Brief aan de raad Wensen en bedenkingen met betrekking tot tussentijdse terugkoppeling Evaluatie Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting
Tekst van het document
Postadres Gemeente Nijmegen
Aan de gemeenteraad van Nijmegen
Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl
Datum Onderwerp
Contactpersoon Mieke Verstappen m2.verstappen@nijmegen.nl T 024 – 329 96 18
25 januari 2022 Wensen en bedenkingen m.b.t. tussentijdse terugkoppeling Evaluatie Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting
Ons kenmerk MO30/E22.000009
Geachte leden van de raad, Door middel van deze brief stellen wij u op grond van artikel 160 en 169 van de Gemeentewet in de gelegenheid wensen en bedenkingen kenbaar te maken over de tussentijdse terugkoppeling Evaluatie Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting. Probleemstelling Sinds 2008 hebben wij de onderwijshuisvesting in primair (PO) en voortgezet onderwijs (VO) doorgedecentraliseerd naar de schoolbesturen, voor een periode van 40 jaar. Onze ambitie samen met de schoolbesturen is dat we in deze 40 jaar de onderwijshuisvesting vernieuwen middels nieuwbouw of renovatie zodat er kwalitatief goede, voldoende en toegankelijke schoolgebouwen voor de leerlingen komen te staan, goed gespreid over stad (PO) en regio (VO). We zien dat we dankzij de goede samenwerking met de schoolbesturen goed op koers liggen in de realisatie. De context staat echter niet stil. Het klimaatakkoord 2050 met bijbehorende wetgeving is een nieuwe ontwikkeling en legt grote druk op de onderwijshuisvestingsambitie in onze stad en regio. Daarnaast zijn de bouwkosten de afgelopen jaren flink toegenomen. En we constateren dat de bijbehorende middelen vanuit de rijksoverheid naar gemeenten voor onderwijshuisvesting achterblijven, behoudens het algemene accres in het gemeentefonds. De impact van het nieuwe regeerakkoord op dit punt is nog niet uitgewerkt.
In deze tussenstand schetsen we de inhoudelijke en vooral financiële dilemma’s die hier het gevolg van zijn. De financiële impact schatten we op € 4,3 tot € 10,1 miljoen per jaar aan extra kosten. Proces evaluatie tot nu toe Bij de vorige evaluatie Doordecentralisatie (DDC) Onderwijshuisvesting in 2015 is afgesproken dat in 2020 de volgende evaluatie van de overeenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting én de convenant prestatieafspraken zouden worden opgestart. Over de evaluatie doordecentralisatie onderwijshuisvesting en convenant prestatieafspraken heeft regelmatig en constructief overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs.
Gemeente Nijmegen
Pagina 1 van 9
Deze raadsbrief geeft een tussenrapportage van deze evaluatie en schetst de problemen en dilemma’s die naar voren zijn gekomen. De evaluatie DDC is gebaseerd op de Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020, vastgesteld op 18 februari 2020. Op 11 januari 2022 is een bestuurlijk overleg geweest met alle schoolbesturen waar deze tussenrapportage is besproken. In dit overleg is afgesproken dat wij het college en raad informeren over de problemen en dilemma’s en vragen we de raad kennis te nemen van de inhoudelijke en vooral financiële dilemma’s en het college oplossingsrichtingen mee te geven in de bespreking met de schoolbesturen en de landelijke overheid. Bij deze tussenrapportage maken we onderscheid in 2 onderwerpen: 1. Realiseren ambities doordecentralisatie inclusief voldoen aan ‘t Klimaatakkoord 2050 in combinatie met de afgesproken ambities en de beschikbare financiële middelen. 2. Actualisatie convenant prestatieafspraken: Voornemen het kader voor spreiding van scholen in het primair onderwijs te verruimen. De evaluatie van de doordecentralisatie laat zien dat er fundamentele keuzes nodig zijn, die kunnen leiden tot aanpassingen in zowel de doordecentralisatie-overeenkomst als in de convenant prestatieafspraken onderwijs met de schoolbesturen.
Met de raadsbrief informeren we de raad over deze tussenfase van de evaluatie DDC en vragen wij kennis te nemen van de inhoudelijke en vooral financiële dilemma’s en het college oplossingsrichtingen mee te geven in de bespreking met de schoolbesturen en de landelijke overheid via de wensen en bedenkingen procedure. Tevens verzoeken wij gezien de forse financiële impact deze oplossingsrichtingen mee te nemen in de voorbereiding van de aankomende bestuursperiode. We benadrukken hier dat het gaat om lange termijnbeleid; schoolgebouwen worden immers voor 40 jaar neergezet. We lichten de probleemstelling en inhoud hieronder nader toe: Ad 1. Realiseren ambities doordecentralisatie inclusief voldoen aan ‘t Klimaatakkoord 2050 in combinatie met de afgesproken ambities en de beschikbare financiële middelen. In de Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020, vastgesteld op 18 februari 2020, zijn de volgende aandachtspunten voor de evaluatie DDC opgenomen. Voor de komende evaluatie zien de betrokken partijen onder meer de volgende aandachtspunten (Bijlage A): • Door het aantrekken van de economie in combinatie met het aanscherpen van de eisen op het gebied van duurzaamheid (binnenklimaat, BENG en gasloos) zijn de bouwkosten fors gestegen. • Er zijn geen middelen vanuit het Rijk toegevoegd aan het Gemeentefonds met het oog op deze gestegen bouwkosten.
Zodoende is de overeengekomen DDC-vergoeding niet aangepast.
Gemeente Nijmegen
Pagina 2 van 9
• Schoolbesturen geven aan dat ze voor iedere euro minder kunnen realiseren en dat dit van invloed kan zijn op het tempo qua vernieuwing; het netto investeringspotentieel om te kunnen vernieuwen en verduurzamen neemt af. • De schoolbesturen willen graag in overleg met Gemeente Nijmegen op welke wijze gezamenlijk de ambities op duurzaamheidsgebied kunnen worden bereikt. • Extra aandacht voor ventilatie in scholen als gevolg van Covid-19. • De OZB-aanslag vergt een steeds groter deel van de DDC-vergoeding. In combinatie met de gestegen exploitatielasten krijgen een aantal scholen/besturen hun exploitatie niet rond en gaat er onderwijsgeld naar stenen. … Bron: Bijlage A Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020 We leggen dit hieronder nader uit. De gemeente heeft de (wettelijke) zorgplicht voor onderwijshuisvesting in het PO (Primair Onderwijs) en VO (Voortgezet Onderwijs). In Nijmegen is deze zorgplicht sinds begin 2008 grotendeels doorgelegd naar de schoolbesturen middels privaatrechtelijke doordecentralisatie (DDC) overeenkomsten met de schoolbesturen. In ruil hiervoor ontvangen zij een jaarlijkse DDC-vergoeding.
In de DDC-overeenkomsten is als doelstelling vastgelegd dat de scholen een inspanningsverplichting aanvaarden om binnen een periode van 40 jaar na het tot stand komen van de overeenkomst in december 2007 alle schoollocaties te vernieuwen (dus van 2008 tot 2048). Contractueel is afgesproken is dat er in 2020 een evaluatie plaatsvindt van de DDCovereenkomst én het convenant prestatieafspraken onderwijs. Grootste knelpunt die uit de evaluatie naar voren komt is dat bovenop het tekort ontstaan door toenemen van de eisen bouwbesluit en stijgende bouwkosten (materialen en personeel) er ook moet worden voldaan aan het klimaatakkoord 2050. Het tekort aan middelen groeit jaarlijks aanzienlijk en maakt daarmee het halen van de afgesproken ambitie, voor 2048 alle onderwijshuisvesting vernieuwd en/of gerenoveerd, niet mogelijk. Door het aantrekken van de economie en schaarste vanwege corona in combinatie met het aanscherpen van de eisen op het gebied van duurzaamheid (binnenklimaat/ventileren a.g.v. corona, BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) per 1-1-2021 en gasloos bouwen) zijn de bouwkosten fors gestegen. Hierdoor is er een groot financieel verschil tussen de bekostiging van onderwijshuisvesting vanuit het Rijk én de werkelijke bouwkosten ontstaan. Er zijn geen extra middelen vanuit het Rijk toegevoegd aan het Gemeentefonds met het oog op deze gestegen bouwkosten.
Zodoende is de overeengekomen DDC-vergoeding aan schoolbesturen niet aangepast (tekort: VNG norm 40% en 10% BENG bouwen). Schoolbesturen geven aan dat ze voor iedere euro minder kunnen realiseren en dat dit van invloed is op het tempo qua vernieuwing: het netto investeringspotentieel om te kunnen vernieuwen en verduurzamen neemt af.
Gemeente Nijmegen
Pagina 3 van 9
De doordecentralisatie houdt alleen rekening met nieuwbouw/vervanging/renovatie van scholen conform het (oude) bouwbesluit 2012. Financiering van extra duurzaamheidswensen en ambities vanuit Rijk, gemeente en scholen a.g.v. het nieuwe bouwbesluit 2021 én het klimaatakkoord is niet meegenomen in het rekenmodel van de Doordecentralisatie. Raad, burgers, leerlingen en ouders e.d. verwachten dit echter wel. Nijmegen heeft als doelstelling om in 2045 een energie-neutrale stad te zijn. Om dit te bereiken is onder meer in de Warmtevisie bepaald dat de gebouwde omgeving aardgasvrij is in 2045. Tevens zijn we gebonden aan het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord van 2019 is vastgelegd dat in 2050 gebouwen nog maar 5% CO2 mogen uitstoten t.o.v. 1990. Het klimaatakkoord van 2019 ging uit van 50% CO2 reductie in 2030. De dit jaar aangenomen Europese Klimaatwet heeft de doelstelling voor 2030 verhoogd tot 55%. Om deze zeer forse vermindering te halen moet het gebruik van fossiele brandstoffen vergaand worden gereduceerd. Ditzelfde geldt ook voor het grondstoffen gebruik. In 2030 moet dit gehalveerd zijn t.o.v. 2017, in 2050 moet de bouw volledig circulair zijn. Dit is een flinke uitdaging en vraagt van ons allen ook een andere houding en bewustwording. De verwachting is dat het Klimaatakkoord vertaald gaat worden in wetgeving.
Met andere woorden: het bouwbesluit zal verder worden aangepast c.q. worden verscherpt naar ENG (Energie Neutraal Bouwen). In combinatie met de reeds (landelijk) aangescherpte bouwbesluiten (BENG per 1-1-2021, gasloos bouwen, nieuwe ventilatienormen bij scholen a.g.v. corona), waarvoor geen (structurele) extra middelen zijn gekomen, en omdat de bouwprijzen exponentieel harder zijn gestegen dan de reguliere inflatie van de DDCvergoeding, ligt de toekomstige financiering van de onderwijshuisvesting landelijk, en dus ook in Nijmegen, onder zware druk. Vanwege de evaluatie van de doordecentralisatie onderwijshuisvesting hebben we samen met de schoolbesturen gedegen onderzoek gedaan en stuiten we, als een van de eerste gemeenten, daarbij op genoemde dilemma’s. Vanwege de te maken nieuwe afspraken tussen gemeente en schoolbesturen kunnen we deze dilemma’s niet voor ons uitschuiven. Uit het Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) Onderwijshuisvesting funderend onderwijs ‘Een vak apart: een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel’ komt naar voren dat er landelijk € 700 miljoen per jaar extra nodig is om te voldoen aan de verduurzamingsopgave van de schoolgebouwen (Bron: IBO, blz 37/38). Een grove benadering is dat Nijmegen ongeveer 1% van het landelijk totaal behelst; dit komt daarmee voor Nijmegen ruwweg op € 7 miljoen per jaar.
Grote vraag hierbij is of het Rijk de hiervoor benodigde extra middelen beschikbaar stelt. Tweede kamer leden zijn hierover op 21 december 2021 per brief geïnformeerd door de minister van OCW middels een beleidsreactie op IBO-onderzoek onderwijshuisvesting. Hierin geeft de minister aan dat schoolbesturen en gemeenten landelijk staan aan een vooravond van een grootschalige vervangingsoperatie in de scholenbouw. Om daarbij te kunnen voldoen aan gezondheidsrichtlijnen (ventilatie, binnenklimaat), onderwijskundige ontwikkelingen (inclusie, kansengelijkheid) en klimaatdoelstellingen (klimaatakkoord, energiebesparing) zullen aanvullende investeringen nodig zijn.
Gemeente Nijmegen
Pagina 4 van 9
Wij hebben Kenniscentrum Ruimte-OK gevraagd om dit specifiek voor Nijmegen in beeld te brengen. Dit heeft geresulteerd in 2 scenario’s1: Scenario 1: Voldoen aan DDC-overeenkomst Voldoen aan de huidige DDC overeenkomst met ongewijzigde afspraken. Dit betekent dat vernieuwde scholen enkel hoeven te voldoen aan de huidige energie- en bouwwetgeving (BENG per 1-1-2021). Alle scholen worden in 40 jaar vernieuwd naar de huidige energie- en bouwwetgeving en de jaarlijkse DDC-vergoeding blijft hetzelfde. Met dit scenario handelen wij in Nijmegen strijdig met de gemaakte afspraken in het Klimaatakkoord. De consequentie is dat er op een later moment (bij het verwerken van het Klimaatakkoord in wet- en regelgeving) een inhaalslag gedaan moeten worden. Deze inhaalslag zal waarschijnlijk kostbaarder zijn omdat er niet op geanticipeerd is. In feite schuiven we in dit scenario het probleem een paar jaar vooruit en hebben we in 2050 meer moeten investeren. Scenario 2: Voldoen aan DDC-overeenkomst + voldoen aan klimaatdoelstellingen klimaatakkoord. Dit scenario brengt de consequenties in beeld als alle scholen worden aangepakt op de doelstellingen zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord (ENG). Dit betekent dat niet alleen de nog te vernieuwen scholen gaan voldoen aan het afspraken van het klimaatakkoord, maar tevens ook de scholen die reeds binnen de DDC zijn vernieuwd/ vervangen.
Op basis van de gemaakte modelmatige doorrekening wordt zichtbaar wat de financiële gevolgen zijn van de invoering van BENG per 1-1-2021 én de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Deze berekeningen zijn gebaseerd op aannames conform het model van het landelijk kenniscentrum Ruimte Ok.
CO2-reductie in 2050 DDC-scholen Scenario 1 40% Scenario 2 95% Niet-DDC-scholen Scenario 1 40% Scenario 2 95% Totaal DDC + Niet-DDC: Scenario 1 40% Scenario 2 95%
Totale kosten tot 2050
Kosten per jaar tot 2050
€ 199 miljoen € 372 miljoen
€ 6,6 miljoen € 12,4 miljoen
€ 45 miljoen € 56 miljoen
€ 1,5 miljoen € 1,9 miljoen
€ 244 miljoen € 428 miljoen
€ 8,1 miljoen € 14,3 miljoen
Scenario 1 gaat uit van de huidige situatie. De vraag is nu hoeveel van de totaal berekende kosten worden door de jaarlijkse DDC-vergoeding gedekt? 1 Bron: “Financiële doorrekening verduurzaming schoolgebouwen Nijmegen (versie
24-12-21) van kenniscentrum Ruimte-OK
Gemeente Nijmegen
Pagina 5 van 9
Uit een eerste analyse van de jaarlijkse uitgaven van schoolbesturen blijkt dat de beschikbare investeringsruimte bij schoolbesturen steeds kleiner wordt. Reden hiervoor is dat de indexering van de rekenvergoeding achterblijft bij de kostenstijgingen van de scholen(ver)bouw. Vooral voor schoolbesturen met een oud gebouwenbestand vormt dit in toenemende mate een probleem. Een eerste vingeroefening laat zien dat er jaarlijks ca. € 2,3 miljoen of wel € 69 miljoen in totaal tot 2050 beschikbaar is voor het vernieuwen van de restant schoolgebouwen (ca. 16% van de jaarlijkse DDC-vergoeding, gebaseerd op de cijfers over 2019). Dit bedrag is inzetbaar voor aangaan nieuwe investeringen in de huisvesting en afdekking van risico’s (bijvoorbeeld extra kosten bij asbest en- of tegenvallende gebouwprestaties bij gebruik nieuwe technologieën). De overige kosten van de DDC-vergoeding (gebaseerd op de cijfers over 2019) worden besteed aan vaste kapitaallasten over reeds gedane investeringen in de huisvesting (49%), belastingen (OZB) en heffingen (15%), verzekeringen en schades (2%), advieskosten (1%) als ook de huur voor bewegingsonderwijs (4%), tijdelijke huisvesting (7%) en huur onderwijsruimten van doorgedecentraliseerde leerlingen die gehuisvest zijn in gemeentelijke gebouwen (6%).
Hieronder een samenvattend eindoverzicht per scenario voor de DDC-scholen: DDC-scholen Investeringsbehoefte p/jr Investeringsruimte p/jr Tekort
Scenario 1 € 6,6 miljoen € 2,3 miljoen € 4,3 miljoen
Scenario 2 € 12,4 miljoen € 2,3 miljoen € 10,1 miljoen
Het verschil tussen scenario 1 en 2 (€ 10,1 - € 4,3 = € 5,8 miljoen per jaar) toont het feitelijke tekort aan financiële dekkingsmiddelen voor de verduurzamingsopgave uit het Klimaatakkoord. De doorrekening maakt duidelijk dat de huidige DDC vergoeding niet bedacht is op de verduurzamingsopgave vanuit het Klimaatakkoord 2050. Dit is geen vrijblijvende opgave. Dit bedrag kun je zetten tegen de eerder genoemde landelijke rekensom van ca. € 7,0 miljoen voor Nijmegen. Dit lager bedrag wordt veroorzaakt door het succes van de doordecentralisatie. Landelijk ligt het vervangingstempo op 1,33% (jaarlijkse vervanging 125 van totaal 9.300 gebouwen). Voor Nijmegen ligt het huidige vervangingstempo op 3,53% (jaarlijkse vervanging 2,4 van de 68 DDC schoolgebouwen). Dit is dus aanzienlijk hoger dan landelijk. Naast landelijke reparatie is het ook mogelijk op gemeentelijk niveau keuzes te maken. Om het tekort aan dekkingsmiddelen op te vangen kan worden besloten om de ambitie/ doelstellingen te verlagen en/of kan er extra DDC-vergoeding beschikbaar worden gesteld. Hierbij merken wij op dat in scenario 1, het voldoen aan de huidige DDC-overeenkomst, er al een tekort is (€ 4,3 miljoen per jaar) om te voldoen aan de afgesproken verplichtingen. Bovendien wordt in dit scenario niet voldaan aan de gemaakte afspraken in het
Gemeente Nijmegen
Pagina 6 van 9
Klimaatakkoord. Daarmee zouden we het probleem in feite een aantal jaren ‘vooruit schuiven’. Vraagstelling aan de Raad: Voorafgaande aan het afsluiten van de privaatrechtelijke overeenkomsten doordecentralisatie onderwijshuisvesting met de schoolbesturen op 20 december 2007 en de herijking van deze overeenkomsten op 15 juni 2016 is er een inhoudelijk kader door uw raad vastgesteld. Gezien bovenstaande problematiek zijn wij van mening dat het inhoudelijk en financieel kader voor de toekomst niet meer houdbaar is. Op grond van artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet, stellen wij de raad in de gelegenheid om uw wensen en bedenkingen te uiten over het voldoen aan ‘t Klimaatakkoord 2050 in combinatie met de afgesproken ambities en de beschikbare financiële middelen. Wij vragen de raad kennis te nemen van de inhoudelijke en vooral financiële dilemma’s en het college oplossingsrichtingen mee te geven in de bespreking met de schoolbesturen en de landelijke overheid en wij verzoeken u deze keuzes mee te nemen in de voorbereiding van de aankomende bestuursperiode. De opgave voor de nieuwe bestuursperiode en de schoolbesturen is om voor minimaal de komende 5 jaar (tot de nieuwe evaluatie) inclusief een doorkijk voor de lange termijn het tempo m.b.t.
vernieuwing onderwijshuisvesting vast te houden met bijbehorende extra financiële middelen óf de ambitie te verlagen met bijbehorend financieel kader. Vooral het PO en SO verdient de komende bestuursperiode extra aandacht. Hierbij merken wij op dat de makkelijke locaties (het “laaghangend fruit”) inmiddels gerealiseerd zijn en nu volgen de complexere vraagstukken. Het PO had daarnaast in de afgelopen 14 jaar de opgave om nieuwe scholen te realiseren in Nijmegen-Noord. Deze noodzakelijke opgave hebben zij opgepakt. Deze investeringen maken het nu moeilijker om naast genoemde dilemma’s ruimte te vinden om bestaande onderwijshuisvesting te vernieuwen. Ad. 2. Actualisatie convenant prestatieafspraken: voornemen het kader voor spreiding van scholen in het primair onderwijs te verruimen. Door de gemeente en de schoolbesturen zijn een aantal afspraken gemaakt over de prestaties op onderwijsgebied in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen. Deze afspraken zijn opgenomen in het convenant prestatieafspraken onderwijs d.d. 18 december 2007. Het convenant prestatieafspraken is toe aan een update om deze toekomst bestendig te maken. Vooral de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen in het Primair Onderwijs (PO) om in elke wijk één volwaardige onderwijsvoorziening in stand te houden schuurt nu een aantal PO-scholen onder of tegen de opheffingsnorm zitten.
Ons voornemen is om PO besturen meer ruimte te geven in de spreiding van scholen in een stadsdeel. Hoe fijnmaziger de spreiding, hoe knellender uiteraard het financieel kader voor de schoolbesturen PO, gezien de opgave die er ligt.
Gemeente Nijmegen
Pagina 7 van 9
Op dit moment is ook een evaluatie van het gemengde scholenbeleid gaande, waarin onder meer afspraken worden gemaakt over leerlingenplafonds. De concrete afspraken m.b.t. aanpassing leerlingenplafond moeten straks landen in de overeenkomst van centrale aanmelding op basis van de evaluatie gemengde scholenbeleid. Het convenant is het kader op basis waarvan deze afspraken met de schoolbesturen worden gemaakt. Kanttekening bij modelmatige berekeningen scenario’s: De berekeningen van de scenario’s zijn gebaseerd op een modelmatige benadering en geven op hoofdlijnen een algemene tendens weer. De uitwerking zal per schoolbestuur verschillen en voor ieder gebouw anders kunnen uitpakken. In de doorrekening is geen rekening gehouden met een toename of afname in vierkante meters als gevolg van groeikrimp. Met oog op toekomstige investeringen kan het wenselijk zijn om de aanwezige overcapaciteit in het basisonderwijs terug te dringen. Voor een daadwerkelijk inzicht op gebouwniveau zal een verdiepingsslag moeten plaatsvinden. Meer inzicht in het daadwerkelijk gemeten energieverbruik gaat daarbij helpen. Daarnaast is voor een juist inzicht in het verloop van het genoemde investeringsruimte per schoolbestuur het nodig inzicht te hebben in de vrijval van kapitaallasten en het tempo waarin nieuwe investeringen voor het desbetreffende schoolbestuur gaan plaatsvinden.
Met deze modelmatige benadering is daar nog niet in voorzien. Vervolg Gezamenlijke landelijke lobby voor meer middelen onderwijshuisvesting. Uit het nieuwe landelijke coalitieakkoord blijkt dat er nog geen extra geld komt naar het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting. Met de brief van de minister van OCW op 21 december 2021 ligt er nu wel een erkenning dat er grote opgave ligt van een grootschalige vervangingsoperatie in de scholenbouw. Enig zicht op het vele extra geld dat hiervoor nodig is, staat niet in de brief. Het gezamenlijk (gemeenten en schoolbesturen) lobbyen naar aanvullende investeringen moet hoog op de agenda komen. Ad 1. Voldoen aan ‘t Klimaatakkoord 2050 in combinatie met de afgesproken ambities en de beschikbare financiële middelen. We vragen de raad om oplossingsrichtingen voor de geschetste dilemma’s te geven en dit mee te nemen in de voorbereiding van de aankomende bestuursperiode. Op basis van deze resultaten kunnen wij de evaluatie DDC verder voortzetten en komen met een eindrapportage aangevuld met nieuwe DDC-afspraken. Ad 2 Convenant Prestatieafspraken onderwijs: voornemen het kader voor spreiding van scholen in het primair onderwijs te verruimen. Op basis van de wensen en bedenkingen van de raad zullen wij, samen met de schoolbesturen, een nieuw (geactualiseerd) convenant prestatieafspraken onderwijs maken.
Hierna vragen wij de doorgedecentraliseerde scholen het convenant prestatieafspraken onderwijs 2020, gelijktijdig met de nieuwe DDC-afspraken, te ondertekenen en zullen wij het convenant ter besluitvorming aanbieden aan ons college.
Gemeente Nijmegen
Pagina 8 van 9
Tevens gaan we nu de niet-doorgedecentraliseerde schoolbesturen benaderen met de vraag of zij hierbij willen aansluiten. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
mr. drs. A.H. van Hout gemeentesecretaris
drs. H.M.F. Bruls burgemeester
Gemeente Nijmegen
Pagina 9 van 9