CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Quickscan Flora en Fauna

Besluitronde (raadsvergadering) 22 december 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Bottendaal Galgenveld -7 (Van Slichtenhorststraat 91-93) (129/2021)7.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van Slichtenhorststraat 91 Nijmegen - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -

Opdrachtgever

Claver Real Estate III BV

Datum veldbezoek

25 april 2019

Kenmerk rapport

Q2019.056- Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen

Datum rapport

25 mei 2019

Versie

2.0

Auteur

K.H. Eymael

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Loods570- Oostzeestraat 2, 7411 MD Deventer www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING

6

1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

6 6 6 7

2 ONDERZOEKSOPZET

8

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK

8 8

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN ONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES

9 9 12 13 13 13 15 16 16 19 19 20

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Literatuurlijst

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 3

SAMENVATTING In opdracht van Claver Real Estate III BV heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het onderzoek heeft zich met name op de soortenbescherming en niet op het gebiedsbeschermingsdeel van de wet (Natura2000) gericht. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kern van Nijmegen en betreft het Complex Piushove, een voormalig convict, en de bijbehorende tuin. De initiatiefnemer is voornemens het bestaande gebouw in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, waarbij vooral veel winst gehaald kan worden door het vervangen van de kozijnen en algehele renovatie. Daarnaast zal er een in oppervlak en architectonisch opzicht ondergeschikte nieuwbouwvleugel aan het complex worden toegevoegd in de achtertuin. In het kader van het project zullen (mogelijk ingrijpende) werkzaamheden aan het dak plaatsvinden. Er zullen enkele bomen gekapt en groenstructuren gerooid worden. De grotere inheemse bomen zullen gehandhaafd blijven. Er zullen geen oppervlaktewateren gedempt worden. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 25 april 2019 plaatsgevonden.

Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het GNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied betreft tevens geen ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 1.000 meter van een Natura2000gebied. De verwachting is dan ook dat er geen rechtstreekse aantasting zal plaatsvinden op de soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Er worden in het kader van het project mogelijk enkele bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is in onderhavige situatie echter niet van toepassing. Thema’s als verdroging en vermesting/ verzuring (stikstof/ PAS) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten of zichtbare beschermde verblijfplaatsen/ exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of niet vrijgestelde soorten waargenomen. De huismus was tijdens de quickscan niet aanwezig binnen of nabij het plangebied. Tevens waren er geen sporen aanwezig van deze soort. Nesten van huismus zijn derhalve niet te verwachten.

Jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw waren op basis van het veldbezoek echter niet uit te sluiten. Er wordt in de opstal en de groenstructuren gebroed door algemeen voorkomende vogelsoorten. Sloop- en kapwerkzaamheden dienen derhalve buiten het broedseizoen plaats te vinden of van start te gaan voor het broedseizoen. Jaarrond beschermde verblijf- en/of voortplantingsplekken van vleermuizen waren tijdens het veldbezoek eveneens niet uit te sluiten.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 4

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen vooralsnog niet zijn uit te sluiten. → Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluw plaats te vinden; → Tijdens de nadere onderzoeken dient eveneens op sporen en exemplaren van steenmarter gelet te worden; → Mogelijk dient er een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) aangevraagd te worden en/ of dienen mitigerende maatregelen genomen te worden; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 5

1 INLEIDING In opdracht van Claver Real Estate III BV heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens het bestaande gebouw in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, waarbij vooral veel winst gehaald kan worden door het vervangen van de kozijnen en algehele renovatie. Daarnaast zal er een in oppervlak en architectonisch opzicht ondergeschikte nieuwbouwvleugel aan het complex worden toegevoegd in de achtertuin. In het kader van het project zullen (mogelijk ingrijpende) werkzaamheden aan het dak plaatsvinden. Er zullen enkele bomen gekapt en groenstructuren gerooid worden. De grotere inheemse bomen zullen gehandhaafd blijven. Er zullen geen oppervlaktewateren gedempt worden. In verband met de inwerktreding van de Wet natuurbescherming (Wnb) op 1 januari 2017 is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.

Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het GNN (GO) of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 6

1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig. Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 7

2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. Het onderzoek zal zich met name richten op de soortenbescherming en niet op het gebiedsbeschermingsdeel van de wet (Natura2000). 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2014 en 2019. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder kernkwaliteiten GNN en GO, Natura2000 en natuurbeheerplan) van de provinciale site gelderland.nl zijn geraadpleegd in april en mei 2019. Tevens is er op internet gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is in het kader van de quickscan op 25 april 2019 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het half bewolkt bij een temperatuur van rond de 16°C.

Tijdens het veldonderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het gehele plangebied was ten tijde van het veldbezoek toegankelijk, met uitzondering van de vliering (zolder). Betreding van de vliering was niet verantwoord. De directe omgeving van het plangebied is eveneens bekeken. Tijdens het onderzoek is een medewerker van de projectontwikkelaar geïnterviewd. Het onderzoek is uitgevoerd door de ecologen K.H. Eymael en J.M. de Wever. Beide ecologen hebben een relevante studie gevolgd. Tevens worden door de ecologen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoekers zijn in het bezit van diverse certificaten, waaronder de cursus diersporen voor ecologen (Weylin Tracking).

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 8

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied ligt binnen de bebouwde kern van Nijmegen en betreft het Complex Piushove, een voormalig convict, en de bijbehorende tuin. Het pand werd ten tijde van het veldbezoek bewoond door antikraak. Op de liftschacht na beschikt het pand niet over stootvoegen. Verder beschikt het pand over dakpannen en dakbeschot. Tevens zijn er een zolder en kelder aanwezig. De directe omgeving bestaat uit de bebouwde kern van Nijmegen, stadsgroen en belendend aan het plangebied is de Antonius van Padua kerk gelegen.

Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: Google maps).

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 9

Foto’s: Indrukken plangebied.

Foto’s: Indrukken plangebied.

Foto’s: Indrukken plangebied.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 10

Foto’s: Indrukken plangebied.

Foto’s: Indrukken plangebied. Zolder en kelder.

Foto’s: Indrukken directe omgeving.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 11

3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens het bestaande gebouw in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, waarbij vooral veel winst gehaald kan worden door het vervangen van de kozijnen en algehele renovatie. Daarnaast zal er een in oppervlak en architectonisch opzicht ondergeschikte nieuwbouwvleugel aan het complex worden toegevoegd in de achtertuin. Het is nog niet helemaal duidelijk of het dak aangepakt dient te worden. In het kader van het project worden mogelijk enkele bomen gekapt en groenstructuren gerooid. Er zal geen oppervlaktewateren gedempt worden. Het plangebied zal landschappelijk worden ingepast. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Afbeelding 2: 3D animatie gewenste situatie (bron: Claver Real Estate).

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 12

4 BEVINDINGEN ONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek Op de site van de provincie is te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk en geen natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan. Tevens is het plangebied niet gelegen in of nabij (binnen een straal van 1.000 meter) van een Natura2000-gebied. Volgens de geraadpleegde bronnen (waaronder NDFF) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd) als gewone, ruige en kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, meervleermuis, laatvlieger, eekhoorn, steenmarter, gierzwaluw en huismus voorkomen. Er zijn in de ruime omgeving geen waarnemingen gevonden van kleine marterachtigen. De rapportage ‘Natuurtoets Groesbeekseweg 146 te Nijmegen’, Tauw, april 2015 is bestudeerd. In deze rapportage zijn de bevindingen weergegeven van een quickscan gelegen in de directe omgeving van onderhavig plangebied. In de rapportage is te lezen dat een nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw noodzakelijk was indien er binnen het broedseizoen gewerkt zou worden. 4.2 Bevindingen veldonderzoek Flora Beschermde flora is niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied bestaat deels uit bebouwing en verharding.

Het overige deel bestaat uit gecultiveerde tuin met aangeplante/ verwilderde soorten. Er is specifiek gelet op beschermde muurvegetatie. Er zijn geen beschermde muurplanten aangetroffen. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen en nabij het daadwerkelijke plangebied enkele vogels waargenomen waaronder ekster, koolmees, merel, houtduif en kauw. De quickscan heeft plaatsgevonden in het broedseizoen van de huismus. Er zijn geen huismussen waargenomen binnen het daadwerkelijke plangebied of bij de buurpercelen. Tevens zijn er geen sporen zoals fecaliën en nestresten van deze soort gezien. Tijdens de omgevingscheck zijn wel huismussen waargenomen in de Groesbeekseweg. Het dak van het gebouw biedt verschillende openingen waar de eveneens holtebroeder gierzwaluw gebruik van kan maken om bij potentiële broedplekken tussen de dakpannen en het beschot te komen. In het dak broeden meerdere koppels kauw. Tevens kunnen soorten als merels, koolmees en dergelijke broeden in het gebouw en de groenstructuren. In het tuinhuisje zijn nestresten van winterkoning aanwezig. Er zijn geen sporen van uilen, zoals ransuil, aangetroffen bij de groenstructuren. Tevens worden op deze locatie geen horsten van roofvogels of nesten van weidevogels verwacht.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 13

Foto’s: Potentiële verblijfplaatsen gierzwaluw.

Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de opstal zijn geen concrete aanwijzingen aangetroffen, zoals latrines, die duiden op een vaste verblijfplaats van een steenmarter. Er zijn bij de initiatiefnemer ook geen meldingen bekend van steenmarters die overlast veroorzaken (stank of geluid). Wel zijn er afgebeten veren aangetroffen in de tuin. Mogelijk is dit het werk geweest van een marter. Andere marterachtige (waaronder kleine marterachtigen) worden gezien de binnenstedelijke locatie en het feit dat de tuin rondom is afgesloten door muren en woningen niet verwacht. Tevens lopen er rondom het plangebied drukke wegen. Tevens zijn er geen geschikt verblijfplaatsen, zoals holen, takkenrillen, houtstapels en dergelijke aanwezig. In de tuin kunnen egels, bruine ratten en verschillende soorten algemene muizen voorkomen. Tevens zijn er enkele katten waargenomen. Vleermuizen In het aan te pakken gebouw zijn meerdere plekken aanwezig, zoals bij scheefliggende/ kapotte dakpannen, overhellende gevelpannen en openingen bij kozijn, loodslabben en dakrand, die toegang kunnen bieden naar geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen.

Vleermuizen hebben maar hele kleine openingen nodig, soms maar enkele centimeters, om in een gebouw te komen. De opstal heeft geen spouw, met uitzondering van de liftschacht. In de liftschacht zitten enkele open stootvoegen. Deze worden echter te smal geacht voor vleermuizen.

Foto’s: Openingen die in potentie toegang kunnen bieden tot ruimtes in het dak.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 14

Binnen het plangebied is één boom aanwezig met een spechtengat. Mogelijk is de holte naar boven ingerot en geschikt geworden voor vleermuizen. De verwachting is dat er binnen het plangebied gefoerageerd zal worden door vleermuizen. Er zijn geen significante vliegroutes aanwezig. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Mogelijk dat algemeen voorkomende soorten weggekropen zitten onder het groen en elementen als planken, steenstapels en dergelijke. Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor reptielen waargenomen of te verwachten op een dergelijke binnenstedelijke locatie. Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 15

5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om GNN. Verdere toetsing aan het GNN wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen nabij een Natura2000-gebied. De verwachting is dan ook dat er geen rechtstreekse aantasting zal plaatsvinden op de soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Er worden in het kader van het project mogelijk enkele bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is in onderhavige situatie echter niet van toepassing, daar de definitie van ‘houtopstanden’ in onderhavige situatie niet van toepassing is. Thema’s als verdroging en vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood.

Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Tevens zijn er bij het bronnenonderzoek geen waarnemingen van beschermde soorten naar boven gekomen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande flora. De aanwezige inheemse groenstructuren dienen zoveel mogelijk te worden ingepast. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten of exemplaren van huismussen aangetroffen. Het onderzoek heeft binnen het broedseizoen van deze soort plaatsgevonden. Met name in deze tijd is de soort dicht bij de broedlocatie te vinden. Tijdens het onderzoek, dat enkele uren heeft geduurd, is geen enkele keer een huismus auditief of visueel waargenomen. Tevens zijn er geen sporen aangetroffen. Tijdens de omgevingscheck bleek de huismus wel actief te zijn bij andere woningen. Voorgaande maakt dat de soort niet wordt verwacht in de opstal. Jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen zijn niet concreet aangetroffen (de soort was ten tijde van het onderzoek op weg naar Nederland/of was net gearriveerd), maar kunnen op basis van het veldbezoek ook niet worden uitgesloten.

Het nest van de gierzwaluw is jaarrond beschermd. Derhalve dient er een nader onderzoek conform het vigerende Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12 plaats te vinden.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 16

Mogelijk dienen er naar aanleiding van het nadere onderzoek een ontheffing Wet natuurbescherming (soorten) aangevraagd te worden en mitigerende maatregelen genomen te worden. Overige jaarrond beschermde nesten worden binnen het plangebied niet verwacht. Er wordt door algemeen voorkomende soorten gebroed binnen het plangebied. De verstorende werkzaamheden dienen derhalve buiten het broedseizoen plaats te vinden. Als broedseizoen kan maart tot en met augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden, worden aangehouden. Duiven kunnen onder juiste omstandigheden tot laat in het jaar broeden. Tevens kan voor aanvang van het broedseizoen gestart worden met de werkzaamheden zodat vogels ergens anders gaan broeden. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie vastgesteld. Mogelijk komt de steenmarter, ondanks het ontbreken aan concrete sporen, toch voor binnen het plangebied. Tijdens het gierzwaluwen- en vleermuizenonderzoek (zie hierna) dient gelet te worden op exemplaren en sporen van steenmarter. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten.

Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen Vaste verblijf- of voortplantingslocaties van gebouwbewonende soorten konden op basis van het veldonderzoek niet worden uitgesloten. Tevens is er een boom aanwezig die mogelijk geschikt is voor boombewonende soorten. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd onder de Wet natuurbescherming. Gebouwen en bomen kunnen jaarrond door vleermuizen gebruikt worden, bijvoorbeeld als paar- en/of zomerverblijf maar ook als kraam- of klein winterverblijf. Uit het bronnenonderzoek is naar voren gekomen dat in de directe omgeving verschillende soorten vleermuizen aanwezig zijn. Mogelijk gaan er door de geplande werkzaamheden verblijfplaatsen verloren. In dit kader zal een nader onderzoek naar vleermuizen moeten plaatsvinden. Het nadere onderzoek dient vast te stellen of er door vleermuizen gebruik gemaakt wordt van de opstallen (zo ja, welke soorten en welke functie) en dient plaats te vinden op basis van het vigerende protocol voor vleermuisinventarisaties (GaN) en de vigerende Kennisdocumenten van BIJ12. Mogelijk dienen er naar aanleiding van het nadere onderzoek een ontheffing aangevraagd te worden en mitigerende maatregelen genomen te worden.

Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn, er is voldoende foerageergebied in de omgeving aanwezig. Daarbij komt dat het plangebied ook in de toekomstige situatie gebruikt zal kunnen worden om te foerageren. Vliegroutes zullen door het project niet significant worden aangetast. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 17

Algemeen voorkomende amfibiesoorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. De zorgplicht De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 18

6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden.

Conclusie GNN/ GO Natura2000/ houtopstanden

Het plangebied is niet gelegen binnen het Gelders Natuurnetwerk. → De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het GNN. Extra toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura2000-gebied. → De verwachting is dat het project geen direct negatief effect zal hebben op de aangewezen soorten van omliggende Natura2000-gebieden. Er worden in het kader van het project mogelijk enkele bomen gekapt. → Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is in onderhavige situatie niet van toepassing. Thema’s als verdroging en vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Soortgroepen Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Vogels Mogelijk wordt er door gierzwaluwen gebroed in het gebouw. → Door de beoogde ingrepen kunnen eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten verloren gaan. Er dient rekening te worden gehouden met broedgevallen van algemeen voorkomende soorten. → De verstorende ingrepen dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden of voor aanvang ervan te starten. Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. De steenmarter komt mogelijk voor binnen het plangebied.

Door de provincie vrijgestelde soorten kunnen voorkomen. Vleermuizen Er zijn geen concrete verblijf- en/of voortplantingsplaatsen vastgesteld binnen het plangebied, maar dergelijke plekken konden op basis van de quickscan ook niet worden uitgesloten. → Door de beoogde ingrepen kunnen eventueel aanwezige jaarrond beschermde verblijfplaatsen verloren gaan. Het plangebied betreft geen essentieel foerageergebied en er zullen door de ingreep geen essentiële vliegroutes verloren gaan.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 19

Soortgroepen Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Algemeen voorkomende amfibiesoorten kunnen voorkomen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen vooralsnog niet zijn uit te sluiten. → Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluw plaats te vinden; → Tijdens de nadere onderzoeken dient eveneens op sporen en exemplaren van steenmarter gelet te worden; → Mogelijk dient er een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) aangevraagd te worden en/ of dienen mitigerende maatregelen genomen te worden; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing. 6.2 Vrijblijvend advies Bij de nieuwbouw kan rekening worden gehouden met huismussen door zogenaamde vogelvides (o.a. te vinden op monier.nl), of een dergelijke constructie toe te passen, in plaats van vogelschroot. Tevens kunnen speciale nestkasten voor de huismus, (gierzwaluw), huiszwaluw en vleermuizen worden ingebouwd of worden aangebracht.

Over dit zogenaamde natuur-inclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Het is raadzaam om wel een ecoloog/ ter zake kundige bij aanschaf en plaatsing te betrekken opdat er het hoogste rendement uit de kasten gehaald kan worden. De afbeeldingen komen van Vivarapro.nl. Tevens kan een kast voor steenuil worden opgehangen.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 20

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 21

1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 22

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 23

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs,

het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 24

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

(Bron: Website Ecologica, januari 2018).

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 25

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.

Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.

Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt). De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 26

toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016 ).

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 27

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek vindt plaats in het kader van de PAS (Programma Aanpak Stikstof). Mogelijk dient er een vergunning Wnb aangevraagd te worden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant.

Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. 1.2 Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 28

de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. 1.3 Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. 1.4 Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 29

BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 30

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 31

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 32

BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 33

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 34

BIJLAGE 4 LITERATUURLIJST

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 35

Broekhuizen, S e.a., Atlas van de Nederlandse zoogdieren, uitgeverij KNNV, Utrecht,1992 Diepenbeek A, Twisk P, Veldgids diersporen, KNNV, Zeist 2013 IKC Natuurbeheer, Handboek natuurdoeltypen in Nederland, uitgeverij Judels&Brinkman, Delft, 1995 Meesters, G, Natuuratlas van Nederland, uitgeverij Icob b.v. Alphen aan den Rijn, 2001 Olsen L-H, Dier & spoor, KNNV uitgeverij, 2012 Ravon, De amfibieën en reptielen van Nederland, 2009 Sovon Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse Broedvogels, uitgeverij KNVV, Utrecht, 2002 Smit, J.T. & R.F.M. Krekels 2008. Vliegend hert op de Veluwe Beschermingsplan 2009-2013. – EIS-Nederland en Bureau Natuurbalans-Limes Divergens, Leiden – Nijmegen. Vogelbescherming Nederland, Topografische Inventarisatieatlas voor flora en fauna van Nederland, Zeist, 2003. www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

- Q2019.056-Quickscan flora en fauna Van Slichtenhorststraat 91 te Nijmegen, versie 2.0 -

Pagina | 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=10b88d4e-c2ba-4f5f-b460-a68ba84a1a32