CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage warmtevisie 2024 Technisch-economische analyse als onderdeel van de warmtevisie Nijmegen 2024 – CE Delft

Besluitronde (raadsvergadering) 18 december 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen warmtevisie 2024 (92/2024)16.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.5

Gemiddelde eindgebruikerskosten per buurt in het basisscenario Om een vergelijking te kunnen maken met de nationale kosten voor een aardgasvrij Nijmegen hebben we per buurt de gemiddelde eindgebruikerskosten bepaald. In tegenstelling tot de toewijzing op basis van nationale kosten hebben we geen optimalisatie uitgevoerd om rekening te houden met de beschikbare hoeveelheid warmte en gas. Voor veel buurten heeft de hybride warmtepomp op groengas de laagste eindgebruikerskosten, echter zal er niet voldoende groengas beschikbaar komen voor al deze buurten. De verschillen tussen de gemiddelde eindgebruikerskosten voor de verschillende warmtetechnieken zijn niet groot (zie Figuur 14). De eindgebruikerskosten van de hr-ketel zijn ook doorgerekend, maar niet opgenomen in de grafiek. In 2035 zijn de kosten voor de hr-ketel voor het merendeel van de woningen hoger dan die voor de hybride warmtepomp in het basisscenario.

35

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Figuur 14 – Gemiddelde eindgebruikerskosten voor woningen per buurt in Nijmegen, geordend van hoge naar lage kosten

e i

e e ein

e r i ers os en

€ 8.000 € 7.000 € .000 € .000 € 4.000 € 3.000 € 2.000 € 1.000 €0

Warmtenet

36

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

70 kWh/m2

bride warmtepomp 70 kWh/m2

uchtwarmtepomp

0 kWh/m2

4.6

Gemiddelde eindgebruikerskosten per woningtype en bouwjaar in het basisscenario De verschillen tussen eindgebruikerskosten van verschillende warmtetechnieken voor woningen binnen een buurt zijn veel kleiner dan de verschillen tussen de eindgebruikerskosten voor verschillende soorten woningen. Gemiddeld genomen zijn vrijstaande woningen het duurste om aan te sluiten op een warmtenet of (hybride) warmtepomp en gestapelde woningen het goedkoopste (zie Figuur 15). Dit komt omdat het gebruiksoppervlak en de warmtevraag van vrijstaande woningen ook gemiddeld het grootst is en die van gestapelde woningen gemiddeld het laagst. De huidige kosten voor verwarmen met een HR-ketel op aardgas zijn immers ook het hoogst voor vrijstaande woningen en het laagst voor gestapelde woningen. De kostenverschillen tussen de technieken zijn klein voor de gestapelde woningen. Voor de andere woningtype zien we dat de luchtwarmtepomp vaak een stuk duurder is voor hele oude woningen (voor 1900). Dit komt door de hoge isolatiekosten voor deze woningen. Figuur 15 – Gemiddelde eindgebruikerskosten in het basisscenario per combinatie van woningtype en bouwjaar, geordend van hoog naar laag

In de gemeente Nijmegen komen gestapelde en tussenwoningen het meeste voor. Figuur 15 toont de eindgebruikerskosten voor de vijf meest voorkomende combinaties aan woningtype en bouwjaar. Per woningtype en bouwjaar combinatie zijn de kosten voor deze meest voorkomende woningtypen relatief gelijk. De eindgebruikerskosten tussen de combinaties lopen uiteen en kunnen een verschil van 100% maken.

37

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Figuur 15 - Gemiddelde eindgebruikerskosten in het basisscenario per combinatie van woningtype en bouwjaar voor de vijf meest voorkomende combinaties aan woningtype en bouwjaar, geordend vanaf de meest voorkomende combinatie

4.7

Conclusies eindgebruikerskosten We zien in de berekeningen voor 2035 dat de hybride warmtepomp voor bijna alle woningen goedkoper is dan de hr-ketel. Zelfs in het scenario dat uitgaat van de aardgasprijs in 2035 in plaats van een groengasprijs, is de hr-ketel maar voor 10% van de woningen de goedkoopste oplossing. In alle scenario’s is de h bride warmtepomp voor 40% of meer van de woningen het goedkoopst is. Hierbij is geen rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid van groengas. Voor de overige woningen is een warmtenet of elektrische warmtepomp het goedkoopst. Het aandeel woningen waarvoor het warmtenet het goedkoopst is, is erg gevoelig voor de aannamen. Het varieert van 50% (scenario zonder gas) tot bijna 0% (scenario hoge BAK). De gemiddelde eindgebruikerskosten per buurt liggen dicht bij elkaar voor de verschillende technieken (hybride warmtepomp, elektrische warmtepomp en het warmtenet). Op buurtniveau zullen andere factoren doorslaggevend zijn bij de keuze voor een techniek. De gemiddelde eindgebruikerskosten per woningtype tonen wel verschillen. De kosten verschillen vooral van woning tot woning. Met uitzondering van de hele oude woningen (<1900) liggen de kosten van de hybride warmtepomp, het warmtenet en de luchtwarmtepomp voor een bepaald woningtype wel vaak dicht bij elkaar.

38

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

5 Conclusies In iedere modelberekening zit een vorm van onzekerheid. De resultaten zijn dus geen absolute waarheid, maar een schatting op basis van de best beschikbare informatie. In de praktijk betekent dit dat modelresultaten nuttig zijn om mee te nemen in de afweging tussen aardgasvrije technieken, maar dat dit geen absolute zekerheid biedt. Het is dus van belang om met die bril de resultaten te interpreteren.

Nationale kosten Voor bijna alle buurten in Nijmegen heeft een hybride warmtepomp op groengas de laagste nationale kosten in 2035. Echter zal in 2035 niet genoeg groengas beschikbaar zijn om al deze buurten te voorzien. Door de beperking op de beschikbaarheid van groengas komen ook elektrische warmtepomp en het warmtenet voor in het eindbeeld. De nationale kosten voor de elektrische warmtepomp en het warmtenet gevoed door de ARN liggen in veel buurten dicht bij elkaar. In het basisscenario is het kostenverschil tussen deze twee technieken voor een derde van de buurten 10% of kleiner. In deze buurten zullen andere factoren dan de nationale kosten doorslaggevend moeten zijn bij een techniekkeuze. Voor de helft van de buurten is dit kostenverschil tussen de 10 en 20% en zullen andere factoren ook een grote rol spelen bij de techniekkeuze. In het basisscenario krijgen de meeste buurten een elektrische warmtepomp bij de optimalisatie op laagste nationale kosten. Dit eindbeeld is gevoelig voor de aanname dat woningen minstens al isoleren naar een niveau van 70 kWh/m2 (ongeveer het oude energielabel C). Als er geen minimaal isolatieniveau wordt aangehouden laat het eindbeeld juist veel potentie zien voor een warmtenet met de ARN als bron. De beschikbare warmte uit de ARN wordt in dan volledig toegewezen in de optimalisatie.

Een warmtenet op aquathermie of ondiepe geothermie heeft hogere nationale kosten dan een warmtenet met warmte uit de ARN. De nationale kosten van de elektrische warmtepomp liggen lager.

Eindgebruikerskosten De eindgebruikerskosten zijn afhankelijk van beleid. Wie de nationale kosten uiteindelijk betaalt en met name hoe die kosten over burgers, bedrijven en overheden verdeeld worden, hangt af van hoe en welke belastingen, heffingen en subsidies worden ingezet en hoe wetten en regelingen worden aangepast. Dat zorgt ervoor dat er grote onzekerheden zitten in de eindgebruikerskosten. Beleid is, zeker in het huidige politieke klimaat, veranderlijk en de keuzes over wie welke kosten draagt zijn nog lang niet allemaal gemaakt. Dit onderzoek houdt bij het berekenen van de eindgebruikerskosten de bestaande/aangekondigde regelgeving aan. De hybride warmtepomp is voor bijna alle woningen goedkoper dan de hr-ketel in 2035. Zelfs als wordt uitgegaan van de aardgasprijs in 2035 in plaats van een groengasprijs, is de hr-ketel maar voor 10% van de woningen de goedkoopste oplossing.

39

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

In alle scenario’s is de hybride warmtepomp voor 40% of meer van de woningen het goedkoopst is. Hierbij is geen rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid van groengas. Voor de overige woningen is een warmtenet of elektrische warmtepomp het goedkoopst. Het aandeel woningen waarvoor het warmtenet het goedkoopst is, hangt af van de aannamen. Bij een hoge BAK is het aandeel woningen waarvoor het warmtenet het goedkoopst is nagenoeg nul. Als in plaats daarvan gerekend wordt met hoge elektriciteitskosten stijgt dit aandeel woningen tot 30%. Zonder (groen)gas komt het aandeel woningen waarvoor het warmtenet de laagste kosten heeft uit op 50%. De gemiddelde eindgebruikerskosten per buurt liggen dicht bij elkaar voor de verschillende technieken en zijn niet doorslaggevend. De gemiddelde eindgebruikerskosten per woningtype tonen wel verschillen. De kosten verschillen vooral van woning tot woning. Met uitzondering van de hele oude woningen (<1900) liggen de kosten van de hybride warmtepomp, het warmtenet en de luchtwarmtepomp voor een bepaald woningtype vaak wel weer dicht bij elkaar.

Totaalbeeld Uit de analyses blijkt dat de hybride warmtepomp in 2035 zowel de laagste nationale kosten heeft voor veel buurten in Nijmegen, als ook de laagste eindgebruikerskosten voor de meeste woningen. Hierbij geldt echter wel dat een gasvormige energiedrager (groengas) beschikbaar moet zijn. De hoeveelheid groengas dat in de toekomst beschikbaar is voor de gebouwde omgeving is nog erg onzeker. Als groengas niet beschikbaar is, blijkt uit de analyses dat in veel buurten de nationale kosten voor een warmtenet of een elektrische warmtepomp dicht bij elkaar liggen. Bij de uiteindelijke keuze voor een techniek zullen andere afwegingen hier dus de doorslag moeten geven. Ook de gemiddelde eindgebruikerskosten per buurt van de verschillende technieken liggen steeds dicht bij elkaar, en zijn dus niet doorslaggevend voor een buurt. De eindgebruikerskosten verschillen wel sterk per woningtype. Hierdoor zal een techniekkeuze voor een buurt op basis van nationale kosten niet voor alle woningen in de buurt de laagste eindgebruikerskosten hebben.

40

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

6 Literatuur Arcadis. (2020). Energiebesparende maatregelen: Bestaande woningbouw 2020. Berenschot. (2023). Expertreview warmtenetstrategie en advies publiek warmtebedrijf Nijmegen. https://www.berenschot.nl/media/4nwbjmop/eindrapport_expertrev iew-warmte-nijmegen_20230123.pdf CBS. (lopend). Statline: Jaarmutatie consumentenprijsindex; vanaf 1963. CBS. https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/70936ned CE Delft. (2013). Vesta 2.0 - Uitbreidingen en dataverificaties. https://www.ce.nl/publicaties/1427/vesta-20-uitbreidingen-endataverificaties CE Delft. (2018). Vesta functioneel ontwerp warmtenetten (concept 6 juni 2018). CE Delft. (2020). Waterstof voor de gebouwde omgeving Kennisdocument voor de gemeente Nijmegen. https://ce.nl/wpcontent/uploads/2021/03/CE_Delft_190307_Kennisdocument_Waterst of_voor_de_gebouwde_omgeving_Def.pdf CE Delft. (2021). Groengas voor de gebouwde omgeving, Kennisdocument voor de gemeente Nijmegen. https://ce.nl/wpcontent/uploads/2021/11/CE_Delft_210182_Kennisdocument_Groeng as_voor_de_gebouwde_omgeving_Def.pdf CE Delft. (2022a). Update kengetallen installaties in Vesta MAIS (2022, Issue. https://ce.nl/publicaties/update-kentallen-installaties-vestamais-2022/ CE Delft. (2022b). Warmtenetten in Vesta MAIS (Update berekeningsmethoden, Issue. https://cedelft.eu/wpcontent/uploads/sites/2/2022/11/CE_Delft_210347_Warmtetenettenin-Vesta-MAIS_DEF.pdf CE Delft.

(2023). Vervolgstudie bijmengverplichting groen gas: Haalbaarheid en betaalbaarheid. https://ce.nl/publicaties/vervolgstudiebijmengverplichting-groen-gas-haalbaarheid-en-betaalbaarheid/ CE Delft, PBL, Ecorys, & Objectvision. (2019). Functioneel ontwerp Vesta 4.0. IF Technology. (2019). Kengetallen Aquathermie. https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/05/Kengetallen%20aqua thermie%20april%202019.pdf Innoforte, & Berenschot. (2019). Bronnenstrategie en warmtenetstrategie (2020). file:///C:/Users/sho/Downloads/bronnenstrategienijmegen.pdffile:///C:/Users/sho/Downloads/bronnenstrategienijmegen.pdf

41

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Merosch. (2020). Isolatiepakketten ten behoeve van het CEGOIA-model. https://ce.nl/wp-content/uploads/2021/04/Isolatiepakketten-tenbehoeve-van-CEGOIA-model_definitief.pdf Ministerie van BZK. (2021). Stand van zaken Klimaatakkoord Gebouwde omgeving 12 januari 2021. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-b90b1a9a-0a74-44b69b4e-196725b0ebdf/pdf Ministerie van EZK. (2020). Kamerbrief over kabinetsvisie Waterstof. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-44c87a40-bac0-42ecae91-eb81c87e2186/pdf NEN. (2020). NTA 8800 Energieprestatie van gebouwen : Bepalingsmethode. https://www.nen.nl/en/nta-8800-2022-nl-290717 Netbeheer Nederland. (2019). Basisdocument over energie-infrastructuur. https://www.netbeheernederland.nl/publication/basisdocumentover-energie-infrastructuur-oktober-2019 PBL. (2020). Ontwikkelingen in de Energierekening tot en met 2030 : Achtergrondrapport bij de Klimaat- en Energieverkenning. PBL. (2021). Functioneel Ontwerp Vesta MAIS 5.0. https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021functioneel-ontwerp-vesta-mais-5.0-4583.pdf PBL. (2022). Klimaat- en Energieverkenning 2022. https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2022-klimaaten-energieverkenning-4838.pdf PBL. (2023a). Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2023: Ramingen van broeikasgasemissies, energiebesparing en hernieuwbare energie op hoofdlijnen.

https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-enenergieverkenning-2023 PBL. (2023b). Referentieverbruik warmte woningen. https://www.pbl.nl/publicaties/referentieverbruik-warmte-woningen RVO. (2019). Uniforme Maatlat Rekenmodel 4.3.3. In: RVO. RVO. (2021). Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) voor verhuurders. RVO. Retrieved 6 maart from https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/sah RVO. (2022). Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE). Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). https://www.rvo.nl/subsidiesfinanciering/isde/woningeigenaren Stedin. (lopend). Grid reinforcement additional capacity: Mondelinge toelichting Stedin n.a.v. Toelichting Gegevens Leidraad Warmtetransitie over Distributienetten per CBS Buurt via Stedin website. Stedin. https://www.stedin.net/zakelijk/opendata/dataset-leidraad-warmtetransitie Tieleman, Y. (2019). Kostenraming warmtedistributienetten Tilburg : Technisch wijkenergieplan Tilburg. TKI Urban Energy. (2020). Kennisdossier: de ontwikkelingen en kansen voor warmtepompen. Topsector Energie.

42

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

https://topsectorenergie.nl/nl/kennisbank/de-ontwikkelingen-enkansen-voor-warmtepompen/#toc-toekomstvisie-warmtepomp Witteveen+Bos, & PanTerra. (2022). Potentieonderzoek geothermie Gelderland. Witteveen+Bos. https://www.witteveenbos.com/nl/nieuws/potentieonderzoekgeothermie-gelderland/

43

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

A Benodigde energie en vermogen van de ARN per buurt Tabel 4 geeft per buurt aan wat de benodigde energie en het vermogen vanuit de ARN in de basislast zou moeten zijn om de woningen en utiliteit in die buurt van warmte te voorzien via een warmtenet. De tabel gaat door op de volgende pagina. Tabel 4 – Benodigde energie en vermogen per buurt. De buurten Vogelzang, Westkanaaldijk en Bijsterhuizen zijn niet weergegeven omdat het merendeel van de gebouwen hier industrieel zijn. De buurten Oosterhout, Ressen en Lent zijn ook niet weergegeven omdat hier al warmtenet ligt.

44

Buurtcode

Buurtnaam

Benodigde energie (GJ/year)

Benodigde vermogen (MW)

BU02680735

Aldenhof

85.631

2,7

BU02680204

Altrade

221.476

7,0

BU02680100

Benedenstad

120.328

3,8

BU02680320

Biezen

168.954

5,4

BU02680202

Bottendaal

118.603

3,8

BU02680618

Brakkenstein

103.246

3,3

BU02680841

De Kamp

89.542

2,8

BU02680203

Galgenveld

229.091

7,3

BU02680512

Goffert

98.274

3,1

BU02680208

Groenewoud

106.909

3,4

BU02680615

Grootstal

122.719

3,9

BU02680616

Hatert

287.589

9,1

BU02680614

Hatertse Hei

112.797

3,6

BU02680425

Haven- en industrieterrein

52.998

1,7

BU02680511

Hazenkamp

113.783

3,6

BU02680422

Hees

118.214

3,7

BU02680517

Heijendaal

153.915

4,9

BU02680206

Hengstdal

230.158

7,3

BU02680423

Heseveld

234.946

7,5

BU02680205

Hunnerberg

141.109

4,5

BU02680843

Kerkenbos

35.075

1,1

BU02680207

Kwakkenberg

64.818

2,1

BU02680734

Lankforst

54.154

1,7

BU02680736

Malvert

98.410

3,1

BU02680733

Meijhorst

83.336

2,6

BU02680424

Neerbosch-Oost

211.619

6,7

BU02680848

Neerbosch-West

9.552

0,3

BU02680510

Nije Veld

154.390

4,9

BU02680209

Ooyse Schependom

4.719

0,1

BU02680513

St. Anna

131.490

4,2

BU02680739

Staddijk

10.597

0,3

BU02680101

Stadscentrum

364.754

11,6

BU02680840

't Acker

69.504

2,2

BU02680842

't Broek

48.100

1,5

BU02680731

Tolhuis

45.808

1,5

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

45

Buurtcode

Buurtnaam

Benodigde energie (GJ/year)

Benodigde vermogen (MW)

BU02680737

Weezenhof

84.293

2,7

BU02680321

Wolfskuil

203.257

6,4

BU02680732

Zwanenveld

127.360

4,0

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

B Tabellen nationale kosten B.1

Gemiddelde nationale kosten per buurt in het basisscenario De nationale kosten per buurt in het basisscenario voor de drie goedkoopste warmtetechnieken staan in Tabel 5. Deze zijn weergegeven als gewogen gemiddelde van de nationale kosten voor woningen en utiliteit, per weq., oftewel woning-equivalent. Eén weq. staat gelijk aan één woning of 130 m2 utiliteitsbouw. Het kostenverschil tussen de techniek met de laagste en de hoogste kosten in een buurt (Tabel 5) is minimaal 5 en maximaal 70%. In de buurt Haven- en industrieterrein liggen de kosten het dichtst bij elkaar en het verschil is het grootste in de buurt Ooyse Schependom. Gemiddeld ligt het kostenverschil tussen de techniek met de laagste en die met de hoogste kosten rond de € 1.000. Er moet hierbij opgelet worden dat dit gaat om de gemiddelde kosten voor woningen én utiliteitsgebouwen en voor de hybride warmtepomp, elektrische warmtepomp en het warmtenet. Tabel 5 – Nationale kosten per weq. per jaar per buurt in het basisscenario. Het zijn de gemiddelde kosten van de woningen en utiliteitsgebouwen. De buurten Vogelzang, Westkanaaldijk en Bijsterhuizen zijn niet weergegeven omdat het merendeel van de gebouwen hier industrieel zijn. De buurten Oosterhout, Ressen en Lent zijn ook niet weergegeven omdat hier al warmtenet ligt.

46

Buurtcode

Buurtnaam

Aantal woningen (weq)

Aantal utiliteit (weq)

Warmtepomp (50 kWh/m2)

Hybride warmtepomp (70 kWh/m2)

Warmtenet HT (70 kWh/m2)

BU02680735

Aldenhof

1.105

79

€

4.100

€

3.500

€

4.600

BU02680204

Altrade

BU02680100

Benedenstad

2.966

334

€

4.800

€

4.000

€

5.300

1.671

689

€

4.700

€

3.800

€

BU02680320

4.600

Biezen

4.753

453

€

3.600

€

2.600

€

3.400

BU02680202

Bottendaal

2.163

477

€

4.800

€

4.000

€

5.100

BU02680618

Brakkenstein

1.841

195

€

4.700

€

4.100

€

5.400

BU02680841

De Kamp

2.412

496

€

4.400

€

3.800

€

4.700

BU02680203

Galgenveld

2.663

587

€

5.800

€

4.900

€

6.100

BU02680512

Goffert

1.081

1.506

€

5.200

€

4.400

€

5.000

BU02680208

Groenewoud

1.103

818

€

5.200

€

4.600

€

5.200

BU02680615

Grootstal

2.878

292

€

3.800

€

3.200

€

4.200

BU02680616

Hatert

5.055

457

€

3.600

€

3.100

€

3.900

BU02680614

Hatertse Hei

1.917

108

€

4.200

€

3.500

€

4.700

BU02680425

Haven- en industrieterrein

266

1.388

€

6.200

€

6.500

€

6.300

BU02680511

Hazenkamp

2.073

711

€

5.000

€

4.200

€

5.300

BU02680422

Hees

1.382

255

€

5.100

€

4.400

€

5.700

BU02680517

Heijendaal

1.355

3.667

€

4.600

€

3.900

€

3.900

BU02680206

Hengstdal

3.478

319

€

4.300

€

3.600

€

4.800

BU02680423

Heseveld

3.081

307

€

4.000

€

3.400

€

4.400

BU02680205

Hunnerberg

1.826

463

€

5.700

€

4.700

€

5.900

BU02680843

Kerkenbos

23

1.154

€

5.900

€

5.700

€

5.500

BU02680207

Kwakkenberg

923

319

€

5.500

€

4.800

€

5.900

BU02680734

Lankforst

1.018

27

€

4.000

€

3.400

€

4.300

BU02680736

Malvert

1.244

92

€

4.000

€

3.400

€

4.400

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

B.2

Buurtcode

Buurtnaam

Aantal woningen (weq)

Aantal utiliteit (weq)

Warmtepomp (50 kWh/m2)

Hybride warmtepomp (70 kWh/m2)

Warmtenet HT (70 kWh/m2)

BU02680733 BU02680424

Meijhorst

1.671

Neerbosch-Oost

3.599

272

€

4.000

€

3.400

€

4.100

607

€

3.800

€

3.300

€

BU02680848

Neerbosch-West

4.000

36

126

€

7.400

€

7.600

€

BU02680510

Nije Veld

9.600

2.958

283

€

3.700

€

3.200

€

4.300

BU02680209

Ooyse Schependom

BU02680513

St. Anna

117

8

€

6.800

€

6.100

€

10.400

1.776

259

€

4.500

€

3.800

€

BU02680739

Staddijk

5.000

28

164

€

7.300

€

7.200

€

BU02680101

9.100

Stadscentrum

4.078

3.909

€

5.200

€

4.400

€

4.900

BU02680840

't Acker

2.337

184

€

4.200

€

3.600

€

4.700

BU02680842

't Broek

1.572

193

€

4.400

€

4.000

€

5.500

BU02680731

Tolhuis

1.647

374

€

4.200

€

3.700

€

4.500

BU02680737

Weezenhof

1.704

50

€

4.600

€

3.900

€

5.100

BU02680321

Wolfskuil

2.883

302

€

4.200

€

3.600

€

4.800

BU02680732

Zwanenveld

2.429

439

€

4.100

€

3.500

€

4.300

Kostenverschil tussen gekozen oplossing en eerstvolgende alternatief in het basisscenario In Paragraaf 3.6 zijn voor ieder scenario de technieken per buurt op kaart gepresenteerd. Het nadeel van deze presentatie is dat het verschil met het eerstvolgende alternatief niet zichtbaar is. In sommige buurten liggen de kosten van het warmtenet en een warmtepomp namelijk erg dicht bij elkaar. Als dit verschil kleiner is dan 10% is er geen duidelijke voorkeur op basis van de kosten. In Tabel 6 is het kostenverschil tussen de uitkomst in het basisscenario en het eerstvolgende beschikbare alternatief weergegeven. Voor een derde van de buurten is het verschil 10% of kleiner en voor de helft van de buurten is dit tussen de 10 en 20%. Tabel 6 – Relatieve kostenverschil met gekozen optie en eerstvolgende beschikbare alternatief in het basisscenario. De buurten Vogelzang, Westkanaaldijk en Bijsterhuizen zijn niet weergegeven omdat het merendeel van de gebouwen hier industrieel zijn. De buurten Oosterhout, Ressen en Lent zijn ook niet weergegeven omdat hier al warmtenet ligt.

47

Buurtcode

Buurtnaam

Techniek 1

Techniek 2

BU02680735

Aldenhof

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

12%

BU02680204

Altrade

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

10%

BU02680100

Benedenstad

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

21%

BU02680320

Biezen

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

31%

BU02680202

Bottendaal

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtepomp buitenlucht

20%

BU02680618

Brakkenstein

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

15%

BU02680841

De Kamp

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

7%

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Kostenverschil (%)

48

Buurtcode

Buurtnaam

Techniek 1

Techniek 2

BU02680203

Galgenveld

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtepomp buitenlucht

18%

BU02680512

Goffert

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

14%

BU02680208

Groenewoud

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

0%

BU02680615

Grootstal

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

11%

BU02680616

Hatert

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

8%

BU02680614

Hatertse Hei

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

12%

BU02680425

Haven- en industrieterrein

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

2%

BU02680511

Hazenkamp

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

6%

BU02680422

Hees

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

12%

BU02680517

Heijendaal

Warmtenet HT

Warmtepomp buitenlucht

18%

BU02680206

Hengstdal

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtepomp buitenlucht

19%

BU02680423

Heseveld

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

10%

BU02680205

Hunnerberg

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtepomp buitenlucht

21%

BU02680843

Kerkenbos

Warmtenet HT

Warmtepomp buitenlucht

7%

BU02680207

Kwakkenberg

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtepomp buitenlucht

15%

BU02680734

Lankforst

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

8%

BU02680736

Malvert

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

10%

BU02680733

Meijhorst

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

3%

BU02680424

Neerbosch-Oost

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

5%

BU02680848

NeerboschWest

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

30%

BU02680510

Nije Veld

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

16%

BU02680209

Ooyse Schependom

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

53%

BU02680513

St. Anna

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtepomp buitenlucht

18%

BU02680739

Staddijk

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

25%

BU02680101

Stadscentrum

Warmtenet HT

Warmtepomp buitenlucht

6%

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Kostenverschil (%)

49

Buurtcode

Buurtnaam

Techniek 1

Techniek 2

BU02680840

't Acker

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

12%

BU02680842

't Broek

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

25%

BU02680731

Tolhuis

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

7%

BU02680737

Weezenhof

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

11%

BU02680321

Wolfskuil

Warmtepomp buitenlucht

Warmtenet HT

14%

BU02680732

Zwanenveld

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warmtepomp buitenlucht

17%

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Kostenverschil (%)

C Parameters nationale kosten In deze bijlage is een overzicht opgenomen van de inputwaarden van het CEGOIA-model.

Indexatie Het CEGOIA-model gebruikt heel veel kostenparameters. Deze zijn gebaseerd op verschillende bronnen en hebben daardoor niet allemaal hetzelfde prijspeil. Om kosten uit verschillende jaartallen goed met elkaar te vergelijken moeten deze kosten geïndexeerd worden. We indexeren alle kosten naar het huidige prijsniveau (2024) op basis van de historische consumentenprijsindex (CPI), gepubliceerd door het CBS. Vervolgens kunnen de parameters verder geïndexeerd worden naar het gekozen zichtjaar, op basis van een vaste CPI inschatting per jaar. Tabel 7 – Indexatiewaarden, historisch en toekomstig Jaar

Waarde

Bron

2015

1,005

(CBS, lopend)

2016

1,003

(CBS, lopend)

2017

1,014

(CBS, lopend)

2018

1,014

(CBS, lopend)

2019

1,016

(CBS, lopend)

2020

1,012

(CBS, lopend)

2021

1,025

(CBS, lopend)

2022

1,118

(CBS, lopend)

2023

1,03

(CBS, lopend)

Toekomstige jaren

1,02

Aanname voor project

Energieprijzen De gehanteerde energieprijzen voor het zichtjaar 2035 staan in Tabel 8. Dit betreft de groothandelsprijs met een leveranciersopslag van 5%. De energiebelasting en btw zijn geen onderdeel van de nationale kosten. De productiekosten voor warmtelevering staan in Tabel 13. Tabel 8 - De aangenomen kosten van de energiedragers in het zichtjaar 2035 Energiedrager

Kosten

Prijspeil

Bron

Elektriciteit

23,3 €/GJ

2021

Aanname voor proiect

Hernieuwbaar gas (t.b.v. bijstook)

19,7 €/GJ

2021

(CE Delft, 2021)

Groengas

19,7 €/GJ

2021

(CE Delft, 2021)

Leercurves Verschillende parameters in het model zijn voorzien van een leercurve die aangeeft hoe de parameter zich in de loop van de tijd ontwikkelt. De leercurves zijn te zien in Tabel 9.

50

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Tabel 9 - Leercurves door innovaties 2020

2025

2030

2035

2040

2045

2050

Bron

COP-warmtepomp

1

1,16

1,27

1,27

1,27

1,27

1,27

(TKI Urban Energy, 2020)

COP-warmtewisselaar met individuele warmtepomp

1

1,16

1,27

1,27

1,27

1,27

1,27

(TKI Urban Energy, 2020)

Gehanteerde rentevoeten en afschrijftermijnen Alle investeringen worden in het model omgerekend naar jaarlijkse kosten. Dit gebeurt met een specifieke rentevoet en afschrijftermijn, afhankelijk van het type investering. De gehanteerde rentevoeten zijn weergegeven in Tabel 10 en de gehanteerde afschrijftermijnen in Tabel 11. Tabel 10 - Gehanteerde rentevoeten Onderdeel

Rentevoet

Utiliteit

2,5 %

Bron Aanname CE Delft

Woning

2,5 %

Aanname CE Delft

Corporatiewoning

2,5 %

Aanname CE Delft

Infrastructuur gas

2,5 %

Aanname CE Delft

Infrastructuur elektriciteit Warmtenet8

2,5 %

Aanname CE Delft

6%

Aanname CE Delft

Tabel 11 - Gehanteerde afschrijftermijnen Onderdeel

Afschrijftermijn

Bron

Gebouw aanpassingen

25 jaar

Aanname CE Delft

Gebouw installaties

15 jaar

Aanname CE Delft

Collectieve installaties

25 jaar

Aanname CE Delft

Infrastructuur

40 jaar

Aanname CE Delft

Technieken De parameters voor de individuele warmtetechnieken zijn weergegeven in Tabel 12, voor collectieve warmtetechnieken Tabel 13 en de parameters voor de afgiftesystemen zijn weergegeven in Tabel 14. Tabel 12 - Inputwaarden individuele warmtetechnieken (voor het warmtenet omvat dit de installatie van warmtewisselaar en indien van toepassing met warmtepomp) Techniek

Investering

Prijspeil

Jaarlijks onderhoud

Warmtepomp buitenlucht

8.4 7 €/WEQ

2021

2%

(CE Delft, 2022a); (CE Delft, 2022a)

Warmtepomp - bodem

15. 27 €/WEQ

2021

1%

(CE Delft, 2022a); (CE Delft, 2022a)

Hr-ketel

1.943 €/WEQ

2021

5%

(CE Delft, 2022a); (CE Delft, 2022a)

________________________________ 8

51

De hogere rentevoet komt door het toepassen van een risicocorrectie

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Bron

Techniek

Investering

Prijspeil

Jaarlijks onderhoud

Hybride warmtepomp - ventilatielucht

5.200 €/WEQ

2021

2%

(CE Delft, 2022a); Aanname CE Delft

Hybride warmtepomp buitenlucht

5.414 €/WEQ

2021

4%

(CE Delft, 2022a); (CE Delft, 2022a)

Warmtenet HT

2.000 €/WEQ

2019

2,5 %

(CE Delft et al., 2019); Aanname CE Delft

Warmtenet MT

2.000 €/WEQ

2019

2,5 %

(CE Delft et al., 2019); Aanname CE Delft

Warmtenet LT met ind. warmtepomp

8. 00 €/WEQ

2019

2,5 %

(CE Delft et al., 2019); Aanname CE Delft

Warmtenet ZLT met ind. warmtepomp

8. 00 €/WEQ

2019

2,5 %

Aanname CE Delft; Aanname CE Delft

Warmtenet LT

2.000 €/WEQ

2019

2,5 %

(CE Delft et al., 2019); Aanname CE Delft

Wko-net

2.000 €/WEQ

2019

2,5 %

(CE Delft et al., 2019); Aanname CE Delft

Mechanische ventilatie

3. 90 €/WEQ

2020

2%

(CE Delft, 2022a); Aanname CE Delft

0 €/WEQ

Nvt

2,5 %

Project aanname (kosten voor koude niet meenemen)

Splitsysteem

Bron

Elektrische boiler

1.

8 €/WEQ

2021

2,5 %

(CE Delft, 2022a); (CE Delft et al., 2019)

Elektrisch koken

8 0 €/woning

2021

0%

(CE Delft, 2022a)

De productiekosten en het rendement van de collectieve warmtebronnen weergegeven in Tabel 13, betreffen de productie van warmte bij de bron. De productiekosten van de AVI omvat de derving elektriciteitsproductie door de aftapwarmte. De productiekosten van geothermie, wko en TEO zijn 0 aangezien het omgevingswarmte betreft. Het rendement betreft de hoeveelheid elektriciteit die nodig is om de warmte op te pompen. Tabel 13 - Inputwaarden collectieve warmtetechnieken Techniek

Productie kosten

Investeringskosten

Jaarlijks onderhoud

Rendement

Prijspeil

Leiding verlies

AVI

3,75 €/GJ

1 2, 0 €/kW

5%

1

2019

20 %

(CE Delft et al., 2019); Aanname CE Delft; Aanname CE Delft; (CE Delft et al., 2019); (CE Delft et al., 2019)

Geothermie LT

0 €/GJ

1818 €/kW

5%

20

2019

15 %

(CE Delft et al., 2019); Geen; Aanname CE Delft; (CE Delft et al., 2019); Geen

Wko

0 €/GJ

1133 €/kW

2%

3,5

2019

15 %

Geen; Geen; Geen; Aanname CE Delft; Aanname CE Delft; (CE Delft et al., 2019); (CE Delft et al., 2019)

TEO

0 €/GJ

1000 €/kW

2%

20

2019

7,5 %

Geen; Geen; Aanname CE Delft; (IF Technology, 2019); (IF Technology, 2019)

52

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Bron

Tabel 14 - Inputwaarden afgiftesystemen per bruto vloeroppervlak Afgiftesysteem

Investeringskosten

Prijspeil

2

LT-radiatoren

3 €/m

HT-radiatoren

17, €/m2

Bron

2020

(Merosch, 2020)

2020

(Arcadis, 2020)

Tabel 15 – Gehanteerde rendementen voor de verschillende technieken en bijbehorend isolatieniveau

53

Techniek

Functie

Isolatieniveau

Rendement

Energiedrager

Bron

Warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Woning : LT 30 kWh/m2

4,66

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Woning : LT 50 kWh/m2

3,81

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Utiliteit: Maximale verbetering

4,66

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Utiliteit: Minimale verbetering

3,81

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp buitenlucht

Ruimteverkoeling

Alle

3

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp buitenlucht

Warm tapwater

Alle

2,3

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp bodem

Ruimteverwarming

Woning : LT 30 kWh/m2

5,63

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp bodem

Ruimteverwarming

Woning : LT 50 kWh/m2

4,07

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp bodem

Ruimteverwarming

Utiliteit: Maximale verbetering

5,63

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp bodem

Ruimteverwarming

Utiliteit: Minimale verbetering

4,07

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp bodem

Ruimteverkoeling

Alle

45

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtepomp bodem

Warm tapwater

Alle

3

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hr-ketel

Ruimteverwarming

Alle

0,94

Gas

(CE Delft, 2022a)

Hr-ketel

Warm tapwater

Alle

0,65

Gas

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp ventilatielucht

Ruimteverwarming

Woning : LT 30 kWh/m2

5,7

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp ventilatielucht

Ruimteverwarming

Woning : LT 50 kWh/m2

5,1

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp ventilatielucht

Ruimteverwarming

Utiliteit: Maximale verbetering

5,7

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp ventilatielucht

Ruimteverwarming

Utiliteit: Minimale verbetering

5,1

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

54

Techniek

Functie

Isolatieniveau

Rendement

Energiedrager

Bron

Hybride warmtepomp ventilatielucht

Ruimteverwarming

Woning : MT 70 kWh/m2

5

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp ventilatielucht

Ruimteverwarming

Woning : Huidig

5

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp ventilatielucht

Ruimteverwarming

Alle

0,94

Gas

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp ventilatielucht

Warm tapwater

Alle

0,65

Gas

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Woning : LT 30 kWh/m2

4,25

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Woning : LT 50 kWh/m2

4,07

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Utiliteit: Maximale verbetering

4,25

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Utiliteit: Minimale verbetering

4,07

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Woning : MT 70 kWh/m2

3,66

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Woning : Huidig

3,66

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Utiliteit: Geen verbetering

3,66

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Ruimteverwarming

Alle

0,94

Gas

(CE Delft, 2022a)

Hybride warmtepomp buitenlucht

Warm tapwater

Alle

0,65

Gas

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet LT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Woning : LT 30 kWh/m2

6,1

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet LT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Woning : LT 50 kWh/m2

6,1

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet LT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Woning : MT 70 kWh/m2

5,5

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet LT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Utiliteit: Minimale verbetering

5,5

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Techniek

Functie

Isolatieniveau

Rendement

Energiedrager

Bron

Warmtenet LT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Utiliteit: Maximale verbetering

6,1

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet LT met ind. warmtepomp

Ruimteverkoeling

Alle

41

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet LT met ind. warmtepomp

Warm tapwater

Alle

4

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet ZLT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Woning : LT 30 kWh/m2

6,1

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet ZLT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Woning : LT 50 kWh/m2

6,1

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet ZLT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Woning : MT 70 kWh/m2

5,5

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet ZLT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Utiliteit: Minimale verbetering

5,5

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet ZLT met ind. warmtepomp

Ruimteverwarming

Utiliteit: Maximale verbetering

6,1

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet ZLT met ind. warmtepomp

Ruimteverkoeling

Alle

20

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Warmtenet ZLT met ind. warmtepomp

Warm tapwater

Alle

4

Elektriciteit

(CE Delft, 2022a)

Infrastructuur De kostenparameters voor de elektriciteit en gas infrastructuur zijn weergeven in Tabel 16 en Tabel 17. Tabel 16 - Inputwaarden voor infrastructuur kosten en kosten voor aansluiting in de woning, prijspeil 2019 Infrastructuur

Investering per meter

Investering per woning

Operationele kosten per meter

Operationele kosten per woning

Bron

Elektriciteit

110 €/m

758,33 €/aansluiting

7,70 €/m/jaar

0 €/aansluiting/jaar

(Netbeheer Nederland, 2019)

Gas

300 €/m

858 €/aansluiting

7 €/m/jaar

0 €/aansluiting/jaar

(Netbeheer Nederland, 2019)

55

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Tabel 17 – Kosten voor aansluiting utiliteit in €/ Infrastructuur

2

/jaar, prijspeil 2015

Kantoor

Winkel

Gezondheidszorg

Logies

Onderwijs

Bijeenkomst

Sport

Cel

Ander s

Bron

Elektriciteit

1,43

1,11

0,49

0,49

0,49

0,49

0,48

0,49

1,43

RVO-module

Gas

0,48

0,26

0,23

0,15

0,25

0,23

0,19

0,22

0,12

RVO-module

De kosten voor netverzwaring bij gebruik van elektrische warmtepompen bedragen 938 €/kW (Stedin, lopend) (prijspeil 2019). De aangenomen benodigde capaciteitsuitbreiding is opgenomen in Tabel 18. Tabel 18 - Inputwaarden netverzwaring elektriciteit Techniek

Isolatieschil

Netverzwaring (kW/weq)

Warmtepomp - bodem

LT 30 kWh/m2

2

Bron (Stedin, lopend)

Warmtepomp - bodem

LT 50 kWh/m2

2

(Stedin, lopend)

Warmtepomp buitenlucht

LT 30 kWh/m2

2

(Stedin, lopend)

Warmtepomp buitenlucht

LT 50 kWh/m2

2

(Stedin, lopend)

Voor warmtelevering met een warmtenet wordt een leidingverlies aangehouden, voor de waarde hiervan zie Tabel 13. De gelijktijdigheidsfactor voor de aansluitingen op het warmtenet wordt verondersteld op 50%. Tabel 19 - Inputwaarden warmtenet, prijspeil 2020 Type gebouw

Aansluitkosten9

Aansluitwaarde

Grondgebonden woning

10.00 €/weq.

9 kW/weq.

(CE Delft, 2022b); Aanname CE Delft

Gestapelde woning

6.0

€/weq.

7,5 kW/weq.

(CE Delft, 2022b); Aanname CE Delft

Woning met blokverwarming

2.000 €/weq.

7,5 kW/weq.

Aanname CE Delft; Aanname CE Delft

1 0 €/m2

0,05 kW/m2

(CE Delft, 2022b); (CE Delft, 2013)

Utiliteit

Bron

Tabel 20 - Inputwaarden aansluiting warmtenet Onderdeel

Waarde

Prijspeil

Investering onderstation

127 €/kW

2021

Onderhoud onderstation

3%

(CE Delft, 2013)

Onderhoud transportleiding

3%

(CE Delft, 2013)

Onderhoud hoofdleiding

3%

(CE Delft, 2013)

Onderhoud zijleiding

3%

(CE Delft, 2013)

100 €/kW

2019

(Tieleman, 2019)

Investering WOS excl. piekinstallatie

7 €/kW

2019

(CE Delft, 2013)

________________________________

56

(CE Delft, 2022a)

Investering WOS Onderhoud WOS

9

Bron

Dit is inclusief inpandig leidingwerk.

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

3%

(CE Delft et al., 2019)

Onderhoud aansluiting

2,5 %

Investering collectieve warmtepomp

80 €/kW

Onderhoud collectieve warmtepomp

0%

(CE Delft, 2013) 2019

(CE Delft et al., 2019) (CE Delft, 2018)

Overige parameters In CEGOIA gaan we uit van drie isolatieniveaus, een middentemperatuurniveau met een warmtevraag van 70 kWh/m2, een laagtemperatuurniveau met een warmtevraag van 50 kWh/m2 en een zeer laagtemperatuurniveau met een warmtevraag van 30 kWh/m 2. Tabel 21 – De kosten om te isoleren per woningtype en bouwjaar voor drie verschillende isolatieniveaus. Het prijspeil voor al deze kosten is 2020 MT 70 kWh/m2

LT 50 kWh/m2

ZLT 30 kWh/m2

Bron

330

€

482

(Merosch, 2020)

€

330

€

482

(Merosch, 2020)

150

€

236

€

590

(Merosch, 2020)

€

0

€

149

€

296

(Merosch, 2020)

na 2005

€

0

€

0

€

38

(Merosch, 2020)

hoekwoning

voor 1900

€

114

€

179

€

283

(Merosch, 2020)

hoekwoning

1900 tot 1945

€

114

€

179

€

283

(Merosch, 2020)

hoekwoning

1946 tot 1991

€

103

€

161

€

358

(Merosch, 2020)

hoekwoning

1992 tot 2005

€

0

€

110

€

231

(Merosch, 2020)

hoekwoning

na 2005

€

0

€

0

€

32

(Merosch, 2020)

rijwoning

voor 1900

€

114

€

179

€

283

(Merosch, 2020)

rijwoning

1900 tot 1945

€

114

€

179

€

283

(Merosch, 2020)

rijwoning

1946 tot 1991

€

103

€

161

€

358

(Merosch, 2020)

rijwoning

1992 tot 2005

€

0

€

110

€

231

(Merosch, 2020)

rijwoning

na 2005

€

0

€

0

€

32

(Merosch, 2020)

2-1 kap

voor 1900

€

111

€

201

€

311

(Merosch, 2020)

2-1 kap

1900 tot 1945

€

111

€

201

€

311

(Merosch, 2020)

2-1 kap

1946 tot 1991

€

107

€

164

€

430

(Merosch, 2020)

2-1 kap

1992 tot 2005

€

0

€

136

€

279

(Merosch, 2020)

2-1 kap

na 2005

€

0

€

0

€

29

(Merosch, 2020)

Appartement

voor 1900

€

96

€

160

€

320

(Merosch, 2020)

Appartement

1900 tot 1945

€

96

€

160

€

320

(Merosch, 2020)

Appartement

1946 tot 1991

€

62

€

122

€

350

(Merosch, 2020)

Appartement

1992 tot 2005

€

0

€

93

€

223

(Merosch, 2020)

Appartement

na 2005

€

0

€

0

€

46

(Merosch, 2020)

Woningtype

Bouwjaar

Vrijstaand

voor 1900

€

172

€

Vrijstaand

1900 tot 1945

€

172

Vrijstaand

1946 tot 1991

€

Vrijstaand

1992 tot 2005

Vrijstaand

De warmtevraag voor utiliteit is afhankelijk van de utiliteitsfunctie. Voor utiliteit gaan we uit van twee isolatieniveaus, minimale besparing (Niveau B) en maximale besparing (Niveau A). De kosten voor isolatie zijn weergegeven in Tabel 23. Tabel 22 – De warmtevraag van utiliteit in GJ/m2 voor verschillende isolatieniveaus

57

Functie

Bouwjaar

Warmtevraag huidig (GJ/m2)

Warmtevraag niveau B (GJ/m2)

Warmtevraag niveau A (GJ/m2)

Kantoor

voor 1920

0,98

0,21

0,15

(PBL, 2021)

Kantoor

1920 tot 1974

0,77

0,21

0,15

(PBL, 2021)

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Bron

Functie

Bouwjaar

Warmtevraag huidig (GJ/m2)

Warmtevraag niveau B (GJ/m2)

Warmtevraag niveau A (GJ/m2)

Kantoor Kantoor

1975 tot 1989

0,21

0,21

0,15

(PBL, 2021)

1990 tot 1994

0,36

0,36

0,15

(PBL, 2021)

Kantoor

na 1994

0,3

0,3

0,15

(PBL, 2021)

Winkel

voor 1920

0,49

0,11

0,07

(PBL, 2021)

Winkel

1920 tot 1974

0,39

0,11

0,07

(PBL, 2021)

Winkel

1975 tot 1989

0,11

0,11

0,07

(PBL, 2021)

Winkel

1990 tot 1994

0,19

0,19

0,07

(PBL, 2021)

Winkel

na 1994

0,15

0,15

0,07

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

voor 1920

1,12

0,28

0,19

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

1920 tot 1974

0,82

0,27

0,19

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

1975 tot 1989

0,27

0,27

0,19

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

1990 tot 1994

0,45

0,45

0,19

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

na 1994

0,38

0,38

0,2

(PBL, 2021)

Logies

voor 1920

0,72

0,2

0,14

(PBL, 2021)

Logies

1920 tot 1974

0,58

0,2

0,14

(PBL, 2021)

Logies

1975 tot 1989

0,2

0,2

0,14

(PBL, 2021)

Logies

1990 tot 1994

0,3

0,3

0,14

(PBL, 2021)

Logies

na 1994

0,26

0,26

0,14

(PBL, 2021)

Onderwijs

voor 1920

0,52

0,11

0,08

(PBL, 2021)

Onderwijs

1920 tot 1974

0,39

0,11

0,08

(PBL, 2021)

Onderwijs

1975 tot 1989

0,11

0,11

0,08

(PBL, 2021)

Onderwijs

1990 tot 1994

0,2

0,2

0,08

(PBL, 2021)

Onderwijs

na 1994

0,16

0,16

0,08

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

voor 1920

0,56

0,15

0,11

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

1920 tot 1974

0,81

0,27

0,19

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

1975 tot 1989

0,37

0,37

0,26

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

1990 tot 1994

0,62

0,62

0,27

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

na 1994

0,44

0,44

0,23

(PBL, 2021)

Sport

voor 1920

0,72

0,21

0,15

(PBL, 2021)

Sport

1920 tot 1974

0,54

0,21

0,15

(PBL, 2021)

Sport

1975 tot 1989

0,21

0,21

0,15

(PBL, 2021)

Sport

1990 tot 1994

0,33

0,33

0,15

(PBL, 2021)

Sport

na 1994

0,28

0,28

0,15

(PBL, 2021)

Cel

voor 1920

1,18

0,28

0,19

(PBL, 2021)

Cel

1920 tot 1974

0,8

0,28

0,19

(PBL, 2021)

Cel

1975 tot 1989

0,28

0,28

0,19

(PBL, 2021)

Cel

1990 tot 1994

0,47

0,47

0,19

(PBL, 2021)

Cel

na 1994

0,38

0,38

0,19

(PBL, 2021)

Tabel 23 - De inves erin s os en voor iso a ie aa re e en in €/

58

2

Bron

voor utiliteit, prijspeil 2020.

Functie

Bouwjaar

Isolatiekosten nivea B (€/ 2)

Isolatiekosten nivea A (€/ 2)

Kantoor

before-1920

125

150

(PBL, 2021)

Kantoor

1920-1974

124

150

(PBL, 2021)

Kantoor

1975-1989

115

141

(PBL, 2021)

Kantoor

1990-1994

0

119

(PBL, 2021)

Kantoor

after-1994

0

119

(PBL, 2021)

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Bron

Functie

Bouwjaar

Isolatiekosten nivea B (€/ 2)

Isolatiekosten nivea A (€/ 2)

Bron

Winkel

before-1920

156

187

(PBL, 2021)

Winkel

1920-1974

155

186

(PBL, 2021)

Winkel

1975-1989

142

174

(PBL, 2021)

Winkel

1990-1994

0

148

(PBL, 2021)

Winkel

after-1994

0

148

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

before-1920

131

157

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

1920-1974

130

157

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

1975-1989

119

147

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

1990-1994

0

125

(PBL, 2021)

Gezondheidszorg

after-1994

0

125

(PBL, 2021)

Logies

before-1920

124

149

(PBL, 2021)

Logies

1920-1974

123

149

(PBL, 2021)

Logies

1975-1989

114

140

(PBL, 2021)

Logies

1990-1994

0

118

(PBL, 2021)

Logies

after-1994

0

118

(PBL, 2021)

Onderwijs

before-1920

112

134

(PBL, 2021)

Onderwijs

1920-1974

112

134

(PBL, 2021)

Onderwijs

1975-1989

99

123

(PBL, 2021)

Onderwijs

1990-1994

0

106

(PBL, 2021)

Onderwijs

after-1994

0

106

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

before-1920

155

185

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

1920-1974

154

184

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

1975-1989

142

174

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

1990-1994

0

147

(PBL, 2021)

Bijeenkomst

after-1994

0

147

(PBL, 2021)

Sport

before-1920

181

217

(PBL, 2021)

Sport

1920-1974

180

216

(PBL, 2021)

Sport

1975-1989

163

201

(PBL, 2021)

Sport

1990-1994

0

172

(PBL, 2021)

Sport

after-1994

0

172

(PBL, 2021)

Cel

before-1920

127

153

(PBL, 2021)

Cel

1920-1974

126

153

(PBL, 2021)

Cel

1975-1989

118

145

(PBL, 2021)

Cel

1990-1994

0

121

(PBL, 2021)

Cel

after-1994

0

121

(PBL, 2021)

Tabel 24 - Overige energievragen woningen Isolatieniveau

Ventilatie (GJ/m2)

Koude (GJ/m2)*

Hulpenergie (GJ/m2)

Warm tapwater (GJ/pp)

LT 30 kWh/m2

0,03

0

0,01

2,02

Aanname CE Delft; Aanname CE Delft; (RVO, 2019); (NEN, 2020)

LT 50 kWh/m2

0,02

0

0,01

2,02

Aanname CE Delft; Aanname CE Delft; (RVO, 2019); (NEN, 2020)

MT 70 kWh/m2

0

0

0,01

2,02

Aanname CE Delft; Aanname CE Delft; (RVO, 2019); (NEN, 2020)

Huidig

0

0

0,01

2,02

Aanname CE Delft; Aanname CE Delft; (RVO, 2019); (NEN, 2020)

*

59

Bron

Voor dit project is de koudevraag niet meegenomen in de berekeningen.

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Tabel 25 - Overige energievragen van utiliteit Functie

Ventilatie (GJ/m2)

Koude (GJ/m2)

Hulpenergie (GJ/m2)

Apparaten (GJ/m2)

Warm tapwater ( GJ/m2)

Bron

Bijeenkomst

0.048

0.176

0.01

0.129

0.01

(NEN, 2020)

Cel

0.048

0.086

0.01

0.454

0.015

(NEN, 2020)

Gezondheidszorg

0.046

0.032

0.01

0.232

0.033

(NEN, 2020)

Kantoor

0.019

0.086

0.01

0.454

0.005

(NEN, 2020)

Logies

0.048

0.156

0.01

0.089

0.045

(NEN, 2020)

Onderwijs

0.009

0.004

0.01

0.151

0.005

(NEN, 2020)

Sport

0.081

0.087

0.01

0.454

0.045

(NEN, 2020)

Winkel

0.008

0.035

0.01

0.567

0.005

(NEN, 2020)

Tabel 26 - Ouderdomsfactoren: kostenverhogende factor vanwege ouderdom van de gebouwen Investeringsonderdeel

Bouwjaar voor 1900

Bouwjaar 1900-1945

Energie-infrastructuur

2,5

1,5

Bron Aanname CE Delft

Isolatiemaatregelen

2

1

Aanname CE Delft

Amovering

2

1

Aanname CE Delft

Tabel 27 - Bijstook factoren voor collectieve warmtebronnen Onderdeel

60

Waarde

Bron

2

Bijstook woningen - LT 30 kWh/m

0,1

Aanname CE Delft

Bijstook woningen - LT 50 kWh/m2

0,15

Aanname CE Delft

Bijstook woningen - MT 70 kWh/m2

0,2

Aanname CE Delft

Bijstook woningen - Huidig

0,25

Aanname CE Delft

Bijstook utiliteit - Maximale verbetering

0,1

Aanname CE Delft

Bijstook utiliteit - Minimale verbetering

0,15

Aanname CE Delft

Bijstook utiliteit - Geen verbetering

0,25

Aanname CE Delft

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

D Parameters eindgebruikerskosten In deze bijlage is een overzicht opgenomen van de inputwaarden van het CEKER-model. Veel parameters die het CEGOIA-model gebruikt worden ook in CEKER gebruikt. In deze bijlage zijn enkel de aanvullende of afwijkende parameters opgenomen.

Indexatie Net als in CEGOIA worden in het CEKER-model de kosten geïndexeerd, zie ook Tabel 7. Bij alle kostenparameters in deze bijlage is het prijspeil vermeld. Voor de berekeningen zijn de kostenparameters geïndexeerd naar het zichtjaar 2035.

Energietarieven De kostenparameters voor de vaste nettarieven zijn weergeven in Tabel 28. Tabel 28 – Vaste nettarieven (incl. btw) Infrastructuur

Vastrecht 2035

Prijspeil

Elektriciteit

379 €/jaar

2022

Bron (PBL, 2020)

Gas

2 3 €/jaar

2022

(PBL, 2020)

Warmtenet

505 €/jaar

2022

Aanname CE Delft

De gehanteerde variabele energietarieven zijn weergegeven in Tabel 29. Tabel 29 – Variabele energietarieven (incl. btw en energiebelasting) Energiedrager

Variabel energietarief 2035

Prijspeil

Elektriciteit

0,18 €/kWh

2022

Bron (PBL, 2022)

Gas

1,53 €/m3

2022

(PBL, 2022)

Warmte

43,56 €/GJ

2022

Aanname CE Delft

Gehanteerde rentevoeten en afschrijftermijnen Alle investeringen worden in het model omgerekend naar jaarlijkse kosten. Dit gebeurt met een specifieke rentevoet en afschrijftermijn, afhankelijk van het type investeerder. De gehanteerde rentevoeten zijn weergegeven in Tabel 10 en de gehanteerde afschrijftermijnen in Tabel 11. Tabel 30 - Gehanteerde rentevoeten Type investeerder Koop

61

Waarde 2%

Bron Energiebespaarlening Duurzaam Warmtefonds

Huur sociaal

4,82%

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Huur particulier

3,36%

NIBC vastgoedhypotheek

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Tabel 31 – Gehanteerde lening termijnen Onderdeel

Leningduur

Bron

Lening koopwoning eigenaren

20 jaar

Energiebespaarlening Duurzaam Warmtefonds

Lening particuliere verhuurders

25 jaar

NIBC vastgoedhypotheek

Lening sociale verhuurders

25 jaar

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Kortere leningsduur voor installaties met een korte levensduur

15 jaar

Levensduur installaties (www.warmtetechnieken.nl)

Technieken en afgiftesysteem en isolatie De investeringskosten en rendementen van de warmtetechnieken zijn gelijk aan de parameters in CEGOIA (zie Tabel 12, Tabel 14, Tabel 15 en Tabel 21). Echter in CEKER komt er nog btw bovenop de investeringen.

Investeringskosten warmtenetten Voor warmtelevering met een warmtenet worden de volgende tarieven aangehouden: Tabel 32 – Bijdrage warmtenet (BAK) Type kost

Kos en (€/wonin )

Bron

Bijdrage aansluitkosten laagbouw

€ 4.000

Aanname voor project

Bijdrage aansluitkosten hoogbouw

€ 4.000

Aanname voor project

Belastingen Voor de energiebelasting, vermindering energiebelasting en btw rekenen we met huidige tarieven van de belastingdienst en voor de toekomst aangekondigd beleid zoals opgenomen in de Klimaat- en Energieverkenning. De btw volgt het huidige belastingstelsel, standaard 21%. Daarnaast maken we gebruik van het gereduceerd tarief (9%) van belastingen op arbeid bij isolatiemaatregelen.

Tabel 33 - Belastingtarieven Onderdeel

62

2030

Prijpeil

Btw

21% (9%)

nvt

Belastingdienst, 2022

Energiebelasting elektriciteit (incl. btw)

€ 0,08/kWh

2022

Belastingdienst, 2022 en aangekondigd beleid

Energiebelasting gas (incl. btw)

€ 0,69/m³

2022

Belastingdienst, 2022 en aangekondigd beleid

Vermindering energiebelasting (incl. btw)

541 €/jaar

2022

(PBL, 2020)

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

Bron

Subsidie en ondersteuningsmaatregelen Bij het bepalen van de subsidies hanteren we de berekeningsmethodiek zoals in de subsidie wordt voorgesteld. Er zijn verschillende subsidiemaatregelen waar eindgebruikers in verschillende eigendomssituaties recht op hebben. Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH): voor verhuurders (RVO, 2021). Deze regeling vergoedt tot een maximaal bedrag van € 3.800 per woning voor de aansluitkosten op een warmtenet. Voor de inpandige aanpassingen geldt een vergoeding van maximaal € 1.200 per woning. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE): voor koopwoningen (RVO, 2022). De ISDE vergoedt een deel van de kosten van een warmtepomp of aansluiting op een warmtenet. In Tabel 34 staan hiervoor de rekenwaarden. De ISDE vergoedt daarnaast ook een deel van de kosten van isolatie (ongeveer 30%). Tabel 34 – Rekenwaarden ISDE-subsidie warmtepompen, prijspeil 2022

63

Techniek

Waarde

Luchtwarmtepomp

€ 2.850

Bodemwarmtepomp

€ 4.425

Hybride warmtepomp

€ 2.475

Boosterwarmtepomp

€ 1.950

Aansluiting op warmtenet

€ 3.325

240121 - Technisch-economische analyse – Juni 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=c8e87ff1-a0cb-45bf-b698-c25821e5bf2c