Brief d.d. 2 juni 2022 van de MARN inzake Aanpassing Jaarrekening MARN 2021, Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026
Tekst van het document
BEGROTING 2023 Versie 2.0
INHOUD
1
INLEIDING .......................................................................................................................................... 1
2
PROGRAMMA MARN ......................................................................................................................... 1
3
4
2.1
Inleiding ............................................................................................................................................... 1
2.2
Taakveld 0.1: Bestuur .......................................................................................................................... 1
2.3
Taakveld 7.3: Afvalverwerking ............................................................................................................ 2
PARAGRAFEN..................................................................................................................................... 4 3.1
Financiële paragraaf ........................................................................................................................... 4
3.2
Verbonden partijen ............................................................................................................................. 6
3.3
Weerstandsvermogen ......................................................................................................................... 7
3.4
Bedrijfsvoering .................................................................................................................................... 8
3.5
Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................. 9
PROGRAMMABEGROTING 2023 ...................................................................................................... 10 4.1
Begrote balanspositie ultimo 2023 ................................................................................................... 10
4.2
Begrote baten 2023........................................................................................................................... 11
4.3
Begrote lasten 2023 .......................................................................................................................... 12
4.4 Kostenverdeelstaat............................................................................................................................ 14 4.4.1 Lasten ...................................................................................................................................... 14 4.4.2 Baten........................................................................................................................................ 15 5
MEERJARENRAMING 2024 – 2026.................................................................................................... 17 5.1
Baten Meerjarenraming 2024 – 2026 ............................................................................................... 17
5.2
Lasten Meerjarenraming 2024 – 2026 .............................................................................................. 18
1
INLEIDING
De MARN is een gemeenschappelijke regeling met zeven deelnemende gemeenten in de regio Rijk van Nijmegen. De gemeenschappelijke regeling behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van milieu, waaronder in ieder geval begrepen een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen.
2
PROGRAMMA MARN
Inleiding Doelstelling, taken en bevoegdheden De regeling richt zich op de rol van aandeelhouder en leverancier van afval aan ARN B.V. (ARN). Daardoor spelen onderwerpen met betrekking tot afval en milieu een rol. In 2020 heeft het bestuur besloten om meer aandacht te besteden aan mogelijke bijdragen in de energietransitie. Op basis van ditzelfde besluit en de zienswijzen die de gemeenten hebben ingebracht, leidt dit vooralsnog niet tot een wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling en/of een begrotingswijziging. Rechtskarakter en producten De Gemeenschappelijke Regeling is een rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband, dat is opgericht op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Ter uitvoering van de doelstelling van de MARN worden de volgende taakvelden onderscheiden: 1. Bestuur; 2. Afvalverwerking, in het bijzonder de relatie met ARN. 2.1 Taakveld 0.1: Bestuur Wat willen we bereiken? Een openbaar lichaam als de MARN heeft wettelijk een aantal organen met een doelstelling zoals omschreven in de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling. Om de doelstelling te kunnen realiseren en als ondersteuning voor de taken en bevoegdheden kent de MARN een bestuur en een ambtelijke coördinatie.
Met deze ondersteuning willen we bereiken dat de doelstelling, de taken en bevoegdheden zoals omschreven in de tekst van de regeling in goed overleg kunnen worden gerealiseerd. Wat doen we ervoor? Voor een omschrijving van de organisatie wordt verwezen naar paragraaf 3.4 Bedrijfsvoering. Gedurende het gehele jaar wordt een aantal vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur gepland. Na besluitvorming in het Dagelijks en, indien van toepassing, het Algemeen Bestuur worden de besluiten waar nodig uitgewerkt en uitgevoerd door de secretaris. Indien gewenst of noodzakelijk vindt de uitwerking plaats door een externe partij, waarbij de secretaris een coördinerende rol heeft. Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote kosten van 2023 en 2022 opgenomen alsook de werkelijke kosten van 2021.
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 1
Taakveld 0.1 Bestuur
2.2
Taakveld 7.3: Afvalverwerking
Wat willen we bereiken? Aangezien dit taakveld het geheel aan (financiële) relaties met ARN betreft, betekent dat een goede en constructieve relatie met de ARN wordt onderhouden, waarbij (i) de (financiële) risico’s zoveel mogelijk worden beheerst, of waar mogelijk verlaagd, (ii) een zo laag mogelijk tarief wordt nagestreefd, (iii) er een maximale uitoefening van bevoegdheden plaatsvindt in de vergadering van aandeelhouders en (iv) waarbij ARN een bijdrage levert aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de deelnemers in de MARN. Wat doen we ervoor? Het taakveld Afvalverwerking betreft het geheel aan (financiële) relaties die de MARN heeft met ARN De MARN is op een aantal wijzen verbonden met ARN: 1. Aandeelhouder in het aandelenkapitaal; en 2. Contractpartner voor aanlevering van afval en indirect leverancier van afvalstoffen (via de gemeenten); Begin 2017 heeft MARN de gronden waarop de stortlocatie en de installaties zijn gevestigd verkocht aan ARN. In het kader van de aanlevering van het afval aan de ARN is een vereveningsbijdrage transportkosten opgesteld voor de zeven MARN-gemeenten. Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote kosten van 2023 en 2022 inzake het taakveld Afvalverwerking opgenomen alsook de werkelijke kosten van 2021. Taakveld 7.3: Afvalverwerking
Uit het voordelige saldo op afvalverwerking dekt de MARN de organisatie-, bestuurskosten en de overige kosten die ten laste komen van de MARN.
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 2
3
PARAGRAFEN
3.1 Financiële paragraaf Uitgangspunten De gemeenschappelijke regeling houdt zich aan de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen voor wat haar financieel beleid betreft. Positieve resultaten op basis van een vastgesteld jaarverslag worden conform besluiten van het Algemeen Bestuur aan de winstreserve toegevoegd, om op korte termijn liquiditeitsproblemen te voorkomen. De paragraaf betreffende de financiering bevat onder andere de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De kaders ten aanzien van risicobeheer zijn vastgelegd in de Financiële Verordening MARN en het Treasurystatuut. Beide documenten zijn in 2017 gewijzigd en aangepast aan de nieuwe regels. Wet FiDo In de wet Financiering Decentrale Overheden, afgekort de wet FiDo, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden Het verplichte schatkistbankieren, in feite schatkistbeleggen, houdt in dat onder andere gemeenten en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen al hun overtollige liquide middelen (‘beleggingen’) aanhouden bij het ministerie van Financiën en niet langer financiële geldmiddelen en vermogens bij private partijen buiten de schatkist aanhouden. De middelen die een decentrale overheid aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak. Het principe van schatkistbankieren is dat publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke taak. Wet Houdbare overheidsfinanciën De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) betreft de Nederlandse uitwerking van Europese afspraken ten aanzien van de overheidsfinanciën. De Europese begrotingsafspraken zijn gericht op het terugdringen van het nationale EMU-tekort tot onder de 3 procent. In de wet worden de afspraken vertaald naar nadere doelstellingen ten aanzien van de schuldomvang en het begrotingstekort van decentrale overheden. Aangegane en verstrekte leningen De MARN is in het verleden tevens een aantal leningen aangegaan in het kader van de aanschaf van de gronden waarop de installaties van ARN zijn gebouwd en de stortplaats wordt geëxploiteerd evenals de financiering van de aandelen in ARN.
Van deze leningen resteert alleen nog een kasgeldlening bij BNG van € 2.000.000 met een rentepercentage van 1,330% waarop wordt afgelost over een periode van 20 jaar. Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 3
MARN heeft aan ARN een lening verstrekt ten behoeve van de aankoop van de gronden die in eigendom waren van MARN door ARN. Dit bedrag is groot € 11.500.000. Hierop wordt door ARN jaarlijks rente en aflossing betaald. Het rentepercentage van deze lening is gesteld op een vaste rente van 3,09% op jaarbasis voor de gehele periode van aflossing. Wij refereren naar de toelichting bij de jaarrekening. Rentebaten en -lasten MARN zal gedurende 2023 rente ontvangen van ARN voor de aan haar verstrekte lening. Deze worden geraamd op €259.572. Hiervan zal €14.583,18 naar de gemeente West Maas en Waal gaan. Per saldo blijft er dan €244.989 over om de exploitatiekosten mee te voldoen. Gedurende het jaar 2023 zal de MARN rente betalen over de door haar aangegane lening. Deze worden geraamd op €19.969. Schatkistbankieren De gelden die de gemeenschappelijke regeling niet direct nodig heeft voor haar eigen exploitatie zullen gedurende het jaar 2023 worden ondergebracht bij de Rabobank. Conform het bepaalde bij “Schatkistbankieren” zullen bedragen boven de €400.000 (gemiddeld over een maand) worden gezet op een speciaal daartoe geopende rekening bij het Rijk. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s die samenhangen met de rentelasten van decentrale overheden.
Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij begin van het jaar. Artikel 4, lid 1 Wet FIDO bepaalt, dat de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal niet de kasgeldlimiet overschrijdt. Hiervoor wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 4
De geprognosticeerde ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2023 blijkt uit volgende opstelling:
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet (artikel 6, lid 1 Wet FIDO). De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Op basis van de Wijzigingswet stelt de beoogde renterisiconorm in de kern dat de jaarlijkse verplichte aflossing en renteherzieningen niet meer dan 20% van de begroting mogen bedragen. Het maximum percentage van 20% moet voor de komende vier jaar worden berekend op basis van de begroting voor het komende jaar. De horizon van het begrotingsjaar plus de komende drie jaar komt overeen met de periode van de meerjarenraming. In 2023 zal naar verwachting geen sprake zijn van herfinanciering, renteherziening en zullen tevens geen leningen worden aangetrokken en/of verstrekt. Derhalve is de MARN binnen de minimale renterisiconorm van €2.500.000 gebleven.
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 5
Resumé Bij de MARN zijn geen voorzieningen voor financieringsrisico’s getroffen. In artikel 27 lid 1 van de tekst van de gemeenschappelijke regeling MARN wordt vermeld dat de gemeenten gezamenlijk garant staan voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door het openbaar lichaam gesloten en af te sluiten langlopende en kasgeldleningen en in rekening opgenomen en op te nemen gelden, en voor de door het openbaar lichaam verstrekte garanties. In lid 2 van dat artikel wordt verder vermeld dat elke deelnemende gemeente hierbij is verbonden naar verhouding van haar inwonertal. Daarbij zijn de inwonertallen bepalend zoals deze door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden bekendgemaakt. Tevens zijn er geen claims van derden, noch zijn er bijzondere risico’s in de deelnemingen (ARN) of rechtsgedingen. 3.2
Verbonden partijen
Aandeelhouderschap Sinds 18 mei 2020 heeft ARN twee aandeelhouders: de GR MARN als publieke partij met 51% van de aandelen en Remondis als private partij met 49% van de aandelen. Het aantal aandelen van GR MARN is 3.750. Deze aandelen zijn door de MARN voor 100% volgestort. Elk aandeel heeft een nominale waarde van €454. Stemrecht De MARN heeft in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van ARN in overeenstemming met de hoeveelheid aandelen een stemrecht van 51%.
Raad van Commissarissen De ARN kent naast de directie tevens een Raad van Commissarissen. Namens de regioaandeelhouders, waaronder de MARN, zal een tweetal leden in het jaar 2023 zitting hebben in de Raad van Commissarissen. Financiële gegevens De jaarstukken van ARN worden elk jaar vastgesteld in de Algemene vergadering van Aandeelhouders waarin de MARN zitting heeft. Deze stukken worden vooraf in de vergadering van het Dagelijks Bestuur besproken. Bij het opstellen van de begroting 2023 van de MARN zijn alleen de cijfers van de Jaarrekening 2020 van ARN bekend. Het eigen vermogen van ARN bedraagt €20.781.490 per ultimo 2020. Op basis van de jaarrekening 2020 heeft ARN langlopende schulden in de hoogte van €16.144.464 tegen een bedrag van €19.023.437 het jaar ervoor. Het resultaat over 2020 bedroeg €2.117.305 tegen €1.861.001 in het jaar ervoor. MARN heeft voor de verwerking van het afval van de deelnemers in MARN een vast tarief met een jaarlijkse indexering. De aanleverovereenkomst loopt tot 2026. Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 6
3.3 Weerstandsvermogen Door het Algemeen Bestuur is in juni 2014 besloten dat de MARN geen weerstandsvermogen dient aan te houden anders dan €10.000 onder de post Onvoorzien uit de begroting. Het eigen vermogen van de MARN, bestaande uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve en het gerealiseerd resultaat over het jaar 2021, bedraagt per 31 december 2021 € 8.896.394. Indien de Algemene reserve onvoldoende is om in een bepaald jaar tekorten, die voortvloeien uit de rekening, op te vangen en er geen andere dekking kan worden gevonden, wordt het bepaalde in artikel 28 van de Gemeenschappelijke Regeling MARN van toepassing. Daarin is bepaald dat de gemeenten naar rato van het inwonerstal dienen bij te dragen in tekorten van de MARN. Daarbij dienen cijfers van het CBS over het inwonertal te worden gebruikt. Risicobeheersing De risico’s van de MARN zijn beperkt. Het Algemeen Bestuur heeft in de notitie Weerstandsvermogen bepaald dat voor de afdekking van de risico’s de begrotingspost Onvoorzien voldoende is. Daarnaast is MARN aandeelhouder in ARN. Zij heeft één lening (in verband met grondverkoop) en geen garanties meer uitstaan naar ARN. De lening is afgedekt met een eerste recht van hypotheek. Tevens heeft MARN met ARN een vast tarief van indexering voor het door de deelnemers in de MARN aangeleverde afval.
Het risico dat MARN loopt, bedraagt ten hoogste de waarde van de aandelen die MARN heeft in ARN Deze zijn gewaardeerd op verkrijgingsprijs voor een waarde van €1.701.675. Verder wordt verwezen naar de paragraaf 3.2 Verbonden partijen. Liquiditeit De aflossing op de geldlening die MARN aan ARN heeft verstrekt, is aangemerkt als bestemmingsreserve en wordt jaarlijks, samen met het exploitatieresultaat, uitgekeerd aan de gemeenten naar rato van inwonersaantallen. De rente-inkomsten van de lening worden gebruikt voor de jaarlijkse kosten van de MARN. De geldlening is annuïtair, waardoor de rente-inkomsten ieder jaar afnemen. Op korte termijn zijn de rente-inkomsten niet meer toereikend voor de exploitatiekosten, waardoor er in 2023 bij ongewijzigd beleid een negatief banksaldo zal ontstaan. Bovendien zal het resultaat vanaf 2027 negatief zijn. Om dit liquiditeitsprobleem op te lossen heeft het bestuur in 2021 besloten om het resultaat (renteinkomsten minus exploitatiekosten) vanaf boekjaar 2021 niet meer jaarlijks uit te keren. Om de tekorten vanaf 2027 op te vangen zal vanaf dan slechts het gedeelte van de bestemmingsreserve aan de gemeenten worden uitgekeerd dat overblijft nadat alle exploitatiekosten en aflossing van de lening zijn voldaan.
Doordat vanaf 2027 een deel van de bestemmingsreserve naar het eigen vermogen van de MARN wordt geboekt, zal er tot het eind van de looptijd van de lening geen negatief banksaldo ontstaan. De rente-inkomsten en inkomsten uit aflossing vallen echter volledig weg nadat de lening door ARN in 2036 is afgelost. Er zal dan vanuit de gemeenten jaarlijks een bedrag beschikbaar moeten worden gesteld, zodat de MARN alle exploitatiekosten kan betalen. Dit bedrag zal jaarlijks worden bepaald op basis van de begroting. Kengetallen Het BBV vereist dat kengetallen ter ondersteuning van de beoordeling van de financiële positie worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Deze kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel ruimte de organisatie beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. Onderstaand zijn de voorgeschreven kengetallen opgenomen. De wijze waarop de kengetallen moeten worden berekend is opgenomen in de Regeling van de Minister van BZK van 9 juli 2015 en gewijzigd 26 oktober 2015.
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 7
Interpretatie kengetallen Bij de normering volgens de provincie Gelderland worden bovenstaande waarden ingedeeld in 3 categorieën, zoals aangegeven in de brief van 7 oktober 2015. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Op basis van de kengetallen ontstaat een beeld dat MARN voor 3 van de 4 onderdelen onder de categorie A valt, de minst risicovolle. De netto schuldquote valt in categorie C, dit komt doordat er bij gelijkblijvende schulden, minder baten zijn (in 2017 grondverkoop). Kengetallen:
Cat. A
Cat. B
Cat. C
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
3.4 Bedrijfsvoering De gemeenschappelijke regeling kent op basis van de tekst van de regeling de volgende te onderscheiden organen: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Daarnaast bestaat er een ambtelijke ondersteuning bestaande uit een vakberaad voor afval en een secretaris. Bestuursorganen Het Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit zeven leden, te weten de leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Tevens zijn er evenzoveel plaatsvervangende leden aangewezen. Het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur telt vier leden inclusief de Voorzitter. Conform de wet en de regeling komt het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid toe zoals in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de tekst van de GR MARN is toebedeeld. Het Dagelijks Bestuur stuurt de secretaris aan. De Voorzitter De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De Voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Dagelijks als ook het Algemeen Bestuur. De Voorzitter vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte. In de eerste vergadering na de gemeenteraadsverkiezingen van het jaar 2018 is de mevrouw H. Tiemens verkozen tot Voorzitter van het Algemeen en Dagelijks Bestuur van de MARN. Zij is tot 1 september 2021 Voorzitter geweest. Voor haar opvolging is de heer P.J.M.
de Klein benoemd als Voorzitter per 1 september 2021. Ambtelijke organisatie Secretariaat Het secretariaat zal gedurende het jaar 2023 worden verzorgd door Dar N.V. Administratie De administratie zal gedurende het jaar 2023 worden verzorgd door Dar N.V. Informatievoorziening De verschillende onderwerpen en projecten worden regelmatig besproken in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Voor specifieke onderwerpen worden Colleges van Burgemeester en Wethouders als ook Raden tussentijds geïnformeerd en naar hun opvattingen gevraagd naar gelang het onderwerp. Voor een aantal voorstellen is dat zelfs verplicht, zoals voor de begroting en de rekening. Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 8
3.5 Onderhoud kapitaalgoederen De MARN beschikt niet over kapitaalgoederen.
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 9
4 4.1
PROGRAMMABEGROTING 2023 Begrote balanspositie ultimo 2023
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 10
4.2
Begrote baten 2023
In onderstaande tabel zijn de begrote baten voor 2023 als ook de primitieve begrote baten en de gewijzigde begrote baten van 2022 opgenomen. Daarnaast zijn de werkelijke lasten over 2021 (op basis concept-jaarrekening) opgenomen. Begrote baten
Gewijzigde begroting 2022
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 11
4.3
Begrote lasten 2023
In onderstaande tabel zijn de begrote lasten voor 2023 als ook de primitieve begrote lasten en de gewijzigde begrote lasten van 2022 opgenomen. Daarnaast zijn de werkelijke lasten over 2021 (op basis concept-jaarrekening) opgenomen. Begrote lasten
Gewijzigde begroting 2022
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 12
Toelichting op gewijzigde begroting 2022 Op 24 juni 2021 heeft het Algemeen Bestuur van de GR MARN de begroting voor 2022 goedgekeurd. Op 25 november 2021 heeft het Algemeen Bestuur het besluit genomen om in te stemmen met de ontheffing voor het aanleveren van huishoudelijk afval aan ARN B.V. door gemeente West Maas en Waal per 1 januari 2021 en hieropvolgend de uittreding van gemeente West Maas en Waal per 1 januari 2022. Aan de ontheffing en uittreding zijn financiële voorwaarden verbonden. Op basis van deze financiële afwikkeling is de begroting 2022 gewijzigd, zoals hierboven cijfermatig weergegeven in de gewijzigde begroting 2022. In de concept begroting voor 2023 is derhalve tevens de begrotingswijziging voor 2022 opgenomen. De basis van de begroting voor 2023 is de gewijzigde begroting van 2022. Hieronder volgt een toelichting op de gewijzigde begroting 2022. De financiële impact voor de begroting 2022 vanwege de financiële afwikkeling voor de ontheffing en de uittreding van gemeente West Maas en Waal is nihil, maar zorgt voornamelijk voor een herverdeling van de kosten en baten, zoals hierboven cijfermatig weergegeven in de gewijzigde begroting 2022. De wijziging van de begroting 2022 is als volgt opgenomen in de begroting van 2023: a.
de begrote balanspositie in paragraaf 4.1, waarin het volgende is gewijzigd: - De bestemmingsreserve is in 2021 met €505.430 aangepast naar beneden, doordat dit deel van circa 5,62% van de bestemmingsreserve over de gehele looptijd tot 2036 toekomt aan gemeente West Maas en Waal; - Er is een voorziening voor de bijdrage van WMW aan de apparaatskosten van de Marn gevormd ter hoogte van €77.127,04, die voor vijf jaar ten gunste van de exploitatie komt. Hiervan staat in 2022 nog €46.276 op de balans. b. De begrote baten in paragraaf 4.2, waarin het volgende is gewijzigd: - De te ontvangen rente is aangepast, waarbij €15.440 in mindering is gebracht op het totaalbedrag van €274.829 dat de GR MARN aan rentebaten van ARN B.V. ontvangt in 2022, omdat een vast deel van de rente toekomt aan gemeente West Maas en Waal; - De post incidentele baten ter hoogte van €15.425 is toegevoegd, waarin de vergoeding van gemeente West Maas en Waal ten behoeve van de apparaatskosten is opgenomen. c. De begrote lasten zijn ongewijzigd.
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 13
4.4
Kostenverdeelstaat
In onderstaande tabel is de kostenverdeelstaat opgenomen gevolgd door een nadere toelichting. Kostenverdeelstaat 2023 Hierna volgt voor alle kosten en baten een toelichting per categorie.
4.4.1
Lasten
1. Personeel (economische categorie 1.1) Met ingang van 1 juli 2018 wordt het secretariaat en de administratie verzorgd door Dar N.V. De lasten hiervan worden hier verantwoord. De kosten zullen jaarlijks worden geïndexeerd met dezelfde index als in de reguliere contracten met de gemeenten, te weten 30% NEA-index, 40% CBS Lonen en 30% CBS Overheidsconsumptie. 2. Overige goederen en diensten (economische categorie 3.8) Overzicht begrote kosten Overige goederen en diensten
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 14
3. Rente (economische categorie 5.1) Overzicht begrote Rente
4. Vereveningsbijdrage: uit te keren bedragen (economische categorie 7.5) Overzicht begrote Vereveningsfonds Transportkosten Vereveningsfonds transportkosten uit te keren Totaal
56.723 56.723
5. Onvoorzien Overzicht begrote Onvoorzien Onvoorzien Totaal
€ €
10.000 10.000
4.4.2 Baten 1. Renteopbrengst verkoop (economische categorie 5.1) Met ingang van begin 2017 zijn de gronden die de MARN in eigendom had verkocht aan ARN. ARN betaalt aan MARN rente met risico-opslag. Deze wordt hier verantwoord. Overzicht begrote Renteopbrengst verkoop gronden
2. Vereveningsbijdrage transportkosten: te ontvangen bedragen (economische categorie 7.5) De totaal te ontvangen gelden zijn exact gelijk aan de door de MARN uit te keren bedragen. Overzicht begrote Vereveningsfonds Transportkosten Vereveningsfonds transportkosten te ontvangen Totaal
€ €
56.723 56.723
3. Voordelig exploitatiesaldo Hieronder wordt het voordelige exploitatiesaldo voor 2023 geraamd.
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 15
Overzicht opbouw exploitatiesaldo MARN
De ontvangen rente wordt jaarlijks gerealiseerd en is onderdeel van de resultaatsverdeling. Naast rente betaalt ARN ook aflossing op de geldlening. Met ARN is overeengekomen dat de geldlening over een periode van 20 jaar door haar wordt afbetaald. Vanuit de bestemmingsreserve zullen bedragen na de aftrek voor aflossing van de geldlening aan BNG en het aanvullen van de exploitatiekosten over 20 jaar worden uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Het rentebedrag neemt met de jaren af maar tegelijkertijd met het afnemen van de rentebaten nemen de vrijval uit de bestemmingsreserve toe. 4. Incidentele baten en lasten
5. Deelnemersbijdragen Deelnemersbijdragen Totaal
€ €
-
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 16
5 5.1
MEERJARENRAMING 2024 – 2026 Baten Meerjarenraming 2024 – 2026
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 17
5.2
Lasten Meerjarenraming 2024 – 2026
Begroting 2023, tevens wijziging begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2024-2026 V2.0 18
JAARVERSLAG 2021 Versie 2.0
INHOUD Pagina
1
2
3
Programma & Producten .............................................................................................................. 1 1.1
Programma ........................................................................................................................................ 1
1.2
Bestuur ............................................................................................................................................... 1
1.3
Afvalverwerking ................................................................................................................................ 2
1.4
Netwerkondersteuning ...........................................................................................................2
Paragrafen ...................................................................................................................................... 3 2.1
Financiële paragraaf ........................................................................................................................ 3
2.2
Verbonden partijen ........................................................................................................................... 6
2.3
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................................. 6
2.4
Bedrijfsvoering .................................................................................................................................. 8
2.5
Onderhoud kapitaalgoederen ......................................................................................................... 8
JAARREKENING 2021 .................................................................................................................. 9 3.1
Algemeen ........................................................................................................................................... 9
3.2
Balans .............................................................................................................................................. 11
3.3
Toelichting balans .......................................................................................................................... 13
3.4
Overzicht van baten en lasten ...................................................................................................... 16
3.5 Toelichting overzicht van baten en lasten................................................................................... 18 3.5.1 Bestuur ................................................................................................................................... 19 3.5.2 Product Afvalverwerking ...................................................................................................... 19 3.5.3 Netwerkondersteuning Projecten ....................................................................................... 20 3.5.4 Analyse begrotingsrechtmatigheid ..................................................................................... 21 3.5.5 Analyse onvoorzien .............................................................................................................. 21 3.5.6 Analyse overzicht van baten en lasten .............................................................................. 21 3.5.7 Incidentele baten en lasten.................................................................................................. 22 3.5.8 Wet normering topinkomens ............................................................................................... 22 3.6 Overige gegevens ..........................................................................................................................
24 3.6.1 Gebeurtenissen na balansdatum ........................................................................................ 24 3.7 4
Bestemming saldo en vrijval bestemmingsreserve ................................................................... 24
Bijlagen ......................................................................................................................................... 25 4.1
ledenlijst algemeen en dagelijks bestuur .................................................................................... 25
1
Programma & Producten
1.1 Programma Rechtskarakter De gemeenschappelijke regeling is een rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband, dat is opgericht op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR). Doelstelling, taken en bevoegdheden en producten De gemeenschappelijke regeling Milieusamenwerking en Afvalverwerking Regio Nijmegen (MARN) is getroffen ter behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten ter bescherming van het milieu, waaronder in ieder geval begrepen een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen, en in het bijzonder om te voorzien in het aandeelhouderschap in ARN B.V (ARN). Ter uitvoering van de doelstelling van de MARN worden de volgende producten onderscheiden: 1. Bestuur; 2. Afvalverwerking, in het bijzonder de relatie met ARN; 1.2 Bestuur Wat hebben we bereikt en wat hebben we er voor gedaan? De MARN is aandeelhouder van en leverancier van afval aan ARN. De aandacht van (het bestuur van) MARN gaat uit naar de juiste invulling van het aandeelhouderschap en de samenwerking op het gebied van afvalverwerking. Tevens is de MARN betrokken bij het stimuleren van de circulaire economie in de regio.
Doordat in 2019 Regio De Vallei en in 2020 Regio Rivierenland zich terugtrokken als aandeelhouder van ARN, bleven er vanaf 18 mei 2020 twee aandeelhouders over: de MARN als publieke partij met 51% van de aandelen en Remondis als private partij met 49% van de aandelen. Het aantal aandelen van de MARN is gelijk gebleven; ARN heeft de aandelen van de vertrekkende regio’s en een gedeelte van de aandelen van Remondis ingenomen, zodat ARN voor het merendeel (51%) in publieke handen is. De verkenning van de toekomst van de MARN, mede in relatie tot de energietransitie van de deelnemende gemeenten leidde in 2020 tot de conclusie dat MARN zich gaat ontwikkelen naar een MARN+. De plus staat dan voor een actievere invulling van het aandeelhouderschap in de ARN en het benutten van dit aandeelhouderschap bij de energietransitie. Ten behoeve hiervan is een MARN+ werkgroep opgericht, die zich in 2021 heeft beziggehouden met een aantal vraagstukken hieromtrent. In 2021 is het onderzoek van Royal Haskoning DHV naar de mogelijkheden van het benutten van de warmte van ARN in de regiogemeenten afgerond. In het onderzoeksrapport is de haalbaarheid van de warmtenetten voor drie warmteclusters uiteengezet. De kansrijke gemeenten onderzoeken gezamenlijk welke mogelijkheden zij willen benutten en hoe zij hier invulling aan willen geven. In 2022 zal hier gevolg aan worden gegeven.
In 2021 is bovendien onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van bron- en nascheiding van plastic+ in de regio. Dit onderzoek is uitgevoerd door IPR Normag. Hieruit kan de MARN concluderen dat het voortzetten van bronscheiden van plastic+ de beste keuze is, zodat hieraan geen gevolgen zijn verbonden. Het bestuur heeft besloten twee initiatieven te ondersteunen. In november 2019 heeft het Algemeen Bestuur besloten financiële ondersteuning te geven aan de Circulaire Raad: een programma om ontwikkeling te geven aan de circulaire economie in de regio. Tevens geeft het bestuur de GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
1
ondersteuning aan Cirkelstad, waarmee circulair bouwen wordt gestimuleerd. Ook voor 2021 is deze ondersteuning toegezegd. Wat heeft het gekost?
Voor een verdere onderbouwing en toelichting wordt verwezen naar de jaarrekening. Op 1 september 2021 heeft mevrouw H. Tiemens afscheid genomen als voorzitter en bestuurslid van de MARN. Uit het midden van het Algemeen Bestuur is de heer P.J.M. de Klein benoemd tot voorzitter per diezelfde datum, waarmee de heer De Klein ook tot het Dagelijks Bestuur is toegetreden. De heer Jan Wijnia heeft mevrouw Tiemens vervangen als lid van het Algemeen Bestuur namens gemeente Nijmegen. 1.3 Afvalverwerking Wat hebben we bereikt en wat hebben we er voor gedaan? Het product betreft het geheel aan (financiële) relaties die de MARN heeft met ARN. De MARN was en is op de volgende wijzen verbonden met deze vennootschap: 1. Contractpartner voor aanlevering van afval en indirect leverancier van afvalstoffen; 2. Aandeelhouder in het aandelenkapitaal; 3. Voormalig eigenaar/verhuurder en in 2017 verkoper van de gronden waarop de installaties en stortlocatie van ARN zijn gelegen. Ad 1. De MARN heeft een langdurige doorlopende overeenkomst voor het aanleveren van verschillende afvalstromen met ARN, waaronder restafval en GFT. Het bestuur beoordeelt de verhouding met ARN op transparantie en streeft waar mogelijk naar een verlaging van het tarief en het verder inzetten op duurzaamheid. Ad 2.
De MARN is als aandeelhouder aanwezig bij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, waarbij onder andere de jaarstukken van ARN worden goedgekeurd, onderhoudt contact met de Raad van Commissarissen en is betrokken bij strategische keuzes. Ad 3. De MARN heeft de gronden in 2017 verkocht aan ARN voor een bedrag van €11.500.000. Met ARN is een leenovereenkomst aangegaan waarbij ARN over een periode van 20 jaar dit bedrag aflost en een marktconforme rente, inclusief risico-opslag betaalt. Ter verzekering van de betaling van de termijnen van de koopprijs heeft ARN zekerheid aan MARN verstrekt in de vorm van een eerste recht van hypotheek op de percelen die onderdeel uitmaken van de verkoop. In de verkoopakte zijn verschillende bepalingen opgenomen over het gebruik van de terreinen, risico’s en dergelijke, zoals dit voorheen in de huurovereenkomst en de akte tot vestiging van een recht van opstal was opgenomen
GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
2
Wat heeft het gekost?
De kosten en baten van afvalverwerking liggen in lijn met de begroting.
2
Paragrafen
2.1 Financiële paragraaf Uitgangspunten De gemeenschappelijke regeling houdt zich aan de Begrotingsrichtlijnen van de Regio Nijmegen voor haar financieel beleid. Positieve resultaten op basis van een vastgesteld jaarverslag worden conform besluiten van het Algemeen Bestuur uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten conform de bepalingen van de tekst van de gemeenschappelijke regeling van de MARN (zie ook weerstandsvermogen) tenzij door het bestuur een bestemming wordt gegeven aan (een deel van) het exploitatiesaldo. De paragraaf betreffende de financiering bevat onder andere de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De kaders ten aanzien van risicobeheer zijn vastgelegd in de Financiële Verordening MARN en het Treasurystatuut. Wet FiDo In de wet Financiering Decentrale Overheden, afgekort de wet FiDo, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Ten behoeve van een verbeterde werking van de financieringsfunctie van decentrale overheden naar aanleiding van onder andere de kredietcrisis, is de gewijzigde wet FiDo per 1 januari 2009 in werking getreden.
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden Het vanaf 10 december 2013 verplichte schatkistbankieren, in feite schatkistbeleggen, houdt in dat gemeenten en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen al hun overtollige liquide middelen (‘beleggingen’) aanhouden bij het ministerie van Financiën en niet langer financiële geldmiddelen en vermogens bij private partijen buiten de schatkist aanhouden. De middelen die een decentrale overheid aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak. Het principe van schatkistbankieren is dat publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke taak. Wet Houdbare overheidsfinanciën De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof), in werking getreden per 1 januari 2014, betreft de Nederlandse uitwerking van Europese afspraken ten aanzien van de overheidsfinanciën. De Europese begrotingsafspraken zijn gericht op het terugdringen van het nationale EMU-tekort tot onder de 3 procent.
In de wet worden de afspraken vertaald naar nadere doelstellingen ten aanzien van de schuldomvang en het begrotingstekort van decentrale overheden.
GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
3
Wet elektronische publicaties Op 1 juli 2021 is de Wet elektronische publicaties (Wep) in werking getreden. Het doel van de Wep is het vergroten van de toegankelijkheid van (voorgenomen) overheidsbesluiten. Verslag over het jaar 2021 Aangegane en verstrekte leningen De MARN is in het verleden een aantal leningen aangegaan in het kader van de aanschaf van de gronden waarop de installaties van ARN zijn gebouwd en de stortplaats wordt geëxploiteerd. Hierbij zijn ook de aandelen in de ARN meegefinancierd. Van deze lening resteerde in 2017 alleen nog een kasgeldlening bij BNG van €2.000.000. In 2017 heeft het bestuur besloten deze lening om te zetten in een aflosbare lening met een looptijd van 20 jaar vanaf 1 juli 2017. Deze lening is aangegaan bij BNG tegen een rentepercentage van 1,33%. MARN heeft aan ARN een lening ter hoogte van €11.500.000 verstrekt ten behoeve van de aankoop van de gronden van MARN door ARN. Hierop wordt door ARN jaarlijks rente en aflossing betaald. Het rentepercentage van deze lening is gesteld op een vaste rente van 3,09% op jaarbasis voor de gehele periode van aflossing. Wij verwijzen naar de toelichting bij de jaarrekening. Rentebaten en -lasten Gedurende het jaar 2021 heeft de MARN rente betaald over de door haar aangegane lening bij BNG. Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2021 is rente betaald ter hoogte van €22.435,47.
Gedurende het jaar 2021 heeft MARN van ARN een bedrag van € 289.629 aan rente ontvangen (begroting € 289.629). Schatkistbankieren De gelden die de gemeenschappelijke regeling niet direct nodig heeft gehad voor haar eigen exploitatie zijn gedurende het boekjaar ondergebracht bij de ING-bank. MARN handelt conform het zogenaamde “Schatkistbankieren”. Bedragen boven de €400.000 (gemiddeld over een maand) worden op een speciaal daartoe geopende rekening gezet bij het Rijk. Wij verwijzen naar de toelichting bij de jaarrekening. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico’s die samenhangen met de rentelasten van decentrale overheden. Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting van i.c. de MARN bij begin van het jaar. Artikel 4, lid 1 Wet FIDO bepaalt, dat de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal niet de kasgeldlimiet overschrijdt. Hiervoor wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.
GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
4
De ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2021 blijkt uit onderstaande opstelling (alles in euro’s):
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet (artikel 6, lid 1 Wet FIDO). De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Op basis van de wijzigingswet stelt de beoogde renterisiconorm in de kern dat de jaarlijkse verplichte aflossing en renteherzieningen niet meer dan 20% van de begroting mogen bedragen. Het maximum percentage van 20% moet voor de komende vier jaar worden berekend op basis van de begroting voor het komende jaar. De horizon van het begrotingsjaar plus de komende drie jaar komt overeen met de periode van de meerjarenraming. Zoals vermeld is de kasgeldlening die door MARN was aangegaan per medio 2017 bij BNG omgezet naar een aflosbare lening met een looptijd van 20 jaar met een vast rentepercentage. De termijn loopt hier mee gelijk aan de aflossingsverplichting van ARN op de aan haar door MARN verstrekte langlopende lening in het kader van de grondverkoop.
Resumé In de rekening van de MARN zijn geen voorzieningen voor financieringsrisico’s getroffen, zij het dat de lening die aan ARN is verstrekt, is afgedekt met een eerste recht van hypotheek op de percelen betrokken in de grondverkoop. In artikel 27 lid 1 van de tekst van de gemeenschappelijke regeling MARN wordt vermeld dat de gemeenten gezamenlijk garant staan voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door het openbaar lichaam gesloten en af te sluiten langlopende en kasgeldleningen en in rekening opgenomen en op te nemen gelden, en voor de door het openbaar lichaam verstrekte garanties. In lid 2 van dat artikel wordt verder vermeld dat elke deelnemende gemeente hierbij is
GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
5
verbonden naar verhouding van haar inwonertal. Daarbij zijn de inwonertallen bepalend zoals deze door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden bekend gemaakt. Er zijn geen claims van derden, noch zijn er bijzondere risico’s in de deelneming (ARN) en zijn er geen rechtsgedingen. Omzetbelasting Na de verkoop van de gronden is MARN niet meer betrokken in de BTW-heffing. 2.2 Verbonden partijen Voor de financiële consequenties van deze relatie wordt verwezen naar het Treasury-verslag als ook de Risicoparagraaf. Aandeelhouderschap MARN houdt 3.750 aandelen in ARN. Elk aandeel vertegenwoordigt een nominale waarde van € 453. De aandelen zijn door MARN voor 100% volgestort. Doordat in 2019 Regio De Vallei en in 2020 Regio Rivierenland zich terugtrokken als aandeelhouder, bleven er vanaf 18 mei 2020 twee aandeelhouders over: de MARN als publieke partij met 51% van de aandelen en Remondis als private partij met 49% van de aandelen. Het aantal aandelen van GR MARN is gelijk gebleven, ARN BV heeft de aandelen van de vertrekkende regio’s en een gedeelte van de aandelen van Remondis ingenomen. Stemrecht Nu MARN 51% en Remondis 49% van de aandelen heeft, is daarmee ook het stemrecht in deze verhouding bepaald. Besluiten moeten met tweederde meerderheid genomen worden, wat betekent dat beide aandeelhouders moeten kunnen instemmen met de voorstellen.
Raad van Commissarissen De ARN kent naast de directie tevens een Raad van Commissarissen. Namens de MARN hebben twee leden in het jaar 2021 zitting gehad in de Raad van Commissarissen: de heren Hirdes en Thijssen. Jaarverslag ARN De jaarstukken van ARN worden medio van elk jaar vastgesteld in de Algemene vergadering waarin MARN zitting heeft. Deze stukken zijn in de vergadering van het Algemeen Bestuur besproken. Bij het opstellen van de jaarrekening 2021 van de MARN zijn alleen de cijfers van de Jaarrekening 2020 van ARN bekend. Het eigen vermogen van ARN B.V. bedraagt €20.781.490 per ultimo 2020. Op basis van de jaarrekening 2020 heeft ARN langlopende schulden in de hoogte van €16.144.464 tegen een bedrag van €19.023.437 het jaar er voor. Het resultaat over 2020 bedroeg €2.117.305 tegen €1.861.001 in het jaar er voor. MARN heeft voor de verwerking van het afval van de deelnemers in MARN een vast tarief met een jaarlijkse indexering. De aanleverovereenkomst loopt tot 2026. 2.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Door het Algemeen Bestuur is in juni 2014 besloten dat de MARN geen weerstandsvermogen dient aan te houden anders dan de €10.000 Post onvoorzien uit de begroting. Er dient echter wel onderkend te worden dat er bij ongewijzigd beleid op korte termijn een liquiditeitstekort zal optreden.
Doordat de rente-inkomsten ieder jaar afnemen en de component aflossing jaarlijks wordt uitgekeerd aan de gemeente, worden de inkomsten ieder jaar lager. De GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
6
kosten zullen naar verwachting niet afnemen, waardoor er in 2023 een negatief banksaldo zal ontstaan onder het huidige beleid. Ook zal het resultaat vanaf 2027 negatief zijn. Bij de vaststelling van de begroting van 2022 is goedkeuring gegeven op een scenario om dit risico te beheersen. Het eigen vermogen van de MARN, bestaande uit de bestemmingsreserve en het gerealiseerd resultaat over het jaar 2021, bedraagt per 31 december 2021 € 8.896.394. Indien de Algemene reserve onvoldoende is om in een bepaald jaar tekorten, die voortvloeien uit de rekening, op te vangen en er geen andere dekking kan worden gevonden, wordt het bepaalde in de tekst van de gemeenschappelijke regeling MARN artikel 28 van toepassing. Daarin is bepaald dat de gemeenten naar rato van het inwonerstal dienen bij te dragen in tekorten van de MARN. Daarbij dienen cijfers van het CBS over het inwonertal te worden gebruikt. Risicobeheersing De risico’s van de MARN zijn beperkt dan wel afgedekt. Het Algemeen Bestuur heeft in de notitie Weerstandsvermogen bepaald dat voor de afdekking van de risico’s de begrotingspost Onvoorzien voldoende is. Daarnaast is MARN aandeelhouder in ARN. Tevens heeft MARN met ARN een vast tarief met indexering voor het door de deelnemers in de MARN aangeleverde afval. Wel heeft zij een lening bij ARN lopen maar deze is afgedekt met een eerste recht van hypotheek.
Daarnaast loopt MARN een risico van ten hoogste de waarde van de aandelen die MARN heeft in ARN. Deze zijn gewaardeerd tegen de werkelijke verkrijgingsprijs en wel voor een waarde van €1.701.675. ARN heeft dezelfde aandelen gewaardeerd tegen een prijs van €1.702.500. Het verschil kan worden verklaard door de afronding die door ARN wordt gehanteerd. MARN heeft de aandelen geactiveerd tegen de werkelijke prijs van €453,78, waar ARN met € 454,- heeft gerekend. Verder wordt verwezen naar paragraaf 2.2 ‘verbonden partijen’. Kengetallen De Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vereist dat kengetallen ter ondersteuning van de beoordeling van de financiële positie opgenomen worden in de paragraaf weerstandsvermogen. Deze kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel ruimte de organisatie beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weeren wendbaarheid. Onderstaand zijn de voorgeschreven kengetallen opgenomen. De wijze waarop de kengetallen berekend moeten worden is opgenomen in de Regeling van de Minister van BZK van 9 juli 2015 en gewijzigd 26 oktober 2015.
Interpretatie kengetallen Bij de normering volgens de provincie Gelderland worden bovenstaande waarden ingedeeld in 3 categorieën, zoals aangegeven in de brief van 7 oktober 2015. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Op basis van de kengetallen ontstaat een beeld dat MARN voor 3 van de 4 onderdelen onder categorie A valt; de minst risicovolle. De netto schuldquote valt in categorie C, dit komt doordat er bij gelijkblijvende schulden, minder baten zijn (in 2017 grondverkoop).
GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
7
2.4 Bedrijfsvoering De gemeenschappelijke regeling kent op basis van de tekst van de regeling de volgende te onderscheiden organen: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Daarnaast bestaat er een ambtelijke ondersteuning bestaande uit een secretaris. Bestuursorganen Het Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestond in 2021 uit acht leden: de leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Tevens zijn er evenzoveel plaatsvervangende leden aangewezen. De leden die namens de gemeenten deel hebben uitgemaakt van het Algemeen Bestuur zijn in bijlage 1 van dit verslag vermeld. Het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur telt vier leden inclusief de Voorzitter. Conform de wet en de regeling komt het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid toe zoals in de WGR en de tekst van de GR MARN is toebedeeld. Het Dagelijks Bestuur stuurt vanuit zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid de secretaris aan. De Voorzitter De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De Voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Dagelijks als ook het Algemeen Bestuur en vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte. Gelet op de beperkte omvang van het bestuur heeft het bestuur besloten dat - waar mogelijk - de vergaderingen van Algemeen en Dagelijks Bestuur samen zullen vallen.
Formeel blijven deze evenwel gescheiden conform de WGR. Ambtelijke organisatie Secretariaat en personeel De MARN heeft geen eigen personeel in dienst. Vanaf 1 juli 2018 wordt de secretaris vanuit Dar N.V. (Dar) geleverd. Administratie De financiële administratie is gedurende het jaar 2021 verzorgd door de afdeling Financiën van Dar. Informatievoorziening De verschillende onderwerpen en projecten worden geregeld besproken in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Voor specifieke onderwerpen worden Colleges van Burgemeester en Wethouders als ook Raden tussentijds geïnformeerd en naar hun opvattingen gevraagd naar gelang het onderwerp. Voor een aantal voorstellen is dat zelfs verplicht, zoals voor de begroting en de jaarrekening. Klachten en bezwaarschriften Gedurende het jaar 2021 zijn er geen klachten geweest en zijn geen bezwaren ingediend. 2.5 Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De MARN beschikt niet over kapitaalgoederen.
GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
8
3
JAARREKENING 2021
3.1 Algemeen Jaarrekening 2020 en begroting 2021 De jaarrekening 2020 en begroting 2021 van de MARN zijn in de vergadering van 24 juni 2021 door het Algemeen Bestuur vastgesteld en vervolgens ter kennisname aan het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland verzonden. Het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland heeft laten weten dat op basis van de ingediende stukken de MARN onder het repressieve toezicht zal blijven vallen. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De volgende grondslagen, waarop de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het BBV. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Materiële vaste activa De vaste activa worden geactiveerd tegen verkrijgingprijs. Er wordt lineair afgeschreven met een vast percentage van de verkrijgingprijs over de verwachte economische levensduur. Financiële vaste activa De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingprijs (nominale waarde). Leningen zijn tegen de nominale waarde opgenomen, verminderd met de reeds gedane aflossingen. Uitzettingen en overlopende activa Vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen en omvat het banksaldo. Bestemmingsreserve Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve, waaraan door het bestuur een bepaalde bestemming is gegeven. Gerealiseerd resultaat Het gerealiseerd resultaat is het resterende resultaat na reeds bestemde mutaties in de reserves. Het gerealiseerd resultaat wordt ter bestemming voorgelegd aan het algemeen bestuur. Vaste schulden De leningen met een looptijd langer dan een jaar worden hieronder tegen de nominale waarde opgenomen, verminderd met de reeds gedane aflossingen. Vlottende passiva De vlottende passiva hebben een looptijd korter dan een jaar. De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
GR MARN Jaarverslag 2021 V2.0 incl. controleverklaring en goedkeuring aanpassing accountant
9
Borg- en garantstellingen Buiten de balanstelling wordt – voor zover van toepassing – het bedrag genoemd waarvoor er borgof garantstellingen zijn afgegeven. Verordeningen De diverse verordeningen op basis van het BBV zijn door het Algemeen Bestuur van de MARN vastgesteld. De Financiële verordening ex artikel 212 gemeentewet en het Treasurystatuut zijn begin 2018 opnieuw vastgesteld en aangepast aan de gewijzigde wet- en regelgeving. Het Algemeen Bestuur heeft WHS registeraccountants de opdracht tot controle verstrekt en heeft daarbij ingestemd met het accountantsprotocol 2021. Rechtmatigheid: normenkader Voor wat de toetsing aan de rechtmatigheid betreft is door het Algemeen Bestuur bij het vaststellen het accountantsprotocol het normenkader vastgesteld waaraan de jaarrekening dient te worden getoetst: • Grondwet; • Gemeentewet; • Wet Gemeenschappelijke Regelingen; • Burgerlijk Wetboek; • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); • Besluit Accountantscontrole decentrale overheden (BADO); • Wet Financiering decentrale overheden (Fido) en aanverwante regelingen; • Fiscale en sociale wetgeving; • BTW compensatiefonds; • Regels omtrent Europese Aanbesteding; • Wet Milieubeheer; • Ambtenarenwet; • Algemene Wet Bestuursrecht; • Sociale verzekeringswetgeving; • Wet normering topinkomens (WNT). Daarnaast is nadere (interne) regelgeving vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
De interne verordeningen c.q. regelgeving vallen voor het jaar 2021 onder het normenkader van de Financiële Rechtmatigheid: • Tekst Gemeenschappelijke Regeling MARN; • Financiële verordening MARN 2018 (ex artikel 212 Gemeentewet); • Controleverordening MARN (ex artikel 213 Gemeentewet); • Treasurystatuut MARN 2018; • Notitie inzake het weerstandsvermogen; • Besluiten van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. Controletoleranties Hierbij wordt aangesloten bij de maximale goedkeuring- en rapportagetoleranties, zoals die wettelijk in het BADO zijn vastgesteld, te weten 1% van de lasten voor fouten en voor onzekerheden in de controle 3%. Deze toleranties gelden zowel voor de getrouwheid als voor de rechtmatigheid.