CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief aan de raad Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020

Besluitronde (raadsvergadering) 31 maart 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D2 d.d. 26 januari 2021 inzake Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020, procesvoorstel en convenant prestatieafspraken1.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres Gemeente Nijmegen

Aan de gemeenteraad van Nijmegen

Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl

Datum Betreft

Contactpersoon René Smelt r.smelt@nijmegen.nl T 024 – 329 32 45

26 januari 2021 Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020

Ons kenmerk E21.000073

Geachte leden van de raad,

Met deze brief informeren wij u over de Monitor Doordecentralisatie (DDC) Onderwijshuisvesting 2020, waarin wij iedere twee jaar de stand van zaken van de doorgedecentraliseerde scholen volgen.

Bijlage(n) Bijgevoegd: Ja

Monitor Doordecentralisatie Onlangs hebben wij de Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020 vastgesteld. De monitor is tot stand gekomen in samenwerking met de doorgedecentraliseerde schoolbesturen. Hierna volgen de belangrijkste aspecten uit de samenvatting en conclusies uit de monitor.  Nieuwbouw en renovatie ligt ruim op koers Bij de start van de doordecentralisatie is tot doel gesteld alle schoolgebouwen in een periode van 40 jaar te vernieuwen. Bij de herijking in 2016 is afgesproken dit te realiseren door 55% nieuwbouw op nieuwe locaties en 45% nieuwbouw/renovatie op bestaande locaties. De doordecentralisatie is zonder enige twijfel een succes te noemen. De vernieuwing van de onderwijshuisvesting ligt ruim voor op het overeengekomen schema: in de periode tot en met 2020 is bijna 60% van het totale bruto vloeroppervlak bij start DDC vernieuwd. Wel zijn nog altijd behoorlijke verschillen te zien tussen de onderwijssectoren PO, SO en VO. Duidelijk is dat de vernieuwing in het VO meer voor ligt op het overeengekomen schema dan in het PO.  Vernieuwing zorgt voor toename kapitaallasten Geconcludeerd kan worden dat het tempo qua vernieuwing van de onderwijshuisvesting zich ook vertaalt in een toename van de kapitaallasten.

In het VO is een groter deel van de DDC-middelen nodig ter dekking van de gestegen kapitaallasten door de inmiddels gerealiseerde vernieuwing van schoolgebouwen. Ook in het PO nemen de kapitaallasten toe vanwege gerealiseerde nieuwbouw van scholen. Wel is hier het aandeel van de kapitaallasten nog altijd lager dan in de andere sectoren. In het SO bevindt het aandeel kapitaallasten zich rond het gemiddelde over alle sectoren. Voor de toekomstige vernieuwing wordt gemiddeld zo’n 20% van de middelen DDC toegevoegd aan de bestemming reserve onderwijshuisvesting.

Gemeente Nijmegen

Pagina 1 van 4

 Renteontwikkeling is gunstig Het rentepercentage van leningen van de onderwijsbesturen ten behoeve van investeringen in hun onderwijsgebouwen is in de afgelopen jaren flink gedaald. Daar staat tegenover dat de renteopbrengsten van de liquide middelen bij de besturen ook lager of zelfs negatief zijn.  Ontwikkeling leerlingaantallen en overcapaciteit: PO stijgt, VO krimpt de komende jaren Prognoses laten zien dat het totale leerlingaantal in het PO in Nijmegen de komende jaren flink zal toenemen. Tot 2025 wordt een toename van zo’n 5% voorzien ten opzichte van 2019. Het totaal leerlingenaantal in het VO ligt in 2025 naar verwachting zo’n 9% lager dan in 2019. Deze daling in het VO is vooral het gevolg van een forse krimp van het aantal leerlingen uit de regiogemeenten. Bij de nieuwbouw en renovatie houden de onderwijsbesturen rekening met een daling van het aantal leerlingen in delen van de stad of in bepaalde onderwijssectoren. Ook wordt leegstand ingezet voor het huisvesten van de eigen organisatie of wordt deze verhuurd aan onderwijs gerelateerde instanties. Hiermee worden overcapaciteit en eventuele financieel nadelige effecten voorkomen.

 Ontwikkeling DDC-vergoeding en bouwkosten toenemend punt van zorg De totale DDC-vergoeding is in de jaren 2018-2020 licht afgenomen tot net geen € 14,5 miljoen vanwege een dalend totaal aantal leerlingen DDC en daarmee gepaard gaand afgenomen DDC-vergoeding. Landelijk onderzoek naar de discrepantie tussen de VNG-normen en de werkelijke bouwkosten hebben in 2018 geleid tot het voorstel om de VNG-normen per 2019 met 40% te verhogen om te kunnen bouwen conform geldende vereisten op basis van het Bouwbesluit. Toekomstige eisen op het terrein van BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen; per 1 januari 2021) en het gasloos bouwen zijn niet bij deze 40% verhoging inbegrepen. Als gevolg van BENG zal de VNG-norm per 2021 eenmalig extra worden verhoogd met 9,6%. Vooralsnog komen er geen extra financiële middelen vanuit het Rijk beschikbaar via het gemeentefonds. Er heeft geen aanpassing van de DDC-vergoeding plaatsgevonden als gevolg van de gestegen bouwkosten. Deze stijging van bouwkosten is een punt van zorg bij de doorgedecentraliseerde schoolbesturen. Een aantal schoolbesturen geeft aan dat dit uiteindelijk kan gaan doorwerken in de mogelijkheden en het investeringstempo met betrekking tot nieuwbouw en renovatie.

 Investeringen in de kwaliteit en verduurzaming van schoolgebouwen vormen uitdaging Onderwijsbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het binnen- en buitenonderhoud van hun schoolgebouw(en). Met de doordecentralisatie zijn de middelen voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing in één hand gebracht. Het verduurzamen van bestaande gebouwen op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en te nemen maatregelen als gevolg van BENG per 1 januari 2021 en het gasloos bouwen stelt de schoolbesturen nog altijd voor flinke (financiële) uitdagingen. Concreet ervaren de onderwijsbesturen dat ze door stijgende bouwprijzen minder kunnen doen met iedere euro. Zodoende hebben de schoolbesturen in het kader van de monitor 2020 wederom hun zorgen geuit over de benodigde investeringen in hun schoolgebouwen en genoemde verduurzaming. Vanwege Covid-19 is er nu ook extra aandacht voor het binnenklimaat en Frisse scholen. Schoolbesturen verwachten dat dit impact op schoolgebouwen zal hebben in de komende jaren.  WOZ-waarde scholen drukken steeds zwaarder Als gevolg van de vernieuwing en renovatie van diverse onderwijslocaties, is de totale WOZ-waarde inmiddels in iedere onderwijssector flink toegenomen. Deze gestegen WOZ-waarde leidt in combinatie met het OZBtarief tot hogere OZB-aanslagen voor de besturen.

Meerdere schoolbesturen merken op dat de OZB-aanslag een steeds groter deel van hun DDC-middelen vergt.

Conclusies De doordecentralisatie en de samenwerking tussen de schoolbesturen en de Gemeente Nijmegen is een groot succes. In de afgelopen jaren is al veel gerealiseerd van de afgesproken ambities. Gelet op de

Gemeente Nijmegen

Pagina 2 van 4

financieringssystematiek van de gemeente en de gemiddelde ouderdom van schoolgebouwen zou het voor de gemeente onmogelijk zijn geweest dezelfde investeringen in nieuwbouw en renovatie te realiseren als de schoolbesturen nu waarmaken. Daarmee ligt de beoogde doelstelling om in een periode van 40 jaar tussen 2008 en 2048 alle onderwijsgebouwen te vernieuwen goed op koers: • per eind 2020, dus na 13 jaar looptijd van de DDC-overeenkomst, is ruim 60% van het totale bruto vloeroppervlak (bvo) bij de start DDC daadwerkelijk vernieuwd; • per sector zijn behoorlijke verschillen zichtbaar: zo heeft eind 2020 het VO 76,2% van het bvo vernieuwd. In het PO ligt dit op 36,7% en in het SO op 35,8%. • indien de huidige plannen worden uitgevoerd conform prognose zal na 17 jaar ruim 67% vernieuwd zijn. Deze vernieuwing sluit aan bij wat partijen, schoolbesturen en Gemeente Nijmegen, bij de start van de doordecentralisatie gezamenlijk voor ogen hadden. Deze vernieuwing zorgt voor: • Een stijging van de WOZ-waarden van de schoolgebouwen: deze zijn in de afgelopen jaren fors toegenomen, van circa € 135 miljoen in 2008 naar zo’n € 250 miljoen in 2020 (enkele recente nieuwbouwprojecten niet meegerekend vanwege nog ontbrekende WOZ-waarde). • Een toename van het aandeel van de kapitaallasten: ongeveer de helft van de totale DDC-vergoeding gaat naar deze kapitaallasten.

In lijn met de vernieuwing ligt ook in deze monitor het aandeel kapitaallasten in het VO hoger en in het PO wat lager. Het SO zit hier tussenin. Voor de toekomstige vernieuwing is over de jaren 2018 en 2019 gemiddeld zo’n 20% van de middelen DDC toegevoegd aan de bestemming reserve onderwijshuisvesting. • Een afname van het aantal onderwijslocaties sinds de start van de DDC in 2008 van 71 naar 69. Dit is inclusief 6 nieuw gestichte scholen in de Waalsprong. Per saldo is het aantal afgestoten locaties in de bestaande stad (onder andere vanwege samenvoegingen met het oog op krimp) groter dan het aantal nieuwe locaties (onder andere vanwege de groei in Nijmegen Noord). • Een toename van het totaal aantal vierkante meters onderwijshuisvesting met zo’n 6% tot ruim 220.000m2 bvo. Hierbij is rekening gehouden met een tweetal locaties die feitelijk reeds door nieuwbouw zijn vervangen. Deze toename is vooral toe te schrijven aan de stijging van het totaal aantal leerlingen sinds de start DDC. • Een toename van de totale omvang aan garantstellingen. Met bijgevoegde infographic worden de belangrijkste ontwikkelingen op beknopte wijze visueel weergegeven. Voor uitgebreide informatie wordt verwezen naar de bijgevoegde Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020.

De eindconclusie is dat de betrokken partijen de doordecentralisatie als positief ervaren, maar er zijn wel aandachtspunten/zorgpunten voor de toekomst. In het Bestuurlijk Overleg Onderwijshuisvesting van 14 december 2020 is afgesproken dat in ieder geval de aandachtspunten vermeld in bijlage A van de Monitor DDC worden meegenomen naar de komende evaluatie DDC en convenant prestatieafspraken. Evaluatie doordecentralisatie Met de monitor geven we uitvoering aan de gemaakte afspraken om periodiek de stand van zaken van de onderwijshuisvesting en de realisatie van de doelstellingen van de doordecentralisatie te monitoren. Contractueel is bij de vorige evaluatie DDC en convenant prestatieafspraken afgesproken dat in 2020 een volgende evaluatie zal worden opgestart. Deze monitor dient als basis voor de afgesproken evaluatie. De evaluatie doordecentralisatie onderwijshuisvesting en convenant prestatieafspraken is bij het vaststellen van de monitor in december 2020 opgestart en zal in 2021 verder vorm worden gegeven. Te zijner tijd (verwachting is 3e kwartaal 2021) wordt u nader geïnformeerd over de uitkomsten van deze evaluatie.

Gemeente Nijmegen

Pagina 3 van 4

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen

mr. drs. A.H. van Hout gemeentesecretaris

drs. H.M.F. Bruls burgemeester

bijlagen: 1. 2.

Monitor Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting 2020 Infographic

Gemeente Nijmegen

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=7336d869-ffa8-4dbe-bfc3-c00179c62c43