CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief aan de raad Scenario's coffeeshopbeleid

Besluitronde (raadsvergadering) 17 december 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D3 d.d. 7 oktober 2025 over Scenario's coffeeshopbeleid4.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres Gemeente Nijmegen

Aan de gemeenteraad van Nijmegen

Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl

Datum Onderwerp

Contactgegevens nijmegen.nl/contact

7 oktober 2025 Scenario's coffeeshopbeleid

Ons kenmerk VJ60/ E25.002145

Geachte leden van de raad,

Bijlage(n) - Coffeeshopbeleidmatrix

In het kader van de start van het landelijke Experiment gesloten coffeeshopketen (EGC), waaraan ook Nijmegen deelneemt, heeft de burgemeester als bevoegd bestuursorgaan een aantal besluiten genomen. Het betrof o.a. vaststelling van de Nadere Regels op grond van de Wet EGC en het Coffeeshopbeleid, dat als onderliggend beleid kan dienen indien het experiment eindigt. U heeft als raad daarvan kennisgenomen en naar aanleiding daarvan in september 2024 de motie “Bij een progressieve stad hoort een realistisch coffeeshopbeleid” aangenomen. In deze brief geven wij uitvoering aan deze motie. 1. Inhoud motie De motie stelt dat het coffeeshopbeleid op een aantal punten niet aansluit bij de Nijmeegse realiteit. Dit betreft de eis dat coffeeshops zich alleen mogen vestigen in het stadscentrum, terwijl er in Nijmegen ook coffeeshops buiten het centrum gevestigd zijn. Daarnaast de eis dat coffeeshops niet binnen 300 meter van elkaar gevestigd mogen zijn, terwijl dat voor veel shops wel het geval is. En tot slot het Uitsterfbeleid. Volgens de motie houdt dat in dat er maar 10 coffeeshops mogen zijn, maar er zijn er op dit moment 12. Dit zou er mede toe leiden dat coffeeshops niet kunnen wisselen van eigenaar en bedrijfsopvolging dus onmogelijk is.

De motie riep ons college op om aan de slag te gaan met het uitwerken van verschillende scenario's voor een realistisch coffeeshopbeleid en daarbij een drietal punten mee te nemen: a. Het verbod op vestiging buiten het centrum los te laten; b. De omgevingseis dat coffeeshops ten minste 300 meter van elkaar vandaan moeten liggen af te schaffen; c. Te stoppen met het uitsterfbeleid en 12 coffeeshops toe te staan in Nijmegen. 2. Uitleg begrippen Regels en beleid omtrent coffeeshops zijn juridisch complex omdat het enerzijds vergunde horeca-inrichtingen zijn en anderzijds sprake is van landelijk gedoogbeleid. Tijdens het

Gemeente Nijmegen

Pagina 1 van 10

Experiment komt hier nog de combinatie met de experimentwetgeving bij. Omdat het een experiment betreft waarvan op dit moment onzeker is wat de uitkomst is en ook welke gevolgen het heeft, moet in het beleid rekening gehouden worden met veel variabelen. Enerzijds moeten experimentgemeenten en de daar gevestigde coffeeshops zich houden aan de landelijke regels van het experiment. Anderzijds gaan de ontwikkelingen in de jurisprudentie rondom gedoogbeschikkingen en de leer over schaarse rechten door. Die ontwikkelingen zijn ook van belang, hoewel de positie van coffeeshops in juridische zin in experimentgemeenten afwijkt van die van gedoogde shops in de rest van het land, omdat in plaats van de Opiumwet de Experimentwetgeving van toepassing is op de shops sinds de start van het Experiment. Om een heldere discussie mogelijk te maken volgt eerst een uitleg over enkele gebruikte begrippen. 2.1 Vestigingsbeleid Dit zijn de ruimtelijke eisen die gesteld worden aan coffeeshops om zich te mogen vestigen in Nijmegen. Die vestigingseisen zijn zowel vastgelegd in het Coffeeshopbeleid als in de Nadere Regels, verplicht vastgesteld door de burgemeester op basis van de Experimentwetgeving. Inhoudelijk komen de vestigingseisen overeen. Het Coffeeshopbeleid is niet van toepassing zolang het experiment loopt en de Nadere Regels in werking zijn.

De vestigingseisen zijn uitgewerkt in artikel 2 van de Nadere Regels. Daarin is het centrum als gebied bepaald waarin de coffeeshops gevestigd mogen zijn (lid 1), de minimale afstand van 150 meter tot op jongeren gerichte locaties, waaronder scholen (lid 2) en de minimale afstand van 300 meter tot een andere coffeeshop (lid 3). In het vierde lid is het uitsterfbeleid opgenomen. Het maximum is separaat door de burgemeester vastgesteld op basis van artikel 6a van de Wet. 2.2 Uitsterfbeleid Er zijn in het Coffeeshopbeleid en in de Nadere regels expliciete overgangsbepalingen voor al gevestigde shops opgenomen. Dát is feitelijk het uitsterfbeleid en voorziet in alle gevallen waarin een shop gevestigd is in strijd met de bepalingen. Het uitsterfbeleid raakt dus meer dan enkel de maximumbepaling. Zolang een gevestigde exploitant aan de eisen van het uitsterfbeleid voldoet, kan hij blijven exploiteren. Het beleid voorziet in (tijdelijke) afwijking van de uitgangspunten door overgangsbepalingen/uitsterfbeleid. De stelling van de motie is dat het huidige beleid in strijd is met de realiteit omdat twee coffeeshops buiten het aangewezen gebied (de motie noemt dit Spreidingsbeleid) gevestigd zijn. Verder omdat er coffeeshops binnen 300 meter van elkaar gevestigd zijn in strijd met de “Omgevingseis” en er 2 coffeeshops boven het maximum van 12 gevestigd zijn.

De motie noemt dit laatste het Uitsterfbeleid, maar dit is het Maximumbeleid. 2.3 Overdraagbaarheid vergunning De motie stelt dat het overdragen van een vergunning mogelijk moet zijn. Coffeeshops zijn horeca-inrichtingen die moeten beschikken over een exploitatievergunning en deze vergunning is per definitie op naam gesteld en kan nooit overgedragen worden. Dat geldt ook voor andere bedrijven dan coffeeshops. Ook de op naam gestelde gedoogverklaring

Gemeente Nijmegen

Pagina 2 van 10

kan per definitie niet worden overgedragen. Het is wellicht duidelijker om dit te benoemen als ‘een coffeeshop moet overgenomen kunnen worden door een nieuwe exploitant. Voor coffeeshops die voldoen aan alle vestigingseisen is het nu mogelijk om van exploitant te wisselen. Daarbij is het niet relevant of de exploitant een volledig andere natuurlijke of rechtspersoon is, of dat het gaat om een wijziging van de bestaande exploitant. Uiteraard zal een nieuwe exploitant aan de vergunningseisen moeten voldoen voor de noodzakelijke exploitatievergunning als horeca-inrichting, waaronder de integriteitseisen van de wet BIBOB. 2.4 Leer schaarse rechten De "leer van schaarse rechten" verplicht de overheid om bij de toewijzing van economisch relevante rechten een openbare en transparante verdelingsprocedure te volgen met objectieve, toetsbare en redelijke selectiecriteria, zodat alle belangstellenden gelijke kansen krijgen. Er kan sprake zijn van fysieke schaarste of beleidsmatige schaarste. Bij het stellen van een maximumaantal is er sprake van beleidsmatige schaarste. Een schaars recht mag ook niet onbeperkt van duur zijn. Voor coffeeshops is dit een extra ingewikkeld vraagstuk. Uit een recente uitspraak van de hoogste bestuursrechter blijkt dat op gedoogverklaringen de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is en dus beperking in de looptijd op grond daarvan niet verplicht is.

Het evenredigheidsbeginsel kan echter wel meebrengen dat een schaarse gedoogverklaring beperkt wordt in de looptijd. Tijdens het experiment is er echter geen sprake van gedogen en dus is de status van de coffeeshops onzeker. Het ministerie adviseert de experiment-gemeenten om tijdens het experiment voor eventuele nieuwkomers de verdelings-procedure voor een schaars recht toe te passen. Op dit moment vallen bijna alle shops onder het uitsterfbeleid omdat ze niet voldoen aan een vestigingseis, bijvoorbeeld vestiging buiten het aangewezen gebied of binnen de 300meter-grens van een andere coffeeshop. Op grond van dat uitsterfbeleid mogen ze blijven exploiteren, mits de exploitant en locatie niet wijzigen. Zodra de vestigingsregels echter soepeler worden en er beleidsruimte zou ontstaan voor nieuwe exploitanten, moeten ook nieuwe exploitanten de kans krijgen deze ruimte te benutten. Het onderhands overdragen van een coffeeshop is dus niet mogelijk, gelet op de schaarse-rechten-leer. Tijdens de bespreking met uw raad werd gesproken over de mogelijkheid dat kennis verdwijnt indien zittende exploitanten niet kunnen wijzigen of overdragen. Op zich is dat juist, maar het belonen van zittende exploitanten of het versterken van hun positie is in strijd met de regels omtrent schaarse rechten, zoals uit het bovenstaande blijkt.

Het is immers juist niet mogelijk om een schaars recht onbeperkt aan dezelfde exploitanten te gunnen. 1 2.5 Voorlichting De stelling in de motie ‘Zolang je coffeeshops wegzet als crimineel, kun je als overheid nooit fatsoenlijk werken aan goede voorlichting en preventie’ vindt geen basis in het beleid. Zowel het gedoogbeleid en het daarop gebaseerde Coffeeshopbeleid als de experimentwetgeving bieden juist een grondslag voor goede voorlichting en preventie. Aan 1

Zie ook 2.4 Coffeeshopbeleid Nijmegen 2024 over mogelijke tijdelijkheid vergunning na experimentfase

Gemeente Nijmegen

Pagina 3 van 10

coffeeshophouders worden op grond van het feit dat ze een bijzondere positie innemen, regels gesteld op dit punt. 3. Gevolgen beleidswijziging Een andere stelling in de motie, namelijk dat het beleid aangepast kan worden zonder invloed te hebben op het experiment, is deels juist. Indien het beleid aangepast wordt zonder dat het betekent dat shops gaan verplaatsen, of in aantal toe- of afnemen, dan zijn de feitelijke gevolgen daarvan beperkt. Echter, het aanpassen van het beleid zodanig dat shops niet meer onder het uitsterfbeleid vallen, kan tot gevolg hebben dat een shop van exploitant mag wisselen of er nieuwe shops komen. Dit kan wel degelijk grote gevolgen hebben in de praktijk en dus voor het experiment. Verder is in de aanloop en tijdens de start van het experiment duidelijk geworden dat er bewegingen gaande zijn om invloed te verwerven binnen de coffeeshopwereld door grote spelers die ook relaties hebben met telers, met name binnen de experimentgemeenten. Als het beleid zodanig wordt aangepast dat shops sneller van eigenaar kunnen wisselen, zou dat kunnen betekenen dat kleine shops uit de markt worden gedrukt ten gunste van grote consortiums. 4. Uitgangspunten scenario’s Voor de ontwikkeling van scenario’s is het van belang eerst de drie in de motie genoemde uitgangspunten onder de loep te nemen.

(De uitgangspunten zijn herformuleerd op basis van de bovengenoemde begrippenuitleg.) 4.1 Het verbod op vestiging buiten het centrum loslaten. Deze keuze in het huidige beleid is gebaseerd op het principe dat een coffeeshop, gelet op de aard van de onderneming en de mogelijke overlast, niet gevestigd mag zijn in een woonwijk. In de praktijk is ook wel gebleken dat vestiging midden in een woonwijk lastig is en minder draagvlak onder bewoners heeft. Vestiging van een coffeeshop in het stadscentrum met een combinatie van functies, zoals winkelen, horeca en dienstverlening, zorgt bij omwonenden voor minder (ervaren) overlast door bezoekers van de shops. Ook zorgt concentratie in het centrum voor efficiëntere handhaafbaarheid en controle. Daarnaast is het stadscentrum een omgeving waar veel horeca is gevestigd en veel locaties beschikken over een horecabestemming, hetgeen vereist is voor een coffeeshop. Gebieden buiten het centrum hebben veel minder horecabestemmingen, behalve centrale locaties midden in woonwijken. Buiten het stadscentrum is het moeilijk een geschikte plek te vinden met de juiste bestemming. In het verleden is vaker met uw raad gesproken over het loslaten van deze vestigingseis. Dat dat nooit gebeurd is, werd o.a.

gemotiveerd door het feit dat uit onderzoek was gebleken dat bezoekers van coffeeshops zelf aangaven de centrumshops te zullen blijven bezoeken en de voorkeur te geven aan de shops in het centrum.

Gemeente Nijmegen

Pagina 4 van 10

Naar verwachting zou deze beleidswijziging tijdens de experimentfase vergaande effecten hebben op het experiment en de te meten resultaten. Immers, verplaatsing van coffeeshops, de onrust die dit teweegbrengt en de mogelijke verplaatsing van overlast en wijziging van bezoekersstromen verstoren het onderzoeksbeeld. Bovendien is decentralisatie en het mogelijk maken van vestiging aan de randen van de stad in strijd met het reeds lang aan het landelijke softdrugsbeleid gekoppelde uitgangspunt dat een coffeeshop bedoeld is om te voorzien in de lokale behoefte en niet dient als een regionale voorziening voor een groot gebied. Het ontstaan van megashops (een shop die zich uitdrukkelijk richt op bezoekers vanuit de wijde omtrek en enorme bezoekersaantallen trekt) is uitdrukkelijk niet gewenst, gelet op het landelijke uitgangspunt dat coffeeshops enkel voorzien in de lokale behoefte. De kans hierop is veel groter aan de randen van de stad. Gelet op de experimentbelangen is het denkbaar dit vestigingsvereiste te herbeoordelen in de laatste fase van het experiment. In die fase is immers ook de verwachting dat duidelijk wordt wat het landelijke beleid voor verkooppunten van softdrugs zal gaan worden en aan welke eisen deze zullen moeten gaan voldoen. Het is denkbaar dat deze verkooppunten een andere vorm krijgen dan horecaondernemingen of zelfs geheel zullen verdwijnen.

Dat is immers afhankelijk van het resultaat van het experiment. Ook de controleerbaarheid en het risico van grootschaligheid kunnen op dat moment beter beoordeeld worden. De experimentfase, gestart op 7 april 2025, duurt in principe 4 jaar. Deze termijn kan met maximaal 18 maanden verlengd worden. Daarna begint de afbouwfase die maximaal een half jaar duurt. 4.2 Het vereiste dat coffeeshops ten minste 300 meter van elkaar vandaan moeten liggen afschaffen. Indien deze vestigingseis vervalt of wordt verruimd, dan vallen veel shops niet meer onder het uitsterfbeleid, want dan voldoen ze aan de vestigingseisen. Dat betekent dat hiervoor een nieuwe vergunning kan worden aangevraagd door een gewijzigde of nieuwe exploitant. Ook hier geldt weer, zeker gelet op de eerdergenoemde signalen over de vorming van consortiums, dat er onrust kan ontstaan, hetgeen het experiment kan verstoren. Dezelfde argumenten als onder 4.1 pleiten ervoor om dit pas te heroverwegen in de afbouwfase. Zeker als het karakter van de verkooppunten van softdrugs in de toekomst wijzigt, bijvoorbeeld van horeca naar detailhandel, is de afschaffing van deze vestigingseis op dat moment beter denkbaar.

4.3 Het maximum ophogen en 12 coffeeshops toestaan in Nijmegen Gelet op de groei van de stad is ophoging van het maximum denkbaar, hoewel de Nijmeegse coffeeshopdichtheid dan ruim twee keer zo hoog wordt als het Nederlandse

Gemeente Nijmegen

Pagina 5 van 10

gemiddelde2. Ook blijkt uit cijfers van de gezondheidsmonitors van de GGD dat het cannabisgebruik bij zowel volwassenen als jongvolwassenen reeds hoger ligt in Nijmegen dan in de regio en in Nederland. Voor jongeren zijn de cijfers vergelijkbaar. Omdat er momenteel ook 12 shops gevestigd zijn, verstoort een dergelijke beleidswijziging naar verwachting niet het experiment. Wel is het een punt van aandacht dat 2 van de 12 shops zich momenteel bevinden buiten het centrum en daarmee buiten het aangewezen gebied. Deels zou dus het uitsterfbeleid voor hen blijven gelden. 5. Scenario’s In deze paragraaf worden drie hoofdscenario’s benoemd. Het eerste scenario is het beleid ongewijzigd laten. In het tweede scenario wordt het beleid beperkt gewijzigd. Dit scenario kent vier varianten: • Maximum ophogen naar 12 coffeeshops • Uitsterfbeleid versoepelen • Maatwerkregeling in plaats van 300 meter-norm • Combinatie van de vorige drie varianten Het derde scenario omvat vergaande wijziging van het beleid, waarbij regels geschrapt worden. Scenario 1: ‘Koester wat je hebt en tel je zegeningen oftewel niets doen is ook een optie’ Het coffeeshopbeleid en de Nadere regels worden niet gewijzigd. Pas na afloop van het experiment, bijvoorbeeld in de afbouwfase is herbeoordeling van het beleid aan de orde. • Gevolg: de huidige exploitanten en coffeeshops blijven bestaan op de huidige locaties.

• Voordeel: alle betrokkenen, zoals gemeente, coffeeshops, gemeentelijke en landelijke toezichthouders, omwonenden en coffeeshopbezoekers weten waar ze aan toe zijn. Het experiment wordt niet verstoord door een beleidswijziging. • Nadeel: het geldende uitsterfbeleid blijft ook gehandhaafd. Door het uitsterfbeleid blijven de coffeeshops gevestigd in strijd met het vestigingsbeleid, waardoor de oorspronkelijke beleidsdoelen, zoals concentratie in het centrum en ‘ontklontering’ van de coffeeshops niet worden gerealiseerd. Ontklontering betekent in dit verband dat coffeeshops meer dan 300 meter van elkaar gevestigd zijn. Scenario 2: ‘Wie het kleine niet eert….’ Het beleid wordt in beperkt mate gewijzigd. Deze aanpassing kent vier varianten: Variant 2.1 Het maximum wordt opgehoogd naar 12. Vraag hierbij is hoe om te gaan met de twee coffeeshops die buiten het centrum (als aangewezen gebied) gevestigd zijn.

2

In de laatste telling in 2022 was het gemiddelde aantal inwoners per coffeeshop in Nederland 35.478. Bij 12 coffeeshops en 189.200 inwoners is de dichtheid in Nijmegen dan 1 shop per 15.766 inwoners.

Gemeente Nijmegen

Pagina 6 van 10

•

•

•

Gevolg variant 2.1: De twee buiten het centrum gevestigde coffeeshops kunnen verhuizen naar het stadscentrum. Als een coffeeshop stopt, daalt het feitelijke maximum dan niet meer tot 10. De stoppende coffeeshoplocatie kan overgenomen worden of er kan zich elders in het aangewezen gebied een nieuwe vestigen. Voordeel variant 2.1: Er is meer dan voldoende aanbod voor coffeeshopbezoekers. Als de coffeeshops buiten het centrum ervoor kiezen naar het centrum te verhuizen, betekent dit dat de omwonenden rondom deze twee locaties geen overlast meer ervaren. Naar verwachting heeft het geen of weinig nadelige effecten op het experiment. Nadeel variant 2.1: Nijmegen zit met een aantal van 12 shops landelijk gezien aan de hoge kant. Als de twee coffeeshops van buiten het centrum naar het centrum verhuizen, dan zorgt dit voor een verdichting.

Variant 2.2 Het uitsterfbeleid wordt versoepeld zodat zittende exploitanten in beperkte mate mogen wijzigen. Op grond van het huidige beleid mogen vergunde coffeeshops die in strijd met de vestigingseisen ergens gevestigd zijn noch hun inrichting, noch van exploitant wijzigen. Ze mogen dus niet de zaak verbouwen of van rechtsvorm wijzigen. Ook mogen geen nieuwe natuurlijke personen als vennoot of bestuurder worden toegevoegd als exploitant. • Gevolg variant 2.2: Voor sommige coffeeshops betekent dit dat personeelsleden, die al lang actief zijn in de shop, wel als exploitant bijgeschreven kunnen worden. Dit biedt de exploitant meer bestaanszekerheid. Onderzocht kan worden of bijvoorbeeld familieleden die al jaren meewerken in de coffeeshop, bijvoorbeeld als beheerder, formeel toe kunnen treden tot de exploitatie van de coffeeshop. • Voordeel variant 2.2: Voor bestaande exploitanten biedt het meer bestaanszekerheid. Naar verwachting heeft het geen of weinig nadelige effecten op het experiment. • Nadeel variant 2.2: Het aanpassen van het beleid op dit punt bevat risico’s. Het is moeilijk hiervoor een sluitende regeling te maken, waardoor het toch denkbaar is dat een coffeeshop (wellicht ongewenst) in andere handen overgaat, bijvoorbeeld een consortium.

Ook bestaat het risico dat er bezwaren worden ingediend tegen nieuw te verlenen vergunningen, door bezwaarmakers die een beroep doen op de schaarse-rechtenleer en van mening zijn dat zij benadeeld worden. Variant 2.3 De absolute 300 meter-norm zou veranderd kunnen worden in een maatwerkregeling. De burgemeester beoordeelt hierbij of bij een bepaalde vestigingslocatie een zichtbare ‘verklontering’ van coffeeshops ontstaat. In sommige gevallen liggen coffeeshops nu wel binnen 300 meter van elkaar, maar hun locaties liggen zodanig dat geen verklontering ervaren kan worden. • Gevolg variant 2.3: Sommige coffeeshops zullen hierdoor mogelijk passen binnen het vestigingsbeleid en niet meer onder het uitsterfbeleid vallen. Dat betekent dat ze vrijheid hebben om zowel de inrichting als de exploitant te wijzigen.

Gemeente Nijmegen

Pagina 7 van 10

• •

Voordeel variant 2.3: Een maatwerkbeleid is minder rigide dan de harde 300 meter-norm, hetgeen mogelijkheden biedt en meer beleidsruimte geeft. Nadeel variant 2.3: Het is op voorhand moeilijk in te schatten welke feitelijke gevolgen het heeft. Daarmee is het niet ondenkbaar dat het nadelige effecten heeft op het experiment.

Variant 2.4 Een combinatie van een of meerdere van de varianten 2.1 tot en met 2.3 • Gevolg, voordeel en nadeel variant 2.4: combinatie van de hierboven genoemde gevolgen 2.1 tot en met 2.3. en de voor- en nadelen. Afhankelijk van welke combinatie gekozen wordt zullen de gevolgen en voor- en nadelen verschillen omdat er interactie bestaat tussen de varianten.

Scenario 3: ‘Alle remmen los…’ Het beleid wordt in grote mate gewijzigd. Er zijn dan verschillende varianten mogelijk. Variant 3.1 Loslaten maximumaantal coffeeshops • Gevolg variant 3.1: Het is reëel te verwachten dat het aantal coffeeshops hierdoor behoorlijk zal toenemen. Wel is dit afhankelijk van de vraag of er nog andere vestigingseisen resteren. Indien het centrum als aangewezen gebied en de afstandsnorm blijven bestaan, zal het aantal mogelijke vestigingslocaties redelijk beperkt zijn. • Voordeel variant 3.1: Er hoeft geen rekening te worden gehouden met de leer omtrent schaarse rechten, ook niet in de toekomst. Er is immers geen sprake meer van een schaars recht. • Nadeel variant 3.1: Door onbeperkte toename wordt in ieder geval het experiment verstoord. Het zal lastig zijn om te bepalen welke effecten aan het experiment toe te schrijven zijn. Aangezien te verwachten is dat er ook meer shops in de buurt van woningen gevestigd zullen worden, is een (forse) toename van vestigingsbezwaren en overlastklachten te verwachten. Omdat de huidige constellatie reeds lang bestaat is moeilijk te voorspellen welke gevolgen een toename of verplaatsing van bestaande shops betekent voor klandizie en bezoekersstromen. Het is denkbaar dat gevestigde coffeeshops de nieuwe concurrentie niet aankunnen.

Variant 3.2 Schrappen aanwijzing gebied waar coffeeshops gevestigd moeten zijn • Gevolg variant 3.2: Gelet op hetgeen hiervoor gemeld is over de vereisten voor het vestigen van een coffeeshop wordt het vestigen van coffeeshop mogelijk in ieder pand met de juiste bestemming. Bijvoorbeeld op plekken waar nu cafetaria’s en dergelijke gevestigd zijn. Horecapanden die eigendom zijn van een brouwerij worden echter meestal niet verhuurd aan niet-alcohol schenkende bedrijven, waardoor de keuze voor coffeeshops beperkter is. • Voordeel variant 3.2: Er ontstaat meer vrijheid voor de bestaande coffeeshops om zich elders te vestigen. Coffeeshopbezoekers hebben mogelijk dichterbij huis een coffeeshop.

Gemeente Nijmegen

Pagina 8 van 10

•

Nadeel variant 3.2: Verplaatsing van bestaande shops, zeker indien gecombineerd met toename van het aantal shops, betekent met zekerheid dat het experiment wordt verstoord. Verdunning van het aantal coffeeshopbezoekers in het centrum hoeft niet per definitie te betekenen dat er daar minder overlast is. Het kan zowel positieve als negatieve effecten hebben, bijvoorbeeld op bezoek aan horeca en detailhandel. Ook is het risico op het ontstaan van een megashop aan de rand van de stad groot, die zich niet meer richt op de lokale behoefte.

Variant 3.3 Schrappen verbod om zich te vestigen in de buurt van jongerenactiviteiten en onderwijsinstellingen. • Gevolg variant 3.3: Momenteel is er geen enkele coffeeshops gevestigd in strijd met deze vestigingsbepaling. Maar zeker gecombineerd met versoepeling van andere vestigingseisen is te verwachten dat er coffeeshops in de directe omgeving van scholen verschijnen. • Voordeel variant 3.3: Er is voor de bestaande coffeeshops geen voordeel te behalen. Enkel in combinatie afschaffing van andere vereisten is er meer vrijheid voor vestiging, nu de gevestigde coffeeshops al voldoen aan deze eis. • Nadeel variant 3.3: Vestiging van een coffeeshops in de buurt van een jongeren- of onderwijsinstelling is in strijd met landelijke uitgangspunten van beleid en is niet wenselijk uit oogpunt van het voorkomen dat jongeren in aanraking komen met drugs in hun dagelijkse omgeving. Variant 3.4 Schrappen van verbod op vestigen binnen 300 meter van andere coffeeshop • Gevolg variant 3.4: Veel van de gevestigde coffeeshops vallen momenteel onder het uitsterfbeleid omdat ze in strijd met deze bepaling gevestigd zijn. Indien de bepaling geschrapt wordt, kunnen de exploitanten van deze coffeeshops dus wijzigen, bijvoorbeeld door overname door een nieuwe eigenaar. • Voordeel variant 3.4: Coffeeshops zijn vrij om zich overal in het centrum te vestigen.

• Nadeel variant 3.4: Coffeeshops zijn vrij om zich overal in het centrum te vestigen, met het mogelijke gevolg dat er een enorme concentratie in een klein deel ontstaat, met mogelijke overlast tot gevolg. Hiermee worden ook alle inspanningen om te komen tot ‘ontklontering’ tenietgedaan. Een behoorlijk aantal coffeeshops valt niet meer onder uitsterfbeleid en kan overgenomen worden, mogelijk door landelijke consortia. Dit kan betekenen dat er minder keus is voor de inwoners van Nijmegen, bijvoorbeeld in assortiment. Variant 3.5 Combinatie van een of meerdere van bovengenoemde varianten. • Gevolg, voordeel en nadeel variant 3.5: combinatie van de hierboven genoemde gevolgen 3.1 tot en met 3.4. en de voor- en nadelen. Afhankelijk van welke combinatie gekozen wordt, zullen de gevolgen en voor- en nadelen verschillen omdat er interactie bestaat tussen de varianten. Bovenstaande scenario’s zijn ondergebracht in bijgevoegd schematisch overzicht.

Gemeente Nijmegen

Pagina 9 van 10

6. Afwegingscriteria en bevoegdheden Wijziging van het coffeeshopbeleid is een exclusieve wettelijke bevoegdheid van de burgemeester. Zowel tijdens het experiment gesloten coffeeshopketen als daarbuiten is het bestuursorgaan burgemeester het bevoegd orgaan. Bij de uiteindelijke keuze voor een scenario zal een afweging gemaakt moeten worden gelet op alle belangen. Zwaarwegende belangen hierbij zijn de aantasting van het woonen leefklimaat van omwonenden, preventie en voorkoming van drugsgebruik door jeugdigen, en het uitgangspunt dat coffeeshops bedoeld zijn om te voorzien in de lokale behoefte. Daarnaast is het niet-verstoren van de effectmetingen van het experiment van belang. We vinden dat dit belang dusdanig zwaar weegt dat een beleidswijziging pas na het einde van het experiment zou moeten worden doorgevoerd. 7. Vervolg In overleg met uw griffie wordt een informatieve bijeenkomst georganiseerd, waarna u desgewenst met elkaar het debat kunt voeren over de scenario’s. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen

A.P.W. van de Klift gemeentesecretaris

H.M.F. Bruls burgemeester

Gemeente Nijmegen

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=cae030e1-44d4-484a-80ab-30da73b86639