CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Blueyard Scenario's Badhuis Eindrapportage

Besluitronde (raadsvergadering) 1 februari 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D30 d.d. 13 december 2022 inzake Onderzoek scenario's het badhuis5.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Scenario’s Badhuis Eindrapportage 27 november 2022 Gemeente Nijmegen

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................... 3

2.

Opdracht .................................................................................................. 3

3.

Aanpak ..................................................................................................... 4

4.

Aandachtspunten ..................................................................................... 5

5.

Scenario’s ................................................................................................. 8

6.

Aanbevelingen ....................................................................................... 17

2

1. Inleiding Nijmegen heeft met Groei. Cultuurvisie 2020 een stevige ambitie neergezet om te investeren in cultuur. De onzekerheid over de toekomst van jeugdtheatergezelschap Kwatta en daarmee ook het gevaar van het verdwijnen van de van oudsher culturele locatie het Badhuis – heeft gemeente er toe gebracht een aantal scenario’s voor aankoop en culturele invulling ervan te doen onderzoeken. De gemeente Nijmegen wil ervoor zorgdragen dat zoveel mogelijk Nijmeegse kinderen kunnen genieten van kwalitatief hoogwaardige jeugdpodiumkunsten. Behoud van het Badhuis, gekoppeld aan een stevige positie voor de jeugdpodiumkunsten in Nijmegen sluit naadloos aan op de ambities en de programmalijnen uit de cultuurvisie. Het Badhuis kan (in welk scenario dan ook) een rol spelen in het ontwikkelen van een veelzijdig jeugdpodiumkunstenaanbod, voor nieuwe en vooral jonge doelgroepen. Met focus op kwaliteit kunnen de jeugdpodiumkunsten (opnieuw) uitgroeien naar een positie die niet alleen lokaal en regionaal van betekenis is, maar ook tot de landelijke top gerekend kan worden. Het Badhuis kan ruimte bieden voor creativiteit, experiment en innovatie: kortom voor versterking van de professionele jeugdpodiumkunsten in de stad.

Hoe waardevol jeugdtheater is heeft Daniël van Klaveren (artistiek directeur van Thetater Sonnevanck) prachtig geformuleerd in zijn Staat van het Jeugdtheater 2022: “Als jeugdtheatermakers hebben we invloed op hoe jonge mensen zich ontwikkelen. En laat theater nou bij uitstek geschikt zijn om wat gaatjes in die bubbels te prikken zodat er meer buitenwereld naar binnen sijpelt. Een aanleiding om met elkaar te praten, van gedachten te wisselen.” “Ik zou het jeugdtheater zelfs willen zien als anti polariserings-middel.” “Er is een prachtige quote van de Amerikaanse kinderboekenschrijfster Sharron McElmeel, die me sinds ik die hoorde altijd is bijgebleven. Namelijk: “Kinderen hebben behoefte aan spiegels en ramen. Veel gekleurde kinderen zien de wereld alleen via ramen en zij hebben spiegels nodig. Andere kinderen zien alleen spiegels en zij moeten de wereld ook door ramen leren zien.” “Er zijn bubbels te doorprikken, ramen te openen, spiegels op te hangen.”

2. Opdracht Blueyard ontving van de gemeente Nijmegen de vraag een aantal scenario’s te ontwikkelen hoe het Badhuis van Kwatta mogelijk kan worden ingezet ten behoeve van de versterking van de theatersector in Nijmegen en regio. De gemeente kan deze scenario’s gebruiken om de aankoop van het Badhuis te overwegen. De scenario’s zijn toekomstgericht en beschrijven bijbehorende kansen, risico’s en voorwaarden. 3

Vanuit Blueyard werd de opdracht uitgevoerd Margot Gerené, Nicolien Luttels en Gabriël Oostvogel.

3. Aanpak In de eerste fase (september) is gestart met het opstellen van vier scenario’s die heel grofmazig werden toegelicht. Deze scenario’s zijn middels deskresearch en gesprekken met stakeholders tot stand gekomen. Begin oktober is een tussenrapportage opgeleverd aan de gemeente. Hierna is aan Blueyard gevraagd, voor de tweede fase, de eerste drie scenario’s verder uit te werken. Al deze scenario’s richten zich op de jeugdpodiumkunsten. Per scenario is omschreven wat het betreffende scenario inhoudt, welk draagvlak ervoor is, is een SWOT-analyse opgesteld en worden de financiële consequenties benoemd. In de twee fasen zijn gesprekken gevoerd met:

§ Provincie Gelderland – Fleur Albers en Dorine van Espelo § Kwatta – Josee Hussaarts, bestuur: Chris Cusack, Martijn van Rensch, Stijn Stevens § Extern adviseur - Hans Kraaijeveld § Stadsschouwburg/de Vereeniging – Eva Middelhoff § Lindenberg – Teddy Vrijmoet § Gras / NYMA theater – Nicky Ebbeng § Lux – Pien Houthoff § Sonnevanck – Lieke Bisseling § Cie. Perelman – Ilse Schaminee § Theater aan Z – Jolanda de Groot § Oostpool – Michiel Nannen § TG Greppel – Rick Luijmes § Netwerk Jeugdpodiumkunsten - Judith van der Velde § Phion – Monique Wijnker § De Nieuwe Oost – Peter Hendrikx

4

4. Aandachtspunten 4.1. Beheer en exploitatie van het gebouw Voor alle scenario’s geldt dat uitgegaan wordt van verkoop van het pand door eigenaar Stichting Theatergroep Kwatta aan de gemeente. Voor de gemeente geldt dat het voor vastgoed huur moet ontvangen om de aanschaf en het verhuurdersonderhoud te financieren. Voor die huur zal één partij verantwoordelijk moeten zijn. Die partij moet ook de verantwoordelijkheid nemen voor het dagelijkse beheer (huurdersonderhoud, onderhoud van theatertechnische apparatuur, energie, planning, schoonmaak, toegankelijkheid etc.). Dit brengt structurele lasten met zich mee. In financiële zin betekent dit dat de kosten voor huur en beheer uit de exploitatie van het pand moeten worden opgebracht. De gemeente zal er rekening mee moeten houden dat de exploitatie als werkplaats en presentatieplek van jeugdtheater niet voldoende zal zijn om deze structurele lasten volledig te dragen. De exploitatie zal aangevuld moeten worden met subsidies – hetzij structureel, hetzij projectmatig door gebruikers in staat te stellen het gebouw gedurende een periode, die kan variëren van een dag tot enkele maanden, te huren. Een combinatie van subsidiemogelijkheden is ook goed mogelijk. Hieronder volgt een overzicht van de structurele lasten. De bedragen zijn indicatief. Nader onderzoek zal nodig zijn om deze lasten precies in beeld te krijgen.

Dat is ook afhankelijk van de afspraken tussen de gemeente en de huurder, zoals de demarcatie in verhuurders- en huurdersonderhoud. 1. Huur en Onderhoud Het Taxatierapport van Verbeek Makelaars (d.d. 30-3-2022, opgesteld i.o.v. Stichting Theatergroep Kwatta) noemt een marktwaarde van het pand van € 760.000, kosten koper. Er rust een kettingbeding op het gebouw: Het in eigendom overgedragene dient uitsluitend te worden ingericht en te worden gebruikt als kantoor- en repetitieruimte alsmede atelier van het toneelgezelschap; een gebruik, anders dan hiervoor omschreven, mag niet plaatsvinden dan na voorafgaande schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen, die aan een dergelijke toestemming nadere voorwaarden kunnen verbinden (artikel 8). Verbeek Makelaars geeft een markthuur op van € 84.713, waarvan € 18.891 (22,3%) bestemd is voor exploitatielasten (voor de verhuurder) zoals onderhoud en verzekeringen. De gemeente heeft zijn eigen regels en rekenmethoden om de huur van gemeentelijk vastgoed te bepalen, en zal moeten vaststellen wat de aankoopprijs en overige kosten in de gemeentelijke systematiek zou moeten zijn. Wat betreft onderhoud: In 2018 heeft Stichting Theatergroep Kwatta een Groot Onderhoudsplan opgesteld voor de periode 2018-2025. Daarin wordt berekend dat een jaarlijkse dotatie benodigd is van € 34.000.

In dit plan zijn in het jaar 2023 uitgaven voorzien van in totaal € 113.786 waaronder aan installaties.

5

Dat is een andere opgave dan waarmee Verbeek Makelaars rekent. Dit moet nader onderzocht worden. Ook zijn investeringen in het gebouw bv. voor verduurzaming in geen van beide opgaven meegenomen. 2. Inventaris Onduidelijk is welke inventaris in het huidige gebouw opgenomen wordt in de aankoopprijs. Wat betreft de theatertechnische inventaris: Professionele lichten geluidstafels met bijbehorende apparatuur (spots, luidsprekers etc., incl. bekabeling) lijken nu niet aanwezig te zijn, en zullen sowieso vernieuwd moeten worden. Overige inventaris (meubels, horeca) kan overgenomen worden. Als de gemeente de koper is, zou de inventaris overgedragen kunnen worden aan de huurder/beheerder. Tegen welke prijs moet nader onderzocht worden. Hoe dan ook zal de huurder/beheerder inventaris moeten aanschaffen. In deze berekening wordt uitgegaan van een stelpost van € 100.000 in totaal, die gemiddeld in 10 jaar wordt afgeschreven. 3. Verzekeringen De gemeente als verhuurder zal de standaard verzekeringen als opstalverzekering in de huurprijs verrekenen. De huurder/beheerder zal ook verzekeringen moeten afsluiten (o.a. WA, inboedel). Gerekend wordt met € 3.000 per jaar. 4. Energie De energielasten bedroegen in 2019 € 13.000. Door de recente ontwikkelingen van de energieprijzen is het moeilijk hier een bedrag te noemen voor 2023 en verder.

We gaan hier uit van een structurele verdubbeling, dus € 26.000. 5. Dagelijks beheer/huismeester In alle scenario’s is een huismeester/beheerder nodig, die verantwoordelijk is voor het dagelijkse beheer: opening/sluiting, klein onderhoud (ook aan de theatertechnische installaties), BHV, schoonmaak, horeca etc. Indien het beheer ligt bij een stichting die alleen het Badhuis beheert, moet gerekend worden met een bedrag van € 50.000 per jaar, inclusief onregelmatigheid en werkgeverslasten. Als het beheer valt onder een professionele organisatie die dergelijke taken al uitvoert in andere gebouwen, is efficiencywinst te behalen. Voor de huurder/beheerder komt dit neer op € 173.713 per jaar. 1 huur cf Verbeek Makelaars 2 afschrijving inventaris 3 verzekeringen 4 energie 4 huismeester totaal

€ € € € €

84.713 10.000 3.000 26.000 50.000

€ 173.713

De huurder/beheerder zorgt voor het dagelijks gebruik van het gebouw. In alle scenario’s wordt uitgegaan van een werkplaatsachtige functie door niet structureel gesubsidieerde gebruikers. Dat kan alleen werken als de kosten voor de gebruikers laag zijn. De gebruiksvergoedingen (zo genoemd ter onderscheiding van de huur die de beheerder aan de gemeente betaalt) voor de gebruikers kunnen op diverse manier berekend worden. Deze zijn grosso modo in drie modellen te vatten: 6

a. De kosten van huur en/of beheer (de gemeente) worden volledig door de gemeente vergoed uit de cultuurbegroting waardoor aan de gebruikers geen gebruiksvergoeding in rekening gebracht hoeft te worden. b. De gebruikers betalen een vergoeding voor de dagkosten (schoonmaak e.d.). c. De gebruikers betalen een gebruiksvergoeding die (deels) dekkend is voor de totale kosten. Rekenend met 200 verhuurbare dagen per jaar zou een volledig dekkende huur (nog zonder dagkosten), zoals hierboven berekend € 174.000 / 200 = € 870 per dag moeten zijn. Het laatste bedrag is voor projectgesubsidieerde gezelschappen niet op te brengen. Welke keuze de gemeente als toekomstig eigenaar ook maakt uit deze drie modellen, ze zal bereid moeten zijn in ieder geval een substantieel deel van deze kosten voor haar rekening te nemen. Overige opbrengsten Alle horeca moet ondersteunend zijn aan de hoofdfunctie. Gezien de hoeveelheid en aard van publieksactiviteiten is in geen van de scenario’s een winst te verwachten. Verder moet de gemeente zich bij de invulling van het Badhuis bewust zijn van de geluidsoverlast die er kan zijn voor de buurt. Vooral bij commerciële avondactiviteiten in het pand is dit in het verleden vaker een probleem gebleken. In het Bestemmingsplan wordt ook expliciet verwezen naar de Wet Geluidshinder.

4.2. Provincie Uit het gesprek met de provincie is duidelijk geworden, dat deze geen bijdragen aan locaties/gebouwen gaat doen. De provincie financiert vooralsnog alleen de netwerkfunctie jeugdpodiumkunsten. Na de Provinciale Statenverkiezingen in 2023 zal er een herijking van beleid en budgetten komen. Pas dan wordt duidelijk hoe de provinciale subsidieregelingen met ingang van 2024 er uit gaan zien.

4.3. Rol Stichting Theatergroep Kwatta In scenario II en III speelt Kwatta, op termijn, geen rol meer in het pand als er geen financiering komt vanuit rijks- en provinciale middelen. Voor Stichting Theatergroep Kwatta en de gemeente speelt ook een inschatting van de mogelijkheid van structurele subsidie vanaf 2025 een rol. Scenario I gaat uit van het slagen van het plan van Kwatta. Scenario II en III zijn hybride: er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat Kwatta alsnog ophoudt te bestaan - maar gedurende twee jaar is daar geen duidelijkheid over. Dit vraagt flexibiliteit van Kwatta, en duidelijkheid van gemeente t.a.v. de positie van Kwatta in het pand, in de jaren 2023-2024, maar ook daarna.

7

5. Scenario’s 5.1.

Scenario I: Kwatta Uitwerking In dit scenario, het voorstel van het bestuur van Stichting Theatergroep Kwatta, blijft Kwatta bestaan en wordt huurder/beheerder van het Badhuis in een sale-and-leaseback-constructie. Kwatta betaalt de activiteiten t/m 2024 (deels) uit de opbrengst van de verkoop van het pand. Ze richten zich op de voortzetting/doorstart van de eigen organisatie. In 2023 en 2024 gebeurt dat in klein formaat qua organisatie en met als output de herneming van twee tot drie producties en de bijbehorende Doe Het Zelf programma’s. De hernemingen betreffen de producties Blote Konten (4+), Mismuis (6+) en Metamorfosen (8+). Het Doe Het Zelf programma is gelieerd aan deze producties. Per productie maken kinderen een eigen schaduwproductie. Naast kinderen die komen uit de buurt van het Badhuis, wil Kwatta zich hierbij ook gaan richten op kinderen die aan de andere kant van het Maas-Waalkanaal (Dukenburg) wonen. De repetities vinden plaats op locatie, de uiteindelijke voorstelling in het Badhuis. Ook wil Kwatta zich profileren als kenniscentrum Jeugdtheater Gelderland voor het regionaal beroeps- en wetenschappelijk onderwijs. Concreet betekent dit dat Kwatta, gekoppeld aan eigen producties, haar educatie-expertise inzet en de samenwerking aangaat met onderwijsinstellingen en studenten. Kwatta heeft aangegeven medio 2023 een nieuwe artistiek directeur te willen aanstellen.

Qua profiel denken ze aan een ondernemende midcareer theatermaker die zich landelijk heeft bewezen. Het is nog niet duidelijk of Josee Hussaarts zich, vanaf 2025, helemaal gaat terugtrekken of dat ze nog betrokken zal blijven als regisseur. Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de jaren 2023 en 2024 en de jaren vanaf 2025. In de eerste twee jaar is er, naast de activiteiten van Kwatta, ook ruimte voor het gebruik van het Badhuis door andere partijen. Vanaf 2025, mits het Kwatta lukt daadwerkelijk een doorstart middels structurele landelijke subsidie te maken, zal het gezelschap het Badhuis weer het hele jaar door gaan gebruiken. Voor invulling van de planningsruimte die in het pand ontstaat in 2023 en 2024, kan Kwatta als huurder/beheerder op zoek gaan naar culturele instellingen uit Nijmegen of de regio die het Badhuis voor enkele weken of maanden willen huren. Maar er kan ook een start gemaakt worden met scenario II of III. Opgemerkt dient te worden dat er minimaal een coördinator en een huismeester/technicus nodig zijn om ervoor te zorgen dat de invulling van het pand goed begeleid wordt. Uit het plan van Stichting Theatergroep Kwatta is niet goed op te maken in hoeverre de kosten hiervan in de Kwatta-begroting zijn meegenomen (zie paragraaf financieel).

8

SWOT analyse

Sterktes

Zwaktes

Toekomstgericht: • Jarenlange opgebouwde expertise blijft behouden.

Toekomstgericht: • Onzekerheid over opvolging van de artistiek leider.

Uitvoerbaarheid: • Kwatta is artistiek inhoudelijk altijd positief beoordeeld.

Uitvoerbaarheid: • Er is op dit moment nog maar één persoon werkzaam bij Kwatta. De vraag is of het gezelschap weer terug op vlieghoogte kan komen. • Beheerskosten pand lijken niet in de begroting van Kwatta te zijn opgenomen. • Risico voor exploitatie van het pand en genereren van extra huurinkomsten ligt volledig bij Kwatta. Kwatta heeft (op dit moment) daar geen expertise voor in huis. Inhuur hiervan is niet in de begroting opgenomen.

Kansen Toekomstgericht: • Nijmegen behoudt een hoogwaardig aanbod voor scholen. Uitvoerbaarheid: • Andere partijen kunnen ook gebruik maken van het pand. Effect op cultureel aanbod: • Nijmegen behoudt het enige professionele jeugdtheatergezelschap in de stad • Het Badhuis blijft behouden voor cultureel Nijmegen en regio. • Het aanbod zoals het voor 2020 was, kan redelijk snel (maar wel in afgeslankte vorm) weer op vlieghoogte komen.

Bedreigingen Toekomstgericht: • De kans dat Kwatta niet terugkeert in de BIS is aanzienlijk. • Dit geldt ook voor meerjarige provinciale ondersteuning van Kwatta. Uitvoerbaarheid: • Lastig om behoeftes van andere partijen in het pand te combineren met de activiteiten van Kwatta. • Zonder financiële ondersteuning in de vorm van een exploitatiesubsidie door de gemeente is het scenario niet werkbaar. Effect op cultureel aanbod: • Legt beslag op beschikbare cultuurmiddelen (door voortzetting van exploitatiesubsidie 2023 + 2024)

Draagvlak a. Publiek • Gezien de petitie die in het voorjaar van 2022 ca. 2.000 keer is ondertekend, lijkt er onder een deel van het Kwatta publiek draagvlak voor voortzetting te zijn. b. Sector • Het draagvlak voor een doorstart van Kwatta binnen de sector, en specifiek het Netwerk Jeugdpodiumkunsten, is niet aanwezig. • Ook is er weinig animo om in 2023 en 2024 activiteiten in het pand te ontplooien, terwijl Kwatta er nog zit en het Badhuis beheert. c. Andere stakeholders • De provincie is een andere richting ingeslagen en zet momenteel helemaal in op het netwerk in plaats op van een structureel gesubsidieerd gezelschap.

Beheer & financiën In de sale-and-lease-back-constructie die in het reddingsplan van Stichting Theatergroep Kwatta staat omschreven is rekening gehouden met het huurbedrag zoals dat door Verbeek makelaars is genoemd (zie 4.1). 9

In de begroting zijn alleen beheerslasten en materiële lasten opgenomen voor personeel t.b.v. de projecten. Voor zover valt na te gaan zijn de beheerskosten van het gebouw (waaronder ook de personele kosten) niet meegenomen in de begroting van Kwatta. Dit zal nader onderzocht en uitgewerkt moeten worden. Mogelijk leggen deze kosten een extra druk op de begroting van Stichting Theatergroep Kwatta. In de zomer van 2024 wordt duidelijk of Stichting Theatergroep Kwatta opnieuw kan rekenen op structurele subsidies vanuit de BIS. Bij een positief advies kan de Stichting voorbereiden om op te schalen vanaf januari 2025. Bij een negatief advies heeft Kwatta de laatste maanden van het jaar voor de afwikkeling van de activiteiten en uithuizing uit het Badhuis. In dit scenario is Stichting Theatergroep Kwatta hoofdhuurder in de jaren 2022 en 2032 en daarmee eindverantwoordelijk voor beheer en exploitatie van het pand. Het risico voor exploitatie en additionele inkomsten uit verhuur ligt volledig bij de Stichting.

10

5.2. Scenario II: Nieuw jeugdtheatergezelschap Uitwerking Dit scenario sorteert voor op een besluit van Stichting Theatergroep Kwatta om te stoppen met de activiteiten, bijvoorbeeld als het Kwatta niet lukt om een structurele doorstart te maken. Daarmee verlaat Kwatta uiterlijk eind 2024 het Badhuis. Er komt daarmee ruimte voor een nieuw jeugdtheatergezelschap. Een nieuw gezelschap kan, naast Kwatta, het Badhuis in 2023 en 2024 deels gebruiken. De vraag is wel in hoeverre dit in goede samenwerking kan plaatsvinden. Er zullen in ieder geval over de planning heldere afspraken gemaakt moeten worden, waarbij Kwatta zich zal moeten realiseren dat het niet meer de eigenaar is van het pand. Vanaf 2025 kan het nieuwe gezelschap het Badhuis intensiever gaan gebruiken. Daarnaast kan het pand verhuurd worden aan andere partijen. Het ligt namelijk niet in de lijn der verwachting dat een nieuw gezelschap al per 2025 structurele subsidies weet te werven. Concreet betekent dit dat er tot en met 2028 op projectbasis gewerkt zal worden, waarna er in de cultuurplanperiode 2029-2032 hopelijk toegetreden kan worden tot de meerjarige structuur. Liefst zowel landelijk, provinciaal als gemeentelijk. De gemeente kan de partners uit het Netwerk Jeugdpodiumkunsten vragen mee te denken over interessante makers of gezelschappen die voor dit scenario in aanmerking komen.

Het is ook mogelijk een open call uit te zetten om gezelschappen of makers te interesseren. Hierbij is het ook denkbaar dat deze van buiten de regio komen, maar zich wel in Nijmegen willen vestigen. Het spreekt voor zich dat we in alle gevallen spreken van getalenteerde makers die er echt voor kiezen zich te verhouden tot Nijmegen en regio, maar die op termijn ook de potentie hebben uit te groeien tot een gezelschap van landelijke betekenis. Tijdens de gevoerde gesprekken werd duidelijk dat een groot deel van de gesprekspartners de voorkeur heeft voor het integreren van scenario’s II en III. Juist omdat het in de lijn der verwachting ligt dat er een ontwikkelperiode nodig zal zijn voor de komst en het inbedden van een nieuw jeugdtheatergezelschap. Zie hiervoor scenario III.

11

SWOT analyse

Sterktes

Zwaktes

Uitvoerbaarheid: • Nieuw gezelschap kan een start maken in een reeds bestaand pand en infrastructuur, waardoor ontwikkeling enigszins versneld kan worden. • Expertise van oude Kwatta medewerkers kan mogelijk worden ingehuurd/ingezet.

Toekomstgericht: • Een nieuwe artistiek leider moet zichzelf bewijzen en een plek in het Nijmeegse zien te verwerven. • Het nieuwe gezelschap moet opnieuw een netwerk in stad en regio opbouwen. Uitvoerbaarheid: • Er moet een nieuwe artistiek leider of een bestaand gezelschap gevonden worden. • Het nieuwe gezelschap zal, hoogstwaarschijnlijk jarenlang, op basis van projectsubsidies moeten functioneren. • De zorg voor het pand vraagt om een structurele financiële ondersteuning. Deze zorg kan de eerste jaren niet bij het nieuwe gezelschap worden neergelegd.

Kansen

Bedreigingen

Toekomstgericht: • Nijmegen behoudt een hoogwaardig aanbod voor scholen • Gezien de grootte van het verzorgingsgebied van Oost-Nederland is er ruimte voor een nieuw/vervangend gezelschap. • Nijmegen kan zich landelijk en provinciaal positioneren met een eigen gezelschap.

Toekomstgericht: • De kans dat het nieuwe gezelschap vanaf 2025 in aanmerking komt voor de BIS is klein. Pas vanaf 2029 bestaat er een kans dat het gezelschap BIS-waardig wordt bevonden. • Dit geldt ook voor meerjarige provinciale ondersteuning. Uitvoerbaarheid: • Zonder financiële ondersteuning in de vorm van een exploitatiesubsidie door de gemeente is het scenario niet werkbaar. Effect op cultureel aanbod: • Legt beslag op beschikbare cultuurmiddelen (door voortzetting van exploitatiesubsidie 2023 + 2024). • Er is een tendens gaande waarin regionale schouwburgen ook gaan produceren. Mogelijk dat in de toekomst een producerende schouwburg ook bij Provincie en Rijk aanspraak zal maken op productiemiddelen

Toekomstgericht: • Ruimte voor een nieuwe artistieke koers en een nieuw geluid in Nijmegen.

Uitvoerbaarheid: • Er gaan momenteel weinig rijksgelden voor jeugdtheater naar het oosten van Nederland. Een nieuw gezelschap kan daar op inspelen. Effect op cultureel aanbod: • Nijmegen behoudt een professioneel jeugdtheatergezelschap • Het Badhuis blijft behouden voor cultureel Nijmegen en regio

Draagvlak a. Publiek Het is lastig in te schatten hoe groot het draagvlak onder publiek is voor een gezelschap dat nog niet bestaat of nog niet in Nijmegen gevestigd is. Het betreffende gezelschap zal moeten bouwen aan een eigen publiek en zo gaandeweg, middels kwalitatief goede producties, werken aan draagvlak. De petitie van Kwatta laat in ieder geval wel zien dat er draagvlak is voor jeugdtheater in de stad Nijmegen. b. Sector Er is zeker draagvlak voor een nieuw gezelschap, maar dan niet op zichzelf staand, maar als onderdeel van scenario III. Een nieuw gezelschap wordt gezien als versterking van de (jeudpodiumkunsten)sector en het Nijmeegse makersklimaat. c. Andere stakeholders Net als in scenario I geldt dat de provincie inzet op het netwerk Jeugdpodiumkunsten en niet voornemens is (in ieder geval niet in de komende twee jaren) te investeren in een structureel gesubsidieerd gezelschap. 12

Beheer & financiën De in 4.1. genoemde kosten zijn voor rekening van een huurder/beheerder. Tot en met 2024 kan dat Stichting Theatergroep Kwatta zijn. Ook kan gekozen worden een aparte beheersentiteit op te richten, of het beheer onder te brengen bij een andere organisatie. Voor een nieuw gezelschap zal er voldoende financiële ruimte moeten zijn om zich te kunnen ontwikkelen.

13

5.3.

Scenario III: Huis voor de Jeugdpodiumkunsten Uitwerking Het gebouw wordt verkocht aan de gemeente en Kwatta mag er nog twee jaar beperkt gebruik van maken. Naast de aanwezigheid van Kwatta stuurt de gemeente aan op versterking van het Netwerk Jeudpodiumkunsten in 2023 en 2024. Als blijkt dat Kwatta geen structurele subsidie meer zal ontvangen, zal zij vanaf 2025 het Badhuis definitief verlaten. Daarna geeft de gemeente het pand de bestemming: Huis voor de Jeugdpodiumkunsten. Met de opstart van deze functie kan al in 2023 begonnen worden. In dit Huis kunnen de partners uit het Netwerk Jeugdpodiumkunsten samenwerken. Ook voor partners die nu (nog) geen deel uitmaken van het Netwerk moet het mogelijk zijn aan te haken (denk daarbij bijvoorbeeld aan Lux en de Lindenberg). Door de moeizame voorgeschiedenis tussen het netwerk en Kwatta is het voor een kansrijke ontwikkeling van dit scenario van belang dat de activiteiten van het Huis voor de Jeugdpodiumkunsten en die van Kwatta (in 2023 en 2024) strikt gescheiden worden gehouden. Dit vraagt om nauwkeurige afspraken over gebruik van het pand en een verdeling van tijd en ruimte. In het Blueyardrapport Er zit muziek in theater uit 2021 constateerden wij al: ‘’Er blijken weinig kansen te zijn voor jonge theatermakers om in Nijmegen aan de slag te gaan.

Door het gebrek aan een professioneel productiehuis of een sterk netwerk van makers is het moeilijk voor jonge talenten om een volgende stap te maken. Zij hebben behoefte aan ondersteuning in hun ontwikkeling (artistiek, organisatorisch). Het stimuleren en begeleiden van jonge makers wordt door het veld als belangrijk gezien.” Denk bij het Huis aan een plek waar deze kansen worden geboden. Een ontwikkelplek waar (jonge) jeugdtheatermakers de kans krijgen om, in samenwerking en met de inbreng van expertise van gerenommeerde partners uit de regio, zich (verder) te bekwamen in het vak van jeugdtheatermaken. Hierbij gaan we uit van toptalent dat het maakklimaat in Nijmegen en regio gaat versterken. Onder leiding van een creatief producent kan talent naar Nijmegen worden gehaald en kan hen een groot netwerk en gerichte begeleiding geboden worden. Een springplank voor maaktalent dus. Wat De Basis is voor muzikanten zou het Huis voor jeugdtheatermakers kunnen zijn. Zo’n ontwikkelplek ofwel productiehuis voor jeugdtheater ontbreekt op dit moment in Nederland (alleen Stip Producties in Amsterdam neemt die rol deels op zich) en kan een waardevolle aanvulling op het Nederlandse jeugdtheaterlandschap zijn. In het Huis staat talentontwikkeling voorop. In de kern is het een maakplek, maar het werk dat gemaakt wordt kan uiteraard ook in het Huis (en daarbuiten) gepresenteerd worden.

Zowel tijdens het maakproces als na afronding daarvan. In het Badhuis kun je een omgeving creëren waarin in de loop van de tijd, vanuit het talent waarmee gewerkt wordt, een nieuw jeugdtheatergezelschap kan ontstaan. Je zou kunnen zeggen dat scenario II en III op die manier met elkaar gecombineerd kunnen worden. Waarbij de bedding van waaruit een nieuw gezelschap kan starten en groeien in scenario III ideaal is. Het kan een kans zijn om vanaf 2029 de OCW-bijdrage voor jeugdtheater weer naar de regio terug te halen.

14

Het huidige netwerk realiseert zich daarbij ook dat dit kan betekenen dat het Badhuis op de langere termijn weer geheel ingezet zou kunnen worden voor één gezelschap (net zoals het dat voor Kwatta was). Deze consequentie wordt voor lief genomen, sterker nog het wordt gezien als een succes van het netwerk als dit zo is. In de eerste helft van 2023 kan het plan voor het Huis verder worden uitgewerkt, waarna in het najaar en in 2024 gestart kan worden met een pilot. Het netwerk realiseert zich ook dat het mogelijk is dat Kwatta zich vanaf 2025 toch weet te verzekeren van plek in de BIS en het Badhuis opnieuw structureel zal bespelen. Desalniettemin wordt de investering in de pilot vanuit het Badhuis toegejuicht, omdat het hoe dan ook een investering is in de versterking van de jeugpodiumkunsten in de regio en van talentvolle makers. Zoals gezegd wordt het Huis idealiter geleid door een creatief producent als kartrekker van het geheel. Iemand die veel ervaring heeft met talentontwikkeling en die de kracht van makers en het netwerk weet te benutten. Het gaat dus om een kartrekker die meer dan alleen een coördinerende functie heeft, maar ook de inhoud mede vormgeeft. Verder moet er goed nagedacht worden over de rol van alle partners in het project. Een goede investering in het Huis vraagt van allen tijd en toewijding. Het is niet iets wat je er zomaar even bij doet.

Het formuleren van een heldere doelstelling voor het huis van de Jeugdpodiumkunsten, met daaraan gekoppelde financiering en een organisatiestructuur (kan lean en mean) is een voorwaarde om dit scenario tot een succes te kunnen maken. SWOT analyse

Sterktes Toekomstgericht: • De samenwerking binnen het Netwerk Jeugdpodiumkunsten kan verder vorm krijgen. • Door de beschikking over het pand kunnen activiteiten van het Netwerk worden uitgebreid. • De netwerkpartners zijn allemaal structureel gefinancierd. • Er is veel enthousiasme bij de netwerkpartners.

Zwaktes Toekomstgericht: • Afhankelijkheid van veel verschillende partijen en hun commitment in het project. Uitvoerbaarheid: • Binnen een Netwerk heb je niet meteen één eigenaar van het project. Dit kan ten koste gaan van de regie.

Uitvoerbaarheid: • De netwerkpartners kunnen zowel artistiek, zakelijk als organisatorisch participeren.

Kansen

Bedreigingen

Toekomstgericht: • Binnen het Netwerk is al veel expertise en ervaring aanwezig (bewezen kwaliteit van zowel de partners als hun onderlinge samenwerking). • Mogelijk wil de provincie op de iets langere termijn bijdragen aan dit initiatief. Uitvoerbaarheid: • Mogelijk kan een van de partners de uitvoering van de exploitatie van het pand op zich nemen. • Een uitbreiding van taken van de huidige coördinator van het netwerk naar de functie van artistiek producent behoort tot de mogelijkheden. Effect op cultureel aanbod: • Het professionele theatermaakklimaat wordt versterkt. • Er worden kansen geboden aan toptalenten. • Het Badhuis blijft behouden voor cultureel Nijmegen en regio.

Toekomstgericht: • De provincie zal, in elk geval op dit moment, niet bijdragen aan een dergelijk lokaal initiatief (ze ondersteunen wel het Netwerk). • De provincie gaat haar beleid in 2023 herijken, waardoor nog niet helder is wat zij vanaf 2024 gaan reserveren voor jeugdpodiumkunsten. Uitvoerbaarheid: • Zonder financiële ondersteuning in de vorm van een exploitatiesubsidie door de gemeente is het scenario niet werkbaar. Effect op cultureel aanbod: • Kleiner aanbod voor scholen, wat aangevuld moet worden met aanbod van buiten de regio.

15

Draagvlak a. Publiek • In dit scenario heeft het Badhuis minder een publieke functie dan ten tijde van Kwatta (in vol bedrijf). Het Badhuis blijft wel beschikbaar voor het bezoeken van openbare repetities en showcases. Het publiek plukt de vruchten van het Huis voor de Jeugdpodiumkunsten op het moment dat er weer een volwaardig jeugdtheatergezelschap actief wordt. b. Sector • Er is animo onder meerdere culturele instellingen in de regio om in dit plan te participeren en de expertise en aanpak van het Netwerk Jeugdpodiumkunsten te benutten en verder uit te bouwen. • De sector geeft aan belang te hechten aan een plek voor talentontwikkeling en ontwikkeling van de discipline jeugdtheater. c. Andere stakeholders • Door overheden wordt samenwerking tussen partners gestimuleerd, wat waarschijnlijk tot draagvlak bij deze overheden zal leiden. • Via het Netwerk Jeugdpodiumkunsten kan er bij de Provincie draagvlak voor dit plan gecreëerd gaan worden. Beheer & financiën Om een nieuwe start te maken zullen enkele investeringen in inrichting en indeling gemaakt moeten worden. De gemeente zal een groot deel van de beheerskosten moeten subsidiëren (zie 4.1). Wellicht behoort het tot de mogelijkheden om Provincie te vragen om de huidige coördinator van het Netwerk Jeugdpodiumkunsten een urenuitbreiding te geven voor o.a.

de planning van het gebouw, waarbij gemeente de kosten voor de huismeester en de kosten van de huurder/beheerder subsidieert. Het netwerk geeft aan dit scenario alleen te overwegen wanneer beheer van het pand door een andere partij dan Stichting Theatergroep Kwatta wordt opgenomen. Dit kan zijn door een door gemeente aan te wijzen partij, of door een culturele instelling uit de stad die ervaring heeft met het exploiteren van gebouwen zoals Stadsschouwburg/De Vereeniging Nijmegen.

16

6. Aanbevelingen Blueyard beveelt gemeente aan, om (in welk scenario dan ook) het Badhuis als culturele locatie voor Nijmegen te behouden. Een geoutilleerd theater, met een publieksfunctie, ingebed in de wijk is een groot goed. Eens verdwenen is het niet evident een dergelijke faciliteit weer op te tuigen. Het investeren in culturele infrastructuur past bij de ambities geformuleerd in Groei. Daarnaast is er voldoende animo, in alle voorliggende scenario’s, om het pand cultureel te benutten. Op scenario I heeft gemeente maar beperkte invloed. Het pand komt weliswaar in eigendom, maar de positie van Kwatta in de toekomst blijft onzeker. Het is in ieder geval noodzakelijk, om ook voor Kwatta een nieuwe situatie te markeren, om meteen bij verkoop aan te geven dat gemeente na de overbruggingsjaren waarin Kwatta in 2023 en 2024 het pand kan huren, dit vanaf 2025 weer opnieuw bekeken zal worden. Vanaf 2025 valt de volledige zeggenschap van het pand, ongeacht wel/geen structurele BIS-subsidie aan Stichting Theatergroep Kwatta toe aan de gemeente. Stichting Theatergroep Kwatta zal dan opnieuw afspraken moeten maken over huur en mogelijk beheer van het Badhuis. Gedurende het onderzoek en de verdere uitwerking is scenario II steeds onwaarschijnlijker geworden.

Het maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van de jeugdpodiumkunsten in de regio zoals in scenario III geschetst, waarbij in dit laatste scenario een nieuw jeugdpodiumkunstengezelschap veel beter ingebed is in de (artistieke) ontwikkelingen in regio. Daarom beveelt Blueyard aan, gezien de onzekere toekomst van Kwatta, om vol in te zetten op scenario III. Het Huis voor de Jeugdpodiumkunsten bouwt voort op de expertise van een ervaren en gedreven netwerk, met sterke partners. Het is een scenario waar in Nijmegen en regio energie voor gevoeld wordt en dat door het netwerk (mits onder de juiste voorwaarden) als zeer kansrijk wordt ervaren. Met de ontwikkeling van het Huis kan, ongeacht de positie van Kwatta nu en in de toekomst, onmiddellijk worden begonnen. Het is een investering in het Nijmeegse makersklimaat en een versterking van het huidige netwerk Jeugdpodiumkunsten. En het is in potentie een plek voor toptalent en (landelijke) topkwaliteit, iets waar het Nijmeegse theaterklimaat zeer bij gebaat zou zijn.

17

Keizersgracht 100-104 1015 CV Amsterdam info@blueyard.nl www.blueyard.nl

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=6f25b783-9765-4230-9689-119f44bb3871