CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij biodiversiteitsplan Nijmegen eindrapport

Besluitronde (raadsvergadering) 1 februari 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D29 d.d. 13 december 2022 inzake Biodiversiteitsplan Nijmegen9.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage I

Natuurwaardenkaart en Hoofdgroenstructuurkaart

De informatie op deze kaarten is afkomstig uit verschillende bronnen. De bronnen zijn: -Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT); -Bomenplan Nijmegen; -Cultuurhistorische waardenkaart; -Natuurparelkaart.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

67

Natuurwaardenkaart Nijmegen

Legenda N

Gemeentegrens Gelders Natuur Netwerk

Ecologische verbindingszone droog

Natura 2000

Ecologische verbindingszone nat

Groen (gemeentelijk & niet gemeentelijk)

Ecologische verbindingszone nat/droog

Water

Groengebieden met hoge natuurwaarden

Hoofdgroenstructuur Nijmegen

Legenda Gemeentegrens

N

Groengebieden met hoge natuurwaarden

Bestaande groenstructuur opwaarderen tot natuurverbinding

Streefgebied uitbreiding groenstructuur

Zoekgebied natuurverbinding

Bestaand groen

Faunavoorziening ontbreekt

Bestaande natuurverbinding

Faunavoorziening aanwezig

Bijlage III Maatregelen voor doelsoorten en andere flora en fauna In deze bijlage geven we voor verschillende soorten flora en fauna aan met wat voor maatregelen ze geholpen kunnen worden. Doelsoorten voor de gemeente Nijmegen zijn onderstreept. In bijlage IV gaan we dieper in op hoe die maatregelen er uit kunnen zien. Doelsoorten Planten & Paddenstoelen Planten algemeen

•

Maatregelen

• •

Beheer gericht op stimuleren inheemse soorten Bestrijden invasieve exoten (uitheemse planten, die de neiging hebben sterk uit te breiden ten koste van inheemse planten. Voorbeelden: Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, watercrassula) Via de campagne Operatie Steenbreek worden bewoners geadviseerd om stenen uit hun tuin te halen te vervangen door groen, waarbij allerlei adviezen over bomen, nestkastjes en natuurvriendelijk groen worden meegenomen Behoud zandwegen vanwege hun waarde voor de biodiversiteit. In agrarisch gebied, geflankeerd door graslanden en (maïs)akkers, herbergen deze zandwegen en bermen een opvallend rijke fauna met inbegrip van kenmerkende en zeldzame soorten. Zandwegen met een goed ontwikkelde bermvegetatie kunnen om die reden ook een functie vervullen als verbinding tussen natuurgebieden (Naturetoday.com). Langs wegen, waterpartijen, akkers, graslanden soortenrijke hagen aanleggen met soorten als meidoorn, sleedoorn, kornoelje, Gelderse roos, hazelaar etc. Liefst zo breed en hoog mogelijk.

Machinaal snoeien is in de juiste periode geen probleem voor flora en fauna Delen van gras als ruigte beheren Gefaseerd maaibeheer (bijvoorbeeld sinusbeheer) of begrazing door bijvoorbeeld koeien Met name schrale zandige gedeelten niet bemesten Gefaseerd maaibeheer (bijvoorbeeld sinusbeheer) Maaisel afvoeren Niet bemesten Gefaseerd maaibeheer (bijvoorbeeld sinusbeheer) Maaisel afvoeren Niet bemesten

•

•

•

Graslanden langs de rivier (wilde marjolein, kattendoorn, slijkgroen, klein vlooienkruid) Nat schraalland (echte koekoeksbloem) Droog schraalland (zandblauwtje, buntgras, wilde averuit)

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

• • • • • • • • •

71

Doelsoorten Watervegetatie (waterviolier, dotterbloem, zwanenbloem)

• • •

Muurflora (schubvaren, muurvaren, muurleeuwenbek en andere muurplanten) Bossen en parken (brede wespenorchis, gewone salomonszegel, bosanemoon)

• •

Paddenstoelen (bijvoorbeeld anemonenbekerzwam, hanenkam, voorjaarskluifzwam)

•

•

• • • •

•

•

• • • Insecten Wilde bijen, hommels en zweefvliegen

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

•

Maatregelen Zorgvuldig en gefaseerd schoningsbeheer sloten Keuze van het type natuurvriendelijke oever volgens de ‘Handreiking Natuurvriendelijke oevers’ van Stowa (2011). Dus niet standaard een flauwe oever toepassen Muurplanten sparen bij renovaties Gebruik van kalkmortels in plaats van portlandcement bij renovatie en nieuwbouw muurtjes, kade- en keermuren Om de negatieve effecten van klimaatverandering op te vangen meer bomen aanplanten, die voor schaduw en koelte gaan zorgen Gevarieerd loofbomenbestand met o.a. linden Rij met zware machines alleen over paden en wegen Laat blad liggen (niet bladblazen) Er vallen in particuliere tuinen ook veel bomen uit door droogte en letterzetter. Door het adviseren van particulieren en subsidiëren van de aanplant van duurzame bomen vergroten we het effect van ons nieuwe bomenbeleid Paddenstoelvriendelijk beheer van paddenstoelenrijke bermen, bijvoorbeeld niet maaien als er veel paddenstoelen aanwezig zijn (dus bij gazonbeheer het maaien tijdelijk stopzetten), tweemaal per jaar maaien en afvoeren van het maaisel Kansrijke locaties voor paddenstoelen zijn lanen met ectomycorrhizavormende boomsoorten (eik, beuk, linde, populier), taluds langs waterpartijen, en parken. Zorg voor zo min mogelijk bodemverstoring en verschraling Voorkom de stort van tuinafval in bermen en in groengebieden.

Zorg dat hondenpoep wordt opgeruimd om vermesting tegen te gaan. Vermesting en verruiging van de vegetatie is een nadelig effect voor bijzondere soorten paddenstoelen Voorkom dat auto’s in paddenstoelenrijke bermen parkeren en rijden Bomen zo lang mogelijk behouden (bijv. toepassen breuksnoei) Aanbrengen of laten staan/liggen van dood hout Uitbreiding oppervlakte bloemrijke graslandvegetaties (graslanden, perceel randen, bermen)

72

Doelsoorten

• •

•

• •

Vliegend hert

• • • •

Argusvlinder, atalanta, icarusblauwtje, groot dikkopje, bruin zandoogje, oranjetipje, bont zandoogje, kolibrievlinder (en andere dag- en nachtvlinders)

• •

•

•

Greppelsprinkhaan, grote groene sabelsprinkhaan, ratelaar (en andere sprinkhanen)

•

•

Libellen (gewone oeverlibel, platbuik, vroege glazenmaker, blauwe breedscheenjuffer) Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

• •

Maatregelen Creëren verblijfplaatsen in bodem en in dood organisch materiaal (bijv. onbehandelde weidepalen, holle bomen, holle stengels, bijenhotels) Vergroting oppervlakte structuurrijk grasland door gefaseerd maaibeheer (per keer 10 à 20 % van de vegetatie laten staan. Op plekken waar voldoende ruimte is kan het zogenaamde sinusbeheer worden toegepast) Inrichting en beheer richten op nectarplanten (ook bomen en struiken) Aanbrengen van een strook met struiken en ruige bloeiende planten langs bos of bosplantsoen (een mantel-zoom) Pas hakhoutbeheer toe Laat bomen oud worden en een natuurlijke dood sterven Leg broedstoven aan op zonnige plaatsen in bosranden Voer maatregelen uit op veilige locaties waar de volwassen kevers niet worden doodgereden Uitbreiding beheer bloemrijke vegetaties Vergroting oppervlakte structuurrijk grasland door gefaseerd maaibeheer (per keer 10 à 20 % van de vegetatie laten staan. Op plekken waar voldoende ruimte is kan het zogenaamde sinusbeheer worden toegepast) Inrichting en beheer richten op waard- en nectarplanten (ook bomen en struiken zoals meidoorn en sleedoorn) Aanbrengen van een strook met struiken en ruige bloeiende planten langs bos of bosplantsoen (een mantel-zoom) Vergroting oppervlakte structuurrijk grasland door gefaseerd maaibeheer (per keer 10 à 20 % van de vegetatie laten staan.

Op plekken waar voldoende ruimte is kan het zogenaamde sinusbeheer worden toegepast) Aanbrengen van een strook met struiken en ruige bloeiende planten langs bos of bosplantsoen (een mantel-zoom) Gefaseerd beheer van watergangen en poelen Aanleggen van stapstenen met poelen van verschillende diepte en flauwe oevers

73

Doelsoorten

Vissen Grote modderkruiper, kleine modderkruiper, bittervoorn, ruisvoorn, snoek (en andere vissen)

• •

Maatregelen In de omgeving van poelen vlakken met kruidenrijk gras en struweel waar de dieren kunnen schuilen bij ongunstige weersomstandigheden

•

Zorgvuldig slootbeheer (bij schonen altijd 25 % van de planten laten staan) Verbeteren waterkwaliteit door ruigte- of bloemenstroken langs sloten Het zorgen voor waterzuivering en leefgebied voor allerlei waterdieren door in wateren met onbegroeide oevers, eilanden of drijvende kratten langs de oever met helofyten te maken. Het aanbrengen van schuilplaatsen en dood hout in wateren voor vissen en allerlei waterdieren. Optimaliseren havens voor vis en macrofauna i.s.m. waterschap/RWS. Schuilplaatsen, diepere kommen, eilandjes met helofyten langs de randen

• •

• •

Amfibieën Kamsalamander, kleine watersalamander, alpenwatersalamander, bruine kikker, bastaardkikker, rugstreeppad (en andere amfibieën)

•

•

• • •

Een poelenplan maken voor de deelgebieden Lindenholt, Dukenburg, Nijmegen-Noord en Nijmegen-Oost voor amfibieën incl. richtlijnen voor monitoring en een meerjarenplan ecologisch beheer. Het leefgebied van amfibieën bestaat uit een drietal biotopen: het voortplantingswater met natte flauwe oevers, de kruidenrijke graslanden rondom de poel (landbiotoop) en overwinteringsgebied bestaande uit vorstvrije plaatsen in de bodem of in struweelvakken. Deze drie elementen van het leefgebied worden op het juiste moment en gefaseerd beheerd De rugstreeppad heeft poelen met weinig begroeiing en goed doorgraafbare grond of zand in de directe omgeving nodig Zorgvuldig slootbeheer (gefaseerd en buiten het voortplantingsseizoen) Takkenrillen aanbrengen bijvoorbeeld naast poelen of in bosjes voor schuilplaatsen Wadi’s zijn niet alleen waterbergingsvoorzieningen, maar vormen vaak ook een fijnmazige groenblauwe dooradering waardoor ecologische verbindingen ontstaan voor onder andere amfibieën

Reptielen

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

74

Doelsoorten Hazelworm en zandhagedis

• • •

• •

Zoogdieren Bever en otter

• • • •

Bunzing, hermelijn en wezel

•

•

•

•

• Steenmarter

•

Das

•

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

Maatregelen Alleen relevant voor deelgebied oost (spoorzone en Driehuizen) Zorg voor een gevarieerd structuurrijk gebied zodat de dieren kunnen opwarmen, schaduw kunnen vinden en kunnen overwinteren. Verbindt leefgebieden van reptielen met elkaar zodat er uitwisseling mogelijk is tussen populaties Voorkom slachtoffers bij fietspaden en wegen door leefgebied niet vlak langs infrastructuur aan te leggen

Delen met voldoende rust (dat betekent niet of moeilijk toegankelijk voor mensen en honden) Creëren voldoende voedselaanbod nabij water (met name wilg) Gefaseerd maaibeheer en veilige oversteekplaatsen waar watergangen en infrastructuur elkaar kruisen Voor bevers leefgebied maken op gunstige locaties om zo ook maatregelen tegen ongewenste burchtlocaties en schade aan bomen mogelijk te maken In en nabij groengebieden aanbrengen van bijvoorbeeld stapels dood hout, takkenrillen, takkenhopen of stapels stenen (met openingen ertussen) als verblijfplaats voor kleine marterachtigen Aanbrengen van lijnvormige landschapselementen, zoals hagen, houtsingels, ruigtestroken, en bloemstroken langs akkers, waarlangs kleine marterachtigen zich graag voortbewegen. Vergroten van het voedselaanbod door toepassen van bloem- en zadenrijke begroeiingen (voedselplanten voor insecten en muizen) Creëren veilige oversteekplaatsen bij wegen, bruggen en duikers door het aanbrengen van faunavoorzieningen Waar het kan onnodige hekken en geluidsschermen weghalen of passeerbaar maken voor dieren Deelgebied Noord, Centrum, Nieuw-West, Oud-West, Midden, Zuid en Oost zijn belangrijk gebied voor steenmarter.

Behoud verblijfplaatsen waar de dieren geen overlast veroorzaken voor mensen (schuurtjes, ruimten in kunstwerken, maatwerk zoals buizen bedekt met een takkenhoop) Bescherm de burchten door wandelpaden, fietspaden, MTB paden niet langs de burchten te laten lopen 75

Doelsoorten

• • •

• • Eekhoorn

• • •

Egel

• • •

•

•

•

• Ree

•

Gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis (en andere vleermuizen)

•

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

•

Maatregelen Burchtlocaties moeten voor honden en mensen ontoegankelijk zijn door dichte stekelige begroeiing Foerageergebieden bereikbaar houden door knelpunten bij wegen en watergangen op te lossen met faunapassages en deze voorzieningen jaarlijks te onderhouden Aanplant van voedsel leverende soorten struiken en bomen in natuurverbindingen In grootschalige landbouw en akkerbouwgebieden groene verbindingen maken (hagen en greppels) Gevarieerde natuurbosjes met een zo groot mogelijk en lang mogelijk voedselaanbod Rustzones in bosjes Geen beheerwerkzaamheden in voortplantingsperiode van de eekhoorn Behoud nestbomen Leg verbindingen aan tussen bosjes en leefgebieden Aanbrengen van bijvoorbeeld stapels dood hout, takkenrillen, takkenhopen of stapels stenen (met openingen ertussen) als verblijfplaats voor de egel (vergelijkbaar dus met die voor kleine marterachtigen) of een speciaal egelhuis Vergroting voedselaanbod door gericht vegetatiebeheer (vergroting vegetatiestructuur, voedselplanten voor insecten en (huisjes)slakken, etc.) Creëren veilige oversteekplaatsen, met name bij 50 km-wegen, bijvoorbeeld door bestaande duikers of via een buis onder de weg Maken van een opening van 15x15 cm in schuttingen en gaashekken rondom tuinen en parken, om de egel doorgang te verlenen Robotmaaiers ’s nachts uitschakelen, om verwonding van egels te voorkomen Aanleg kleinschalige elementen voor

beschutting en rust: bosjes, rietvelden Verbeteren kwaliteit leefgebied door vergroting voedselaanbod (verbeteren waterkwaliteit voor groter insectenaanbod, toepassen inheemse bomen, ecologisch groenbeheer) Behoud of vergroting aantal verblijfplaatsen (toepassen van vleermuiskasten in bomen, laten staan van oude bomen, inbouwen kasten in gebouwen)

76

Doelsoorten

• •

•

•

Vogels Stadsvogels (huismus, gierzwaluw, zwarte roodstaart, spreeuw, ransuil)

• •

• • • • Akker- en graslandvogels (graspieper, patrijs, kievit, steenuil)

•

• Bosvogels (appelvink, boomklever, buizerd, bosuil, zwarte specht, groene specht)

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

•

Maatregelen Gratis aanbieden kasten voor vogels en vleermuizen aan particulieren (met grote tuinen). Daarbij horen ook middelen om de functionaliteit en het gebruik van deze voorzieningen te onderzoeken en te delen (Citizen Science) Op belangrijke vliegroutes en in foerageergebieden voor vleermuizen zorgen dat de verlichting is aangepast, minder strooilicht, amberkleurige verlichting Maken van overwinteringslocaties voor vleermuizen verspreid over de gemeente (kelders, Fort Lent, Wijnfort, waterkelders etc). Concreet voorbeeld is het kunstwerk bij rotonde Energieweg / Bosje vd Baron Bescherm aanwezige broedkolonies Behoud/vergroting aantal nestplaatsen in bestaande en nieuwe huizen door nestruimte onder pannen beschikbaar te houden Plaatsen van inbouwnestkasten in gebouwen Zorgen voor insecten- en zadenrijke begroeiing, overhoekjes met ruigtekruiden Behoud of plant in al onze wijken bosjes met wat naaldbomen om de ransuil een broedplaats te bieden Zorgen voor plekjes met kaal zand waar mussen een zandbad kunnen nemen Creëren nestgelegenheid en vergroting voedselaanbod door gericht vegetatiebeheer (weidevogelbeheer, ruigte- en bloemrijke stroken langs percelen, overhoekjes met ruigte en of struweel, keverbanken) Nestgelegenheid voor scholekster op platte daken bij groenstroken met grazige vegetatie Beheer en inrichting met als doel oude bomen met holten, zorg voor rustzones in

bosjes en parken

77

Bijlage IV Maatregelen voor biodiversiteit Aanleg landschapselementen Hoogstamboomgaard Past in: oeverwal kleibodems (o.a. deelgebied Noord). Goed voor: Steenuil, patrijs, groene specht, wilde bijen. Belangrijk: biologische bestrijding, tussenliggende gras extensief gemaaid (bloemrijk) gras.

Hoogstamboomgaard.

Natuurvriendelijke oever Past in: alle gebieden. Goed voor: oeverplanten, amfibieën, insecten (zoals libellen), vissen. Belangrijk: flauwe oever (bij voorkeur 1:5 of flauwer) of plasdras oever (trapsgewijs aflopend). Hoe breder de oever hoe waardevoller voor verschillende soorten. Pas voor het ontwerp de ‘Handreiking Natuurvriendelijke Oevers, een standplaatsbenadering’ van Stowa (2010) toe om het type oever te bepalen.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

78

Figuur III 2 Natuurvriendelijke oever in Lindenholt.

Poel of klein water Past in: alle gebieden (ook in tuinen!). Goed voor: amfibieën, insecten (zoals libellen), oeverplanten. Belangrijk: diepte tussen 60-100 cm, flauwe oevers (1:4 of flauwer) aan noord/west zijde. Ronde poelen passen landschappelijk minder goed in het komgebied. Hier zijn ook rechthoekige of langgerekte poelen (of geïsoleerde sloten) mogelijk.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

79

Poel in deelgebied Dukenburg.

Bloemrijk gras Past in: alle gebieden. Goed voor: insecten (zoals vlinders, wilde bijen en zweefvliegen), wilde planten. Belangrijk: bloemrijk gras ontstaat door extensief te maaien en maaisel af te voeren. Eventueel kan ingezaaid worden met een daarvoor speciaal geselecteerd bloemrijk grasmengsel met inheemse soorten. Gebruik hiervoor bij voorkeur gras (of maaisel) uit de directe omgeving.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

80

Bloemrijk gras in deelgebied Oost, op het Limosterrein.

Haag Past in: oeverwal, bebouwde kom. Goed voor: Patrijs, struweelvogels, kleine marterachtigen, insecten (vlinders en wilde bijen). Belangrijk: bij een haag kan het zowel gaan om een strakke vlechtheg of kniphaag als om een losse haag of struweelhaag. Deze laatste heeft de hoogste biodiversiteit, maar ook een vlechtheg of kniphaag biedt al meerwaarde in de vorm van schuil- en broedgelegenheid en, indien de haag tot bloei komt, aanbod van nectar en stuifmeel. Een gemengde haag, bestaande uit meerdere soorten, geeft meer mogelijkheden voor verschillende soorten. Door een haag hoog en dicht te laten worden kunnen groen- en watergebieden afgeschermd worden van gebieden die verstoring veroorzaken door licht en geluid.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

81

Struweelhaag in Nijmegen-Noord.

Bloem- en zadenrijke akkerrand Past in: oeverwal, open kom, besloten kom. Goed voor: boerenlandvogels, kleine marterachtigen, insecten (vlinders, wilde bijen). Belangrijk: inzaaien met inheems zaadmengsel dat past bij de ondergrond en/of extensief onderhouden van akkerranden.

Bloemrijke akkerrand.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

82

Speciale bloemenstrook voor biologische bestrijding.

Ruigtestrook of ruige overhoeken Past in: oeverwal, open kom, besloten kom. Goed voor: Patrijs, struweelvogels, kleine marterachtigen, insecten (sprinkhanen, vlinders en wilde bijen). Belangrijk: door extensief maaien en afvoeren ontstaan deze ruigtes. Het is belangrijk om over het belang van dit beeld te communiceren.

Ruigtestrook langs akker (foto: Stichting Kleine Marters).

Slibwand Past in: open kom, besloten kom, bebouwd gebied Goed voor: vogels (oeverzwaluw en ijsvogel), wilde bijen. Belangrijk: het is een steile wand langs het water, opgebouwd uit baggerslib. Indien er ergens gebaggerd moet worden en het slib is niet verontreinigd, kan het slib op deze wijze verwerkt worden. Met omtrekken van oeverboom kan je ook een steilwandje realiseren, in Staddijk zijn daar goede voorbeelden van. Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

83

Takkenril Past in: oeverwal, besloten kom, bebouwd gebied Goed voor: amfibieën, kleine marterachtigen Belangrijk: snoeiafval van grote takken kan hiervoor gebruikt worden. De takkenrillen ook onderhouden.

Takkenril.

Bomenrij en bosjes Past in: Oeverwal, besloten kom, bebouwd gebied, open kom Goed voor: vleermuizen, zoogdieren, vogels, insecten Belangrijk: diversiteit in het bomenbestand, qua soort en leeftijd zorgt voor minder kwetsbaarheid bij plagen. Voorkeur voor inheemse soorten en diversiteit in bloeiseizoen. Bij toepassen uitheemse soorten, is de voorkeur voor zuidelijke Europese soorten. De soorten die hier op leven (zoals insecten) kunnen Nederland makkelijker bereiken.

Overige beplanting als voedselbron en schuilgelegenheid Past in: bebouwd gebied, zoals op Waalkade Goed voor: vogels, insecten, amfibieën. Belangrijk: letten op voldoende nectarplanten en diversiteit in bloeiseizoen. Let op: veel cultivars geven nauwelijks of geen nectar (bijvoorbeeld die met dubbele bloemen) of vruchten.

Faunapassages Faunapassages zorgen ervoor dat kleine zoogdieren en amfibieën veilig een weg of spoorweg kunnen kruisen. In de Leidraad Faunavoorzieningen 2013 (Wansink et al., 2013) staat uitgebreid beschreven hoe een dergelijke voorziening moet worden aangelegd. De Leidraad wordt in 2021 door Bureau Waardenburg geactualiseerd en is te downloaden van

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

84

de site van het MJPO (www.mjpo.nl). Hieronder staan enkele voorbeelden, die in Nijmegen kunnen worden toegepast.

Faunabuis Veel soorten kleine zoogdieren, kunnen via een buis veilig de overkant van een weg bereiken. Hoe groter de buis, hoe meer soorten er gebruik van maken. Minimaal 40 cm diameter. De voorzieningen moeten naadloos aansluiten op de omgeving door middel van een natuurvriendelijke verbinding zoals haag of takkenril op maaiveldhoogte of een scherm of raster. De omgeving van de faunapassage moet donker zijn om dieren niet af te schrikken.

Faunabuis.

Halfopen amfibieëntunnel Tunnel waarvan boven licht (en waarschijnlijk vooral ook lucht en regenwater) in kan vallen.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

85

Halfopen amfibieëntunnel.

Ecoduiker of loopstrook door duiker of brug Veel kleine zoogdieren volgen graag oevers van watergangen. Waar deze een weg kruisen, steken ze vaak de weg over omdat ze niet graag door een duiker zwemmen (zelfs een otter zwemt niet door een duiker!) Daardoor vallen bij duikers vaak verkeersslachtoffers. Oplossing is een ecoduiker, met looppaden langs de randen. De looppaden moeten goed aansluiten op de oevers van de watergang. Bij bestaande situaties kan een looppad in een bestaande duiker worden aangebracht.

Loopstrook onder brug.

Fauna uittreedplaats Wanneer de oevers van oppervlaktewater beschoeid zijn, is het voor dieren die in het water komen vaak moeilijk of onmogelijk om uit het water op de oever te komen. Veel dieren zoals egels verdrinken hierdoor. Om dit te voorkomen, worden zogenaamde faunauittreedplaatsen (FUP’s) aangelegd. De vorm kan variëren van een eendentrapje tot een ‘inham’ in de beschoeiing voor grotere zoogdieren.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

86

Eendentrap (foto: hipgroen.nl)

Maatregelen bebouwd gebied Groen of bruin dak Past bij: alle platte daken of daken met een beperkte hellingshoek, van bestaande gebouwen met voldoende draagconstructie of nieuwbouw. Goed voor: vogels, insecten en planten, evenals verkoeling van de stad. Belangrijk: een groen dak afhankelijk van de draagkracht een beplanting met weinig wortelruimte (sedum, bodembedekker) of veel wortelruimte (boom). Een bruin dak is een dak met een laag grond, zand of puin, waar geen beplanting wordt aangebracht (hoogstens wordt er een zaadmengsel opgebracht). Hier moet vanzelf begroeiing op komen. Indien er voldoende draagkracht is, heeft een bruin dak vanuit biodiversiteit de voorkeur boven een groen dak. De gewenste dakopbouw kiezen in overleg met een specialist.

Groen dak

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

87

Groene gevel Past bij: alle blinde muren, waarbij met zelfhechtende planten of een klimconstructie kan worden gewerkt. Goed voor: vogels, insecten, planten Belangrijk: bloeiende en besdragende soorten hebben extra aantrekkingskracht voor fauna.

Groene gevel (foto: Subhrajyoti Saha)

Geveltuin Past bij: gevels met minimaal 0,5 meter ruimte naast de gevel, waar wat verharding kan worden verwijderd om een tuintje te maken. Goed voor: vogels, insecten, egel, planten. Belangrijk: nectarplanten zijn waardevol en spreiding van het bloeiseizoen.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

88

Geveltuin.

Stadsmuur, kademuur of stapelmuur Past bij: de binnenstad, parken en tuinen (voorbeeld het plan voor de Ecokathedraal aan de Energieweg in Nijmegen). Goed voor: muurvegetatie, bij kademuren ook voor (onder)waterplanten, die weer interessante biotopen vormen voor insecten, (water)vogels en vissen. Belangrijk: kalkrijke metselspecie is interessant voor muurllora, evenals holtes tussen de stenen, waar planten zich kunnen vestigen of insecten verblijfsruimtes vinden.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

89

Stapelmuur

Wadi Past bij: groenstroken en parken om water op te vangen en eventueel te reinigen met een helofytenfilter. Goed voor: kleine zoogdieren, zoals de egel, amfibieën, vogels, insecten en planten. Belangrijk: een wadi kan op verschillende manieren ingericht worden, met gras, vaste planten, ruigtes en bosschages. Belangrijk is dat het hemelwater dat hier naartoe geleid wordt goed de grond kan intrekken.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

90

Wadi in Nijmegen-West.

Natuurvriendelijke tuin Past bij: alle tuinen van mensen die de natuur dichtbij en de seizoenen willen beleven. Goed voor: vogels, insecten, amfibieën (als er wat water is), kleine zoogdieren, zoals de egel. Belangrijk: maken van verschillende gradiënten (overgangen) tussen hoog en laag, nat en droog, lage en hogere beplanting, gebruik van nectarplanten, besdragende struiken en rommelhoekjes. In het winterseizoen de tuin met rust laten en oude beplantingsdelen, zoals oude stengels, laten staan.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

91

Natuurvriendelijke tuin met inheemse planten.

Nesthulp voor vogels Past bij: gebouwen, waar geen openingen meer in de constructie aanwezig zijn. Dit ondervangen door nestkast, inbouwkast, gevelsteen, speciale dakpannen, geen vogelschroot aanbrengen, etc. Goed voor: diverse vogels, zoals huismus, gierzwaluw, huiszwaluw. Belangrijk: er zijn diverse speciale (nest)kasten te koop. Bij nieuwbouw kunnen voorzieningen meteen worden ingebouwd. Een specialist kan advies geven over voorzieningen en positionering daarvan.

Wit dakoverstek voor huiszwaluw.

Vleermuiskasten Past bij: gebouwen, waar geen openingen meer in de constructie aanwezig zijn. Dit ondervangen door kasten aan de gevel, inbouwkasten, gevelsteen, etc. Goed voor: gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis Belangrijk: inbouwkasten hebben de voorkeur boven buiten opgehangen kasten, omdat ze veel duurzamer zijn.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

92

Inbouwkasten voor vleermuizen.

Nesthulp voor wilde bijen (bijenhotel) Past bij: (moes)tuinen, parken, brede bermstroken. Goed voor: diverse insecten. Belangrijk: bijenhotels bestaan uit hout- of steenblokken met gaten, bundels bamboe of riet (aan één kant dicht!), met zachte kalkspecie gemetselde stenen, een leemwandje, open bestrating of met (zand)voegen. De gaten in de hout- of steenblokken moeten aan één kant dicht zijn en glad afgewerkt, zonder rafels en splinters.

Bijenhotel.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

93

Drinkschaal Past bij: (moes)tuinen Goed voor: insecten en vogels Belangrijk: Voor insecten is het prettig als er in de schaal een steen ligt, zodat ze zich op kunnen warmen. Voor vogels is het goed om een ondiepe schaal te hebben, waar ze ook in kunnen baden.

Drinkschaal (foto: Vivara.nl).

Egelhuis Past bij: tuinen, rommelhoekjes in openbare plantsoenstroken of parken Belangrijk: zet een egelhuis op een beschutte plek, onder een takken- of bladerhoop. Het plaatsen van een egelhuis heeft alleen zin als de tuin geschikt is voor egels, dus met voldoende beschutting en voedsel (zie natuurvriendelijke tuin). Zorg ervoor dat de tuin toegankelijk is voor egels, door een opening van 15 x 15 cm in schuttingen of hekken te maken. En zorg ervoor dat robotmaaiers van zonsondergang tot zonsopkomst uitgeschakeld zijn.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

94

Egelhuis (foto: Vivara.nl).

Ecologisch groenbeheer Ecologisch beheer van groenelementen is van belang om de waarde voor flora en fauna blijvend te verhogen. In grote lijnen komt dit beheer neer op: • Het vergroten van overgangen (gradiënt), bijvoorbeeld tussen hoge en lage begroeiing. • Gefaseerd beheer, dus bij elke beheerronde een (wisselend) deel onbeheerd laten. Zo kunnen soorten altijd vluchten naar het onbeheerde deel. • Verschralingsbeheer (afvoeren van maaisel of bagger).

Beheer bloemrijk gras Om gras bloemrijker te maken is een beheer van tweemaal per jaar maaien waarbij het maaisel wordt afgevoerd (hooilandbeheer) het meest effectief. Belangrijk daarbij is het om gefaseerd te werken, dat wil zeggen dat per maaibeurt 10 - 20 % van de begroeiing blijft staan. Een bijzondere manier van gefaseerd maaien en afvoeren is het sinusbeheer, ontwikkeld door Jurgen Couckuyt, waarbij in steeds wisselende slingerende banen wordt gemaaid. Ook met begrazing is bloemrijk gras te realiseren. Dat is echter lastiger te realiseren dan met maaien en afvoeren van het gras. Inzaaien of niet inzaaien? De laatste jaren is het inzaaien van bloemen voor bijvoorbeeld bijen populair. In zogenaamde bijenmengsels zitten echter vaak veel uitheemse soorten, die er wel vrolijk uitzien, maar waar maar weinig wilde bijen van profiteren. Bovendien gaan deze mengsels ten koste van inheemse soorten. Inzaaien is duur en het effect is vaak maar kort. Inzaaien kan gunstig zijn als:

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

95

•

•

gebruik gemaakt wordt van inheemse soorten, waarvan het zaad liefst in de directe omgeving is geoogst (bijvoorbeeld door het uitspreiden van hooi van een geschikte andere locatie); het zaadmengsel goed wordt afgestemd op de situatie ter plekke (bodemsoort, vocht, beschaduwing, enzovoorts).

Zaaien heeft doorgaans een beter effect als het plaatsvindt op onbegroeide bodem, dan wanneer er al gras aanwezig is. Gazons Ook gazons kunnen bloemrijk zijn met typische gazonbloeiers als madeliefje, paardenbloem en draadereprijs. Ook deze planten zijn waardevol als nectarplant. Bovendien is gazon van belang voor vogels als de merel. Maai gazons niet te vaak en niet te laag, om bloeiende planten een kans te geven. Stel het maaien uit als er nog veel bloemen zijn. Als tijdens de bloei gemaaid moet worden, maai dan ook gazons gefaseerd. Voer bij voorkeur ook het maaisel van gazons af.

Schonen oppervlaktewater Bij het schonen van oppervlaktewater is het van belang dat per schoningsbeurt 25-50% van het oppervlak ongemoeid wordt gelaten. Er blijven op die manier schuilplaatsen voor waterdieren aanwezig. Als er te veel waterplanten worden verwijderd, kunnen de overblijvende waterplanten te weinig voedingsstoffen uit het water halen. Dat veroorzaakt een sterke algengroei, waardoor het water troebel wordt. Ook treden sneller problemen op met ziekten als botulisme. Tot slot kan het water zuurstofloos worden als de algen in het najaar allemaal tegelijk afsterven en verrotten.

Beheer bodem 25 % van de biodiversiteit zit in de bodem. Daarom is het belangrijk om zorgvuldig met de bodem om te gaan. In de bodem gebeurt heel veel, zeker in de stad. Een goede doorlatende bodem is belangrijk om beplanting goed te laten aanslaan en gezond te houden. Hierin is dan ook een gezond bodemleven mogelijk als basis voor de ecologische voedselpiramide. Het bodemleven in plantsoenen en boomspiegels kan verbeterd worden door het toepassen van gecomposteerde materialen, liefst afkomstig van nabijgelegen en ecologisch beheerde terreinen.

Beheer verhardingen In Nijmegen houdt de gemeente verhardingen gelukkig al lange tijd niet meer onkruidvrij met gif, maar met borstelen en of verhitten. Door verhardingen in mortel te leggen en te voegen met voegmortel voorkom je onkruid maar wordt de verharding ook minder waterdoorlatend. Door de voegen zandig te houden en eventueel wat leem toe te voegen kunnen veel soorten wilde bijen hun nestjes maken in het voegzand tussen de tegels.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

96

Beheer bomen Oude bomen met natuurlijke holten en spleten zijn belangrijk voor biodiversiteit. Het beheer van de gemeente is erop gericht bomen zo oud mogelijk te laten worden mits de veiligheid van de omgeving gewaarborgd is. Breuksnoei is een techniek die ook in Nederlandse parken goed kan worden toegepast. Deze snoeimethode is er op gericht oudere bomen, een tweede jeugd te geven. Met deze snoeitechniek kunnen bomen oud worden, zonder gevaar op te leveren voor de bezoekers van parken.

Tijdelijke natuur Op braakliggende stukken grond is soms spontane natuur ontstaan. Met de bestemming ‘tijdelijke natuur’ zorgt de gemeente dat deze groene ruimte dienst kan doen als verblijf- en foerageergebied zonder dat het daarmee in strijd is met de Wet natuurbescherming.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

97

Bijlage V Groene wet- en regelgeving Het Nederlandse natuurbeleid is een uitwerking van diverse internationale verdragen waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd, zoals het Biodiversiteitsverdrag (CBD), de Bonn en Bern conventies en het CITES-verdrag. De hieruit voortkomende Europese richtlijnen (Vogel- en Habitatrichtlijn) en verordeningen (CITES) zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Het natuurbeleid is gericht op het beschermen en herstellen van de natuurkwaliteit door het beschermen van waardevolle gebieden (gebiedsbescherming), het beschermen van soorten (soortbescherming) en regels ten aanzien van kap van houtopstanden.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

98

Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming

Figuur V.1

Beschermde gebieden in en om de gemeente Nijmegen: Natura 2000-gebied (donkergroen), Gelders Natuurnetwerk (bolletjes) en Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

99

Natura 2000 (Europees en nationaal) De gebiedsbescherming bestaat uit een landelijk netwerk van op Europese schaal belangrijke natuurgebieden, de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en een twintigtal Nationale Parken. In de gemeente Nijmegen ligt het Natura 2000gebied Rijntakken, deelgebied Uiterwaarden Waal. Dit gebied is aangewezen voor diverse beschermde habitattypen zoals Stroomdalgraslanden en soorten zoals verschillende soorten vissen, vogels, kamsalamander, meervleermuis en bever.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)en Gelders Natuur Netwerk (GNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincie Gelderland is verantwoordelijk voor de realisatie, bescherming en beheer van het NNN in Gelderland (het Gelders Natuurnetwerk of GNN).

Groene Ontwikkelingszone Gelderland (GOZ) Aanvullend op het GNN heeft provincie Gelderland de Groene Ontwikkelingszone in het leven geroepen. Dit bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het (GNN). In de Groene Ontwikkelingszone heeft de provincie de volgende doelstellingen: • De samenhang tussen de natuurgebieden bevorderen en daarmee het Gelders Natuurnetwerk versterken en overgangen tussen natuurbestemmingen en andere functies zoneren. • Ruimte bieden voor de verdere ontwikkeling van functies die hier aanwezig zijn en passen, in het bijzonder de grondgebonden landbouw, het landgoedbedijf en extensieve openluchtrecreatie. • Kansen bieden voor creatieve functiecombinaties ter versterking van het natuurlijke systeem door een versterking van de kwaliteit van natuur en landschap in combinatie met stedelijke functies waaronder verblijfsrecreatie. • Beschermen van bos. • Weidevogel- en ganzenfoerageergebieden beschermen. Grootschalige nieuwe ontwikkelingen zijn niet toegestaan binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO), als die het gebied te veel aantasten. Daarnaast moet de oppervlakte natuur vergroot worden en de ecologische samenhang versterkt.

Dat betekent bijvoorbeeld dat er extra natuur wordt aangelegd (maar niet het hele gebied) of dat er in andere delen kleinschalige maatregelen worden genomen, zoals bijvoorbeeld de aanleg van poelen of natuurvriendelijke oevers.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

100

Natuurbeheerplan (Provinciale subsidie) In het Natuurbeheerplan Gelderland geeft de provincie aan voor welke typen natuur de provincie een beheersubsidie beschikbaar stelt en voor welke gebieden subsidie voor aankoop en of inrichting beschikbaar wordt gesteld. Beheertypenkaart Voor het bestaande deel van het GNN stelt de provincie Gelderland geld beschikbaar voor het natuurbeheer. Dit is de SNL-subsidie. Per perceel in het GNN heeft de provincie vastgesteld wat voor type natuur daar is (of nog moet komen): het beheertype. In het Natuurbeheerplan en de bijbehorende kaarten is dat beschreven. Er komen veel verschillende beheertypen voor in gemeente Nijmegen (indicatie figuur V-2).

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

101

Figuur V.2

Natuurbeheerplan Gelderland 2020 (Rood: N00.01, Groen: N00.02) (bron: provincie Gelderland).

Ambities In nog niet gerealiseerde delen kan het bestaande gebruik (meestal agrarisch gebruik) in stand blijven, tot het gebied wordt omgevormd tot natuur. Andere ontwikkelingen, zoals Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

102

woningbouw of aanleg van wegen, zijn niet toegestaan. De provincie stelt een subsidie beschikbaar voor de aankoop en inrichting van nog niet gerealiseerde natuur binnen het GNN. Op de beheertypenkaart (V.2) staat welke percelen in aanmerking komen om te worden aangekocht en omgevormd naar natuur. Het gaat om twee ‘beheertypen’: N00.01 zijn landbouwgronden waarbij de provincie de ambitie heeft om er natuur van te maken en N00.02 zijn bestaande natuurgronden waar de provincie graag een verbeterslag zou maken. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer Ook buiten het natuurnetwerk komt natuur voor, de belangrijkste gebieden heeft de provincie Gelderland in het natuurbeheerplan begrensd als leefgebied. Op de ene plek voor boerenlandvogels elders voor reptielen en amfibieën of vlinders. In deze leefgebieden kunnen grondeigenaren hun beheer zo aanpassen dat het ten goede komt aan deze te beschermen soorten. Het agrarisch natuurbeheer in deze gebieden wordt georganiseerd door drie agrarische collectieven die het beheer organiseren. In het natuurbeheerplan van Gelderland is vastgelegd in welke gebieden subsidie voor natuurmaatregelen in het agrarisch gebied mogelijk is. Het natuurtype droge dooradering bestaat uit netwerken van lijnvormige landschapselementen.

Het gaat om elzensingels, houtwallen, heggen en hagen, lanen, hoogstamboomgaarden, (hakhout)bosjes, struwelen, kaden en dijken, tuunwallen, bloemrijke (perceel)randen, ruigtezomen, overhoekjes, bermen van wegen en paden en steilrandjes. Kleine geïsoleerde wateren die verspreid in deze gebieden voorkomen (vooral veedrinkpoelen) worden ook gerekend tot droge dooradering. Het natuurtype natte dooradering bestaat uit een netwerk van natte landschapselementen in de vorm van sloten, beken, kreken, moerasjes, rietlandjes en plasdras gebiedjes, maar afhankelijk van de regio ook in de vorm van poelen en andere kleine wateren. Het aangrenzende grasland is vaak vochtig tot nat, heeft veelal een hoge grondwaterstand en is bij voorkeur begroeid met kruidenrijk en niet te dicht gewas. Het agrarisch natuurtype open grasland bestaat uit open landschappen met overwegend grasland, waarvan een groot deel uit vochtig en kruidenrijk grasland bestaat.

Soortenbescherming Wet natuurbescherming In de gemeente Nijmegen leven verschillende beschermde soorten planten en dieren. In 2005 heeft Bureau Waardenburg een overzicht gemaakt van beschermde soorten (Koopman, Reitsma & Anema, 2005). Hieronder staat een actueel overzicht van beschermde soorten die in de gemeente Nijmegen leven per soortgroep in een tabel met korte toelichting. Er zijn verschillende verbodsbepalingen voor de beschermde soorten. Welke verboden gelden is afhankelijk van het beschermingsregime waaronder de soort valt. De gemeente Nijmegen heeft voor de Waalsprong een Soortenmanagementplan (SMP-N; Martens & Krijt, 2019). Dit soortenmanagementplan voorziet in inrichtings- en beheermaatregelen waardoor een duurzame instandhouding van de beschermde soorten steenuil, ransuil, kerkuil, buizerd, roek, rugstreeppad, grote modderkruiper, poelkikker, Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

103

wezel, hermelijn en bunzing is geborgd. Er geldt daarom een vrijstelling voor deze soorten. Onderdeel van het SMP-N is het uitvoeren van een periodieke monitoring (Zollinger et al., 2020). De Wnb onderscheid bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: Art. 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1 Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels (VR artikel 1) te doden of te vangen. 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder 1 te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld onder 1 te rapen en deze onder zich te hebben. 4 Het is verboden vogels als bedoeld onder 1 opzettelijk te storen. 5 Het verbod, opzettelijk storen, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Het ministerie heeft een lijst gemaakt van soorten vogels die hun nest doorgaans het hele jaar door of telkens opnieuw gebruiken. Deze nesten zijn jaarrond beschermd 1 . Voor andere soorten geldt dat de nesten alleen beschermd zijn wanneer zij (in het broedseizoen) in gebruik zijn. Art. 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1 Het is verboden in het wild levende dieren (HR Bijlage IV, VvBern Bijlage II, VvBonn Bijlage I) opzettelijk te doden of te vangen.

2 Het is verboden dieren als bedoeld onder 1 opzettelijk te verstoren. 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld onder 1 in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder 1 te beschadigen of te vernielen. 5 Het is verboden planten (HR Bijlage IV, VvBern Bijlage I) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Art. 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1 Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage bij de Wet, onderdeel A, natuurbescherming opzettelijk te doden of te vangen. 2 Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder 1 opzettelijk te beschadigen of te vernielen. 3 Het is verboden vaatplanten genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij de Wet natuurbescherming, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ontheffingen en vrijstellingen Gedeputeerde staten kunnen een ontheffing verlenen van verboden die gelden voor Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Art 3.3), Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Art 3.8) en Beschermingsregime andere soorten (Art 3.10 lid 2).

Provinciale

1 Zie de Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingrepen, ministerie van LNV, augustus 2009.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

104

staten en de Minister kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (Art 3.3, Art 3.8). Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: • er bestaat geen andere bevredigende oplossing, • er is voldaan aan een in Art 3.3 dan wel Art 3.8 genoemd belang, • er is geen sprake van een verslechtering van de (gunstige) staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden gesteld om schade te beperken of te compenseren zodat er geen afbreuk wordt gedaan aan de SvI. Art 3.3, Art 3.8 De verboden zijn niet van toepassing op handelingen ten behoeve van instandhoudingsmaatregelen en handelingen in het kader van een Natura 2000beheerplan of een vastgesteld programma (zoals bijvoorbeeld de PAS). Art. 3.10 Voor soorten vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ kan de provincie een vrijstelling verlenen voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer of onderhoud. Art. 3.31 De hierboven genoemde verboden onder de drie beschermingsregimes zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer of onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.

De gemeente Nijmegen maakt onder andere gebruik van de Gedragscode soortenbescherming gemeenten. De gemeente heeft dit vastgesteld in het beleid. Per project moet een ecologisch werkprotocol opgesteld worden waarin toegelicht wordt dat aantoonbaar wordt gewerkt volgens de gedragscode. Beschermde soorten Wnb gemeente Nijmegen Waarnemingen van beschermde soorten flora en fauna uit de NDFF van de laatste vijf jaar (2016 t/m 2021) binnen de begrenzing van de gemeente Nijmegen zien hieronder weergegeven. Het is een selectie van soorten die beschermd zijn vanuit de Wet Natuurbescherming (Wnb). Per soortgroep (planten, ongewervelden, vissen, amfibieën, reptielen, vleermuizen, overige zoogdieren en vogels zijn de relevante beschermde soorten voor de gemeente Nijmegen uitgelicht in tabellen en kaarten 1 (zie bijlage). Voor veel beschermde soorten geldt dat zij zeldzaam zijn in de gemeente. Het is belangrijk dat eigenaars en beheerders weten wanneer een soort op hun terrein voorkomt en hoe ze dienen te handelen voor het behoud van deze soort (bv. schubvaren op oude tuinmuur Nijmegen Oost, die bijna verdwenen was door bouwwerkzaamheden). Alleen voor de soortgroep vogels zijn ook de Rode Lijstsoorten meegenomen die in de gemeente voorkomen. Niet alle beschermde soorten die in de gemeente voorkomen staan in het overzicht. Tot een paar jaar geleden was de otter nog niet waargenomen.

Deze soort komt nu weer voor in de omgeving van Nijmegen dankzij natuurherstel- en uitzetprojecten in het rivierengebied. Zo zijn er meerdere soorten die nu nog niet zijn aangetroffen en in de nabije toekomst wel kunnen opduiken.

1 De informatie op de soortkaarten is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

105

Naast beschermde en Rode Lijstsoorten kunnen ook nieuwe soorten de gemeente bereiken, waaronder (bekende) ongewenste exoten zoals planten en vissen die de inheemse flora en fauna kunnen verdringen. Tijdige signalering en snelle actie voor het verwijderen van deze exoten zijn hierbij essentieel. Het opstellen van een protocol kan hierbij waardevol zijn. Hieronder worden in tabellen per soortgroep, de soorten weergegeven met een beschermde status die voorkomen in de gemeente Nijmegen. HR=Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn, AS=Beschermingsregime Andere soorten, VR=Vrijstelling van verbodsbepalingen in de provincie Gelderland. In de tekst bij de tabellen worden enkele soorten uitgelicht. Vaatplanten Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Drijvende waterweegbree Luronium natans Dreps Bromus secalinus Groot spiegelklokje Legousia speculum-veneris

Wnb Rode Lijst HR Kwetsbaar AS Bedreigd AS Bedreigd

Biotoop voedselarme wateren kalkarme akkers, ruderaal, bermen kalkrijke akkers, ruderaal, bermen, zandige stroomruggen rivierdalen

Globale verspreiding zeldzaam zeldzaam zeldzaam

Grote leeuwenklauw Kartuizer anjer Schubvaren Wilde averuit Wilde weit

Aphanes arvensis AS Dianthus carthusianorum AS Asplenium ceterach AS Artemisia campestris subsp. campestris AS Melampyrum arvense AS

kalkrijke akkers, ruderaal, bermen zeldzaam Bedreigd schraal- en kalkgrasland, vaak uitgezaaid zeldzaam Gevoelig oude muren, stenig substraat zeldzaam Ernstig Bedreigd ruderaal, droge graslanden zeldzaam Ernstig Bedreigd kalkrijke akkers, kalkgraslanden, ruderaal zeldzaam

Wolfskers

Atropa bella-donna

Bedreigd

AS

Open bossen, kapvlakten en bosranden, ruderale grond, stedelijk gebied

zeldzaam

Beschermde vaatplanten zijn in de Gemeente Nijmegen zeer schaars en de soorten die voorkomen zijn zeldzaam. Voorbeelden zijn de wilde averuit en schubvaren. Wilde averuit groeit in de spoorkuil ter hoogte van de wijk Bottendaal. Schubvaren is erg zeldzaam in Nederland. Deze soort groeit op een tuinmuur bij basisschool de Buut in de Hugo de Grootstraat en op een sokkel van begraafplaats Brakkenstein. Oude woonwijken uit de jaren ’30 en ’40 (bv. Nijmegen Oost) hebben verweerde tuinmuren met soms een rijke muurflora waar de soort kan voorkomen. Nieuw aangetroffen in de laatste twee jaren zijn ruderale soorten van akkers: dreps, groot spiegelklokje en wilde weit. Ze vallen onder de categorie Bedreigd of Ernstig bedreigd in de Rode Lijst. Daarnaast is ook wolfskers nieuw waargenomen op twee locaties in het stedelijk gebied. Ongewervelden (insecten) Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Grote vos Nymphalis polychloros Grote weerschijnvlinder Apatura iris Iepenpage Satyrium w-album Teunisbloempijlstaart Proserpinus proserpina Vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

Vliegend hert

Lucanus cervus

Rivierrombout

Gomphus flavipes

Groep Wnb Rode Lijst Biotoop Dagvlinders AS Kwetsbaar Iep, zoete kers, enkele wilgen Dagvlinders AS Boswilg, soms grauwe wilg Dagvlinders AS Gladde en Ruwe iep Nachtvlinders HR Wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart Kevers HR vochtige bossen en houtwallen, lanen met dood hout, populieren. Kevers Open bosstructuur, dik dood hout, warm microklimaat AS Libellen HR Rivieren, grote beken met zand/slibafzetting

Globale verspreiding zeldzaam zeldzaam zeldzaam zeldzaam zeldzaam zeldzaam zeldzaam

Alle insecten uit bovenstaande tabel zijn zeldzaam in de gemeente Nijmegen. Beekrombout is de laatste vijf jaar echter niet meer waargenomen, terwijl dit de jaren ervoor nog wel het geval was. Grote vos is zeldzaam en iets toegenomen. Iepenpage is zeldzaam

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

106

in het zuiden van Nijmegen en is de laatste twee jaar eveneens iets toegenomen. Wanneer er iepen in de buurt zijn, moet op deze soort gelet worden. Bruine eikenpage is niet waargenomen in de gemeente (NDFF), maar is niet uit te sluiten. Teunisbloempijlstaart kwam zeldzaam voor in Lent, maar de laatste paar jaar is deze soort ook ten zuiden van de Waal waargenomen. Vliegend hert is in de periode 2014-2019 alleen waargenomen op de stuwwal in Mariënboom, richting Berg en Dal. Oude bosgebieden op de stuwwal kunnen geschikt zijn voor deze soort. In de periode 2016-2021 is deze soort op meerdere locaties waargenomen, waaronder een enkele locatie nabij het centrum en oude bossen aan de oostzijde richting Berg-en-Dal en Ubergen. Een van de locaties is Watermeerwijk, waar vliegend hert op een dode beuk is aangetroffen. Hier komen diverse belangen met elkaar in conflict, omdat in Watermeerwijk op deze locatie ook mountainbike- en wandelroutes liggen. Vermiljoenkever (habitatrichtlijnsoort) is nieuw aangetroffen in het westen. Vissen Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Wnb Rode Lijst Biotoop Globale verspreiding Gestippelde alver Alburnoides bipunctatus AS Kwetsbaar snelstromende, zuurstofrijke beken en rivieren zeldzaam Grote modderkruiper Misgurnus fossilis AS Kwetsbaar sloten met dikke modderlaag zeldzaam

Beide vissoorten uit bovenstaande tabel zijn zeldzaam in de gemeente Nijmegen. Gestippelde alver is een soort van snelstromende, zuurstofrijke beken en rivieren met een bodem van grind of stenen. Nederland ligt aan de grens van het verspreidingsgebied en geschikt habitat wordt alleen in het zuiden van Limburg gevonden. Toch is deze soort op een enkele plaats gevonden langs de Waal richting de Vlietberg. Grote modderkruiper is alleen aangetroffen in de Waalsprong bij Oosterhout. Bij het schonen en vergraven of dempen van sloten bij de Ooijpolder en Nijmegen noord moet rekening gehouden worden met aanwezigheid van de soort. Amfibieën Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Alpenwatersalamander Ichthyosaura alpestris Bastaardkikker Pelophylax kl. esculentus Bruine kikker Rana temporaria Gewone pad Bufo bufo Kamsalamander Triturus cristatus Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris Poelkikker Pelophylax lessonae Rugstreeppad Epidalea calamita

Wnb Rode Lijst Biotoop zand-, leem- en lössbodem, nabij bos houtwal AS VR wateren in open omgeving VR gebonden aan bos en struweel VR kleinschalig gevarieerd landschap HR Kwetsbaar langs grote rivieren, strangen, poelen, bosrijk VR alle landschapstypen HR sloten, poelen in vennen, heide en hoogveen HR Gevoelig ruderaal, kleine rivierbegeleidende wateren

Globale verspreiding Algemeen Algemeen Algemeen Algemeen zeldzaam Algemeen zeldzaam zeldzaam

Kamsalamander komt in de uiterwaarden voor achter de Oude Waal in de buurt van de zomerdijk. Rugstreeppad komt ook voor aan de noordzijde van de Waal. Deze mobiele soort komt voor in dynamische milieus. Als in plangebieden water stagneert kan de soort zich hier snel vestigen en aanwezig blijven zolang er geschikt biotoop voorhanden is. Vuursalamander was tot vijf jaar geleden waargenomen in het zuidwesten van Nijmegen nabij de Hatertse vennen. Het betrof geen natuurlijke populatie. Deze is alleen in ZuidLimburg aanwezig, waar ze ernstig bedreigd wordt door de schimmelziekte Batrachochytrium salamandrivorans (ravon.nl). Reptielen

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

107

Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Wnb Rode Lijst Hazelworm Anguis fragilis AS Ringslang Natrix natrix AS Kwetsbaar Zandhagedis

Lacerta agilis

HR

Kwetsbaar

Biotoop bos en heide waterrijk milieu op zandgrond en overgang naar laagveen/klei droge heide

Globale verspreiding zeldzaam zeldzaam zeldzaam

Alle soorten reptielen zijn zeldzaam in de gemeente Nijmegen. Hazelworm en zandhagedis komen voor op de stuwwal in het bosrijke grensgebied van Heumensoord en Berg en Dal. Hazelworm is ook waargenomen langs de Beekmansdalseweg op de stuwwal (> 10 jaar geleden). Het aantal waarnemingen van hazelworm is de laatste jaren afgenomen in Nijmegen. Ringslang is in het centrum eenmaal waargenomen. Grondgebonden zoogdieren Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Wnb Rode Lijst 2020 Biotoop Aardmuis Microtus agrestis AS vochtige, ruige terreinen: akkers, hoog grasland, bosranden, moerassen, vochtige heide

Globale verspreiding zeldzaam

Bever Boommarter Bosmuis

Castor fiber Martes martes Apodemus sylvaticus

HR HR VR

Bunzing

Mustela putorius

AS

Damhert Das

Dama dama Meles meles

AS AS

Dwergmuis

Micromys minutus

VR

hoge dichte vegetatie: riet, gras, graan, houtwal, bramen

zeldzaam

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

AS

zeldzaam

Eekhoorn Egel Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn

Sciurus vulgaris Erinaceus europaeus Lepus europaeus Mustela erminea Crocidura russula Oryctolagus cuniculus

AS AS AS AS VR VR

Otter Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis

Lutra lutra Capreolus capreolus Myodes glareolus Martes foina Microtus arvalis

HR VR VR AS VR

Vos

Vulpes vulpes

VR

Wezel Wild zwijn

Mustela nivalis Sus scrofa

AS AS

hoge dichte vegetatie: riet, gras, graan, houtwal, bramen, heide loof-, naald-, gemengd bos, parken, tuinen tuinen, loofbos, bosranden, struweel en ondergroei akker, weiland, open bos en heide open plekken bos, houtwal, akkers met dekking droge zandgrond in bos, grasland, weide, tuin, park zandige bodems halfopen landschap perken, bosranden, tuinen Oeverzone stromend water rivieren, kanalen, meren loofbos met ernaast open heide, akker of rietveld loof- en gemengd bos , houtwal met struiklaag steden, parken, oude schuren, heggen, boerderijen open droge gebied: graanakkers, graslanden, bermen, boomgaarden rand steden, dorpen, bos, parken, heide, polders, landbouwgebieden houtwallen, heggen, oude holen konijnen en muizen voedselrijke eiken- en beukenbossen met ondiepe poelen

Kwetsbaar

Gevoelig Kwetsbaar Gevoelig

Gevoelig

moerassen langs beken, rivieren, meren algemeen allerlei typen bos: loof- en naaldbos, jong en oud zeldzaam bossen, open terrein met lage begroeiing in duinen, algemeen heide, akkers, bermen kleinschalig landschap met heggen, bos, houtwal, riet zeldzaam en water Loof- en gemengd bos, bosranden, akkers, grasland zeldzaam kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide zeldzaam bosjes, heggen en houtwallen, rivierdalen

algemeen algemeen algemeen zeldzaam algemeen algemeen zeldzaam algemeen zeldzaam algemeen zeldzaam algemeen zeldzaam zeldzaam

Sinds 3 november 2020 is de nieuwe Rode Lijst Zoogdieren van kracht (zoogdiervereniging.nl). Groen gemarkeerd zijn de soorten die vooruit zijn gegaan, zoals de bever die thans niet bedreigd is en dus van de Rode Lijst is gehaald. Rood gemarkeerd zijn soorten die achteruit zijn gegaan, zoals hermelijn (van gevoelig naar kwetsbaar), bunzing (van onvoldoende gegevens naar kwetsbaar) en opvallend ook haas en konijn (gevoelig). Voor een aantal soorten zoogdieren die onder het beschermingsregime Andere soorten vallen geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen van de Wnb. De bever is redelijk algemeen in de gemeente en kan overal waar voldoende water en oeverbegroeiing en voedsel is voorkomen. De otter is terug van weggeweest in Nederland, Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

108

zo ook langs de Waal bij Nijmegen. Hij is in de buurt van het Hollands-Duits gemaal gezien. De das komt in de groene zones aan de randen van stedelijk gebied incidenteel voor in het zuiden en oosten van de gemeente. De verspreiding van kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) in de gemeente is niet goed bekend, maar deze soorten kunnen op diverse locaties voorkomen. Er is geen vrijstelling voor deze soorten in de provincie Gelderland en daarom belangrijk om mee te nemen in beoordelingen in het kader van de Wet Natuurbescherming. De soorten leven in de groene gebieden van de gemeente. De beschermde steenmarter is vrij algemeen in Nijmegen. Nieuw aangetroffen zijn de boommarter op de grens met Berg-en-Dal en de aardmuis rond het Maas-Waalkanaal. Vleermuizen Nederlandse naam Franjestaart

Wetenschappelijke naam Myotis nattereri

Wnb Rode Lijst HR

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

HR

Gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus

HR

Gewone/Kleine dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus/pygmaeus HR

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Pipistrellus sp. indet.

HR

Kleine dwergvleermuis

Pipistrellus pygmaeus

HR

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

HR

Meervleermuis

Myotis dasycneme

HR

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

HR

Ruige dwergvleermuis

Pipistrelllus nathusii

HR

Biotoop en jachtgebied bossen met waterpartijen of kleinschalige weilanden en akkers opgaande elementen in groene bebouwde omgeving: tuinen, kanalen, parken etc

Verblijfplaats bomen, kerken en boerderijen, nestkasten en vleermuiskasten gebouwen: spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, onder dakpannen

bos en park, lanen, solitaire bomen, houtwallen waterkanten

gebouwen, boomholtes, en -spleten zeldzaam nest- en vleermuiskasten gebouwen, boomholtes, en -spleten zeldzaam nest- en vleermuiskasten zeldzaam

bos en park, lanen, solitaire bomen, houtwallen opgaande elementen in groene bebouwde gebouwen: spouwmuren, achter omgeving: tuinen, kanalen, parken etc betimmering en daklijsten, onder dakpannen, vleermuiskasten Kwetsbaar

Globale verspreiding zeldzaam algemeen

zeldzaam

bosranden, heggen, lanen, soms boven weilanden en vaarten

gebouwen: spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, onder dakpannen

zeldzaam

open water, vijvers, kanalen, rivieren, bosranden en vochtige weilanden, houtwallen, dijken en bomenrijen

gebouwen: spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, onder dakpannen

zeldzaam

Onvoldoende water en moeras, straatlantarens bomen gegevens half open bosrijk landschap, waterpartijen bomen, vleermuiskasten en gebouwen: spouwmuren, betimmering en dakpannen

algemeen algemeen

Ook voor vleermuizen is sinds 3 november 2020 de nieuwe Rode Lijst Zoogdieren van kracht (zoogdiervereniging.nl). Rosse vleermuis viel eerst in de categorie kwetsbaar, maar voor de Rode Lijst van 2020 zijn onvoldoende gegevens voorhanden om de categorie te bepalen. Soorten die algemeen voorkomen zijn gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Dit zijn typische gebouw-bewonende soorten. Soorten die in bomen verblijfplaatsen gebruiken zijn franjestaart, gewone grootoorvleermuis, kleine en ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Vleermuizen hebben een gevarieerd landschap nodig met water, groen en verbindende elementen die ze kunnen gebruiken om te foerageren en zich beschut te verplaatsen tussen de verschillende onderdelen van het leefgebied. Franjestaart en gewone grootoorvleermuis zijn beide iets achteruitgegaan en zijn zeldzaam in oostelijk deel van de stad. Kleine dwergvleermuis is de laatste jaren nieuw aangetroffen rond de Waalbrug en meervleermuis bij het Hollands-Duitsgemaal.

Biodiversiteitsplan gemeente Nijmegen

109

Vogels Soort Boerenzwaluw Boomvalk Buizerd Draaihals Gele Kwikstaart Gierzwaluw Graspieper Grauwe Vliegenvanger Grote Gele Kwikstaart Grote Karekiet Grote Lijster Grote Mantelmeeuw Grutto Havik Huismus Huiszwaluw Keep Kerkuil Kneu Koekoek Kramsvogel Matkop Nachtegaal Oeverloper Ooievaar Paapje Patrijs Ransuil Ringmus Roek Roerdomp Slechtvalk Slobeend Sperwer Spotvogel Steenuil Tapuit Torenvalk Tureluur Veldleeuwerik Visdief Wespendief Wintertaling Wulp Zomertaling Zomertortel Zwarte Mees

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=fc20d944-22ee-419c-a5ce-321799a3a27c