Broedplaatsenbeleid 'Ruimte voor makers'
Tekst van het document
Ruimte voor makers Creatieve en culturele broedplaatsen in Nijmegen 2025-2035
nijmegen.nl
Inhoudsopgave 1. Inleiding: Nijmegen een aantrekkelijke stad
3
2. Samenvatting
6
3. Proces broedplaatsenbeleid
8
4. Definities: waar richten we ons broedplaatsenbeleid op?
10
5. Wat willen we bereiken?
12
5.1 Meer passende ruimte voor actieve creatieve makers
12
5.2 Stimuleren Creatieve en Culturele broedplaatsen
13
5.3 Creatieve en Culturele broedplaatsen in gebiedsontwikkelingen 6. Financiën
15 18
Bijlages Bijlage 1: Wat gaan we daarvoor doen? Doorkijk naar de uitvoering
20
Bijlage 2: Overzicht ruimte voor creatieve makers 2024
23
Bijlage 3: Definitie actieve creatieve makers
25
Bijlage 4: Opgehaald, we vroegen het de creatieve makers in Nijmegen
26
Bijlage 5: Rapportage enquête 2024
28
COLOFON Fotografie: Mike Janssen, Emil Cobussen, Willem Melssen, Sven Scholten, More or Less Design Uitgave: November 2024
2
Inleiding:
Nijmegen een aantrekkelijke stad
| 3
Inleiding: Nijmegen een aantrekkelijke stad Met dit broedplaatsenbeleid geven we invulling aan de in ons coalitieakkoord 2022-2026 benoemde ambitie ‘meer plekken voor makers’.
creatieve plekken als de (voormalige) Honig en nu het NYMA terrein een duidelijke stempel drukken op de artistieke structuren van onze stad. Deze plekken bevorderen samenwerking en experimenten, wat leidt tot nieuwe ideeën, artistieke uitingen en een diverser cultureel aanbod. Dit onderstrepen we nog eens in onze
Nachtvisie (2024). Indirect dragen broedplaatsen ook bij aan het versterken van autonomie en zelfredzaamheid binnen de sector. Broedplaatsen worden vaak geïnitieerd en beheerd door de kunstenaars en creatieve makers zelf, wat eigenaarschap bevordert en zo de culturele sector in Nijmegen helpt te professionaliseren. BROEDPLAATSEN DRAGEN BIJ AAN BREDE STEDELIJKE ONTWIKKELING Vanuit onze Cultuurvisie maken we tevens verbinding tussen cultuur en andere domeinen, omdat we ervan overtuigd zijn dat de betekenis van cultuur in die andere domeinen van grote waarde is. Ook dat heeft een plaats gekregen in dit broedplaatsenbeleid. BROEDPLAATSEN LATEN NIJMEGEN BLOEIEN
Naast hun culturele en artistieke waarde zijn broedplaatsen
Creatieve en culturele broedplaatsen bieden in de eerste
ook in een bredere context van belang voor onze stede-
plaats geschikte werkruimten voor de creatieve sector.
lijke ontwikkeling. Broedplaatsen dragen bij aan de unieke
Ze vormen een randvoorwaarde om cultureel talent voor
identiteit van wijken en bieden sociale knooppunten die
de stad aan te trekken en te behouden en daarmee de
bewoners en creatieve makers samenbrengen.
culturele en creatieve keten doorlopend te voeden.
Ze scheppen daarmee ruimte voor publieke programma’s
Broedplaatsen helpen daarnaast om de aantrekkings-
en evenementen, waardoor een gevoel van verbondenheid
kracht van Nijmegen te versterken. Naast bijvoorbeeld
en gedeelde ervaring ontstaat. Tijdelijke culturele en
veel groen en – uiteraard – voldoende ruimte om te wonen,
kunstzinnige initiatieven helpen bovendien bij het tegen-
zijn succesfactoren van een aantrekkelijke stad vooral
gaan van leegstand. De aanwezigheid van broedplaatsen
de menselijke schaal, voldoende ontmoetingsplekken,
kan ontwikkelgebieden nieuw leven inblazen, wat bijvoor-
verrassende elementen en ook in zekere zin het ongeplande.
beeld ook kan leiden tot een stijging van vastgoedwaarden
Dit zijn bij uitstek waarden die we herkennen in creatieve
en extra investeringen die stedelijke vernieuwing bevorderen.
en culturele broedplaatsen. Broedplaatsen voor en door
In broedplaatsen komen vaak verschillende functies onder
creatieve makers bieden ruimte voor verwondering en
één dak samen. Door gemengd gebruik te stimuleren en
ontmoeting en leveren zo een positieve bijdrage aan het
creatieve ruimtes te integreren in bestaande stedelijke
leefklimaat in Nijmegen.
structuren, dragen broedplaatsen bij aan een duurzame en evenwichtige stad. Dit sluit naadloos aan op de ambitie
Met onze Cultuurvisie Groei. (2019) zetten we in op groei
uit onze huidige Omgevingsvisie (2020) om met het oog
binnen de Nijmeegse culturele sector door te focussen op
op maatschappelijke en economische meerwaarde breed
innovatie en kwaliteit. Dit broedplaatsenbeleid sluit daar
in te zetten op het mengen van functies.
op aan door (fysieke) ruimte te bieden voor creativiteit
4
en betere uitwisseling en interactie tussen makers te
Ook haken we aan op onze Economische visie #Kans-
stimuleren. De afgelopen jaren hebben we gezien dat
voorNijmegen (2019). Daarin linken we broedplaatsen al
met ruimte voor creativiteit en economische veerkracht.
De toenemende druk op de ruimte betekent dat het steeds
Deze plekken bieden niet alleen ruimte aan creatieve
lastiger wordt voor kunstenaars en creatieve makers om
makers en cultureel talent zelf, maar zijn ook van betekenis
betaalbare ruimte te vinden. Een tekort aan geschikte
voor omliggende wijken en zelfs de stad als geheel.
werkruimtes kan leiden tot een vertrek van kunstenaars
Dankzij broedplaatsen ontstaan nieuwe perspectieven,
en creatieve makers, wat de culturele groei van Nijmegen
die voor Nijmegen kansen voor de toekomst bieden.
kan belemmeren. En heeft impact op onze economische groei en de leefbaarheid in de stad. Met dit broedplaatsen-
NIJMEGEN
Top-15 creatieve industrie steden: niet in de lijst. Top-15 ICT-steden nr. 11 Figuur Banengroei in de creatieve industrie, ICT en totale economie in Nijmegen, 2012-2022 (2012=100) Creatieve industrie
ICT
Totale economie
180
beleid willen we daarom voor de lange termijn voldoende ruimte voor creatieve makers realiseren. Ruimte die bovendien meegroeit met de ontwikkeling van de stad. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 geven we een samenvatting van onze ambitie, doelstellingen en beoogde resultaten. In hoofd-
160
stuk 3 doen we verslag van het doorlopen proces om tot
140 120
het broedplaatsenbeleid te komen. In hoofdstuk 4 leggen
100
we uit welke definities we hanteren en hoe we als
80
gemeente onze rol zien. In hoofdstuk 5 werken we uit
60
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
hoe we onze doelstellingen vertalen naar resultaten. In hoofdstuk 6 tenslotte laten we zien welke middelen we hiervoor beschikbaar stellen en hoe we deze de komende
De samenwerkingsgerichte en experimentele omgeving
jaren inzetten.
binnen broedplaatsen stimuleert innovatie, wat leidt tot nieuwe bedrijvigheid, producten en diensten die bijdragen aan economische groei. Onderzoek toont aan dat de creatieve sector een belangrijke banenmotor is. In Nijmegen is de sector (en haar toegevoegde waarde) in de periode 2012 tot en met 2022 zelfs harder gegroeid dan de totale Nijmeegse economie gemiddeld.1 BROEDPLAATSEN VERDIENEN ONDERSTEUNING Ruimte voor creatieve makers en broedplaatsen ontstaat
“De toenemende druk op de ruimte gaat nog te vaak ten koste van betaalbare ruimte voor kunstenaars en creat ieve makers”
niet vanzelf. Broedplaatsen associëren we vaak met de rafelranden van de stad, maar echte rafelranden zijn er steeds minder. De centrale opgave waar Nijmegen voor
Als bijlagen zijn opgenomen: 1. Een doorkijk naar de
staat, is te groeien binnen de grenzen van de stad.
uitvoering, waarin we onze beoogde resultaten verder
Nijmegen heeft in 2050 een stedelijker karakter dan nu het
verduidelijken. 2. Een overzicht van het aantal beschik-
geval is. Op basis van de laatste prognoses groeit Nijmegen
bare ruimten voor autonoom kunstenaars en creatieve
tot en met 2030 sterk (met circa 12.000 woningen), tot
makers in 2024. 3. De indeling die we hanteren om onze
2040 is er sprake van een gematigde groei (5.000 tot
doelgroep te definiëren. En 4. en 5. de opbrengsten van de
10.000 woningen) en stopt de groei na 2040. Het voor
gevoerde gesprekken, de debatavond en de uitgevoerde
zieningenniveau in de stad moet gelijke pas houden met
enquête.
deze groei. Het is de uitdaging om Nijmegen net zo aantrekkelijk te houden om te wonen en te werken, mét goede voorzieningen. 1 Landelijke monitor creatieve industrie 2023 (Media Perspectives) p.145, tabel B.12 ‘Aantal banen … in de creatieve industrie en ICT in Nijmegen in 2022’.
5
Samenvatting
|
2.
ONZE AMBITIE: MEER PLEKKEN VOOR MAKERS
1. We willen meer passende ruimte voor actieve creatieve
Het totale aantal ateliers en werkruimten voor creatieve
makers. Dit versterkt en vernieuwt ons culturele en
makers is de afgelopen jaren toegenomen. Echter, de toe-
creatieve klimaat en draagt bij aan prettige buurten
gevoegde ruimtes waren vooral gericht op toegepaste
en nieuwe werkgelegenheid. De groei van de stad
creatieve makers (de NYMA als voorbeeld). We hebben
vraagt ook om een groei van de voorzieningen, die
momenteel te weinig ruimten voor autonoom kunstenaars
laagdrempelig en betaalbaar moeten blijven, met
of experimentele (nacht)cultuur beschikbaar, laag-
meer zekerheid over de continuïteit van de plek.
drempelig en betaalbaar. Een aanbod dat ook nog eens verder dreigt te verschralen als we niks doen. Daar komt
2. Door broedplaatsen te stimuleren willen we een betere
bij dat we een aantal tijdelijke atelierpanden op den duur
uitwisseling en interactie tussen individuele creatieve
gaan herontwikkelen voor een ander doel en dat de algehele
makers bevorderen. Wij denken dat dit profilering van
verdichting van de stad er toe leidt dat er steeds minder
kunstenaars en creatieve makers kan verbeteren,
alternatieven voor handen zijn.
vernieuwende initiatieven mogelijk maakt en zo ook
We willen daarom meer ateliers en broedplaatsen, die
economische of maatschappelijke meerwaarde oplevert.
voor langere tijd gebruikt kunnen worden. We stimuleren eigen initiatief bij de vorming van broedplaatsen en
3. En we willen broedplaatsen een vast element in
nemen ateliers en broedplaatsen mee bij de inrichting
gebiedsontwikkeling laten zijn, bijvoorbeeld vanuit een
van nieuwe wijken.
meer economisch of sociaal perspectief, of placemaking. Met deze veelzijdige insteek dragen we bij aan levendige
ONZE DOELSTELLINGEN
en gemengde wijken, ruimte voor ontmoeting en het
Om deze ambitie te verwezenlijken, zetten we in op drie doel-
versterken van onze sociale basis.
stellingen, die we eerder in onze startnotitie hebben toegelicht:
6
Stimuleren Creatieve en Culturele broedplaatsen
> We ondersteunen initiatieven om nieuwe broedplaatsen te creëren, bijvoorbeeld door middel van een subsidieregeling en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. We streven er naar in de periode 2025-2027 minimaal 3 nieuwe broedplaatsinitiatieven tot realisatie te laten komen.
> Via de omgevingstafel (procedure omgevingswet) geven we initiatiefnemers snel uitsluitsel over de haalbaarheid van hun plannen. De leidende principes van Tijdelijk Anders Gebruik (TAG) passen we waar mogelijk toe.
> In iedere broedplaats verwachten we dat een vastgesteld deel van de beschikbare ruimte voor autonome kunstenaars of jonge creatieve makers beschikbaar komt. De overige functies bepalen initiatiefnemers zelf, op basis van een gezonde functiemix en het eigen bedrijfsplan. Creatieve en Culturele broedplaatsen in gebiedsontwikkelingen
> We geven broedplaatsen een plek in onze omgevingsvisie en nemen het onderwerp in de verschillende gebiedsuitwerkingen op. We betrekken actief creatieve ondernemers en culturele partijen uit de stad om mee te denken bij conceptontwikkeling en invulling. ONZE BEOOGDE RESULTATEN
> We sluiten aan bij de placemaking strategieën van
In bijlage 1 geven we een doorkijk naar de uitvoering van
Winkelsteeg en het Stationsdistrict en hanteren zo veel
het broedplaatsenbeleid. Begin 2025 stelt het college de
mogelijk de randvoorwaarden en kaders van Tijdelijk
definitieve uitvoeringsagenda vast. Samengevat zijn dit
Anders Gebruik (TAG). Daarbij houden we altijd oog voor
de voornaamste resultaten waar we ons op richten:
de looptijd en een mogelijke permanente inbedding in een later stadium van de gebiedsontwikkeling.
Meer passende ruimte voor actieve creatieve makers
> In gebiedsontwikkelingen (groter dan 1.000 woningen)
> Voor autonoom kunstenaars vergroten en bestendigen
nemen we in het programma een metrage aan atelier- en
we het aanbod aan ateliers en verbeteren we het
broedplaatsen op. We hanteren hiervoor een referentie-
gebruik. We willen minimaal 200 kunstenaars kunnen
norm, uitgedrukt in vierkante meters. Voorlopig gaan
huisvesten. We werken hierbij samen met Atelierbeheer-
we uit van 100 m2 per 1.000 woningen.
organisatie SLAK.
> We investeren hiertoe in de periode 2025-2027 onder meer in 2 projecten met nieuw atelieraanbod: Villa Nova en de Streekweg. Zo verwachten we tussen de 25 en 35 permanente atelierruimten toe te kunnen voegen, zodat onze ijzeren voorraad op pijl blijft.
> Met SLAK hernieuwen we afspraken over toegang tot, door- en uitstroom in alle atelierpanden in hun beheer in Nijmegen. We hebben daarbij blijvend aandacht voor met name startende kunstenaars.
7
Proces broedplaatsenbeleid De startnotitie is in april 2024 met de raad besproken.2 Er komt veel samen binnen het onderwerp. Zo is er aandacht gevraagd voor doelgroepen en doorstroom, locaties en spreiding, betaalbaarheid en de inbedding in ruimtelijke planontwikkelingen, maar bijvoorbeeld ook voor domein overstijgende samenwerkingen. We hebben de uitwerking daarom breed ingestoken. Veel van de besproken punten hebben een plek gekregen in dit broedplaatsenbeleid. Na het vaststellen van de startnotitie, voerden we in het
in de culturele en creatieve sector hebben de vragen over
voorjaar van 2024 gesprekken met verschillende creatieve
de broedplaatsen ingevuld.
makers en gebruikers van broedplaatsen en ateliers in Nijmegen. Onder meer vertegenwoordigers van De Basis,
Ondertussen hebben we met deskresearch onderzocht
het Festivalhuis, de Stadsnomaden, Hubert en atelier-
hoe andere gemeenten ruimte voor creatieve makers en
beheerorganisatie SLAK, maar ook verschillende indivi-
broedplaatsen faciliteren. Enkele gemeenten hebben we
duele kunstenaars. In mei hebben we samen met het
vervolgens op concrete onderdelen bevraagd. Ook hebben
architectuurcentrum Nijmegen (ACN) een debatavond
we recent onderzoek benut.
‘broedplaatsen maken de stad’ georganiseerd. Na de zomer hebben we tenslotte een brede online
OVERZICHT HUIDIGE LOCATIES
enquête uitgezet onder kunstenaars en creatieve makers
We hebben bestaande panden voor autonome kunstenaars
in Nijmegen. We stelden vragen over de behoeften aan
en creatieve makers in Nijmegen, inclusief de reeds
werkruimte en hun beeld bij broedplaatsen. 140 kunstenaars
beoogde ontwikkelingen in beeld gebracht. In bijlage 2
hebben de vragen over de behoefte aan werkruimte in
staat een uitgebreid overzicht van alle locaties.
gevuld en 178 kunstenaars en andere personen werkzaam 2 Startnotitie Cultureel broedplaatsenbeleid, brief aan de raad 5 maart 2024 (kenmerk E24.000991).
8
Griftdijk Vrouwe Uda Singel
NYMA Makersplaats Waalhalla
Nonnenplaats 24 Papengas
Besienderhuis
De Vasim
Begijnenstraat 16
Waterstr. 220
Koopvaart
Hessenberg 1
Papengas
Rubberfabriek
Pijkestraat 4-5-6-7a
De Hessenberg Festivalhuis
Nieuwe Marktstr 52 Popop Molenpoort
Paraplufabrieken
Festivalhuis
Zeepfabriek Villa Nova Splendor Spadestraat
Uitsnede Nijmegen Centrum
Krayenhoffkazerne
De Basis Dobbelmannweg
Heideparkseweg
Houtwerf
NDW21
Streekweg
Krekelstraat
Lankforst 26-10
|
Stadsnomaden
Bestaande locatie
Beeldhouwcentrum
Ontwikkeling
Er is in Nijmegen sprake van een divers aanbod, in soorten
OPBRENGST PARTICIPATIE
ruimten en tevens in prijscategorieën. Gemeentelijk vast-
Ondanks een schijnbaar brede aanbod van locaties met
goed benutten we voornamelijk voor het huisvesten van
verschillende (prijs)categorieën, hebben de gesprekken
autonoom kunstenaars, veelal met atelierbeheerder
met het veld ons gesterkt in de overtuiging dat er te weinig
SLAK als intermediair. Een ander deel is in handen van
echt betaalbare locaties zijn in Nijmegen. Bovendien is
marktpartijen en bedient vaak het wat hogere segment
op te veel plekken onduidelijkheid over de continuïteit.
van (toegepaste) creatieve makers, start-ups en kleine
Juist voor autonome kunstenaars weegt betaalbaarheid
ondernemingen. Kleine broedplaatsen als het festival-
zwaar, omdat hun werk relatief beperkt verdienvermogen
huis en Papengas bedienen specifieke doelgroepen.
heeft. Verder kwamen tijdens gesprekken en bij het ACN
De Basis is als popmuziekbroedplaats uniek, niet alleen
debat thema’s aan de orde als eigenaarschap, verbindingen
voor Nijmegen, maar zelfs landelijk.
tussen verschillende gemeentelijke beleidsdomeinen en de regie die kunstenaars en creatieve makers zelf kunnen voeren bij het in gebruik nemen van nieuwe locaties. De reacties op de enquête gaven ons meer inzicht in de
“Er is in Nijmegen sprake van een divers aanbod, in soorten ruimten en tevens in prijscategorieën”
vraag naar ruimte in Nijmegen, het draagvlak voor nieuwe atelierpanden buiten het centrum en de bereidheid van kunstenaars en creatieve makers om zelf ruimte te organiseren.3
3 Een beschrijving van de voornaamste in de gesprekken genoemde punten en de volledige rapportage van de enquête zijn opgenomen als bijlagen 4) en 5).
9
Definities:
waar richten we ons broedplaatsen beleid op?
|
4.
10
Waar richten we ons ✓ broedplaatsenbeleid op?
Waar een gemeenschap van creatieve makers Er is sprake van een veelal gelijkwaardige en bottom-up gestuurde samenwerking tussen meerdere partijen en een mix van functies, idealiter
Om duidelijk te maken waar we ons met dit broedplaatsen-
gericht op creëren, presenteren en participeren
beleid op richten, hanteren we de volgende definities:
✓ Zorgt voor experiment, kruisbestuiving en co-creatie
DEFINITIE CREATIEVE EN CULTURELE BROEDPLAATSEN
Programmatische samenhang van activiteiten heeft
Er bestaat geen algemeen geldende definitie van een
een duidelijke toegevoegde waarde
broedplaats. Wel zijn er bepaalde eigenschappen die vaker aan broedplaatsen worden toegeschreven, zoals samenwerking, creativiteit, innovatie, vrijheid en ruimte voor toeval.
4
✓ Zodat we bijdragen aan een innovatief en aantrekkelijk werk- en woonklimaat Broedplaatsen dienen niet één beleidsdoel, maar een
Broedplaatsen bieden een clustering van activiteiten.
heel scala. Naast het versterken van ons kunst- en
Naast het experimenteren en creëren zijn ook het ont-
cultuurklimaat dragen ze bijvoorbeeld ook bij aan een
moeten en presenteren een essentieel onderdeel. Juist
stevige sociale basis, onze stedelijke en economische
waar deze aspecten samenkomen ontstaat vernieuwing.
ontwikkeling en city marketing
Dag en nacht kunnen in elkaar overlopen en elkaar versterken. Co-creatie en een bottom-up karakter, samen met
DEFINITIE DOELGROEP: ACTIEVE CREATIEVE MAKERS
het gevoel van saamhorigheid en gemeenschap zijn daar-
Voor alle drie de doelstellingen geldt dat we ruimte willen
naast duidelijke randvoorwaarden.
bieden aan actieve creatieve makers. Dit is een breed begrip, waar we autonome (beeldend) kunstenaars, theatermakers, DJ’s en muzikanten, ambachtelijke makers,
Ontmoeting en participatie Atelier panden
Broedplaatsen Podia en presentatieplekken
ontwerpers en creatieve (technische) dienstverleners onder kunnen scharen. We hebben echter niet de mogelijkheden om álle creatieve makers op dezelfde manier te faciliteren, noch is er noodzaak toe. Voor de gemeentelijke ondersteuning maken we daarom onderscheid tussen een directe en een meer indirecte rol. We zien dat vooral autonome kunstenaars die vanuit inhoudelijke waarden werken (niet zozeer marktgedreven)
Wij vinden daarom dat in broedplaatsen die wij willen onder-
moeite hebben om via de reguliere markt een atelier of
steunen de volgende kenmerken aanwezig moeten zijn:
werkruimte te betrekken. Zij vormen daarom de kern van
✓ Een betaalbare locatie
onze doelgroep, waarvoor we via atelierbeheerorganisatie SLAK huisvesting ter beschikking stellen.5 We kiezen er voor
Locaties kunnen tijdelijk of permanent zijn.
om daarbij de nadruk te leggen op startende kunstenaars.
Betaalbaarheid staat voorop, maar basale zaken
We hechten belang aan aanwas van onderop. We willen
als veiligheid en comfortabel gebruik moeten wel
jonge kunstenaars een kans geven in Nijmegen een prak-
gegarandeerd zijn.
tijk op te bouwen, om zo ons culturele klimaat blijvend te
✓ Met een open karakter
vernieuwen. Ruimte voor doorstromers, (toegepaste) creatieve makers
De plek is in feite publieke ruimte, toegankelijk en
en nachtcultuur gaan we meer indirect faciliteren, voor-
sociaal veilig en faciliteert ontmoeting en participatie
namelijk in de context van broedplaatsen, waarbij we
met de (directe) omgeving en de stad
meer vragen van eigen initiatief.
4 Onderzoek stichting Roemte, benoemd in Boekman Extra 44, februari 2024. 5 Voor de definitie hanteren we de Standaard Bedrijfs Indeling van economische activiteiten (SBI), zie bijlage 3).
11
Wat willen we bereiken?
|
5.
5.1 Meer passende ruimte voor actieve creatieve makers
ruimte te hebben en vervolgens ook te houden. Hierbij streven we naar een 50/50 verhouding tussen permanente en tijdelijke locaties. Omdat de markt maar beperkt in dit soort ruimten voorziet, investeren wij in onze ateliervoorraad. We creëren de komende jaren nieuwe permanente locaties, die aan de
We vernieuwen onze doelstelling om meer passende ruimte
benodigde standaarden voldoen. Verduurzaming van
voor actieve creatieve makers te hebben en te houden.
bestaande permanente atelierpanden in gemeentelijk
Dit versterkt en vernieuwt ons culturele en creatieve
eigendom verloopt via onze reguliere verduurzamings-
klimaat en draagt bij aan prettige buurten en nieuwe werk-
agenda vastgoed.
gelegenheid. Dit betekent voortzetting van ons atelier-
Daarnaast blijft het benutten van tijdelijke locaties (leeg
beleid. We leggen daarbij de nadruk op betaalbare ruimte
standsbeheer) passend omdat het huisvesting biedt die
voor startende en – in mindere mate – gevestigde auto-
relatief betaalbaar is. Het betekent vaak wel dat deze
noom kunstenaars die voldoen aan duidelijke criteria.
locaties op den duur herontwikkeld worden, waardoor
We pakken een actieve rol in het beschikbaar stellen van
we tijdig moeten anticiperen. Het op peil houden van de
ruimte, maar bevorderen ook doorstroom.
ateliervoorraad is daarmee een doorlopend proces. Zo kijken we bijvoorbeeld met enige regelmaat of we leeg-
WE HOUDEN ONZE ATELIERVOORRAAD OP PEIL
komende schoolgebouwen voor dit doel in kunnen zetten.
Gezien het huidige aantal ateliers, de wachtlijst die Atelier-
12
beheerder SLAK momenteel heeft en de uitkomsten van
WE NEMEN SCHAALGROOTTE EN FLEXIBILITEIT ALS
onze enquête, zien wij dat onze zogenaamde ijzeren
UITGANGSPUNTEN
voorraad de komende jaren ruimte moet bieden aan
Wij kiezen ervoor om onze direct faciliterende rol te richten
minimaal 200 kunstenaars. We spannen ons in om deze
op het collectief. In gemeentelijk vastgoed dat we voor
dit doel beschikbaar stellen willen we steeds zo veel
optimaal mogelijk benutten van de beschikbare ruimten,
mogelijk kunstenaars en creatieve makers kunnen huis-
alle dagen in de (werk)week. Niet alle kunstenaars zijn in
vesten. We doen dit omdat enige omvang een randvoor-
staat om de ruimte die ze huren fulltime te benutten,
waarde is om het beheer, het onderhoud en de exploitatie
simpelweg omdat ze een aanvullende baan hebben. Dit
van de panden betaalbaar te houden.
blijkt ook uit de resultaten van de enquête, waarin circa
Gemiddeld betekent dit dat een schaal van 10 of meer
30% van de respondenten aangaf minstens 32 uur per
ateliers per pand nodig is.
week gebruik van de gehuurde werkruimte te maken, maar de rest minder. In de bestaande voorraad zit daar-
Voor het beheer van de ateliers in gemeentelijk eigendom
mee lucht om meer kunstenaars en creatieve makers een
blijft Atelierbeheerder SLAK onze preferente partner.
plek te bieden, door ruimten te delen. Een trend die we
SLAK is als organisatie goed geworteld binnen de Nijmeegse
ook in andere steden zien.
creatieve sector en is onze intermediair tussen het vastgoed en kunstenaars. SLAK hanteert toewijzingsbeleid dat aansluit op onze gemeentelijke visie. Dit vormt de basis van onze onderbouwing om gemeentelijke panden via SLAK voor dit doel in gebruik te nemen, wat we steeds openbaar kenbaar maken.6
5.2 Stimuleren Creatieve en Culturele broedplaatsen Waar ateliers een naam hebben veelal gesloten van
“ Voor het beheer van de ateliers in gemeentelijk eigendom blijft Atelierbeheerder SLA K onze preferente part ner”
karakter te zijn, zien we broedplaatsen juist meer als publieke ruimte. Door broedplaatsen te stimuleren willen we betere uitwisseling en interactie tussen makers bevorderen en daarmee artistieke, economische of
Locaties die we als gemeente nieuw creëren moeten flexibel zijn. Niet alleen zo generiek mogelijk van vorm, maar ook relatief eenvoudig aan te passen als toekomstige inzichten dat vragen. Dit kan betekenen dat we als gemeente niet in specifieke ruimten voorzien, bijvoorbeeld oefen ruimtes voor bandjes. De behoefte aan deze plekken is er echter wel. Het realiseren ervan past binnen het stimuleren van broedplaatsen, zie 5.2. WE STUREN OP GEBRUIK EN DOORSTROMING We willen de kans op werkruimte voor iedere kunstenaar of creatieve maker die voldoet aan de voorwaarden verbeteren, zodat zij in staat zijn zich verder te ontwikkelen. Met name starters hebben momenteel echter te weinig zicht op een plek. Dit vraagt onder andere betere doorstroming en mogelijk zelfs uitstroom. Ook vraagt het zo 6 In het kader van het Didam arrest zijn we verplicht (voornemen tot) verkoop, verhuur of ingebruikgeving van vastgoed of grond openbaar kenbaar te maken.
13
maatschappelijke meerwaarde voor de stad creëren. Onze
WE WILLEN EIGEN INITIATIEF STIMULEREN
rol richt zich hierbij op faciliteren en mogelijk maken.
Eigen verantwoordelijkheid voor de vormgeving en invulling van een broedplaats stimuleert het gevoel van
WE BIEDEN GERICHTE ONDERSTEUNING
eigenaarschap. Betrokkenheid van de gebruikers neemt
We streven naar zo veel mogelijk zelfvoorzienendheid
toe en helpt bij de ontwikkeling van een gemeenschap.
van nieuwe initiatieven en richten onze ondersteuning
Voor goed functionerende broedplaatsen is dit essentieel.
daar op in. Ontwikkeling en exploitatie van vastgoed is
Uit onze gesprekken en de enquête blijkt bovendien dat
niet gemakkelijk. De NYMA Makersplaats als voorbeeld
er veel belangstelling is voor het zelf organiseren van een
heeft – naast een succesvolle aanpak – ook laten zien dat
broedplaats (bijna 80% van de respondenten is geïnte-
er erg veel gevergd wordt van de vindingrijkheid en het
resseerd in het zelf creëren van een eigen werkruimte;
doorzettingsvermogen van de initiatiefnemers.
ruim 60% is geïnteresseerd in het in groepsverband zelf
De ontwikkeling heeft jaren gekost en er is vanuit veel
realiseren van werkruimten).
verschillende expertises meegedacht en ondersteund. We zien dezelfde opgaves bijvoorbeeld ook terug bij de stadsnomaden aan de Streekweg of de verbouwing van het voormalige botenhuis van Phocas op het Maas-Waal kanaal, waar door een stichting ateliers voor beeldend kunstenaars gerealiseerd zijn.
“Eigen verant woordelijkheid voor de vormgeving en invulling van een broedplaats stimuleert het gevoel van eigenaarschap” We geven daarom ruimte en vertrouwen aan initiatief nemers om het broedplaatsconcept zelf breed in te vullen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een groep kunstenaars die met elkaar een bedrijfsgebouw verbouwen tot ateliers met een gezamenlijke project- en expositieruimte, of om een samenvoeging van een repetitie- en uitvoeringsruimte en (meer commerciële) creatieve bedrijvigheid, ambachtslieden en een ‘third place’.7 Misschien wel een hippe club annex café, met experimenteerruimte voor jonge DJ’s en nachtprogrammeurs. Gebruik overdag en gebruik in de nacht kunnen naast elkaar een plek krijgen en in elkaar
Afhankelijk van het (langetermijn) perspectief van het
overlopen. Ook een bedrijf in hout- of metaalbewerking
initiatief, de bijdrage aan onze doelstellingen en het
kan voor een broedplaats een waardevolle toevoeging
gepresenteerde bedrijfsplan willen we bijdragen aan
zijn, zeker als meerdere gebruikers de specifieke voor
nieuwe initiatieven voor broedplaatsen. We gaan als
zieningen (bijvoorbeeld machines) kunnen delen.
gemeente niet direct alle benodigde expertise leveren,
Aan onze (financiële) ondersteuning koppelen we wel een
maar kunnen bijvoorbeeld wel de juiste verbindingen
aantal randvoorwaarden. Zo vragen we dat een bepaald
leggen en mogelijk ook organisaties als de Cultuur
deel van de ruimte – met een minimum aantal verhuurbare
Academy of andere externen een rol als ondersteuner
eenheden – voor een vastgestelde periode bestemd en
geven in deze processen. Daarbij denken we bijvoorbeeld
betaalbaar moet zijn voor autonome kunstenaars.
aan advies op juridisch, financieel of bouwkundig vlak.
Daaromheen zijn initiatiefnemers vrij om andere partijen
Onze ondersteuning is daarbij gericht op de voorkant en
toe te voegen, zolang voldaan wordt aan geldende
de opstart.
(ruimtelijke) wet- en regelgeving zoals het omgevingsplan.
7 De term ‘third place’ is geïntroduceerd door de Amerikaanse stadssocioloog Ray Oldenburg in zijn boek The Great Good Place (1989), doelt op plekken die gezien worden als “ankers” van het gemeenschapsleven en die een brede, creatieve interactie faciliteren en bevorderen.
14
De invulling kan op basis van een bepaald concept of
Via de omgevingstafel (het vooroverleg i.h.k.v. de
vanuit een verdienmodel vormgegeven worden.
reguliere omgevingsplanprocedure) toetsen we snel en
We houden er rekening mee dat nieuwe initiatieven
laagdrempelig of een locatie kansrijk is voor het doel. Als
ontwikkeltijd nodig hebben, tijd om tot wasdom te
er aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld een wijziging
komen. Er zal niet vanaf dag 1 een uitdagende en strak
van het omgevingsplan, bespreken we de mogelijkheden
georganiseerde broedplaats staan, maar deze groeit
met de initiatiefnemer. Het blijft aan de initiatiefnemer
eerder organisch en ontwikkelt zich soms ook anders
om een haalbaar bedrijfsplan te presenteren.
dan eerder gepland. WE BLIJVEN DOORLOPEND IN GESPREK We verwachten door eigen initiatief te stimuleren ook
Juist het ondersteunen van initiatieven uit het veld vraagt
meer variatie in het aanbod van werkruimtes, podia,
een continu gesprek. Waar geëxperimenteerd wordt, ont-
nachtcultuurlocaties en creatieve plekken in de stad.
staan nieuwe inzichten. Sommige initiatieven mislukken,
Doordat SLAK zich vanuit haar bedrijfsvoering veelal op
maar daar willen we juist van leren. Met enige regelmaat
grotere atelierpanden voor autonome kunstenaars richt,
zoeken we daarom initiatiefnemers en gebruikers op en
ontstaat er bovendien behoefte aan andere beheervormen
wisselen we ervaringen uit.
voor en door kleine initiatieven.
Ook in het beter bij elkaar brengen van vraag en aanbod zien we als gemeente een mogelijke rol. We bekijken of
ALLE LOCATIES ZIJN BESPREEKBAAR
we dit binnen onze eigen organisatie vorm geven, of dat
We denken graag mee om nieuwe locaties als broedplaats
het logischer is om een externe partij te vragen.
in gebruik te kunnen nemen. We onderzoeken of we door middel van een openbaar proces de gelegenheid bieden om in een gemeentelijk pand een broedplaats te creëren, maar initiatieven in vastgoed van derden kunnen even goed. Of een pand in eigendom is van de initiatiefnemer of gehuurd wordt is niet bepalend, zolang het maar (voor een bepaalde periode) bij kan dragen aan onze doelstellingen.
5.3 Creatieve en Culturele broedplaatsen in gebiedsontwikkelingen Gebiedsontwikkelingen bieden kansen om de beschikbare ruimte voor kunstenaars en creatieve makers uit te breiden,
Waalsprong
met zowel tijdelijke als permanente plekken. Zo groeit het aanbod van huisvesting voor actieve creatieve makers mee met de groei van de stad. Broedplaatsen dragen bovendien bij aan levendige en gemengde wijken, bieden ruimte voor ontmoeting en helpen zo tevens onze sociale basis te versterken. We willen daarom broedplaatsen een vast element in gebiedsontwikkeling laten zijn. We zien onze rol hierbij in het beschikbaar stellen van ruimte voor tijdelijke initiatieven en het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor permanente inbedding.
Winkelsteeg Dukenburg
GEBIEDSONTWIKKELINGEN BIEDEN VEEL (TIJDELIJKE) KANSEN VOOR BROEDPLAATSEN Bij grote strategische gebiedsontwikkelingen zoals Winkelsteeg en het Stationsgebied zetten we actief in op placemaking als instrument om in de tijdelijkheid al
Kansen voor broedplaatsen
activatie en zichtbaarheid van het gebied te krijgen.
15
Tijdelijk anders gebruik kan helpen bij het bepalen hoe een gebied ingevuld gaat worden en ondersteunt het transformeren van een plek of gebied. Zo stellen we bijvoorbeeld betaalbare ruimte of een goedkoop gebouw beschikbaar aan initiatieven die een positieve impuls aan het gebied kunnen geven, die kleur, geur en smaak
1>
DE ACHT PRINCIPES VAN TAG Tijdelijke initiatieven vanuit de stad mogelijk maken
Onze leidende principes voor tijdelijk anders gebruik
voor maximaal 10 jaar door flexibel om te gaan met
(TAG, zie kader), ontwikkeld in de periode 2010-2012,
tijd, functies, regelgeving en ruimte. Eindmoment
vormen nog steeds een geschikt instrument. TAG vormt
wordt duidelijk afgesproken, regelmatig gecommuni-
daarom de basis van onze placemaking kaders. De prin-
ceerd en gehandhaafd.
cipes van TAG sluiten bovendien goed aan op de belangen
Kansen bieden aan de stad (jonge ondernemers en
van onze doelgroep, die vaak gedijt op plekken die niet zo
nieuwe concepten) en creatief ondernemerschap naar
aangeharkt zijn, plekken waar ruimte is op te experimen-
de stad halen; dat is ook aantrekkelijkheid voor
teren en waar regels tijdelijk aangepast zijn. We zijn
investeerders c.q. afnemers van woningen en vast-
verplicht om vrijkomende ruimte openbaar aan te bieden,
goed in de stad. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoor-
maar kunnen vanuit de belangen van de gebiedsontwik-
delijk voor eigen verdienmodel en inhoud van
keling hiertoe wel een gerichte opdracht uitvragen, gericht
activiteiten.
op creatieve makers, en zo broedplaatsen stimuleren.
2 >
3
> D e leefbaarheid in wijken, gebieden en gebouwen versterken en verbeteren in algemene zin, maar ook
We houden daarbij oog voor de looptijd. Goede ideeën die
tijdens transformatie van gebieden en gebouwen.
met placemaking ontstaan proberen we een permanente
De stad, de inwoners en de leefomgeving centraal
plek in de gebiedsontwikkeling te geven. Dit vraagt
laten staan; burgerparticipatie, co-creatie en betrok-
flexibiliteit voor een deel van het programma binnen de
kenheid worden gestimuleerd. Dit kan bijvoorbeeld
gebiedsontwikkeling. Bijvoorbeeld door vierkante meters
door het faciliteren van creatief ondernemerschap,
op te nemen die generiek en breed inzetbaar zijn, of door
duurzaamheidsinitiatieven, speelmogelijkheden en
nog niet alle delen van de ontwikkeling een definitieve
urban farming.
functie te geven en wat ruimte in een eerste periode
(Onbekende) gebieden bekend en gewild maken; dit
ongedefinieerd te laten.
heeft positieve invloed op de uitstraling van het
Uitgangspunt voor alle placemaking initiatieven is sowieso
gebied (plek maken). Dat kan door goed ondernemer-
een duidelijk perspectief. Broedplaatsen vergen altijd
schap. Voorbeelden zijn tijdelijke horeca, kunstcentra,
investeringen. Idealiter worden deze ook terugverdiend,
evenementen & andere publiektrekkers. Hierdoor
zodat er weer middelen beschikbaar zijn voor een volgend
ontstaat geleidelijke waarde creatie, maatschappelij-
project. De maximale periode zoals die in de leidende
ke acceptatie en langere termijn betrokkenheid bij
principes van TAG beschreven wordt, is eigenlijk ook
gebiedsontwikkelingen.
gelijk de minimale. Veelal zijn 8 tot 10 jaren nodig om een
Gebouwen en gebieden beschikbaar houden voor
broedplaats op te bouwen, tot wasdom te laten komen,
toekomstige ontwikkelingen, dit kan private en
investeringen terug te verdienen en de initiatiefnemers ook
publieke overeenkomsten geregeld worden.
de gelegenheid te bieden te reserveren voor het vervolg.
4 > 5 >
6 > 7 8 16
toevoegen en die bijdragen aan de beoogde ontwikkeling.
> T ijdelijke initiatieven als voorbeeld laten dienen voor
Deze ruimte willen we hen geven.
andere initiatieven elders in de stad. Het gaat dus nooit alleen om het eigen belang, het maatschappe-
BIJ STRATEGISCHE GEBIEDSONTWIKKELINGEN
lijk belang telt even zwaar.
STELLEN WE NORMEN VOOR BROEDPLAATSEN
> D e veiligheid van de gebruikers, omwonenden en
Voor (grote) gebiedsontwikkelingen is bijna nooit slechts één
bezoekers van een TAG initiatief vooropstellen
partij verantwoordelijk. Veelal gaat het om een samen-
werking tussen gemeente, markt, corporaties en andere.
kunnen we ook gebruiken om het aantal ateliers mee te
We ontwikkelen allemaal voor de gebruiker (inwoner).
laten groeien met de groei van de stad.
Daarmee zijn er binnen de ontwikkelingen gedeelde
Referentienormen geven aan hoeveel vierkante meter van
belangen, bijvoorbeeld het integraal meenemen van
een bepaalde categorie maatschappelijke voorzieningen
maatschappelijke voorzieningen in de planontwikkeling.
op wijkniveau aanwezig zou moeten zijn, uitgaande van de
We zetten in Nijmegen in op gemengde wijken met
opgave van het gebied en de vraag van haar (toekomstige)
voorzieningen dicht bij de inwoner (wonen, werken en
bewoners. Ze zijn daarmee een goed hulpinstrument om
ontspannen zoveel mogelijk bij elkaar). Dit versterkt de
de voorzieningenbehoefte ruimtelijk uit te drukken en
leefbaarheid en maakt wijken naar de toekomst toe ook
ondersteunen de afweging op functies aan de voorkant
adaptiever. Bovendien vinden we het belangrijk dat er in
van de ontwikkeling. Daarnaast borgen we deze functies
alle stadsdelen plekken zijn waar mensen elkaar kunnen
voor de langere termijn in onze gebiedsvisies, waarbij we
ontmoeten. Broedplaatsen dragen bij aan deze doelen.
ook onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om broedplaatsen in het omgevingsplan te regelen. Om dit goed te laten werken is een koppeling met de
“We zet ten in Nijmegen in op gemengde wijken met voorzieningen dicht bij de inwoner”
gemeentelijke meerjarige investeringsagenda en de verschillende GREX’en een pré. Zo zijn we in staat binnen gebiedsontwikkelingen onzekerheden over een eventuele onrendabele top tijdig weg te nemen en kan ook de overgang van een tijdelijke broedplaats naar een meer permanente plek binnen het gebied daadwerkelijk slagen.
Om de samenhang in onze opdrachtverlening te versterken,
Uiteindelijk ontwikkelen we voor de stad en onze
zien we daarom toegevoegde waarde in het bepalen van
inwoners. We willen daarbij zo goed mogelijk aansluiten
zogenaamde referentienormen. Deze normen kunnen
bij de wensen van broedplaatsgebruikers, of ze er nu
we benutten in onze opdrachtverlening (tenders) bij met
werken, experimenteren, exposeren, ontmoeten of
name onze strategische gebiedsontwikkelingen, maar
toevallig bij betrokken raken.
17
|
6.
Financiën In ons coalitieakkoord hebben we ten behoeve van de uitvoering van het broedplaatsenbeleid € 1 miljoen ter beschikking gesteld. Dit budget willen we inzetten voor investeringen in atelierpanden annex broedplaatsen, binnen de komende twee jaar. In de stadsbegroting was voor Villa Nova al een krediet ‘upgrading ateliers’ opgenomen. Vanwege overlappende doelstellingen hebben we in de stadsbegroting 2025 beide kredieten samengevoegd. Daarnaast subsidiëren we SLAK voor het beheren van ateliers. We ontwikkelen een subsidieregeling om eigen initiatief bij de vorming van broedplaatsen te kunnen ondersteunen, door middel van een bijdrage in advies- en/of realisatiekosten. Ook willen we capaciteit beschikbaar stellen om voor dit doel vraag en aanbod van ruimte beter met elkaar te verbinden.
18
DOORLOPENDE FINANCIERING Doelstelling
2025
2026
2027 en verder
Meer passende ruimte voor actieve kunstenaars
- Budgetsubsidie SLAK € 140.000
- Budgetsubsidie SLAK € 140.000
- Budgetsubsidie SLAK € 140.000 - Het toevoegen van nieuwe panden aan de portefeuille kan leiden tot hogere exploitatielasten en dus subsidiebehoefte SLAK. Als dit het geval is, verwerken we dit in de stadsbegroting. Bij gemeentelijke panden staan daar altijd huurinkomsten tegenover.
Stimuleren Creatieve en Culturele broedplaatsen
- Voortzetting subsidieregeling broedplaatsen in 2027 - Subsidieregeling - Subsidieregeling broedplaatsen 2025 broedplaatsen 2026 en verder vraagt om extra structurele middelen, op te nemen in de stadsbegroting van 2027. € 200.000 € 200.000
Totaal
- Verbinden vraag en aanbod € 50.000
- Verbinden vraag en aanbod € 50.000
- Voorzetting vraag om extra structurele middelen, op te nemen in de stadsbegroting van 2027.
€ 390.000
€ 390.000
€ 140.000
INVESTERINGEN Doelstelling
2025-2027
Meer passende ruimte voor actieve kunstenaars
- Investering atelierpanden annex broedplaatsen, Villa Nova en Streekweg, periode 2025-2027 € 1.940.000 Krediet K000371 Het is nog niet zeker dat dit bestaande krediet voldoende ruimte biedt om de volledige investeringen Villa Nova en Streekweg te kunnen dekken. Indien dit niet het geval is vragen we mogelijk een uitbreiding van het krediet aan via de stadsbegroting.
Stimuleren Creatieve en Culturele broedplaatsen
- We monitoren doorlopend of er zich een mogelijkheid voordoet om bestaand gemeentelijk vastgoed als broedplaats in te zetten. Dit vergt mogelijk investeringen of een opstartsubsidie. Indien nodig nemen we middelen op in de stadsbegroting. € PM
Creatieve en We verkennen hoe we de financiering van broedplaatsen binnen gebiedsontwikkelingen het beste Culturele broedvorm kunnen geven. plaatsen in gebieds- € PM ontwikkelingen
19
Bijlage 1: Wat gaan we daarvoor doen? Doorkijk naar uitvoering Na vaststelling van het beleid door de gemeenteraad gaan we aan de slag met de uitvoering. Het college stelt begin 2025 een definitieve uitvoeringsagenda voor het broedplaatsenbeleid vast. Onderstaande beoogde resultaten geven een doorkijk naar deze uitvoering. Meer passende ruimte voor actieve creatieve makers Voor autonome kunstenaars bieden we als gemeente geen directe huisvesting, maar stellen we panden beschikbaar via SLAK. Atelierbeheerorganisatie SLAK is onze preferente atelierbeheerder en hiertoe ondersteunen we hen met (meerjarige) subsidie vanuit de infrastructuur cultuur. Voor de prestatieafspraken stemmen we af met de gemeente Arnhem, waarvoor SLAK eenzelfde rol vervult. We laten het atelieraanbod voor autonome kunstenaars binnen een jaar groeien met 30% tot 130 verhuurbare eenheden. We willen deze verhuurbare eenheden zo benutten dat deze ruimte bieden aan minimaal 200 kunstenaars. Vanaf 2025 streven we ernaar om het aanbod doorlopend op dat niveau te houden (ijzeren voorraad). In het aanbod streven we naar een goede balans tussen tijdelijke en permanente ruimten (circa 50/50), zodat we naast betaalbaarheid ook doorstroom kunnen faciliteren en voldoende continuïteit kunnen garanderen. Daartoe investeren we in de periode 2025-2027 in 2 projecten met nieuw atelieraanbod: Villa Nova en de Streekweg.
Beide projecten bevinden zich momenteel in het stadium van planvorming. In 2025 verlenen we opdrachten voor de uitvoering. Zo verwachten we tussen de 25 en 35 permanente atelierruimten toe te kunnen voegen, zodat onze ijzeren voorraad op peil blijft als het gebruik van andere atelierpanden, die tijdelijk, zijn eindigt.
Ruimtes in deze panden kosten de kunstenaar tot € 70 per m2 NVO, exclusief energie- en servicekosten, maar liever minder (prijspeil 2024). De huurprijs is mede afhankelijk van het bedrijfsplan dat SLAK per pand opstelt en dat verwerkt wordt in de totale bedrijfsvoering van SLAK voor Nijmegen. Voor de gemeentelijke panden die we voor dit doel inzetten maken we inzichtelijk wat er nodig is om te opteren voor een beleidshuur1. Dat wil zeggen dat de huurprijs die wij als gemeente in rekening brengen lager kan liggen dan de kostprijs. Het programma moet het verschil tussen de kostprijs en de huurprijs wel dekken binnen haar begroting. Voornaamste reden is dat we fluctuaties in de portefeuille gemakkelijk willen kunnen doorvoeren, zodat we snel kunnen schakelen als we een pand toevoegen of afstoten, zonder dat de afspraken met SLAK over activiteiten, huisvestingslasten en subsidie grote aanpassing behoeven. Dit voornemen vraagt wel aanvullende besluitvorming door de Raad. Wij maken, na besluitvorming hierop, het financiële effect jaarlijks zichtbaar in onze stadsbegroting. Met SLAK hernieuwen we afspraken over toegang tot, door- en uitstroom in alle atelierpanden in hun beheer in Nijmegen. Deze ruimten zijn bestemd voor professionals, makers die beroepsmatig en zo veel mogelijk fulltime binnen de kunst- en cultuursector in Nijmegen werkzaam zijn.
Zij staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, zijn ondernemer voor de btw en vormen op basis van de zogenaamde SBI codes onze doelgroep.2 We beoordelen niet op kwaliteit van het werk, maar sluiten aan op de door het CBS gehanteerde definitie voor kunstenaars- en overige creatieve beroepen.3. We hebben blijvend aandacht voor met name startende kunstenaars. We spreken daarom met SLAK af om in de toewijzing onderscheid te maken tussen startend (tot 3 jaar van de opleiding) en gevestigd kunstenaars. Om hen te ondersteunen bij het verkennen en verdiepen van hun mogelijkheden, markeren
1
Beleidshuur is een beleidsmatig vastgestelde huur volgens een bepaalde norm per type functie. Beleidshuur wordt gekoppeld aan een beleidsdoel. Dezelfde functies betalen dezelfde huur, ongeacht de locatie of het type vastgoed. Beleidshuren moeten door de raad worden vastgesteld, conform de Wet Markt en Overheid. 2 We hanteren daartoe de Standaard Bedrijfs Indeling van economische activiteiten (SBI), zie bijlage 3. 3 CBS (2014), Monitor Kunstenaars en afgestudeerden aan creatieve opleidingen.
20
1
we een deel van de ateliervoorraad voor deze doelgroep. Na deze periode komt de ruimte beschikbaar voor nieuwe instroom. Mogelijk gaan we hiertoe werken met tariefdifferentiatie.
We onderzoeken of we op den duur afscheid moeten nemen van een aantal kleine panden in onze portefeuille waar maar één atelier in gehuisvest is. Als het mogelijk is om opbrengsten uit verkoop te alloceren, zien we kansen om zo – door herinvestering in een pand van grotere omvang – onze ateliervoorraad verder te laten groeien. In het onderzoek kijken we daarom hoe we de middelen die daarmee vrijkomen weer voor onze doelstellingen van het broedplaatsenbeleid kunnen inzetten.
Stimuleren Creatieve en Culturele broedplaatsen We ondersteunen initiatieven om nieuwe broedplaatsen te creëren en blijven doorlopend in gesprek met het veld. We streven er naar om zo in de periode 2025-2027 minimaal 3 nieuwe broedplaatsinitiatieven tot realisatie te laten komen. Via de omgevingstafel (procedure omgevingswet) geven we initiatiefnemers snel uitsluitsel over de haalbaarheid van hun plannen. De leidende principes van Tijdelijk Anders Gebruik (TAG) passen we waar mogelijk toe. Parallel aan deze toets overleggen we met initiatiefnemers over de inhoud van hun plannen. Om initiatieven te kunnen ondersteunen stellen we een subsidieregeling vast. Op basis van cofinanciering ondersteunen we zowel voorbereiding (advieskosten) als realisatie (verbouwkosten, bijvoorbeeld indeling of verduurzaming), ook als het vastgoed van derden betreft. Het voor dit doel toevoegen van ruimte weegt daarbij zwaarder dan het bestendigen of verbouwen van bestaande plekken, tenzij we voor bestaande plekken de continuïteit substantieel kunnen verlengen. In de voorbereidingsfase stellen we kennisvouchers beschikbaar, die door initiatiefnemers ingezet kunnen worden voor het inhuren van expertise op het gebied van (financiering van) structurele en betaalbare huisvesting.
Bij investeringen maken we vóór toekenning afspraken over minimale looptijd, gecreëerd aantal vierkante meters en doelgroep. Bij de inhoudelijke beoordeling maken we onderscheid tussen onze doelgroep en secundaire functies. We verwachten dat in iedere broedplaats een vastgesteld deel van de beschikbare ruimte voor autonoom kunstenaars of jonge creatieve makers benut wordt. De secundaire functies bepaalt de initiatiefnemer zelf, op basis van een gezonde functiemix en het eigen bedrijfsplan. We onderzoeken hoe we de verbinding tussen vraag en aanbod van maatschappelijk vastgoed kunnen verbeteren. Bijvoorbeeld door een makelaarsfunctie, iemand die gemakkelijk kan schakelen tussen veld, vastgoedeigenaren en gemeente. De functie van makelaar is niet enkel interessant voor broedplaatsen, ook andere doelgroepen in het sociaal domein kunnen hier baat bij hebben. Met de verdichting van de stad en de nog steeds toenemende druk op ruimte in het algemeen, zien we dat de vragen over beschikbare locaties toenemen. Benodigde middelen nemen we op in onze stadsbegroting. Met de vastgoedafdeling (VSA) overleggen we doorlopend of we langdurig leegstaande panden ten behoeve van het broedplaatsenbeleid in kunnen zetten. Zo onderzoeken we of we door middel van een openbaar proces de gelegenheid kunnen bieden om in een gemeentelijk pand een broedplaats te creëren.
We kijken daarbij met name naar panden in Noord, Dukenburg en Winkelsteeg. Indien noodzakelijk nemen we benodigde middelen op in onze stadsbegroting. We nemen als partner deel aan het landelijke kennis/onderzoeksprogramma “Ruimte creëren voor creatieve ruimte” van Hanzehogeschool Groningen, Fontys Hogeschool en de Hogeschool Rotterdam, met als doel kennisuitwisseling en leren van goede ontwikkelingen elders in Nederland, dat gedurende 2025 en 2026 loopt. Creatieve en Culturele broedplaatsen in gebiedsontwikkelingen We geven broedplaatsen een plek in onze omgevingsvisie en nemen het onderwerp in de verschillende gebiedsuitwerkingen op.
2
21
22
We sluiten aan bij de placemaking strategieën van Winkelsteeg en het Stationsdistrict, hanteren zo veel mogelijk de randvoorwaarden en kaders van Tijdelijk Anders Gebruik (TAG) en betrekken actief creatieve ondernemers en culturele partijen uit de stad om mee te denken bij conceptontwikkeling en invulling van tijdelijke plekken in deze gebieden. Daarbij houden we altijd oog voor de looptijd en een mogelijke permanente inbedding in een later stadium van de gebiedsontwikkeling. Ambities en afspraken over doel en gebruik van ruimtes t.b.v. creatieve en culturele broedplaatsen leggen we graag zoveel mogelijk vast in onze gebiedsvisies en omgevingsplan. Nachtcultuur maakt hier uitgesproken onderdeel van uit. We onderzoeken daartoe wat de mogelijkheden zijn om broedplaatsen als functie of activiteit in het omgevingsplan te regelen. In gebiedsontwikkelingen (groter dan 1.000 woningen) nemen we in het programma een metrage aan atelier- en broedplaatsen op. We hanteren hiervoor een referentienorm, uitgedrukt in vierkante meters. Voorlopig gaan we uit van 100 m2 per 1.000 woningen, maar we verfijnen dit mogelijk op basis van nader onderzoek (per gebiedsontwikkeling) als we een breed normenkader maatschappelijke voorzieningen gaan opstellen.
We leggen daarbij steeds vast in welke vorm en in welke mate we binnen planexploitaties – al dan niet met behulp van cofinanciering – ruimte reserveren om een eventuele onrendabele top op deze locaties te financieren. We onderzoeken een aantal kansrijke ontwikkelgebieden, zoals De Waalsprong, Winkelsteeg en Dukenburg op de verdere mogelijkheden tot het toevoegen van permanente ruimte voor creatieve en culturele broedplaatsen.
3
Bijlage 2: Overzicht ruimte voor creatieve makers 2024 Mogelijk zijn niet alle bestaande locaties bij ons bekend. Van een aantal locaties hebben we geen duidelijk beeld van alle gebruikers die er een plek hebben. Particuliere ateliers aan huis, bijvoorbeeld de atelierwoningen aan de Vrouwe Udasingel in Lent, zijn in dit overzicht niet meegenomen. Op de meeste daarvan hebben wij geen zicht.
Gemeentelijke panden Adres
Typologie
Type
VVO
Aantal ateliers
Aantal gebruikers 4
Begijnenstraat 16 Dobbelmannweg 5
Atelierpand Atelierpand
Permanent Permanent
Ca 55 m2 802 m2 + 6 m2 opslag
1 atelier 13 ateliers + 1 opslagruimte
1 13
Festivalhuis
Broedplaats festivals
Tijdelijk
642 m2 +98 m2 opslag
-
4 festival organisators
Griftdijk 93
Atelierpand
Tijdelijk Per 1 dec 2024
Ca 4.400 m2
20 ateliers
20 +
Heideparkseweg 550
Atelierpand
Tijdelijk
323 m2 (BAG)
1 atelierwoning
1
Hessenberg 1 Krekelstraat 10-12
Atelierpand Atelierpand
Permanent Tijdelijk
561 m2 441 m2 + 60 m2 opslag
8 ateliers 11 ateliers, +6 opslagruimten
8 13 + 6 geregistreerde medegebruikers
Nieuwe Marktstraat 52
Atelierpand
Tijdelijk
50 m2
1 atelier
1
Nonnenplaats 24 Papengas 6
Atelierpand Atelierpand
Permanent Permanent
Ca 40 m2 * ca. 190 m2
1 atelier 1 atelier
1 1
Pijkestraat 4 – 5 – 6 – 7a
Atelierpand
Permanent
369 m2
4 ateliers
4 (1 per pand)
Stadsnomaden Streekweg
Woon/werk
Tijdelijk
5.980 m2 (grond)
Stieltjesstraat 2
Atelierpand
Tijdelijk
487 m2
Geen ateliers meer
5
Villa Nova straat 2-6
Atelierpand
Tijdelijk
785 m2
17 ateliers
16 + 6 geregistreerde medegebruikers
Waterstraat 220
Atelierpand
Permanent
75 m2
1 atelier
1
Niet gemeentelijke panden Adres Typologie
Type
VVO
Permanent
700 m
Beeldhouwcentrum P. Dekkers (vm botenhuis Phocas, Maas-Waal kanaal) 4
Atelierpand
2
Aantal ateliers
Aantal gebruikers
3 ateliers +
PM
In de basis is er momenteel 1 gebruiker per atelier. Medegebruik van ruimtes is zonder voorafgaande toestemming van SLAK
ateliers contractueel niet toegestaan. We maken hierover nieuwe afspraken met SLAK, die zij doorvoeren in (nieuwe) overeenkomsten.
4
23
Bottelstraat 8a
Atelierpand
Semipermanent
85 m2 (BAG)
1 atelier
De Basis
Broedplaats popmuziek en oefenruimtes Broedplaats
Permanent
Ca 1.200 m2 Ca 8.000 m2
-
56 ruimtes
54 huurders
Graafsedwarsstraat 14 (Zeepfabriek)
Atelierpand
Permanent
455 m2
10 ateliers
10
Houtwerf
Bedrijfsverzamelgebouw
Permanent
Ca 475 m2
-
Koopvaart Koopvaardijweg 3
Woon/werkpand Oefenruimten popmuziek
Permanent
Ca 830 m2
2 oefenruimten
Molenveldlaan 14140 (Krayenhoffkazerne)
Atelierpand
Permanent
1.503 m2
29 ateliers + 25 opslagruimten
Molenveldlaan 10 (Krayenhoffkazerne)
Oefenruimten popmuziek
Permanent
*
6 oefenruimten
NYMA Makersplaats
Broedplaats
Permanent
Ca 5.700 m2
70 ruimtes
130 huurders, 160 ondernemingen
Paraplufabrieken Popop Molenpoort
Broedplaats Atelierpand / broedplaats Atelierpand
Permanent Tijdelijk
* *
8 ateliers
10 gebruikers
-
Bedrijfsverzamelgebouw Muziekstudio’s en oefenruimten popmuziek
Permanent
Ca 800 m2 * Ca 1.000 m2
Bedrijfsverzamelgebouw
Permanent
1 + studio’s en oefenruimten voor bandjes 4 ruimtes
De Vasim
Spadestraat Splendor Rubberfabriek
Woud (NYMA terrein)
24
Permanent
*
1
33 + 4 geregistreerde medegebruikers
3
4 huurders
5
Bijlage 3: Definitie actieve creatieve makers Definitie van het begrip actieve creatieve makers o.b.v. SBI codes. Bedrijfstak Beoefening van podiumkunst
SBI code 9001.1
Producenten van podiumkunst
9001.2
Schrijven en scheppende kunst
9003
Dienstverlening voor uitvoerende kunst Productie van televisieprogramma’s
9002 5911.2
Fotografie Productie van films
7420.1 5911.1
Maken en uitgeven van geluidsopnames Uitgeverijen van computerspellen Communicatie- en grafisch ontwerp Industrieel productontwerp Interieur- en ruimtelijk ontwerp
5920 5821 7410.1 7410.2 7410.3
Huisvesting via SLAK of onderdeel broedplaatsinvulling (op basis percentage) Huisvesting via SLAK of onderdeel broedplaatsinvulling (op basis percentage) Huisvesting via SLAK of onderdeel broedplaatsinvulling (op basis percentage)
6
25
Bijlage 4: Opgehaald, we vroegen het de creatieve makers in Nijmegen Na het vaststellen van de startnotitie, voerden we in het voorjaar van 2024 gesprekken met verschillende creatieve makers en gebruikers van broedplaatsen en ateliers in Nijmegen. Onder meer vertegenwoordigers van De Basis, het Festivalhuis, de Stadsnomaden, Hubert en atelierbeheerorganisatie SLAK, maar ook individuele kunstenaars. In mei hebben we samen met het architectuurcentrum Nijmegen (ACN) een debatavond ‘broedplaatsen maken de stad’ georganiseerd. Na de zomer hebben we tenslotte een brede online enquête uitgezet onder kunstenaars en creatieve makers in Nijmegen. Aandachtspunten en vraagstukken benoemd in de gevoerde gesprekken Locaties en continuïteit Steeds meer plekken in de stad worden her ontwikkeld. Ruimte om te experimenteren is beperkt en wordt daarmee nog schaarser. De continuïteit van een plek is belangrijk. Aflopende huurovereenkomsten of gebruiksovereenkomsten met een korte opzegtermijn creëren onzekerheid. Betaalbaarheid Veel kunstenaars werken uit liefde voor het vak, niet omdat ze er een goed inkomen uithalen. Ook ‘gevestigde’ kunstenaars hebben niet per definitie een rendabele praktijk. Het ene jaar verkopen ze meerdere grote werken en verdienen zo een prima jaarinkomen, het jaar erop kan dit dan weer nihil zijn.
Op of onder het bestaansminimum leven is voor kunstenaars niet uitzonderlijk. Wonen en werken combineren om de vaste lasten te drukken is voor veel kunstenaars het ideaal, hoewel dit in Nijmegen op maar een paar plekken formeel is toegestaan. Het starten van een atelier of maakbedrijf aan huis is door diverse regelgeving lang niet altijd mogelijk. Energie is in toenemende mate een onzekere kostenpost, maar maakt wel deel uit van wat een betaalbaar atelier is en wat niet. Huisvestingslasten zijn een optelsom van kale huur, service- en energiekosten. Verduurzaming is daarmee belangrijk, want het zijn vaak oude panden waar creatieve makers in huizen. Doorstroom Doorstroming is een issue bij ateliergebouwen. Er lijkt te weinig aanbod afgestemd op de behoeften te zijn, waardoor verstopping in atelierpanden optreedt en daarmee ‘veroudering’ van de samenstelling. De stad zou een ‘roltrap-model’ moeten nastreven, waarin doorstroom mogelijk is. Enerzijds gaat dat om voldoende plekken, anderzijds om prikkels c.q. harde criteria waarom makers moeten doorstromen naar een andere plek. Het begrip ‘doorstroom’ roept tegelijkertijd bedenkingen op. Betaalbare ruimten zijn nauwelijks te vinden. Kunstenaars die nu een atelier huren willen best doorstromen, maar zien simpelweg geen alternatief. Ballotage aan de voorkant is vaak goed te definiëren op meest objectieve criteria.
Maar hoe doe je dat tussentijds? En als iemand niet meer voldoet aan de criteria, is het dan ook handhaafbaar? Nieuwe initiatieven Makers en collectieven die zelf initiatief nemen zijn gebaat bij continuïteit. Locaties moeten voor minimaal vijf jaar, maar liever acht jaar of langer beschikbaar zijn. Dan zijn creatieve makers bereid meer middelen en eigen tijd te investeren in de locaties. Een vraag is hoe maakbaar broedplaatsen eigenlijk zijn. Het ruwe en ongepolijste karakter past niet altijd bij een planmatige aanpak.
26
Randvoorwaarden Er is vaak een lans gebroken voor een bottom-up aanpak, mensen maken immers de plek. Makers en collectieven zijn gebaat bij een gemeente die faciliteert en kansen schept en het vertrouwen geeft aan initiatiefnemers. Het naast werkruimte vinden van een woning, is ook een opgave. Dit geldt uiteraard niet enkel voor kunstenaars, maar het heeft wel invloed op de mogelijkheden die kunstenaars zien om zich in Nijmegen te vestigen of er te blijven. 7 dekken voor Er is behoefte aan een expositieruimte van statuur. Er zijn enkele particuliere galerieën en die
Randvoorwaarden Randvoorwaarden Er is vaak een lans gebroken voor een bottom-up aanpak, mensen maken immers de plek. Makers en Er is vaak een lans g Randvoorwaarden collectieven zijn gebaat bij een gemeente die faciliteert en kansen schept en het vertrouwen geeft aan Er is vaak een lans gebroken voor een bottom-up aanpak, mensen maken immers de plek. Makers en collectieven zijn geb initiatiefnemers. initiatiefnemers. collectieven zijn gebaat bij een gemeente die faciliteert en kansen schept en het vertrouwen geeft aan Het naast werkruimte vinden van een woning, is ook een opgave. Dit geldt uiteraard niet enkel voor initiatiefnemers. Het naast werkruim kunstenaars, maar hetvinden heeft wel op de is mogelijkheden dieDit kunstenaars zien om in Nijmegen te kunstenaars, maar Het naast werkruimte vaninvloed een woning, ook een opgave. geldt uiteraard nietzich enkel voor vestigen of ermaar te blijven. kunstenaars, het heeft wel invloed op de mogelijkheden die kunstenaars zien om zich in Nijmegen te vestigen of er te blij Er is behoefte aan een expositieruimte van statuur. Er zijn enkele particuliere galerieën en die dekken voor vestigen of er te blijven. Er is behoefte aan e een deze aan behoefte, maar plekken waar het minder omenkele de verkoop draait galerieën en meer om -Randvoorwaarden Er isdeel behoefte een expositieruimte van statuur.
Er zijn particuliere en de dieinhoud, dekken waar voor een deel deze beho Er isdeel vaakdeze een lans gebroken een bottom-up aanpak, mensen maken immers de plek. Makers en waar ook nieuw en experimenteel werk getoond zouden een welkome aanvulling Overigens is ook nieuw en exper een behoefte, maarvoor plekken waarkan het worden, minder om de verkoop draait en meer omzijn. de inhoud, collectieven zijn gebaat bij een gemeente die faciliteert en kansen schept en het vertrouwen geeft aan het hierbij wel degelijk van belang. Exposities leiden tot verkoop en dus inkomen voor is het verkoop aspect ookverkoop nieuw enaspect experimenteel werk getoond kan worden, zouden een welkome aanvulling zijn. Overigens initiatiefnemers. kunstenaars en creatieve het verkoop aspect hierbijmakers. wel degelijk van belang. Exposities leiden tot verkoop en dus inkomen voor kunstenaars en cre Het naast werkruimte vinden van een woning, is ook een opgave. Dit geldt uiteraard niet enkel voor kunstenaars en creatieve makers. 5 kunstenaars, maar het heeft wel invloed op de mogelijkheden die kunstenaars zien om zich in Nijmegen te Uitkomsten behoeftepeiling (enquête) Uitkomsten behoeftepeil 5 vestigen of er te blijven. Eind zomer behoeftepeiling 2024 hebben we(enquête) een digitale enquête uitgezet onder kunstenaars en creatieve makers in Nijmegen.