CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief d.d. 26 april 2024 van Brunet advocaten over Raadsvergadering 5 juni 2024 Haven- en Kadeverordening

Besluitronde (raadsvergadering) 5 juni 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Haven- en Kadeverordening Nijmegen 2024 (29/2024)1.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Nijmegen T.a.v. de gemeenteraad Postbus 9105 6500 HG NIJMEGEN

Datum Inzake Kenmerk Uw ref. Doorkiesnr. E-mail

: 26 april 2024 : advies : 16.0074 : Z21.055268 : 024 750 32 50 : hoegee@brunet.nl

Betreft: raadsvergadering 5 juni 2024

Geachte leden van de raad, Tijdens de raadsvergadering van 5 juni a.s. staat op de agenda de vaststelling van de Havenen kadeverordening 2024 (agendapunt 9.2). Namens mijn client, . wil ik graag wijzen op een aantal onvolkomenheden in de concept verordening. Voorgeschiedenis Voordat ik daarop inga sta ik kort stil bij de geschiedenis van dit dossier. Door is op 23 februari 2013 (!) een aanvraag gedaan voor een ligplaatsvergunning voor in Nijmegen. Van gemeentewege is geweigerd om op deze aanvraag tijdig een besluit te nemen. Pas op 16 juni 2021 (dus 8 jaar na de aanvraag) is de ligplaatsvergunning geweigerd. Dat besluit kon rechtens eigenlijk geen stand houden. Dat is ook duidelijk geworden uit de uitspraak van de rechtbank van 2 februari jl. naar aanleiding van deze weigering, waarin is uitgemaakt dat op grond van de geldende Haven- en kadeverordening zich geen grond voordeed op basis waarvan de vergunning kon worden geweigerd. Het college dient dus, als gevolg van deze uitspraak, opnieuw een beslissing te nemen op de aanvraag van client uit 2013.

Tussentijds heeft het college gevonden dat een ligplaatsvergunning een schaars recht is en dat voor de verdeling daarvan een lotingssysteem moet worden opgetuigd. Tijdens de procedure bij de rechtbank is in verband daarmee door de vertegenwoordigers van het college gezegd dat een dergelijk lotingssysteem zou worden gemaakt en dat ook de Haven- en kadeverordening geactualiseerd zou worden. Daarbij is door namens college uitdrukkelijk gezegd dat het zou gaan om een “beleidsneutrale” wijziging van de verordening. Na kennisname van de (ontwerp) verordening kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat van een beleidsneutrale wijziging geen sprake is. Daarnaast zit in de nieuwe verordening een aantal aspecten die geen recht doen aan het uitgangspunt dat alle gegadigden een gelijke kans moeten hebben om voor een ligplaatsvergunning in aanmerking te komen. Vooropgesteld moet worden dat er thans geen ligplaatsen beschikbaar zijn in de Nijmeegse havens. Wat dat betreft zou er ook helemaal geen aanleiding bestaan voor het lotingssysteem en het aanpassen van de verordening. Enkel aan één woonschip zou – op basis van de nieuwe verordening (waarover hierna meer) – nog ligplaatsvergunning verleend kunnen worden. Mijn client tracht voor die vergunning al sinds 2013 in aanmerking te komen, maar wordt daarin door de gemeente – zo voelt hij dat althans – tegengewerkt.

Gesteld kan dus worden dat het lotingssysteem (en de aangepaste verordening) dus enkel wordt opgesteld met het oog op de aanvraag van client. Andere ligplaatsen en/of gegadigden zijn er niet. En voor bestaande vergunninghouders verandert er niets: zij behouden hun vergunning en kunnen die overdragen, Het ligt dus niet in de rede dat er op korte termijn ligplaatsen beschikbaar kunnen komen. Vanwaar deze hele exercitie, is de vraag? Tegen de vaststelling van een verordening staat geen beroep open. Wel kan de rechter de rechtmatigheid van een verordening via de band een besluit exceptief toetsen. Client is al heel lang in deze procedure verwikkeld en zit niet op verdere procedures te wachten. Tegelijkertijd zal client dat ook niet uit de weg gaan als dat moet. Veel beter zou zijn om fouten in de verordening er nu uit te filteren zodat een juridisch juiste verordening wordt vastgesteld. Dat voorkomt procedures in de toekomst. Om die reden schrijf ik uw raad aan en vraag ik aandacht voor dit agendapunt. 1. Het aantal ligplaatsen in de Lindenberghaven wordt teruggebracht naar 2 Op grond van het bestemmingsplan is er plaats voor 4 woonschepen in de Lindenberghaven. Ook op grond van de nu geldende Haven- en kadeverordening zijn er 4 ligplaatsvergunningen voor woonschepen te vergeven. De nieuwe verordening brengt dit terug naar 2 ligplaatsen. Dit wordt nergens gemotiveerd.

Voor client is dit uiteraard van groot belang. Op dit moment is er één ligplaatsvergunning voor een woonschip verleend. Dat zou betekenen dat onder de huidige verordening nog 3 vergunningen

Pagina 2 van 5

beschikbaar zijn. In het voorstel is dat er nog maar 1! Client wordt hierdoor in een nadeliger positie gebracht. Dit is een aanmerkelijke verslechtering ten opzichte van de nu bestaande situatie en is allerminst “beleidsneutraal”. Bovendien worden hierdoor de mogelijkheden die het bestemmingsplan “Centrum - Binnenstad - 11 (Lindenberghaven)” biedt illusoir gemaakt. Op grond van het bestemmingsplan is er namelijk plaats voor vier woonschepen. De verordening zou op dat punt onverbindend geacht moeten worden wegens strijd met het bestemmingsplan. Het verzoek is daarom vast te houden aan de toezegging dat de verordening beleidsneutraal zal worden vastgesteld en dat in overeenstemming met het bestemmingsplan 4 ligplaatsen behouden blijven. 2. Bestaande ligplaatsvergunning voor woonboten worden geacht voor onbepaalde tijd te zijn verleend Vanuit een oogpunt van gelijkheid zou het voor de hand liggen dat zowel houders van ligplaatsvergunningen als gegadigden voor een dergelijke vergunning een gelijke kans hebben om voor een ligplaatsvergunning in aanmerking te komen. In de verordening wordt ervoor gekozen om de bestaande ligplaatsvergunningen voor woonboten niet in te trekken. Deze vergunningen gelden voor onbepaalde tijd. 3.

Overdraagbaarheid ligplaatsvergunning Bovendien krijgen bestaande vergunninghouders door de nieuwe verordening een groot voordeel, namelijk dat zij bij verkoop van de woonboot de ligplaatsvergunning mogen overdragen (zie art. 10.3 lid 6). Op grond van art. 1.5 lid 3 geldt voor “nieuwe” vergunningen dat deze niet overdraagbaar zijn (behalve in geval van erfopvolging). Ook wat dat betreft wordt het gelijkheidsbeginsel geschonden. Bestaande ligplaatsvergunningen zijn dus vrij overdraagbaar, zodat deze ligplaatsen nooit meer beschikbaar komen voor andere gegadigden. 4. Ligplaatsvergunning van rechtswege In art. 10.3 lid 10 van de nieuwe verordening is bepaald dat eigenaren van woonboten die 5 jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van de verordening aaneengesloten in een van de havens hebben gelegen en dit kunnen aantonen, ambtshalve een ligplaatsvergunning krijgen voor onbepaalde tijd. Dat is niet alleen een premie op illegaal gedrag (namelijk het innemen van ligplaats zonder vergunning), maar ook in strijd met het gelijkheidsbeginsel. En laat nu juist dát rechtsbeginsel de aanleiding voor de nieuwe verordening zijn. Immers, de in art. 10.3 lid 10 bedoelde eigenaren beschikken - net als cliënt - op dit moment niet over een ligplaatsvergunning. Er is sprake van gelijke gevallen, maar in de nieuwe

Pagina 3 van 5

verordening worden die gelijke gevallen dus ongelijk behandeld. De argumentatie voor die ongelijke behandeling is niet objectief gerechtvaardigd. Uit niets hebben de in art. 10.3 lid 10 bedoelde eigenaren gerechtvaardigd mogen afleiden dat hun onrechtmatige situatie gelegaliseerd zou worden. Dat geldt temeer nu deze nieuwe verordening en het lotingssysteem uitsluitend is opgesteld met het oog op de aanvraag van client. De ongelijke behandeling wordt vervolgens versterkt doordat voornoemde eigenaren niet hoeven te voldoen aan de voorwaarden van art. 4.1 van de nieuwe verordening. Art. 10.3 lid 10 leidt er namelijk toe dat aan woonschepen ambtshalve vergunning – die aantoonbaar een beroep kunnen doen op deze overgangsregeling – moet worden verleend, ook als niet wordt voldaan aan de eisen van (brand)veiligheid, milieuhygiëne of volksgezondheid. Ook moet vergunning worden verleend als de boot niet voldoet aan de diverse beeldkwaliteitseisen. Ook het maximum aantal ligplaatsen staat niet in de weg aan het ambtshalve verlenen van vergunningen, waardoor er feitelijk aan meer woonschepen dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan ligplaatsvergunning moet worden verleend. Zelfs als de woonboot belemmeringen kan veroorzaken of veroorzaakt aan het verkeer te water of te land, moet de ligplaatsvergunning worden verleend.

Dat is volstrekt onwenselijk en kan nooit de bedoeling zijn. Bovendien kan in het in art. 10.3 lid 10 genoemde geval ook een ligplaatsvergunning in strijd met de wet worden verleend. Immers, niet is geborgd dat bij een ambtshalve ligplaatsvergunning ook moet worden voldaan aan de weigeringsgronden zoals genoemd in art. 4.1. Een van de belangrijkste criteria is dat je alleen voor een ligplaatsvergunning in aanmerking kunt komen, als je ook beschikt over een vergunning op grond van de Waterwet (thans: een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk op grond van de Omgevingswet). Client beschikt over die vergunning. Rijkswaterstaat geeft dergelijke vergunningen niet meer af wegens strijd met de Beleidslijn Grote Rivieren. Het verlenen van een ligplaatsvergunning op grond van de Haven- en kadeverordening, zonder dat beschikt wordt over een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk is in strijd met de wet. 5. Uiterlijk van het schip wel of niet van belang? In het collegevoorstel onder 1.1 wordt de suggestie gewekt dat geen betekenis toekomt aan bijvoorbeeld de uitstraling van het schip omdat dat de loting een subjectief karakter zou geven. De vraag is hoe dat zich verhoudt tot (bijvoorbeeld) de weigeringsgrond genoemd in art. 4.1 onder f. en art. 4.2.

De vraag is daar hoe het subjectieve karakter van deze beoordeling te verenigen is met de gedachte dat door loting moet worden bepaald wie voor de ligplaatsvergunning in aanmerking komt?

Pagina 4 van 5

Conclusie Gelet op al het vorige verzoekt client uw raad deze verordening niet, of in ieder geval niet ongewijzigd, vast te stellen. Met vriendelijke groet,

J.P. (Jeroen) Hoegee Advocaat

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d6e69974-6625-46ac-b29e-65b7344204ef