen op grond van:

Wet natuurbescherming artikel 2.4 Wet natuurbescherming, artikel 2.7, lid 2 en 3 Wet natuurbescherming artikel 5.3 lid 1 Wet natuurbescherming artikel 5.4 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Besluit natuurbescherming, artikel 2.14, lid 3 Uitspraak Raad van State inzake Logtsebaan, 201907146/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2021:71) Beleidsregels procedure besluitvorming Wet natuurbescherming Gelderland

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

26 van 27

BIJLAGE 2

AERIUS-berekeningen o Verschilberekening, kenmerk RqweN49a3yZH, d.d. 7 november 2023 o Verschilberekening met hexagonen met randeffecten, kenmerk RqweN49a3yZH, d.d. 7 november 2023 o Verschilberekening aanlegfase, kenmerk RqweN49a3yZ, d.d. 7 november 2023. o Beoogde situatie, kenmerk Rg2hDZMbYjfp, d.d. 7 november 2023.

Datum

20 november 2023 Zaaknummer

2022-007962 Blad

27 van 27

BIJLAGE 3

Kaart projectlocatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=f76adac4-f19c-4674-8497-9d594a8d92f7