Brief aan de raad ‘Beantwoording moties juli 2025 over de Haven en Kade verordening'
Tekst van het document
Postadres Gemeente Nijmegen
Aan de gemeenteraad van Nijmegen
Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl
Datum Onderwerp
Contactgegevens nijmegen.nl/contact
3 maart 2026 Beantwoording moties juli 2025 over de Haven en Kade verordening
Ons kenmerk D260095734
Geachte leden van de raad,
Bijlage(n) Bijgevoegd: Ja
De gemeente werkt al enkele jaren aan nieuwe haven- en kadeverordening. Onze huidige haven- en kadeverordening voldoet niet meer aan Europese en Nationale wetgeving. De verordening heeft namelijk geen verdeelsystematiek voor onze schaarse ligplaatsen. De rechter heeft ons daarom opgedragen een verdeelsystematiek vast te stellen, waarin duidelijk wordt omschreven hoe ligplaatsen in Nijmegen eerlijk en transparant worden verdeeld. Deze verdeelsystematiek wordt opgenomen in een nieuwe haven- en kadeverordening. Een haven- en kadeverordening reguleert het gebruik van openbare havens en kades, waarin regels zijn opgenomen over de noodzaak en toewijzing van een ligplaatsvergunning, de vergunningsduur, de toegestane soort vaartuigen, de beeldkwaliteit van woonschepen en het gebruik van faciliteiten (water en stroom). Een Haven- en kadeverordening reguleert geen planologische situaties en ruimtelijke planvorming of een belangenafweging in het kader van die planvorming.
Op 2 juli 2025 heeft uw raad gesproken over de Haven- en kadeverordening. Naar aanleiding van deze bespreking heeft uw raad vijf moties vastgesteld. De afgelopen maanden heeft het college verkend welke mogelijkheden er zijn binnen onze eigen en landelijke (juridische) kaders. Hoewel de moties zien op verschillende onderwerpen, is de gemene deler dat de moties het college oproepen te onderzoeken hoe we de huidige gebruikers in de Lindenberghaven meer zekerheid en perspectief kunnen bieden. Dit wil uw raad doen door permanente bewoning te faciliteren voor gebruikers die nu ligplaatsen hebben ingenomen, die zijn bedoeld voor tijdelijk gebruik (voor historische schepen en/of bedrijfsvaartuigen), of schepen waarop wordt gewoond en gewerkt aan te wijzen als woonschip en dit via een wijziging van het omgevingsplan te borgen. Met daarbij het verzoek de Haven- en kadeverordening pas na deze wijziging van het omgevingsplan aan uw raad voor te leggen. Ook vroeg u het college met Rijkswaterstaat in gesprek te gaan over de vergunningplicht voor een omgevingsvergunning wateractiviteit (voorheen watervergunning).
Gemeente Nijmegen
Pagina 1 van 7
Het is van belang te benadrukken dat de ingediende moties gaan over een situatie die zich uitsluitend voordoet bij een beperkt aantal ligplaatsen in de Lindenberghaven. De vragen uit de moties hebben geen betrekking op de bestaande ligplaatsen in alle andere havens. De Lindenberghaven maakt deel uit van het stroomgebied van de Waal en valt onder het beheer en eigendom van Rijkswaterstaat. De gemeente pacht de haven van het Rijksvastgoedbedrijf. Algemene conclusies De afgelopen maanden heeft het college de door uw raad voorgestelde route uitvoerig verkend. Het college begrijpt de zorgen die ten grondslag liggen aan deze moties en de daarbij gestelde vragen. Het college draagt ondernemers en gebruikers van onze havens en kades een warm hart toe en begrijpt dat de maatregelen in een nieuwe Haven- en Kadeverordening impactvol zijn voor deze gebruikers. Het college constateert dat er binnen de geldende juridische en beleidsmatige kaders geen uitvoering kan worden gegeven aan de moties van uw raad. Op basis van onderstaande komt het college tot deze conclusie. 1.
Er moet een nieuwe Haven- en Kadeverordening komen na uitspraak van de Rechtbank De huidige verordening voldoet niet aan de eisen van rechtmatigheid en transparantie die voortvloeien uit zowel het gelijkheidsbeginsel én jurisprudentie over schaarse vergunningen. Zonder een geactualiseerde Haven- en kadeverordening met een verdeelsystematiek waarin objectieve en toetsbare (tender) criteria zijn opgenomen, kunnen ligplaatsvergunningen niet rechtmatig worden verleend. De rechter verplicht ons in de uitspraak van 2 februari 2024 snel tot een geldig juridisch kader te komen.
2.
Rijkswaterstaat gaat niet meewerken aan een wijziging van het omgevingsplan waarin nieuwe ligplaatsen worden toegevoegd Rijkswaterstaat gaat geen nieuwe permanente ligplaatsen toestaan in het stroomgebied van de Waal. Rijkswaterstaat zegt negatief te adviseren op het aanpassen van het omgevingsplan waarbij er nieuwe permanente ligplaatsen worden toegevoegd (zie brief van Rijkswaterstaat in bijlage 1).
3.
Bij het permanent innemen van een ligplaats is een omgevingsvergunning wateractiviteit verplicht en die wordt niet meer uitgegeven Zonder geldige omgevingsvergunning wateractiviteit (van Rijkswaterstaat) kan een schip geen permanente ligplaats innemen in de haven. Niet elk schip dat nu een permanente ligplaats inneemt in de Lindenberghaven heeft deze vergunning. Rijkswaterstaat verleent ook geen nieuwe vergunningen meer voor wateractiviteiten, en ziet geen dringende omstandigheden om af te wijken van dit beleid (zie bijlage 1).
4.
Iedereen zonder geldige ligplaatsvergunning moet deze op grond van de nieuwe Haven- en kadeverordening aanvragen Alle vaartuigen zonder ligplaatsvergunning moeten op grond van de nieuwe Haven en Kadeverordening een ligplaatsvergunning aanvragen. Het wijzigen van de functie verandert hier niks aan. Het college heeft geen juridische ruimte om bepaalde schepen
Gemeente Nijmegen
Pagina 2 van 7
vooraf te bevoordelen (zoals via planologische verruiming). Alle schepen zonder ligplaatsvergunning moeten een vergunningaanvraag indienen en ingeval er meerdere aanvragen voor één ligplaats worden ingediend, moeten deze schepen meedoen in de tenderprocedure. 5.
Het wijzigen van de functie brengt grote beperkingen met zich mee Het wijzigen van de bestemming is geen individuele maatwerkoplossing, maar een principiële keuze met structurele gevolgen voor het functioneren, de ruimte en het karakter van de haven. Wanneer bedrijfsmatige ligplaatsen worden omgezet in ligplaatsen voor wonen, waartoe wordt opgeroepen in de motie, kunnen we niet meer sturen op economische activiteiten in de haven. Daarnaast gelden voor wonen andere regels dan voor een bedrijfsvaartuig. Ligplaatsen voor wonen moeten bijvoorbeeld groter zijn, waardoor een groot deel van de tijdelijke ligplaatsen in de haven verdwijnt.
6.
Planologische verruiming en de vereiste rechtmatige uitgangssituatie Rijkswaterstaat heeft aangegeven negatief te adviseren op het wijzigen van het omgevingsplan; Een wijziging van het omgevingsplan moet voldoen aan de instructieregels van het Rijk en aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit betekent o.a. dat nieuwe woonfuncties geen onevenredige hinder mogen veroorzaken voor bestaande functies (zoals horeca, evenementen, recreatie) en moeten passen binnen de milieuruimte. Vanuit de fysieke ruimte van de haven moet onder meer rekening worden gehouden met minimale afstanden tussen woon- en horecaschepen (30 meter) en tussen vaste woonschepen onderling (5 meter), evenals met nautische veiligheid, manoeuvreerruimte, bereikbaarheid, ecologie en waterveiligheidsvereisten zoals getoetst door Rijkswaterstaat. Ook heeft het wijzigen van functie effect op mogelijkheden voor de bestaande horeca en evenementen. Een woonfunctie (als geluidsgevoelige functie) kan dus zeker hinder voor de bestaande functies en evenementen. Een omgevingsplan wijzigen, zonder onderliggend beleid, visie of ruimtelijke afweging, om een feitelijk illegale woonsituatie te legaliseren botst met zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van behoorlijk bestuur.
Daarnaast benadrukt het college dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft als openbaar bestuur. Het college ziet de volgende risico’s bij het niet vaststellen of verder uitstellen van een verdeelsystematiek en een nieuwe Haven- en kadeverordening; Schadeclaims wegens niet-rechtmatig of niet-tijdig handelen. Het niet tijdig vaststellen van een verdeelsystematiek n.a.v. de uitspraak Rechtbank valt hier ook onder; Handhaving of interventie door Rijkswaterstaat op illegale situaties, waaronder een last onder bestuursdwang of dwangsom; Handhavingsverzoeken van derden met betrekking tot illegale situaties, waar vanuit de gemeente binnen een wettelijke termijn een handhavingsbesluit op moet volgen.
Gemeente Nijmegen
Pagina 3 van 7
Daarnaast vindt het college het niet acceptabel dat er al zo lang onduidelijkheid en onzekerheid bestaat voor de scheepseigenaren. Deze situatie brengt risico's en onzekerheid met zich mee voor zowel scheepseigenaren die hun vergunningen op orde hebben als voor degenen die daar (nog) niet over beschikken. Door het ontbreken van een helder en actueel juridisch kader lopen scheepseigenaren de volgende risico's en onzekerheid op: Handhaving door Rijkswaterstaat wegens ontbreken van een waterwetvergunning (verleend op grond van de oude Waterwet) of een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van de Omgevingswet; Handhaving door de gemeente op verzoek van een derde wegens het ontbreken van een ligplaatsvergunning; Een derde partij die een handhavingsverzoek bij Rijkswaterstaat indient met dezelfde inhoud als hierboven omschreven; Verplichte verwijdering of verplaatsing van het schip (zonder voorafgaande waarschuwing); Het ontbreken van rechten op overdraagbaarheid van de ligplaats bij verkoop van het schip (in geval van bedrijfsvaartuigen is die mogelijkheid er met de huidige verordening niet); Geen direct recht/claim op een ligplaatsvergunning vanwege schaarste en het gelijkheidsbeginsel. Zolang de verordening niet is vastgesteld kan aan geen van de betrokken partijen rechts- of toekomstzekerheid worden geboden.
Het college concludeert op basis hiervan dat de oproepen van uw raad niet uitvoerbaar zijn. Daarom zal het college de huidige route blijven volgen. Om ruimte te bieden voor maatschappelijk, historisch of cultureel gebruik kijkt het college wel naar maatwerk binnen de tendercriteria, mits dit objectief en toetsbaar is. De tendercriteria kunnen bestaande illegale situaties niet legaliseren en (eigenaren van) schepen daarmee bevoordelen. Het college zal de haven- en kadeverordening inclusief tendercriteria in Q2 2026 aan uw raad voorleggen. Tot die tijd blijft de huidige haven- en kadeverordening van kracht, met de juridische beperkingen uit de uitspraak van de Rechtbank van 2 februari 2024 (zoals in de raadsinformatiebrief van 15 mei 2025 is toegelicht).
Conclusie per motie Hieronder geeft het college antwoord op de oproep(en) uit de moties. Motie: haven- en kadeverordening Samenvatting van de oproep uit de motie: De verzoeken vragen om duidelijke kaders voor ligplaatsvergunningen in de Haven- en kadeverordening. Ten eerste wordt gevraagd om criteria voor het toekennen of afwijken van een ligplaatsvergunning eerst ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Daarnaast wordt verzocht om de overdracht van een ligplaatsvergunning voor een bedrijfsvaartuig mogelijk te maken wanneer de eigenaar van dat vaartuig verandert. Het college voert deze motie uit. De tendercriteria voor schaarse ligplaatsvergunningen worden voorafgaand aan de besluitvorming in het college, aan de raad voorgelegd. Dit
Gemeente Nijmegen
Pagina 4 van 7
doet het college gelijktijdig met het voorleggen van de Haven- en Kadeverordening, die door uw raad moet worden vastgesteld. Daarnaast regelt de nieuwe Haven- en Kadeverordening de overdraagbaarheid van ligplaatsvergunningen voor bedrijfsvaartuigen, binnen de geldende juridische kaders. Motie: bied de kade een veilige haven Samenvatting van de oproep uit de motie: Na vaststelling van de Haven- en kadeverordening wordt verzocht in overleg te treden met Rijkswaterstaat om afwijking van de Beleidsregel Grote rivieren 2025 te bepleiten, ter versterking van de rechtszekerheid. Daarnaast wordt gevraagd bewoners en ondernemers ambtelijk te ondersteunen bij aanvraag- en bezwaarprocedures door het verstrekken van relevante informatie en onderbouwing. Rijkswaterstaat is het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning wateractiviteit. Deze vergunning is noodzakelijk om rechtmatig een ligplaats in te nemen in (een haven die deel uitmaakt van) het stroomgebied van de Waal. De verantwoordelijkheid voor het hebben van een omgevingsvergunning wateractiviteit ligt bij de scheepseigenaren zelf. Rijkswaterstaat geeft aan niet te kunnen afwijken van de Beleidsregel Grote Rivieren en verleent geen nieuwe vergunningen voor woonschepen. Ook volgen ze voor omgevingsvergunningen voor woonschepen een uitsterfbeleid (zie bijlage 1). De gemeente kan hierin geen adviserende of ondersteunende rol vervullen.
Motie: maak bewoning mogelijk op kades met feitelijk gemengd gebruik Samenvatting van de oproep uit de motie: De verzoeken vragen om een brede verkenning van planologische aanpassingen van het bestaand gebruik (bedrijfsfunctie) een gemengde functies (woon-bedrijf) mogelijk te maken. Deze verkenning te onderzoeken of andere planologische versnellingsopties mogelijk zijn (bv. door gebruik te maken van een BOPA). Ervaringen van andere gemeenten benutten. En bij bestaande situaties maatwerk toepassen voor de tendercriteria binnen de objectieve juridische kaders. Rijkswaterstaat beschouwt wonen in de haven op grond van de Beleidsregel Grote Rivieren als een niet-wenselijke activiteit en hanteert daarom een uitsterfbeleid voor woonschepen. Daarnaast leidt structurele omzetting naar wonen tot aantasting van het economische profiel en de beschikbare fysieke ruimte van de haven. Een planwijziging moet onder andere voldoen aan de instructieregels van het Rijk, en aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dat betekent dat nieuwe woonfuncties geen onevenredige hinder mogen veroorzaken voor bestaande functies (zoals horeca, evenementen en recreatie) en moeten passen binnen de milieuruimte (zie bijlage 1).
Vanuit de fysieke ruimte van de haven moet onder meer rekening worden gehouden met minimale afstanden tussen woon- en horecaschepen (30 meter) en tussen vaste woonschepen onderling (5 meter), evenals met nautische veiligheid, manoeuvreerruimte, bereikbaarheid, ecologie en waterveiligheidsvereisten zoals getoetst door Rijkswaterstaat. Het opnemen van een woon- of gemengd gebruik in het omgevingsplan leidt er daardoor toe dat binnen de huidige havenruimte minder schepen kunnen worden ingepast dan in de bestaande situatie. Ook heeft het wijzigen van functie wonen (geluidsgevoelige functie) effect op mogelijkheden voor de bestaande horeca en evenementen.
Gemeente Nijmegen
Pagina 5 van 7
Het toevoegen van een bedrijfswoning in functionele relatie tot een (horeca)bedrijf is van een andere orde. Ervaringen uit andere gemeenten zijn er niet of nauwelijks. Verschillende gemeenten in de Groene Metropoolregio (GMR) hanteren (nog) geen verdeelsystematiek, wat in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en de jurisprudentie over schaarse vergunningen. Daarnaast is iedere situatie uniek en daarmee beperkt vergelijkbaar vanwege verschillen in eigendomssituatie, ligging binnen het rivierbed en de beschikbare beleids- en milieuruimte. Als laatste is maatwerk binnen tendercriteria alleen mogelijk indien de criteria objectief en toetsbaar zijn. Daarnaast moet een aanvraag passend zijn binnen het omgevingsplan; planologische wijzigingen kunnen niet worden gebruikt om bestaande illegale situaties te legaliseren of te bevoordelen. Het toekennen van de functie wonen geeft geen recht op een ligplaatsvergunning of omgevingsvergunning wateractiviteit. Kortom, een omzetting naar woon-werk in de Lindenberghaven onder de huidige omstandigheden (niet vastgestelde Haven en Kadeverordening) is juridisch kwetsbaar en naar verwachting moeilijk uitvoerbaar. Gelet op de weigering van Rijkswaterstaat, de aanwezigheid van evenementen en de vereisten van ETFAL en rijksinstructieregels, is het risico op vernietiging of uitvoeringsproblemen voor de functiewijziging aanzienlijk.
Motie: veranker gemengd gebruik met wonen als basis Samenvatting van de oproep uit de motie: De verzoeken beogen dat bij gemengde functies wonen en werken de woonfunctie een zwaarwegend criterium wordt bij het verlenen van ligplaatsvergunningen, mits aantoonbaar op het schip wordt gewoond. Daarnaast wordt gevraagd gemengde functies in aanmerking te laten komen voor vergunningen voor onbepaalde tijd en, waar nodig, het omgevingsplan aan te passen om deze beleidslijn mogelijk te maken. De Haven- en Kadeverordening reguleert geen planologische situaties en kan geen zwaarwegend criterium opnemen op basis van een functie. Een ligplaatsvergunning wordt alleen verleend als wordt voldaan aan het geldende omgevingsplan, maar dit is geen zelfstandig doorslaggevend criterium, omdat een aanvraag aan meerdere gronden wordt getoetst. Motie: wat de stad waardevol maakt, moet blijven liggen Samenvatting van de oproep uit de motie: De verzoekers vragen om onderzoek naar juridische bescherming van bestaande schepen met maatschappelijke, culturele, historische of economische functies, al dan niet in combinatie met wonen, binnen de Haven- en Kadeverordening, BOPA of het Omgevingsplan.
Daarbij moeten objectieve criteria en instrumenten worden ontwikkeld om verdringing te voorkomen, de uitkomsten te verwerken in het beleid en bij bestaande situaties maatwerk toe te passen op basis van langdurig gebruik, eerdere instemming en de maatschappelijke waarde. Binnen de Haven- en Kadeverordening kan de gemeente via objectieve en toetsbare tendercriteria, indien mogelijk, ruimte bieden aan schepen met een maatschappelijke,
Gemeente Nijmegen
Pagina 6 van 7
culturele, historische of economische functie, met het oog op een transparante verdeling van schaarse ligplaatsen. Maatwerk is daarom uitsluitend mogelijk binnen objectieve, toetsbare criteria en juridische kaders. Communicatie en vervolg Het college blijft vasthouden aan de huidige route: de Haven- en kadeverordening inclusief tendercriteria wordt voorbereid en in Q2 2026 aan uw raad voorgelegd. Tot die tijd blijft de bestaande Haven- en kadeverordening van kracht, binnen de juridische beperkingen van de uitspraak van februari 2024. De belanghebbenden in de havens die bij de gemeente in beeld zijn worden met een aparte brief op de hoogte gebracht. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
A.P.W. van de Klift gemeentesecretaris
H.M.F. Bruls burgemeester
Gemeente Nijmegen
Pagina 7 van 7