Brief aan de raad Voortgangsbrief tweede kwartaal 2021 implementatie Omgevingswet (minimumeisen)
Tekst van het document
Postadres Gemeente Nijmegen
Aan de gemeenteraad van Nijmegen
Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl
Datum Betreft
Contactpersoon Kristy Tilleman k.tilleman@nijmegen.nl T 06 – 288 05 077
29 juni 2021 Voortgangsbrief Q2 2021 implementatie Omgevingswet (minimumeisen)
Geachte leden van de raad,
Kenmerk D210963973
Naar aanleiding van uw verzoek om ieder kwartaal te worden geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet, sturen wij u deze voortgangsbrief.
Bijlagen 1. Kamerbrief 27 mei 2021, over uitstel 2. Overzicht terugblik en vooruitblik contact raad
In mei 2020 heeft ons college het ‘Programmaplan implementatie Omgevingswet Nijmegen’ vastgesteld, onder voorbehoud van instemming door uw raad op bepaalde onderdelen. Uw raad heeft in november 2020 die instemming gegeven. Dat betekent dat we met elkaar hebben afgesproken dat we ons in Nijmegen vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet richten op de minimale acties die moeten worden uitgevoerd, conform de VNG-minimumlijst. En dat we ons na inwerkingtreding richten op verdere verbeteringen conform de verbeterdoelen van de Omgevingswet en op het omvormen van het tijdelijk omgevingsplan naar een definitief omgevingsplan. De minimumeisen voor inwerkingtreding zijn veelal technisch en procedureel van aard. ‘Echte’ inhoudelijke keuzes kunnen nog tot en met 2029 worden gemaakt. De minimumeisen hebben dus veelal betrekking op de uitvoering en zijn dus een verantwoordelijkheid van het college. Het is aan de raad om zicht te houden op de stand van zaken en de financiën. De belangrijkste formele inhoudelijke rollen van de raad in het kader van de Omgevingswet zijn het vaststellen van de Omgevingsvisie. En na inwerkingtreding het vaststellen van wijzigingen van het omgevingsplan (de huidige bestemmingsplannen). In ons vastgestelde Programmaplan is een tabel opgenomen met een toelichting per minimumeis.
In onze vorige brief hebben wij per minimumeis de stand van zaken voor u op een rij gezet. Dat zullen wij in een van de volgende brieven weer doen. In deze brief gaan wij met name in op het uitstel van de Omgevingswet. De minister heeft bij Kamerbrief van eind mei laten weten dat de Omgevingswet wederom is uitgesteld, met een half jaar, tot 1 juli 2022 (zie bijlage 1). De hoofdreden voor het uitstel is dat er meer tijd nodig is om het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) opgeleverd, ingeregeld en stabiel
Gemeente Nijmegen
Pagina 1 van 4
werkend te krijgen. Hierna worden een aantal belangrijke citaten uit die Kamerbrief weergegeven. “(…) Er bestaan uiteenlopende wensen en ambities ten aanzien van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Alles afwegende ben ik met de bestuurlijke partners tot de conclusie gekomen dat het nodig is om de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet met een half jaar te verplaatsen naar 1 juli 2022. Er is meer tijd nodig om het Digitale Stelsel Omgevingswet opgeleverd, ingeregeld en stabiel werkend te krijgen. 1 juli is volgens de bestuurlijke partners een verantwoorde keuze waarbij het belang van de continuïteit van dienstverlening aan burgers en bedrijven en de doorgang van urgente gebiedsontwikkelingen centraal staan. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de laatste minimale functionaliteiten van de landelijke voorziening van het DSO die nodig zijn voor inwerkingtreding uiterlijk oktober 2021 gereed zijn en werken. De komende maanden hou ik samen met de bestuurlijke partners vinger aan de pols om te bezien of we de voortgang maken die we beogen. (…) Punt van aandacht is wel dat de start per 1 juli 2022 tijdens de zomerperiode valt en vlak nadat bij de gemeenten nieuwe colleges zijn geïnstalleerd. Met de bestuurlijke partners hou ik vinger aan de pols en bezie ik of dit leidt tot knelpunten die verdere beheersmaatregelen behoeven.
(…) De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen blijft, gelet op de gezamenlijke implementatievoorbereidingen, gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. (…) Ik zal vervolgens na de zomer een nieuw ontwerpbesluit bij beide Kamers voorhangen, met 1 juli 2022 als datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. (…) Financiële consequenties In het eerder aan uw Kamer toegezonden Integrale Financiële Beeld (IFB) heb ik uiteengezet wat de betekenis was van het eerdere uitstel. Evident is dat het verschuiven van de inwerkingtredingsdatum van 1 januari naar 1 juli 2022 ook financiële impact heeft op de bevoegde gezagen en mijn ministerie. Inhoudelijk gaat het om de financiële consequenties voor de bevoegde gezagen, te weten extra implementatiekosten, het langer overeind houden van bestaande koppelingen naast de nieuwe en indien nodig het treffen van tijdelijke alternatieve maatregelen. Voor mijn ministerie en de bestuurlijke partners gaat het om het langer in de lucht houden van de programmaorganisatie en de bestaande, landelijke systemen en het ondersteunen van tijdelijke alternatieve maatregelen. Daarnaast is de ontwikkeling van de DSO-LV complexer dan voorzien (met name de zogenoemde planketen). De precieze financiële impact van een besluit tot uitstel en de ontwikkeling van het DSO-LV wordt nu in kaart gebracht.
Het vergt nog nader overleg, zowel binnen het kabinet als interbestuurlijk over de wijze waarop dat wordt opgevangen. Wanneer hier duidelijkheid over is, zal ik uw Kamer daarover nader informeren. (…) Afsluitend In ons bestuurlijk overleg en de daaraan voorafgaand gevoerde gesprekken blijkt dat uitstel met een half jaar partijen enerzijds het vertrouwen geeft dat ze hun organisaties beter kunnen voorbereiden op de komende veranderingen en anderzijds voldoende nabij is om geen momentum te verliezen. Invoering per 1 januari 2022 betekent dat de bestuurlijke partners en ik met onzekerheid over zouden stappen. Invoering per 1 juli 2022 geeft alle bevoegd gezagen minimaal zes maanden effectieve oefen- en inregeltijd. Het maakt het mogelijk te oefenen met een werkende keten, er is beter zicht de werking van DSO-LV en de lokale systemen, er zijn meer partijen aangesloten. Bovendien is er meer tijd om ook op het alle niveaus te checken op het behoud van dienstverlening en eventuele vraagstukken op te lossen. Dat komt burgers en bedrijven ten goede.
Gemeente Nijmegen
Pagina 2 van 4
Een goede start van de Omgevingswet betekent dat burgers en bedrijven goed bediend kunnen worden. De primaire processen van vergunningverlening en planvorming bij bevoegde gezagen moeten zo min mogelijk hinder ondervinden terwijl de dienstverlening op peil blijft. Dit is waarom we nu meer tijd nemen. Uiteraard wordt na de nieuwe datum verder gewerkt aan de bestuurlijk afgesproken ambities, zodat de dienstverlening komende jaren verder kan groeien. (…)” Uit de Kamerbrief kan worden afgeleid dat het nog niet zeker of het bij dit uitstel van een half jaar blijft. Een voorwaarde is namelijk dat de minimale functionaliteiten van de landelijke voorziening van het DSO uiterlijk oktober 2021 gereed zijn en werken en het is nog maar de vraag of dat lukt. Oktober is dus een belangrijke mijlpaal. De nieuwe genoemde inwerkingtredingsdatum moet ook nog door de Tweede en Eerste Kamer, in een nieuwe samenstelling. En er wordt nog gekeken naar de knelpunten doordat de nieuwe datum tijdens de zomerperiode valt en net na de gemeenteraadsverkiezingen en de installatie van de nieuwe colleges. Bij het vorige uitstel was overigens aangegeven dat inwerkingtreding halverwege het jaar niet handig was. Ook over de financiën is het laatste woord nog niet gezegd. Pas als de Eerste Kamer de inwerkingtredingsdatum heeft bekrachtigd is deze definitief.
Dit uitstel van een half jaar betekent in ieder geval het volgende voor ons als Nijmegen. Wij gaan door met de minimumacties en proberen zoveel mogelijk, conform advies van de VNG, vast te houden aan de bestaande planning die is gebaseerd op de ‘oude’ inwerkingtredingsdatum 1 januari 2021. Dat betekent iets concreter onder andere het volgende: het raadsvoorstel voor de ‘Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nijmegen’ is gereed. De beoogde impact is het creëren van een nieuwe grondslag voor de gemeentelijke adviescommissie in de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nijmegen, zodat de gemeentelijke adviescommissie (de Commissie Beeldkwaliteit onder de naam Commissie Omgevingskwaliteit) de advisering kan continueren; het raadsvoorstel voor de ‘Lijst bindend advies raad omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)’ is gereed. De beoogde impact is het vaststellen van een lijst door de raad met gevallen waarin het college bij een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) de raad om bindend advies moet vragen; het raadsvoorstel verordening nadeelcompensatie volgt waarschijnlijk later dit jaar. Het VNG-model is recent verschenen; het raadsvoorstel met aanpassingen van de legesverordening (titel 2) in verband met de Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging) volgt op een nader te bepalen moment.
Er wordt gekeken wanneer de conceptverordening gereed kan zijn. We zijn nog in afwachting van de definitieve versie van het VNG-model. De bedoeling was om de aanpassingen bij de jaarlijkse actualisatieronde mee te nemen, maar dat kan niet als de Omgevingswet halverwege het jaar in werking treedt; vanwege de grote afhankelijkheid voor gemeenten van de landelijke voortgang, met name ten aanzien van het DSO, is het niet mogelijk om vast te houden aan de bestaande planning voor het oefenen en inregelen met betrekking tot de
Gemeente Nijmegen
Pagina 3 van 4
vergunningen en wijzigingen van het (tijdelijk) omgevingsplan. We gaan voor zover mogelijk verder, vooral met de inhoudelijke wijzigingen. Verder hebben we een overzicht bijgevoegd met een terugblik en vooruitblik met het contact met uw raad over de implementatie van de Omgevingswet (zie bijlage 2). Wij zullen u conform uw verzoek elk kwartaal in 2021 een nieuwe voortgangsbrief sturen. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
mr. drs. A.H. van Hout gemeentesecretaris
drs. H.M.F. Bruls burgemeester
Gemeente Nijmegen
Pagina 4 van 4