BOPA Van Peltlaan 195 - Oude Molenweg 80-82 Nijmegen 2025-11-26 (incl. bijlagen)
Tekst van het document
Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Beoordeling vindt plaats middels een stikstofdepositieberekening op basis van AERIUS-rekentool. Stikstof Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalendatum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde. De beoordeling vindt plaats middels de AERIUS-rekentool. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk.
Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • Er soorten aanwezig zijn; en • Welke soorten dat zijn. 5.6.2 Onderzoek Gebiedsbescherming Onderhavig plangebied is gelegen aan de Van Peltlaan 195 en Oude Molenweg 80-82 te Nijmegen. Het plangebied bevindt zich niet in of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de ‘Rijntakken’ gelegen op een afstand van circa 3,8 km van het plangebied. Een stikstofberekening middels de AERIUS-rekentool dient de externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden aan te tonen.
|28 Stikstof In de Omgevingswet is vastgelegd dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Projecten waarvan (met behulp van deze rekenmethode) kan worden aangetoond dat de projecten de natuur niet raken, komen in aanmerking voor een vergunning. De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand van de Natura 2000-gebieden en de beperkte ruimtelijke impact van onderhavig planvoornemen is geen externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden ten gevolge van het planvoornemen. De minimale verkeersgeneratie van aannemers in de aanlegfase en het bestemmingsverkeer in de gebruiksfase leiden niet tot een te hoge waarde. Het uitvoeren van een AERIUSstikstofberekening wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Uitsnede Natuurnetwerk Nederland (plangebied met gele ster aangeduid)
In de bovenstaande afbeelding is een uitsnede van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven. Aan de zuidzijde van het plangebied, op een afstand van circa 470 meter, is een natuurnetwerk gelegen. Gezien de afstand tot het natuurnetwerk en de kleinschaligheid van het planvoornemen, vormt de realisatie van twee appartementen geen belemmering voor het nabijgelegen Natuurnetwerk Nederland.
|29
Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling betreft de verbouwing van de voormalige scooterzaak met appartement naar in totaal drie appartementen. De ontwikkeling vindt inpandig plaats waardoor er geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden die beschermde plant- of diersoorten aantast. Het uitvoeren van een ecologische quickscan wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 5.6.3 Conclusie Vanuit het aspect natuur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.7
Omgevingsveiligheid
5.7.1 Wettelijk kader Artikel 5.2 Bkl geeft aan dat in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden dient te worden met: het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. 5.7.2
Onderzoek
Uitsnede Atlas voor de Leefomgeving (plangebied met gele ster aangeduid)
Inrichtingen Binnen het plangebied zijn geen risicovolle bedrijven en/of opslagvoorzieningen gelegen. In de nabijheid van het plangebied, op een afstand van 250 meter ten oosten van het plangebied, is de Radboud Universiteit gelegen. Het terrein van de universiteit is aangemerkt als risicovolle inrichting door het gebruik en de opslag van oxiderend verstikkend gas. Gezien de ligging van het plangebied buiten het aandachtsgebied van de Radboud vormt de universiteit geen belemmering voor het planvoornemen.
|30
Transport over wegen In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen autowegen gelegen, die in het kader van de Omgevingsveiligheid, een beperking vormen voor het planvoornemen. Transport over water In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen gelegen, die in het kader van de Omgevingsveiligheid, een beperking vormen voor het planvoornemen. Transport over spoor In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen gelegen die, in het kader van de Omgevingsveiligheid, een beperking vormen voor het planvoornemen. Transport over buisleiding In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen die, in het kader van de Omgevingsveiligheid, een beperking vormen voor het planvoornemen. 5.7.3 Conclusie Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.8
Water
5.8.1 Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeenten, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishoudingen -voorzieningen. Ten behoeve van het planvoornemen is de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale watertoets wordt geconcludeerd dat voor het planvoornemen geen waterschapsbelangen worden geschaad. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Waterschap Rivierenland heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan Waterschap Rivierenland. Het resultaat van de digitale watertoets is opgenomen in de bijlage van voorliggende motivering. 5.8.2 Onderzoek Watersysteem Binnen het plangebied en in de nabijheid van het plangebied zijn geen primaire, secundaire of tertiaire watergangen gelegen. Het planvoornemen heeft derhalve geen negatieve effecten op het watersysteem van Waterschap Rivierenland. Grondwater Onderhavig plangebied bevindt zich in een grondwaterbeschermingsgebied. Het planvoornemen voorziet niet in grondwerkzaamheden, het opslaan van stoffen in de bodem of een grondvervuilende activiteit.
Daarbij voorziet het planvoornemen niet in boorwerkzaamheden of het winnen van grondwater. De inpandige ontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater.
|31 Hemelwater De voorgenomen ontwikkeling betreft de verbouwing van de voormalige scooterzaak met appartement naar in totaal drie appartementen. Omdat het planvoornemen inpandig plaatsvindt, neemt de oppervlakteverharding binnen het plangebied niet toe. Water compenserende maatregelen ten behoeve van hemelwaterinfiltratie in de bodem is derhalve niet noodzakelijk. Afvalwater In de huidige situatie wordt het afvalwater afgevoerd via het openbare rioleringsstelsel. Omdat de geplande werkzaamheden inpandig plaatsvinden en de bestaande functies reeds zijn aangesloten op het rioolstelsel, zal de manier van afvalwaterafvoer in de toekomstige situatie niet veranderen. Ten behoeve van het verwerken van het afvalwater wordt een DWA-tekening opgesteld. Deze is bijlage opgenomen bij de Omgevingsvergunningaanvraag. Waterkwaliteit Hieronder volgen een aantal algemene aandachtspunten vanuit het waterschap die gelden voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen: • Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Zo komen deze materialen niet in de sloot terecht. Worden er wel uitlogende materialen gebruikt, dan mag het dakwater niet rechtstreeks op de sloten worden geloosd. • Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.
De hoeveelheid bladafval in de watergang kan worden beperkt door rekening te houden met de plaatsing van bomen. Onderhavig planvoornemen vindt inpandig plaats, waardoor de bouwmaterialen niet in het watersysteem terecht kunnen komen. 5.8.3 Conclusie Vanuit het aspect water is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.9
Toetsing Besluit m.e.r./ m.e.r.-beoordeling
5.9.1 Wettelijk kader De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor de m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.) Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden.
|32 5.9.2 Onderzoek Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De realisatie van het planvoornemen is opgenomen in bijlage V onder J11.2 in de bijlagen behorende bij het Omgevingsbesluit. Het betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. Ten behoeve van het planvoornemen wordt een m.e.r.-beoordeling opgesteld. De beoordeling is opgenomen als bijlage van voorliggende motivering. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn in hoofdstuk 5 van voorliggende motivering diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor alle milieuaspecten geldt dat er geen significant negatief effect optreedt. 5.9.3 Conclusie Uit de mer-beoordeling is gebleken dat de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geen aanleiding geven tot het opstellen van een mer-rapportage en dat er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
|33
5.10
Niet gesprongen explosieven
5.10.1 Onderzoek
In
Uitsnede NGE-kaart (plangebied aangeduid met gele ster)
In bovenstaand figuur is een uitsnede van de NGE-kaart Nijmegen weergegeven. Op basis van de kaart blijkt dat het plangebied niet gelegen is binnen een risicogebied. Aangezien de wijken in Nijmegen-Zuid grotendeels na WO II gebouwd zijn geldt een laag risicoprofiel. Een historisch of aanvullend veldonderzoek bij stedelijke herstructureringen of inbreidingen is derhalve niet noodzakelijk. Wel dient het protocol toevalsvondst gehandhaafd te worden waarbij de werkzaamheden worden stilgelegd en de huldiensten worden ingeschakeld bij het aantreffen van verdachten objecten. 5.10.3 Conclusie Vanuit het aspect niet gesprongen oorlogsresten is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
|34
6.
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
De voorliggende ontwikkeling betreft een particulier initiatief op particulier terrein. De gemeentelijke legesverordening is van toepassing. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een verhaalsovereenkomst nadeelcompensatie gesloten. Het project is hiermee verzekerd van kostendekking. De financieel-economische uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling is hiermee voldoende aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Advies en instemming In het kader van advies en instemming, wordt de BOPA toegezonden aan de volgende overleginstanties: de provincie Gelderland. 6.2.2 Procedure Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken.
6.3
Participatie
Op 18 oktober 2024 heeft initiatiefnemer Croonen architecten per mail op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen van de omgevingsdialoog. Initiatiefnemer heeft het planvoornemen (inclusief schetsen en tekeningen) meermaals doorgesproken met de buren. De buren zijn erg te spreken over de openheid en de manier waarop de omgevingsdialoog verloopt.
|35
7.
MOTIVERING EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES
Voor zover een aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 3). Het planvoornemen aan de Van Peltlaan 195 en Oude Molenweg 80-82 leidt tot een situatie waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (hoofdstuk 4). Gezien hetgeen uiteengezet in voornoemde hoofdstukken kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen geen nadelige effecten heeft op de fysieke leefomgeving en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING
BIJLAGE 1 RESULTAAT DIGITALE WATERTOETS
Digitale Watertoets
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Geen belang procedure
Op basis van onderstaande locatie
07-08-2024 14:10
1
https://hetwateradvies.nl
Digitale Watertoets
Vragen en antwoorden uit de check Gaat het plan uitsluitend over functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte?
ja
07-08-2024 14:10
2
https://hetwateradvies.nl
Digitale Watertoets
Details 1. Geen belang procedure Wateradvies Geen Waterschapsbelang Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets van waterschap Rivierenland. Uit de gegevens die u heeft ingevoerd volgt dat het plan uitsluitend een functieverandering van bestaande bebouwing betreft. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Waterschap Rivierenland heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan Waterschap Rivierenland. "
Wat moet ik doen? Aanvullend overleg met het waterschap is niet nodig. Mochten zich in de toekomst wijzigingen in het plan voordoen waardoor geen sprake is van uitsluitend een functieverandering van de bestemming, dan kunt u de Digitale Watertoets nogmaals doen.
Waar moet ik op letten? Eventueel vereiste (water)vergunningen worden niet geregeld met deze Digitale Watertoets en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is, dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.
Achtergrondinformatie
07-08-2024 14:10
3
https://hetwateradvies.nl
BIJLAGE 2 OMGEVINGSDIALOOG
Eric van Beuningen Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp:
Emile Visser <emilevisser@hotmail.com> vrijdag 18 oktober 2024 12:59 Eric van Beuningen Rob M. Visser ROVINIJ; roel@nymveste.nl Contact buren #193 mbt bouwplannen
Hoi Eric, Onlangs heb je de vraag gesteld of wij de buren al op de hoogte hebben gesteld van onze plannen. Inmiddels hebben wij meermaals met de buren gesproken & om tafel gezeten om alle plannen (inclusief de door ons ingediende schetsen/tekeningen) te bespreken. Zij geven aan blij te zijn met de openheid en manier waarop wij het gesprek aangaan. Er zijn aarzelingen in hoeverre hun privacy in de jacuzzi (en daarmee woongenot) gewaarborgd gaat worden met de nieuwe slaapkamer. Maar zoals jij en ik al eerder hebben besproken zullen de kozijnen sowieso ondoorzichtig worden gemaakt en daarmee zullen we dit probleem tacklen. Hopelijk is dit voldoende voor de aanvraag bij de ODRN. Graag hoor ik het als er meer informatie is mbt de aanvraag. Groet, Emile
1
BIJLAGE 3 M.E.R BEOORDELING
M.e.r.-beoordeling Van Peltlaan 195 – Oude Molenweg 80 - 82 Datum: Aan: Van: Project: Projectnr.: Betreft:
Oktober 2024 Gemeente Nijmegen Ordito BV Van Peltlaan 195 – Oude Molenweg 80-82 24119 M.e.r.-beoordeling
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................. 2
1.
Inleiding
3
1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 2. Effecten op het milieu ............................................................................................................ 4 2.1 Inleiding.............................................................................................................................. 4
3.
2.2
Kenmerken van het project ............................................................................................... 5
2.3
Plaats van het project ........................................................................................................ 7
2.4
Kenmerken van het potentiële effect ................................................................................ 9 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................................... 10
Pagina 2 van 10
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.
Het project is op basis van het Omgevingsbesluit aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject en moet worden getoetst aan de categorie J11 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen). Voor dergelijke ontwikkelingsprojecten geldt een mer-beoordelingsplicht. Hiertoe dient gemotiveerd te worden of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Hierbij moet rekening gehouden worden met de relevante criteria van Bijlage III bij de mer-richtlijn, te weten: a. De kenmerken van het project; b. De plaats van de voorgenomen activiteiten; c. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Pagina 3 van 10
2.
Effecten op het milieu
2.1 Inleiding Hiertoe dient gemotiveerd te worden of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Hierbij moet rekening gehouden worden met de relevante criteria van Bijlage III bij de mer-richtlijn, te weten: 1. De kenmerken van het project; 2. De plaats van de voorgenomen activiteiten; 3. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Kenmerken van het project •
omvang van het project
•
verkeersaantrekkende werking
•
cumulatie met andere projecten
•
gebruik van natuurlijke grondstoffen
•
productie van afvalstoffen
•
verontreiniging en hinder
•
risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project •
bestaand grondgebruik
•
relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
•
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebied), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect •
bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
•
grensoverschrijdende karakter van het effect
•
waarschijnlijkheid van het effect
•
duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
De m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
Pagina 4 van 10
2.2
Kenmerken van het project
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Onderhavig plangebied is gelegen in de Nijmeegse wijk Hatertse Hei in Nijmegen-zuid op de hoek Van Peltlaan 195 en de Oude Molenlaan 80-82. Het plangebied is gelegen in een overwegende woonomgeving, in de nabijheid van de Radboud Universiteit. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Hatert, sectie L, perceelnummer 4175 met een oppervlakte van 151 m².
Verkeersaantrekkende werking
Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Het planvoornemen voorziet in het verbouwen van het pand, waarna twee extra appartementen worden toegevoegd. In totaal bedraagt de toekomstige situatie drie appartementen. Op basis van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’ is bepaald dat de toekomstige verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen 16,5 mvt/ etmaal bedraagt. Gezien vanuit de huidige situatie, waarbij reeds één appartement en een voormalige scooterzaak aanwezig is, is er sprake van een afname van 18,7 mvt/ etmaal. n.v.t. Doordat er woningbouw mogelijk wordt gemaakt zullen er permanente natuurlijke bronnen worden gebruikt. Het planvoornemen voorziet in een inpandige verbouwing. Gedurende het verbouwproces wordt waar mogelijk het gebruik van circulaire bouwmaterialen aangemoedigd.
Productie van afvalstoffen
Naast het regulier afval van de woningen en overige functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. De afvalstoffen worden naar erkende verwerkers afgevoerd en worden tevens via deze partijen gerecycled c.q. verantwoord verwerkt.
Verontreiniging en hinder
•
Gedurende de aanlegfase is mogelijk (sprake) van tijdelijke hinder als gevolg van aannemersbusjes en een vuilcontainer. De appartementen zullen tijdens de gebruiksfase geen verontreiniging en hinder veroorzaken buiten de reguliere effecten.
•
Met het planvoornemen worden geen geluidsbron c.q. – activiteit, geur emitterende, milieubelastende activiteit en/of risicobron toegevoegd/ gerealiseerd.
Pagina 5 van 10
•
Bodem: Het planvoornemen voorziet niet in de afvoer van gronden. Resultaten van de NEN- en PFAS-parameters zijn derhalve niet aan de orde. Daarbij wordt niet voorzien in een bodemvervuilende activiteit welke de bodem binnen en in de omgeving van het plangebied schaadt.
•
Luchtkwaliteit: Het planvoornemen ligt ruim onder gestelde grens van projecten die ‘niet in betekende mate bijdraagt’ (<1.500 woningen). Derhalve kan gesteld worden dat het planvoornemen niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast blijkt dat op basis van de kaarten van het RIVM dat de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende is.
•
Natuur: Het planvoornemen voorziet in inpandige werkzaamheden, waardoor er geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. De leef- en verblijfruimten van (beschermde) diersoorten worden daardoor niet aangetast. Stikstof: Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand van de Natura 2000-gebieden en de beperkte ruimtelijke impact van onderhavig planvoornemen is geen externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden ten gevolge van het planvoornemen. De minimale verkeersgeneratie van aannemers in de aanlegfase en het bestemmingsverkeer in de gebruiksfase leiden niet tot een te hoge waarde. Water: Het planvoornemen voorziet niet in een wijziging in het afvoeren van hemelwater, afvalwater. Daarbij neemt het verhard oppervlakte niet toe. Oppervlaktewater komt in de nabijheid van het plangebied niet voor. Aantasting hiervan is met de voorgenomen ontwikkeling dan ook uitgesloten.
•
•
Pagina 6 van 10
2.3
Plaats van het project
Plaats van het project Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
Het plangebied bestaat uit de hoekwoning aan de Van Peltlaan 195 en Oude Molenweg 80-82. Omdat het pand een hoekwoning betreft kent het twee adressen. Ter plaatse zijn is op de begane grond een voormalig scooterbedrijf aanwezig. Op de eerste verdieping van het pand is reeds een appartement aanwezig. n.v.t.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: •
gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitaten Vogelrichtlijngebieden)
•
gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
•
gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid
•
landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
•
het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Het plangebied ligt op 3,9 km van het Natura 2000gebied.
•
Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand van de Natura 2000-gebieden en de beperkte ruimtelijke impact van onderhavig planvoornemen is geen externe werking op omliggende Natura 2000gebieden ten gevolge van het planvoornemen. De minimale verkeersgeneratie van aannemers in de aanlegfase en het bestemmingsverkeer in de gebruiksfase leiden niet tot een te hoge waarde.
•
Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden.
Pagina 7 van 10
•
Archeologie: Op basis van de Archeologische beleidskaart is het plangebied gelegen binnen het gebiedstype waarde 1. Van gronden van dit gebiedstype zijn de archeologische waarden nog niet door onderzoek vastgesteld óf er geldt een lage tot middelhoge archeologische verwachting. Aan een waarde 1 gebied zijn ondergrenzen verbonden, waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De grenswaarde voor dit gebiedstype is vastgesteld op werkzaamheden met een oppervlakte van tenminste 2.500 m² en een verstoring of bodemingreep die dieper dan 30 cm zijn. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de herontwikkeling van een voormalige scooterzaak met appartement naar in totaal drie appartementen. De werkzaamheden vinden inpandig plaats, waarbij geen bodemroerende ingrepen worden verricht. Het planvoornemen blijft derhalve binnen de gestelde grenswaarden voor dit gebiedstype.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument.
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.
Watergebied van internationale betekenis
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betekenis.
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van negatieve effecten op het NNN.
Pagina 8 van 10
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.
Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden
Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
Beschermd monument
In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.
2.4 Kenmerken van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking).
Momenteel is het plangebied in gebruik van één appartement en een voormalig scooterbedrijf dat haar activiteiten heeft beëindigd. In de toekomstige situatie worden de ruimte van het scooterbedrijf verbouwd, waarna in de toekomstige situatie drie appartementen zijn gevestigd in het pand. De effecten van de aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee beperkt.
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake. Er is sprake van de bouw van appartementen. De effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoord in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat er sprake is van een onevenredige aantasting.
Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Pagina 9 van 10
3.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
De realisatie van het planvoornemen is opgenomen in bijlage V onder J11.2 in de bijlagen behorende bij het Omgevingsbesluit. Het betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. Ten behoeve van het planvoornemen wordt een m.e.r.-beoordeling opgesteld. De beoordeling is opgenomen als bijlage van voorliggende motivering. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: 1. 2. 3.
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn in hoofdstuk 5 van voorliggende motivering diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet aan de orde is. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor alle milieuaspecten geldt dat er geen significant negatief effect optreedt.
Pagina 10 van 10