CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Nader onderzoek vleermuizen e.a.

Besluitronde (raadsvergadering) 22 december 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Bottendaal Galgenveld -7 (Van Slichtenhorststraat 91-93) (129/2021)5.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van Slichtenhorststraat 91 Nijmegen - Nader onderzoek naar vleermuizen, Gierzwaluw en Steenmarter -

Opdrachtgever

Claver Real Estate III BV

Data veldbezoeken

Diverse data 2019

Kenmerk rapport

N2019.109- Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen

Datum rapport

17 september 2019

Auteur

K.H. Eymael

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Loods570- Oostzeestraat 2, 7411 MD Deventer www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

5 5 5 6 6

2 ONDERZOEKSOPZET

7

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEKEN

7 7

3 SITUATIEBESCHRIJVING

9

3.1 PLANGEBIED 3.2 VOORGENOMEN INGREPEN

9 9

4 BEVINGINGEN ONDERZOEK

11

4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VLEERMUIZEN 4.3 BEVINDINGEN GIERZWALUW 4.4 BEVINDINGEN STEENMARTER 4.5 BEVINDINGEN OVERIGE SOORTEN 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN VLEERMUIZEN 5.2 EFFECTEN GIERZWALUW 5.3 EFFECTEN STEENMARTER 5.4 EFFECTEN OVERIGE SOORTEN 5.5 VOLLEDIGE UITSLUITING AANWEZIGHEID 6 CONCLUSIE

11 11 13 14 14 15 15 15 16 16 16 17

BIJLAGEN 1. Wettelijk kader; 2. Factsheet vleermuizen; 3. Factsheet Gierzwaluw; 4. Literatuurlijst.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 3

SAMENVATTING In opdracht van Claver Real Estate III BV heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen een nader onderzoek naar vleermuizen, Gierzwaluw en Steenmarter uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied ligt binnen de bebouwde kern van Nijmegen en betreft het Complex Piushove, een voormalig convict, en de bijbehorende tuin. De initiatiefnemer is voornemens het bestaande gebouw in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, waarbij het vervangen van de kozijnen en algehele renovatie onoverkomelijk is. Hierbij moeten onder andere ingrijpende ingrepen aan het dak plaatvinden. Daarnaast zal er een in oppervlak en architectonisch opzicht ondergeschikte nieuwbouwvleugel aan het complex worden toegevoegd in de achtertuin. Tevens wordt er asbest verwijderd uit het gebouw. Het totaal aantal appartementen in het gebouw zal rond de 50 komen te liggen met oppervlaktes tussen de 50 en 100m2. Het gebouw zal niet meer voorzien worden van een gasaansluiting. Verwarming van het complex zal plaats gaan vinden middels warmtepompen. De duurzame opwekking van stroom zal middels PV panelen plaatsvinden. De achtertuin van het complex wordt opnieuw ingericht als verblijfsgebied voor bewoners met veel groen en beplanting. Bestaande houtopstanden langs de randen blijven zoveel mogelijk behouden.

In dit kader is in april 2019 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Q2019.056- Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, EcoTierra- ecologisch adviesbureau, mei 2019). Uit de quickscan kwam naar voren dat de aanwezigheid van vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen van vleermuizen en Gierzwaluwen niet uitgesloten kon worden en nader onderzoek naar deze soorten/ soortgroep noodzakelijk was. Tevens diende er onderzocht te worden of de Steenmarter een vaste verblijfplaats heeft binnen het plangebied. Het nadere onderzoek is gebaseerd op een bronnenonderzoek en diverse veldbezoeken. Deze veldbezoeken hebben op diverse data in 2019 plaatsgevonden. De onderzoeken zijn conform de vigerende onderzoeksprotocollen en Kennisdocumenten van BIJ12 en in de juiste periode en onder geschikte weersomstandigheden uitgevoerd, zodat de te verwachten soorten waargenomen konden worden. Het onderzoek heeft vijf nesten van Gierzwaluw vastgesteld. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen en/of Steenmarters aangetoond. Voor de onderbouwing van de conclusies dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden. Op basis van de nadere onderzoeken kan worden geconcludeerd dat er procedurele gevolgen zijn aangaande het project.

→ Er dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor de Gierzwaluw; → Er dienen onder andere mitigerende maatregelen te worden genomen en een projectplan en werkprotocol te worden opgesteld; → Voor vleermuizen en Steenmarter wordt een ontheffing Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht omdat er geen overtreding van de verbodsbepalingen wordt verwacht; → De zorgplicht is altijd van toepassing.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 4

1 INLEIDING In opdracht van Claver Real Estate III BV heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen een nader onderzoek naar vleermuizen, Gierzwaluw en Steenmarter uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens het bestaande gebouw in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, waarbij het vervangen van de kozijnen en algehele renovatie onoverkomelijk is. Hierbij moeten onder andere ingrijpende ingrepen aan het dak plaatvinden. Daarnaast zal er een in oppervlak en architectonisch opzicht ondergeschikte nieuwbouwvleugel aan het complex worden toegevoegd in de achtertuin. Tevens wordt er asbest verwijderd uit het gebouw. Het totaal aantal appartementen in het gebouw zal rond de 50 komen te liggen met oppervlaktes tussen de 50 en 100m2. Het gebouw zal niet meer voorzien worden van een gasaansluiting. Verwarming van het complex zal plaats gaan vinden middels warmtepompen. De duurzame opwekking van stroom zal middels PV panelen plaatsvinden. De achtertuin van het complex wordt opnieuw ingericht als verblijfsgebied voor bewoners met veel groen en beplanting. Bestaande houtopstanden langs de randen blijven zoveel mogelijk behouden.

In dit kader is in april 2019 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Q2019.056- Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, EcoTierra- ecologisch adviesbureau, mei 2019). Uit de quickscan kwam naar voren dat de aanwezigheid van vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen van vleermuizen en Gierzwaluwen niet uitgesloten kon worden en nader onderzoek naar deze soorten/ soortgroep noodzakelijk was. Tevens diende er onderzocht te worden of de Steenmarter een vaste verblijfplaats heeft binnen het plangebied. 1.2 Doelstelling Het doel van het nader onderzoek is vast te stellen of de voorgenomen ingrepen een overtreding van de vigerende natuurwetten tot gevolg hebben aangaande vleermuizen, Gierzwaluw en Steenmarter.

Om dit inzicht te verkrijgen worden, onder andere, de volgende vragen beantwoord; • welke soorten maken gebruik van het plangebied? • zijn er binnen het plangebied vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en/of jaarrond beschermde nesten aanwezig? • Hoeveel eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten zijn er aanwezig? • Heeft de Steenmarter een vaste verblijfplaats in het gebouw? • welke functie(s) heeft het plangebied voor de eventueel aanwezige soorten? • zijn er significante vliegroutes en/of foerageergebieden in of nabij het plangebied aanwezig? • wat zijn de gevolgen van de ingrepen (welke verbodsbepalingen worden overtreden) en zijn er mitigerende maatregelen te nemen om overtreding van de wet te voorkomen? • dient er een ontheffing te worden aangevraagd?

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 5

1.3 Volledigheid onderzoek Het vleermuizenonderzoek en de overige onderzoeken zijn onder andere uitgevoerd op basis van het ‘Vleermuizenprotocol 2017’ en andere onderzoeksmethodes, zoals beschreven in diverse, relevante Kennisdocumenten van BIJ12 (versies 1.0, juli 2017). Door het hanteren van het vleermuizenprotocol, Kennisdocumenten en overig goedgekeurde inventarisatiemethodes kan bij een eventuele zienswijze worden aangetoond dat de noodzakelijke onderzoeksinspanning is verricht. Mogelijk zijn er, ondanks de volledigheid van het onderzoek, exemplaren niet waargenomen. Ondanks de meerdere onderzoeksrondes blijft er sprake van momentopnamen. 1.4 Geldigheidsduur rapport Voor Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd (wanneer er weinig (fysieke) verandering hebben plaatsgevonden).

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 6

2 ONDERZOEKSOPZET Om een goed beeld te verkrijgen hoe en of het plangebied gebruikt wordt door de genoemde soorten heeft er een bronnenonderzoek plaatsgevonden en is het plangebied vervolgens meerdere malen in 2019 bezocht in de daarvoor geschikte periodes en onder de juiste weersomstandigheden. De onderzoeken zijn door EcoTierra- ecologisch adviesbureau en OneNature (vleermuizen en Gierzwaluw) uitgevoerd. Deze onderzoeksbureaus hebben ruime ervaring met het uitvoeren van onderzoeken naar vleermuizen, Gierzwaluw en Steenmarter. 2.1 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het onderzoek zijn de beschikbare gegevens van digitale verspreidingsatlassen bestudeerd. 2.2 Veldbezoeken Vleermuizen Tijdens de (schemer)onderzoeken is met behulp van een batdetector, zaklamp en zoomcamera zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van vleermuizen. Het vleermuizenonderzoek bestaat uit twee onderdelen, namelijk een visuele inspectie bij daglicht en onderzoeken tijdens de schemeruren. Tijdens de visuele inspectie zijn elementen als vensterbanken, muren en tegels onderzocht op uitwerpselen en vegen van vleermuizen.

Tijdens de schemer/nacht onderzoeken wordt door middel en met behulp van visuele waarnemingen en een batdetector (Pettersson D230/ D240X, Echo Meter Touch 2 pro/ Batlogger M (neemt waarnemingen automatisch op voor latere analyse) onderzocht of vleermuizen gebruik maken van het plangebied. Indien nodig worden time-expansion opnamen gemaakt met de batdetector om later de ultrasone geluiden te kunnen analyseren met behulp van het analyseprogramma BatExplorer. Voor soorten van het Myotis geslacht kan dit noodzakelijk zijn om tot een correcte determinatie te komen. Het onderzoek in de avondschemer is bedoeld om uitvliegende exemplaren te kunnen waarnemen. Vleermuizen warmen gedurende de dag op in hun verblijfplaats en vliegen rond de schemer uit om op jacht te gaan naar insecten. In de ochtenduren keren ze terug naar hun verblijfplaats, zodat invliegende exemplaren waargenomen kunnen worden. Gedurende de onderzoeken wordt tevens gelet op sociale roepen en baltsgedrag. Als richtlijn is het ‘Vleermuizenprotocol, maart 2017 gehanteerd, opgesteld door o.a. het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Dit houdt bijvoorbeeld in dat wanneer Laatvlieger wordt verwacht er extra avondonderzoeken plaatsvinden en wanneer de Gewone grootoorvleermuis wordt verwacht de onderzoeken eerder starten of langer doorgaan.

De onderzoeken naar de paarverblijven zijn voor zonsondergang ingezet en minimaal 3 uur lang doorgezet. Dit is gedaan om ook uitvliegende exemplaren te kunnen waarnemen. De vleermuisonderzoeken zijn uitgevoerd in de juiste periode en onder geschikte weersomstandigheden, zodat eventueel aanwezige vleermuizen waargenomen konden worden. Dit houdt globaal in dat de temperatuur minimaal 7 °C en de windkracht maximaal 4 (5) Beaufort was. Tevens viel er geen regen. In het kader van het Steenmarteronderzoek zijn op de zolders cameravallen neergezet. Dergelijke camera’s leggen soms ook vleermuizen vast die op zolders kunnen rondvliegen, zoals de Gewone grootoorvleermuis.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 7

Gierzwaluw Het onderzoek naar de Gierzwaluw is uitgevoerd zoals beschreven in het Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12 (versie 1.0 juli 2017). Dit Kennisdocument schrijft drie onderzoeken in de periode 1 juni- 15 juli voor. In de avonduren (vanaf circa 20.00 tot een half uur na zonsondergang) is gelet op exemplaren die terugkeerden naar hun nest of zogenaamd aan het “bouncen” waren (mogelijk nest). In de ochtenduren, na het vleermuizenonderzoek, is gelet op uitvliegende exemplaren. Tevens is tijdens en na elk vleermuizenonderzoek “getaped”. Tapen is het afspelen van Gierzwaluwengeluid om een reactie vanuit het nest te ontlokken. Steenmarter Tijdens de hiervoor beschreven onderzoeken is gelet op exemplaren van Steenmarter en eventuele sporen van deze soort. Daarnaast zijn op de zolders van het gebouw, op strategische en toegankelijke plekken (groene sterren bijlage 1) twee cameravallen opgehangen. De camera’s zijn opgehangen op dinsdag 16 juli 2019 en opgehaald op donderdag 29 augustus 2019 en hebben hierdoor bijna 1,5 maand kunnen opnemen. Als lokmiddel is pindakaas gebruikt. Onderzoeksdata en informatie Datum

Tijdstip

Aantal onderzoekers 2

Onderzochte soort Vleermuis Gierzwaluw Steenmarter

Onderzochte functie

Weersgesteldheid

05-06-2019

Avond Start: 19.45 Eind: 00.00

Zomer-/kraamverblijf nest Aanwezigheid/ sporen

22°C- 19°C, droog, 3 Bft, half bewolkt

12-06-2019

Avond Start: 20.00 Eind: 00.15

2

Vleermuis Gierzwaluw Steenmarter

Zomer-/kraamverblijf Nest Aanwezigheid/ sporen

18°C - 14°C, droog, 3 Bft, half bewolkt

06-07-2019

Ochtend Start: 03:15 Eind: 05:45

2

Vleermuis Gierzwaluw Steenmarter

Zomer-/kraamverblijf Nest Aanwezigheid/ sporen

16°C, droog, helder

08-07-2019

Avond Start: 20.00 Eind: 00:00

2

Vleermuis Gierzwaluw Steenmarter

Zomer-/kraamverblijf Nest Aanwezigheid/ sporen

16°C - 14°C , droog, 2 Bft, droog

Overdag

1

Steenmarter

Ophangen cameravallen Sporenonderzoek

N.v.t.

Paarverblijf (zomer/winterverblijf) Aanwezigheid/ sporen

18°C, half bewolkt, 2 Bft, droog

16-07-2019

19-08-2019

Avond Start: 20:45 Eind: 23:45

1

Vleermuis

29-08-2019

Overdag

1

Vogels Steenmarter

Onderzoek broedgevallen Cameravallen ophalen Sporen

10-09-2019

Avond Start: 21:00 Eind: 00.15

1

Vleermuis

Paarverblijf (zomer/winterverblijf) Aanwezigheid/ sporen

Steenmarter

Steenmarter

Bft,

19°C, droog, 2 Bft, zonnig

13°C, droog, helder

Tabel 1: Onderzoeksdata en informatie veldbezoeken.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

1

Pagina | 8

0

Bft,

3 SITUATIEBESCHRIJVING 3.1 Plangebied Het plangebied ligt binnen de bebouwde kern van Nijmegen en betreft het Complex Piushove, een voormalig convict, en de bijbehorende tuin. Het pand werd ten tijde van het onderzoek bewoond door antikrakers. Alleen bij de kapel zijn overhellende dakpannen aanwezig, de overige dakpannen komen uit in de dakgoot/ het overstek. Wel zijn er over het gehele dak geschikte openingen voor diersoorten aanwezig.

Afbeelding 1: Situering onderzochte plangebied (bron: Google maps).

3.2 Voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens het bestaande gebouw in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, waarbij het vervangen van de kozijnen en algehele renovatie onoverkomelijk is. Hierbij moeten onder andere ingrijpende ingrepen aan het dak plaatvinden. Daarnaast zal er een in oppervlak en architectonisch opzicht ondergeschikte nieuwbouwvleugel aan het complex worden toegevoegd in de achtertuin. Tevens wordt er asbest verwijderd uit het gebouw. Het totaal aantal appartementen in het gebouw zal rond de 50 komen te liggen met oppervlaktes tussen de 50 en 100m2. Het gebouw zal niet meer voorzien worden van een gasaansluiting. Verwarming van het complex zal plaats gaan vinden middels warmtepompen. De duurzame opwekking van stroom zal middels PV panelen plaatsvinden. De achtertuin van het complex wordt opnieuw ingericht als verblijfsgebied voor bewoners

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 9

met veel groen en beplanting. Bestaande houtopstanden langs de randen blijven zoveel mogelijk behouden. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Afbeelding 2: Gewenste nieuwe situatie (bron: Architectenburo van de Ween).

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 10

4 BEVINGINGEN ONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van de onderzoeken besproken, allereerst de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek. De belangrijkste bevindingen worden in bijlage 1 weergegeven. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek Volgens de geraadpleegde bronnen zijn Gewone, Ruige en Kleine dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Baardvleermuis, Meervleermuis, Laatvlieger, Steenmarter en Gierzwaluw te verwachten binnen en rondom het plangebied. Er zijn in de directe omgeving van onderhavig plangebied veel waarnemingen van Gierzwaluw te vinden. Het betreffen voornamelijk meldingen van foeragerende en overvliegende exemplaren. In de naastgelegen Fransestraat is een waarnemingen van twee bezette nesten.

Afbeelding 3: Waarnemingen van Gierzwaluwen in de directe omgeving van plangebied (bron: Waarneming.nl).

Van de Steenmarter zijn ook veel waarnemingen in de directe omgeving van het plangebied. In 2018 zijn er twee waarnemingen van Steenmarters op geringe afstand van de onderhavige planlocatie gedaan, namelijk in de Fransestraat. Er zijn geen vermeldingen van verblijfplaatsen van vleermuizen in het gebouw of aangrenzende gebouwen gevonden. 4.2 Bevindingen vleermuizen In deze paragraaf worden de bevindingen aangaande vleermuizen besproken. Zomerverblijf Er zijn tijdens de veldbezoeken geen in- of uitvliegende exemplaren waargenomen bij het aan te pakken gebouw. Tevens zijn er geen uitwerpselen aan of bij het gebouw aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen. Er zijn eveneens geen in- of uitvliegende exemplaren waargenomen of sporen gevonden bij de boom met holte.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 11

Kraamverblijf Er zijn tijdens de veldbezoeken geen in- of uitvliegende exemplaren waargenomen in het aan te pakken gebouw en in de boom met de holte. Een kraamkolonie bestaat uit meerdere vrouwtjes en later ook uit jonge vleermuizen. Een dergelijke locatie is over het algemeen goed op te sporen. Tevens zijn geen sporen aangetroffen die duiden op aanwezigheid van veel exemplaren. De aanwezigheid van een kraamkolonie in het gebouw en de boom met holte kan derhalve worden uitgesloten. Paarverblijf Tijdens de najaarsonderzoeken zijn baltsgeluiden van de Gewone dwergvleermuis waargenomen. Het baltsende exemplaar van de Gewone dwergvleermuis had geen binding met het gebouw en de boom in het plangebied, maar meer met de woningen gelegen aan de Groesbeekseweg/ Sumatrastraat. Er zijn eveneens geen uitvliegende exemplaren waargenomen gedurende de najaarsonderzoeken. Winterverblijf Zomer- en/of paarverblijven van de Gewone dwergvleermuis kunnen een aanwijzing zijn dat de aanwezige individuen de locatie ook als winterverblijf gebruiken. Er zijn echter geen zomer- en/of paarverblijven van de Gewone dwergvleermuis waargenomen waardoor individuele winterverblijven niet te verwachten zijn. Het onderzochte gebouw is niet geschikt bevonden als massawinterverblijf (massa slaat op hoeveelheid exemplaren en massa van het gebouw (flats en dergelijke).

Het gebouw is grote deels steens (enkel steens) waardoor het ontbreekt aan een spouw. De liftschacht beschikt wel over spouwmuur en heeft ook enkele stootvoegen, echter zijn de aangetroffen stootvoegen niet geschikt bevonden voor vleermuizen (vol met cement/ troep of te smal). Tevens zal er geen na-isolatie plaatsvinden bij de liftschacht. Overige openingen zijn ook niet beschikt omdat ze dicht zitten met beluchtingsroosters.

Foto’s: Ongeschiktheid stootvoegen voor vleermuizen en beluchtingsroosters.

Foerageergebied en vliegroute Binnen het plangebied werd beperkt en over het algemeen kortstondig gefoerageerd door Gewone dwergvleermuis en Rosse vleermuis. Tevens is tijdens enkele onderzoeken ook een overvliegende Laatvlieger waargenomen. Het plangebied betreft derhalve geen significant foerageergebied. In de directe omgeving is tevens voldoende foerageergebied aanwezig voor de aangetroffen exemplaren. Waarschijnlijk is het plangebied in de toekomstige situatie nog steeds geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Er zijn geen opvallend veel voorbij trekkende exemplaren waargenomen. Er zijn derhalve geen essentiële vliegroutes aanwezig binnen het plangebied.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 12

Cameravallen Op de opgehangen cameravallen zijn geen vleermuizen vastgelegd. Er zijn tevens geen sporen zoals afgebeten vlindervleugel of uitwerpselen gevonden tijdens het ophangen en weghalen van de camera’s. 4.3 Bevindingen Gierzwaluw Tijdens het onderzoek zijn vijf Gierzwaluwnesten vastgesteld in het aan te pakken gebouw. Alle nesten bevinden zich tussen de dakpannen en het dakbeschot. Er zijn drie nesten (2 ingangen) waargenomen in het dakvlak aan de oostzijde. De overige twee nesten bevinden zich in de nok van de kapel en bij een dakraam bij de aanbouw (noordzijde). Tijdens het onderzoek zijn geen nesten in de naastgelegen kerk waargenomen.

Foto: Nestlocatie Gierzwaluwen.

Foto: Nestlocaties Gierzwaluwen.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 13

4.4

Bevindingen Steenmarter

Er zijn tijdens de nadere onderzoeken naar vleermuizen en Gierzwaluw geen exemplaren of sporen van een Steenmarter waargenomen. Daarnaast zijn er ook geen Steenmarters waargenomen met de opgehangen cameravallen. Er zijn wel ratten en muizen verschenen voor de camera’s. Het plangebied zal binnen het territorium van een of meerdere exemplaren van de Steenmarter vallen. Echter betreffen het gebouw en de tuin geen significante verblijfplaats of foerageergbied.

Foto: Rat op cameraval.

4.5 Bevindingen overige soorten Tijdens de eerder uitgevoerde quickscan zijn meerdere broedende kauwen waargenomen. Verder is er tijdens het nadere onderzoeken een broedende duif aangetroffen. Er zijn tijdens de onderzoeken zijn geen waarnemingen gedaan van huismus, egel of kleine marterachtigen.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 14

5 EFFECTENBEOORDELING In het kader van de Wet natuurbescherming is nagegaan of vaste verblijf- en voortplantingsplaatsen door de ingreep worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat er kans bestaat dat de onderzochte soorten worden verontrust, verjaagd of gedood. 5.1 Effecten Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming op basis van het feit dat de soort is opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op vleermuizen, onder andere: 1. Het is verboden vleermuizen in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden deze dieren opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. (Bron: Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, BIJ12, versie 1.0, juli 2017).

Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aangetoond. Het functionele leefgebied van vleermuizen, zoals foerageergebied en essentiële vliegroutes, wordt door de ingreep eveneens niet significant aangetast. De voorgenomen ingrepen zullen derhalve geen negatief effect hebben op vleermuizen. → Er hoeft geen ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. 5.2 Effecten Gierzwaluw De Gierzwaluw is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming op basis van het feit dat de soort is opgenomen in Bijlage II van de Vogelrichtlijn. De Gierzwaluw staat vermeld op de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (RVO, 2009). Op deze lijst vallen de Gierzwaluwnesten onder categorie 2 “nesten van deze semikoloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar” (zie bijlage 5 Jaarrond beschermde nesten). De Gierzwaluw staat niet vermeld op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels (2004). De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. De wet verbiedt onder andere; 1. het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); 2.

het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); 3. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); 4. het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); 5. het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 15

Er zijn vijf nesten vastgesteld binnen het plangebied. De ingrepen zullen tot gevolg hebben dat deze jaarrond beschermde nesten verloren gaan. → Voor het mogen vernietigen van jaarrond beschermde nesten is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Tevens dienen er diverse mitigerende maatregelen genomen te worden. In het kader van de ontheffingsaanvraag dient eveneens een projectplan en mogelijk een werkprotocol te worden opgesteld. Functioneel leefgebied zal niet worden aangetast. De Gierzwaluw heeft een heel groot bereik wat betreft foerageergebied (tientallen kilometers). 5.3 Effecten Steenmarter Er is geen vaste verblijfplaats van deze soort aangetoond. Tevens zijn er geen sporen of exemplaren waargenomen van de Steenmarter. De voorgenomen ingrepen zullen derhalve geen negatief effect hebben op de Steenmarter. → Er hoeft geen ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. 5.4 Effecten overige soorten Er dient rekening gehouden te worden met de broedende vogels, zoals de waargenomen kauwen en duiven. Er kan voor gekozen worden om het gebouw ongeschikt te maken als broedplek (lastig) of buiten het broedseizoen de geplande werkzaamheden uit te voeren of te starten.

5.5 Volledige uitsluiting aanwezigheid De onderzoeken zijn conform de vigerende protocollen en onderzoeksstrategieën uitgevoerd opdat aantoonbaar is dat er voldoende zorg in acht is genomen om de te verwachten soorten te kunnen waarnemen/ aan te treffen. Het blijft echter natuur en het is nooit geheel uit te sluiten dat er, ondanks de voldoende onderzoeksinspanning, toch een exemplaar (met name vleermuis) aanwezig is. Bij het aantreffen van een beschermde soort/ broedende vogel dienen de werkzaamheden ter plaatse en rondom direct gestaakt te worden en dient er een ter zake kundige ingeschakeld te worden.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 16

6 CONCLUSIE Op basis van het nadere onderzoek is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden.

Conclusie Soorten Vleermuis Er zijn geen jaarrond beschermde vaste verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. → Er zullen door de beoogde ingrepen geen vaste verblijfplaatsen verloren gaan. → Tevens zal er geen aantasting van het functionele leefgebied plaatsvinden. Gierzwaluw Er zijn vijf jaarrond beschermde nesten vastgesteld. → De geplande ingreep zal tot gevolg hebben dat de aangetroffen nesten vernietigd worden. → Er zal geen aantasting van het functionele leefgebied zijn. Steenmarter Er zijn geen exemplaren of sporen van Steenmarter waargenomen. → Er zal door de beoogde ingrepen geen vaste verblijfplaats verloren gaan. → Tevens zal er geen aantasting van het functionele leefgebied plaatsvinden. Op basis van de nadere onderzoeken kan worden geconcludeerd dat er procedurele gevolgen zijn aangaande het project. → Er dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor de Gierzwaluw; → Er dienen onder andere mitigerende maatregelen te worden genomen en een projectplan en werkprotocol te worden opgesteld; → Voor vleermuizen en Steenmarter wordt een ontheffing Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht omdat er geen overtreding van de verbodsbepalingen wordt verwacht; → De zorgplicht is altijd van toepassing.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 17

BIJLAGE 1 WAARNEMINGEN (belangrijkste waarnemingen, niet alle waarnemingen zijn weergegeven)

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 18

Geplaatste cameraval

Enkele nestlocatie Gierzwaluw

Dubbele nestlocatie Gierzwaluw

Nestlocatie kauw

Nestlocatie duif

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 19

BIJLAGE 2 Wettelijk kader

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 20

Hieronder wordt het wettelijke kader en de toepassing op ruimtelijke ingrepen beschreven aangaande onderzochte soorten Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 21

zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet. De zorgplicht betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat het lijden zo beperkt mogelijk is. Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde inheemse diersoorten die in de Wet natuurbescherming opgenomen zijn in paragraaf 3.2 Wnb (bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd). Op grond van de artikelen 3.5 lid 2 en 3.5 lid 4 is het onder meer verboden om beschermde inheemse diersoorten opzettelijk te verontrusten of voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Tot vaste rust- en verblijfplaatsen worden locaties gerekend waarin zich kraamkolonies, paarverblijven, overwinteringsplaatsen en verblijven van (groepen) mannetjes bevinden. Belangrijke migratie- en vliegroutes en foerageergebieden die van belang zijn voor de instandhouding van een vaste rust- of verblijfplaats van de soort op populatieniveau, vallen hier (vooralsnog) ook onder. Wanneer een gebodsbepaling van de Wnb wordt overtreden, dient men mitigerende maatregelen te nemen om het te verwachten negatieve effect zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen. Tevens dient er een ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden.

Jaarrond beschermde nesten De Gierzwaluw en de Huismus zijn beschermde inheemse diersoorten die in de Wet natuurbescherming opgenomen zijn in paragraaf 3.1 Wnb (EU-Vogelrichtlijn). Aangaande vogels is het volgens artikel 3.1 lid 2 verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen of nesten weg te nemen, volgens artikel 3.1 lid 4 en 5 is het verboden om opzettelijk vogels te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Het nest van een vogel is de plaats of ruimte die een vogel gebruikt voor het leggen en uitbroeden van de eieren en, voor zover het geen nestvlieders betreft, het grootbrengen van de jongen. Onder nest moet ook de inhoud en de functionele omgeving daarvan, voor zover het broedsucces van vogels daarvan afhankelijk is, worden inbegrepen. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat een nieuw nest te maken en gebruiken hun nest niet als vaste rust- of verblijfplaats. Dergelijke nesten voor eenmalig gebruik genieten buiten het broedseizoen niet de bescherming van de Wnb. Nesten van de Gierzwaluw en Huismus vallen ook buiten het broedseizoen onder de definitie van 'vaste rust- of verblijfplaatsen’. Deze nesten zijn daarom, voor zover ze niet permanent verlaten zijn, jaarrond beschermd.

Derhalve is, bij overtreding van de verbodsbepalingen, ontheffing nodig van genoemde artikelen met betrekking tot de vaste rust of verblijfplaatsen van de soort. De soorten zijn niet opgenomen in de het verdrag van Bern (bijlage II). Wanneer een verbodsbepaling van de Wnb wordt overtreden, dient men mitigerende maatregelen te nemen om het te verwachten negatieve effect zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen. Tevens dient er een ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 22

BIJLAGE 3 FACTSHEET VLEERMUIZEN

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 23

Vleermuizen zijn nachtdieren. Ze worden actief wanneer de schemer invalt. Overdag slapen de meeste vleermuizen, of ze houden zich bezig met lichaamsverzorging. In het najaar daalt het insectenaanbod en maken vleermuizen zich klaar voor een winterslaap. Vleermuizen hebben een netwerk van verschillende verblijfplaatsen door het jaar heen. Zo worden verblijfplaatsen als winterverblijf, kraamverblijf en/of paarverblijf gebruikt. Vleermuizen zijn globaal op te delen in gebouw- en boombewonende soorten. Vaste rust- en verblijfplaatsen van de gebouwbewonende soorten kunnen onder andere plekken onder dakpannen, spouwmuren en zolders zijn.

Potentiële verblijfplaatsen vleermuizen (bron: Handreiking verblijfplaatsen zoeken, Vleermuis Werkgroep Nederland).

Boombewonende soorten zijn te vinden in spechtengaten, holle oude bomen of achter loszittend boomschors. Het gebruik van het soort verblijfplaats is afhankelijk van de soort. Zo zijn de Gewone dwergvleermuis en de laatvlieger echte gebouwenbewoners. De rosse vleermuis is weer voornamelijk te vinden in bomen. Ook wordt een verblijfplaats vaak wisselend gebruikt gedurende het jaar.

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 24

BIJLAGE 4 FACTSHEET GIERZWALUW (VOGELBESCHERMING NEDERLAND)

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 25

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 26

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 27

BIJLAGE 5 LITERATUURLIJST

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 28

Broekhuizen S, e.a., Atlas van de Nederlandse zoogdieren, uitgeverij KNNV, Utrecht 1992 Dijkstra V, R. Janssen, J. Buys & T. van der Meij, 2008. Handleiding voor het monitoren van vleermuizen op zolders. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem 2008 Limpens H, K. Mostert, W. Bongers, Atlas van de Nederlandse vleermuizen, K.N.N.V, Utrecht 1997 Limpens H e.a., Brochure; Met vleermuizen onderweg, Dienst Weg- en Waterbouwkunde en de VZZ, Delft 2004 Limpens H, e.a, Brochure Vleermuizen, bomen en bos, SVB en VZZ, Arnhem 2003 Lange, R, A. van Winden, P. Twisk, J. de Leander & C. Spee, Zoogdieren van de Benelux, Herkenning en onderzoek. Jeugdbondsuitgeverij, ’s Graveland 1986 Netwerk Groene Bureaus (NGB), Zoogdiervereniging, Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN), Vleermuizenprotocol Schober, W. & E. Grimmberger, Gids van de vleermuizen van Europa, Azoren en Canarische eilanden, Tirion, Baarn 2001 Twisk P, e.a. Folder; Vleermuizen in en rondom het huis, Zoogdiervereniging i.s.m. Brabants Landschap, Landschapsbeheer Friesland en Stichting Landschapsbeheer Zeeland, 2009 Internet: www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl Kennisdocumenten BIJ12, versie 1.0, juli 2017: Gierzwaluw Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

- N2019.109 Nader onderzoek Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen-

Pagina | 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=3af3cf0e-1de5-4d2b-8582-485533d8d912