Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
Tekst van het document
Dit houdt in elk geval in dat iedereen die weet dat hij schade aan natuur gaat veroorzaken door een bepaalde handeling, hij deze handeling daarom niet uitvoert, of maatregelen neemt om schade aan de natuur door de handeling zoveel mogelijk te voorkomen. Probeer bijvoorbeeld bij de ruimtelijke ingreep zoveel mogelijk bomen, struiken en overig groen te behouden. Werken buiten de winterperiode voorkomt dat dieren die in winterrust zijn verstoord of gedood worden. Wanneer verlichting wordt geplaatst, probeer uitstraling van licht naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken, om verstoring van diersoorten te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door verlichting te beperken tot die plekken waar licht noodzakelijk is, lage en gericht armaturen te gebruiken in plaats van rondstralende armaturen en lampen goed te richten.
34
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
Vervolgonderzoek Naar aanleiding van de uitkomsten van de quickscan heeft de ECOquickscan een vervolgonderzoek uitgevoerd (28 oktober 2022). Deze is bijlage 7 toegevoegd bij de toelichting. Hieronder volgt een opsomming van de uitkomsten: Marterachtingen In het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan kleine marterachtigen en steenmarter. Vleermuizen Er is één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. In ht kader van de Wet natuurbescherming dient een onhteffing ex artikel 3.5 aangevraagd te worden bij Gedeputeerde staten. De aanvrager heeft aangegeven dat hij tijdelijke en permanente voorzieningen treft voor de gewone dwergvleermuis. De afspraken zijn opgenomen in bijlage 8. Huismus IN het plangebied zijn geen nestlocaties van de huismus aangetroffen.
Gierzwaluw In het plangebied zijn geen nestlocaties van de gierzwaluw aangetroffen.
Overige waarnemingen Tijdens het nader onderzoek is een nest van een ekster waargenomen. Ook zijn (eenmalig en kortstondig) een egel, ransuil en kerkuil waargenomen.
Soortenmanagementplan Nijmegen de Waalsprong (SMP-N) In het SMP-N is aangegeven hoe in de ontwikkelgebieden van de Waalsprong wordt omgegaan met de daar voorkomende soorten i.c. de steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, grote modderkruiper, rugstreeppad, poelkikker en kleine marterachtigen. Op basis van het SMP-N is een zogenoemde gebiedsontheffing soorten Wet natuurbescherming (Wnb) verkregen. Deze ontheffing is alleen mogelijk als in de eindsituatie een duidelijke 'plus' voor (beschermde) soorten wordt gecreëerd. Op 8 mei 2019 heeft Gedeputeerde Staten van Gelderland besloten om de gevraagde ontheffing te verlenen. Door uitvoering van het SMP-N wordt bewust een plus voor de natuur gecreëerd in de groenstructuur en in de gebouwen. Op die manier wordt ook de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterkt. Soortenbescherming Zowel voor de ontwikkel- als de eindfase geeft het SMP-N de ambitie en de integrale aanpak om te komen tot een duurzame instandhouding van op dit moment in het gebied de Waalsprong voorkomende beschermde diersoorten steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, rugstreeppad, grote modderkruiper, poelkikker en kleine marterachtigen. Daartoe wordt de landschappelijk zone rondom de meer stedelijke woningbouwlocaties van de Waalsprong zodanig ingericht en beheerd dat er kansen worden geboden voor de beschermde soorten en er voor biodiversiteit in
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
35
algemene zin een plus wordt behaald. Als ontwerpkader is gekozen voor elementen en sfeerbeelden van de historische inrichting van het landschap zoals dat aanwezig was voor de opkomst van de kassentuinbouw in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Door het accent te leggen op het behouden, terugbrengen en versterken van karakteristieke landschapselementen (zoals houtwallen, groepjes, solitaire bomen of bomenrijen, struweelheggen, poelen en kruidenrijke graslanden) wordt een heel natuurlijk passend kader geschapen voor de (her)inrichting van de landschappelijke zone van de Waalsprong. Deze zone zorgt ook voor een directe ecologische verbinding en aansluiting met omringende groene gebieden. De landschappelijke zone bedient hiermee zowel de woningbouw (ruimtelijke kwaliteit, beleving inwoners) als de natuur (met landschapselementen die afgestemd zijn op de specifieke soorten). In de ontwerpen per deelgebied – op een hoger schaalniveau dan het voorliggende plangebied – is aandacht besteed aan de samenhang tussen de inrichtingselementen en zijn er verschillende milieus gecreëerd waardoor er per soort accenten zijn gelegd. Door deze verschillende accenten ontstaan gebieden die geschikt zijn voor de soort maar die ook gebruikt kunnen worden door andere soorten.
Wijzigingsbesluit kleine marterachtigen Omdat de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel niet in een gunstige staat van instandhouding verkeren heeft de provincie Gelderland besloten om deze soorten niet meer te laten vallen onder een vrijstelling van de Omgevingsverordening. Deze soorten zijn vanaf 1 maart 2019 geregeld via een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Vandaar dat een wijzigingsaanvraag is ingediend voor het opnemen van de kleine marterachtigen in het SMP-N en de gebiedsontheffing via een wijzigingsbesluit. Deze ontheffing is op 28 oktober 2020 verleend. Doorwerking plangebied Voorliggend plangebied maakt geen onderdeel uit van de deelgebieden die in het SMP-N zijn aangewezen voor habitatverbetering. In het plangebied is het treffen van gebiedsmaatregelen – zoals het aanleggen van landschapselementen – dan ook niet aan de orde. Natuurinclusief bouwen Via het SMP-N wordt ook deels invulling gegeven aan de aangenomen raadsmotie 'Natuurinclusief bouwen' van 14 november 2018. Ter uitvoering van de raadsmotie wordt in de Waalsprong een wijk ontwikkeld waar rekening wordt gehouden met allerlei aspecten van de natuur of die nou zeldzaam en beschermd zijn of niet.
In dit licht is een korte handleiding Natuurinclusief bouwen opgesteld die makkelijk toepasbare maatregelen biedt waaruit gekozen kan worden, afhankelijk van wat in welke situatie mogelijk is (bijlage 5 van het SMP-N). Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong opgesteld. Deze toolbox is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland. Het systeem richt zich in eerste instantie op de gebouwgebonden soorten gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw maar op basis van de ecologische potenties en behoeften, worden er binnen de deelgebieden bepaald op welke soorten en aanvullende maatregelen de focus wordt gelegd. Voor de Waalsprong geldt vanaf 2020 het in het SMP-N vastgelegde minimumambitieniveau. Dit betreft geïntegreerde voorzieningen in de gevels of onder dakpannen van hoogbouw en grondgebonden woningen. Om tot duurzame vestiging van de huismus, gierzwaluw en gewone
36
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
dwergvleermuis te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet genoeg. Wanneer de soorten geen plek hebben om te foerageren, is de waarde van de nestvoorzieningen daar beperkt. De toolbox bevat daarom tevens groene omgevingsmaatregelen waardoor de stedelijke biodiversiteit wordt versterkt, de belevingswaarde voor de toekomstige bewoners vergroot en een bijdrage wordt geleverd aan klimaatadaptatie. Doorwerking plangebied De in het SMP-N en de 'Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong' opgenomen maatregelen zijn van toepassing op de bouw van nieuwe woningen. Bij de uitwerking van het bouwplan wordt beoordeeld in hoeverre tegemoet kan worden gekomen aan de implementatie van natuurinclusiviteit. Het verdient aanbeveling toepassing te geven aan het vergroenen van tuinen (door de aanleg van een natuurlijke haag als erfafscheiding en het beperken van verharding) of het aanbrengen van nestvoorzieningen (indien mogelijk).
Provinciaal beleid Omgevingsvisie en –verordening Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. In de verordening is het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt op circa 680 meter afstand van het Gelders deel van Natuurnetwerk Nederland (GNN). De provincie heeft geen doelstellingen voor gebieden die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen. Ruimtelijke ontwikkelingen die geen significant negatief effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen plaatsvinden. Er is geen sprake van externe werking. De voorgenomen ontwikkeling tast de kernkwaliteiten van het GNN dan ook niet aan en past binnen het beleid van de provincie Gelderland. Het afwegingskader EHS hoeft niet te worden doorlopen. De Omgevingsvisie en -verordening zijn wat dat betreft niet van toepassing.
Overig gemeentelijk beleid Coalitieakkoord 2022 - 2026; Ons Nijmegen, stad van Iedereen In de periode 2018-2022 is gewerkt aan een mooier, schoner, veiliger, duurzamer, groener en prettiger Nijmegen. Die lijn wordt voortgezet, met extra stappen en daadkracht waar dat kan. Het college ziet klimaatverandering als een urgente opgave en wil maatregelen nemen om te komen tot een klimaatbestendige stad. De opgaven waar we voor staan: het verminderen van hittestress, perioden van droogte en wateroverlast het hoofd bieden en het creëren van meer natuur, zodat meer verschillende soorten planten en dieren zich in de stad thuis voelen. Om dit te bewerkstelligen zijn maatrelen op openbaar én privaat terrein nodig. De komende collegeperiode wordt ingezet op het stimuleren (en vergroten) van de biodiversiteit en ecologisch verantwoord beheer, worden er 1.000 bomen per jaar geplant en wordt actief ingezet op het vergroenen van de openbare ruimten, voortuinen en private terreinen. Topindicator groen (2010)
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
37
In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. De gemeente past de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken en ook in het collegeakkoord is de ambitie om een park of ander groen gebied binnen 300 meter van elke woning te hebben opnieuw bekrachtigd. Doorwerking plangebied Het voorliggende bestemmingsplan maakt nieuwe woningen mogelijk, waardoor getoetst dient te worden aan voornoemde norm. Op circa 160 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Historische tuin (Warmoes) aan de Griftdijk. Daarnaast is op circa 300 meter ten noorden van het plangebied de Oosterhoutse plas gelegen, die volop mogelijkheden biedt voor recreatie en verkoeling (bij hittestress).
Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma.
De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven ernaar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. Het plangebied is niet aangemerkt als waardevolle groenstructuur (vlak). De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de beoogde hoofdgroenstructuur van Nijmegen. Bomenplan Nijmegen (2021) In de omgevingsvisie 2020-2040 'Nijmegen Stad in Beweging' heeft de gemeente uitgesproken een economisch veerkrachtige, sociale en gezonde, aantrekkelijke en duurzame stad te willen zijn. Eén van de opgaven uit de omgevingsvisie is een groene en gezonde stad. Aangezien bomen hier in sterke mate bijdragen, is als nadere uitwerking van de omgevingsvisie het Bomenplan Nijmegen opgesteld. De doelstellingen van het bomenplan zijn: gezonde bomen zo lang mogelijk behouden; bomenkap zoveel mogelijk vermijden; aanplant van bomen zoveel mogelijk stimuleren; dat de belangrijkste bomen in de stad een groene beschermde verbindende structuur vormen.
38
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
De gemeente geeft met het bomenplan invulling aan de ambities, opgaven en ruimtelijke keuzes op het vlak van bomen. Er wordt richting gegeven aan een integrale ontwikkeling van de verschillende belangen en waarden die bomen voor de stad Nijmegen vertegenwoordigen, waaronder het behoud van bomen en het versterken van de boomstructuur. In het Bomenplan Nijmegen is de hoofdboomstructuur uit 2009 geactualiseerd. De hoofdboomstructuur bestaat uit verschillende vlakken en lijnen, welke verschillende waarden vertegenwoordigen. Doorwerking plangebied In het voorliggende plangebied zijn geen vlakken, lijnen en/of waardevolle bomen aanwezig. Wel is de Griftdijk-Noord in de hoofdbomenstructuur aangewezen als statige laan en cultuurhistorische veldweg. Statige lanen geven de stad een groen aanzicht en geven invulling aan het 'groene kapitaal' van de stad. Langs deze verbindingen wordt ingezet op het versterken van een bomenlaan of -structuur. Op dit moment is er ter hoogte van het plangebied geen laanbeplanting aanwezig langs de Griftdijk-Noord. Het eventueel aanbrengen van laanbeplanting langs deze weg valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan.
Ecologie van de stad De bijzondere ligging van Nijmegen op een kruispunt van het rivierengebied, de hogere zandgronden en het stuwwallencomplex zorgt ervoor dat niet alleen rondom Nijmegen, maar ook binnen de stadsgrenzen een verscheidenheid aan leefmilieus voor planten en diersoorten aanwezig is. Nijmegen heeft de ambitie om bij nieuwe ontwikkelingen kansen voor natuur te benutten. Door het nemen van inrichtings- en beheermaatregelen kan de ontwikkeling leiden tot een verbetering van de biodiversiteit. Met name in aansluiting op plassen en watergangen. De biodiversiteit kan worden gestimuleerd door het maaiveld in te richten en te beheren als bloemrijk grasland met plukjes struweel. De beplanting dient bij voorkeur te bestaan uit een menging van inheemse soorten. Deze maatregelen komen ten goede aan onder andere insecten, kleine zoogdieren en vogels. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals voorliggend plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Het bewust aanbrengen van schuil- en nestgelegenheden aan gebouwen is een kans die eenvoudig benut kan worden. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. De gemeente heeft de ecologische structuren, ecologische hotspots en ecologische waardevolle wijkspots in de wijk in Nijmegen in kaart gebracht.
Ecologische structuren laten de relaties zien tussen natuurwaarden in de stad en natuurwaarden om de stad. Soorten kunnen zich hierlangs verplaatsen en hebben zo een gevarieerd leefgebied tot hun beschikking.
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
39
Figuur 10: ecologische hoofdstructuur Nijmegen
Doorwerking plangebied In bovenstaande figuur is globaal de ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied ligt in een gebied met relatief lage natuurwaarden. In de nabije omgeving van het plangebied zijn wel enkele hotspots aanwezig, alsmede enkele natte en droge ecologische dooraderingen. Om de natuurwaarden in (de omgeving van) het plangebied te vergroten wordt bij de uitwerking van de bouwplannen beoordeeld in hoeverre natuurinclusieve maatregelen geïmplementeerd kunnen worden. Stad en Natuur: klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. In 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied.
Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering.
40
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden daarbij onder de aandacht gebracht. Beter is nog dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen mee wordt ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen. Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten. Hemelwater kan opgevangen worden in het groen. Het verdient aanbeveling hier bij de uitwerking van het inrichtingsplan rekening mee te houden, bijvoorbeeld door het hemelwater af te koppelen op een wadi en het aanplanten van bomen (voor o.a. schaduw).
4.10 Cultuurhistorie Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.
Gemeentelijk beleid Monumentenverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de monumentenverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig. Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Monumentenverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
41
18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen vastgesteld. Diverse gebouwen en objecten in Nijmegen Zuid staan op de aandachtslijst. Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15-5-2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, kennis & inspiratie en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kunnen we niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken.
De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen.
Figuur 11 : Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart met een aanduiding van de ligging van het plangebied
Het bestemmingsplangebied valt binnen gebiedstype 1 van de cultuurhistorische beleidskaart. Bij gebiedstype 1 gaat het om gebieden waarin cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig zijn. Bij ruimtelijke plannen wordt daarom alleen gestreefd naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren. Voor dit gebiedstype wordt in het bestemmingsplan een regeling met betrekking tot bescherming van cultuurhistorische waarden opgenomen, indien sprake is van cultuurhistorisch waardevolle structuren. Huidig beeld Het bestemmingsplangebied ligt aan de Griftdijk Noord ter hoogte van de Dijkstraat. De Griftdijk (Noord) volgt het tracé van de verdwenen trekvaart tussen Arnhem en Nijmegen. Dit 14 kilometer lange kanaal werd aan het einde van de 16e gegraven en behoorde tot de eerste trekvaarten in Nederland. Het kanaal, dat werd gebruikt voor vrachtvervoer en snel personenvervoer, werd aan weerszijden geflankeerd door dijken die werden gebruikt voor transport met paard en wagen.
42
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
In 1930 werd De Grift gedempt nadat het kanaal meer en meer in onbruik was geraakt. De Griftdijk bleef tot in de jaren veertig van de twintigste eeuw de belangrijkste wegverbinding tussen Nijmegen en Arnhem. Als belangrijke structuur in het gebied is het tracé van De Grift bepalend geweest voor de ruimtelijke inrichting van het gebied: aan de vaart verrees een lint van bebouwing en de aangelegen gronden werden haaks op het kanaal verkaveld. De brede, onbebouwde zone tussen de weg en de historische bebouwing verraadt nog het tracé van de verdwenen trekvaart. Bestemmingsplanwijziging De beoogde bestemmingsplanwijziging laat de ontwikkeling van een klein woongebied toe dat vanaf de Dijkstraat wordt ontsloten. De bestemmingsplanwijziging tast weliswaar de herkenbaarheid van de voormalige trekvaart aan omdat het voormalige tracé ervan wordt bebouwd, maar dit is op deze locatie vanuit cultuurhistorie voorstelbaar. Rondom het bestemmingsplangebied verrijst een nieuwe woonwijk, het bestemmingsplangebied sluit straks aan op de nieuwe situatie. In aansluiting op het bestemmingsplan van het ten zuiden gelegen plangebied Koudenhoek zuid, waar het plan Lentelijn wordt gerealiseerd, is langs de Griftdijk noord minimale afstand voor de bouwvolumes van 16 meter bepaald. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt zijn er daarom geen bezwaren tegen de voorgestelde bestemmingsplanherziening.
4.11 Archeologie Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.
Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
43
Provinciaal beleid Het plangebied ligt niet binnen de contouren van de Limeszone, zoals gedefinieerd in het Barro (art. 2.13) en vertaald in de provinciale Erfgoedverordening 2.58-60. Gemeentelijk beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief.
Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. Deelbijdrage Bestemmingsplan Griftdijk 20 Binnen de contouren van het bedrijventerrein de Grift is deels het facetbestemmingsplan archeologie (2014) en deels het Selectiebesluit Archeologie Waalsprong (2019) vigerend beleid. Beide worden hieronder nader toegelicht.
Facetbestemmingsplan archeologie (2014) Binnen de contouren van het plangebied Griftdijk 20, te Nijmegen ligt een zone met dubbelbestemming waarde 1 binnen de contouren van het plangebied de Griftdijk 20 zijn op dit moment geen andere archeologische waarde aanwezig. Deze waardes zijn dan ook niet opgenomen in dit bestemmingsplan.
44
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
waarde 1
Waarde 1 wordt toegekend aan een gebied als er sprake is van een onbekende, lage of middelhoge verwachting. Deze waarde geldt voor een groot deel van het grondgebied van de gemeente Nijmegen. In veel gevallen is de waarde terug te voeren op het ontbreken van nadere kennis omtrent de situatie ter plekke. Voor deze waarde geldt dat er in het kader van omgevingsvergunningen een ondergrens geldt voor het doen van archeologisch onderzoek. Deze grens is gerelateerd aan het oppervlakte van het plangebied, namelijk groter dan 2.500 m2, en een ingreep die dieper gaat dan 30 cm.
Selectiebesluit Archeologie Waalsprong (2019) In 2016 is een inventarisatie gemaakt van onderzochte en nog te onderzoeken vindplaatsen in diverse ontwikkelgebieden in Nijmegen Noord. Op basis van deze inventarisatie en onderzoek uitgevoerd in 2017 en 2018 is voor de nog te ontwikkelen deelgebieden van de Waalsprong in 2019 het Selectiebesluit Archeologie Waalsprong opgesteld waarin is vastgelegd hoe in deze gebieden moet worden omgegaan met archeologie. Binnen de contouren van het plangebied van de Griftdijk 20 , te Nijmegen ligt momenteel een aanduiding die in het Selectiebesluit Archeologie Waalsprong (2019) behandeld wordt. Hierbij zijn specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot archeologie. Het Selectiebesluit Archeologie Waalsprong (2019) is in het geval van deze percelen vigerend beleid (zie figuur 8). In het selectiebesluit archeologie Waalsprong zijn drie opties opgenomen. De optie die vigerend is binnen de contouren van het plangebied betreft vrijgave/groen. Vrijgave/Groen
Voor een groot deel van de Waalsprong is door middel van archeologisch onderzoek vastgesteld dat geen behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Wellicht dat er vondsten of sporen aanwezig zijn, maar de gemeente acht deze niet zodanig van belang dat deze behouden moeten blijven. Dit wordt in sommige gevallen gecompenseerd door de uitwerking van archeologisch onderzoek dat in het verleden heeft plaatsgevonden en voldoende kennis zal kunnen opbrengen over het betreffende thema om de synthese mee te kunnen maken. Het gebied is vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
45
Figuur 12: Bestemmingsplangebied Buitengebied Dorp Lent - 45
Bestemmingsplanregels Bovenstaande tekst is de beschrijving van het vigerende beleid. Deze is specifiek toegespitst op het huidige plangebied van Griftdijk 20. Figuur 12 bestemmingsplangebied 'Buitengebied Dorp Lent - 45' kan worden gevolgd en het bovengenoemde beleid kan worden opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan welke regels gaan gelden. Tenslotte de standaard meldplicht: Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10).
Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die
46
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.
4.12 Verkeer en parkeren 4.12.1 Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer Het plangebied Griftdijk Noord 20 maakt onderdeel uit van de wijk Lent en ligt in het stadsdeel Nijmegen-Noord. Het plangebied wordt ontsloten via de Dijkstraat, dit is een erftoegangsweg die vervolgens aansluit op de Griftdijk Noord. Griftdijk Noord valt onder de categorie gebiedsontsluitingsweg. Langzaam verkeer Het plangebied kan via de Dijkstraat ontsloten worden door fietsers en voetgangers, zowel in oostelijke als westelijke richting. Openbaar vervoer Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen aan de Griftdijk Noord. Deze bevinden zich op ca. 150 meter loopafstand van het plangebied nabij kruispunt Griftdijk Noord / Dijkstraat.
4.12.2 Expeditie Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het gemotoriseerde verkeer.
4.12.3 Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030” en “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijke” het plangebied “Griftdijk Noord 20” valt in gebied "2e schil". Er zijn 11 parkeerplaatsen benodigd, hiervan dienen er 3 openbaar toegankelijk te zijn. Deze kunnen op eigen terrein worden gerealiseerd.
4.12.4 Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoordt in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 ‘Nijmegen Goed op Weg’ Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt aan een erftoegangsweg, binnen de bebouwde kom, hiervoor geldt een
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
47
maximumsnelheid van 30 km/h.
4.12.5 Verkeergeneratie De verkeersgeneratie wordt berekend aan de hand van de “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. Dit is een uitwerking van de door raad vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030”. Nijmegen is aangeduid als sterk stedelijk. Conform de gebiedsindeling valt herontwikkeling van plangebied Griftdijk Noord 20 in de categorie ‘2e schil’. Het plangebied bevat maar een beperkte uitbreiding van een aantal woningen, dat een geringe verkeerstoename ten gevolge heeft. Deze verkeerstoename kan prima op de aanwezige verkeersinfrastructuur worden verwerkt.
4.13 Klimaat 4.13.1 Duurzaamheid en Klimaatadaptatie Nijmegen als duurzame stad is een van de 4 hoofdopgaven van de Omgevingsvisie. We hebben de ambitie om voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. We gaan uit van duurzaam grondgebruik, waarbij ontwikkelingen waarde aan de stad toevoegen en een bijdrage leveren aan het oplossen van onze grote opgaven. Circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en energieneutraal zijn hierbij centrale (samenhangende) thema’s, die ook elders in de stad vorm krijgen. De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050).
4.13.2 Circulaire stad De regio Arnhem-Nijmegen wil zich profileren als circulaire regio. Dit uit zich onder meer in de met het Rijk afgesloten woondeal waarin nadrukkelijk deze groene ontwikkeling aan de groeiopgave van de regio gekoppeld is. In de nieuwe woningbouwplannen spannen wij ons in om minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. Vanaf 2030 wil de regio minimaal 50% circulair bouwen om uiteindelijk in 2050 te komen tot een circulaire leefomgeving. We streven daarom naar circulaire woningbouw, het liefst met gebruik van hernieuwbare organische bouwmaterialen (bijvoorbeeld hout, vlas, schapenwol etc.). We gebruiken de GPR methodiek als ontwerptool en beoordelingsmethodiek om de duurzaamheid van gebouwen in beeld te brengen. Onze ambitie is om van de bouw een drijvende kracht te maken voor de circulaire economie. Daarom hebben we ons ook aangesloten bij de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. We willen laten zien dat het grootschalig circulair en conceptueel bouwen van woningen niet ten koste gaat en mag gaan van snelheid en betaalbaarheid. Daarbij zijn er verschillende manieren om circulair bouwen in te vullen: 1.
2.
Biobased bouwen, waarbij de ambitie is om structureel meer biobased materiaal toe te gaan passen in woningbouwprojecten, en tevens beleidsmatig te verankeren en te stimuleren. ‘Biobased materiaal’ is hierbij materiaal dat CO2 opslaat en hernieuwbaar is. Geïndustrialiseerd conceptueel bouwen, waarbij de ambitie is om zoveel mogelijk
48
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
3.
nieuwbouwwoningen; a. Geïndustrialiseerd te laten produceren, om de productie te versnellen, de kwaliteit van de woningen te optimaliseren en afval- en reststromen te minimaliseren tijdens de productie; b. Conceptueel te realiseren, waarmee variatie mogelijk is in woningtype, -vorm en -stijl. Waarderings- en financieringsmodellen, waarbij de ambitie is om circulair bouwen zo te gaan waarderen, dat de totale kosten en opbrengsten over de gehele levensduur – inclusief restwaarde en maatschappelijke kosten en baten – kunnen worden meegenomen in de financiering en waardering van vastgoed.
In de Grond- weg en waterbouw onderschrijft Nijmegen de uitgangspunten van de Green Deal Duurzaam GWW 2.0; samen met onze ketenpartners willen we de verduurzaming in de sector structureel aanjagen. Voor het afwegen van duurzame keuzen maken we o.a. gebruik van het ambitieweb en Dubocalq. We streven naar een gesloten grondbalans.
4.13.3 Klimaat adaptief Nijmegen ligt in een kwetsbaar landschap dat gevoelig is voor hitte, droogte en wateroverlast. Klimaatverandering heeft bijvoorbeeld effect op piekbuien. Plekken in de stad met dichte bebouwing zijn gevoelig voor hittestress. Samen met partners in de regio, zoals gemeenten, provincie en waterschapen en vele andere organisaties, werken we daarom aan een regionale adaptatie strategie om een klimaatbestendige regio te zijn. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema’s voor Nijmegen in deze strategie zijn ‘een groenblauwe stad’ en ‘klaar voor de hitte’. Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. De regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio.
4.13.4 Water, droogte en hitte De opgave voor een klimaatbestendige wijk vraagt om een integrale blik waarbij de combinatie van inrichting, architectuur, (bodem)infrastructuur en beplanting zorgen voor een aangenaam klimaat. Concreet gaat het bijvoorbeeld om de situering van gebouwen voor schaduwwerking, keuze van materialen, het beperken van verharding en de keuze van het type verharding, wortelruimte en kwalitatief goede grond voor planten en bomen, groene daken en natuurlijk de waterhuishouding. Het is onze ambitie dat het watersysteem zichtbaar (bovengronds) is en een positieve bijdrage levert aan het woon- en verblijfsklimaat en recreatieve en ecologische kansen schept. De waterhuishouding vormt in een integraal onderdeel van de stedenbouwkundige opgave. We maken een robuust watersysteem nodig dat rekening houdt met de impact van klimaatverandering, en zodoende zowel toenemende piekbuien als drogere perioden aankan. We belasten het riool niet met regenwater, dat stroomt via een bodempassage naar het oppervlaktesysteem. Zo zorgen het watersysteem en het groennetwerk voor een klimaatbestendige, gezonde openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen als: Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen.
Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag wat zorgt voor minder hittestress en droogte. Initiatiefnemer past half verharding toe ter plaatse van de parkeervakken. Inpassen van bestaande bomen voor zover aanwezig en mogelijk is i.r.t. verkaveling en
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
49
bebouwing, vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. Ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is. Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat het dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Waterretentie kan door afvoer van hemelwater naar de naastgelegen sloot aan de zuidwest zijde van het plangebied. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking. Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen/waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties. Woningen worden voorzien van hoogwaardige isolatie en beglazing ter voorkoming van oververhitting in de zomer.
4.13.5 Natuurinclusief bouwen In de Omgevingsvisie kiezen we voor natuurinclusief bouwen. We nemen de natuur vanaf het begin mee bij de planontwikkeling en gaan uit van de gebiedsspecifieke kansen. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen bewust ruimte creëren voor natuur, in de groenstructuur en bij/in gebouwen. Natuurinclusief bouwen is een van de maatregelen om die ambitie te realiseren. Dit is niet alleen goed voor de flora en fauna, maar ook voor klimaatadaptatie en de belevingswaarde van toekomstige bewoners. We bouwen hiervoor voort op de Toolbox Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen die we voor de Waalsprong en het Waalfront hebben opgesteld. Kijk in de paragraaf Groen voor een nader uitwerking van natuurinclusief bouwen.
4.13.6 Energieneutraal Nijmegen heeft de ambitie om uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij te zijn. Energiebesparing is een eerste vereiste om de energievraag te minimaliseren. De energie die we dan nog gebruiken wekken we zoveel mogelijk duurzaam op. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Deze software staat via de gemeente Nijmegen ter beschikking aan ontwikkelaars in dit gebied. De ontwikkelaar kan deze systematiek ook gebruiken om haar ontwerpen te optimaliseren en te toetsen op bouwbesluitaspecten zoals energieprestatie en materiaalprestatie.
4.13.7 Energiebehoefte beperken Vanaf 1 januari 2021 is bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er steeds meer opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen.
50
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
4.13.8 Aardgasvrij Per 1 juli 2018 moeten nieuwbouwwoningen aardgasvrij zijn. Het gaat om alle nieuwbouwwoningen die op of na 1 juli 2018 worden ingediend voor een omgevingsvergunning. Alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn aansluiten op het warmtenet of verwarmen met een warmtepomp of infraroodpanelen. Op de locatie is een warmtenet aanwezig. Voor aansluiting op het warmtenet kan contact worden opgenomen met Vattenfal. De ontwikkellocatie ligt niet in het concessiegebied voor het warmtenet en heeft daarom geen aansluitplicht. Dat betekent dat voor de woningen een andere aardgasvrije warmtevoorziening mag worden gekozen. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem. Voor het bepalen van deze voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieu hygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden. Een bijkomend voordeel van een WKO is dat de woning hiermee in de zomer kan worden gekoeld.
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
51
52
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1
Inleiding
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels. In de volgende twee paragrafen wordt de systematiek van de planregels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven.
5.2
Systematiek van de planregels
Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. 5.2.1
Inleidende regels
Bij de inleidende regels wordt ingegaan op de begrippen en de wijze van meten. 5.2.2
Bestemmingsplanregels
De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen hebben verleend. Een omgevingsvergunning wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de planregels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de welstandsnota. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels;
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
53
afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van; werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid.
5.2.3
Algemene regels
Onder het kopje algemene regels zijn de regels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Hierbij gaat het om de volgende bepalingen: Anti-dubbeltelregel: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: regels over beeldende kunst, bouwwerken ten algemenen nutte en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels: er zijn regels opgenomen over het toestaan van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten. Daarnaast is een bepaling over evenementen opgenomen en wordt aangegeven welk gebruik in ieder geval strijdig is met de bestemmingen in hoofdstuk 2. Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van niet-ingrijpende bouwactiviteiten. De criteria, die bij toepassing van de bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. Overige regels: in de overige regels staan bepalingen omtrent parkeren opgenomen.
Daarnaast is een bepaling opgenomen over de uitsluiting van bepalingen van de bouwverordening en is uitleg opgenomen over de voorrang van dubbelbestemmingen op enkelbestemmingen.
5.3
Beschrijving per bestemming
Enkelvoudige bestemming Wonen De gronden die bestemd zijn als 'Wonen' zijn primair bedoeld voor het wonen. Daarnaast zijn aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten toegestaan. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.
De hoofdgebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak, dat geheel mag worden bebouwd. De goot- en bouwhoogte zijn op de verbeelding weergegeven. Aan- en uitbouwen en erfafscheidingen zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan. Algemene aanduidingsregels Behalve bestemmingen en een dubbelbestemming zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Deze aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen de dubbelbestemming met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Aanduidingen komen zowel op de verbeelding als in de planregels voor.
54
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
In dit bestemmingsplan komen verschillende functie- als gebiedsaanduidingen (bouwvlakken, maatvoeringsaanduidingen (maximum goot- en bouwhoogte) voor. Overgangs- en slotregels Hierin wordt ingegaan op het overgangsrecht en de slotregel.
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
55
56
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1
Kostenverhaal
De gemeentelijke kosten ten gevolge van deze ontwikkeling worden middels het heffen van leges in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. Uit de gevraagde herziening van het bestemmingsplan kan schade voortvloeien als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening om welke reden er gerede twijfel bestaat over de vereiste economische uitvoerbaarheid van de gevraagde planologische maatregel. Er dient voorkomen te worden dat de gemeente voor initiatieven planschade betaalt. Om die reden is in een overeenkomst opgenomen dat de initiatiefnemer zich ten behoeve van de economische uitvoerbaarheid van de planologische maatregel bereid verklaart de daaruit voortvloeiende voor vergoeding in aanmerking komende planschade volledig aan de gemeente te compenseren.
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
57
58
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1
Inspraak
Voor dit bestemmingsplan is op 14 september 2022 een vooraankondiging gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken van donderdag 29 september 2022 tot en met woensdag 9 november 2022 ter visie gelegd. De tervisielegging is gepubliceerd op woensdag 28 september 2022. Gedurende deze periode is er één zienswijze ingekomen. Deze is van een beantwoording voorzien in de zienswijzennota.
7.2
Overleg
Er heeft vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening plaatsgevonden. Het Waterschap is akkoord met het plan. Er spelen geen rijks- en/of provinciale belangen.
7.3
Participatie
Lang voordat alle huidige plannen en ontwikkelingen in beeld waren, kwamen bewoners van voornamelijk de Griftdijk Noord al samen om een borreltje te drinken of een hapje te eten. Toentertijd werd door de initiatiefnemer al verteld over plannen op het huidige terrein, welke wat betreft inhoud varieerde maar betreft uitgangspunten gelijk bleef, namelijk een betaalbare en comfortabele woning voor zijn ouders. Na het overlijden van zijn moeder is dit uitgangspunt voor zijn vader gaan gelden. Daarnaast is het plan uitgebreid, omdat iniatiefnemer met zijn gezin dichtbij zijn vader en terug op de geboortegrond een huis wil bouwen. De buren weten van de huidige plannen en tijdens de komende zomer-bbq heeft iniatiefnemer de persoonlijke plannen nader toegelicht. Met de bewoners van het bestaande woonhuis in het plan ten zuiden is een enkele keer contact geweest. De overburen zijn betrokken bij het project. Zij hebben recentelijk zelf een huis gebouwd en daarvan via mijn vader op de hoogte gesteld op een zelfde manier. De buren ten noorden van het perceel zijn ook op de hoogte van de huidige plannen en al deze buren, mogelijk met uitzondering van het bestaande woonhuis in het huidige plan 'Lente Lijn', zijn bijgepraat bij de zomer bbq.
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
59
60
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
Regels
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
61
62
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20) met identificatienummer NL.IMRO.0268.BP140W45-VG01 van de gemeente Nijmegen.
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanbouw
een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat op de grond staat, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een aparte ruimte vormt die al dan niet vanuit het hoofdgebouw bereikbaar is.
1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6
aangebouwd bijgebouw
een bijgebouw dat direct grenst aan een aan- of uitbouw en niet tevens aan het hoofdgebouw. Voor een aangebouwd bijgebouw geldt de definitie van een bijgebouw, met uitzondering van de eis van vrijstaandheid. Wanneer een aangebouwd bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.
1.7
aan huis verbonden beroepsactiviteiten
een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Prostitutie is uitgesloten.
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)
63
1.8
aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten het verlenen van diensten en/of; het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen) en/of; het voeren van de administratie van bedrijfsactiviteiten die (behoudens genoemde administratieve werkzaamheden) niet ter plaatse worden uitgeoefend; het verstrekken van logies en ontbijt (bed and breakfast);
waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in of bij de woning met behoud van de woonfunctie ter plaatse kan worden uitgeoefend. Een seksbedrijf is uitgesloten.
1.9
achtergevel
de bestaande achtergevel van het hoofdgebouw.
1.10
achtergevellijn
de achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan.
1.11
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of houden van dieren.
1.12
archeologisch deskundige
de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.
1.13
archeologische waarden
Onder archeologische waarden kunnen worden verstaan: archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.
1.14
archeologische verwachtingswaarde
de kans op archeologische vondsten of informatie.
1.15
archeologisch onderzoek
onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een certificaat conform de Erfgoedwet.
1.16
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
64
vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Dorp Lent - 45 (Griftdijk Noord 20)