Bijlagen Toelichting Koudenhoek Noord 1
Tekst van het document
bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1 Bijlagen bij toelichting
Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Koudenhoek Noord 1 IDN: NL.IMRO.0268.BP26201-ON01
Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Berekening externe veiligheid
Bijlage 2
Trillingsonderzoek
Bijlage 3
Sportomgeving externe veiligheid spoor
Bijlage 4
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 5
Nader onderzoek Dijkstraat 1
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 7
Quickscan Wet natuurbescherming Koudenhoek te Nijmegen
Bijlage 8
Quickscan Wet natuurbescherming Citadel college te Nijmegen
Bijlage 9
Toetsing bestemmingsplan Koudenhoek
Bijlage 10
Stikstofrapport Koudenhoek Noord 1
1
vastgesteld bestemmingsplan Koudenhoek Noord 1
Rapportage Koudenhoek spoor
Versie: 2.3.0 Build: 535 Releasedatum: 14-11-2013 Datum: 4-7-2022, tijd: 14:48:36
Project: Koudenhoek spoor
2
1 Projectgegevens
1.1 Samenvatting Eigenschap
Waarde
Projectnaam Omschrijving Modaliteit Weerfile Totale lengte van de route Berekend Gemiddelde afstand tot de contouren
Koudenhoek spoor Koudenhoek spoor Spoor Volkel 3748 Plaatsgebonden- en groepsrisico's
Contour
Afstand
1/j
m
10-5
Niet aanwezig
10-6 10-7 10-8 Oppervlak onder de contouren
Niet aanwezig 1 25
Contour
Oppervlak
1/j
m²
10-5
Niet aanwezig
10-6 10-7 10-8
Niet aanwezig 6588 186874
Eenheid
m
1.2 Versies Onderdeel
Versie
Datum
RBM_II.exe Parameters Weer Scenariobestand Stoffenbestand Helpbestand Systeemdatum
2.3.0 Build: 535 1.3. 1.0 nvt Niet ingevuld 2.2 -
14/11/2013 14/11/2013 24-8-2012 24-8-2012 24-8-2012 24-8-2012 4-7-2022
Punt
X-waarde
Y-Waarde
Linksonder
185750
430000
1.3 Werkgebied
Project: Koudenhoek spoor
3
Rechtsboven
189250
433500
1.4 Algemene gegegevens Eigenschap
Waarde
Projectnaam Omschrijving Extra informatie Projectcode Datum afronding Uitgevoerd door Analist
Koudenhoek spoor Risico's spoor Geen informatie Niet ingevuld Niet ingevuld
Telefoon E-mail Bedrijf Postadres Postcode Plaats In opdracht van Naam
Niet ingevuld mark.geurts@odrn.nl ODRN Niet ingevuld Niet ingevuld Nijmegen
Telefoon E-mail Organisatie contactpersoon Postadres Postcode Plaats
Niet ingevuld Niet ingevuld Niet ingevuld Niet ingevuld Niet ingevuld Niet ingevuld
Mark Geurts
Gemeente Nijmegen
1.4.1 Weer: Volkel Eigenschap
Waarde
Weerstation Specificaties Aantal windrichtingen Aantal weersklassen Begin van de dag (hh:mm) Begin van de nacht (hh:mm) Meteo gegevens Meteo gegevens
Volkel CPR 18E pag. 4.38 12 6 08:00 18:30
Weerstabili
Eenheid
B
D
D
D
E
F
Windsnelh
m/s
3,0
1,5
5,0
9,0
5,0
1,5
6:0 0:1 1:1 1:2 2:2 2:3 3:3 3:4 4:4 4:5 5:5 5:6
o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o
2,100 2,200 3,000 2,500 1,800 1,500 1,600 2,100 2,500 2,000 1,600 1,300
1,400 1,200 1,100 0,900 0,800 1,000 1,600 2,200 2,400 2,100 1,500 1,200
1,900 1,700 2,000 1,500 1,200 1,400 2,600 4,300 5,900 4,200 2,700 1,900
0,900 1,100 2,000 1,400 0,800 0,900 1,900 4,800 6,200 4,000 1,900 1,100
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
Project: Koudenhoek spoor
4
Meteo gegevens Weerstabili
B
D
D
D
E
F
Windsnelh
m/s
3,0
1,5
5,0
9,0
5,0
1,5
6:0 0:1 1:1 1:2 2:2 2:3 3:3 3:4 4:4 4:5 5:5 5:6
o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
1,300 1,400 1,200 1,200 1,000 1,300 2,200 2,500 2,600 2,000 1,600 1,100
0,900 1,300 1,800 1,400 1,000 1,500 2,600 4,100 4,600 2,400 1,300 0,700
0,300 0,600 1,300 0,800 0,300 0,800 1,500 3,700 4,200 1,900 0,600 0,200
0,600 0,800 1,400 1,000 0,500 0,600 0,900 1,400 1,400 0,900 0,400 0,300
2,900 3,300 3,000 2,500 1,800 1,900 2,400 3,300 2,900 2,700 2,200 1,800
2 Situatie plot + PR-contouren
Figuur 1
3 Groepsrisico's
Project: Koudenhoek spoor
5
3.1 Groepsrisicocurve
3.1.1 Kenmerken van het berekende groepsrisico
Eigenschap
Waarde
Naam GR-curve Normwaarde (N:F) Max. N (N:F) Max. F (N:F) Naam GR-curve
Groepsrisico van de totale route. 0,00013 (291 : 1,5E-009) 343 (343 : 1,0E-009) 1,3E-007 (11 : 1,3E-007) Hoogste groepsrisico per km. Deelroute 1, 725-1724 0,00008 (109 : 6,8E-009) 248 (248 : 1,0E-009) 5,8E-008 (11 : 5,8E-008)
Normwaarde (N:F) Max. N (N:F) Max. F (N:F)
4 Route en transportgegevens
4.1 Spoorroute: Spoor Nijmegen Noord Eigenschap
Waarde
Unit
Omschrijving
Koudenhoek
Type spoorwegtraject Breedte Frequentie (1/vtg.km) Beginpunt is eindpunt voorgaand traject Coordinaten Transport van voorgaand traject
Hoge snelheid 12 2,772E-008 Niet waar
m
Niet waar
Transport Stof
Aantal transp. 1/jaar
A (brandbare gassen) B2 (giftige gassen) C3 (zeer brandbare
700 200 1050
Transp. middel
Transp. overdag Transp. werkweek
Aantal C3 wagons
o/o
o/o
SKW druk 33 (bonte trein) SKW druk (bont 33 trein) SKW vloeistof 33
71,4
0
71,4
0,95
71,4
NVT
Project: Koudenhoek spoor
vloeistoffen) D3 (giftige vloeistoffen) D4 (zeer giftige vloeistoffen) Wissels Lengte
50 50
6
SKW zeer giftige vloeistof SKW zeer giftige vloeistof Nee 3748
33
71,4
NVT
33
71,4
NVT
m
Rapportage Koudenhoek spoor
Versie: 2.3.0 Build: 535 Releasedatum: 14-11-2013 Datum: 4-7-2022, tijd: 14:48:36
Project: Koudenhoek spoor
2
1 Projectgegevens
1.1 Samenvatting Eigenschap
Waarde
Projectnaam Omschrijving Modaliteit Weerfile Totale lengte van de route Berekend Gemiddelde afstand tot de contouren
Koudenhoek spoor Koudenhoek spoor Spoor Volkel 3748 Plaatsgebonden- en groepsrisico's
Contour
Afstand
1/j
m
10-5
Niet aanwezig
10-6 10-7 10-8 Oppervlak onder de contouren
Niet aanwezig 1 25
Contour
Oppervlak
1/j
m²
10-5
Niet aanwezig
10-6 10-7 10-8
Niet aanwezig 6588 186874
Eenheid
m
1.2 Versies Onderdeel
Versie
Datum
RBM_II.exe Parameters Weer Scenariobestand Stoffenbestand Helpbestand Systeemdatum
2.3.0 Build: 535 1.3. 1.0 nvt Niet ingevuld 2.2 -
14/11/2013 14/11/2013 24-8-2012 24-8-2012 24-8-2012 24-8-2012 4-7-2022
Punt
X-waarde
Y-Waarde
Linksonder
185750
430000
1.3 Werkgebied
Project: Koudenhoek spoor
3
Rechtsboven
189250
433500
1.4 Algemene gegegevens Eigenschap
Waarde
Projectnaam Omschrijving Extra informatie Projectcode Datum afronding Uitgevoerd door Analist
Koudenhoek spoor Risico's spoor Geen informatie Niet ingevuld Niet ingevuld
Telefoon E-mail Bedrijf Postadres Postcode Plaats In opdracht van Naam
Niet ingevuld mark.geurts@odrn.nl ODRN Niet ingevuld Niet ingevuld Nijmegen
Telefoon E-mail Organisatie contactpersoon Postadres Postcode Plaats
Niet ingevuld Niet ingevuld Niet ingevuld Niet ingevuld Niet ingevuld Niet ingevuld
Mark Geurts
Gemeente Nijmegen
1.4.1 Weer: Volkel Eigenschap
Waarde
Weerstation Specificaties Aantal windrichtingen Aantal weersklassen Begin van de dag (hh:mm) Begin van de nacht (hh:mm) Meteo gegevens Meteo gegevens
Volkel CPR 18E pag. 4.38 12 6 08:00 18:30
Weerstabili
Eenheid
B
D
D
D
E
F
Windsnelh
m/s
3,0
1,5
5,0
9,0
5,0
1,5
6:0 0:1 1:1 1:2 2:2 2:3 3:3 3:4 4:4 4:5 5:5 5:6
o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o
2,100 2,200 3,000 2,500 1,800 1,500 1,600 2,100 2,500 2,000 1,600 1,300
1,400 1,200 1,100 0,900 0,800 1,000 1,600 2,200 2,400 2,100 1,500 1,200
1,900 1,700 2,000 1,500 1,200 1,400 2,600 4,300 5,900 4,200 2,700 1,900
0,900 1,100 2,000 1,400 0,800 0,900 1,900 4,800 6,200 4,000 1,900 1,100
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
Project: Koudenhoek spoor
4
Meteo gegevens Weerstabili
B
D
D
D
E
F
Windsnelh
m/s
3,0
1,5
5,0
9,0
5,0
1,5
6:0 0:1 1:1 1:2 2:2 2:3 3:3 3:4 4:4 4:5 5:5 5:6
o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o o/o
0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
1,300 1,400 1,200 1,200 1,000 1,300 2,200 2,500 2,600 2,000 1,600 1,100
0,900 1,300 1,800 1,400 1,000 1,500 2,600 4,100 4,600 2,400 1,300 0,700
0,300 0,600 1,300 0,800 0,300 0,800 1,500 3,700 4,200 1,900 0,600 0,200
0,600 0,800 1,400 1,000 0,500 0,600 0,900 1,400 1,400 0,900 0,400 0,300
2,900 3,300 3,000 2,500 1,800 1,900 2,400 3,300 2,900 2,700 2,200 1,800
2 Situatie plot + PR-contouren
Figuur 1
3 Groepsrisico's
Project: Koudenhoek spoor
5
3.1 Groepsrisicocurve
3.1.1 Kenmerken van het berekende groepsrisico
Eigenschap
Waarde
Naam GR-curve Normwaarde (N:F) Max. N (N:F) Max. F (N:F) Naam GR-curve
Groepsrisico van de totale route. 0,00013 (291 : 1,5E-009) 343 (343 : 1,0E-009) 1,3E-007 (11 : 1,3E-007) Hoogste groepsrisico per km. Deelroute 1, 725-1724 0,00008 (109 : 6,8E-009) 248 (248 : 1,0E-009) 5,8E-008 (11 : 5,8E-008)
Normwaarde (N:F) Max. N (N:F) Max. F (N:F)
4 Route en transportgegevens
4.1 Spoorroute: Spoor Nijmegen Noord Eigenschap
Waarde
Unit
Omschrijving
Koudenhoek
Type spoorwegtraject Breedte Frequentie (1/vtg.km) Beginpunt is eindpunt voorgaand traject Coordinaten Transport van voorgaand traject
Hoge snelheid 12 2,772E-008 Niet waar
m
Niet waar
Transport Stof
Aantal transp. 1/jaar
A (brandbare gassen) B2 (giftige gassen) C3 (zeer brandbare
700 200 1050
Transp. middel
Transp. overdag Transp. werkweek
Aantal C3 wagons
o/o
o/o
SKW druk 33 (bonte trein) SKW druk (bont 33 trein) SKW vloeistof 33
71,4
0
71,4
0,95
71,4
NVT
Project: Koudenhoek spoor
vloeistoffen) D3 (giftige vloeistoffen) D4 (zeer giftige vloeistoffen) Wissels Lengte
50 50
6
SKW zeer giftige vloeistof SKW zeer giftige vloeistof Nee 3748
33
71,4
NVT
33
71,4
NVT
m
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek Dijkstraat 1 te Lent 8 december 2021
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Verantwoording Titel
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek Dijkstraat 1 te Lent
Opdrachtgever
Gemeente Nijmegen
Projectleider
Erik Vonkeman
Auteur(s)
Laura Korte
Tweede lezer
Arno Velthorst, kwaliteitsbeoordelaar BRL 2000, protocol 2003
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Jan (J.M.A.) Bouwmeester, Mark (M.) Doornbos en Fjordor (F.) de Wit (certificaatnummer K54913)
Projectnummer
1282265
Aantal pagina’s
27
Datum
8 december 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 5
3
4
5
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 5
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 6
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen en omschrijving onderzoekslocatie ............................ 7
2.4
Overzicht verdachte deellocaties ....................................................................................... 8
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................... 9
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................. 10
2.7
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie .......................................... 10
2.8
Waterbodem ..................................................................................................................... 12
2.9
Terreinverkenning ............................................................................................................ 13
2.10
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen ............................................................. 13
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ........................................................... 15 3.1
Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 15
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 15
3.3
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 16
Resultaten ............................................................................................................................... 17 4.1
Maaiveldinspectie ............................................................................................................. 17
4.2
Mengmonster samenstelling ten behoeve van asbestonderzoek .................................... 17
4.3
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 18
4.4
Veldmetingen ................................................................................................................... 18
4.5
Resultaten landbodem grond en grondwater ................................................................... 18
4.6
Resultaten asbest ............................................................................................................ 22
4.7
Resultaten waterbodem ................................................................................................... 22
4.8
Interpretatie onderzoeksvragen ....................................................................................... 23
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 26 5.1
Conclusies ........................................................................................................................ 26
5.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 27
3/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart situering monsternemingspunten
Bijlage 3
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 4
Boorprofielen
Bijlage 5
Toetsingskader
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 7
Analysecertificaten
Bijlage 8
Vooronderzoek waterbodem
Bijlage 9
Veldwerkformulieren
Bijlage 10
Foto’s
Bijlage 11
Berekend asbestgehalte
4/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
1 Inleiding In opdracht van gemeente Nijmegen heeft TAUW een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 57401, een onderzoek naar asbest in grond volgens NEN 57072 en een verkennend waterbodemonderzoek volgens NEN 57203 uitgevoerd aan de Dijkstraat 1 in Lent. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is de voorgenomen aankoop van de locatie. Het doel van het bodemonderzoek is meerledig: • Landbodemonderzoek: Het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater • •
Asbestonderzoek: Daarnaast dient te worden bepaald of de locatie wel of niet verdacht is op het voorkomen van asbest in grond Waterbodemonderzoek: Het vaststellen van de kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden van de waterbodem in de watergang
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Voorafgaand aan het onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Voor het landbodem onderzoek is het vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 57254. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A uit de NEN 5725. Daarnaast is specifiek gekeken naar asbest volgens bijlage A van de NEN 57254. Het vooronderzoek voor de waterbodem is uitgevoerd op basis van bijlage A uit de NEN 57175. In de volgende paragrafen zijn de resultaten van het vooronderzoek weergegeven. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie gegeven.
1
NEN 5740: Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 2 NEN 5707+C2:2017: Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond, december 2017 3 NEN 5720: Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek, 2017 4 NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017 5 NEN 5717: Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, december 2017
5/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie Gegevens Adres
Dijkstraat 1, 6663AD Lent
Kadastrale gegevens
Gemeente: Nijmegen, sectie: F, nummers: 257 en 10
RD-coördinaten (X/Y)
X: 187.398, Y: 431.421
2
Oppervlakte (m )
9.722
Verhardingssituatie (m2)
Beton, klinkers en onverhard
2
Bebouwing (m )
Circa 3.440
Voormalig gebruik
Akker- en weideland, vanaf jaren ’30 boomgaard
Huidig gebruik
Kassen
Toekomstig gebruik
Onbekend
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Deelgebied
Waalsprong en Waalsprong-kassen
Bodemfunctieklasse*
Wonen
Bodemkwaliteitsklasse*
Bovengrond: Achtergrondwaarde Ondergrond: Industrie en klasse wonen
Explosieven**
Verdacht op geschutmunitie en afwerpmunitie
*Bron: Gemeente Nijmegen Nota bodembeheer, d.d. september 2012 **Bron: Milieuatlas gemeente Nijmegen, kaartlaag NGE
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In tabel 2.2 zijn de regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw gegeven. Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden. Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel
Bevinding
Informatiebron
Regionale bodemopbouw
Kalkhoudende
Bodemkaart van
poldervaaggronden; lichte zavel,
Nederland, WUR¹
profielverloop 5 Maaiveld hoogte
9,26 m +NAP
AHN²
Stijghoogte freatische grondwater
7,66 m +NAP
NAGROM³
Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting
Zuid West
NAGROM³
In een grondwaterbeschermingsgebied?
Nee
INSPIRE View⁴
Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?
Nee
wkotool.nl⁵
van het eerste watervoerend pakket
¹ https://www.wur.nl/nl/show/Bodemkaart-1-50-000.htm ² Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) ³ NAGROM, Nationaal GROndwater Model ⁴ INSPIRE view service voor AreaManagement van de gezamenlijke provincies ⁵ Betreft onttrekkingen die zowel vergunningsplichtig als meldingsplichtig zijn
6/27
Kenmerk
2.3
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Geraadpleegde informatiebronnen en omschrijving onderzoekslocatie
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • BAG-gegevens • • •
Luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2008-2020) Straatfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2021) Historische topografische kaarten van Topotijdreis 1900-2020
• • •
Door de opdrachtgever aangeleverde informatie Milieuatlas gemeente Nijmegen Fysieke terreinverkenning voorafgaand aan het veldwerk
Historie De onderzoekslocatie bevindt zich in deelgebied ‘Waalsprong’ van gemeente Nijmegen. Tot de jaren ’30 van het vorige eeuw was de locatie in gebruik als akker- en weideland. Aan de noordzijde van de locatie was destijds al een watergang aanwezig. Aan de oostzijde bevindt zich de spoorlijn tussen Nijmegen en Arnhem. Vanaf de jaren ’30 werden op de locatie en in de omgeving ervan boomgaarden aangelegd. In de loop der tijd is de ligging van de boomgaarden veranderd en naar noord-, west- en zuid uitgebreid. Ook zijn in deze periode panden op de locatie gebouwd. Op basis van de BAG-viewer is het nog steeds aanwezige pand op het zuidelijk gedeelte van de locatie in de jaren ’50 gebouwd. De kassen op het westelijk gedeelte zijn in 1990 gebouwd. Tegenwoordig is de locatie in gebruik als tuincentrum. In figuur 2.1 is historische kaartmateriaal opgenomen.
Figuur 2.1 Historisch kaartmateriaal (topotijdreis.nl). Onderzoekslocatie rood omkaderd.
7/27
Kenmerk
2.4
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Overzicht verdachte deellocaties
Uit raadpleging van de in paragraaf 2.3 opgegeven informatiebronnen blijkt dat op de locatie een (voormalige) huisbrandolietank aanwezig was. Echter is de ligging van de tank niet bekend. Tijdens de terreinverkenning is de tank niet aangetroffen (zie paragraaf 2.9). Op de locatie is een kas aanwezig waarvan niet zeker is of bij de teelt bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt. Uitpandig is de locatie onverhard en sterk begroeid. In figuur 2.2 zijn recente lucht- en straatbeelden opgenomen van de locatie.
Figuur 2.2 Recente lucht- en straatbeelden (Cyclomedia Streetsmart)
8/27
Kenmerk
2.5
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Asbestverdachtheid van de bodem
De locatie is vanaf de jaren ’30 plaatselijk bebouwd. Op basis van historisch kaartmateriaal zijn in de loop der tijd panden bijgekomen en ook weer verwijderd. De ontwikkelingen hebben plaatsgevonden tijdens de asbestverdachte periode (1945-1993). De kassen aan de westzijde van de locatie zijn in de jaren ’90 ontstaan. Op basis van luchtfoto’s zijn de kassen in de afgelopen 13 jaar in meer of minder goede staat geweest. Door de bewerking en/of sloop van asbesthoudend materiaal kan de grond met asbest verontreinigd raken. Met betrekking tot de daken blijkt op basis van de asbestdakenkaart Gelderland dat een klein gedeelte van de daken verdacht is mogelijk asbest te bevatten (zie afbeelding 2.3.).
Figuur 2.3 Asbestdakenkaart Gelderland. Onderzoekslocatie rood omkaderd.
Op het oostelijk aangrenzend perceel van de onderzoekslocatie is in het verleden asbestverdacht materiaal in de grond waargenomen en analytisch gemeten6. Ter plaatse van ruimtelijke eenheid 2 is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. aan asbest overschreden wordt. De verontreiniging is horizontaal en verticaal voldoende in zicht gebracht. De asbestverontreiniging bevindt zich niet ter plaatse de huidige onderzoekslocatie. In het onderzoek is aanbevolen de met asbest verontreinigde grond te ontgraven en af te voeren. Het is niet bekend of de locatie daadwerkelijk gesaneerd is.
6
Aanvullend asbestonderzoek, Dijkstraat 1a te Lent, Grontmij, 99037877, d.d. 13 februari 2008
9/27
Kenmerk
2.6
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS-verbindingen als gevolg van puntbronnen7 en 8. De kans op aanwezigheid van PFAS in de bodem als gevolg van aanwezigheid van puntbronnen wordt beperkt geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van de kamerbrief van 8 juli 2019 bij het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS9 als gevolg van atmosferische depositie. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem diffuus verdacht is voor PFAS met uitzondering van GenX.
2.7
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
Op de onderzoekslocatie zijn zover bekend in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Op het oostelijk aangrenzend perceel aan de Dijkstraat 1a zijn in het verleden wel bodemonderzoeken uitgevoerd. In tabel 2.4 zijn deze eerder uitgevoerde bodemonderzoeken vermeld en kort samengevat. Tabel 2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvatting Naam onderzoek
Korte samenvatting
Onderzoeksbureau
Verkennend
De aanleiding van het bodemonderzoek is de aankoop van de
Arcadis,
milieukundig
locatie door de gemeente Nijmegen. Het doel is het vaststellen
110301/OF3/1Y8/
bodemonderzoek en
van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en
001005/403/HB,
oriënterend
waterbodems. Daarnaast is bepaald of de locatie wel of niet
d.d. 10 juni 2003
asbestonderzoek
verdacht is op het voorkomen asbest.
Dijkstraat 1a in Lent
Op de locatie bevinden zich meerdere verdachte deellocaties. Over het algemeen blijkt dat de bovengrond zwak puin-, glasen kolen houdend is. Er zijn diverse verontreinigingen aangetroffen. De verontreinigingen betreffen met name lichte heterogene verontreinigingen aan zware metalen en OCB’s in de bovengrond. Incidenteel overschrijdt het gehalte aan zink de tussenwaarde. In de ondergrond en het grondwater is geen verontreiniging gemeten.
Met betrekking tot asbest zijn op de gehele locatie diffuus verspreid asbesthoudend materialen aangetroffen. Ter plaatse de deellocatie van ‘opslag materiaal langs weg’ is een sterke verontreiniging met PAK gemeten.
7
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 En op basis van Glüge, J., Scheringer, M., Cousins, I. T., DeWitt, J. C., Goldenman, G., Herzke, D., Wang, Z. (2020). An overview of the uses OF per- and POLYFLUOROALKYL Substances (pfas). Environmental Science: Processes & Impacts, 22(12), 2345-2373. doi:10.1039/d0em00291g (Glüge, 2020) 9 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019 8
10/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Onderzoeksbureau
De verontreiniging maakt deel uit van een groter geval van bodemverontreiniging die op termijn gesaneerd zal worden. Het is onbekend of de locatie daadwerkelijk is gesaneerd. Echter grenst de deellocatie niet aan de huidige onderzoekslocatie.
De watergang staat droog. De waterbodem wordt ingedeeld in klasse 1 op basis van zink. Indicatief en
Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd ter plaatse de
Grontmij, 172648,
aanvullend
gedempte sloot in het oosten van de huidige
3 januari 2005
bodemonderzoek
onderzoekslocatie. Uit de resultaten blijkt dat er maximaal een matige verontreiniging met zink en PAK is aangetroffen.
Aanvullend
Op de locatie aan de Dijkstraat 1a is naar aanleiding van de
Grontmij, 99037877,
asbestonderzoek
resultaten uit het Arcadis bodemonderzoek uit 2003
d.d. 13 februari 2008
Dijkstraat 1a te Lent
aanvullend onderzoek gedaan naar asbest in grond. Ter plaatse van ruimtelijke eenheid 2 is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De sterke verontreiniging is afgeperkt en bevindt zich niet ter plaatse van huidige onderzoekslocatie. Het is niet bekend of de verontreiniging gesaneerd is.
Saneringsplan
Op de oude locatie van Phillips (Thermion) ten noordoosten
Sweco, 282456, d.d.
grondwaterbeheersing
van de onderzoekslocatie is in het verleden een
12 april 2017
Thermion
bodemverontreiniging ontstaan. Dit heeft ertoe geleid dat het grondwater over een groot gebied en tot grote diepte verontreinigd is met gechloreerde koolwaterstoffen. De verontreinigingspluim loopt van de locatie aan de Pastoor van Laakstraat 92 tot aan de wijk Oosterhout op circa 40 m mv. De omgang van de nog diepere verontreiniging is niet bekend.
Uit de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken volgt dat de bovengrond in de omgeving van de onderzoekslocatie zwak puin-, glas en kolenhoudend is. Daarnaast blijkt de bovengrond heterogeen verontreinigd aan met name zware metalen en OCB’s. De ondergrond en het grondwater blijkt niet verontreinigd, ook is ten noorden van de locatie een grondwaterverontreiniging met VOCl bekend. Nota bodembeheer De onderzoekslocatie valt binnen deelgebied 5: “Waalsprong” van de Nota bodembeheer. In de Nota bodembeheer van de gemeente Nijmegen staat het volgende over deze deellocatie aangegeven:
11/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Kader: Deelgebied 5: Waalsprong “De ‘sprong over de Waal’ wordt momenteel gemaakt, waarmee de ruimtenood voor woningen en bedrijven wordt opgelost. Het huidige agrarische gebied wordt ontwikkeld tot een duurzaam woon- en natuurgebied. De diffuse verontreinigingen zijn ook in dit deelgebied ontstaan ten gevolge van zowel menselijk handelen als natuurlijke processen. Bij menselijk handelen moet worden gedacht aan het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, het uitspreiden van slib uit de sloot op de kant en het aanbrengen van kleine halfverhardingswegen. De natuurlijke processen zijn, net zoals in deelgebied 4, kwel- en sedimentatieprocessen. Een belangrijke bron van bodemverontreiniging in dit gebied is het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de (voormalige) boomgaarden. De bovenste meter van de bodem bestaat uit (zandige) klei. Hieronder bevindt zich fijn tot grof zand. Het gebied lig in het rivierkleigebied.’ (bron: Nota bodembeheer gemeente Nijmegen)
De resultaten van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken in de omgeving van de onderzoekslocatie, met name de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen, komen overeen met de beschrijvingen van deelgebied ‘Waalsprong’, zoals hierboven beschreven.
2.8
Waterbodem
Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de watergang. Aan de noordzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich al sinds de jaren 1900 een sloot/watergang. Op basis van de legger van het waterschap Rivierenland is de watergang echter niet opgenomen. Voor zover bekend is ter plaatse van de watergang in het verleden geen waterbodemonderzoek uitgevoerd. De watergang in het noordoosten van de locatie is tijdens het Arcadis verkennend bodemonderzoek in 2003 onderzocht10. Op basis van de resultaten betreft de watergang een droogstaande grenssloot. De watergang wordt ingedeeld in klasse 1 op basis van zink. Klasse 1-slib mag in het water, of op het land worden verspreid, indien de waterbodem of de landbodem in het betreffende gebied niet verslechterd. In figuur 2.4 is de ligging van de watergang weergegeven. In bijlage 8 zijn de resultaten van het vooronderzoek opgenomen. De tabel is gebaseerd op de controlelijst van de NEN 5717.
10
Verkennend milieukundig bodemonderzoek en oriënterend asbestonderzoek Dijkstraat 1a in Lent, Arcadis, 110301/OF3/1Y8/001005/403/HB, d.d. 10 juni 2003
12/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Figuur 2.4 Uitsnede legger waterschap Rivierenland. De watergang aan de noordkant van de onderzoekslocatie is niet in de legger opgenomen. Onderzoekslocatie is rood omkaderd.
2.9
Terreinverkenning
Op 3 september 2021 is door de veldmedewerker een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning is aandacht besteed in het opzoeken van de voormalige tank. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de voormalige ligging. Bij de contactpersoon van de locatie is de ligging van de tank onbekend. Op basis hiervan is de onderzoeksstrategie aangepast. De geplande peilbuis ter plaatse de voormalige tank komt te vervallen. In de kassen is veel beton aanwezig, met name in het oostelijk gedeelte van de kas. Daardoor is het niet mogelijk ter plaatse het oostelijk gedeelte te boren. Verder is het zuidelijk gedeelte in gebruik als kringloopopslag. Op basis van de bevindingen is het boorplan op de actuele situatie in het veld aangepast. Met de terreinverkenning is het vooronderzoek formeel afgerond.
2.10
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen
Uit het vooronderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Landbodem De locatie is sinds de jaren ’30 in gebruik als boomgaard. Tegenwoordig bevindt zich op de locatie een tuincentrum.
13/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
In de omgeving van de locatie zijn in de bovengrond zwakke bijmengingen met puin-, glas- en kolenresten waargenomen. Analytisch is de bovengrond heterogeen verontreinigd met zware metalen en bestrijdingsmiddelen (OCB’s). De verontreinigingssituatie komt overeen met het deelgebied ‘Waalsprong’ van de gemeente Nijmegen. De ondergrond en het grondwater blijken op basis van het vooronderzoek niet verontreinigd. Wel is in het noorden van de locatie aan de Pastoor van Laakstraat 92 een grondwaterverontreiniging tot grote diepte met VOCl bekend. Op de locatie is sprake van een (voormalige) huisbrandolietank. De ligging van de tank is echter niet te achterhalen. Asbest Met betrekking tot asbest volgt uit het vooronderzoek dat de locatie tijdens een asbestverdachte periode is ontwikkeld. Op de locatie bevindt zich een pand uit de jaren ’50 en kassen uit de jaren ’90. De kassen waren in de afgelopen 13 jaar in meer of minder goede staat. Plaatselijk zijn de daken mogelijk verdacht op het voorkomen van asbest. Op het naastliggend perceel van de locatie is asbest in grond gemeten in gehalten groter dan de interventiewaarde. De asbestverontreiniging is voldoende afgeperkt en betreft een geval van ernstige verontreiniging. De verontreiniging bevindt zich niet ter plaatse de huidige onderzoekslocatie.
Waterbodem De watergang in het noorden van de locatie is zover bekend niet eerder onderzocht. Er is geen informatie over de kwaliteit van de watergang bekend. De watergang in het noordoosten van de locatie is ingedeeld als klasse 1 op basis van zink. Samengevat Samenvattend wordt geconcludeerd dat onderzoekslocatie verdacht is op het voorkomen van lichte verontreinigingen aan zware metalen en OCB’s in de bovengrond. Daarnaast is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest in grond. Op basis van de historie van de onderzoekslocatie is de watergang verdacht op het voorkomen van OCB’s. Verder is de watergang verdacht op het voorkomen van zware metalen, met name zink. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de aanleiding en doelstelling van het bodemonderzoek kunnen de volgende onderzoeksvragen worden gesteld: • • •
Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater? Is de locatie wel of niet verdacht op het voorkomen van asbest in grond? Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem?
14/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
Om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden zijn de volgende onderzoeksstrategieën gehanteerd: Landbodemonderzoek • Voor het verkennend landbodemonderzoek is de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen veelde verontreiniging op schaal van •
monsterneming (VED-HE) uit de NEN 5740 gehanteerd Vanwege het mogelijk gebruik van bestrijdingsmiddelen op de locatie wordt de bovengrond aanvullend geanalyseerd op OCB’s. De analyse wordt uitgevoerd in de bodemlaag van
•
0,0-0,25 m -mv en van 0,25-0,5 m -mv Mengmonsters met tenminste een tussenwaarde overschrijding zijn uitgesplitst op de betreffende parameter(s). Op basis van de analyseresultaten is één mengmonster van de bovengrond uitgesplitst op OCB’s
Asbestonderzoek •
Voor het verkennend asbestonderzoek is de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld uit de NEN 5707 gehanteerd Het asbestonderzoek wordt met het landbodemonderzoek gecombineerd uitgevoerd
•
Waterbodemonderzoek • Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN) uit de NEN 5720 De lengte van de watergang bedraag circa 70 meter. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde werkzaamheden
•
Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden waterbodem Locatie/vak
Lengte(m)
Strategie
Aantal
Analysewerk
boringen 1
3.2
70
LN
10 (25 t/m 34)
Regionaal pakket + OCB
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is bemonsterd op 3 september en 22 oktober 2021 door Jan (J.M.A.) Bouwmeester, Mark (M.) Doornbos en Fjodor (F.) de Wit. Het grondwater is bemonsterd op 22 oktober 2021 door Mark (M.) Doornbos. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. In tabel 3.2 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde werkzaamheden. De situering van de monsterpunten is opgenomen in bijlage 2.
15/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Tabel 3.2 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Omschrijving
Aantal
Monsterpuntnummers
Boring tot 0,5 m -mv
18
2, 3, 6, 7, 9, t/m, 12, 14 t/m 20, 22 t/m 24
Boring tot 2,0 m -mv
4
4, 8, 13, 21
Boring met peilbuis tot circa 3,0 m -mv
2
1, 5
Gat (0,3x0,3) tot 0,5 m -mv
18
2, 3, 6, 7, 9, t/m, 12, 14 t/m 20, 22 t/m 24
Gat (0,3x0,3) en boring tot 2,0 m -mv
4
4, 8, 13, 21
Waterbodemsteek tot 0,5 m -vaste bodem
10
25 t/m 34
Analyses
Aantal
Standaard stoffenpakket grond1
8
Landbodemonderzoek
Asbestonderzoek
Waterbodemonderzoek
BG 1 t/m 4, BG 6 t/m 8, BG 10, 12, 13, 21, BG 9, 11, 14,16, BG 18, 20, 22, 24, BG 19, OG 1, 4, 5 en 8, OG 13 en 21
Standaard stoffenpakket grondwater2
2
Pb1, Pb5
OCB in grond
13
BG 1, BG 6 en 7, BG 8, BG 10, 12, 13, 21, BG 9, 11, 14, 16, BG 18, 20, 22, 24, BG 19, BG 1 t/m 4, BG 5 t/m 7 BG 10, 12, 13, 21, BG 9, 11, 14, 16, BG 18, 20, 22, 24 BG 19
Uitsplitsing OCB
4
18-2, 20-2, 22-2, 24-2
Asbest in grond
6
MM3, MM4, MM5, MM6, M5A, M8A
Asbest in puin
1
M1A
Asbestverzamelmonster
1
AVM8
SEM-analyse
2
MM5, MM6
2
WABO 25 t/m 34 (0,0-0,25), WABO 24 t/m 34 (0,25-0,5)
3
Waterbodem regionaal pakket + OCB 1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof
2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en minerale olie (GC)
3)
Standaard regionaal waterbodempakket: organische stof, fractie < 2 µm, fractie < 16 µm, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof
3.3
Veiligheid en kwaliteit
In deze paragraaf zijn de relevante veiligheids- en kwaliteitsaspecten beschreven. De volgende afwijking is geconstateerd in het onderzoek: • Maaiveldinspectie (protocol 2018): Ter plaatse van RE2 en RE3 is de maaiveldbedekking >75 % (vegetatie en betonplaten) waardoor het niet mogelijk was ter plaatse een maaiveldinspectie conform protocol 2018 uit te voeren. Daardoor kan asbest op het maaiveld gemist zijn. In de grond ter plaatse van RE3 is asbest in de grond gemeten in gehalten beneden 0,5 maal de interventiewaarde als norm voor het uitvoeren van een nader onderzoek.
16/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Ter plaatse van RE2 is op de betonplaten een spot met asbestverdacht materiaal waargenomen (zie foto 1000). Echter is in de grond van RE2 geen asbest gemeten. Op basis van de resultaten van het asbestonderzoek wordt het risico van de afwijking als laag beoordeeld •
Beluchte grondwatermonstername (protocol 2002): In afwijking op protocol 2002 is het grondwater van peilbuis 5 belucht bemonsterd. De bovenkant van het filter stond niet beneden het grondwaterniveau. Daardoor is het grondwater belucht. Echter is het grondwater zonder luchtbellen in de flessen opgeslagen waardoor wordt aangenomen dat deze afwijking niet van invloed is op de eindconclusie van het onderzoek
Ondanks dat is afgeweken van de protocollen kan met voldoende zekerheid worden gesteld dat de eindconclusies betrouwbaar zijn. Voor een gedetailleerd uitleg van de afwijking wordt verwezen naar bijlage 3.
4 Resultaten 4.1
Maaiveldinspectie
Voor de start van de werkzaamheden heeft conform protocol 2018 een maaiveldinspectie plaatsgevonden. De onderzoekslocatie is ingedeeld in vier ruimtelijke eenheden (RE1, RE2, RE3 en RE5). De inspectie-efficiëntie is afhankelijk van de weersomstandigheden, conditie van het maaiveld en het type maaiveld. Ter plaatse van RE5 is de inspectie-efficiëntie ingeschat op 70-90 %. Op het maaiveld van RE 5 is asbestverdacht materiaal waargenomen. Het materiaal wordt beschreven als spijkerplaat materiaal. Ter plaatse van RE1 is de inspectie-efficiëntie ingeschat op 75-90 %. Op het maaiveld van RE1 is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In RE2 en RE3 is de bedekking van het maaiveld met vegetatie of betonplaten >75 % waardoor in deze RE’s geen maaiveldinspectie conform 2018 uitgevoerd kon worden. Het veldwerkformulier van de maaiveldinspectie is toegevoegd in bijlage 9.
4.2
Mengmonster samenstelling ten behoeve van asbestonderzoek
Voor het verkennend asbestonderzoek zijn mengmonsters van de grond in het veld samengesteld. In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de samengestelde mengmonsters. In bijlage 9 is het veldwerkformulier opgenomen. Foto’s van het veldwerk zijn weergegeven in bijlage 10. Tabel 4.1 Samenstelling mengmonsters asbestonderzoek Monstercode
Deelmonsters
Traject (m -mv)
Bijzonderheden
M1A
2, 3, 4
0,0-0,25
Puinlaag
M5A
5, 6, 7
0,01-0,5
Betonpuin, baksteen, glas
M8A
8
0,01-0,5
Asbest, baksteen, glas
MM3
18, 20
0,04-0,5
Betonpuin, glas, kunstmestkor, metaal
MM4
19, 22, 23, 24
0,0-0,5
Baksteen, betonpuin, kunstmestkor
MM5
14, 15, 16, 17
0,0-0,5
Baksteen, metaal
MM6
9, 10, 11, 12, 13
0,0-0,5
Baksteen, glas, piepschuim
17/27
Kenmerk
4.3
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
De bodem van de onderzoekslocatie bestaat uit klei en zand. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond zeer lichte tot matige bijmengingen aan baksteen, betonpuin, glas, metaal, piepschuim en kunstmestkorrels waargenomen. Plaatselijk zijn de bijmengingen met baksteen tot een diepte van circa 1,0 m -mv waargenomen. Ter plaatse van boring 2, 3 en 4 is in de bovengrond een puinlaag waargenomen. Daarnaast is tijdens de werkzaamheden in boring 8 asbestverdacht materiaal waargenomen. De watergang staat droog. De vaste waterbodem bestaat uit klei. In de vaste waterbodem zijn plaatselijk zeer lichte bijmengingen met baksteen waargenomen in de toplaag van 0,0-0,25 m -mv. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4.
4.4
Veldmetingen
De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 Veldmetingen Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv)
GWS (m -mv)
pH (-)
EC
Troebelheid
(μS/cm)
(ntu)
1
2,30
3,30
22.10.2021
1,28
6,22
653
9
5
2,00
3,00
22.10.2021
2,03
6,80
325
19
De gemeten waarden voor pH en EC worden als normaal beschouwd. In het grondwater van peilbuis 5 is een verhoogde troebelheid gemeten (>10 ntu). Een verhoogde troebelheid kan tot een overschatting van de organische parameters leiden. Tijdens de grondwatermonstername is gecontroleerd of de bovenkant van het filter zich onder de grondwaterstand bevindt. In peilbuis 5 bevond zich de bovenkant van het filter niet onder de grondwaterstand waardoor het monster is belucht.
4.5
Resultaten landbodem grond en grondwater
In de tabellen 4.3, 4.4 en 4.5 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7.
18/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Tabel 4.3 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond (Meng) monster
Deel
Diepte
Textuur en
> AW
>T
>I
BBK2
LMW3
1
monster
(m -mv)
bijzonderheden
1-2, 1-2, 2-2, 2-2,
0,25-0,6
klei
Hg, Pb, Zn, PAK, PCB
-
-
WO
-
0,01-0,5
klei, glas 3, glas 2, asbest,
Cd, Cu, Hg, Pb, Zn, PAK,
-
-
IND
-
baksteen 1, baksteen 3,
PCB
Bovengrond BG 1 t/m 4
3-2, 3-2, 4-2, 4-2 BG 6 t/m 8
6-1, 6-1, 7-1, 7-1, 8-1, 8-1, 8-2, 8-2
betonpuin 1 BG 10, 12, 13, 21
10-1, 12-2, 13-1,
0,0-0,5
klei
Pb, Zn
-
-
AT
-
klei, metaal 1, baksteen 2,
Pb, PAK
-
-
AT
-
matig grof zand, glas 3,
Cd, Cu, Hg, Pb, Zn, PAK,
-
-
IND
-
baksteen 1, betonpuin 1,
PCB
-
-
IND
PCB
21-2 BG 9, 11, 14,16
9-1, 11-2, 14-1, 16-2
0,0-0,5
BG 18, 20, 22, 24
18-1, 20-2, 22-1,
0,0-0,5
baksteen 1
24-2
kunstmestkorrels 2 BG 19
19-1, 19-2
0,1-0,5
klei, baksteen 2, betonpuin
Cd, Co, Hg, Pb, Ni, Zn,
1
PAK, PCB
0,5-1,5
klei, baksteen 1
-
-
-
AT
-
1,0-2,0
matig grof zand
-
-
-
AT
-
Ondergrond OG 1, 4, 5 en 8
1-3, 1-4, 4-3, 4-4, 5-3, 5-4, 8-3, 8-4
OG 13 en 21
13-4, 13-5, 21-6
AW: Achtergrondwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: geen overschrijding van de geanalyseerde parameters 1
De mate van bijmengingen is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3)
2
Indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, waarbij AT = Altijd Toepasbaar, WO = Klasse Wonen, IND = Klasse Industrie
3
Overschrijding Lokale maximale waarde (LMW), uitleg over LMW is opgenomen in bijlage 5.3
19/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Tabel 4.4 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond met betrekking tot bestrijdingsmiddelen (Meng) monster
Deel monster
Diepte
Textuur en
(m -mv)
bijzonderheden
> AW
>T
>I
BBK2
LMW3
1
Toplaag 0,0-0,25 m -mv BG 1
1-1
0,1-0,25
matig grof zand
-
-
-
AT
-
BG 6 en 7
6-1, 7-1
0,01-
klei, glas 3, baksteen 1,
Drins (Aldrin+Dieldrin
-
-
IND
Drins
0,25
betonpuin 1
+Endrin)
0,01-
klei, glas 2, asbest,
DDE, Drins (Aldrin+Dieldrin
-
-
NT
Drins
0,25
baksteen 3
+Endrin), gamma-HCH (lindaan)#,
0,0-0,25
klei
Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin)
-
-
AT
-
0,0-0,25
klei, metaal 1, glas 2,
Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin)
-
-
AT
Drins
matig grof zand, metaal 1,
Drins (Aldrin+Dieldrin
-
-
NT
Drins
glas 3, baksteen 1,
+Endrin), alfa-endosulfan#, alfa-HCH#,
betonpuin 1,
beta-HCH#, gamma-HCH (lindaan) #,
kunstmestkorrels 2
heptachloor#, heptachloorepoxide (som)
klei, baksteen 2, betonpuin 1
DDE, DDD
Drins
-
NT
DDE,
BG 8
8-1
BG 10, 12,
10-1, 12-1,
13, 21
13-1, 21-1
BG 9, 11,
9-1, 11-1,
14, 16
14-1, 16-1
piepschuim 1, baksteen 2, baksteen 1
BG 18, 20,
18-1, 20-1,
22, 24
22-1, 24-1
BG 19
19-1
0,0-0,25
0,1-0,25
(Aldrin+Dieldrin
Drins
+Endrin) Laag 0,25-0,5 m -mv BG 1 t/m 4
1-2, 2-2, 3-2,
0,25-0,6
klei
0,25-0,5
klei
4-2 BG 5 t/m 7
5-2, 6-2, 7-2
DDD, Drins (Aldrin+Dieldrin
-
-
IND
Drins
-
-
IND
Drins
+Endrin) Drins (Aldrin+Dieldrin +Endrin), gamma-HCH (lindaan)
#
20/27
Kenmerk (Meng)
DeelR001-1282265LFK-V01-rlk-NL Diepte Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden1
BG 10, 12,
10-2, 12-2,
0,25-0,5
13, 21
13-2, 21-2
BG 9, 11,
9-2, 11-2,
14, 16
14-2, 16-2
BG 18, 20,
18-2, 20-2,
22, 24*
> AW
>T
>I
BBK2
LMW3
klei
-
-
-
AT
-
0,25-0,5
klei, metaal 1, baksteen 1
-
-
-
AT
-
0,25-0,5
matig grof zand, baksteen 1,
hexachloorbenzeen (HCB), DDE, DDD,
Drins
-
NT
Drins
-
-
NT
-
-
Drins
NT
Drins
NT
Drins,
22-2, 24-2
#
#
#
betonpuin 1,
alfa-endosulfan , alfa-HCH , beta-HCH ,
(Aldrin+Dieldrin
kunstmestkorrels 2
gamma-HCH (lindaan) #, heptachloor#,
+Endrin)
heptachloorepoxide (som) BG 19
19-2
0,25-0,5
klei, baksteen 2, betonpuin 1
Drins (Aldrin+Dieldrin #
+Endrin), alfa-HCH *Uitsplitsing BG 18, 20, 22, 24 18
18-2
0,25-0,5
matig grof zand, betonpuin
DDE, alfa-endosulfan, alfa-HCH,
1, kunstmestkorrels 2
heptachloor,
(Aldrin+Dieldrin +Endrin)
20
20-2
0,25-0,5
matig grof zand, betonpuin 1
hexachloorbenzeen (HCB), DDE, DDD,
-
-
Drins (Aldrin+Dieldrin
DDE
+Endrin), alfa-endosulfan, alfa-HCH, heptachloor, 22
24
22-2
24-2
0,25-0,5
0,25-0,5
matig grof zand, baksteen 1,
Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin), alfa-
kunstmestkorrels 2
HCH,
matig grof zand, baksteen 1
Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin)
-
#
-
NT
Drins
-
NT
Drins
AW: Achtergrondwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: geen overschrijding van de geanalyseerde parameters, verhoogde rapportagegrens 1
De mate van bijmengingen is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3)
2
Indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, waarbij AT = Altijd Toepasbaar, IND = Klasse Industrie, NT = Niet toepasbaar
3
Overschrijding Lokale maximale waarde (LMW), uitleg over LMW is opgenomen in bijlage 5.3
21/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Tabel 4.5 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelling
>S
>T
>I
(m-mv) Pb 1
2,3-3,3
Ba
-
-
Pb 5
2,0-3,0
-
-
-
S: Streefwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters
In het grondwater van peilbuis 5 is geen van de organische parameters verhoogd gemeten. Op basis hiervan wordt ervan uitgegaan dat de verhoogde troebelheid geen invloed heeft gehad op de onderzoeksresultaten.
4.6
Resultaten asbest
Voor het toetsen van het asbestgehalte in de bodem is het gehalte serpentijn asbest vermeerderd met 10 x het gehalte aan amfibool asbest. In tabel 4.6 zijn de resultaten van het asbestonderzoek weergegeven. De totaal gewogen indicatieve gehaltes asbest zijn berekend in bijlage 11. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.6 Samenvatting analyseresultaten asbest Monster
Deelmonsters
Traject
Totale gewogen
Toetsing
Totaal gewogen
Toetsing
(m –mv)
indicatief gehalte
norm
gehalte asbest
risiconorm
asbest
fractie <0,5 mm
(mg/kg d.s.)
(mg/kg d.s.)
M1A
2, 3, 4
0,0-0,25
<2,0
-
n.v.t
-
M5A
5, 6, 7
0,01-0,5
4,0
-
n.v.t
-
M8A+AWM
8
0,01-0,5
440
+
n.g.
-
MM3
18, 20
0,04-0,5
<2,0
-
n.v.t
-
MM4
19, 22, 23, 24
0,0-0,5
<2,0
-
n.v.t
-
MM5
14, 15, 16, 17
0,0-0,5
6
-
-
-
MM6
9, 10, 11, 12,
0,0-0,5
14
-
-
-
13 - 0,5 * interventiewaarde wordt niet overschreden, + 0,5 * interventiewaarde wordt overschreden n.g. = niet geanalyseerd, n.v.t. = niet van toepassing, met de lichtmikroskoop geen aanwijzingen op respirabele vezels gevonden.
4.7
Resultaten waterbodem
Het opgeboorde materiaal is tijdens het veldwerk visueel beoordeeld op textuur, kleur en bijzonderheden die kunnen duiden op verontreinigingen. Teven is visueel aandacht besteed aan de eventuele aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
22/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
In de onderzochte watergang is geen slib aanwezig, de watergang staat droog. De vaste waterbodem bestaat uit klei. In het opgeboorde materiaal is in boring 27 en 28 een zeer lichte bijmenging met baksteen waargenomen in de toplaag van 0,0-0,25 m -mv. In de overige boringen is geen bodemvreemd materiaal waargenomen. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4. In tabel 4.7 is een samenvatting van de analyseresultaten opgenomen. In bijlage 6 is de toetsing van de onderzoeksresultaten opgenomen. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.7 Samenvatting resultaten waterbodem Omschrijving
Resultaat 0,0-0,25 m -mv
Resultaat 0,25-0,5 m -mv
Structuur
Vaste waterbodem (klei)
Vaste waterbodem (klei)
Zintuiglijke waarnemingen
baksteen
-
Samenstelling mengmonster
25-1 t/m 34-1
25-2 t/m 34-2
Toepassen op landbodem
Klasse Industrie (zink)
Klasse Industrie (cadmium, koper, zink, pentachloorbenzenen, PCB, minerale olie, Drins, (Aldrin+Dieldrin+Endrin)
Toepassen in oppervlaktewater
Klasse B (endrin, Drins
Klasse B (koper, lood,
Aldrin+Dieldrin+Endrin))
pentachloorbenzenen, dieldrin, endrin, Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin)
Verspreiden op aangrenzend perceel
Verspreidbaar
Niet verspreidbaar (meerdere soorten PAF metalen (msPAFmet))
4.8
Interpretatie onderzoeksvragen
Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater? Grond In de bovengrond zijn zeer lichte tot matige bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. De bijmengingen betreffen baksteen, betonpuin, glas en metaal en zijn grotendeels inpandig in de kassen aangetroffen en op het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie achter de kassen in de richting van de watergang. Met betrekking tot de standaardparameters zijn in de bovengrond de gehalten aan zware metalen, PAK en PCB boven de achtergrondwaarde gemeten. In boring 19 overschrijdt het gehalte aan PCB de Lokale Maximale Waarde (LMW). In de overige boringen zijn geen overschrijdingen van de LMW gemeten. In de ondergrond is op één boring na geen bodemvreemd materiaal waargenomen. Analytisch is in de ondergrond geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde en / of rapportagegrens gemeten.
23/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Met betrekking tot de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen zijn in de grond over het algemeen achtergrondwaarde overschrijdingen aan OCB’s gemeten. De licht verhoogde gehalten zijn zowel in de toplaag (0,0-0,25) als in de laag daaronder (0,25-0,5) gemeten. De gehalten aan drins en DDE overschrijden plaatselijke de LMW. Inpandig is in monster BG 19 en in mengmonster BG 18, 20, 22, 24 het gehalte aan drins boven de tussenwaarde gemeten. Na uitsplitsing van het mengmonster is in het deelmonster van boring 18 een interventiewaarde overschrijding aan drins gemeten. In de overige deelmonsters zijn de gehalten aan OCB’s boven de achtergrondwaarde gemeten. De inpandige matig tot sterke verontreiniging aan bestrijdingsmiddelen is waarschijnlijk te verklaren doordat inpandig meer bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt dan op het buitenterrein. De gemeten gehalten aan drins overschrijden in alle deelmonsters de LMW. Het gehalte aan DDE overschrijdt de LMW ter plaatse van boring 20. Samenvattend vormt het verontreinigingsbeeld een diffuse verontreiniging aan zware metalen, PAK, PCB en OCB’s in de bovengrond. Dit komt overeen met het vooronderzoek en de historie van de locatie. De verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en OCB’s zijn waarschijnlijk ontstaan ten gevolge van menselijk handelen.
Inpandig zijn de gehalten aan OCB’s plaatselijk matig tot sterk verhoogd gemeten, een belangrijke bron van de verhoogde gehalten aan OCB’s is het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de (voormalige) kwekerij. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is de bovengrond indicatief beoordeeld als altijd toepasbaar, klasse wonen of klasse industrie. Inpandig is de bovengrond op basis van de aanwezigheid van OCB’s grotendeels indicatief beoordeeld als niet toepasbaar. Grondwater In het grondwater overschrijdt de concentratie aan barium de streefwaarde. Een lichte verontreiniging aan barium komt in de Nederlandse bodem vaker voor en is waarschijnlijk van nature aanwezig. De gemeten concentraties komen overeen met het vooronderzoek. Uit het vooronderzoek blijkt ook dat VOCl in het diepere grondwater (> 40 m -mv) aanwezig is. In het freatische grondwater zijn geen verhoogde concentraties aan VOCl gemeten. De resultaten van het freatische grondwater bevestigen het beeld dat VOCl niet in het ondiepe grondwater aanwezig is op locatie. Is de locatie wel of niet verdacht op het voorkomen van asbest in grond? Op de onderzoekslocatie is tijdens de maaiveldinspectie asbestverdacht materiaal waargenomen. Het asbestverdacht materiaal is waargenomen in de kassen en achter de kassen op het noordwestelijk gedeelte van de onderzoekslocatie.
Daarnaast is tijdens het boorwerk in boring 8 asbestverdacht materiaal in de grond waargenomen. Uit de asbestanalyse blijkt dat het asbestverdachte materiaal daadwerkelijk asbesthoudend is. Het plaatmateriaal bestaat uit hechtgebonden chyrsotiel (10-15 %) en crocidoliet (2-5 %) asbest, type golfplaat.
24/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Door het plaatmateriaal overschrijdt het totaal gemeten asbestgehalte in asbestmonster M8A de interventiewaarde voor nader onderzoek. In totaal is er een asbestgehalte van 440 mg/kg d.s. gemeten. In de grond is het asbest gemeten in de fracties van 1 tot 20 mm en betreft hechtgebonden chrysotiel asbestcement en niet hechtgebonden chrysotiel board asbest. Tevens is met de lichtmicroscoop een indicatie voor de aanwezigheid van respirabele asbestvezels in dit monster waargenomen. Echter is de aanwezigheid van asbestvezels niet nader onderzocht. De omvang van de asbestverontreiniging is met het huidig onderzoek niet voldoende in beeld gebracht. In het zuidwesten is in mengmonster M5A is een asbest gehalte van 4 mg/kg d.s. gemeten. Het asbest is gemeten in de 4-8 mm fractie en betreft hechtgebonden chrysotiel asbestcement. In het noordoosten van de asbestverontreiniging is in mengmonster MM5 is een asbestgehalte van 6 mg/kg d.s. gemeten. In dit monster is het asbest gemeten in de 4-8 mm fractie en betreft niet hechtgebonden chrysotiel board asbest. Verder bevat mengmonster MM6 een asbestgehalte van 14 mg/kg d.s.. In mengmonster MM6 is het asbest gemeten in de fractie 0,5-2 mm en betreft niet hechtgebonden losse chrysotiel vezels. Tevens is in mengmonster MM5 en MM6 een indicatie op het voorkomen van respirabele asbestvezels aanwezig.
Daarom zijn beide monsters aanvullend onderzocht op respirabele vezels in de kleinste fractie <0,5 mm middels een SEM-analyse. Uit de SEM-resultaten blijkt dat er geen respirabele vezels zijn gemeten. Op basis van dit resultaat wordt ervan uitgegaan dat in M8A ook geen respirabele vezels aanwezig zijn. In de overige asbestmengmonsters, inclusief de puinlaag, is geen asbest gemeten. De gerapporteerde gehalten liggen beneden de rapportagegrens. Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem? In de watergang is geen slib aangetroffen. De watergang staat droog en de vaste waterbodem bestaat uit klei. De waterbodem is onderzocht in twee lagen, de toplaag (0,0-0,25 m -mv) en de laag daaronder (0,25-0,5 m -mv). Uit de resultaten blijkt dat de kwaliteit van de twee lagen zich onderscheidt bij het verspreiden van de vaste waterbodem op het aangrenzend perceel. De toplaag mag op het aangrenzende perceel verspreid worden, terwijl de laag daaronder op basis van meerdere PAF metalen niet verspreid mag worden op het aangrenzende perceel. Voor de toepassing op landbodem zijn beide lagen geclassificeerd als Klasse Industrie en voor het toepassen in oppervlaktewater zijn beide lagen geclassificeerd als Klasse B.
25/27
Kenmerk
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
5 Conclusies en aanbevelingen Met het onderhavige bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater op de locatie aan Dijkstraat 1 in Nijmegen vastgesteld. Daarnaast is bepaald of de locatie wel of niet asbestverdacht is en is de kwaliteit van de watergang in het noorden van de locatie vastgesteld.
5.1
Conclusies
Landbodemonderzoek In de kassen overschrijdt het gehalte aan drins plaatselijk de tussen- of interventiewaarde. De matig tot sterke verontreiniging is heterogeen verdeeld in de grond aanwezig. De gehalten aan drins en DDE overschrijden de LMW. Verder zijn in de grond over het algemeen achtergrondwaarde overschrijdingen aan zware metalen, PAK, PCB en OCB’s gemeten in de bovengrond. Het gehalte aan PCB overschrijdt de LMW. De lichte verontreinigingen zijn diffuus aanwezig en te relateren aan het historisch en tegenwoordige gebruik van de locatie. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen gemeten en het grondwater is slechts licht verontreinigd aan barium. Asbest Op de onderzoekslocatie is asbest in grond gemeten. Ter plaatse van boring 8 is een gehalte van 440 mg/kg d.s. gemeten waarmee de 0,5 x interventiewaarde als norm voor nader onderzoek wordt overschreden. Ter plaatse is de omvang van de verontreiniging niet volledig in beeld gebracht. Tevens is onbekend wat het asbestgehalte in de watergang is. In het zuidwesten en noordoosten van de asbestverontreiniging is asbest gemeten in gehalten beneden de 0,5 x interventiewaarde als norm voor nader onderzoek. Op het overig terrein is geen asbest in grond gemeten. Waterbodem De watergang is droog en de vaste waterbodem bestaat uit klei. De vaste waterbodem is geclassificeerd als klasse B.
Klasse Industrie wat betreft het toepassen op landbodem. Indicatief zijn tevens te toepassingsmogelijkheden vastgesteld: • •
Voor het toepassen op landbodem geclassificeerd als Klasse Industrie Voor het verspreiden op het aangrenzend perceel moet rekening worden gehouden dat alleen de toplaag (0,0-0,25 m -mv) verspreid mag worden op het aangrenzend perceel. De laag onder de toplaag (0,25-0,5 m -mv) mag op basis van metalen niet verspreid worden op het aangrenzend perceel
Opgemerkt wordt dat gezien de gemeten asbestgehalten op de aangrenzende landbodem, de watergang verdacht is op de aanwezigheid van asbest. Onderzoek naar asbest en PFAS is noodzakelijk om de definitieve toepassingsmogelijkheden te kunnen vaststellen.
26/27
Kenmerk
5.2
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Aanbevelingen
Ter plaatse van boring 8 overschrijdt het asbestgehalte de norm voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Conform de NEN 5707 wordt aanbevolen de verontreiniging ter plaatse met proefsleuven middels een mobiele kraan nader te onderzoeken. Daarnaast wordt aanbevolen om het asbestgehalte in de waterbodem (en dan ook het gehalte PFAS) van de watergang eveneens vast te stellen. Opmerking Bij eventueel toekomstig grondverzet vormt dit onderzoek geen geldig bewijsmiddel, maar geldt het als indicatie voor de kwaliteit van de af te voeren grond. Bij grondverzet en afvoer van grond vanaf de locatie kan het daarom noodzakelijk zijn een partijkeuring volgens de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit uit te voeren. PFAS dient als kritische parameter meegenomen worden in dit onderzoek.
27/27
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Regionale ligging onderzoekslocatie
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Kaart situering monsternemingspunten
34 33
11
S 32 10
31
S 30 13 !
)
29 9
28
S
S
! 8 )
14
23
S
S
17
7
)
6
5
S
15
) SA
25
S
12
27 26
16
S 22
S
S
)
A
21 !
19
)
S
1
2
S
18
S
3 20
24
S
S
S
0
Asbest op maaiveld
S
AsbestGat
)
A
! ) )
Locatiegrens
4 !
)
20
Schaal
Opdrachtgever
Asbestgat / Boring AsbestGatPeilbuis
Titel
1:1000 Formaat
Lent Dijkstraat 1
A4 Datum 02-11-2021
situering monsterpunten
Boring tot 0,5 meter Peilbuis
Status
Gemeente Nijmegen Project
Esri
´
40 m
Get.
TEGSIS
Gec.
lfk
Definitief Projectnummer
1282265 Tekeningnummer
1 Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
109 \
108
110 \
\\ \
115
119
\
118
111 \ \
126
\
\ 113 \ \
\
121
123
\ 116
127
\
107
\
106
\
\
\
\ 105
125
\
\ 102
124
\ 101
\ \
\
104
0
20
´
40 m
\ Opdrachtgever
Gemeente Nijmegen
Locatiegrens
A4
Definitief
Formaat
Projectnummer
Titel
Datum 02-11-2021
Tekeningnummer
situering fotopuntnummers
Foto
Status
1:1000
Project
Lent Dijkstraat 1
\
Schaal
Esri
Get.
Gec.
TEGSIS lfk
1282265
1
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1282265LFK-V01-rlk-NL
Veiligheid en kwaliteit
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.