Bijlage 9 - Uitwerking water en klimaat_Geredigeerd
Tekst van het document
Uitwerking water en klimaat DUET TE NIJMEGEN
VanWonen Projecten B.V.
Project
Projectnr.(-doc)
Datum
Duet, Nijmegen
P25-0291(-045)
2 december 2025
Nijmegen, DUET – VanWonen Projecten B.V.
Opgesteld door
Gecontroleerd door
2
01 INLEIDING 1.1. Aanleiding In Nijmegen komt in het stationsgebied, tegen het Waalfront en naast de Nieuwe Hezelpoort de Duet. Hier wordt een woontoren gerealiseerd met circa 430 wooneenheden. Rondom de woontoren wordt de openbare ruimte ontwikkeld waarbij een parkeergarage wordt gerealiseerd met daarboven een biodivers dakpark. Daarnaast worden ook diverse overige groenvoorzieningen binnen het plangebied gerealiseerd. VanWonen Projecten B.V. heeft BOOT gevraagd een uitwerking te maken van de toekomstige waterhuishouding en de hittestress te maken waarbij de toekomstige watersystemen in beeld wordt gebracht en een hitte/schaduwanalyse uitgevoerd wordt. In figuur 1-1 is het plangebied (rood kader) weergegeven en heeft een oppervlak van circa 1,4 ha. Het plangebied ligt aan de westzijde van het spoor Nijmegen – Arnhem ten zuiden van de S101. Aan de overzijde van de S101 ligt een haven die in open verbinding staat met de Waal.
1.2. Doel In deze uitwerking van water en klimaat wordt in beeld gebracht op welke wijze waterberging in het plan ingepast kan worden en wordt in beeld gebracht wat de invloed van de ontwikkeling is op hitte.
1.3. Leeswijzer In voorliggende notitie wordt allereerst de huidige situatie in beeld gebracht. Hierbij worden de verharde oppervlakken in de huidige en toekomstige situatie bepaald. Daarnaast worden ook de (geo)hydrologische eigenschappen van het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 3 volgen de uitgangspunten ten behoeve van de hemelwaterberging conform bevoegd gezag. Hierop volgt een hoofdstuk waarin de waterberging nader toegelicht wordt. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de invloed van het plangebied op hitte en worden maatregelen nader toegelicht.
Nijmegen, DUET – VanWonen Projecten B.V.
Figuur 1-1: Locatie plangebied (bron: GoogleMaps)
3
02 BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1. Huidige inrichting In de huidige situatie is het plangebied grotendeels verhard en zijn twee parkeerterreinen aanwezig met een ontsluiting in de noordelijke richting, naar de S101.
2.2. Toekomstige inrichting Met de ontwikkelingen binnen het plangebied wijzigt de inrichting van het plangebied. In figuur 2-1 is een overzicht van de toekomstige inrichting van het plangebied weergegeven. Binnen het plangebied worden twee woontorens en een lager wooncomplex gerealiseerd. Boven de parkeergarage wordt een daktuin gerealiseerd en wordt een deel van het dak voorzien van verharding. Op maaiveldniveau worden ook diverse verhardingen gerealiseerd waarvan een deel op eigen terrein wordt gerealiseerd en een deel op openbaar terrein. In tabel 2-1 is een overzicht van de oppervlakken binnen het plangebied weergegeven. Voor alle oppervlakken ter hoogte van de daktuin wordt aangehouden dat deze voor 100% tot afstroming komen.
Figuur 2-1: Overzicht oppervlakken toekomstige situatie
Nijmegen, DUET – VanWonen Projecten B.V.
4
Figuur 2-3: Uitsnede Legger waterkeringen (bron: Legger waterkeringen, WSRL)
2.3.8. Bestaande riolering Ter hoogte van het plangebied is diverse gemeentelijke riolering aanwezig. Binnen het plangebied betreft dit enkele strengen ø200 mm tot ø315 mm behorend bij het gemengd- of hemelwaterstelsel. Het hemelwaterstelsel watert af naar de gemengde riolering. Ten noorden van het plangebied liggen een drietal strengen met grote diameters. Dit betreffen ten noorden van het plangebied (net buiten het plangebied) twee strengen ø1.200 mm. Door het plangebied ligt een ø1.800 mm die op circa 10 m vanaf de oostelijke plangrens over gaat naar een ø2.000 mm. Een globaal overzicht van de gemeentelijke riolering ter hoogte van het plangebied is weergegeven in figuur 2-4.
Nijmegen, DUET – VanWonen Projecten B.V.
Figuur 2-4: Overzicht gemeentelijke riolering ter hoogte van plangebied (bron: gemeente Nijmegen)
7
2.3.9. Bronnen Bij de voorgaande paragrafen zijn onderstaande bronnen geraadpleegd ten behoeve van de beschrijving van het plangebied:
Geotechnisch onderzoek door Socotec (kenmerk: 24SP0134-RG01);
Maaiveldhoogtes op basis van het AHN5; Peilbuisgegevens via Grondwatertools; Landelijk Hydrologisch Model; Ondergrondgegevens en -modellen, DINOloket; Grondwaterbeschermingsgebiedenkaart Provincie; Legger wateren waterschap Rivierenland; Legger waterkeringen waterschap Rivierenland; Rioolleidingen, gemeente Nijmegen d.d. 25-9-2024.
Nijmegen, DUET – VanWonen Projecten B.V.
8
04 UITWERKING WATERBERGING 4.1. Wateropgave Vanuit het waterschap geldt dat over de toename van verharding waterberging gerealiseerd dient te worden. Vanuit de gemeente geldt dat over het totaal verhard oppervlak waterberging gerealiseerd dient te worden. Omdat het plangebied in de huidige situatie nagenoeg volledig verhard is, zijn de eisen vanuit de gemeente maatgevend voor de waterberging.
wordt verwacht dat ook bij hoge Waalstanden voldoende afwatering in de volle grond mogelijk is.
Binnen het plangebied is sprake van relatief grote hoogteverschillen zowel op het niveau van de daken als de niveaus van de daktuinen. Daarnaast betreft een groot deel van het plangebied een daktuin en kan geen gebruik gemaakt worden van de bergings- en infiltratiecapaciteit van de ondergrond. Dit zorgt ervoor dat voor de bepaling van de benodigde bergingscapaciteit een onderverdeling gemaakt dient te worden in de verschillende ‘deelgebieden’. Grofweg wordt onderscheid gemaakt in onderstaande deelgebieden, deze zijn ook aangegeven in figuur 4-1.
1. Parkeerdek voorzien van zonnepanelen, daktuin op NAP +24 m; 2. Daken bebouwing en omliggende maaiveld op een talud; 3. Daktuin op NAP +19,5 m; 4. Dak commerciële ruimten op NAP +34,5 m; 5. Daktuin commerciële ruimten op NAP +31,5 m; 6. Maaiveldniveau eigen terrein; 7. Maaiveldniveau openbaar terrein. De benodigde berging wordt bepaald op basis van het verhard oppervlak. Aanvullend daarop zal ter hoogte van de daktuinen ook het groenoppervlak tot afstroming komen en geborgen moeten worden, omdat er geen afwatering naar de bodem plaats kan vinden. Over dit totaal oppervlak dient 60 mm berging gerealiseerd te worden. In tabel 4-1 is het oppervlak dat per deelgebied afwatert weergegeven. Voor de deelgebieden 1 t/m 5 betreft dit zowel verharding als groenoppervlak. Voor deelgebied 6 is het groenoppervlak niet meegenomen, omdat dit kan afwateren in de volle grond. Gezien de grondwaterstanden zoals in paragraaf 2.3.3 toegelicht
Figuur 4-1: Onderverdeling deelgebieden binnen plangebied
10
Tabel 4-1: Overzicht afwaterende oppervlakken en benodigde berging per deelgebied
DEELGEBIED 1 2 3 4 5 6 7 Totaal
AFWATEREND OPPERVLAK [M²] 5.081 1.319 1.001 556 192 1.927* 1.344** 11.420
BENODIGDE BERGING [M³] 305 79 60 33 12 116 81 685
kratjes. Dit dient in een later stadium nader uitgewerkt te worden. Middels een weergestuurd systeem kan het water vastgehouden worden tot blijkt dat een volgende neerslagsituatie plaats gaat vinden. De kratjes kunnen dan vertraagd geledigd worden.
*exclusief de rijbaan (216 m²) ten zuiden, welke onder openbaar terrein valt **inclusief de rijbaan (216 m²) ten zuiden, welke onder openbaar terrein valt
4.2. Invulling wateropgave Op basis van de deelgebieden zoals weergegeven in figuur 4-1 wordt de waterberging per deelgebied onderstaand nader toegelicht. Hierbij wordt rekening gehouden dat het hemelwater de eerste 24 uur wordt vastgehouden en dat daarna minimaal 60% van de berging binnen 48 uur weer beschikbaar is.
4.2.1. Deelgebied 1: Parkeerdek voorzien van zonnepanelen, daktuin op NAP +24 m Deze daktuin omvat het grootste deel van het dek van de parkeerkelder. Aan de oostzijde worden op het dak van de parkeervoorziening zonnepanelen aangebracht. Het westelijk deel van de daktuin wordt groen ingericht met diverse verhardingen. In figuur 4-2 is een indicatief dwarsprofiel van dit deelgebied weergegeven. Ter hoogte van de zonnepanelen is hoogstwaarschijnlijk geen ruimte voor het realiseren van waterberging, onderzocht dient te worden of het aanbrengen van waterberging wel mogelijk is. Ter hoogte van het deel waar verharding en groen wordt gerealiseerd dient hieronder een onderbouw toegepast te worden, zodat het groen van water voorzien wordt en voldoende water beschikbaar is zodat ook bomen kunnen groeien. Dit kan gerealiseerd worden door de toepassing van substraatlagen met eventueel daaronder
Nijmegen, DUET – VanWonen Projecten B.V.
Figuur 4-2: Indicatief dwarsprofiel deelgebied 1
Het systeem dat op het dak toegepast wordt dient voldoende water te kunnen bergen, voldoende water te kunnen geven aan het groen en vertraagd te kunnen afvoeren. De berging die in deze constructie gerealiseerd dient te worden bedraagt tenminste 305 m³.
4.2.2. Deelgebied 2: Daken bebouwing en omliggende maaiveld op een talud Op de daken van de woontorens wordt geen waterberging gerealiseerd. Daarnaast wordt de verharding rondom de daktuinen verhard en grotendeels op een talud uitgevoerd, waardoor hier ook geen waterberging gerealiseerd kan worden. Dit oppervlak zal dus direct afvoeren naar de waterbergende voorzieningen op maaiveldniveau in deelgebied 6. De exacte wijze van afvoer wordt in een later stadium nader uitgewerkt.
11
Tevens hoeft hier geen rekening mee gehouden te worden met betrekking tot de aanlegpeilen. De ondergrond bestaat uit een afwisseling van verschillende lagen zand (fijne tot grove fractie), wat ervoor zorgt dat infiltratie kansrijk is. Hemelwater kan hierdoor vanuit de groenvoorzieningen wegzakken in de ondergrond. Ter hoogte van de locaties waar waterbergende fundering met groeisubstraat wordt toegepast wordt het infiltrerend oppervlak vergroot en kan het hemelwater vanuit de voorziening infiltreren. Resultaten uit doorlatendheidsmetingen zijn niet bekend, maar gezien de bodemopbouw wordt een conservatieve aanname gedaan van 1 m/dag. Hiermee zijn de ondergrondse voorzieningen ruim binnen 1 dag weer beschikbaar voor de volgende neerslagsituatie.
4.6. Vuilwater Het vuilwater dient aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering. Aan de noordzijde van het plangebied zijn grote gemeentelijke riolen aanwezig. Middels een separaat vrijverval stelsel dient hierop aangesloten te worden. De verwachtte vuilwater productie binnen het plangebied is als volgt:
430 wooneenheden x 2,5 inwoners x 12 l/uur/inwoner = 12,9 m³/uur = 3,6 l/s. In overleg met de gemeente dient afgestemd te worden op welke locatie aangesloten kan worden op de bestaande riolering en op welke wijze rekening gehouden dient te worden met het stamriool in het noorden van het plangebied.
4.7. Waterveiligheid Het plan ligt gedeeltelijk binnen de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. In deze zone kan voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. Het gaat hierbij dan vooral om het uitvoeren van ontgrondingen.
Nijmegen, DUET – VanWonen Projecten B.V.
16
Bouwkundige zonwering Grote raamoppervlakken leveren gedurende koudere periodes welkome verwarming door binnenvallend licht als de zon schijnt. Dit kan in de zomer echter een negatief effect hebben om de binnentemperatuur door sterke opwarming. Door te kiezen voor zonwerend glas, pergola’s, lamellen, screens en overstekken, kan schaduw en koelte in en rondom het gebouw gecreëerd worden. Schaduwvoorzieningen Op plekken waar de zon langdurig op verharding schijnt kunnen schaduwvoorzieningen aan een prettig milieu bijdragen. Deze schaduwvoorzieningen kunnen bestaan uit klimplanten over spandraden, schaduwdoeken of pergola’s. Dubbele gevel/klimaatgevel Een dubbele gevel fungeert als een soort spouw met een luchtlaag ertussen. Deze spouw kan aan de onder- en bovenzijde geopend of juist gesloten worden waarmee de luchtstroming gereguleerd kan worden. In de winter wordt de spouw gesloten en werkt dit isolerend. In de zomer worden de openingen geopend waardoor het ‘schoorsteen effect’ de warmte afvoert. Dit kan tevens in combinatie met zonwering.
bijdraagt aan een koeler stadsklimaat. Daarnaast heeft het een geluiddempend effect en kunnen insecten zich hier vestigen. De groene gevels kunnen bestaan uit klimplanten, hangende planten of groene geveltuinen. Groene daken Groene daken hebben een verkoelend effect op de onderliggende panden. Ze houden minder warmte op waardoor de omgeving minder snel opwarmt en de vegetatie zorgt voor verdamping voor verkoeling. In zomer en winter hebben deze systemen een isolerende werking. Koele verhardingsmaterialen Lichte, water- en luchtdoorlatende verharding warmt minder snel op en houdt minder warmte vast ten opzichte van traditionele materialen als beton of asfalt. Een nadeel is de grotere vatbaarheid voor vervuiling. Voorbeelden hiervan zijn verhardingen met een lichte kleur, bijvoorbeeld lichtgrijze klinkers. Daarnaast zijn halfopen verhardingsmaterialen zoals grind, schelpen en grasbetontegels een mogelijkheid.
Bomen aanplanten Stadsbomen vormen onder hun bladerdak ruimte, geven verkoeling, produceren zuurstof en bieden leefruimte aan veel vogels en verschillende soorten insecten. Bomen hebben maar één nadeel: ze groeien langzaam.
5.4. Verkoelen Koele gevels met hoge albedo Lichte oppervlakken nemen de warmte van de zon minder op waardoor de oppervlakte niet als een soort van bakplaat opwarmt. Hierdoor blijven gevels, muren en ook de directe omgeving koeler en prettiger om te verblijven. Groene gevels Groene gevels zorgen ervoor dat gevels minder opwarmen en ook minder warmte verliezen. De planten zorgen tevens voor verdamping wat eveneens
Nijmegen, DUET – VanWonen Projecten B.V.
20
SAMENWERKEN AAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE LEEFOMGEVING