BP Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Tekst van het document
Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58) bestemmingsplan
2
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 10
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving Stedenbouwkundige situatie
11 11
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid Conclusie
13 13 13 15 18
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17
Sectorale aspecten Inleiding Vormvrije M.E.R.-beoordeling Wonen Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Natuur - onderdeel Natura 2000 (Stikstof) Externe veiligheid Ruimtelijke veiligheid Bodem Water Flora en Fauna Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Ontplofbare Oorlogsresten Duurzaamheid en Klimaat
19 19 19 19 20 21 23 25 25 25 26 26 29 38 45 46 46 46
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Inleiding Systematiek van de planregels
51 51 51
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
53
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Overleg
55 55 55
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2 Quickscan Flora Fauna Bijlage 3 Advies Veiligheidsregio
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
57 58 59 60
3
Regels
61
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
63 63 77
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie 3
81 81 83 85
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
89 89 90 91 92 93
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
95 95 97
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Beleidsregels Parkeren
4
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
99 100
Toelichting
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
5
6
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Met het plan wordt beoogd om op het perceel Oscar Carréstraat 58 een woning te realiseren. Hiervoor moet het geldende bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens worden aangepast.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de OscarCarréstraat 58 te Nijmegen. Het plangebied bevindt zich aan de rand van de wijk Hees in het gebied dat 'Park West' wordt genoemd. Dit gebied is grofweg gelegen tussen de Weurtseweg en de Wolfskuilseweg en wordt versterkt door de afronding van het groen rondom Hees. Het park vormt een groene buffer tussen bedrijvigheid en wonen. Het park heeft een langgerekte vorm en voorziet in verschillende functies zoals recreatie, sportvelden, en volkstuintjes. Door het park ligt onder meer de Bredeweg, een oud lint met woonbebouwing. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Neerbosch, sectie H, nummer 5439. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 830 m². Op onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens. Dit bestemmingsplan is door de raad op 26 juni 2013 vastgesteld; het plan is op 17 december 2014 onherroepelijk geworden. De beoogde ontwikkeling past qua bouwvlak en hoogte niet in het vigerend bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Onderhavige bestemmingsplanherziening vormt vanwege deze strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan het juridisch en planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
Uitsnede: vigerend bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens met in rood de grenzen van onderhavig plan.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
9
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht.
Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
10
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Stedenbouwkundige situatie
Het plangebied bevindt zich aan de rand van de wijk Hees in het gebied dat 'Park West' wordt genoemd. Dit gebied is grofweg gelegen tussen de Weurtseweg en de Wolfskuilseweg en wordt versterkt door de afronding van het groen rondom Hees. Het park vormt een groene buffer tussen bedrijvigheid en wonen. Het park heeft een langgerekte vorm en voorziet in verschillende functies zoals recreatie, sportvelden, en volkstuintjes. Door het park ligt onder meer de Bredeweg, een oud lint met woonbebouwing. Omstreeks 2011 is het gebied dat is ingekapseld tussen de Oscar Carréstraat, Wolfkuilseweg en Bredestraat herontwikkeld, waarbij buurtmoestuinen zijn aangelegd als aansluiting op de 'Park West visie'. Dit gebied is gelegen aan de achterzijde van de planlocatie. In het jaar 2014 is het bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens vastgesteld waarbij op de betreffende locatie reeds een woonbestemming met bouwvlak is vastgelegd. Onderliggende reden hiervoor was onder meer grondruil en/of aankoop om de ontwikkeling met de buurtmoestuinen en de toegankelijkheid hiervan mogelijk te maken. Het huidige bestemmingsplan voorziet in het toestaan van een woning met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 9 meter. Er is reeds een bouwvlak aanwezig gelegen aan de achterzijde van het perceel. In de huidige situatie bevindt zich hier een bijgebouw dat van oudsher behoort bij de naastgelegen woning.
Echter de situering van het bouwvlak dat destijds bij de totstandkoming van het vigerende bestemmingsplan is opgenomen, is voor het bouwen van een woning op deze locatie onwenselijk. Om te zorgen voor een goede ruimtelijke ordening met een woning passend in het lint kan worden tegemoetgekomen aan de wens van de aanvrager om de woning verder naar voren te situeren. Daarnaast is de aanvrager voornemens een duurzame woning toe te voegen die voldoet aan de duurzaamheidseisen anno 2022. Dit betekent eveneens dat de maatvoering zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan voor een goed isolatiepakket ontoereikend is voor wat betreft de bouwhoogte. De nieuwe bouwhoogte zal daarom 10,50 meter bedragen. De goothoogte blijft 6,00 meter. Om te komen tot deze bouwhoogte is een korte analyse gemaakt van de diverse goot- en bouwhoogten van de woningen in de directe omgeving van het perceel. Het vigerende bestemmingsplan laat voor wat betreft de belendende bebouwing zoals Oscar Carréstraat nummer 60 een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6,00 en 10,00 meter toe. Op nummer 56 is dit respectievelijk 7,00 en 9,00 meter. Aan de overzijde van het perceel, gelegen in het bestemmingsplan Nijmegen Oud-West 2015 zijn de goot- en bouwhoogte slechts 5,00 meter en 8,00 meter.
In het verlengde van de Geulstraat in de richting van de moestuinen en de Wolfkuilseweg bevindt zich nieuwbouw (bouwjaar 2016) met goot- en bouwhoogte 6,00 en 9,00 meter. Enkel de bebouwing aan de Schependomlaan en op de hoek Oscar CarréstraatSchependomlaan hebben een afwijkende goot- en bouwhoogte namelijk op de hoeksituatie 9,00 meter en 12,00 meter en 8,00 en 12,00 meter aan de Schependomlaan. De woning op de hoeksituatie zorgt voor een hoogteaccent ter hoogte van het Distelpark en kan om deze reden niet als referentie dienen. Hetzelfde geldt voor de woning georiënteerd op het Distelpark. Er dient te worden aangesloten bij de woningen in de directe omgeving. Om deze reden is ervoor gekozen de bouwhoogte te beperken op 10,50 meter. Deze maat geeft voldoende mogelijkheden om te voldoen aan de huidige norm en sluit tegelijkertijd goed aan bij de belendende bebouwing.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
11
Voor wat betreft de positie van het nieuwe bouwvlak is het uitgangspunt om aan te sluiten bij de rooilijn van de naastgelegen bebouwing. De lintbebouwing heeft een verspringende rooilijn maar geeft eveneens voldoende ruimte aan de voorzijde om doorzichten op het groen en de openheid te behouden. Met name de afbuiging van de Oscar Carréstraat is een reden om de woning niet verder naar voren te positioneren dan de reeds bestaande bebouwing op nummer 60. Daarnaast mag het bouwvlak niet over de volledige breedte van het perceel worden gesitueerd. Er dient voldoende ruimte te zijn rondom de woning met doorzichten naar de achterzijde van het perceel. Dit is passend in het bestaande lint. Om deze reden zal tussen de zijdelingse perceelsgrens aan de linkerzijde een afstand worden behouden van minimaal 3,00 meter en aan de rechterzijde van minimaal 4,60 meter. Het bouwvlak an sich heeft een breedte van 12,00 meter en een lengte van 14,00 meter. Hierdoor blijft voldoende openheid aan weerszijden behouden en ontstaat een voldoende grootte achtertuin. Om te voorkomen dat door de brede beukmaat van de bebouwing het historisch bebouwingslint steeds dichter bebouwd wordt met minder openheid tussen de nieuwbouw dient voldoende ruimte te worden behouden aan weerszijden. Daarnaast zijn bijgebouwen veelal losstaand en dus niet geïntegreerd in het hoofdgebouw.
Het ontwerp van de woning en de positie voldoen aan de uitgangspunten.
12
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Relevant rijksbeleid
Besluit ruimtelijke ordening Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Daartoe is een artikellid ingevoegd op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen dienen te motiveren. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren).
De derde trede van de eerdere Ladder onderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt. Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro van toepassing is. Aangezien onderhavig bestemmingsplan slechts ziet op het realiseren van een woning is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op onderhavig ontwikkeling. Bovendien vindt de ontwikkeling plaats in bestaand stedelijk gebied. Benutting van beschikbare gronden Er is hier sprake van herontwikkeling van binnenstedelijk gebied. Het plan voorziet hiermee in een goede benutting van het bestaande stedelijke gebied.
3.2
Relevant provinciaal beleid
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland (januari 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Hoe draagt de provincie bij aan een toekomstbestendig Gelderland. De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
13
1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Afhankelijk van het accent van de ambitie, zijn ze opgenomen onder het deel 'Divers', 'Dynamisch' of 'Mooi' Gelderland: 1. Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Zo heeft het Rivierenland andere regionale economische en culturele motoren dan de Stedendriehoek; 2. Dynamisch Gelderland betreft de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit; 3. Mooi Gelderland betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Denk aan cultuurhistorie, natuur, water, ondergrond. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven.
De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' Uitnodigingsplanologie is sturen op doelen en kwaliteit, niet op de exacte middelen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: - past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: - hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze rijksladder is van provinciaal belang.
Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
14
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Omgevingsverordening Gelderland De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018). De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening.
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisie voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel. De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen
Uitgangspunt: Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Opgaven en ruimtelijke keuzes 4 opgaven en 8 richtinggevende keuzes staat centraal in de Omgevingsvisie (zie figuren). Nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen altijd bij te dragen aan de 4 grote opgaven uit de Omgevingsvisie, en bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
15
4 opgaven De Economisch veerkrachtige stad, Sociale en gezonde stad, Aantrekkelijke stad, en Duurzame stad zijn de vier opgaven die de basis vormen van het bestuursakkoord (2018-2022) en de Omgevingsvisie. Van hieruit wordt de ontwikkeling van de stad bekeken en worden onze ambities geformuleerd. 1.
Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden.
2.
Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen.
3.
Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.
4.
Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.
8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1. Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op
16
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemening. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging. In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid. 2. Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop.
In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren. 3. Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau. 4. Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken.
Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad. 5. Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie. 6. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier, en Burchtstraat/Augustijnenstraat.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
17
7. Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen. 8. We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, NeerboschOost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.
3.4
Conclusie
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past binnen het/de hierboven genoemde beleid/wetgeving.
18
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de op het plan betrekking hebbend sectoraal beleid behandeld.
4.2
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De realisatie van een woning is opgenomen in de eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het betreft een stedelijk ontwikkelingsproject bij een drempelwaarde van 2000 woningen. Dat is hier niet het geval. Dit neemt niet weg dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor alle milieuaspecten geldt dat er geen significant negatief effect optreedt.
4.3
Wonen
Woonbehoefteonderzoek 2019 Mede op basis van het driejaarlijks Woononderzoek Nederland (WoON2018) is de woningbehoefte in Nijmegen in beeld gebracht. Nijmegen kent een relatief groot woningtekort. Voor Nijmegen ligt dit op 7%, terwijl een tekort van circa 2% als acceptabel wordt gezien voor een goed functionerende woningmarkt. Er ligt een opgave om de zelfstandige woningvoorraad tot en met 2030 met ruim 10.000 woningen uit te breiden. Na 2030 neemt de vraag naar zelfstandige woningen iets af (als gevolg van de vergrijzing), maar blijft er een opgave om de voorraad uit te breiden. Kwalitatief ligt de behoefte op het uitbreiden van de sociale woningvoorraad; met name behoefte aan appartementen. In de vrije sector huur richt de vraag zich ook met name op appartementen. In de koopsector is er vraag naar alle segmenten, grondgebonden woningen en appartementen, goedkoop, middelduur en duur. In de woonmilieus met veel functiemenging richt de kwalitatieve woningbehoefte zich sterk op appartementen (met name sociale huur en vrije sector huur). In de andere woonmilieus gaat de voorkeur naar grondgebonden koopwoningen.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
19
Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025 In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. Op basis van de uitvoeringsagenda zetten we in op alle doelgroepen. We zetten ons daarbij extra in voor doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Daarnaast zetten we gericht in op ouderen en mensen met een hulpvraag. We maken ruimte om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. We voegen minimaal 10.000 woningen toe tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie verleggen we de focus naar de bestaande stad. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het Maas-Waalkanaal, campus Heyendaal en rondom de ov-knooppunten. Planningskader wonen met zorg voor ouderen 2017 Met het planningskader wonen met zorg voor ouderen hebben we de behoefte voor sociale huur als het gaat om toekomstige huisvesting van ouderen en mensen met een beperking in kaart gebracht.
Uitgangspunt van het planningskader is maximaal inzetten op het bouwen van levensloopgeschikte woonruimten. Conclusie Het plan betreft het verschuiven van het bestaande bouwvlak met woonbestemming en het aanpassen van de bouwhoogte. Zo ontstaat stedenbouwkundig gezien een optimalere situatie. Hiermee wordt feitelijk geen extra mogelijkheid om een woning toe te voegen toegevoegd. In de huidige situatie bevindt zich op het huidige bouwvlak een bijgebouw dat van oudsher behoort bij de naastgelegen woning. In de stedenbouwkundige bijdrage is al opgenomen dat de aanvrager voornemens is om een duurzame woning toe te voegen. Vanuit het woonbeleid zijn er geen bezwaren tegen deze verschuiving van het bestaande bouwvlak aan de Oscar Carréstraat 58.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
In deze verantwoording zal de toelaatbaarheid van bedrijven en bedrijfsactiviteiten worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof, gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009). Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. In dit bestemmingsplan wordt de bouwhoogte aangepast op een locatie waar al een woning mogelijk is. Daarnaast wordt het bouwvlak een klein stukje uitgebreid richting de Oscar Carréstraat. Het plangebied wordt omringt door overige woonbestemmingen en groenbestemmingen. De bedrijvigheid die er in de verre omgeving is wordt dan ook niet beperkt in hun bedrijfsvoering door dit plan. Daarnaast is de bestaande bedrijvigheid van enige omgang op dusdanig grote afstand gelegen (Kanaalhavens ongeveer op 650 meter) dat ook daar geen hinder van te verwachten is binnen het plangebied. Conclusie Vanuit milieuzonering is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
20
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
4.5
Geluid
Geluid en bestemmingen Daar waar gewerkt, geleefd en gerecreëerd wordt ontstaat geluid. Te veel geluid is nadelig voor de leefkwaliteit. Bij geluid hebben we te maken met bronnen en “mogelijke gehinderden”. De plekken waar we volgens de wet die ”mogelijke gehinderden” kunnen vinden, worden aangeduid met de term “geluidsgevoelige objecten”. Geluidsgevoelige objecten zijn bijvoorbeeld woningen, zorgfuncties en onderwijs. De uitputtende lijst vindt u in het besluit Geluidhinder art 1 en in het activiteitenbesluit art 1. Bijna elke nieuwe ontwikkeling leidt ertoe dat er gevoelige objecten in de buurt van bronnen komen. Dit kan doordat:
Nieuwe geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd in de buurt van bestaande bronnen Nieuwe bronnen in een gebied komen met bestaande of geprojecteerde geluidsgevoelige objecten Een combinatie van beide.
Wettelijk kader Voor dit gebied vinden wij wettelijke houvast in de Wet Geluidhinder (Wgh) en het Activiteitenbesluit. De Wgh geeft richtlijnen over hoe om te gaan met het geluid van wegen met een richtsnelheid van 50 km/u en hoger, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen. Het activiteitenbesluit biedt normen voor inrichtingen. Inrichtingen zijn beroepsmatige activiteiten of activiteiten met een gelijkwaardige omvang. Het activiteitenbesluit biedt daarmee houvast voor de beoordeling van het geluid van afzonderlijke bedrijven, maar ook van scholen, utiliteitsbouw, etc. U vindt hierbij houvast in de richtafstanden van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Geluid bij afzonderlijke inrichtingen komt aan bod bij de milieuzonering. Wgh De Wgh werkt met zones. Dit zijn gebieden waar mogelijke hinder van een bron wordt verwacht. In die gebieden moet onderzocht worden of de geluidsbelasting op nieuwe woningen voldoet aan de richtlijnen voor een goed leefklimaat. De richtlijn voor een goed leefklimaat heet de standaardgrenswaarde. Zones (Wgh) Een zone is het akoestische aandachtsgebied rond een (spoor)weg of industrieterrein. Bij wegen strekt de zone strekt zich uit vanaf de as van de weg tot de hieronder vermelde breedte aan weerszijden van de weg. De ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone.
Een auto(snel)weg is altijd buitenstedelijk ongeacht of een locatie in de zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt.
Tabel 1: De zonebreedte voor wegverkeer conform de WGH art 74: Aantal rijstroken
Breedte geluidzone in meters
1 of 2 3 of 4 5 of meer
Binnenstedelijk gebied 200 350 350
Buitenstedelijk gebied 250 400 600
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
21
Het plan ligt binnen de geluidszone van de Wolfskuilseweg. Voor spoorwegen aangegeven op de geluidsplafondkaart wordt in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bg) de omvang van deze zone geregeld. Deze is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (GPP). De maximale toekenbare zonebreedte in dit besluit bedraagt 1200 meter. Er liggen baanvakken binnen deze afstand. Hier bedraagt de maximale zonebreedte echter 300 meter. Het gebied ligt dus niet binnen de zone van gezoneerde spoorwegen. De grens van de geluidszone voor industrieterreinen wordt in het bestemmingsplan vastgelegd. Het industrieterrein zelf vormt geen onderdeel van de zone. Dit gebied ligt niet binnen de geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Akoestische verkenning Het plan maakt de bouw van een woning mogelijk en ligt binnen de zone van de Wolfskuilseweg. In dit geval gelden daarom de volgende normen: Geluidsgevoelige objecten Wonen Categorie woningen Woning
Voorkeursgrenswaarde 48 dB Maximale ontheffingswaarde In stedelijk gebied 63 dB
De toetswaarde volgt uit de berekende geluidsbelasting minus een aftrek die anticipeert op stillere voertuigen. Binnen de bebouwde kom voor wegen met een doelsnelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5dB. De toetswaarde in het prognosejaar dient beneden de maximale ontheffingswaarde te liggen. Ligt de rekenwaarde tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde, dan kan er onder voorwaarde een Hogere Waardebesluit worden afgegeven. Als op basis van een zeer afgeschermde ligging of grote afstand tot een (relatief rustige) weg het zeer onaannemelijk is dat de geluidsbelasting te hoog is, hoeft er geen akoestisch onderzoek plaats te vinden. Is er twijfel of er voldaan kan worden, dan kan er een verkenning worden gestart waarbij met enkele toetspunten wordt bekeken of de standaardgrenswaarde wordt overschreden. In dit plan kiezen wij voor deze stap. Voor de toekomstige situatie is een prognose gemaakt van de verkeersintensiteiten en de verdeling in drie voertuigcategorieën (lichte –, middelzware – en zware motorvoertuigen). Deze prognose is gemaakt door Goudappel Coffeng. Het basisjaar van het verkeersmodel is 2020 preCorona. Voor de gehele Stadsregio heeft een kalibratie op telpunten plaatsgevonden, waarbij gebruik is gemaakt van gegevens uit de regionale telprogramma's en uit tellingen die enkele gemeenten zelf hebben aangedragen. Het prognosejaar is 2032H.
De standaard rekenmethode II is toegepast bij alle waarneempunten. Er is gewerkt met Geo-Milieu versie 2022.1.
22
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Conclusie De hoogst berekende waarde bedraagt 45 db(A) na aftrek van artikel 110 Wgh. Er hoeft geen Hogere Waardeprocedure gestart te worden.
4.6
Luchtkwaliteit
Toetsing aan regelgeving Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitsonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst. Tabel: luchtkwaliteit Jaargemiddelde grenswaarde NO2
norm 40 ìg/m3
ingangsdatum 1 januari 2015
Jaargemiddelde grenswaarde PM10
40 ìg/m3
1 juni 2011
Daggemiddelde grenswaarde PM10
max. 35 dagen/jaar > 50 ìg/m3
1 juni 2011
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: - de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
23
maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; - de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; - bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; - De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; - er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde.
De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m 3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van een woning. De verkeersaantrekkende werking van het nieuwe plan veroorzaakt ten opzichte van de bestaande situatie geen toename. Hierdoor zal geen verslechtering van meer dan 3% ontstaan. Het plan is daarmee NIBM. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)"in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken.
Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Woningen zijn geen gevoelige bestemmingen. Ter plaatse van het plan worden de grenswaarden niet overschreden. De nieuwe richtwaarden van de WHO die eind december zijn aangekondigd worden nog wel overschreden. De gemeente heeft zich daarom gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord. Luchtkwaliteit is daarom geen beperking voor het plan.
24
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
4.7
Natuur - onderdeel Natura 2000 (Stikstof)
Gelet op de omvang van de ontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied Rijntakken zal de stikstofdepositietoename niet groter zijn dan 0,00 mol N/ha/jaar. Significant negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Stikstof is geen knelpunt. Stikstof is geen knelpunt Uit de stikstofstukken volgt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.
4.8
Externe veiligheid
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en door risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden binnen het invloedsgebied. In de omgeving liggen geen bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken en een invloedsgebied over het plangebied hebben liggen. De Waal, het Maas-Waalkanaal en het spoor liggen op meer dan 1 kilometer afstand van het plangebied. Incidenten met het vervoer van giftige stoffen over deze transportassen kunnen in een zeer onwaarschijnlijk geval tot in het plangebied invloed hebben. In de beleidsvisie externe veiligheid (Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen, 2014) is hiervoor een standaard verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Conclusie Op grond van externe veiligheid is er geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.9
Ruimtelijke veiligheid
Het plan Het plan omvat de realisatie van een vrijstaande woning met een nokhoogte die groter is dan toegestaan. Beoordeling Voor de beoordeling van het plan hebben we gekeken naar de aspecten externe veiligheid, bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en bluswaterwinning. Hiervoor hebben we een quick scan uitgevoerd. Externe Veiligheid: De locatie ligt op grotere afstand van de EV-risicobronnen. Bereikbaarheid voor Hulpverleningsdiensten: De woning is direct vanaf de openbare weg te benaderen voor hulpverleningsdiensten en voldoet hiermee aan het Bouwbesluit 2012 artikelen 6.37 / 6.38. Bluswatervoorziening: Aan de andere zijde van de weg ligt een ondergrondse brandkraan. De locatie voldoet aan de maximale afstandseis gesteld in het Bouwbesluit 2012 artikel 6.30. Conclusie Op basis van de aangeleverde documenten voor het bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens Oscar Carrestraat 58 te Nijmegen zijn er geen afwijkingen geconstateerd.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
25
4.10 Bodem De locatie is onderzocht door adviesbureau Tauw. Verkennend bodemonderzoek Oscar Carrestraat 58, 27 juni 2022, kenmerk 1286988 Uit het bodemonderzoek komt het volgende naar voren: - In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn de gehalten van lood en kwik tot boven de achtergrondwaarde gemeten; - In de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) zijn geen van de onderzochte parameters gemeten in gehalten boven de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens; - Het grondwater is schoon; - Er is geen asbest verdacht materiaal waargenomen. Conclusie Op basis van het voornoemde verwachten we bij het realiseren van de gewijzigde bestemming geen onoverkomelijke maatschappelijke en financiële belemmeringen ten gevolge van een bodemverontreiniging.
4.11 Water De watertoets Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Algemeen Het plan behelst de bouw van een woning op kadastraal perceel Neerbosch H 5439. Dit perceel heeft een oppervlakte van 830 m2. In de huidige situatie is bebouwing aanwezig op het perceel, in de nieuwe situatie ligt de bebouwing centraler op het perceel. Het plangebied ligt in de wijk Hees en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 20222027 Versterken Verbinden Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen.
Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door:
26
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
- maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur; - een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/.
De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Riolering/ hemelwater De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Oscar Carréstraat. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
27
Het afvalwater van de woningen moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden. Hiertoe dient contact opgenomen te worden met Kwaliteitsbeheer Riolering. Indien wel nieuwe aansluitingen nodig zijn, moet voor het maken van die aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering (zie www.nijmegen.nl > Diensten > Bouwen en wonen > Rioolaansluiting aanvragen). Op grond van de 'Verordening éénmalig rioolaansluitrecht' worden de kosten voor het maken van deze aansluiting op de aanvrager verhaald. Indien voor de afvoer van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden, zijn geen kosten verschuldigd. Afvalwater en hemelwater moeten gescheiden ingezameld en afgevoerd worden. Het verdient aanbeveling afvalwater en hemelwater per woning of bedrijf via eigen aansluitingen op de riolering af te voeren. Het verdient tevens aanbeveling goede afspraken te maken over de afvoer van afvalwater en hemelwater over de percelen van derden als die situatie zich voordoet en die afspraken goed vast te leggen. Voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden.
Inpandige controleputten zijn toegestaan. Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord.
28
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn: - het type infiltratievoorziening/filtervoorziening - dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) - de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied - de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is) Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig.
4.12 Flora en Fauna Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (WNB) vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden), als houtopstanden. De WNB is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld.
Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden. Houd ook rekening met de stikstofdepositie. In de paragraaf luchtkwaliteit wordt hier in detail op in gegaan. Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten.
bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 9 (Oscar Carréstraat 58)
29
Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden.
Op 18-05-2022 heeft Bureau BNL advies een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op Oscar Carréstraat 58 (notitie met kenmerk 22106.QFF). Conclusies en aanbevelingen Soorten Vogelrichtlijn Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de huismus, gierzwaluw, steen- en kerkuil. Nader onderzoek naar deze soorten wordt niet nodig geacht. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden, wordt niet nodig geacht door het ontbreken van verblijfplaatsen/ nesten in de direct omgeving. Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in nestkasten en beplantingen. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen (verwijderen van dakpannen) is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Men dient voorafgaand aan de werkzaamheden t.a.t. een controle naar aanwezige nesten uit te voeren en wanneer nesten aangetroffen worden dient een ecoloog ingeschakeld te worden.