CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief aan de raad Contouren implementatieplan taakstellende bestedingsruimtes voor ambulante jeugdhulp en ambulante Wmo

Besluitronde (raadsvergadering) 13 november 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D13 d.d. 17 september 2024 over Contouren implementatieplan taakstellende bestedingsruimtes voor ambulante jeugdhulp en ambulante Wmo-begeleiding3.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres Gemeente Nijmegen MO30, Jeugd en Gezin Postbus 9105

Aan de gemeenteraad van Nijmegen

6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl

Datum Onderwerp

17 september 2024 Contouren implementatieplan taakstellende bestedingsruimtes voor ambulante jeugdhulp en ambulante Wmo-begeleiding

Contactpersoon Mahmut Erciyas m.erciyas@nijmegen.nl 0625762155 Ons kenmerk E24.003356

Geachte leden van de raad, Uw raad heeft op 19 juni jongstleden besloten om op grond van het Koersdocument 2025 te werken met taakstellende budgetplafonds voor zorgaanbieders die ambulante jeugdhulp en Wmo-begeleiding bieden. De taakstelling bedraagt € 7,2 miljoen en zal per 2025 worden ingeboekt in de Stadsbegroting 2025-2028: € 6 miljoen voor de jeugdhulp en € 1,2 miljoen voor Wmo-begeleiding. In landelijke contractstandaarden die wij als gemeente volgen worden ‘budgetplafonds’ vanaf 2025 ‘bestedingsruimtes’ genoemd. Het is belangrijk dat wij vanaf heden ook deze term gebruiken. Een door uw raad aangenomen motie - ‘Een zorgplan voor Nijmegen’ - vraagt om meer duidelijkheid over de voorgenomen maatregelen ten aanzien van de taakstelling. In deze brief voorzien wij u van meer informatie, voor zover daar op dit moment in is te voorzien. Hiermee komen wij tegemoet aan de betreffende motie. Een volledig uitgewerkt plan dat gelijktijdig met de Stadsbegroting 2025-2028 kan worden voorgelegd aan uw raad - waartoe de motie oproept - is om meerdere, hieronder beschreven redenen niet haalbaar. 1. Aanleiding voor en grondslag van de bestedingsruimtes De directe aanleiding voor de taakstellende bestedingsruimtes is dat het beroep op de ambulante jeugdhulp de afgelopen jaren zo hard is toegenomen dat we de vraag niet meer kunnen faciliteren.

Zowel voor jeugdhulp als voor Wmo geldt dat het lokale stelsel tegen zijn grenzen aanloopt: de financiële houdbaarheid staat ernstig onder druk, evenals de uitvoerbaarheid vanwege groter wordende personele tekorten. De opgave voor onze gemeente is om - vanuit het besef van schaarste aan mensen en middelen - ervoor te zorgen dat hulp en ondersteuning duurzaam beschikbaar en toegankelijk zijn en blijven voor die jeugdigen en volwassenen die deze het hardst nodig hebben vanwege de ernst en complexiteit van hun problematiek. Belangrijker dan de beweegreden van schaarste is misschien wel de zorgelijke maatschappelijke trend die we zien dat we er als samenleving steeds minder in lijken te

Versturen / sjab = Brief

Gemeente Nijmegen

Pagina 1 van 9

slagen om zonder indicaties tegemoet te komen aan hulp- en ondersteuningsbehoeften van jeugdigen en volwassenen met oplossingen vanuit het gewone, dagelijkse leven (zoals de wijk, de sportclub en school). Het is gebruikelijk geworden om vragen van individuen te beantwoorden met de inzet van individuele professionals voor één persoon. De voorgestelde taakstelling en maatregelen zullen ingrijpend zijn, maar vormen tegelijkertijd een mogelijkheid om de steeds sterker wordende individuele indicatiecultuur te keren en meer aandacht te krijgen voor de context waarbinnen jeugdigen opgroeien en de setting waarin volwassenen (samen)leven. De taakstelling voor ambulante jeugdhulp van € 6 miljoen is indicatief en staat gelijk aan 15% van de € 41 miljoen die wij in 2023 hebben uitgegeven aan ambulante jeugdhulp. De belangrijkste jeugdhulpsoorten die hieronder vallen zijn: • Dagbehandeling en dagbesteding • Jeugd-GGZ (basis en specialistisch) • Begeleiding (regulier en specialistisch) • Behandeling Jeugd- en Opvoedhulp (J&O) Ook de besparing op ambulante Wmo-begeleiding is indicatief en deze is op dezelfde wijze berekend als de taakstelling voor ambulante jeugdhulp. De taakstelling heeft betrekking op de drie vormen van geïndiceerde ambulante Wmo-begeleiding: praktisch, regulier en plus. 2.

Bestedingsruimtes begeleiding jeugd als vertrekpunt en leerschool De gemeente werkt sinds 2023 met taakstellende bestedingsruimtes voor de ambulante zorgsoort begeleiding jeugd. Deze aanpak is succesvol: in 2023 werd voor begeleiding jeugd het aantal verwijzingen met 20% gereduceerd ten opzichte van 2022. In 2024 is de reductie tot nu toe zelfs nog groter dan in 2023: 24% reductie in het eerste halfjaar van 2024 ten opzichte van de eerste helft van 2023. De werkwijze van bestedingsruimtes voor begeleiding jeugd dient daarom voor ons als een leerschool. Voor ambulante begeleiding Wmo geldt dat Buurtteams Volwassen een goede start maakten in 2022. Door deze voorspoedige start van Buurtteams Volwassenen is het aantal verwijzingen naar ambulante begeleiding sterk afgenomen. In Q1 van 2023 was het aantal verwijzingen met 24% gedaald ten opzichte van Q1 2022 en in Q1 2024 is er een daling van 27% gerealiseerd ten opzichte van Q1 2023. Vanaf 2023 is voor ambulante begeleiding Wmo gewerkt met zogenaamde zachte bestedingsruimtes voor aanbieders waardoor er kennis en ervaring is met de werkwijze. Daarnaast laten we ons inspireren door de onderstaande lessen uit de werkwijze bij jeugd. Het terugdringen van het aantal verwijzingen was mogelijk omdat geïnvesteerd is in samenwerking en vertrouwen tussen de Buurtteams Volwassenen en de aanbieders van geïndiceerde begeleiding Wmo.

De uitdaging zal met name zitten in het werken met harde bestedingsruimtes (dus ruimtes die worden gehandhaafd) en daarbij de samenwerkingsrelatie optimaal te houden.

Gemeente Nijmegen

Pagina 2 van 9

De inzichten en ervaringen die we hebben opgedaan met taakstellende bestedingsruimtes voor begeleiding jeugd gaan we benutten bij het verder uitbreiden van deze ruimtes naar andere vormen van ambulante jeugdhulp en naar ambulante begeleiding Wmo. De belangrijkste les is dat enkel het opleggen van bestedingsruimtes onvoldoende is en dat de aanpak uit meerdere, samenhangende en elkaar versterkende maatregelen dient te bestaan. De overige, niet onbelangrijke lessen zijn: •

•

•

•

•

Budgettaire limieten vormen een effectieve rem op de ‘p x q-prikkel’ De bestedingsruimtes vormen een tegenwicht tegen de productieprikkel in ons lokale stelsel. Zorgaanbieders worden daarmee medeverantwoordelijk gemaakt voor het verlagen van het volume. We zien dat zorgaanbieders deze verantwoordelijkheid ook nemen. Zo wordt er intensiever samengewerkt met Buurtteams Jeugd en Gezin en met het contractmanagement vanuit ROB regio Rijk van Nijmegen. Aanbieders zijn zichtbaar kritischer geworden op de duur en intensiteit van de geboden begeleiding. Ook zien we dat aanbieders bewust afwegen hoe zij van aanvullende waarde kunnen zijn voor en op de Buurtteams Jeugd en Gezin en zich specialiseren in meer specifieke begeleidingsvormen. Doordacht en strak contractmanagement stimuleert deze wenselijke processen en ontwikkelingen. Bestedingsruimtes zorgen voor creatievere oplossingen Er is een sterk besef gegroeid in de stad bij belangrijke partners als onderwijs en kinderopvang dat zorg schaarser aan het worden is en dat het steeds minder vanzelfsprekend wordt om de weg van individuele indicaties in te slaan. Er wordt door partners steeds sterker gekeken naar oplossingen binnen de eigen invloedssfeer, naar mogelijkheden vanuit de Buurtteams Jeugd en Gezin en in bijvoorbeeld het jeugdwelzijnswerk.

De basishulpverlening vanuit de Buurtteams Jeugd en Gezin is een duidelijk alternatief (of eerder: voorliggende voorziening) voor geïndiceerde begeleiding Wanneer zorg minder vanzelfsprekend wordt gemaakt, dient de gemeente tegelijkertijd ook alternatieven voor jeugdigen en gezinnen te creëren. Samenwerking met andere verwijzers is cruciaal Zonder bijvoorbeeld het commitment en de medewerking van de huisartsen - die zijn vastgelegd in een samenwerkingsconvenant - zou onze grip op begeleiding minder stevig zijn geweest. Bestedingsruimtes moeten altijd gepaard gaan met redelijkheid Wanneer een zorgaanbieder zijn bestedingsruimte volledig heeft benut en een toeleidingsstop opgelegd heeft gekregen, moet er een mechanisme zijn dat specifieke zorg toegankelijk houdt voor cliënten waarvoor bij andere aanbieders en partijen geen voldoende passend alternatief voorhanden is. De door het college ingestelde Commissie Passende Verwijzing (CPV) is bij de aanpak van bestedingsruimtes begeleiding jeugd het bevoegde gremium om in deze situaties de stop op individuele basis op te heffen.

Gemeente Nijmegen

Pagina 3 van 9

3. Uitgangspunten en maatregelen De aanpak van de taakstellende bestedingsruimtes, die neerkomt op een verbreding van de aanpak op begeleiding jeugd, wordt vormgegeven op het fundament van de volgende uitgangspunten: 3.1. Ambulante jeugdhulp We staan als stad gezamenlijk aan de lat Wij zijn ons ervan bewust dat de aanpak veel impact kan hebben op inwoners, zorgaanbieders en andere partners. Bovendien vraagt het slagen van de aanpak om een besef van gezamenlijke verantwoordelijkheid en urgentie bij alle relevante actoren in de stad. Voordat we een definitief implementatieplan vaststellen gaan we een zorgvuldig proces van dialoog in met onder meer ouders en jongeren, kinderopvangorganisaties en schoolbesturen, zorgaanbieders, verwijzers en welzijnsorganisaties. De leidende vraag daarbij is hoe we binnen de alomtegenwoordige schaarste (niet alleen in de zorg, maar ook bijvoorbeeld bij passend onderwijs) samen het beste kunnen doen voor kinderen, jongeren en gezinnen. Belangrijke deelvragen die we tijdens deze dialoog aan de orde zullen stellen is hoe we in onze kijk op kinderen en jongeren bredere ‘marges van normaal’ kunnen hanteren, verschillen in vermogens en talenten meer kunnen accepteren, alternatieven kunnen creëren voor zorg en steeds kunnen blijven kijken naar mogelijkheden in de context van de jeugdige (de dagelijkse omgeving betrekken bij de analyse en de oplossingen).

Mogelijkheden van gezinnen als vertrekpunt én investeren in een sterke(re) sociale basis We gaan oplossingen meer zoeken in de mogelijkheden van gezinnen, hun sociale netwerk en in het voorliggende veld wanneer er sprake is van een ondersteuningsbehoefte. Ouders zijn en blijven de eerstverantwoordelijken voor de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen. We waken ervoor om onnodig verantwoordelijkheden over te nemen en gaan meer dan voorheen kijken naar alternatieven voor geïndiceerde zorg binnen het gezin zelf, in het gezinsnetwerk, in de sociale basis, bij passend onderwijs en bij de Buurtteams Jeugd en Gezin. Die alternatieven brengen we tijdens de aanpak in beeld, maar we gaan deze ook waar nodig uitbreiden en versterken via onder meer het stadsdeelprogrammeren. We gaan dus investeren in een sterkere basis en meer collectieve oplossingen voor kinderen en jongeren, zoals ook aangekondigd in het door uw raad vastgestelde Lokaal Plan Jeugd gemeente Nijmegen bij het Regioprogramma Jeugd 2023-2028. Een voorwaarde voor aanvullende financiële investeringen in alternatieven is dat vastgesteld moet zijn dat het alternatief zeer waarschijnlijk bijdraagt aan de realisatie van de taakstelling.

Op de volgende vlakken zien we concrete mogelijkheden: • Uitbreiding van het (school)jongerenwerk en informele ondersteuningsinitiatieven zoals Buurtgezinnen, Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) en maatjesprojecten. • Veelvoorkomende ondersteuningsvragen kunnen meer dan nu opgepakt worden met een vrij toegankelijk, overzichtelijk aanbod van groepstrainingen op het gebied van bijvoorbeeld sociaal-emotionele vaardigheden, omgaan met prikkels en faalangst. Dit aanbod kan een alternatief zijn voor bijvoorbeeld de jeugd-GGZ

Gemeente Nijmegen

Pagina 4 van 9

bij lichte psychische klachten of jeugd-GGZ-trajecten minder intensief of korter maken. Deze geschetste mogelijkheden zien we tevens als plekken waar jeugdigen en ouders op adem kunnen komen, een luisterend oor vinden en ervaringen kunnen uitwisselen; rustpunten in een snelle maatschappij die veeleisender, prestatiegerichter en minder tolerant lijkt geworden. Sterke pedagogische basis: efficiëntere zorginzet in het onderwijs, innovatiever samenwerken Een sterke pedagogische basis is één van de krachtigste vormen van zorgpreventie. Daarom gaan we ook met het onderwijs en de kinderopvang het gesprek aan over efficiëntere zorginzet in en rondom deze pedagogische basisvoorzieningen en over een betere afstemming van zorginzet op passend onderwijs, met nadrukkelijk oog voor eigenstandige verantwoordelijkheden. We zien onder meer de volgende mogelijkheden: • Onze regio is relatief ruimhartig met de inzet van Zorg Binnen Onderwijs (ZBO). Op het (V)SO gaan we door met de beweging van collectiveren van de ZBO-inzet middels capaciteitsfinanciering en stappen we steeds meer af van ZBO middels individuele beschikkingen. Dit doen we in eerste instantie aan de hand van pilots, die momenteel worden geëvalueerd. Deze beweging zetten we voort en laten we gepaard gaan met een nader te bepalen efficiëntiekorting.

• Zorg is niet bedoeld om pedagogische en didactische kwaliteitshiaten te compenseren. Tegelijkertijd weten we dat jeugdzorg en passend onderwijs communicerende vaten zijn, met elkaar verweven zijn. We gaan gebiedsgericht de samenwerking tussen Buurtteams Jeugd en Gezin, het primair onderwijs en het samenwerkingsverband Stromenland intensiveren, zodat casussen niet via een estafettemodel worden opgepakt maar integraal en vanuit primaire verantwoordelijkheden. Parallel hieraan voeren we het gesprek over hoe het onderwijs de expertise van het S(B)O transparant en systematisch verplaatst naar het regulier onderwijs, zodat de beweging van inclusiever onderwijs niet onnodig gaat drukken op jeugdzorgbudgetten. • Met de kinderopvang en het onderwijs gaan we naast de reeds ingezette, bovenstaande twee sporen ook kijken hoe nieuwe, gezamenlijke investeringen de context van deze basisvoorzieningen kunnen versterken en inclusiever maken. We doen een groter beroep op hun oplossend vermogen, maar hebben als gemeente ook een verantwoordelijkheid om de kinderopvang en het onderwijs daarbij te ondersteunen. Zo gaan we een pilot met de inzet van een extra ambulant pedagogisch medewerker in VVE-groepen (nu nog alleen in Lindenholt en Dukenburg) uitbreiden en willen we in het primair onderwijs gaan werken met de aanpak Druk & Dwars.

Deze collectieve aanpak is gericht op kinderen met eigenzinnig, druk, dwars en ander gedrag dat moeilijk matcht met de eisen van de huidige samenleving. Het is een aanpak die strikt genomen buiten de zorg valt. Door laagdrempelige ondersteuning aan te bieden bij milde problemen aan kinderen, ouders en leerkrachten worden onnodige psychiatrische classificaties en behandelingen bij kinderen voorkomen en blijft specialistische hulp bewaard voor degenen met de meest ernstige problematiek. In het voortgezet onderwijs

Gemeente Nijmegen

Pagina 5 van 9

willen we het (school)jongerenwerk doorontwikkelen en gaan we aan de slag met een ‘Regionaal VO-Team’ waarmee we de presentie van de Buurtteams Jeugd en Gezin en de lokale toegangen uit de regio op de scholen voor het voortgezet onderwijs willen versterken. We zien de door jongeren ervaren mentale druk toenemen en dat scholen worstelen met deze ontwikkeling. Al deze genoemde innovatieve investeringen doen we overigens alleen als deze aantoonbaar bijdragen aan de realisatie van de taakstelling. Sturen op efficiënte doelrealisatie: opgave- en kwaliteitsgericht contractmanagement Met zorgaanbieders maken we, naast het bepalen van bestedingsruimtes, concrete afspraken over het efficiënt realiseren van doelen, stevigere samenwerking met de Buurtteams en het beter benutten van mogelijkheden in de sociale basis. Meer efficiëntie begint met methodisch, planmatig, navolgbaar (dus SMART) werken aan doelen vanuit een basishouding van ‘een voldoende is goed genoeg’ en het nalaten van perfectie. We gaan zorgaanbieders vragen expliciet te maken hoe zij sturen op efficiënte doelrealisatie. Tevens gaan we stimuleren dat er meer gewerkt wordt met collectieve vormen van zorg. Zo hebben wij in de meest recente aanbesteding ambulante jeugdhulp financiële prikkels ingebouwd om zorg in groepsvorm te stimuleren.

Belangrijke voorwaarden om deze beweging in het zorgnetwerk van de grond te krijgen zijn het intensiveren van opgavegericht en kwaliteitsgericht contractmanagement en op casusniveau stevigere regievoering vanuit de Buurtteams Jeugd en Gezin. Positie Buurtteams verder versterken Naast de sociale basis, is de basishulp geboden door de Buurtteams Jeugd en Gezin uiteraard een voorliggend alternatief voor begeleiding, maar in potentie ook voor andere vormen van ambulante jeugdhulpverlening. We zien mogelijkheden om de positie van de Buurtteams Jeugd en Gezin nog verder te versterken en te besparen op zorgkosten: • De Buurtteams kunnen inzetten op meer collectieve vormen van basishulp. Een begin daarmee is dit jaar gemaakt. Deze werkwijze willen we de komende jaren verder uitbreiden. • We vragen de Buurtteams Jeugd en Gezin om verder te investeren in de regie- en evaluatieve vaardigheden van gezinswerkers, zodat op casusniveau sterker gestuurd kan worden op efficiënte doelrealisatie door zorgaanbieders. • De samenwerking met verwijzers als huisartsen en Gecertificeerde Instellingen kan nog meer worden geïntensiveerd, waardoor explicieter kan worden getoetst of een hulpvraag in de sociale basis of via begeleiding vanuit de Buurtteams zelf kan worden opgepakt.

• Ook gaan we de mogelijkheden verkennen om de gebiedsgerichte samenwerking tussen specialistische zorgaanbieders (met name jeugd-GGZ en J&O) en de Buurtteams te intensiveren en te structureren. Middels consultatie en advies in de nabijheid kan het handelingsrepertoire en de expertise van gezinswerkers worden vergroot. Tevens willen we met deze beweging een beschikkingsvrije behandelingsschil creëren rondom de Buurtteams en de eenvoud in ons lokaal sociaal domein vergroten.

Gemeente Nijmegen

Pagina 6 van 9

Niemand tussen wal en schip Zorgvuldigheid, redelijkheid en billijkheid blijven bij de verbreding van de aanpak van de bestedingsruimtes naar andere vormen van ambulante jeugdhulp belangrijke principes. We willen dat niemand tussen wal en schip valt. Dit uitgangspunt is niet alleen gestoeld op eerder vastgesteld lokaal beleid, maar is ook een wettelijke verplichting. Op grond van de Jeugdwet (en de Wmo) hebben gemeenten een zorgplicht. Dit betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor het beschikbaar stellen van alle vormen van hulp en ondersteuning aan gezinnen. Hieronder vallen vormen van jeugdzorg en bijvoorbeeld jeugdwelzijnswerk. Gemeenten hebben de plicht om deze hulp en ondersteuning te bieden, wanneer deze volgens het oordeel van het gemeentelijk lokaal team of andere wettelijke verwijzers noodzakelijk is. Een zorgaanbieder met een toeleidingsstop moet dus toegankelijk blijven voor cliënten waarvoor geen voldoende passende alternatieven beschikbaar zijn. Daarbij tekenen we aan dat ambulante jeugdhulp vaak uithuisplaatsingen en daarmee duurdere vormen van zorg voorkomt. Om bovengenoemde redenen gaan we het werkgebied van de Commissie Passende Verwijzing verbreden. Daarbij kijken we ook nadrukkelijk naar de benodigde bezetting en (onafhankelijke) expertise. Verwijzers kunnen bij de commissie een onderbouwde aanvraag doen om de stop in een individueel geval op te heffen.

Belangrijk om te melden is dat de commissie daarbij niet het criterium ‘exact dezelfde zorg’ gaat hanteren maar ‘voldoende passende zorg’. Bij begeleiding jeugd heeft de commissie tot nu toe 88% van de aanvragen (al dan niet aangepast) toegekend en 12% afgewezen. 3.2. Ambulante begeleiding Wmo Omdat de bestedingsruimtes met betrekking tot ambulante Wmo-begeleiding over één product gaan is deze maatregel minder breed dan de bestedingsruimtes bij ambulante jeugdhulp. Ook is het aantal verwijzers beperkter dan bij jeugd. De omvang en breedte van de implementatie is daarom ook smaller. Dit gezegd hebbende, constateren we dat de volgende van de bovengenoemde uitgangspunten ook van toepassing zijn op de inrichting van het uitwerkingsproces voor de Wmo: • We staan als stad gezamenlijk aan de lat; • Mogelijkheden van inwoners als vertrekpunt én investeren in een sterke(re) sociale basis; • Sturen op efficiënte doelrealisatie: opgave- en kwaliteitsgericht contractmanagement; • Positie Buurtteams verder versterken; • Niemand tussen wal en schip. Omdat de opgaves voor Jeugdhulp en Wmo grotendeels dezelfde uitgangspunten en maatregelen zullen hebben, kan gesteld worden dat voor beide velden ongeveer dezelfde route en tijdpad gevolgd kan worden. De taakstelling voor Wmo betekent een taakverzwaring van de opgave die vanaf 2022 reeds succesvol is geïntroduceerd. 4.

Implementatieplan en tijdpad taakstelling In deze brief schetsen we de contouren van een nog op te stellen implementatieplan ten aanzien van de taakstelling op ambulante jeugdhulp en Wmo-begeleiding. Het mag

Gemeente Nijmegen

Pagina 7 van 9

duidelijk zijn dat het geen kwestie is van ‘grote stappen, snel thuis’. Enkel het opleggen en handhaven van bestedingsruimtes gaat niet helpen, maar eerder contraproductief uitpakken; er moeten daarom meerdere trajecten tegelijk ingezet worden. En dan nog blijft het realiseren van de indicatieve taakstelling een opgave. Feitelijk proberen we hiermee een complex transformatieproces dat we sinds de decentralisaties vormgeven te versnellen en te intensiveren. Daarbij komt dat er zowel bij ambulante jeugdhulp als de Wmo sprake is van nieuwe, hogere tarieven op grond van de inkoop voor 2025 en latere jaren.

Uit bovenstaande wordt duidelijk dat aanvullend op de bestedingsruimtes de volgende acties moeten worden ingezet: • Verdiepingsgesprekken met betrokken partijen; • Opbouwen van (collectieve) alternatieven in de sociale basis; • Het in hoog tempo uitbreiden van de capaciteitsfinanciering ZBO, het versterken van de gebiedsgerichte samenwerking tussen Buurtteams Jeugd en Gezin en onderwijs en het gezamenlijk investeren in innovaties die de context van het onderwijs en de kinderopvang versterken (maatregel specifiek voor jeugdhulp); • Het vormgeven van meer opgave- en kwaliteitsgericht contractmanagement; • Het steviger positioneren van de Buurtteams en meer gebiedsgerichte samenwerking met zorgaanbieders; • Het opzetten van een route waarmee wordt voorkomen dat cliënten door de bestedingsruimtes mogelijk tussen wal en schip vallen. Bovenstaande acties dienen voor ambulante jeugdhulp bovendien per ambulante zorgsoort te worden verfijnd: een bestedingsruimte voor bijvoorbeeld dagbehandeling voor jonge kinderen brengt andere uitdagingen met zich mee dan een bestedingsruimte voor jeugd-GGZ voor jongeren op het voortgezet onderwijs. Voor ambulante Wmobegeleiding betekenen bovenstaande acties het inzetten van een verzwaring van een reeds ingezet pad. Overigens vereist het zorgvuldig bepalen van de bestedingsruimtes zelf ook de nodige tijd.

Vragen die daarbij bijvoorbeeld beantwoord moeten worden zijn: welke bestedingsruimte is bij welke zorgvorm binnen de ambulante hulpverlening realistisch? Is de samenhang dienend aan het beoogde doel? Wat wordt de exacte bestedingsruimte per zorgaanbieder? Welke processen moeten ontworpen en ingeregeld worden om de bestedingsruimtes te monitoren en te handhaven? Bovendien moet de aanpak hoogstwaarschijnlijk gefundeerd worden op een gewijzigde verordening (gedacht moet worden aan de reikwijdte van zorg) en aangepaste beleidsregels om de voorgenomen maatregelen ook te kunnen realiseren. Dit alles kost tijd. Een uitgewerkt implementatieplan kan, op basis van de in deze notitie geschetste contouren, in Q1 van 2025 worden aangeboden. De bestedingsruimtes zelf kunnen in de breedte medio 2025 worden toegepast. Als gemeente volgen wij de landelijke contractstandaarden op het gebied van de Jeugdwet en de Wmo. Deze bepalen dat zorgaanbieders minimaal zes maanden voor ingang van de datum van de bestedingsruimtes moeten worden geïnformeerd zodat zij redelijkerwijs in staat worden gesteld om hierop te anticiperen. Daarmee heeft ook het projectteam dat de implementatie van de bestedingsruimtes gaat voorbereiden tijd om niet alleen de technische en juridische aspecten in orde te maken, maar juist ook om alle inhoudelijk

Gemeente Nijmegen

Pagina 8 van 9

ondersteunende interventies (met name de voorliggende alternatieven voor zorg) die hierboven zijn opgesomd in de steigers te zetten. Bij begeleiding jeugd wordt al sinds 2023 gewerkt met bestedingsruimtes dus deze kunnen per 1 januari 2025 worden gecontinueerd. Op hoofdlijnen ziet het tijdpad voor de realisatie van de taakstelling er als volgt uit:

Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen

A.P.W. van de Klift gemeentesecretaris

H.M.F. Bruls burgemeester

Gemeente Nijmegen

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=f0105689-df23-4a18-95e7-5421aa7fb610