Brief aan de raad beantwoording vragen raadsgesprek 10 januari 2024 Visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing
Tekst van het document
Postadres Gemeente Nijmegen
Aan de gemeenteraad van Nijmegen
Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl
Datum Onderwerp
Contactpersoon Robert Tannemaat r.tannemaat@nijmegen.nl T 024 – 329 20 52
6 februari 2024 Beantwoording vragen raadsgesprek 1001-2024 Visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing
Ons kenmerk E24.000497
Geachte leden van de raad, Op 10 januari jl. zijn in de gespreksronde van de raad vragen gesteld over de voorgestelde visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing. Vanwege tijdsgebrek tijdens de bespreking is toegezegd de vragen schriftelijk te beantwoorden. U vindt een overzicht van uw vragen en onze reactie daarop in deze brief. Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
A.P.W. van de Klift gemeentesecretaris
H.M.F. Bruls burgemeester
Gemeente Nijmegen
Pagina 1 van 11
Ordevoorstel Vraag: Wel/ niet aanpassen in startnotitie? Afspraak: bespreking als voorliggend raadsvoorstel met beslispunten behouden en dat vast laten stellen. Opgehaalde en op te halen richtingen en concretiseringen meenemen in actieprogramma.
Vragen en suggesties uit de raad Stadspartij Door mevrouw Thomassen. Vragen V1. A1.
Ambitie ‘cultuuromslag’ is taai om te realiseren. Wat is het vooruitzicht van het college over hoe dit in te zetten in de komende jaren? Verandering in cultuur vereist inderdaad een lange adem (en een gezamenlijk gedeelde visie en toewijding). Verandering in cultuur ontstaat door nieuwe vormen te onderzoeken en toepassen en daar gezamenlijk op reflecteren om ook houding en gedrag bij te kunnen stellen als dat nodig is. Dit is een stapsgewijs proces wat in het actieprogramma nader wordt omschreven.
Suggesties voor in actieprogramma S1.
S2.
S3.
Begin met dienstverlening, gezicht aan het loket, het mailtje wat inwoners ontvangen van Meld en Herstel, contact met wijkregisseur. Dit moet hoogste prioriteit zijn omdat als dit al niet goed loopt je al een enorme imago achterstand hebt. Mik op doelgroepen die veel meer met de overheid te maken hebben dan de gemiddelde inwoners. Sommigen zijn heel afhankelijk van gemeente. Neem WMO, armoederegelingen. Nodige cultuuromslag vraagt ook om hand in eigen boezem ook als raad. Daar over doorpraten hoe invulling te geven aan deze visie.
Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s): T1. Suggestie S1, S2 en S3 nemen we mee bij opstellen actieprogramma.
PVDA Door mevrouw Maas. Vragen V2.
Heeft het college al meer expliciete ideeën over hoe om te gaan met bereiken van het stille midden en de inzet ervaringsdeskundigen?
Gemeente Nijmegen
Pagina 2 van 11
A2.
Ja. Uitwerking van richting 2 uit de visie (Verbindingen in en met de Stad) is hierop onder andere gericht. Door te investeren in een sterker sociaal netwerk in de stad en onze verbindingen daarmee komt er ook meer verbinding met wat we nu het stille midden noemen. Onderdeel voelen van een gemeenschap schept betrokkenheid. Dit kunnen we niet alleen maar dit moet samengaan met diverse partners in de stad. Het gaat om het verbonden samenspel hierin. Ook de inzet van nieuwe democratische instrumenten, zoals in de visie is genoemd bij richting 3, moet bijdragen aan een grotere ruimte voor betrokkenheid voor mensen die zich nu niet zo snel betrokken voelen. Instrumenten en ontwikkeling van sterkere en nieuwe verbindingen moet in samenhang gebeuren. Voorstel hiervoor volgt in het actieprogramma. De inzet van ervaringsdeskundigen gebeurt nu ook al en is onderdeel van het inclusieprogramma. Bij opzet en uitvoering van het actieprogramma zorgen we ervoor dat we beide programma’s goed op elkaar afstemmen. Zodat het versterkend werkt. Op die manier kan er een coherent samenwerken geheel gevormd worden in plaats van dat we allerlei losse instrumenten en participatievormen hebben zonder dat de onderlinge relatie en eventuele overlap goed georganiseerd is.
Met een algemeen participatiebeleid (richting 4) willen we de werkbare samenhang tussen de verschillende participatievormen beschrijven en vastleggen.
V3. A3.
Kan de wethouder ingaan op bereiken/ betrekken van jongeren? Vanuit het programma voor jongerenparticipatie is en wordt hier ook al aandacht aan besteed. Net als bij ervaringsdeskundigheid moet bij de uitvoering van het actieprogramma de samenhang gezocht, gevonden en uiteindelijke beschreven worden in een algemeen participatiebeleid.
V4.
Kan expliciet aandacht worden besteed aan jongeren van 15-25 jaar bij projecten die onder andere ook hen aangaan? Ja.
A4. V5.
A5.
Kan er een overzicht komen van instrumenten / participatiemiddelen gekoppeld aan bepaalde processen? Zodat inwoners weten welke instrumenten er zijn en dan kunnen betrokken partijen weten wat er verwacht wordt van ons als stadsbestuur? Participatie vraagt bij uitstek om maatwerk. Een instrument dat voor het ene project goed werk hoeft niet pers sé voor een vergelijkbaar project ook te werken. Er zijn veel factoren die de keuze van het instrument bepalen. Het maken van een ‘vast’ overzicht geeft dan ook een schijn-houvast wat eerder voor verwarring en een afvinkcultuur leidt, en dat is wat we niet willen. Voor het ruimtelijke domein is nu al afgesproken dat we per project aan de voorkant een participatieplan maken waarin het hele participatieproces is omschreven. Dit geeft betrokkenen het gewenste inzicht van wat ze kunnen verwachten van de gemeente, welke ruimte er is voor invloed en wat er van hen verwacht wordt. We
Gemeente Nijmegen
Pagina 3 van 11
kunnen ons voorstellen dat deze werkwijze uiteindelijk voor alle initiatieven gaat gelden en beschreven gaat worden in het algemene participatiebeleid (richting 4). Definitieve invulling hiervan volgt echter later (als het actieprogramma voldoende is uitgevoerd om tot besluiten over algemeen beleid te kunnen komen). Tegelijkertijd begrijpen we dat een overzicht van wat er in de gereedschapskoffer zit helpend is. Zo’n index met daarbij per instrument omschreven voor welke situaties het globaal inzetbaar is, wat de rol en invloedruimte erbij is van raad en andere betrokkenen, zullen we daarom opstellen bij de uitvoering van richting 3 van de visie (nieuwe instrumenten voor directe democratie). V6. A6.
Voor het vervolg van het komen tot bepaald beleid willen we graag weten wanneer de raad aan zet is en wanneer niet. Het proces om te komen tot een algemeen participatiebeleid zal worden beschreven in het actieprogramma. Daarbij geven we ook aan bij welke stappen naar ons idee de raad betrokken wordt of aan zet is.
Suggesties voor actieprogramma S4. Meenemen aandacht voor bereiken stille midden, inzet ervaringsdeskundigheid en bereiken/ betrekken van jongeren. S5. Wanneer wordt welk middel / instrument ingezet? Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s): T2. Suggestie S4 en S5 nemen we mee bij opstellen actieprogramma. Hierbij gaan we in beginsel uit van de wat we hebben aangegeven bij de antwoorden A2, A3, A4 en A5.
ODV Door mevrouw Van Doorn Vragen V7. A7.
V8. A8.
Raad volledig betrekken bij opstellen uitvoeringsagenda (actieprogramma). We zien de visie en koers als een kader dat door de raad wordt vastgesteld. Het is aan het college om hier goed uitvoering aan te geven. Het maken van het actieprogramma hoort bij deze uitvoering. De raad zal zoals toegezegd voor de zomer van de resultaten op de hoogte worden gesteld. Toelichting geven over preferendum. Zorg ik dat minderheidsbelangen niet sneuvelen. Een preferendum kan worden uitgevoerd op een manier waarbij de stemmer waarde toe kan kennen aan verschillende opties. Op die manier vraag je de stad om een weging van voorstellen (bijvoorbeeld de verschillende adviezen die uit een inwonersberaad komen). Het hoeft dus niet per se een ‘binair stemsysteem’
Gemeente Nijmegen
Pagina 4 van 11
te zijn. Bij het opstellen van een preferendum moet altijd aandacht zijn voor belangrijke (relevante) mogelijke ongekende minderheidsbelangen. Bovendien is de uitkomst van een inwonersberaad altijd een (zwaarwegend) advies aan de raad. Het eraan verbonden preferendum daarmee dus ook. De raad kan daarmee altijd nog wegen aan een, eventueel, minderheidsbelang. V9. A9.
Wie wordt probleemeigenaar van de gevolgen van keuzes naar aanleiding van uitvoering van een burgerbegroting? Bij de opdracht aan een burgerbegroting worden belangrijke kaders meegegeven waarbinnen uitvoering gegeven moet worden. Hierbij worden ook afspraken gemaakt over situaties zoals beschreven in de vraag. Bovendien moet voor alle nieuwe direct democratische instrumenten, zoals een burgerbegroting, nog beleid worden op- en vastgesteld. Dit doen we na verkenning van de instrumenten met het opstellen van een algemeen participatiebeleid. Hierin worden ook kaders vastgelegd over de verdeling van verantwoordelijkheden bij uitvoeren van een burgerbegroting (en andere instrumenten).
V10. Wanneer gaan we evalueren (van wat genoemd wordt in de visie aan uit te werken richtingen)? Dit ook terug laten komen in het actieprogramma. Benoemen met wie en op basis waarvan? A10. Evaluaties worden altijd uitgevoerd met relevante betrokkenen. We nemen in het actieprogramma op wanneer we gaan evalueren. V11. Is er een verslag van de 100 dagen tour van de wethouder? A11. Reeds beantwoord (verslag is er niet). Suggesties voor actieprogramma S6. Spanning tussen belang individu en belang gemeenschap. Hier moeten scherp op blijven, dat individuele belangen niet ondersneeuwen t.o.v. belangen van gemeenschap. S7. Grote vraagstukken die over langere termijn beslag leggen mogen niet worden uitgekleed door korte termijn issues en belangen in participatietrajecten. Bijvoorbeeld klimaatadapatie, energietransitie en gezonde gemeentelijke financiële huishouding. Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s): T3.
Suggestie S6 en S7 nemen we als aandachtspunt mee bij opstellen actieprogramma. Aanvullende reactie bij S7: Participatie betekent echt niet altijd (zelfs bijna nooit) dat alles kan en alles opnieuw met iedereen besproken moet worden. Het is altijd maatwerk waarbij bestaande kaders gewoon leidend zijn. Dit geldt dus
Gemeente Nijmegen
Pagina 5 van 11
ook voor gemaakte lange termijn afspraken. Dit alles is trouwens niet nieuw en gebeurt nu ook al bij participatie.
VVD Door de heer Wulterkens Vragen V12. Wat gaat er op dit moment al verbeteren? Nu kunnen we al van alles verbeteren. A12. We werken continu aan de verbetering van onze dienstverlening en de manier waarop we participatie inrichten. Dit gebeurt onder andere bij de uitvoering van het participatiebeleid voor ruimtelijke ontwikkelingen waarbij we meer en meer vroegtijdig open het gesprek aangaan en in de hele keten bespreken naar wat goed gaat en beter kan. Dit doen we ook in bijvoorbeeld het project stadsdeelprogrammeren voor een sterke sociale basis en door interne opleiding via de leerlijn Samenwerken met de Stad. Suggesties voor actieprogramma S8. Ieder raadsvoorstel krijgt een hoofdstuk participatie waarin beschreven wordt hoe participatie wordt vormgegeven. En bij de voortgang vermelden wat er gedaan is met de uitkomsten van de participatie. Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s): T4. Dit voorstel nemen we mee in het actieprogramma.
Nijmegen.nu Door de heer Eigenhuijsen Vragen
•
Geen
Suggesties voor actieprogramma S9. Sommigen ervaren het probleem dat participatie ‘een moetje’ is en de indruk kan ontstaan dat participatie tegen wil en dank wordt opgepakt. S10. Graag aandacht voor het feit dat er al zoveel tijd verlopen is sinds de eerste raadsvoorstellen hierover uit 2018. Hoe gaan we een snelle start borgen? Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s): • Zie toezegging T10 (onderaan).
D66 Door mevrouw Janssen
Gemeente Nijmegen
Pagina 6 van 11
Vragen V13. Kan het college duiden hoe voorliggend stuk zich verhoudt tot het raadsvoorstel uit 2018 (initiatiefvoorstel inwonersparticipatie 2019)? A13. Het initiatiefvoorstel inwonersparticipatie gaat heel erg over technische kant van hoe te participeren. Dit leidt tot ‘vinken’. In dit visievoorstel is een cultuurspoor opgenomen wat we van groot belang vinden. Dit stond ook niet in het stuk uit 2019. Als we alleen maar instrumenten omschrijven en niet aangeven hoe we aankijken tegen participatie en lokale democratie vernieuwing dan missen we wat. We moeten dit ook omschrijven. Dat doet dit voorstel. Op basis hiervan kunnen we er ook op sturen. Cultuur en instrumenten (techniek) hoort bij elkaar. Inmiddels zijn er ook nieuwe ideeën over democratische instrumenten die toen (in 2018) nog niet zo bekend waren. V14. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat partners (zoals projectontwikkelaar en culturele instellingen) inwoners passend betrekken bij initiatieven? Dit is nu te summier beschreven. A14. Dit vraagt om zowel duidelijke afspraken als om bijpassende houding en gedrag (cultuur). In het participatiebeleid voor ruimtelijke ontwikkelingen is hier al e.e.a. over afgesproken. Bij de uitwerking van het actieprogramma geven we nader invulling aan het maken van duidelijke afspraken en een ondersteunende cultuur.
Afspraken kunnen wordt verwerkt in een algemeen participatiebeleid (zie richting 4). V15. Welke kansen ziet het college in digitalisering en hoe krijgt dit een plek in de verdere uitwerking? A15. Digitalisering (van dienstverlening en participatie) is iets waar veel kansen in liggen. Tegelijkertijd is het slechts één spoor van samenwerken met de stad en kan het nooit een volledig alternatief zijn voor persoonlijke contact tussen gemeente en inwoners. Concrete uitwerking van digitalisering bij participatie wordt gevonden in onder andere de (door)ontwikkeling van een participatieplatform, zoals MijnWijkplan. V16. Heeft het college ideeën hoe we moeilijk bereikbare groepen (bv. jongeren of inwoners met bi-culturele achtergrond) bereiken en betrekken? We missen daar nu de aandacht voor. A16. Het betrekken van groepen die moeilijk bereikbaar zijn vraagt veel. Dit is niet zo gemakkelijk op te lossen met een nieuw instrument. Er zijn veel verschillende redenen waarom mensen zich niet betrokken voelen of ruimte hebben voor betrokkenheid bij de lokale democratie. Dat betekent niet dat we niet moeten blijven pogen om wél verbinding te krijgen. Bij de uitwerking van richting 2 (verbinding in en met de stad) gaan we hier nader aandacht aan schenken. Dit doen we door verbindingen met en in de stad te versterken. Dit moeten we doen samen met inwoners en (sociale)partners.
Het is een proces wat samenwerking, geduld en aandacht vraagt. Door te investeren in een sterk sociaal netwerk en de verbinding daarmee met de gemeente geloven wij dat er steeds meer
Gemeente Nijmegen
Pagina 7 van 11
mogelijkheden komen voor contact met de nu lastig te bereiken groepen. Dit vraagt ook iets van onze houding en gedrag (het cultuurspoor, richting 1). V17. Kan het college toezeggen dat het actieprogramma echt voor de zomer naar de raad toekomt? A17. Ja, Zie ook toezegging T10 (onderaan). V18. En kan het college daarbij toezeggen dat eenduidig wordt aangegeven welke participatiemiddelen ingezet worden, welke doelgroepen daarbij beoogt bereikt te worden, welke doelen we gaan behalen en in welke omstandigheden we welke middelen willen inzetten? A18. Participatie is maatwerk. Bij elk initiatief moeten we dus kiezen welke instrumenten we kunnen inzetten om de doelgroep het beste te bereiken en faciliteren. Een algemeen overzicht (index) van de gereedschapskoffer is tegelijkertijd zeker te maken. Zie verder ook antwoord A5. Suggesties voor actieprogramma • Geen.
CDA Door mevrouw Mijling Vragen V19. Kan het idee van een jurydienst worden meegenomen bij de uitwerking van het actieprogramma. A19. We kunnen onderzoeken of en in welke mate het instrument van een jurydienst waardevol is om op te nemen in de participatie-gereedschapskist. In het actieprogramma nemen we deze optie mee bij de uitwerking van richting 3 (nieuwe democratische instrumenten). Suggesties voor actieprogramma S11. Belang van de wijkraden. Nu vaak dezelfde mensen die zwaar belast worden en niet altijd representatief. Is een wijkberaad of jurydienst een alternatief? Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s): T5. In het actieprogramma nemen we deze opties mee bij de uitwerking van richting 3 (nieuwe democratische instrumenten).
PVDD Door mevrouw Schouwenaars Vragen
•
geen
Gemeente Nijmegen
Pagina 8 van 11
Suggesties voor actieprogramma S12. Organiseren representatie van natuur en niet-menselijke dieren door bijvoorbeeld een voogd voor de natuur in Nijmegen. Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s): T6. In het actieprogramma onderzoeken we deze optie bij de uitwerking van richting 3 (nieuwe democratische instrumenten).
GL Door mevrouw Tumiwa Vragen V20. Is er bij de totstandkoming van deze visie participatie geweest? A20. Ja. Het stuk is in een conceptversie besproken met de GWBN (Gemeenschappelijke Werkgroep Burgerparticipatie Nijmegen), als vertegenwoordiging van de (aangesloten) wijkraden. V21. Gaat college participatie toepassen bij de uitwerking van dit plan? A21. Natuurlijk. Dit wordt beschreven in het actieprogramma. V22. Hoever wil college gaan met participatie. Gebruik van vormen zoals Deep Democracy, waarin iedereen evenveel gehoord. Is college bereid vergelijkbare methoden te onderzoeken? A22. Ja. We willen dit onderzoeken als onderdeel voor in de participatie gereedschapskist. Er is trouwens al ervaring met vergelijkbare methodieken om iedereen evenveel (gelijkwaardig) te betrekken (sociocratie / consentbesluitvorming). V23. Wil gemeente samenwerken met andere organisaties (bijvoorbeeld welzijnsorganisaties) om mensen te bereiken? Heeft het college hier al een overzicht van of kan ze deze meenemen in de uitwerking (actieprogramma)? Hoe ziet het college dit voor zich bij de uitwerking? A23. Zeker. Dit is onderdeel van de uitwerking van richting 2 (verbinding in en met de stad). Een voorstel over hoe dit aan te pakken wordt beschreven in het actieprogramma. Suggesties voor actieprogramma S13.
Groepen die bij elkaar zijn om een reden, zoals bijvoorbeeld gedeelde waarden, hobby’s etc. Kunnen ook niet georganiseerde netwerken zijn. Ze worden niet per se gedefinieerd door fysieke ligging. Hoe betrek je deze communities en individuen en hoe informeer je ze? Duidelijk de kaders communiceren. S14. Graag meer concrete acties S15. Participatie is meer dan alleen een vinkje zetten Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s):
Gemeente Nijmegen
Pagina 9 van 11
T7.
S17: Bij participatie kiezen we altijd op maat een brede communicatie-aanpak over verschillende communicatiekanalen. Niet georganiseerde netwerken kunnen zo de nodige informatie verkrijgen over een initiatief en de mogelijkheden voor participatie. Uitvoering van participatie is altijd maatwerk. Als blijkt dat een dergelijk netwerk een belangrijke betrokkene is dan zullen we daar ons proces en communicatie op aanpassen. S18: Het actieprogramma beschrijft welke concrete stappen we de komende jaren gaan zetten om invulling te geven aan de beschreven visie en koers. S19: We zijn het eens dat participatie veel meer is dan slechts een vinkje zetten.
SP Door de heer Vetter Vragen V24. Middel (instrument) maakt niet uit, gaat erom dat inwoner volledig wordt meegenomen. Is gemeente bereid ver te gaan in het faciliteren om mee te kunnen doen? Mensen betrekken kan ook laagdrempelig. A24. Wat is ver en volledig? In het voorstel voor het participatiebeleid voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben we al aangegeven vroegtijdig met betrokkenen in gesprek te willen. Daarin is ook beschreven dat we een participatieplan maken en die publiceren op MijnWijkplan. Zo ook updates. Hiermee streven we ernaar mensen zo volledig mogelijk te bereiken en informeren. De ambitie die uit deze visievoorstel spreekt betekent volgens ons dat we inderdaad ver willen gaan om ons samenwerken met de stad te verbeteren. Suggesties voor actieprogramma S1. Toegankelijkheid van participatie en democratie: mensen aan de sociaaleconomische onderkant van de samenleving zijn vaak niet in staat om mee te doen. S2. Zichtbaarheid van de gemeente in dienstverlening Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s): T8. Voor inwoners waarvan veel tijd en energie gaat naar een dagelijkse (sociale of financiële) overleving zien we dat het inderdaad lastig is om ook nog ruimte te hebben voor betrokkenheid bij lokale democratie.
Zoals we ook bij antwoord A16 al aangaven willen we met richting 2 (verbinding in en met de stad) een stap zetten om toch meer en betere verbinding te kunnen maken. Concreet kan bij een instrument als het burgerberaad bijvoorbeeld ondersteuning in de vorm van kinderopvang worden georganiseerd zodat inwoners mee kunnen doen.
Overige toezeggingen van het college tijdens het overleg Door wethouder Broeren
Gemeente Nijmegen
Pagina 10 van 11
T9.
Het college komt uiterlijk 6 februari 2024 schriftelijk terug op de niet beantwoorde vragen in de gespreksronde. T10. Het college zegt toe dat het actieprogramma uiterlijk in juni 2024 aan de raad wordt voorgelegd. Door burgemeester Bruls T11. We komen terug op de concrete suggesties, we nemen de uitvoering al meteen ter hand zodat er voor de zomer een actieprogramma ligt
Gemeente Nijmegen
Pagina 11 van 11