C8 d.d. 13 april 2021 van de ODRN inzake Wijziging begroting 2021 en concept begroting 2022
Tekst van het document
Aan: - Provinciale Staten van Gelderland - De raden van de gemeenten Beuningen, Druten, Berg en Dal, Heumen Nijmegen en Wijchen In afschrift aan: het college van GS en de colleges van B&W
Nijmegen, 13 april 2021
Geachte Statenleden, leden van de raad, U ontvangt hierbij de concept-wijziging I begroting 2021 en de concept-begroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023-2025 (begroting 2022) van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. Deze stukken zijn besproken en in concept vastgesteld door het Dagelijks Bestuur op 12 april 2021. Toelichting op begrotingswijziging I 2021 Bijstelling van de werkplannen, de verwerking van bezuinigingen, mee- en tegenvallers en actualisatie van het ontwikkelbudget zijn aanleiding om de begroting 2021 te wijzigen. Met deze wijziging willen we de begroting 2021 aan laten sluiten op de geactualiseerde werkplannen. Verder boeken we met deze wijziging een pakket aan bezuinigingsmaatregelen en meevallers en houden we rekening met een aantal extra kostenposten van per saldo € 3,1 ton positief. We stellen voor om dit bedrag toe te voegen aan ons ontwikkelbudget. We zijn van plan om ons zaaksysteem te vervangen en willen deze middelen daarvoor bestemmen. Deze vervanging en ook een aantal andere onderdelen van de ontwikkelagenda worden uitgevoerd in 2022 en 2023. We verlagen daarom de ontwikkelbijdrage en daarbij behorende lasten in 2021. We stellen in de begroting 2022 voor deze bedragen aan de begroting van 2022 en 2023 toe te voegen.
Tenslotte ramen we met deze begrotingswijziging de onttrekking aan de bestemmingsreserve in 2021 en actualiseren we ook een aantal begrotingsposten zoals: kapitaallasten, subsidies en uitgaven stelseltaken. Toelichting op de begroting 2022 Deze begroting hebben we gebaseerd op inschattingen (advieslijsten) die we met onze gemeentelijke en provinciale opdrachtgevers hebben gemaakt over de te verwachten hoeveelheid werk in 2022. Deze begroting heeft dus een relatie met de te verwachten werkomvang. De gemeenten en provincies kunnen een daarop afgestemd bedrag betrekken bij de voorbereiding van de eigen begroting. 1
We hebben verder rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: Een indexering van onze lasten volgens de CEP maart 20201, loon en inhuur 2,1 % en materieel 1,7 %; Het achterwege blijven van de indexering van onze uurtarieven 2022, de indexering volgens de begrotingsrichtlijnen (BRN) van 0,24% valt weg in de afronding; De meerjarenbegroting 2022-2025 is op prijspeil 2022; Het afzien van de korting van € 3 op ons uurtarief vanaf 2022 en het vooralsnog handhaven van een korting op ons uurtarief van € 3 vanaf 2024; Verwerking van een pakket aan bezuinigingsmaatregelen, meevallers en verwachte extra uitgaven van jaarlijks per saldo ruim € 4 ton; Een productiviteit van 72%, hetgeen neerkomt op 1350 uur productief; Een anciënniteit van 10 (max -1) bij de salariskosten; De begroting is zonder kostprijsverhogend BTW-effect. De ODRN factureert de opdrachtgevers inclusief BTW; We hebben geen post voor onvoorzien geraamd; Een korting van 1% op de gemeentelijke bijdragen vanaf 2023. We hebben geen rekening gehouden met de effecten van de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging. De effecten hiervan kunnen we nog onvoldoende kwantificeren. Ook is een eventuele overheveling taken Wet Bodembescherming niet in de begroting verwerkt. Hierover moeten we nog afspraken met gemeenten maken.
We nemen in de begrotingen van 2022 en 2023 de in voorgaande jaren niet ingezette middelen van de ontwikkelbijdrage op. We hebben de ambitie om verder te bezuinigen en daarom zijn wij verder gegaan met het zoeken naar mogelijkheden om te besparen. We hebben het bureau TwynstraGudde opdracht gegeven om een aantal onderwerpen nader te bekijken en daarvoor met voorstellen te komen. Het betreft hier onderwerpen als een andere financieringssystematiek, een PDC met minder producten, het verminderen van de rapportagedruk en het tijdschrijven. Voorstellen daarover verwachten wij medio 2021. Daarvan verwachten wij inverdieneffecten te kunnen realiseren maar pas op termijn. Op dit moment weten wij de inverdieneffecten nog onvoldoende om deze nu al te kunnen verwerken in de begroting en meerjarenramingen. Wij zullen deze dan ook pas na besluitvorming in het bestuur kunnen implementeren vanaf 2023. Wij willen reëel begroten en dat houdt ook in dat wij maatregelen verwerken op het moment dat wij een duidelijk beeld hebben van wat de effecten zullen zijn.
1 Voor de indexering van personele kosten is gekozen voor de prijsindex beloning werknemers overheid, zoals opgenomen in het CEP
(maart) en is terug te vinden in de bijlage Middelen en bestedingen, kolom bestedingen. Voor de indexering van de materiële lasten is gekozen voor de prijsmutatie Bruto Binnenlands product. De CEP 2021 is pas op 31 maart 2021 gepubliceerd. Dit was te laat om deze indexen nog in de begroting 2022 te verwerken. Daarom is uitgegaan van de CEP 2020. De indexen in de CEP 2021 waren overigens lager dan de CEP 2020. CEP 2021: prijsindex beloning werknemers overheid 1,2% en prijsmutatie Bruto Binnenlands product 1,6%. Mocht blijken dat de toegepaste index te hoog is, dan kunnen we deze in de begroting 2023 actualiseren. Dat nemen we mee in de evaluatie van de indexeringsmethodiek die in 2021 gepland is. 2
Procedure begrotingswijziging I 2021 De tekst van de gemeenschappelijke regeling ODRN en in onze financiële verordening geven aan dat het Algemeen Bestuur bevoegd is te besluiten over wijzigingen van de begroting. In de tekst van de gemeenschappelijke regeling ODRN staat tevens vermeld dat over een wijziging van de begroting net als bij een begroting een zienswijze van de deelnemers moet worden gevraagd. We laten de wijziging I van de begroting 2021 meelopen in de zienswijzeprocedure van de begroting 2022, zie onderstaand voor de procedure. Procedure begroting 2022 In de gemeenschappelijke regeling ODRN is bepaald dat deelnemers hun zienswijze over de conceptbegroting bij het Algemeen Bestuur kunnen indienen. Op 1 juli 2021 stelt het Algemeen Bestuur de begrotingswijziging I 2021 en de begroting 2022 vast met inachtneming van de ingebrachte zienswijzen. De begroting 2022 moeten we uiterlijk 1 augustus bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indienen. We zullen de Minister dan ook de begrotingswijziging I 2021 verstrekken. Advies Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Regio Nijmegen (AGR) We hebben conform de afspraken in de door de regiogemeenten vastgestelde Begrotingsrichtlijnen 2021 advies aangevraagd bij de AGR. De AGR stuurt u het advies z.s.m. rechtstreeks toe.
Wij verwijzen naar de planning, die door deze adviesfunctie is opgesteld, voor de datum waarop u een advies kunt verwachten. Zienswijze U kunt uw schriftelijke zienswijze over de concept-begrotingswijziging I 2021 en de conceptbegroting 2022 bij ons kenbaar maken. Gelet op het feit dat ons Bestuur de reacties moet bundelen en eventueel van reactie moet voorzien, ten behoeve van de behandeling in het Algemeen Bestuur op 1 juli 2021, verzoeken wij u uiterlijk 21 juni 2021 uw zienswijze in te sturen. Voorstellen Het Dagelijks Bestuur van de ODRN stelt het Algemeen Bestuur voor in te stemmen met bijgevoegde begrotingswijziging I 2021 en de begroting 2022 en deze vast te stellen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Voor vragen kunt u terecht bij mevrouw Jacqueline Tiemens, telefonisch bereikbaar op 06-52 78 07 30 en per mail via jacqueline.tiemens@odrn.nl. Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen, namens deze Marieke Prins Secretaris 3
ODRN Begroting 2021 Wijziging I april 2021
Versie: Algemeen Bestuur 1 juli 2021
1
1. Inleiding We leggen u een begrotingswijziging voor waarmee we de begroting 2021 actualiseren. We stellen voor de baten en de lasten 2021 met € 912.000 op te hogen. Met deze wijziging willen we de begroting 2021 aan laten sluiten op de geactualiseerde werkplannen 1. Deze plannen maken inzichtelijk dat we blijven groeien. Met de bijstelling van de baten, begroten we in 2021 € 23,6 mln. aan baten. Dat is een toename van 8% ten opzichte van de realisatie 2020 ( € 21,9 mln.). Deze groei wordt enigszins vertekend door de ontwikkelbijdrage. Zonder rekening te houden met deze bijdrage groeien we van € 21,4 mln. in 2020 naar € 22,1 mln. in 2021, +3 %. Deze groei komt voornamelijk door de indexering in 2021. Verder boeken we met deze wijziging een pakket aan bezuinigingsmaatregelen en meevallers en houden we rekening met een aantal extra kostenposten. Het betreft de volgende posten: in € * 1000 Verjonging personeelsbestand Minder inhuur Facilitair ICT Facilitair repro Huisvesting terugbrengen aantal gehuurde m2 Huisvestingskosten inrichting en onderzoek Lagere reiskosten Nekmassages en abonnementen Subtotaal bezuinigingen en meevallers Professionalisering ODNL Inspectieview milieu Thuiswerkvergoeding Subtotaal verwachte extra uitgaven Totaal
2021 (80) (120) (60) (30) (43) 43 (70) (15) (375) 10 10 45 65 (310)
We stellen voor om het saldo van deze mee- en tegenvallers2 toe te voegen aan ons ontwikkelbudget. We zijn van plan om ons zaaksysteem te vervangen en willen deze middelen daarvoor bestemmen. Deze vervanging en ook een aantal andere onderdelen van de ontwikkelagenda worden uitgevoerd in 2022 en 2023. We doen daarom het voorstel de ontwikkelbijdrage en daarbij behorende lasten in 2021 te verlagen. We zullen in de meerjarenbegroting vanaf 2022 voorstellen deze bedragen weer aan de begroting van 2022 en 2023 toe te voegen. We zullen u nog concrete plannen voor de inzet voorleggen. Tenslotte ramen we met deze begrotingswijziging de onttrekking aan de bestemmingsreserve in 2021 en actualiseren we ook een aantal begrotingsposten zoals: kapitaallasten, subsidies en uitgaven stelseltaken. Dit voorstel nemen we mee in de zienswijzeprocedure van de begroting 2022.
1 Op basis van de werkplannen medio maart 2020. Kleine aanpassingen nadien zijn mogelijk niet meer verwerkt. De werkplannen zijn leidend voor de afspraken met onze opdrachtgevers. 2 Een positief effect van bezuinigingen is tijdelijk. In de meerjarenbegroting vanaf 2022 blijven we bezuinigen maar begroten we een sluitend saldo. We moeten het effect van de bezuinigingen inzetten om de indexering van de loonsom, inhuur en materiële kosten te dekken. Deze kunnen we niet dekken met extra baten omdat de indexering volgens de begrotingsrichtlijnen van 0,24% niet leidt tot een aanpassing van onze uurtarieven. Het effect hiervan valt weg in de afronding.
2
2. Begroting 2021 2.1 Financiële begroting 2021 We stellen voor de lasten en de baten 2021 met afgerond € 912.000 te verhogen. In onderstaande tabel geven we de jaarcijfers 2020 en de initiële begroting, de voorgestelde mutaties en de bijgestelde begroting over 2021 weer:
nr.
Omschrijving
Jaarrekening 2020
1 Salariskosten Opleidingskosten 2 Inhuur 3 Piofah taken gastheer 4 Kapitaallasten 5 Overige materiele kosten 6 Bijdrage regionaal stelsel 7 Ontwikkelprogramma Totaal lasten
Initiële begroting 2021
Mutaties 2021 -80.000
Bijgestelde begroting 2021
12.181.310 14.283.261 156.608 181.000 4.214.844 1.988.739 2.725.000 2.900.000 433.982 336.000 843.731 922.000 266.228 276.000 602.171 1.817.000
1.284.000 -73.665 44.000 26.955 60.000 -349.105
14.203.261 181.000 3.272.739 2.826.335 380.000 948.955 336.000 1.467.895
21.423.874 22.704.000
912.186
23.616.186
baten nr.
Omschrijving
Jaarrekening 2020
8 8 8 9 10 7
Bovenregionale taken Bijdrage deelnemers Provincie Overijssel BRZO Diverse opdrachten Subsidies Bijdrage Ontwikkelprogramma Vrijval voorziening harmonisatietoelage 11 Onttrekking bestemmingsreserve Totaal baten Rekening-/begrotingssaldo
3
Initiële begroting 2021
807.260 950.000 19.374.434 18.873.000 758.999 864.000 22.601 297.351 300.000 502.171 1.717.000
2021
Bijgestelde begroting 2021
381.208 820.234 -12.022 233.269 112.195 -659.105
1.331.208 19.693.234 851.978 233.269 412.195 1.057.895
Mutaties
81.136
0
63.593 21.907.545 22.704.000 483.671
0
36.407 912.186
36.407 23.616.186
0
0
2.2 Toelichting op de begrotingsposten
Ad 1. Salariskosten, € 80.000 voordeel We hebben jong personeel aangetrokken waardoor we (tijdelijk) een voordeel op de loonsom boeken door een lagere anciënniteit. Dat levert in 2021 een besparing op van ongeveer € 80.000.
Ad 2. Extra inhuur als gevolg van hogere baten, € 1.284.000 (€ 1.404.000 - € 120.000) nadeel Hogere inkomsten als gevolg van bijstelling van de werkplannen leiden tot extra inhuuruitgaven die we met deze wijziging in onze begroting 2021 opnemen. Hiervoor willen we het inhuurbudget met € 1.404.000 verhogen. We hebben ons ook ten doel gesteld minder in te huren en boeken een bezuiniging op inhuur in van € 120.000. Met deze mutaties komt de begrote inhuur 2021 op afgerond € 3.273.000. Dit is € 1 mln. lager dan de realisatie in 2020. In percentage van de totale salariskosten en inhuur begroten we in 2021 een aandeel inhuur van 19% (realisatie 2020 26%): in € * 1.000 Salariskosten Inhuur derden
Realisatie 2020 12.181 74% 4.215 26%
Begroot 2021 14.203 81% 3.273 19%
Totaal
16.396
17.476
100%
100%
Ad 3. PIOFAH-taken, € 73.665 voordeel We zijn van plan3 het aantal m2 huur vanaf 1 september 2021 terug te brengen. Dit levert een besparing op huur, servicekosten en facilitaire kosten van € 43.665. Met deze besparing dekken we kosten voor de thuiswerkvergoeding, zie ad 5 Daarnaast boeken we een besparing van € 30.000 op reprokosten in. Als gevolg van thuiswerken verwachten we lagere uitgaven hiervoor.
Ad 4. Kapitaalasten, € 44.000 nadeel Onze afschrijvingslasten zijn te laag begroot. In 2019 hebben we veel verhuiskosten geactiveerd. We stellen voor dit budget met € 44.000 op te hogen.
Ad 5. Overige materiële kosten, € 26.955 nadeel Dit betreft materiële kosten die wij niet via de gastheer afnemen, zoals: reiskosten woon-werkverkeer, kosten dienstreizen, abonnementen, portokosten, representatiekosten, advertentiekosten werving personeel en drukwerk. De mutaties op deze post geven we weer in onderstaande tabel en lichten we vervolgens toe: in € * 1.000
2021
Diverse projecten
100
3
4
Definitieve besluitvorming hierover vindt eind april 2021 plaats.
in € * 1.000
2021
Bezuiniging facilitair ICT
(60)
Bezuiniging lagere reiskosten
(70)
Bezuiniging nekmassages en abonnementen
(15)
Actualiseren uitgaven bovenregionaal stelsel
(40)
Thuiswerkvergoeding
45
Inrichtingskosten huisvesting
26
Advies huisvesting
18
Communicatie 6 BRZO OD’s.
23
Totale mutatie
27
We hogen de materiële lasten op met € 100.000 voor materiële uitgaven die we in het kader van diverse projecten aan onze opdrachtgevers doorbelasten. Dit betreft bijvoorbeeld kosten van piketdiensten, materiaalmonsters, laboratoriumonderzoeken of advieskosten over asbestsanering of pfas. Ook betalen we hiervan advieskosten van andere stelsel OD’s en kosten die de ODRA ons voor bijvoorbeeld het abonnement Landelijk Meldpunt Afvalstoffen in rekening brengt. Deze kosten waren eerder niet begroot. Verder voeren we een aantal bezuinigingen door: We hebben diverse ICT-contracten in ons gastheerschap overeenkomst ondergebracht. Dat levert een besparing op van structureel € 60.000. Als gevolg van Covid-19 verwachten we in 2021 € 70.000 lagere reiskosten. We hebben het aanbieden van nekmassages aan onze medewerkers beëindigd en we gaan besparen op abonnementen. Dit levert € 15.000 op. De uitgaven bovenregionaal stelsel zijn te laag begroot. We hevelen € 40.000 van materieel budget naar het budget voor stelseltaken over om dit budget op peil te brengen. Verder houden we rekening met een thuiswerkvergoeding van jaarlijks € 45.000. We begroten ook een post voor inrichtingskosten huisvesting van € 26.000.
Het gaat om kosten die we moeten maken in verband met het voornemen het aantal m2 huur vanaf 1 september 2021 te verminderen.4 We hebben een bureau gevraagd ons te adviseren over de huisvesting in het kader van het nieuwe werken. De kosten hiervoor, € 18.000, nemen we in de begroting op. Ten slotte begroten we een bijdrage aan communicatiekosten voor de BRZO OD’s van jaarlijks € 23.000.
Ad 6 Bijdrage regionaal stelsel, € 60.000 nadeel In het Gelders Stelsel van Omgevingsdiensten hebben we diverse programmatische bovenregionale taken belegd. De ODRN deelt mee in de kosten. We hebben de begroting geactualiseerd (de kosten waren te laag begroot) en we begroten extra kosten in verband met de professionalisering van de ODNL en met extra uitgaven inspectieview milieu.
4 We houden daarnaast bij de raming van de afschrijvingslasten rekening met een indicatief bedrag voor verbouwingsinvesteringen als gevolg van
de aangepaste huisvesting.
5
De mutaties op deze post geven we weer in onderstaande tabel: In € * 1.000
2021
Professionalisering ODNL
10
Inspectieview milieu
10
Actualiseren uitgaven bovenregionaal stelsel
40
Totale mutatie
60
Ad 7. Bijstelling ontwikkelbijdrage 2021 en overhevelen ontwikkelbijdrage naar 2022, lasten € 349.105 voordeel en baten € 659.105 nadeel Het Algemeen Bestuur heeft op 4 november 2020 besloten € 8 ton van het ontwikkelbudget van 2020 naar 2021 over te hevelen. Uiteindelijk hebben we in 2020 € 897.895 Niet ingezet. We stellen voor het verschil van € 97.895 aanvullend in de begroting 2021 op te nemen. We hebben de inzet van de budgetten in 2021 geactualiseerd. We verwachten in 2021 niet het volledige budget in te zetten en verzoeken om verlaging van de begrote ontwikkelbijdrage en ontwikkelkosten met € 757.000. We stellen in de begroting 2022 voor dit bedrag weer in de begroting op te nemen, zodat we in 2022 en 2023 met de ontwikkelopgave door kunnen gaan. Ten slotte verzoeken we de besparingen van € 310.000 (zie inleiding) in te zetten voor de ontwikkelopgave en doen we het voorstel dit aan het ontwikkelbudget toe te voegen. Het effect van deze mutaties op baten en lasten geven we onderstaand weer: In €* 1.000 Actualiseren budget 2021 Ophogen budget 2021 Doorschuiven naar 2022
Baten 98 (757)
Lasten 98 310 (757)
Totaal
(659)
(349)
Met bovengenoemde mutaties begroten we in 2021 een ontwikkelbijdrage van in totaal € 1.468.000. In onderstaande tabel geven we per deelnemer weer hoe we van de initiële begroting komen tot de bijgestelde begroting in 2021.
in € * 1000
GEMEENTE BERG EN DAL GEMEENTE BEUNINGEN GEMEENTE DRUTEN GEMEENTE HEUMEN GEMEENTE NIJMEGEN GEMEENTE WIJCHEN
5 Conform begroting 2021 6 Conform jaarrekening 2020 7 Verdeling op basis van baten 2021
6
Initiële begroting Overgeheveld 20215 van 20216
Aanvulling 20217
Naar 2022 en 2023
Bijgestelde begroting 2021
IV -78 -49 -18 -34 -285 -28
I + II + III + IV 144 93 34 61 514 54
I
II
III
94 59 22 41 345 34
96 60 22 41 335 35
32 23 7 13 118 13
PROVINCIE GELDERLAND
322
308
104
-266
469
Totaal
917
898
310
-757
1.368
Inzet opleidingsbudget 2021
100 1.468
We zullen u separaat rapporteren over de voorgestelde inzet van deze middelen.
Ad 8 Aanpassing van de begrote baten op de werkplannen, € 1.189.000 voordeel (deelnemers € 820.000, provincie Overijssel - € 12.000 en stelsel OD’s € 381.000) De werkplannen 20218 geven aanleiding de baten 2021 met € 1.189.000 op te hogen. In onderstaande tabel geven we een specificatie van de aanpassing naar opdrachtgever: Opdrachtgever
Huidige begroting
Wijziging
Nieuwe begroting
Gemeente Berg en Dal
1.952
74
2.026
Gemeente Beuningen
1.315
143
1.458
Gemeente Druten
471
5
476
Gemeente Heumen
773
23
796
Gemeente Nijmegen
7.213
306
7.519
Gemeente Wijchen
795
20
814
Provincie Gelderland
6.355
249
6.604
18.873
820
19.693
Subtotaal deelnemers Provincie Overijssel
864
852
864
(12) (12)
852
OMG.DIENST VELUWE IJ
103
(7)
96
OMG.DIENST ARNHEM
77
433
510
OMG.DIENST.NOORD-VEL
160
30
190
OMGEVINGS DE VALLEI
189
(43)
146
OMG RIVIERENLAND
102
(13)
89
OMG ACHTERHOEK
319
(19)
300
950
381
1.331
20.687
1.189
21.876
Subtotaal provincie Overijssel
Subtotaal stelsel OD’s Totaal
8 Op basis van de werkplannen begin maart 2021. Kleine wijzigingen nadien zijn niet meer meegenomen. De afspraken in de werkplannen zijn
uiteindelijk bepalend voor onze inzet.
7
De grootste bijstellingen betreft:
Omgevingsdienst Arnhem (ODRA) + € 433.000. Bedragen voor aandachtsbedrijven zijn toegevoegd. Provincie Gelderland + € 249.000. Er is sprake van diverse mutaties. Belangrijkste aanvulling op het werkplan betreft het project Samen Sterk van € 320.000 Gemeente Nijmegen +€ 306.000. Bedragen voor onder andere de projecten kamerverhuur, energie zijn aan het werkplan 2021 toegevoegd.
Ad 9 Diverse projecten, € 233.269 voordeel Diverse baten uit detacheringsovereenkomsten en incidentele baten bij kleine opdrachtgevers zijn niet in de werkplannen/begroting opgenomen. We nemen € 1,3 ton op voor baten in het kader van een detacheringsovereenkomst die geen onderdeel uitmaakt van de werkplannen. De lasten hiervan zijn al begroot onder personele lasten. We hogen de baten en lasten met een stelpost van € 1 ton op voor overige baten van incidentele opdrachtgevers en van kleine posten die niet in de werkplannen zijn opgenomen.
Ad 10 Bijstellen subsidies, € 112.195 voordeel We stellen de begrote subsidies bij op basis van de beschikkingen en afspraken. Per saldo geeft dit een positief effect op de baten van € 112.000. De mutaties blijken uit onderstaande tabel:
Omschrijving
2021
Initiële begroting
(300)
Communicatie 6 BRZO OD’s.
70
Programma IPO-MJA-BRZO 6OD’s
205
IOV6-Ontwikkelen REV
32
Omgevingsveiligheid Cluster 1 BRZO
105 112
Voor communicatiekosten moeten we waarschijnlijk zelf ook een aandeel bijdragen. We nemen hiervoor bij de lasten € 23.000 in onze begroting op, zie ad 5.
Ad 11 Onttrekking bestemmingsreserve, voordeel € 36.407 Bij besluit van het Algemeen Bestuur (juli 2018) is een bestemmingsreserve gevormd door € 100.000 van het positief exploitatiesaldo niet uit te keren maar te reserveren ten behoeve van de energietransitie. Het programma is in 2019 en 2020, mede door Covid-19, niet volledig tot uitvoer gekomen. In 2020 hebben we de bestemmingsreserve voor € 63.593 ingezet. Hierover heeft het Algemeen Bestuur op 16 december 2020 een besluit genomen. Het resterende bedrag van € 36.407 zal in 2021 worden gebruikt om het bijgestelde programma uit te voeren. Met deze wijziging vertalen we dit voornemen in de begroting 2021.
8
Bijlage 1 Begroting 2021 AB 13 juli 2020, mutaties 2021 en huidige begroting
in € * 1.000 AB/DB besluit AB 13 juli 2020 AB 13 juli 2020 AB 13 juli 2020 AB 13 juli 2020 AB 13 juli 2020 AB 13 juli 2020 AB 13 juli 2020 AB 13 juli 2020 AB 13 juli 2020
Personele lasten Inhuur derden Afschrijvingen Ontwikkelbudget Opleidingen Gastheer Bovenregionaal Materiële lasten Baten
Totaal Mutaties: DB 16 dec 2020 formatie op orde DB 22 febr 2021 tactisch leidinggevende OD20 AB 4 nov 2020 overhevelen ontwikkelbudget DB 16 dec 2020 formatie op orde DB 22 febr 2021 tactisch leidinggevende OD20 DB 16 dec 2020 formatie op orde AB 4 nov 2020 overhevelen ontwikkelbudget
-
Personele lasten Personele lasten Ontwikkelbudget Inhuur derden Inhuur derden Opleidingen Baten
Totaal Huidige begroting9 Huidige begroting Huidige begroting Huidige begroting Huidige begroting Huidige begroting Huidige begroting Huidige begroting Huidige begroting Huidige begroting Totaal
9 (excl. wijziging in dit voorstel)
9
2021 12.424 3.884 336 1.017 145 2.900 276 922 -21.904
1.801 58 800 -1.837 -58 36 -800 -0
Personele lasten Inhuur derden Afschrijvingen Ontwikkelbudget Opleidingen Gastheer Bovenregionaal Materiële lasten Baten
14.283 1.989 336 1.817 181 2.900 276 922 -22.704 -
ODRN Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025
Versie Algemeen Bestuur 1 juli 2021
Begroting 2022
Inhoudsopgave
1. DE ODRN IN 2022 __________________________________________ 4 2. INLEIDING ________________________________________________ 5 3. PROGRAMMA’S ____________________________________________ 6 3.1
Programma Vergunningverlening ______________________________________________________ 7
3.2
Programma Handhaving en Toezicht____________________________________________________ 9
3.3
Programma Brzo ___________________________________________________________________ 11
3.4
Samen Sterk ______________________________________________________________________ 12
3.5
Programma advisering ______________________________________________________________ 15
3.6
Ontwikkelprogramma ______________________________________________________________ 15
3.7
De programmabegroting ____________________________________________________________ 17
4. FINANCIËLE BEGROTING 2022, MEERJARENRAMING 2023-2025 ____ 18 4.1
De gehanteerde uitgangspunten ______________________________________________________ 18
4.2
De wijzigingen in de meerjarenbegroting 2022-2025 ______________________________________ 20
4.3
Financiële meerjarenbegroting 2022-2025 ______________________________________________ 21
4.4
Toelichting op de begrotingsposten ___________________________________________________ 22
4.5
Overzicht overhead ________________________________________________________________ 28
4.6
Het overzicht van lasten en baten per taakveld __________________________________________ 29
4.7
Geprognosticeerde meerjarenbalans ultimo 2020 tot en met ultimo 2022 ____________________ 30
5. PARAGRAFEN_____________________________________________ 31 5.1
Paragraaf weerstandscapaciteit en risicobeheersing ______________________________________ 31
5.2
Paragraaf Financiering ______________________________________________________________ 31
5.3
Paragraaf Bedrijfsvoering ____________________________________________________________ 33
5.4
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ________________________________________________ 35
6. BIJLAGE _________________________________________________ 36 6.1
Bijlage Begroting 2021 AB 13 juli 2020, mutaties en huidige begroting _______________________ 36
6.2
Bijlage aanpassingen Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 _______________________ 37
6.3
Bijlage bezuinigingsmaatregelen, meevallers en verwachte extra uitgaven ____________________ 38
6.4
Bijlage Verklarende woordenlijst ______________________________________________________ 40 2
Begroting 2022
3
Begroting 2022
1. De ODRN in 2022 Voor u ligt de begroting 2022. Een jaar waarin we, na een intensieve voorbereiding, samen met onze partners zullen starten met het werken met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen. Dat zal ondanks de goede voorbereiding het nodige van ons allen vergen. We zullen moeten gaan inspelen op veranderende omstandigheden en wendbaar zijn. Dat betekent dat we soms stappen zullen zetten los van de gebaande en vertrouwde paden, waar dat nodig is. We gaan onze Ontwikkelagenda verder uitvoeren en bovendien van een nieuw perspectief voorzien, iets wat voortvloeit uit de omgevingswet maar wellicht ook volgend uit het rapport van Van Aartsen. Deze ontwikkelingen hebben immers ook grote invloed op de synergie met onze partners. Uiteraard blijven we alert om de financiën van ODRN op orde te houden, waarbij we bezuinigen waar dat verstandig en mogelijk is. We willen daarbij open en transparant zijn maar ook reëel. We zullen nu ook het onderdeel ‘datagestuurd werken’ vorm gaan geven. Dit hebben we nodig om het risicogestuurd werken te verbeteren zodat we effectiever onze middelen kunnen inzetten. Zeker in een tijd waarin de spanning tussen de opgaven, waarvoor we gezamenlijk staan, en de beschikbare financiële middelen goed voelbaar is zal dit ons helpen om een aanvaardbaar niveau aan inzet te kunnen blijven hanteren.
Ook het nieuwe zaaksysteem zal daaraan een bijdrage gaan leveren. In maart 2022 zullen verkiezingen voor de raden van de gemeenten plaatshebben. Daarnaast zal vlak erna de definitieve invulling van het directie plaats gaan hebben. Beide zullen tijdig de nodige aandacht van ons vragen om er voor te zorgen dat een overgang naar een nieuw bestuur én directie soepel zal verlopen. Zoals voor vele organisaties is het ook voor ons lastig om deskundig personeel in huis te halen maar ook te houden. Om onze taken en opgaven goed te kunnen blijven vervullen dienen wij een aantrekkelijke werkgever te blijven. Dat vergt, zeker in een tijd waarin de middelen schaars zijn, inventiviteit. We willen verder gaan verkennen hoe samenwerking met andere partners, waaronder andere omgevingsdiensten, daaraan kan bijdragen. Juist op belangrijke terreinen van verbeteren van veiligheid en duurzaamheid en het tegengaan van ondermijning is een dergelijke samenwerking inspirerend en noodzakelijk, maar ook passend in de gedachte van de omgevingswet. Kortom: 2022 stelt ons voor uitdagingen die we met professioneel optimisme tegemoet treden.
Het dagelijks bestuur van de ODRN, Jan van der Meer Noël Vergunst Nelson Verheul René Waas
4
Begroting 2022
2. Inleiding De ODRN werkt voor verschillende gemeenten, twee provincies en voor andere omgevingsdiensten. Met elke opdrachtgever afzonderlijk maken we afspraken over wat we gaan doen en welke onderwerpen daarbij prioriteit hebben. Dat ligt vast in de werkplannen. Soms is maatwerk nodig voor onderwerpen die hoog op de agenda van een specifieke gemeente staan. Maar veel aandacht gaat nu vooral naar de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging. De invoering van de Omgevingswet (zoals het er nu naar uitziet per 1-1-2022) brengt veranderingen mee, die in de komende jaren worden ingevoerd. Gemeenten hebben tot en met 2024 de tijd voor hun Omgevingsvisie, en tot en met 2029 voor het Omgevingsplan. De ODRN werkt daar op hun expertonderdelen aan mee. Daarvoor is het nodig dat onze medewerkers goed zijn opgeleid en over de jongste inzichten in wet- en regelgeving beschikken. Dat staat dan ook centraal in 2022. Ook met de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen verandert er veel. Niet de ODRN maar de initiatiefnemer zorgt voor de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw. Daarvoor in de plaats komen twee andere taken: de toets op de risicobeoordeling en de toets van het dossier van het bevoegd gezag. Die komen bij de ODRN te liggen. Voor de ODRN als organisatie gaan we gedurende 2022 voort op het traject van de Ontwikkelagenda.
De stappen die al gezet zijn hebben verbetering gebracht maar we hebben ook de ambitie ODRN steeds te blijven verbeteren.
5
Begroting 2022
3. Programma’s Toelichting We gaan in op de volgende programma onderdelen/projecten: 3.1 Programma Vergunningverlening 3.2 Programma Handhaving en Toezicht 3.3 Programma BRZO 3.4 Samen Sterk 3.5 Advisering 3.6 Ontwikkelprogramma Bij de programmateksten gaan we in op de volgende vragen: Wat doen we voor wie? Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen?
In paragraaf 3.7 beantwoorden we met de programmabegroting 2022 de vraag, wat mag dat kosten? We geven inzicht in prestatie-indicatoren. Deze geven een indicatie van onze doelstellingen en in de kwaliteit van het functioneren van de ODRN. De indicatoren zijn samen met de andere Omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel en in overleg met onze opdrachtgevers bepaald.
6
Begroting 2022
3.1 Programma Vergunningverlening Wat doen we voor wie? Voor de gemeenten Nijmegen, Beuningen, Berg en Dal, Heumen en de Provincie Gelderland verzorgen we ‘Wabo-breed’ de vergunningverlening. De activiteiten beslaan de onderdelen BRIKS (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen) en Milieu. Daarnaast verlenen we voor de gemeente Nijmegen op grond van de APV, de Huisvestingswet en de Leegstandswet, enkele speciale vergunningen (bouwobjecten, woningonttrekking en leegstandsvergunning). De gemeenten Druten en Wijchen hebben uitsluitend de milieutaak aan de ODRN uitbesteed. Ook leveren we het milieu-advies voor de omgevingsvergunningen voor de zogeheten complexe gemeentelijke bedrijven buiten onze eigen regio in de hele provincie Gelderland. Een bijzondere (wettelijke) taak hebben we voor de Brzo1- en Rie-4-bedrijven, als een van de zes landelijke Brzo-OD’s. We zijn verantwoordelijk voor het volledige VTH-pakket van BRZO-inrichtingen voor de provincies Gelderland en Overijssel. Tot slot adviseren we bij de handhaving op de bouw bij provinciale inrichtingen. Wat willen we bereiken?
1
We zorgen ervoor dat de vergunningsaanvragen binnen de daarvoor afgesproken termijn worden afgehandeld. We voorkomen dat een vergunning ’van rechtswege’ wordt verleend. We zorgen ervoor dat de vergunningen kwalitatief goed zijn om in een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure overeind te blijven. We leveren binnen de afgesproken tijd kwalitatief goede adviezen op milieuaspecten op verzoek van onze opdrachtgevers.
Met de inwerkingtreding van de omgevingswet zal het begrip BRZO-bedrijf vervangen worden door SEVESO-inrichting
7
Begroting 2022
Indicatoren Vergunningverlening2 realisatie 2020
doelstelling 2021
2022
2023
2024
2025
% Wabo vergunning aanvragen binnen wettelijke termijn ten opzichte van alle Wabo vergunningaanvragen
93%
90%
90%
90%
90%
90%
% actuele omgevingsvergunningen milieu ten opzichte van alle omgevingsvergunningen milieu in het inrichtingenbestand
Niet bekend
80%
80%
80%
80%
80%
Voor de bedrijven met bevoegd gezag Provincie Gelderland zijn aanvullend specifieke indicatoren afgesproken in het programma Complexe Vergunningverlening, zie 3.4.2.
Wat gaan we daarvoor doen? Op basis van trends, ervaring en kennis van ontwikkelingen bij onze opdrachtgevers maken we samen met de opdrachtgevers een inschatting van het toekomstig aantal vergunningen en adviezen. Dit leggen we vast in een werkplan met onze opdrachtgevers. Op basis hiervan zorgen we voor voldoende en goed personeel, zodat we volgens de indicatoren kunnen werken. De daadwerkelijke hoeveelheid vergunningen die we leveren is uiteraard afhankelijk van de vraag naar vergunningen van burgers en bedrijven en anderen. We behandelen en verlenen niet alleen omgevingsvergunningen, we adviseren ook op verschillende vakgebieden/onderdelen, zoals bodem, lucht & geur, geluid, externe veiligheid en bijdragen aan bestemmingsplanparagrafen. We zorgen ervoor dat zowel de vergunningverlening als de advisering wordt uitgevoerd door medewerkers die voldoen aan de geldende kwaliteitseisen. Voor de uitvoering van de complexe vergunningverlening werken we samen met de zes andere Omgevingsdiensten in Gelderland. De werkwijze is in hoofdlijn dat de ODRN de (deel) vergunning opstelt en deze als een advies aan de andere Omgevingsdienst geeft. Deze dienst (of één van zijn partners) heeft het mandaat om de omgevingsvergunning namens het bevoegd gezag te tekenen en te verzenden. We verwachten dat de invoering van de Omgevingswet invloed heeft op het aantal vergunningaanvragen.
Voor Bouwen kunnen vergunningplichtige activiteiten Bouwbesluittoetsvrij of zelfs vergunningsvrij worden. De precieze gevolgen kunnen we nog niet aangeven (zie ook paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing). Daarnaast wordt naar verwachting de Wet Kwaliteitsborging ingevoerd. De gevolgen hiervan zijn wel beperkter dan van de invoering van de Omgevingswet.
2 Bij het opstellen van een nieuw VTH beleid in 2021, zullen we nagaan in hoeverre de KPI’s stroken met VTH-beleidsregels van opdrachtgevers. We zullen eventueel voorstellen doen voor uniformering.
8
Begroting 2022
3.2 Programma Handhaving en Toezicht Wat doen we voor wie? Voor alle partners stellen we een jaarlijks uitvoeringsprogramma op. Daarin staan zowel bedrijven die we controleren als projecten die we uitvoeren. Alle bedrijven zijn ingedeeld in categorieën (A1 t/m D4/5), die oplopen in complexiteit. Daarnaast voeren we voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Nijmegen en provincie Gelderland en Overijssel de BRIKS-controles uit. Wat willen we bereiken?
Het uitvoeren van het werkplan zoals we dat afgesproken hebben. Het naleefgedrag verbeteren door goed en slagvaardig te werken Gemelde milieu- en bouwklachten snel en adequaat in behandeling nemen.
Indicatoren handhaving en toezicht3
1. Geplande bezoekfrequentie Wabo gerealiseerd
Realisatie 2020
doelstelling 2021
2022
2023
2024
2025
Niet bekend
90%
90%
90%
90%
90%
2. Volledige naleving na 1e milieucontrole Volledige naleving na 1e BRIKS-controle
57% 78%
60%
60%
60%
60%
60%
3. Klachtmeldingen binnen 2 weken na klacht afgehandeld
87%
80%
80%
80%
80%
80%
4. Hercontroles uitgevoerd binnen drie weken na afloop hersteltermijn
55%
75%
75%
75%
75%
75%
5. Overtredingen opgeheven binnen de hersteltermijn die in handhavingbesluit is geformuleerd
70%
85%
85%
85%
85%
85%
Wat gaan we daarvoor doen? We werken informatie- en risico gestuurd. We bepalen aan de hand van een inschatting van de risico’s hoe vaak en intensief we milieu- en bouwinspecties uitvoeren. Als we daar aanleiding toe zien, houden we ook steekproefsgewijs of themagericht toezicht. Bij overtredingen gebruiken we de bestuursrechtelijke instrumenten om de overtreding te stoppen. Bij de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak is de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) leidend. Medewerkers zullen ook in 2021 opleidingen volgen om te kunnen blijven voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor toezicht en handhaving.
3 Bij het opstellen van een nieuw VTH beleid in 2021, zullen we nagaan in hoeverre de KPI’s stroken met VTH-beleidsregels van opdrachtgevers. We zullen eventueel voorstellen doen voor uniformering.
9
Begroting 2022
De beschikbare milieuhandhavingscapaciteit zetten we in voor het uitvoeren van reguliere milieucontroles en afhandeling van milieuklachten en handhavingsverzoeken. Daarnaast zetten we capaciteit in voor projecten. Dit gaat om zowel regionale als provinciale projecten binnen het stelsel van de zeven Gelderse omgevingsdiensten. Binnen het stelsel is dat in ieder geval het Ketentoezicht bij de gezamenlijk afgesproken branches (maximaal drie). Daarnaast zijn er nog een paar belangrijke regionale projecten, zoals de Vierdaagseweek, de eindejaarscontroles bij vuurwerkverkooppunten en controles, gericht op energiebesparende maatregelen. Een belangrijk speerpunt is de aanpak van criminaliteit. We werken daarbij projectmatig samen met andere ketenpartners. Daarbij zetten we zowel milieu- als bouwinspecteurs in. We inspecteren de uitvoering van bouwplannen voor bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning is verstrekt en inspecteren bestaande bouwwerken wanneer daarvoor aanleiding bestaat. De frequentie van het toezicht leiden we af van het handhavingsbeleid van de opdrachtgevers en hangt ook af van de aard van het bouwwerk. Ook houden we toezicht om illegale (ver)bouw te voorkomen, op voorschriften die gaan over het slopen van een bouwwerk (inclusief asbestverwijdering) en het plaatsen van reclame. Ten slotte hebben sommige opdrachtgevers een eigen project aangebracht.
10
Begroting 2022
3.3 Programma Brzo
Wat doen we voor wie? De uitvoering van de VTH-werkzaamheden voor Brzo-bedrijven is in Nederland belegd bij zes Brzo-OD’s. De ODRN is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle VTH-werkzaamheden voor de majeure risicobedrijven in de provincies Gelderland en Overijssel (landsdeel Oost). Het gaat om bedrijven die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (Brzo) en om bedrijven die vallen onder categorie 4 van Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE4). Het gaat om in totaal 60 bedrijven. Waarvan 44 bedrijven in Gelderland en 16 in Overijssel. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet zal het begrip Brzo-bedrijf vervangen worden door SEVESO-inrichting. Wat willen we bereiken? De interprovinciale (IPO) bestuurlijke adviescommissie (BAC) MTH stelt jaarlijks het uitvoeringsprogramma Brzo vast. Dit programma maakt onderdeel uit van de meerjarenagenda (MJA) Brzo 2020-2023. Met de MJA hebben de provincies aangegeven dat zij, samen met de zes Brzo Omgevingsdiensten, werken aan een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Brzo- en RIE4-bedrijven en een gezamenlijk landelijk speelveld willen ontwikkelen. De samenwerking tussen de zes Brzo-OD’s heeft dan ook als doel te werken alsof zij één dienst zijn in een excellente uitvoering van onze werkzaamheden. In het landelijk programma worden projecten uitgevoerd die de taakuitvoering bij de Brzo-OD’s optimaliseren.
Daar waar in het IPO-MJA-programma wordt gewerkt aan optimalisatie in de uitvoering bij Brzo-OD’s, wordt voor de integrale uitvoering met Brzo-partners een Brzo+ programma uitgevoerd. In het Bestuurlijk Omgevingsberaad is een gezamenlijk meerjarenvoorstel 2021-2024 vastgesteld voor versterking van omgevingsveiligheid in clusters. Hierin is onder Cluster 1 BRZO+ ondergebracht. De ambitie van het BRZO+ samenwerkingsverband is om de veilige operatie van risicovolle bedrijven en installaties op een hoger niveau te brengen vanuit de invalshoeken veiligheid, gezondheid en milieu.
Wat gaan we daarvoor doen? Onze Brzo-activiteiten kennen drie niveau’s. 1. 2.
3.
We voeren de VTH-taken, dat wil zeggen Wabo-vergunningverlening en zowel Wabo- als Brzo-toezicht & handhaving uit bij Brzo-bedrijven in regio Oost NL. We leveren een bijdrage aan de uitvoering van de twee landelijke ontwikkelprogramma’s: Programma Brzo6-OD’s en programma Brzo+. Dit doen we door het leveren van landelijk projectleiders en de inbreng van specialistische kennis op het gebied van externe veiligheid, lucht&geur, geluid, bodem, afval en water. We zorgen via een programma Brzo Oost voor: implementatie van de landelijk vastgestelde projectresultaten binnen de ODRN. regionale afstemming en samenwerking met ketenpartners RWS, Waterschappen, Veiligheidsregio’s, ISZW, ILT en OM. Brzo-medewerkers die gekwalificeerd en gecertificeerd zijn via een hoogwaardig landelijk opleidingsprogramma. Actieve communicatie en kennisdeling over Brzo-activiteiten Aansturing van genoemde activiteiten via programmamanagement
11
Begroting 2022
Wat mag dat kosten? Het landelijk programma dat met de 6 Brzo OD’s wordt uitgevoerd maakt onderdeel uit van de meerjarenagenda (MJA) Brzo 2020-2023 en financiering hiervan is vastgesteld in het Interprovinciale overleg (IPO). De optimalisatie van de integrale uitvoering met Brzo-partners wordt uitgevoerd in een Brzo+ programma. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad heeft een meerjarenvoorstel 2021-2024 vastgesteld waarin onder Cluster 1 BRZO+ is ondergebracht. Het ministerie I&W financiert de bijdrage van de Brzo-OD’s aan het Brzo+ programma. De opdrachtgevers provincie Gelderland (60%) en provincie Overijssel (40%) hebben via een gedeeld budget in het werkplan een implementatieprogramma Brzo Oost afgesproken met de ODRN. Activiteit In € * 1.000 Uitvoering VTH Omgevingsveiligheid Cluster 1 Brzo, kassier ODNL IPO MJA, kassier DCMR Communicatie 6 Brzo OD’s, kassier DCMR Brzo Oost, Werkplan Gld en Ov Totaal ODRN
Begroting 2022
105 205 70 274 654
3.4 Samen Sterk In 2020 is een plan Samen Sterk opgesteld voor de verbetering van de bestaande samenwerking op VTHgebied tussen de uitvoerende partijen ODRA, ODRN en de afdeling VVHH van de provincie Gelderland, maar ook voor de samenwerking tussen de provincie Gelderland als opdrachtgever en de drie uitvoerende partijen als opdrachtnemer. ODRA, ODRN en afdeling VVHH zijn samen verantwoordelijk voor de integrale afstemming en uitvoering van het VTH-programma. De doelen van Samen Sterk zijn: Een veilige leefomgeving en een betrouwbare overheid. Vervolgens het effectief en efficiënt uitvoeren van het werk. In het plan van aanpak Samen Sterk zijn een aantal programma’s opgenomen: 3.4.1 Brede Samenwerking 3.4.2 Complexe Vergunningverlening 3.4.3 Aandachtsbedrijven Voor het programma Complexe Vergunningverlening ligt de uitvoering bij de ODRN en voor het programma Brede Samenwerking wordt de regie gevoerd vanuit de ODRN. De ODRN levert ook een bijdrage aan het meerjarige programma Aandachtsbedrijven waarvoor de regie gevoerd wordt vanuit de Omgevingsdienst Arnhem (ODRA).
12
Begroting 2022
3.4.1 Brede Samenwerking Wat willen we bereiken? Het programmatisch organiseren van onze opgaven helpt ons nog niet voldoende om een solide basis te leggen onder het duurzaam beter samenwerken. Het doel is ook om onze attitude te veranderen en onze competenties te ontwikkelen. Daarvoor wordt het programma Brede Samenwerking uitgerold. Het onderdeel Brede Samenwerking is nog in ontwikkeling. Hierbij wordt ook de synergie gezocht met de implementatie van de Omgevingswet. Wat gaan we daarvoor doen? In 2021 brengen we in beeld welke behoefte dit programma precies dient en hoe er ‘werk met werk’ gemaakt kan worden vanuit de overige programma’s. We voorzien voor 2022 een vervolg op de inzet op het leren kennen van elkaar en begrijpen van elkaars rol. Bijvoorbeeld aan de hand van casuïstiek.
3.4.2 Complexe Vergunningverlening Wat willen we bereiken? Het programma Complexe Vergunningverlening is ingevoerd om meer focus en sturing aan te brengen op de vergunningverlening (Wabo en Wnb) bij bedrijven onder bevoegd gezag van de provincie Gelderland. De focus is gericht op een adequate vergunningverlening. Hieronder wordt verstaan vergunningen die tot stand zijn gekomen in één werkproces met een integrale beoordeling en waarin de actuele wet- en regelgeving is verwerkt. Tegelijk is de opgave om met deze programma-aanpak ook de huidige achterstanden weg te werken. Het programma moet zorgen voor het realiseren van een verbeter- en inhaalslag bij Wabo en Wnb vergunningverlening en meer samenwerking tussen de uitvoerende organisaties (ODRN, ODRA en afdeling VVHH provincie Gelderland). Het programmadoel is: basis op orde & in control zijn. Dit hoofddoel is uitwerkt in de volgende normen:
% Wabo en Wnb-aanvragen binnen wettelijke termijn behandeld, norm 90% % bedrijven getoetst volgens regulier beleid, zie onderstaande tabel % bedrijven actueel volgens regulier beleid, zie onderstaande tabel Realisatie inhaalslag actualiteit Wabo, norm 40 bedrijven in 2022, 90% realisatie in 2023 Voortgang in achterstand bedrijven zonder passende Wnb-vergunning, norm 40 bedrijven in 2022, 70% realisatie in 2023
Normen % bedrijven getoetst en actueel: Branche volgens risicomatrix
Frequentie actualisatietoets (elke x jaar)
Doel (% actueel)
Brzo/RIE4
5
100%
Zeer hoog
7
90%
Gemiddeld, hoog
7
80%
Laag
10
80%
13
Begroting 2022
Wat gaan we daarvoor doen? In het programma wordt met de volgende drie projecten een integrale aanpak gericht op actuele vergunningen uitgevoerd: 1. 2. 3.
Implementatie nieuwe integrale werkwijze ‘Integraal & actueel’, waarbij niet de aanvraag maar de gehele vergunningsituatie bij een bedrijf centraal staat Wabo-actualisatieprogramma, uitvoering toetsen en prioriteitstelling voor procedures Integratie Wnb-Wabo, waaronder inrichten integraal werkproces en ontwikkelen scenario’s samenloop Wnb-Wabo
Wat mag dat kosten? Voor complexe vergunningverlening zijn de volgende bedragen begroot: In € * 1.000 Begroting 2022 Programmasturing Complexe VV 94 Project Nieuwe werkwijze 52 Project Integratie Wnb-Wabo 42 Project Integrale aanpak actualisaties 42 Programma Brede Samenwerking 26 Overig 44 Totaal 300
3.4.3 Programma Aandachtsbedrijven In 2020 is de provincie Gelderland samen met de ODRA en ODRN gestart met het programma Aandachtsbedrijven. Aandachtsbedrijven zijn bedrijven met complexe (meervoudige) problematiek, die niet binnen de reguliere uitvoering van VTH-taken kan worden opgelost. Vaak betreft het een combinatie van omgevingsveiligheid, ruimtelijke problematiek en een actieve omgeving. Op het totaal van de provinciale bedrijven (circa 230) gaat het om een beperkt aantal (circa 20). De problemen worden opgepakt door projectgroepen te vormen met de verschillende betrokken uitvoerders en specialisten van de ODRA, de Provincie Gelderland en ODRN De uitgangspunten zijn: •
• •
Een jaarlijkse programmatische aanpak waarbij elk aandachtsbedrijf een projectmatige aanpak met een eenduidig doel kent. De aanpak is er op gericht voorkombare problematiek en bestuurlijke zorgen uit te sluiten; Voor elk aandachtsbedrijf wordt een omgevingsscan gedaan. Hierbij wordt specifiek aandacht gegeven aan de verbinding met lokaal bestuur; Voor elk aandachtsbedrijf is de stand van zaken ten aanzien van realisatie van het projectdoel op elk moment inzichtelijk.
Doelstelling is om te komen tot uniformering en verduidelijking van de aanpak van deze bedrijven zodat sneller gereageerd kan worden en zodat het beter mogelijk is ervaringen te delen en de aanpak verder te professionaliseren.
14
Begroting 2022
3.5 Programma advisering Wat doen we voor wie? Voor diverse opdrachtgevers verzorgen we de juridische advisering op het gebied van het omgevingsrecht. We zorgen ervoor dat het beleid van de opdrachtgevers juridisch goed onderbouwd is. Daardoor hebben besluiten, die opdrachtnemers op grond van dat beleid nemen, een goede juridische basis. Daarnaast voeren wij juridische bezwaar- en beroepsprocedures uit voor diverse opdrachtgevers, of ondersteunen hen daarbij. Wat willen we bereiken? De advisering is erop gericht om eventuele knelpunten in de uitvoering tegen te gaan of daarvoor een oplossing aan te dragen. Soms zitten er juridische onduidelijkheden in regelgeving en beleid. Wij melden dit aan de opdrachtgevers en doen voorstellen voor verbetering. Soms moet beleid worden aangepast door verandering van wetgeving en jurisprudentie. Ook daarover denken we met de opdrachtgevers mee. Wat gaan we daar voor doen? Voor de advisering zorgen we voor voldoende kwalitatief goed (geschoold) personeel. We zorgen ervoor dat de ontwikkelingen op juridisch gebied (zowel wetgeving als jurisprudentie) verwerkt worden in onze adviezen. Dat betekent dat we opdrachtgevers actief vanuit onze rol informeren over de gevolgen voor de uitvoering van veranderende wet- en regelgeving op het terrein van het omgevingsrecht, zoals de (nieuwe) Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging.
Ook de Pfas-problematiek is hiervan een goed voorbeeld.
3.6 Ontwikkelprogramma Het doel is van de ODRN een organisatie maken - waarin de inhoudelijke doelen van de opdrachtgevers centraal staan; - die op een zakelijke manier samenwerkt met zijn partners; - die zelf op een zakelijke, inzichtelijke manier geleid wordt; - die financieel solide en gezond is; - die de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging soepel en in goed overleg met zijn partners invoert. Het ontwikkelprogramma omvat drie thema’ en daarbij behorende opgaven: Gezamenlijkheid Eigenaarschap Professioneel zakelijk opdrachtgever- en opdrachtnemerschap Gezamenlijk opdrachtgeverschap en (regionale) samenwerking Zakelijkheid Verbetering bedrijfsvoering Verbetering personele functie Grip op informatievoorziening
15
Begroting 2022
Nieuwe ontwikkelingen Omgevingswet Wet Kwaliteitsborging Bouwen Datagestuurd werken
Een verdere toelichting op dit programma is in de verschillende projectplannen te vinden waarover we separaat rapporteren.
16
Begroting 2022
3.7 De programmabegroting In onderstaande tabel presenteren we de programmabegroting 2022 met vergelijkende cijfers over 2021 (begroot) en 2020 (realisatie):
in €*1.000
Rekening 2020 Begroting 2021
Begroting 2022
Vergunningverlening Baten Lasten Saldo
8.525 5.936 2.590
8.844 6.364 2.479
8.999 6.222 2.777
Toezicht en handhaving Baten Lasten Saldo
6.304 4.389 1.915
6.301 4.534 1.766
5.821 4.025 1.796
Advisering , afhandelingen en bijzondere opdrachten4 Baten Lasten Saldo
6.934 4.827 2.106
8.435 6.071 2.365
8.070 5.700 2.371
De baten en lasten van vergunningverlening laten een kleine toename zien, die deels verband houdt met indexering. De baten en lasten van toezicht en handhaving nemen iets af. Dit is gevolg van het risicogericht handhaven en van rubricering van een aantal producten naar advisering. De fluctuaties bij advisering, afhandeling en bijzondere opdrachten houden voornamelijk verband met mutaties van de ontwikkelbijdrage. Hiervoor begroten we in 2022 € 7,5 ton aan baten en lasten (2021 baten € 1,5 mln. en lasten € 1,1 mln.). Onder advisering, afhandelingen en bijzondere opdrachten ramen we verder de middelen van het programma Brzo € 6,5 ton, complexe vergunningverlening € 3 ton, aandachtsbedrijven € 2,7 ton, complexe handhaving € 1,6 ton en diverse (incidentele) projecten, zoals aanpak illegaal kamerverhuur € 3,4 ton en energiecontroles € 3,5 ton.
4
Inclusief ontwikkelprogramma
17
Begroting 2022
4. Financiële begroting 2022, meerjarenraming 2023-2025 4.1 De gehanteerde uitgangspunten De begroting 2022 is gebaseerd op de advieslijsten5 die we begin 2021 met onze opdrachtgevers hebben afgestemd. We hebben verder rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: Een indexering van onze lasten volgens de CEP maart 2020 6, loon en inhuur 2,1 % en materieel 1,7 %; Het achterwege blijven van de indexering van onze uurtarieven 2022, de indexering volgens de begrotingsrichtlijnen (BRN) van 0,24% valt weg in de afronding; De meerjarenbegroting 2022-2025 is op prijspeil 2022; Het afzien van de korting van € 3 op ons uurtarief vanaf 2022 en het vooralsnog handhaven van een korting op ons uurtarief van € 3 vanaf 2024; Verwerking van een pakket aan bezuinigingsmaatregelen, meevallers en verwachte extra uitgaven van jaarlijks per saldo ruim € 4 ton , zie bijlage 6.3; Een productiviteit van 72%, hetgeen neerkomt op 1350 uur productief; Bij salariskosten rekenen we met een anciënniteit van 10 (max -1); De begroting is zonder kostprijsverhogend BTW-effect. De ODRN factureert de opdrachtgevers inclusief BTW; We hebben geen post voor onvoorzien geraamd; Een korting van 1% op de gemeentelijke bijdragen vanaf 2023, zie onderstaand.
Korting BRN 2021: 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023 In de BRN Regio Nijmegen 2021 staat dat de gemeenten hebben afgesproken een generieke structurele korting op de bijdrage aan de ODRN toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023 vanwege de financiële opgaven bij de gemeenten. Ons bestuur heeft in 2021 besloten deze korting niet door te voeren op onze tarieven, maar deze te beschouwen als een volumekorting. Het is aan de deelnemende gemeenten deze korting te effectueren door minder producten af te nemen. We gaan ervan uit de korting van 2% in de advieslijsten van 2022 is meegenomen en daarmee in de begroting verwerkt is. Vanaf 2023 hebben we rekening gehouden met een aanvullende korting op de baten van de deelnemende gemeenten met 1% (van 2% in 2022 naar 3% vanaf 2023) waarmee de korting volledig in onze meerjarenraming verwerkt is. Effecten van de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen
5 Kleine aanpassingen op deze lijsten die vanaf de derde week van maart 2021 zijn overeengekomen, hebben we niet meer kunnen verwerken. De productie die we in de werkplannen overeenkomen is bepalend voor de afspraken met onze opdrachtgevers. 6 Voor de indexering van personele kosten is gekozen voor de prijsindex beloning werknemers overheid, zoals opgenomen in het CEP (maart) en is terug te vinden in de bijlage Middelen en bestedingen, kolom bestedingen. Voor de indexering van de materiële lasten is gekozen voor de prijsmutatie Bruto Binnenlands product. De CEP 2021 is pas op 31 maart 2021 gepubliceerd. Dit was te laat om deze indexen nog in de begroting 2022 te verwerken. Daarom is uitgegaan van de CEP 2020. De indexen in de CEP 2021 waren overigens lager dan de CEP 2020. CEP 2021: prijsindex beloning werknemers overheid 1,2% en prijsmutatie Bruto Binnenlands product 1,6%. Mocht blijken dat de toegepaste index te hoog is, dan kunnen we deze in de begroting 2023 actualiseren. Dat nemen we mee in de evaluatie van de indexeringsmethodiek die in 2021 gepland is.
18
Begroting 2022
De effecten van de invoering van de Omgevingswet (OW) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn in deze begroting niet meegenomen. De structurele financiële gevolgen hiervan konden we bij het opstellen van deze begroting nog niet goed inschatten. Ook is er kans dat de invoerdatum, nu nog 1 januari 2022, vertraagt. Dat betekent dat we er vooralsnog van uitgaan dat de uitvoeringstaak met deze nieuwe wetten het zelfde kost als zonder. Bij de bepaling van onze benodigd weerstandsvermogen houden we wel rekening met het financiële risico hiervan. Zodra we een goede inschatting hebben van de structurele wijziging van de inkomsten en uitgaven door deze wetten, zullen die door middel van een begrotingswijziging of aanpassing worden verwerkt in een nieuwe begroting. Wel is in deze begroting als onderdeel van het budget voor het Ontwikkelprogramma ODRN 2020-2021 een bedrag geraamd voor de implementatiekosten van de OW en de Wkb. Overheveling taken wet bodembescherming Met de inwerkingtreding van de OW gaat de bevoegdheid die nu bij de provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) over naar de gemeenten. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basistaken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Het staat de gemeente vrij te bepalen of ze de bodemtaken extern of bij de ODRN beleggen.
Hierover is nog geen besluit genomen. We hebben de effecten hiervan dan ook niet in de begroting vertaald. De overdracht van bodemtaken van provincie naar gemeenten gaat gepaard met overheveling van budget van provinciefonds naar gemeentefonds. Bijstelling ontwikkelbudget en reserveren middelen voor vervanging van het zaaksysteem Met de wijziging bij deze begroting voegen we € 3,1 ton7 ontwikkelbudget toe aan de begroting 2023 voor de vervanging van het zaaksysteem. Bij de bepaling van de begrote afschrijvingen houden we daarnaast rekening met een bedrag van € 6 ton voor de vervangingsinvestering van het zaaksysteem. Beide bedragen zijn indicatief. De aanbesteding moet nog plaatsvinden. We leggen in de loop van 2022 een actuele prognose voor. Naast bovengenoemde wijziging, voegen we € 4,5 ton van het reguliere ontwikkelbudget 2021 aan de begroting 2022 toe. We rapporteren separaat over de inzet hiervan. De totale overheveling is hiermee € 7,6 ton, waarvan € 4,5 ton naar 2022 en € 3,1 ton naar 2023 voor de aanschaf van het zaaksysteem.
7 We stellen bij de aanpassing van de begroting 2021 voor een eenmalige meevaller van € 3,1 ton aan het ontwikkelbudget toe te voegen. Argument hiervoor is dat we de vervanging van het zaaksysteem, waarover we ons bestuur een plan van aanpak hebben voorgelegd, aan de ontwikkelopgave toe willen voegen.
19
Begroting 2022
4.2 De wijzigingen in de meerjarenbegroting 2022-2025 Het Algemeen Bestuur heeft op 13 juli 2020 de begroting 2021, meerjarenraming 2022–2024 vastgesteld. Daarna heeft het bestuur besloten over aantal aanpassingen op deze begroting: het Algemeen Bestuur heeft besloten om € 8 ton van het ontwikkelbudget over te hevelen van 2020 naar 2021 en het Dagelijks Bestuur heeft, in het kader van het op orde brengen van onze formatie, besloten over aanpassingen van de begrote loonsom en inhuur. In bijlage 6.1 is een mutatieoverzicht opgenomen met begroting versie 13 juli, de mutaties en de huidige begroting. De wijzigingen die nu voorliggen vatten we in onderstaande tabel samen:
in € * 1.000 Baten
Bijdragen opdrachtgevers Subsidiebijdragen Ontwikkelbijdrage Onttrekking bestemmingsreserve
Totaal Baten Lasten Bijdrage regionaal stelsel Inhuur Kapitaallasten materieel Opleiding Personeel Piofah Ontwikkelbudget Totaal Lasten
2021 1.423 112 -659 36
2022 1.839 80 447
2023 1.694 80 310
2024 1.589 68 -
2025 1.589 68 -
912 60 1.284 44 27 -80 -74 -349
2.367 80 1.639 64 13 5 231 -112 447
2.084 80 1.557 64 12 5 170 -113 310
1.656 80 1.502 64 10 5 110 -114 -
1.656 80 1.502 64 10 5 110 -114 -
912
2.367
2.084
1.656
1.656
Het betreft een bijstelling van baten en lasten van afgerond in € 2,4 mln. in 2022 aflopend naar € 1,7 mln. vanaf 2024. Belangrijkste mutatie betreft het bijstellen van de baten en lasten op basis van de advieslijsten. Dit geeft een aanvulling van € 1,8 mln. in 2022 en € 1,6 mln. vanaf 2024. Verder stellen we de subsidies met jaarlijks € 80.000 tot € 68.000 bij. Daarnaast willen we in de begroting 2022 en 2023 een ontwikkelbijdrage van respectievelijk € 4,5 ton en € 3,1 ton opnemen. We gaan door met onze ontwikkelopgaven en willen ook de vervanging van ons zaaksysteem aan deze opgave toevoegen. Bij de lasten hebben we de indexering 2022 en een pakket aan bezuinigingsmaatregelen, meevallers en verwachte extra uitgaven verwerkt. We hebben een aantal posten geactualiseerd en we hebben het ontwikkelbudget in overeenstemming gebracht met de ontwikkelbijdrage. In bijlage 6.2 is een nadere uiteenzetting van de mutaties opgenomen. Deze bijstellingen leiden tot de aangepaste begroting in paragraaf 4.3. In paragraaf 4.4 lichten we de (mutaties op de) begrotingsposten toe.
20
Begroting 2022
4.3 Financiële meerjarenbegroting 2022-2025 lasten nr .
Omschrijving