Bijlage Warmtewet en Wet Collectieve Warmtevoorziening
Tekst van het document
Bijlage Warmtewet en Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) Sinds 2014 is de Warmtewet van kracht. Deze wet is vooral een consumentenwet die een maximumprijs voor het vastrecht en voor het verbruik vastlegt. Daarnaast stelt de Warmtewet eisen aan de afleverset in de woning en de leveringszekerheid. Er wordt gewerkt aan een vervangende wet: Wet Collectieve warmtevoorziening (WCW). De WCW is nog niet van kracht. De Wet Collectieve Warmtevoorziening kent vier grote wijzigingen: 1. Regels over regie door gemeenten met het aanwijzen van zogenaamde ‘warmtekavels’. 2. Aangepaste regels over de berekening van de warmtetarieven (in WCW gebaseerd op de daadwerkelijk gemaakte kosten, plus een bepaald maximum rendement op de investering van het warmtebedrijf). 3. Regels voor CO₂-prestatienormen (werkt toe naar een CO₂-uitstoot tot (bijna) nul in 2050) 4. Regels voor de leveringszekerheid. De regels voor regie door de gemeente kent twee belangrijke stappen: 1. De aanwijzing van de warmtekavel. De gemeente krijgt de bevoegdheid om een warmtekavel vast te stellen. Een warmtekavel is een gebiedsafbakening binnen een of meerdere gemeenten waarbinnen zich wijken bevinden waarvoor de gemeenten collectieve warmte overweegt. Een kavel moet zo vastgesteld worden dat er een robuust, zelfstandig opererend en efficiënt collectief warmtesysteem kan worden gerealiseerd.
Een collectief warmtesysteem is een systeem waarbij één of meer warmtebronnen door middel van een warmtenet ontsloten worden voor de levering van warmte aan verbruikers. 2.
Het verlenen van een concessie door een aanwijzing bij de kavel aan een warmtebedrijf. Het warmtebedrijf krijgt het recht en de plicht om warmtenetten te leggen en warmte te leveren in de warmtekavel.
De gemeente krijgt de bevoegdheid om voor de warmtekavel een warmtebedrijf aan te wijzen voor de duur van 20 a 30 jaar. Het aangewezen warmtebedrijf krijgt het exploitatierecht en daarmee ook de plicht een warmtenet aan te leggen, te beheren en te onderhouden. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor de realisatie en exploitatie van het collectief warmtesysteem (waaronder het systeemontwerp, de benodigde duurzame bronnen, de leveringszekerheid, de verduurzaming en het investeringsrisico) . Het warmtebedrijf is verplicht om gebruikers aan te sluiten, tenzij een verbruiker aangeeft dat niet te willen. Een aanwijzingsprocedure komt overeen met de procedure voor een concessie-opdracht. Gemeenten moeten voor de aanwijzing van een warmtebedrijf gebruik maken van een transparante, non-discriminatoire en goed onderbouwde procedure waar zowel publieke als private warmtebedrijven aan deel kunnen nemen. Ook indien een gemeente een eigen publiek warmtebedrijf heeft opgericht, moet de aanwijzing op transparante wijze plaatsvinden. Dit betekent dat ook andere partijen dan het gemeentelijk warmtebedrijf deel mogen nemen aan de aanwijzingsprocedure (oftewel een concessie-aanbesteding). Op deze wijze wordt verzekerd dat de taken en verplichtingen door de meest geschikte partij worden uitgevoerd.
Met de aanwijzing verkrijgt het warmtebedrijf een exclusief recht op het distributienet en de levering van warmte binnen een vastgesteld warmtekavel. De WCW gaat uit van zowel de aanleg van en de exploitatie van een warmtedistributienet in één warmtekavel. De memorie van toelichting hanteert het volgende uitgangspunt: “Het aangewezen warmtebedrijf krijgt de wettelijk taak om een collectief warmtesysteem aan te leggen, te beheren en te onderhouden indien de gemeente voor een warmtekavel of een deel daarvan heeft gekozen de warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving door middel van een collectief warmtesysteem in te vullen.” Het uitgangspunt hiervan is aldus dat één warmtebedrijf integraal verantwoordelijk wordt van zowel de aanleg als de exploitatie van het warmtesysteem binnen de aangewezen kavel. De warmtewet onderkent dat met de aanleg van het distributienetwerk omvangrijke investeringskosten gemoeid is. Om die reden houdt de WCW dan ook rekening met een concessieduur die nodig is om investeringen voor het warmtebedrijf te kunnen terugverdienen. Daarvoor geldt een maximale duur van 30 jaar. Het aangewezen warmtebedrijf wordt zo in staat gesteld om zijn investeringen terug te verdienen.
Tegelijkertijd betekent dit dat verbruikers die beschikken over een leveringsaansluiting voor een langere periode gebonden zijn aan dit warmtebedrijf en dat andere warmtebedrijven binnen de aanwijzingsperiode niet de mogelijkheid zullen krijgen
om in het betreffende vastgestelde warmtekavel warmte te transporteren en te leveren. Na afloop van de periode bepaalt de gemeente opnieuw welk bedrijf de warmteleverancier wordt. Wederom zal dit moeten plaatsvinden op basis van een open, transparante, non-discriminatoire aanwijzingsprocedure. Het aangewezen warmtebedrijf heeft de wettelijke taak om een collectief warmtesysteem tegen zo efficiënt mogelijke kosten te realiseren en afnemers (die dat willen) aan te sluiten. Het warmtebedrijf zorgt voor een uitvoeringsplan en wordt verantwoordelijk voor de betaalbaarheid, leveringszekerheid en verduurzaming van de collectieve warmtevoorziening. Het warmtebedrijf moet beschikken over organisatorische, financiële en technische kwaliteiten, en draagt zorg voor het sluiten van warmteovereenkomsten, meten van verbruik, afrekening en oplossingen van storingen. Het warmtebedrijf zorgt voor een gegarandeerde warmtelevering. Voor netwerkbedrijven (als Alliander en Indigo) geldt dat zij geen warmtelevering mogen doen (direct en indirect). Vanwege de regels die gelden vanuit de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet om de leveringszekerheid en onafhankelijkheid van de netbeheerder te bewaken mogen deze partijen, náást de rol van netwerkbeheerder, niet ook de rol als warmtebedrijf vervullen.