Chw-bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 7 (Waal Energie)_vastgesteld_6_Bijlagen bij de regels Bijlage 3 Nb-vergunning BCTN
Tekst van het document
BESCHIKKING D.D. 11 JANUARI 2010 - ZAAKNUMMER 2009-011901 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Natuurbeschermingswet 1998 vergunningaanvraag artikel 19d
Aanvraag en procesverloop: Bij brief van 25 juni 2009 heeft Container Terminal Nijmegen (CTN), Weurtseweg 460A te Nijmegen (hierna te noemen aanvrager), een aanvraag ingediend voor een vergunning in kader van de Natuurbeschermingswet 1998, hierna Nbw 1998. Op 11 september 2009 hebben wij verzocht om aanvullende informatie. Deze is op 9 november 2009 ontvangen. De aanvraag omvat een uitbreiding van de inrichting. De uitbreiding bestaat uit de realisatie van een nieuwe havenkom en een nieuwe (grotere) kade langs de Waal. De oude kade aan het Maas-Waalkanaal komt hiermee te vervallen. Het plangebied ligt op ongeveer 155 meter van de grens met het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Waal. De aanvraag bestaat uit de volgende gegevens: Topografische kaart Overzicht van de planlocatie Situatietekening Rapport “Toetsing van de uitbreiding van de CTN aan de Flora- & Faunawet en Habitat- en Vogelrichtlijn”, d.d. 19 juli 2005 Notitie Aanvullend onderzoek containerterminal Nijmegen, d.d. 24 februari 2009 Revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer, d.d. 15 juli 2003 Beschikking met betrekking tot maatwerkvoorschriften, d.d. 15 juni 2009 Effecten op beschermde gebieden uitbreiding Containerterminal te Nijmegen, aanvulling voortoets Natuurbeschermingswet 1998, d.d.
6 oktober 2009 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Electrabel, de Gelderse Milieufederatie en de Staat, Domeinen zijn op de hoogte gebracht van de aanvraag en in gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Ontvankelijkheid: Op grond van de bij de aanvraag ontvangen gegevens wordt de aanvraag ontvankelijk geacht. Wettelijk kader: Bij beoordeling van de aanvraag aan de Nbw 1998 wordt getoetst aan artikel 10a, 19d tot en met 19 h, 39, 41 tot en met 43 en het besluit vergunning natuurbeschermingswet 1998.
code: $ASQ00820931
Aanwijzing en aanmelding: De uiterwaarden Waal zijn op 24 maart 2000 door de minister van LNV aangewezen als Vogelrichtlijngebied en daarnaast op 20 mei 2003 aangemeld als Habitatrichtlijngebied. Tevens is een deel van het gebied op 26 juni 1973 aangewezen als staats natuurmonument Kil van Hurwenen. De uiterwaarden Waal omvatten het winterbed van de Waal en daarmee alle uiterwaardgebieden aan de noord- en de zuid oever van de Waal van Nijmegen tot aan Zaltbommel. De rivier vormt een dynamisch systeem, een samenspel tussen natuurlijke processen en menselijk ingrijpen. De Waal moet in perioden met hoge rivierafvoer 2/3 van de Rijnafvoer voor haar rekening nemen en is daarmee de grootste vrij - afstromende Rijntak. Het is ook de meest dynamische riviertak van het Rijnsysteem. In perioden met hoog water vindt erosie en sedimentatie plaats en ‘vormt’ de rivier het landschap. Het karakteristieke rivierenlandschap bestaat uit een breed, voornamelijk laaggelegen, hoogdynamisch winterbed. De reliëfrijke uiterwaarden bestaan voornamelijk uit graslanden, afgewisseld met enkele akkers, bosjes, bomenrijen, moerasgebiedjes en geïsoleerde oude riviertakken (strangen en geulen). Veel uiterwaarden zijn vergraven voor zand en/of kleiwinning. In het westelijk deel van het gebied liggen de relatief hooggelegen uiterwaarden van de Rijswaard en de Kil van Hurwenen.
Het gaat hier om oude meanders en hun oeverlanden waar de rivier dwars doorheen gegraven is. Deze uiterwaarden bevatten soortenrijke glanshaverhooilanden, stroomdalgraslanden en open water, waar deels verlanding plaatsvindt. Natura 2000-doelen: Door de minister zijn voor alle aangewezen Natura 2000-gebieden algemene doelen en concept instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Deze instandhoudingsdoelstellingen zijn opgenomen in ontwerp aanwijzingsbesluiten. Algemene doelen Behoud en indien van toepassing herstel van: 1. de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie; 2. de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 3. de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de ecologische structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 4.
de op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
2
Instandhoudingsdoelstellingen Tabel 1 Instandhoudingsdoelstellingen (Bron: Ontwerpbesluit Uiterwaarden Waal) (= behouddoelstelling, > ontwikkeldoelstelling, =(<) enige achteruitgang ten gunste van nader benoemde habitattypen/soorten toegestaan, =/> of >/= complementair doel .)
Habitattypen 1
H3270 Slikkige rivieroevers 1,2 H6120 Stroomdalgrasland H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden, glanshaver H91E0A Vochtige alluviale gronden 1,2 (zachthout ooibossen) Soorten
Doelstelling oppervlakte = =/> >
Doelstelling kwaliteit > > >
=/>
>
Doelstelling Omvang leefgebied 1
H1095 Zeeprik 1 H1099 Rivierprik 1 H1102 Elft 1 H1106 Zalm 1 H1145 Grote modderkruiper 1 H1166 Kamsalamander H1337 Bever Broedvogels
> > = = = > = Doelstelling Omvang leefgebied
A119 Porseleinhoen A122 Kwartelkoning A197 Zwarte stern Niet broedvogels
> > > Doelstelling Omvang leefgebied
A005 Fuut A017 Aalscholver A037 Kleine zwaan A041 Kolgans A043 Grauwe gans A045 Brandgans A050 Smient A051 Krakeend A054 Pijlstaart A056 Slobeend A056 Tafeleend A059 Kuifeend A068 Nonnetje A125 Meerkoet A142 Kievit A156 Grutto A160 Wulp 1 Complementair doel 2 Prioritair habitattype
= = = =(<) =(<) = =(<) = = = = = = = = = =
3
Doelstelling kwaliteit leefgebied > > = = = > = Doelstelling kwaliteit leefgebied > > > Doelstelling kwaliteit leefgebied = = = = = = = = = = = = = = = = =
Doelstelling populatie > > > > = >/= > Omvang populatie van “x” paren
10 30 20 Seizoensgemiddelde van “x” vogels 90 260 9 5.500 2.400 610 4.700 50 30 50 190 530 6 780 790 70 160
Beoordeling van de aanvraag: Bepalen van de natuurwaarden: Het plangebied zelf ligt op 175-255 meter van de grens met het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Waal. In de nabijheid van de CTN zijn de percelen aan de westkant van het MaasWaalkanaal en aan de noordkant van de Waal alleen geschikt voor niet broedvogels. Hierbij gaat het hoofdzakelijk om Grauwe ganzen, Kolganzen, Smienten, Kieviten en Meerkoeten. Bepalen van voor de natuurwaarden relatieve factoren: Aangezien de CTN buiten het Natura 2000-gebied ligt, is verstoring de enige factor die een effect heeft op de aanwezige vogelsoorten. Het gaat hierbij zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase om verstoring door licht, geluid en optische verstoring. Effecten van de gevraagde activiteiten: Van de bovengenoemde factoren heeft optische verstoring, van langsvarende schepen een effect op de instandhoudingsdoelstellingen. De vijf vogelsoorten die in grote aantallen voorkomen in de deelgebieden zijn geen van alle gevoelig voor verstoring door licht en geluid. De Meerkoet is daarnaast ook niet gevoelig voor optische verstoring. Dat de genoemde watervogels niet gevoelig zijn voor lichtverstoring blijkt uit het feit dat ze nu ook in de omgeving van de CTN voorkomen, terwijl er reeds sprake is van veel verlichting op het naastgelegen terrein van Electrabel en de twee kranen op het terrein van de CTN.
Beoordeling effecten op de instandhoudingsdoelstellingen: De optische verstoring door langsvarende schepen zal zeer beperkt zijn. De vogels wennen aan langsvarende schepen, deze zijn zeer voorspelbaar. Doordat ze in de vaargeul blijven vormen ze geen bedreiging. Behandeling zienswijzen: De Gelderse Milieufederatie heeft op 19 november 2009 per e-mail gereageerd. Zienswijze 1 Het is onduidelijk of er aan de EHS is getoetst. Reactie 1 Toetsing aan de EHS vindt niet plaats tijdens de vergunning procedure voor de Natuurbeschermingswet 1998. Zienswijze 2 Het is onduidelijk waartoe de uitbreiding precies strekt ten opzichte van de huidige terminal. Reactie 2 Het kaartje bij de aanvullende informatie laat aan duidelijkheid te wensen over, maar de tekst bied voldoende duidelijkheid om aan te kunnen geven dat de witte vlek het plangebied is en het omlijnde gedeelte de plek waar de ingreep gaat plaatsvinden. Zienswijze 3 De volgende zaken zijn niet belicht: 1. Mogelijke komst van grotere schepen die voor meer waterverplaatsing zorgen 2. Mogelijke extra avondtransporten met schepen 3. De groei van de overslag in volume 4. De groei van het aantal transportbewegingen van vrachtauto’s 5. Mogelijk langere openingstijden, langere trajecten met overbelasting, langduriger beïnvloeding van de achtergrond referentiewaarden 6. Omgevingsbelasting door mogelijke toename geluidsproductie 7.
Omgevingsbelasting door mogelijke toename lichtproductie
4
8. Toename luchtvervuiling (fijnstof) 9. Wordt de huidige kade weer als natuur ingericht? 10. Andere mitigerende maatregelen Reactie 3 Punt 1 t/m 4 en punt 9 en 10 zijn niet relevant aangezien het plangebied buiten Natura 2000gebied is gelegen. Punt 5: Dit wordt niet aangevraagd. Punt 6 t/m 8: De vijf vogelsoorten die in de nabijgelegen delen van de Uiterwaarden Waal voorkomen zijn niet gevoelig voor deze factoren. Zienswijze 4 Binnen de het Natura 2000-gebied moet de kwaliteit van de potentiële verblijfs-, foerageer-, rust-, en broedgebieden en ook de habitats op minimaal hetzelfde peil blijven. Hierbij wordt verwezen naar artikel 3, 2b van de Vogelrichtlijn. In het kader hiervan is het de vraag of leefgebieden buiten de beschermingszone zomaar kan worden vergraven. Reactie 4 Uit de toets van Haskoning is gebleken dat het plangebied niet geschikt is voor de meeste voor de Uiterwaarden Waal kwalificerende vogelsoorten omdat er geen habitats zijn, het is te klein en er is te veel verstoring. De plek die door Meerkoeten gebruikt wordt om te foerageren en te rusten blijft in stand. Zienswijze 5 In de rapportage wordt aangenomen dat er sprake is van gewenning van vogels terwijl geen vergelijkend onderzoek is gedaan op andere locaties met overslagbedrijven in de uiterwaarden met gelijksoortige verstoringsbronnen.
Het onderzoek geeft namelijk aan dat de continue werkzaamheden van de terminal negatieve gevolgen hebben voor de broedvogelstand op afstanden van enkele tientallen meters. Reactie 5 De afstand tussen de containerterminal en de grens van het Natura 2000-gebied is 155 meter. Hierdoor zullen kwalificerende broedvogels niet worden verstoord door een toename van de werkzaamheden. Zienswijze 6 Uit de onderzoeken valt niet op te maken in hoeverre het af te graven gedeelte wordt gebruikt door vogels en wat de relaties kunnen zijn met de Speciale Beschermingszone Waaluiterwaarden. Alleen een veldbezoek eind juni 2005 is onvoldoende om iets te kunnen concluderen over het belang van broedvogels. Reactie 6 Voor geen van de drie kwalificerende broedvogels zijn de aangevraagde activiteiten een sleutelfactor met betrekking tot instandhouding. Dat één veldbezoek erg weinig is om iets te kunnen concluderen over het belang van broedvogels is daarom niet relevant. Zienswijze 7 In andere jaargetijden zijn geen onderzoekstellingen verricht. Doordat er slechts van één jaar winter telgegevens van de watervogels zijn gebruikt wordt het belang voor vogels in relatie tot het Natura 2000-gebied mogelijk onderschat.
5
Reactie 7 Voor de Kolgans, Grauwe gans en Kievit geldt dat het oostelijke deel van de Uiterwaarden Waal maar van beperkt belang is voor deze soorten. Het midden gedeelte is van veel groter belang. De Smient zit vooral in het midden en westen van de Uiterwaarden Waal. De Meerkoet komt het meest voor in het midden van de Uiterwaarden Waal en in mindere mate in het oostelijk deel. Dit kan worden geconcludeerd uit gegevens over een gemiddeld seizoensmaximum van vier jaar. Het belang van het gebied voor vogels wordt dus niet onderschat. De gemeente Nijmegen, Electrabel en de Staat, Domeinen hebben niet binnen de gestelde termijn gereageerd Conclusie Significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 kan daarom worden verleend. Er is niet gebleken dat er andere belangen, zoals vermeld in artikel 19e, aanwezig zijn. Beschikking: Gedeputeerde Staten van Gelderland HEBBEN BESLOTEN, op grond van de artikelen 19d en 43 van de Nbw 1998, Container Terminal Nijmegen, Weurtseweg 460A te Nijmegen een vergunning conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen voor de uitbreiding van de inrichting. Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
ir. E.N. Boere plv. teammanager Vergunningverlening Water Ontgrondingen en Natuur
6