C7 d.d. 10 april 2025 van de Groene Metropoolregio over Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Regio Arnhem-Nijmegen
Tekst van het document
Aan: Colleges van de 17 deelnemende gemeenten In de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Datum
: 10 april 2025
Uw kenmerk
:
Ons kenmerk
: 2025-020
Contactpersoon
: Henk van den Berg
Telefoonnummer
: 06-46736374
Onderwerp: Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Regio Arnhem-Nijmegen Geacht college, Inleiding De afgelopen jaren heeft de Groene Metropoolregio (GMR) middelen binnengehaald voor de regiogemeenten met als opdracht deze te verdelen. Het is voor de GMR niet mogelijk, op basis van de huidige gemeenschappelijke regeling (GR), zelf subsidies te verstrekken. De GMR mist de bevoegdheid tot het vaststellen van subsidieregelingen en daarmee voor het verstrekken van subsidies. Het AB stelt voor deze bevoegdheid toe te kennen aan de GMR voor het uitvoeren van haar specifieke opgaven. Daarvoor moet de GR worden aangepast. Proces Dit voorstel is meermaals in het DB en AB besproken. Ook besproken in de Netwerkdirectie, in het Regiocoördinatorenoverleg en de RegioAgendacommissie. Aanvullingen en opmerkingen vanuit deze besprekingen zijn in bijgaand voorstel verwerkt. Bij de bespreking in de RegioAgendacommissie is de suggestie gedaan een Q&A op te stellen. Deze treft u als bijlage aan en kunt u delen met uw gemeenteraad. Desgewenst komt de GMR dit voorstel toelichten in uw gemeenteraad. Waarom De afgelopen jaren heeft de GMR middelen binnengehaald voor de regiogemeenten met als opdracht deze te verdelen.
Hiervoor is het nodig om bij andere organisaties, meestal gemeenten, maar inmiddels ook de provincie Gelderland en TVAN, een kassiersfunctie onder te brengen omdat de GMR zelf, volgens de GR, geen subsidies mag verstrekken. Inmiddels zijn de volgende kassiersfuncties ingericht: • Voor de routenetwerken voor wandelen bij TVAN (5 ton). • Voor het Uitvoeringsplan Transformatievoorstel Cultuurregio 025 2022-2025 bij de gemeente Arnhem (1,3 mio). • Voor de RES en bijdrage energiesysteem bij de gemeente Nijmegen (8,7 ton). • Voor de subsidieverstrekking voor warmteprojecten bij de gemeente Lingewaard (3 ton). • Voor de Regio Deal bij de provincie Gelderland (15 mio). • Voor het programma Slim en Schoon Onderweg bij de provincie Gelderland (1,4 mio). De verwachting is dat het niet bij deze kassiers blijft, maar dat er meer subsidies via de GMR in de regio moeten worden verdeeld, zoals voor het Masterplan Romeinen. Voor de organisatie die de
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen - Nijverheidsweg 2a, 6662 NG Elst
Datum: 9 april 2025 Ons kenmerk: 2025-020
kassiersfunctie invult betekent deze taak de nodige administratieve druk en vaak past deze taak niet goed in de eigen bedrijfsvoering. De GMR blijft nauw betrokken bij het uitvoeren van de subsidieverdeling, zowel administratief als ook in de verantwoording van de besteding van de gelden. De hiervoor te maken kosten kan de GMR niet declareren. Zowel organisaties die de kassiersfunctie vervullen als de GMR zien graag dat de GMR deze taak op zich neemt. De volgende argumenten liggen ten grondslag aan het voorstel tot overdracht van de verordende bevoegdheid tot het verlenen van subsidies: 1. De GMR is voortaan zelf bevoegd om subsidies aan externen te verstrekken. 2. Het overzicht op de inzet van middelen verbetert omdat de subsidies in de administratie van de GMR zijn opgenomen (transparantie) en verantwoord worden (rechtmatigheid). 3. Voor derden (verstrekkers van middelen) geeft dit duidelijkheid over het partnership van de regio. Hogere overheden gebruiken steeds vaker de regionale samenwerking als vehikel om subsidies te vertrekken. 4. Het niet langer gebruik hoeven maken van (juridische) constructies bij derden, via mandaten, machtigingen en dienstverleningsovereenkomsten verhoogt de effectiviteit en snelheid van handelen. 5. De subsidieregelingen worden door het algemeen bestuur vastgesteld waardoor de democratische legitimatie is geborgd. 6.
Het ontlast gemeenten en partners in de regio omdat zij niet langer de rol van kassier op zich hoeven te nemen en geeft rolduidelijkheid. 7. Eventuele baten, rente-inkomsten op subsidiegelden, momenteel ruimt 19 miljoen euro, komen ten gunste van de GMR. Wijzigingen in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) De belangrijkste wijzigingen van de huidige GR, waarmee de regeling een zgn. gemengde regeling wordt, lichten we hieronder toe. 1 Aanpassen artikel 6 Bevoegdheden, eerste lid Voor het vaststellen van subsidieregelingen en het verstrekken van subsidies is het nodig dat de GMR de bevoegdheid krijgt om verordeningen vast te stellen. Daarbij zijn twee punten van belang: 1. De verordenende bevoegdheid is een bevoegdheid van de gemeenteraden, alleen de gemeenteraad kan deze bevoegdheid overdragen. 2. Omdat het om delegatie van bevoegdheden gaat - de raden raken deze bevoegdheid hierdoor kwijt - moet de bepaling in de GR zo strak mogelijk worden geformuleerd. Het voorstel is artikel 6 eerste lid van de regeling te wijzigen. Dit artikel 6 eerste lid luidt nu: Artikel 6 Bevoegdheden, eerste lid: De gemeenten dragen geen bevoegdheden over aan de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, met uitzondering van de bevoegdheid van de colleges om een subsidie te verstrekken aan de Stichting The Economic Board.
Wijzigingsvoorstel Artikel 6 Bevoegdheden eerste lid: De gemeenten dragen geen bevoegdheden over aan de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, met uitzondering van de bevoegdheid om wettelijke voorschriften vast te stellen die regelen voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies, voor zover deze bevoegdheid toeziet op de uitvoering van de in artikel 5 genoemde taken. 2
Datum: 9 april 2025 Ons kenmerk: 2025-020
Met de voorgestelde wijziging kan ook de subsidieverstrekking aan The Economic Board geregeld worden, dit hoeft niet meer apart in de GR te worden benoemd. 2 Aanpassen artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur, tweede, derde en vierde lid Uitgangspunt bij deze wijziging van de samenwerkingsvorm is dat de huidige samenwerkingsstructuur ongewijzigd blijft. Het voorstel is geen verandering aan te brengen in de bemensing van AB en DB evenals de rol van de RegioAgendacommissie. De leden van het algemeen bestuur worden voortaan door de gemeenteraad benoemd en ontslagen. Dit vergt een aanpassing van artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur, tweede, derde en vierde lid, waar “college” wordt vervangen door “gemeenteraad” en opgenomen wordt dat de leden zowel uit de gemeenteraad als het college afkomstig kunnen zijn. 3 Aanpassen artikel 9 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur De keuze voor het toekennen van de gevraagde bevoegdheid betekent dat gemeenteraden een klein gedeelte van haar bevoegdheden overdragen aan de GMR. Dit vergt een toevoeging “g” aan artikel 9 lid 2 van de GR. De toevoeging luidt: 1. Het algemeen bestuur is in ieder geval bevoegd tot: .. g. het vaststellen van wettelijke voorschriften die regelen voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en het verstrekken van subsidies.
Voor de overige wijzigingen van de huidige GR (artikelen 18, 19, 20 en 32) verwijzen wij u naar het wijzigingenblad. Alternatief De afgelopen jaren is met juristen gezocht naar oplossingen voor het geschetste probleem. Behalve de hier voorgestelde oplossing is geen andere juridische oplossing gevonden. Het alternatief is de huidige manier van werken voort te zetten. Dit betekent dat in elke nieuwe situatie, waarbij er sprake is van het (door-)subsidiëren van subsidies binnen de regio, de GMR op zoek moet naar een partner die bereid en in staat is de kassiersrol op zich te nemen. Dit is een intensief proces, met soms ook lastige juridische hobbels, zoals onlangs nog duidelijk werd met de Regio Deal ‘Gezonde groene groei’. Door de gemeentesecretarissen is aangegeven dat de bereidheid hiertoe aanwezig is en blijft. Met de verwachting dat in de nabije toekomst de regio’s steeds vaker worden gevraagd de rol van (door)-verstrekker te vervullen en de GMR succesvol zal blijven in het binnenhalen van subsidies, is dit geen aanlokkelijke perspectief. Deze werkwijze draagt niet bij aan de ambities en effectiviteit van de regionale samenwerking. Gegroeid inzicht leidt tot de conclusie dat de versterkte regionale samenwerking vraagt om aanpassing van één van de uitgangspunten bij de start van de samenwerking.
Van belang is te benadrukken dat dit een technisch ingestoken wijziging is van de GR en niets anders beoogt dan een effectieve oplossing te vinden voor een tijdrovend administratief probleem. De voorgestelde nieuwe regeling gemengde regeling heeft geen ander oogmerk. Risico’s Het overdragen van de verordende bevoegdheid door de gemeenteraden betreft de subsidiërende bevoegdheid voor de (vijf) opgaven van de GMR zoals deze in de regionale agenda zijn opgenomen. De gevraagde bevoegdheid betreft dus niet het vaststellen van andere (subsidie)verordeningen (voorbeeld: regionale huisvestingsverordening).
3
Datum: 9 april 2025 Ons kenmerk: 2025-020
Het verkrijgen van deze bevoegdheid betekent dat de GMR voor bezwaar en beroep vatbare besluiten gaat nemen en een bezwaarschriftenprocedure moet inrichten. Verder dient een aantal juridische regelingen (mandaat etc.) eenmalig onder de loep genomen te worden. Het is niet te verwachten dat deze wijziging invloed heeft op de inwonersbijdrage, het gaat immers om de verdeling van extern geld. In de begroting 2025-2028 is vastgelegd dat projecten, boven een bepaald bedrag (€ 125.000,00), een percentage van 5% aan het regiobureau afgedragen voor de ondersteuning die het regiobureau levert op het gebied van o.m. administratieve lasten. Een gegeven is dat nu de rentebaten bij de kassier blijven. Gezien de subsidiebedragen die inmiddels bij diverse kassiers zijn gestald, loopt het bedrag aan rentebaten behoorlijk op. Aanwending hiervan voor regionale ambities heeft de voorkeur. Planning In de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) is geregeld welke stappen doorlopen moeten worden voor de wijziging van de GR (art. 1 Wgr). De u bekende (tijdrovende) zienswijzeregeling voor de gemeenteraad is nu niet nodig.
De planning ziet er, na het positieve besluit van het algemeen bestuur op 2 april, als volgt uit: • Mei 2025: colleges besluiten tot wijziging van de GR en sturen voorstel aan de gemeenteraad voor het aangaan van de GR, • Juni/juli 2025: raadsvergadering waarin gemeenteraden de wijziging GR vaststellen. Nadere informatie over dit voorstel kunt u verkrijgen bij Henk van den Berg. Met vriendelijke groet, het dagelijks bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen,
Drs. H.M.F. Bruls Voorzitter
Drs. H. Tiemens Secretaris
Bijlagen: - Nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Regio Arnhem-Nijmegen - Huidige GR - Wijzigingenblad - Q&A
i.a.a.: regiocoördinatoren, 17 griffies, secretaris RAC
4
Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen Intitulé Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen De colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden van de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar; overwegende dat: • zij op 1 juli 2015 een Gemeenschappelijk orgaan Arnhem-Nijmegen City Region zijn aangegaan om – na opheffing van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen als WGR+ regio – regionaal samen te werken op de terreinen duurzaamheid, economie, mobiliteit en wonen; • zij in het voorjaar van 2019 een initiatief hebben genomen om na te denken over versterking van de regionale samenwerking; • die versterking nodig is vanwege een dubbele urgentie: slagkracht in de opgaven, en transparantie en democratische legitimatie; • zij op 21 januari 2020 ermee hebben ingestemd dat de contourennotitie met daarin de contouren van een vernieuwde samenwerking in de regio Arnhem-Nijmegen wordt gebruikt voor de uitwerking van de definitieve voorstellen; • de raden input hebben geleverd aan de contouren voor de vernieuwde samenwerking van de regio Arnhem-Nijmegen; • de regio met de grote diversiteit van culturen, landschappen, steden en dorpen ook een sterk samenhangend netwerk is van steden en ommeland; • de regio het grootste
verstedelijkt gebied buiten de Randstad en een modern kennisintensief gebied is, met als topsectoren Health & Hightech, Food en Energy; • de regio voor de uitdaging staat hoe om te gaan met groei, zodat het een balans kan behouden tussen levendige stedelijkheid en ontspannen leefkwaliteit, waartoe in 2018 een aanzet is gegeven met het document 'Gezonde Groei'; • de regio op termijn een energieneutrale, circulaire regio wil zijn, waarbij circulariteit een aspect is van al het handelen van de regio en een inspiratiebron –waar ieder initiatief – van lokaal tot internationaal – bij kan aanhaken; • de regio zich wil profileren als regio om zich zo gezamenlijk en eendrachtig in de etalage te zetten voor samenwerking met Provincie, Rijk, Europa en maatschappelijke partners; • de opgaven waar de regio voor staat vragen om een (meer) uitvoeringsgericht samenwerkingsverband met als kernwaarden transparantie, robuustheid, flexibiliteit en slagkracht; • voor succesvolle samenwerking in de regionale opgaven een basis nodig is die de samenwerking faciliteert en de opgaven ondersteunt, zodat er een helder aanspreekpunt is, de regio aanwezig is in lobbycircuits en op de hoogte is van nieuwe ontwikkelingen waarop kan worden ingesprongen, er regionale bijeenkomsten kunnen worden georganiseerd, en de opgaven kunnen worden voorbereid en onderling afgestemd; • voor deze faciliterende en
coördinerende taken een basisvoorziening nodig is in de vorm van een regiobestuur met een compact regiobureau.
1
Voorts overwegende dat: • de regeling in 2024 op een beperkt aantal onderdelen is aangepast als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr); • dat per 1 januari 2025 de gemeente Montferland de regionale samenwerking heeft verlaten waardoor het aantal deelnemende gemeenten nu 17 bedraagt; • dat nu de wens voorligt om de regionale samenwerking de verordende bevoegdheid te geven en wel de bevoegdheid om wettelijke voorschriften vast te stellen die regelen voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies. • Hiervoor is het noodzakelijk dat de gemeenteraden toetreden tot de regeling waardoor de oorspronkelijke collegeregeling en gemengde regeling wordt. gelet op: •
de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; b. gemeenten: de deelnemende gemeenten; c. raden: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten; d. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. regeling: onderhavige gemeenschappelijke regeling; f. opgave: een in de regionale agenda opgenomen opgave gericht op ruimtelijke ontwikkeling en sociaaleconomische ontwikkeling op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn en waar elke gemeente aan kan deelnemen; g. regionale agenda: de jaarlijks vast te stellen verzameling van opgaven; h. netwerkdirectie: de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten en de regiodirecteur. 2. Begrippen die in lid 1 van dit artikel niet zijn gedefinieerd, hebben de betekenis zoals de wet hieraan geeft.
2
Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd ‘Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen’. 2. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is statutair gevestigd in Elst (gemeente Overbetuwe).
Artikel 3 Bestuursorganen 1. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen kent, onverminderd de mogelijkheid tot het instellen van commissies, de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter.
Hoofstuk 2 Belangen, taken en bevoegdheden
Artikel 4 Belangen De regeling wordt getroffen om de positie van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen te versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit – te bewerkstelligen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn.
Artikel 5 Taken 1. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen heeft de volgende taken: a. het bevorderen en faciliteren van de samenwerking op majeure maatschappelijke thema’s en opgaven die de gemeenten niet alleen en binnen hun gemeentegrenzen op zich kunnen nemen, en/of waarvoor mogelijkheden liggen om externe middelen te werven; b. het voorbereiden en vastleggen van de regionale agenda bestaande uit opgaven gericht op ruimtelijke ontwikkeling en sociaaleconomische ontwikkeling op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn; c. het inspireren en stimuleren van de gemeenten en samenwerkingspartners om deel te nemen en bij te dragen aan de opgaven uit de regionale agenda; d. het regisseren van de uitvoering en monitoren van de opgaven uit de regionale agenda; e. het positioneren en profileren van de regio, en het behartigen van de belangen van de regio op interregionaal, nationaal en internationaal niveau in partnerschap met andere overheden, bedrijven en maatschappelijke partners; f. het signaleren van en inspelen op ontwikkelingen die van meerwaarde zijn voor de regio;
3
g. het faciliteren van overleg, kennisdeling en ontmoeting in de regio.
Artikel 6 Bevoegdheden 1. De gemeenten dragen geen bevoegdheden over aan de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen, met uitzondering van de bevoegdheid om wettelijke voorschriften vast te stellen die regelen voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies, voor zover deze bevoegdheid ziet op de uitvoering van de in artikel 5 genoemde taken. 2. De gemeenten verlenen ieder afzonderlijk de mandaten, volmachten en machtigingen aan de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. 3. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is behoudens instemming van de gemeenten niet bevoegd tot: a. het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten; b. het afgeven van garanties of andere waarborgen; c. het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; e. commerciële dienstverlening aan private partijen.
Hoofdstuk 3 Het algemeen bestuur
Artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur bestaat uit leden van de deelnemende gemeenten, de voorzitter inbegrepen. 2. Iedere gemeenteraad wijst uit zijn midden of uit het college een lid van het algemeen bestuur aan, alsmede diens plaatsvervanger. 3. Een lid van het algemeen bestuur heeft zitting in het algemeen bestuur gedurende dezelfde periode als de zittingsduur van de gemeenteraad of het college die het vertegenwoordigt. Indien het lid in de nieuwe zittingsperiode opnieuw deel uitmaakt van de gemeenteraad of het college kan hij terstond opnieuw worden aangewezen als lid van het algemeen bestuur. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester, wethouder of raadslid van de vertegenwoordigende gemeente te zijn.
Artikel 8 Vergaderingen 1. Besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 2. Leden van het algemeen bestuur hebben een stemverhouding naar rato van de grootte van de gemeente. 3. Het aantal stemmen per lid van het algemeen bestuur per gemeente wordt jaarlijks op 1 januari bepaald naar inwonertal van de gemeente op basis van de meest recente CBS-cijfers, aan de hand van de volgende staffel: - Tot 20.000 inwoners: 1 stemmen - 20.000-49.999 inwoners: 2 stemmen 4
- 50.000-99.999 inwoners: 3 stemmen - Meer dan 100.000 inwoners: 4 stemmen 4. In afwijking van het eerste lid worden besluiten omtrent de begroting en jaarrekening genomen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Een besluit is aangenomen indien de meerderheid van stemmen ook de meerderheid van de inwoners van de regio vertegenwoordigt. 5. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar onverminderd artikel 22, vierde en vijfde lid, van de wet. 6. Het algemeen bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of ten minste vier leden van het algemeen bestuur daarom verzoeken. 7. De directeur van het regiobureau neemt deel aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. De directeur heeft uitsluitend een adviserende rol. 8. Voor de vergaderingen van het algemeen bestuur kunnen door het algemeen bestuur anderen, waaronder bestuurlijk vertegenwoordigers van de Provincie Gelderland, onderwijsinstellingen, ondernemers en andere maatschappelijke instellingen als adviseur worden uitgenodigd. Zij kunnen aan de beraadslaging deelnemen. 9. Bestuurlijk opdrachtgevers van een opgave zijn in ieder geval agendalid van het algemeen bestuur.
Artikel 9 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur 1. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die voorts bij of krachtens deze regeling aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur is in ieder geval bevoegd tot: a. voorbereiden van opgaven voor de regionale agenda, inclusief het anticiperen en inspelen op actuele zaken en initiatieven van raden t.a.v. nieuwe opgaven; b. het vaststellen van de regionale agenda waarvan de opgaven deel uitmaken; c. het benoemen van de bestuurlijke opdrachtgevers in de opgaven; d. het bewaken, monitoren, coördineren van de inhoudelijke opgaven; e. het vaststellen van de begroting en de jaarrekening; f. het faciliteren van de samenwerking: g. het vaststellen van wettelijke voorschriften die regelen voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en het verstrekken van subsidies. 3. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen, en coöperatieve en andere verenigingen passend binnen de te behartigen belangen, de taken en de bevoegdheden van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen dan wel het ontbinden van die rechtspersonen of het beëindigen van de deelneming.
De raden worden vooraf in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen naar voren te brengen. 4. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of een bestuurscommissie bevoegdheden overdragen met uitzondering van de bevoegdheid tot: a. het vaststellen van de regionale agenda; b. het vaststellen en wijzigen van de begroting; c. het vaststellen en wijzigen van de deelbegrotingen (per opgave); d. het vaststellen van de jaarrekening; e. het vaststellen van de deelrekeningen (per opgave); f. het vaststellen van verordeningen; 5
g. het instellen van bestuurscommissies; h. het oprichten van, deelnemen aan of ontbinden van rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 9, derde lid, van deze regeling.
Hoofdstuk 4 Dagelijks bestuur
Artikel 10 Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere leden, door en uit het algemeen bestuur gekozen. Hierbij is in ieder geval één lid van het dagelijks bestuur afkomstig van de gemeente Arnhem of Nijmegen. 2. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af op de dag waarop hij ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Het lid kan, indien hij opnieuw is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur, terstond opnieuw worden benoemd. 3. De directeur van het regiobureau neemt deel aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur. De directeur heeft uitsluitend een adviserende rol.
Artikel 11 Vergaderingen 1. Besluiten van het dagelijks bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 2. Elk lid heeft één stem. 3. Vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 4. De besluitenlijst van het dagelijks bestuur wordt toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur. 5. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of één van de bestuursleden daarom verzoekt.
Artikel 12 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
6
Hoofdstuk 5 Voorzitter
Artikel 13 Voorzitter 1. De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen, evenals zijn plaatsvervanger. 2. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door zijn plaatsvervanger.
Artikel 14 Taken en bevoegdheden van de voorzitter 1. De voorzitter bevordert een goede behartiging van de zaken van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. De voorzitter is binnen de gestelde kaders het gezicht naar buiten. 2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. 3. De voorzitter tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. De stukken worden medeondertekend door de directeur. 4. Het dagelijks bestuur kan besluiten de ondertekening van de stukken die van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen uitgaan op te dragen aan een ander lid van dit bestuur, aan de directeur, genoemd in artikel 24 van deze regeling, of aan een andere medewerker van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. 5. De voorzitter vertegenwoordigt de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
Hoofdstuk 6 Commissies
Artikel 15 Commissies van advies 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet. 2. Het algemeen bestuur stelt in ieder geval een regioagendacommissie in. 3. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en samenstelling van de in dit artikel bedoelde commissies.
Artikel 16 Bestuurscommissies 1. Het algemeen bestuur kan een bestuurscommissie instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen en het uitvoering geven aan taken en bevoegdheden, voor zover deze niet zijn voorbehouden aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen.
7
3. Het algemeen bestuur regelt, met inachtneming van artikel 25 van de wet, hun bevoegdheden en samenstelling.
Hoofdstuk 7 Verantwoordings- en informatieplicht
Artikel 17 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk, zijn aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
Artikel 18 Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies geven aan de raden van de gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies verstrekken aan de raden van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd. 3. De agenda en bijbehorende stukken van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden vooraf digitaal openbaar gemaakt. Besluitenlijsten van de openbare (gedeelten van) vergaderingen van het algemeen bestuur worden zo spoedig mogelijk digitaal openbaar gemaakt 4. Het algemeen bestuur stelt voor het verstrekken van informatie een Informatieprotocol vast, maar niet nadat raden de gelegenheid is geboden hun zienswijze hierover te geven. 5. De agenda en besluitenlijst van het dagelijks bestuur worden digitaal openbaar gemaakt indien en voor zover de Wet open overheid hiertoe verplicht. 6. Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die hem heeft aangewezen worden ontslagen, als dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit.
Artikel 19 De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de colleges Een lid van het algemeen bestuur verschaft zijn college met inachtneming van artikel 16 van de wet alle inlichtingen, die door het college of door één of meer leden van het college worden verlangd.
8
Artikel 20 De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de raden 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad met inachtneming van artikel 16 van de wet alle inlichtingen, die door de raad of door één of meer leden van de raad worden verlangd. 2. Een lid van het algemeen bestuur is de raad met inachtneming van artikel 16 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.
Hoofdstuk 8 Reglement van orde
Artikel 21 Reglement van orde algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van de wet voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. 2. In het reglement van orde worden onder meer regels gegeven omtrent de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 17 tot en met 20 van deze regeling.
Artikel 22 Reglement van orde dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur wordt overgelegd.
Artikel 22a Participatie ingezetenen en belanghebbenden Ingezetenen en belanghebbenden kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid bij openbare vergaderingen van het AB het woord voeren over een ter bespreking op de agenda opgenomen onderwerp. Het inspreken geschiedt voorafgaand aan de beraadslaging over het onderwerp. Het inspreekrecht van ingezetenen en belanghebbenden in verband met de voorbereiding, uitvoering en monitoring van beleid bij de opgaven, wordt bij de opgave in een participatieprotocol bepaald.
Hoofdstuk 9 De organisatie
Artikel 23 Regiobureau 1. Er is een regiobureau met aan het hoofd een directeur. 2. De directeur zorgt voor een juiste taakvervulling van het regiobureau. 3. Op het personeel van het regiobureau is de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing.
9
Artikel 24 Directeur 1. Het dagelijks bestuur beslist over het aangaan, schorsen en beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de directeur en stelt zijn/haar taken en bevoegdheden vast. De directeur wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op een door het dagelijks bestuur te bepalen wijze. 2. De directeur is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles, dat de hun opgedragen taak aangaat, behulpzaam. 3. Door de directeur worden alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan medeondertekend. 4. Het algemeen bestuur kan voor de directeur een instructie vaststellen.
Artikel 25 Klachten De gemeentelijke ombudsman voor het Rijk van Nijmegen is bevoegd tot behandeling van klachten zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 26 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling en haar organen, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995. 2. Ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde, stelt het algemeen bestuur een archiefverordening vast, die aan Gedeputeerde Staten wordt verzonden. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats en een e-depot aan. 5. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling en haar organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats of het e-depot. 6. Ten aanzien van de in het vorige lid genoemde archiefbescheiden is, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, de archivaris belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995. Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening als bedoeld in het tweede lid de nodige bepalingen. 7. De archivaris wordt door het dagelijks bestuur aangewezen.
Hoofdstuk 10 Regionale opgaven
10
Artikel 27 Regionale opgaven 1. De raden besluiten na aanbieding van de door het algemeen bestuur vastgestelde regionale agenda over deelname aan een opgave. Per opgave wordt een opgave overeenkomst afgesloten tussen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en de deelnemende gemeenten. 2. Een opgave overeenkomst bevat in ieder geval: a. een omschrijving van de opgave, het doel en de toegevoegde waarde voor de inwoners; b. een begroting, met de van toepassing zijnde kostenverdeelsleutel; c. de door de gemeente te leveren ambtelijke capaciteit; 3. Als een gemeente niet deelneemt aan een opgave vrijwaren de gemeenten die wel deelnemen aan de betreffende opgave, deze gemeente voor kosten en risico’s die aan de opgave zijn verbonden of daaruit voortvloeien. 4. Het algemeen bestuur stelt voorwaarden vast met betrekking tot het deelnemen aan een reeds gestarte opgave en het beëindigen van deelnemen aan een opgave. 5. De directeur stemt in de netwerkdirectie de invulling van ambtelijke capaciteit voor de opgaven af.
Hoofdstuk 11 Financiën
Artikel 28 Financiële organisatie 1. De begroting, begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde regelingen. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke afzonderlijke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Als algemene kostenverdeelsleutel heeft te gelden een kostenverdeling naar rato van het inwonertal van de deelnemende gemeenten, op basis van de meest recente CBS-cijfers. 3. De gemeente Mook en Middelaar krijgt 50% korting op de verschuldigde bijdrage. 4. De kostenverdeelsleutel voor een opgave wordt bepaald in de desbetreffende opgave. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen een kostenverdeling naar rato van het inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS-cijfers. Hiervan kan bij uitzondering voor een opgave worden afgeweken.
11
5. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks op 15 januari en op 15 juli telkens de helft van de in lid 1 bedoelde bijdrage. 6. De gemeenten dragen er zorg voor dat het samenwerkingsverband te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, onverminderd het bepaalde in artikel 27, derde lid, van deze regeling.
Artikel 30 Begroting 1. De begroting van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen bestaat uit een algemeen geconsolideerd deel voor de taken, zoals bedoeld in artikel 5 van deze regeling, en uit modulaire deelbegrotingen per afzonderlijke opgave. De ontwerpbegroting bevat ook de contouren van de opgave in de regionale agenda. 2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april een ontwerpbegroting van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen alsmede de contouren van de opgave in de regionale agenda, voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen de in artikel 35, eerste lid, van de wet genoemde termijn, bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en de regionale agenda naar voren brengen. 5. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast, daarbij kennis nemend van de zienswijzen en het commentaar hierop van het dagelijks bestuur. 7.
Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34 van de wet genoemde termijn aan Gedeputeerde Staten. 9. Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, behoudens die wijzigingen die niet tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen leiden.
Artikel 31 Jaarrekening 1. De jaarrekening van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen bestaat uit een algemeen deel, de geconsolideerde jaarrekening en de deelexploitaties van de verschillende opgaven. 2. Het dagelijks bestuur biedt de voorlopige rekening over het afgelopen jaar en het jaarverslag, daarbij gevoegd de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid van de Gemeentewet en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid van de Gemeentewet, jaarlijks vóór de termijn genoemd in artikel 34b van de wet, ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder gelijktijdige toezending aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De raden van de gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen. Hiervoor geldt een termijn van acht weken. Het dagelijks bestuur
12
voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de jaarrekening, zoals deze bij het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast vóór 15 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 5. Zij wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken en het jaarverslag aan Gedeputeerde Staten aangeboden. 6. Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 7. In de geconsolideerde jaarrekening wordt als bijlage de deelexploitaties van de opgaven opgenomen. Per deelexploitatie wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen, berekend op de wijze zoals omschreven in artikel 29, lid 4, van deze regeling. 8. Bij vaststelling van de jaarrekening vloeit een positief saldo naar rato terug naar de deelnemende gemeente, tenzij de vastgestelde maximale algemene reserve van € 100.000 nog niet bereikt is. Een negatief saldo wordt naar rato bijgestort door de deelnemende gemeenten.
Hoofdstuk 12 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 32 Wijziging en opheffing 1. De regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkend besluit van de raden en de colleges van tweederde van het aantal gemeenten, met in achtneming van artikel 1 van de wet. 2. Elke gemeente en het algemeen bestuur is bevoegd een wijziging in de regeling aan de besturen van de gemeenten in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. Het dagelijks bestuur zendt het voorstel van het algemeen bestuur toe aan de besturen van de gemeenten. 3. Onder wijziging van de regeling wordt mede verstaan opheffing alsmede het toetreden tot en het uittreden van de regeling.
Artikel 33 Toetreding 1. De gemeente die wil toetreden tot deze regeling maakt dit schriftelijk kenbaar bij het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur stelt richtlijnen vast voor toetreding. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.
Artikel 33a Uittreding 1. Een gemeente kan uittreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar college en raad. De uittredende gemeente maakt schriftelijk bij het algemeen bestuur van de regio kenbaar te willen uittreden uit de regeling. Dit is de start van deze procedure tot uittreding. 2. De uittreding gaat in één jaar na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen 3. Bij een gemeentelijke herindeling van één of meerdere gemeenten zoals bedoeld in de wet algemene regels herindeling kan het algemeen bestuur besluiten om een termijn vast te stellen die afwijkt van de in het tweede lid genoemde termijn. Rechten en verplichtingen van de uittredende 13
gemeente - voor herindeling - jegens de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, blijven gelden voor de toetredende gemeente na herindeling. 4. Het algemeen bestuur stelt richtlijnen vast voor de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de uittreding. Hierbij houdt het algemeen bestuur rekening met het bepaalde in lid 5 tot en met 12. 5. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden door het dagelijks bestuur van de regio in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties is een onafhankelijke deskundige betrokken. 6. Het algemeen bestuur van de regio neemt een besluit over de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties. Hierbij wordt de hoogte van de uittredingskosten vastgesteld. 7. Het algemeen bestuur neemt dit besluit binnen vijf maanden na ontvangst van het verzoek. Het dagelijks bestuur kan de beslistermijn verdagen met maximaal 3 maanden. 8. De kosten van de onderzoeken, inclusief de kosten van de inzet van de onafhankelijke deskundige, die met uittreding uit de gemeenschappelijke regeling gepaard gaan, komen ten laste van de uittredende gemeente. Deze kosten zijn de eenmalige kosten ten gevolge van uittreding en worden ten laste gebracht nadat het voornemen tot uittreden formeel bekend is gemaakt.
Ook wanneer een quick scan wordt uitgevoerd, worden deze kosten ten laste van de gemeente gebracht die overweegt om uit te treden. 9. De uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Deze komen eveneens ten laste van de uittredende gemeente en worden alleen in rekening gebracht als de gemeente daadwerkelijk besluit uit te treden. Basis voor de uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (afbouw bedrijfsvoeringsorganisatie, aangegane verplichtingen algemeen, aangegane verplichtingen per opgave) van de drie jaar jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. 10. De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling. 11. Middelen die onderdeel uitmaken van een (algemene) reserve van de regio, worden naar rato in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling. 12. De regio doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden.
Het algemeen bestuur doet met de gemeente die wil uittreden onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen (onder meer overname personeel, verlaging investeringen, opdrachtverlening elders). Artikel 33b De raden wordt om zienswijze gevraagd voordat het algemeen bestuur richtlijnen voor toetreding en/of uittreding vaststelt als bedoeld in artikel 33, tweede lid en artikel 33a, vierde lid..
Artikel 34 Liquidatie 1. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels vast. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de gemeenten gehoord, vastgesteld. 3. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel als bedoeld in hoofdstuk 9 van deze regeling. 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van de Groene
14
Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, uitgaande van de verdeling van financiële lasten en risico’s tussen de gemeenten zoals vastgelegd in de contractuele afspraken tussen deelnemende gemeenten aan een opgave. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6. Zo nodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
Hoofdstuk 13 Slotbepalingen
Artikel 35 Geschillen en onvoorziene gevallen 1. De gemeenten zullen geschillen als bedoeld in artikel 28 van de wet in onderling overleg proberen op te lossen, alvorens deze voor te leggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. 2. In alle gevallen waarin deze regeling of de wet niet voorziet, besluit het algemeen bestuur.
Artikel 36 Duur van de regeling 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de evaluatie van het algemeen functioneren en de werkwijze van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan het begin van het jaar voor het kalenderjaar waarin algemene raadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden. Het algemeen bestuur stelt hiervoor een onderzoeksopdracht vast.
Artikel 37 Toezending en bekendmaking De gemeente Overbetuwe is belast met de bekendmaking van de regeling zoals bedoeld in artikel 26 van de wet.
Artikel 38 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt in werking op ….. 2. De regeling wordt aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen”. Ondertekend op …..te…..
15
Toelichting bij de Gemeenschappelijke Regeling Regio ArnhemNijmegen Algemeen De 18 gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen willen de positie van de Regio Arnhem-Nijmegen versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit –bewerkstelligen. Het gaat hierbij om de samenwerking op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn. De juridische basis van de samenwerking tussen de gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen is vastgelegd in deze ‘Gemeenschappelijke Regeling Regio Arnhem-Nijmegen’. Datgene wat in juridische zin geregeld moet worden rondom de samenwerking tussen de gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen, is ook vastgelegd in deze regeling. Tegelijk laat deze regeling ruimte waar dat mogelijk en wenselijk is, zodat de organisatie en daarmee de samenwerking flexibel blijft en aanvullende of specifieke afspraken in afzonderlijke verordeningen kunnen worden vastgelegd.
De Gemeenschappelijke Regeling Regio Arnhem-Nijmegen bevat alleen bepalingen over onderwerpen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Daarbij zijn niet alle regels uit de Wgr overgenomen. Daarmee blijft deze regeling behapbaar en hoeft niet bij elke wijzigingen van de Wgr de regeling veranderd te worden De werkwijze zoals vastgelegd in deze regeling, is nader uitgewerkt en gedetailleerd in het Bedrijfsplan regio Arnhem - Nijmegen(16 april 2020). Het Bedrijfsplan is een uitwerking van en toelichting op de praktische werkwijze. Het Bedrijfsplan dient als richtsnoer bij de oprichting van het nieuwe regiobestuur en regiobureau. Waar nodig wordt in deze artikelsgewijze toelichting verwezen naar het Bedrijfsplan. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen Dit artikel bevat enkele algemene begripsbepalingen die gelden voor de gehele gemeenschappelijke regeling. Artikel 2 Openbaar lichaam Dit artikel bepaalt dat er een zogenoemd gemeenschappelijk openbaar lichaam wordt ingesteld krachtens artikel 1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De regeling is een collegesamenwerking. Het gemeenschappelijk openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en kan dus zelfstandig privaatrechtelijke rechtshandelingen verrichten. Er is bewust gekozen voor een gemeenschappelijk openbaar lichaam:
16
deze keuze maakt het mogelijk om transparanter en met meer slagkracht te kunnen werken. De regio kan zo zijn eigen financiële administratie en verantwoording organiseren. Tot slot bepaalt het artikel dat het gemeenschappelijk openbaar lichaam gevestigd is te Elst, gemeente Overbetuwe (volgens artikel 10 lid 3 Wgr is het aanwijzen van een plaats van vestiging vereist). Dit is het geografisch centrum van de regio. Artikel 3 Bestuursorganen Het bestuur van het gemeenschappelijk openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter (art. 12, lid 1 Wgr). Daarnaast kunnen commissies van advies en bestuurscommissies worden ingesteld. In deze regeling is die mogelijkheid geopend in hoofdstuk 6. De directie of een directielid is geen bestuursorgaan. Artikel 4 Belangen Deze regeling wordt getroffen ter behartiging van de in dit artikel genoemde belangen. Het belang bakent de bevoegdheden van (het bestuur van) het gemeenschappelijk openbaar lichaam af. Artikel 5 Taken In deze bepaling zijn de taken omschreven die het samenwerkingsverband moet uitvoeren voor zover gelegen binnen het belang van de vorige bepaling. De taken hebben met name betrekking op de voorbereiding en agendering van de verschillende opgaven.
Daarnaast worden positioneren en profileren van de regio expliciet benoemd, net als inspelen op ontwikkelingen en het faciliteren van ontmoetingen. Artikel 6 Bevoegdheden De deelnemende gemeenten dragen geen bevoegdheden over aan de regio Arnhem-Nijmegen. Bij afzonderlijk besluit mandateren de deelnemers de bevoegdheden. De enige uitzondering betreft de bevoegdheid van de raden om wettelijke voorschriften vast te stellen die regelen voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies, voor zover deze bevoegdheid ziet op de uitvoering van de in artikel 5 genoemde taken In het derde lid worden de bevoegdheden van de bestuursorganen van het openbaar lichaam beperkt. Dit zijn bevoegdheden die het openbaar lichaam vanwege zijn rechtspersoonlijkheid op grond van de wet zelf heeft. Met deze bepaling worden de financiële risico’s voor de deelnemers beperkt, omdat de deelnemers hiermee vooraf moeten instemmen. Artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur Dit artikel gaat over de samenstelling van het bestuur en de plaatsvervanging van bestuurders. Deze zaken moeten in de gemeenschappelijke regeling geregeld worden (art. 10 lid 3 Wgr). Daarbij is rekening gehouden met de wettelijke bepaling dat de leden van het bestuur door en uit de deelnemende raden of colleges van burgemeester en wethouders moeten worden aangewezen (art.
13, eerste lid Wgr). Er is voor gekozen om iedere raad één lid aan te laten wijzen. Als een lid van het 17
bestuur verhinderd is, dan kan dat lid vervangen worden door de door de betreffende raad aangewezen plaatsvervanger. Artikel 8 Vergaderingen Besluiten neemt het algemeen bestuur bij meerderheid van stemmen. Gekozen is voor een stemverhouding naar rato van de grootte van de gemeente, zoals die bij meerdere gemeenschappelijke regelingen in de regio toegepast wordt. Specifiek voor de begroting en de jaarrekening is gekozen voor een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Een besluit is dan pas aangenomen als de meerderheid van stemmen ook de meerderheid van de inwoners van de regio vertegenwoordigt. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. In het bedrijfsplan in paragraaf 4.2 is opgenomen dat het algemeen bestuur 8 keer per jaar bij elkaar komt. In artikel 8 van de gemeenschappelijke regeling is minimaal 6 keer per jaar opgenomen. Het laatste is verplichtend, het eerste is wenselijk. Een opgavegerichte samenwerking kunnen overheden niet alleen. Partners uit het bedrijfsleven, het onderwijs en het maatschappelijk veld zijn nodig om de gewenste doelen en resultaten te kunnen halen. Het algemeen bestuur kan ervoor kiezen om vertegenwoordigers van deze partijen uit te nodigen voor zijn vergadering. Elke opgave kent een bestuurlijk opdrachtgever (zie paragraaf 3.3 van het bedrijfsplan).
De leden van het dagelijks en algemeen bestuur zijn niet automatisch bestuurlijk opdrachtgever van de inhoudelijke opgaven. Dit kunnen ook bestuurders uit één van de 18 regiogemeenten zijn die geen deel uitmaken van het dagelijks of algemeen bestuur. Om de rollen en verantwoordelijkheden van het algemeen bestuur ten aanzien van de inhoudelijke opgaven te kunnen vervullen, zijn de bestuurlijk opdrachtgevers van de opgaven in ieder geval agendalid van het algemeen bestuur en zullen zij met regelmaat aansluiten bij vergaderingen van het algemeen bestuur. Artikel 9 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het gemeenschappelijk openbaar lichaam (art. 12, tweede lid, van de wet). Dit betekent onder meer dat het algemeen bestuur eindverantwoordelijk is voor het gemeenschappelijk openbaar lichaam. In het algemeen bestuur zijn alle deelnemers vertegenwoordigd. Dit artikel beschrijft de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur met uitzondering van de taken benoemd in artikel 33a, tweede lid, van de wet en artikel 9, vierde lid, van de regeling. Artikel 10 Samenstelling dagelijks bestuur Gekozen is voor een klein en compact dagelijks bestuur, dat ervoor zorgt dat het algemeen bestuur zijn rol kan vervullen.
De wet bevat geen bepalingen over het benoemen van plaatsvervangers voor de leden van het dagelijks bestuur. Bij vervanging met een tijdelijk of incidenteel karakter kan worden volstaan met een interne vervangingsregeling binnen het dagelijks bestuur, 18
Artikel 11 Vergaderingen De wet bevat geen bepalingen over de besluitvorming en vergaderorde van het dagelijks bestuur, zoals bij het algemeen bestuur. Net als bij het algemeen bestuur is in de regeling opgenomen dat het dagelijks bestuur minimaal 6 keer per jaar bij elkaar komt. Logischerwijs volgt het dagelijks bestuur minimaal de vergaderfrequentie van het algemeen bestuur. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. Artikel 12 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur Dit artikel regelt de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Artikel 13 Voorzitter Dit artikel regelt de aanwijzing van de (plaatsvervangend) voorzitter. Op grond van artikel 13, negende lid, van de Wgr moet de voorzitter door en uit het algemeen bestuur aangewezen worden. De voorzitter is een eenhoofdig bestuursorgaan (artikel 12, lid 1 Wgr) en is voorzitter van zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur (artikel 12, lid 3 Wgr). De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter zowel in het algemeen bestuur als in het dagelijks bestuur. Artikel 14 Taken en bevoegdheden van de voorzitter Dit artikel regelt de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur. De voorzitter is ook aanspreekbaar als boegbeeld van de regio. Artikel 15 Commissies van advies Dit artikel is gebaseerd op artikel 24 van de Wgr.
Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en samenstelling van deze commissies van advies. Het algemeen bestuur stelt in ieder geval een regioagendacommissie in. In paragraaf 4.3 van het bedrijfsplan wordt deze uit raadsleden bestaande regioagendacommissie verder toegelicht. Artikel 16 Bestuurscommissies Dit artikel voorziet in de mogelijkheid van het algemeen bestuur om bestuurscommissies in te stellen (op grond van artikel 25, lid 1 Wgr). Het is aan het algemeen bestuur om bestuurscommissies in te stellen. Het algemeen bestuur regelt de samenstelling van de bestuurscommissie, haar taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties jegens het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Op grond van artikel 25, lid 2 Wgr gaat het algemeen bestuur pas over tot de instelling van de in het eerste lid bedoelde commissies als de raden van de deelnemende gemeenten een verklaring van geen bezwaar hebben afgegeven.
19
Artikel 17 tot en met artikel 20 Deze artikelen regelen de informatie- en verantwoordingsplicht die uit een oogpunt van democratische legitimatie aan het functioneren van het bestuur worden gesteld en die verplicht is op grond van de Wgr. De GMR kent een informatieprotocol. Enkele elementen hiervan zijn in artikel 18 overgenomen. Voor het overige is geregeld dat het algemeen bestuur voor het verstrekken van informatie een Informatieprotocol vaststelt. Omdat deze informatievoorziening van belang is voor de raden, wordt aan hen de gelegenheid geboden hun zienswijze hierover te geven. Artikel 21 Reglement van orde algemeen bestuur Geen toelichting nodig. Artikel 22 Reglement van orde dagelijks bestuur Geen toelichting nodig. Artikel 22a Participatie ingezetenen en belanghebbenden Ingezetenen en belanghebbenden kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en monitoring van beleid bij openbare vergaderingen van het AB het woord voeren. Hierbij moet het wel gaan over een onderwerp dat reeds ter bespreking op de agenda is opgenomen. Per opgave wordt geregeld of en hoe ingezetenen en belanghebbenden kunnen inspreken. Verder hebben gemeenten voor ingezetenen en belanghebbenden natuurlijk mogelijkheden tot inspraak en participatie.