Bijlage 8 Beleidsvisie Externe veiligheid
Tekst van het document
Pagina 29 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Tabel 3.2: uitgangspunten bij groepsrisicoverantwoording niv. 1
niv. 2
Algemene beschouwing Beschouwen van personendichtheid binnen invloedsgebied De hoogte van het huidige en toekomstige groepsrisico en de ligging daarvan ten opzichte van de oriëntatie waarde. De mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst.
Altijd beschouwen
De aanwezigheid van beperkt zelfredzame groepen. Noodzaak Noodzaak van de ontwikkeling op deze risicovolle locatie moet worden aangetoond.
Zwaar
Licht
Voor- en nadelen van veiliger alternatieven worden inzichtelijk gemaakt.
Zwaar
Licht
Mogelijkheid beperking ontwikkeling beschouwen
Zwaar
Licht
Mogelijkheden om afstand tot risicobron vergroten beschouwen
Zwaar
Zwaar
Beschouwen oriëntatie van de bebouwing ten opzichte van risicobron.
Zwaar
Zwaar
Beschouwen van effect beperkende maatregelen in het overdrachtsgebied.
Zwaar
Licht
Minimaal twee van de risicobron afgerichte externe vluchtwegen.
Zwaar
Licht
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheden bouwtechnische veiligheidsmaatregelen.
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheden intern ontruimingsplan afstemmen op externe veiligheid.
Zwaar
Licht
Beschouwen interne vluchtwegen en ten opzichte van de risicobron.
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheden ter verbetering van alarmering.
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheden tot het houden van rampoefeningen.
Zwaar
Licht
Beschouwen mogelijkheden tot centraal afsluitbaar ventilatiesysteem
Zwaar
Zwaar
Zwaar
Zwaar
Zwaar
Zwaar
Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen
Bronmaatregelen Beschouwen mogelijke veiligheidsmaatregelen aan de bron. Objectgerelateerde veiligheidsmaatregelen
Zelfredzaamheid Advies van veiligheidsregio mbt zelfredzaamheid inwinnen en beoordelen Bestrijdbaarheid Advies van veiligheidsregio mbt bestrijdbaarheid inwinnen en beoordelen
Het invullen van de verantwoording is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). De gemeente kan er voor kiezen een derde partij de verantwoordingselementen te laten beschouwen, zoals een adviesbureau of een planinitiator. Beoordeling van de verantwoordingelementen en het expliciet nemen van verantwoordelijkheid blijft altijd een uitgesproken taak voor de gemeente. Algemene beschouwing Onder algemene beschouwing vallen de elementen die conform de landelijk wet- en regelgeving altijd beschouwd dienen te worden. Deze elementen worden bij verantwoordingsniveau 1 en 2 volledig beschouwd. Wel kan in bepaalde omstandigheden worden afgezien van het uitvoeren van berekeningen van de hoogte van het groepsrisico(QRA). Dit kan op het moment dat
Pagina 30 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
er recente berekeningen voorhanden zijn en dat er sprake is van de volgende twee gevallen: de geplande ontwikkeling zorgt voor een minimale wijziging van het groepsrisico die rekenkundig niet of nauwelijks naar voren komt; er is sprake van een evidente verbetering van het groepsrisico. Noodzaak De eerste vraag bij groepsrisicoverantwoording van een ruimtelijke ontwikkeling is de vraag waarom deze ontwikkeling juist op deze risicovolle plek is geprojecteerd. Is de ontwikkeling tegen het licht van het risico wel noodzakelijk/wenselijk? Is er geen veiliger alternatief? Bij beide verantwoordingsniveaus moeten veiliger alternatieven beschouwd worden. Vaak zal blijken dat alternatieven niet beschikbaar zijn, al is het maar om de voor de hand liggende reden dat een geschikt bouwperceel onroerend is. Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen De tweede stap is beschouwen in hoeverre aan de geprojecteerde ruimtelijke ontwikkeling veiligheidsmaatregelen genomen kunnen worden. Door de ontwikkeling te beperken in de zin van personenaantallen worden minder mensen bij de risicobron geprojecteerd. Ook kan de afstand tussen personendichtheden en de risicobron vergroot worden. De derde maatregel die beschouwd moet worden, is de oriëntatie van de bebouwing ten opzichte van de risicobron.
Door bijvoorbeeld kwetsbare delen en open gevels van gebouwen niet aan de bronzijde te projecteren kan het effect van een calamiteit op het object beperkt worden. Tot slot dienen maatregelen in het overdrachtsgebied (zoals bijvoorbeeld een plasbrandkering) beschouwd te worden en dienen er minimaal twee van de risicobron afgerichte vluchtwegen te zijn. Bronmaatregelen Bronmaatregelen zijn veelal het effectiefst om veiligheid te verbeteren. Vaak gaan bronmaatregelen echter de ruimtelijke procedure te boven. Bij vervoersassen zijn vaak door de gemeente geen of moeilijk bronmaatregelen te treffen. Voorbeelden van veiligheidsmaatregelen zijn het aanpassen van venstertijden (bij LPG-tankstation) en het aanbrengen van een plasbrandkering bij een weg. Objectgerelateerde veiligheidsmaatregelen Objectgerelateerde veiligheidsmaatregelen kunnen effectief zijn, maar zijn moeilijk te borgen in een ruimtelijke procedure. Wel kunnen ze vaak vrij eenvoudig (en uitsluitend) in samenspraak met initiatiefnemers/ontwikkelaars overeen worden gekomen in een privaatrechtelijke overeenkomst. Uitzondering hierop zijn veel bouwtechnische maatregelen (zoals het gebruik van verstevigd raamwerk of constructie). Deze zijn vaak duur, terwijl het effect ervan betwist kan worden.
Dit zal veranderen met de komst van het Btev en het Bouwwerkbesluit, omdat bouwtechnische maatregelen aan nieuwe kwetsbare objecten binnen het plasbrandaandachtsgebied dan juridisch afgedwongen kunnen worden.
Pagina 31 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid De zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid worden beoordeeld aan de hand van het advies van de veiligheidsregio. Zowel bij verantwoordingsniveau 1 als 2 moet het advies zwaar beoordeeld worden. Dat houdt in dat adviezen van de veiligheidsregio in principe worden overgenomen, tenzij er aantoonbaar zwaarwegende belangen zijn dit niet te doen. Verantwoordingsniveau 3 Verantwoordingsniveau 3 is het lichtste verantwoordingsniveau en bestaat uit een standaard verantwoordingstekst. Dit niveau wordt in twee situaties toegepast: op afstand groter dan 200 meter van een risicobron waar alleen het toxische scenario nog relevant is (verantwoordingsniveau 3a); tussen 30 -200 meter langs de provinciale en gemeentelijke wegen11 (verantwoordingsniveau 3b). In onderstaande kaders is een standaard verantwoordingstekst opgenomen die als basis gebruikt kan worden bij de ruimtelijke onderbouwing van een plan.
11 Voor provinciale wegen met relevant vervoer van gevaarlijke stoffen, zie: Externe veiligheid provinciale wegen. Provincie Limburg, 21 september 2010.
Pagina 32 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Verantwoording groepsrisico bij niveau 3a Inleiding Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de risicobron. Op deze afstand is het toxisch scenario maatgevend. Effecten als gevolg van een plasbrand of BLEVE reiken niet tot het plangebied. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval in geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden aan de bron ter beperking van de effecten van de calamiteit.
Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie tot de ontwikkeling op deze grote afstand van de risicobron wordt daarom niet verder beschouwd. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Blootstelling aan een toxisch gas is het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Verder dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwings- en alarmsysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van Nijmegen valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Op termijn zal dit waarschuwingssysteem vervangen worden door NL-alert. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen en de daarin gemaakte keuzes.
Pagina 33 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Verantwoording groepsrisico bij niveau 3b Inleiding Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevinden zich binnen het invloedsgebied van een provinciale/gemeentelijke weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het daaraan gepaard gaande externe veiligheidsrisico over de weg is relatief laag (zie Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen). De weg wordt gebruikt ter bevoorrading van langs de weg gelegen risicovolle inrichtingen. Vervoerde stoffen zijn voornamelijk brandbare vloeistoffen (LF1/2) met een invloedsgebied van 30 meter en een beperkte hoeveelheid brandbaar gas (GF3) met een invloedsgebied van ongeveer 300 meter. Het groepsrisico Het groepsrisico van de weg ligt ruim beneden de oriëntatiewaarde (zie Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen). Omdat de ontwikkeling op meer dan 30 meter van de weg ligt, reikt het invloedsgebied van een plasbrand (maatgevend scenario) niet tot het plangebied. De invloed van de ontwikkeling op het groepsrisico zal dus nauwelijks tot niet significant zijn. Het lage groepsrisico zal door de geprojecteerde ontwikkeling dus niet of nauwelijks toenemen.
De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is van weinig invloed omdat het plangebied buiten het invloedsgebied van een plasbrand ligt (en het vervoer voornamelijk brandbare vloeistoffen betreft). Ook is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Gezien het beperkt risico van de weg zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen niet realistisch. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen en de daarin gemaakte keuzes.
Pagina 34 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
3.3.5
Planologische kaders Spoor- en rijkswegen Zonering spoor- en rijkswegen Zone 1
0-30 meter* zeer kwetsbaar object
niet toegestaan
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
beperkt object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar
Zone 2
30-200 meter zeer kwetsbaar object
Verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
beperkt object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar
Zone 3
200-1500 meter zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3
beperkt object
verantwoordingsniveau 3
kwetsbaar
* Bij spoorwegen gemeten vanaf het midden van de buitenste twee sporen waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, bij rijkswegen vanaf de rand van de meest rechtse rijbaan (bepaald vanuit rijrichting).
Zone 1: 0-30 meter Zone 1 hangt samen met het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen. Binnen deze zone zijn zeer kwetsbare objecten niet toegestaan. Voor (beperkt) kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Binnen deze zone zullen tevens in het kader van het toekomstige Btev aanvullende bouwtechnische veiligheidseisen gesteld gaan worden. Zone 2: 30-200 meter Deze zone omvat het BLEVE aandachtsgebied (het gebied waar de effecten van een BLEVE het hevigst zijn). In deze zone zijn personen (ook personen in gebouwen) onvoldoende beschermd tegen een BLEVE. Vluchten is de beste optie om een calamiteit te overleven. Voor (zeer) kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1, voor beperkt kwetsbare niveau 2. Zone 3: 200-1500 meter Vanaf 200 meter zijn mensen binnenshuis in principe voldoende veilig voor een BLEVE. Vanaf 200 meter wordt daarom alleen nog rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied kan bescherming wordt geboden door ramen en deuren te sluiten. Voor alle objecten geldt verantwoordingsniveau 3.
Pagina 35 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Provinciale/gemeentelijke wegen Zonering provinciale/gemeentelijke wegen12 Zone 1
0-30 meter* zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2 **
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2 **
beperkt object
verantwoordingsniveau 2 **
kwetsbaar
Zone 2
30-200 meter zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3b
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3b
beperkt object
verantwoordingsniveau 3b
kwetsbaar
Zone 3
200-1500 meter zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3a
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3a
beperkt object
verantwoordingsniveau 3a
kwetsbaar
* gemeten vanaf de rand van de meest rechtse rijbaan (gekeken vanuit rijrichting). ** verantwoordingsniveau 2 geldt alleen voor de N326 (van afrit A73 tot de kruising met Neerbosscheweg) voor de overige wegen geldt verantwoordingsniveau 3b.
Zone 1: 0-30 meter Zone 1 hangt samen met het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen. Omdat het vervoer van gevaarlijke stoffen over provinciale en gemeentelijke wegen laag is, wordt hier volstaan met verantwoordingsniveau 3b. Alleen voor de N326 (van afrit A73 tot de kruising met Neerbosscheweg) geldt verantwoordingsniveau 2. In zone 2 en 3 geldt om dezelfde reden de standaardverantwoording niveau 3a/b.
12
Pagina 36 van 44
zie paragraaf 2.3.3
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Vaarwegen Zonering vaarwegen Zone 1
0-25 meter* zeer kwetsbaar object
niet toegestaan
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
beperkt object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar
Zone 2
25-90 meter zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
beperkt object
verantwoordingsniveau 3
kwetsbaar
Zone 3
90-1000 meter zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3
beperkt object
verantwoordingsniveau 3
kwetsbaar
* gemeten vanaf oeverlijn13
Zone 1: 0-25 meter Evenals bij spoor- en rijkswegen wordt zone 1 bepaald door het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen, in het Basisnet aangeduid als plasbrandaandachtsgebied. Binnen deze zone zijn zeer kwetsbare objecten niet toegestaan. Voor kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1, voor beperkt kwetsbare niveau 2. Deze zone valt eveneens samen met het plasbrandaandachtsgebied waarbinnen bouwkundige brandveiligheidseisen worden gesteld (zie paragraaf 2.2.2). Zone 2: 25-90 meter Het invloedsgebied van een BLEVE op het water is 90 meter. In deze zone zijn personen (ook personen in gebouwen) onvoldoende beschermd tegen een BLEVE. Vluchten is de beste optie om een calamiteit te overleven. Zone 3: 90-1000 meter Vanaf 90 meter zijn mensen binnenshuis in principe voldoende veilig voor een BLEVE. Vanaf 90 meter wordt daarom alleen nog rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied kan bescherming worden geboden door ramen en deuren te sluiten. Voor alle objecten geldt verantwoordingsniveau 3.
13 Conform het Ontwerp Basisnet Water worden afstanden gemeten vanaf de oeverlijn. Oeverlijn is echter nog niet duidelijke gedefinieerd. Deze beleidsvisie sluit aan daarom aan bij de ontwikkelingen hieromtrent.
Pagina 37 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Hoge druk aardgastransportleidingen Zonering hoge druk aardgastransportleidingen
Zone 1
PR 10-6 contour* zeer kwetsbaar object
nvt (conform Bevb niet toegestaan)
kwetsbaar object
nvt (conform Bevb niet toegestaan)
beperkt object
niet toegestaan
kwetsbaar
Zone 2
PR 10-6 - 100% letaliteitcontour* zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
beperkt object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar
Zone 3
100% - 1% letaliteitcontour* zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
beperkt object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar
* afstanden verschillen per buisleiding, zie hoofdstuk 2.3.3.
Zone 1: PR 10-6 contour De PR 10-6 contour van hoge druk aardgastransportleidingen zal in de meeste gevallen binnen de belemmeringenstrook van maximaal vijf meter vallen. Binnen deze strook is geen bebouwing toegestaan. Waar de PR 10-6 contour wel buiten de belemmeringenstrook ligt, zijn conform het Bevb geen kwetsbare en zeer kwetsbare objecten toegestaan. Gemeente Nijmegen staat binnen deze contour ook geen beperkte kwetsbare objecten toe. Zone 2: PR 10-6 - 100% letaliteitcontour De 100% letaliteitcontour is de contour waarbinnen in geval van een calamiteit (in het geval van een hoge druk aardgastransportleiding een fakkelbrand) iedereen zal overlijden. Binnen deze contour geldt voor kwetsbare en zeer kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 1. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt een verantwoordingsniveau 2. Zone 3: 100% - 1% letaliteitcontour De 1% letaliteitcontour is de contour waarbinnen in geval van een calamiteit (in het geval van een hoge druk aardgastransportleiding een fakkelbrand) nog 1% van de aanwezigen zal overlijden. Binnen deze contour geldt voor alle objecten verantwoordingsniveau 2.
Pagina 38 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
LPG-tankstations Zonering LPG-tankstations*
Zone 1
PR 10-6 contour** zeer kwetsbaar object
nvt (conform Bevi niet toegestaan)
kwetsbaar object
nvt (conform Bevi niet toegestaan)
beperkt object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar
Zone 2
PR 10-6 - 150 meter** zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
beperkt object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar
* Bij LPG tankstations is het invloedsgebied wettelijk vastgesteld op de 100% letaliteitgrens (150 meter) in plaats van de 1% letaliteitgrens (ca. 300 meter). Het is landelijk vastgesteld dat buiten deze 150 meter geen risicobeleid meer gevoerd wordt. Voor LPG tankstations wordt daarom maar met twee zones gewerkt.
** Gemeten vanaf het vulpunt en gemeten vanaf de ondergrondse tank. Zone 1: PR 10-6 contour Binnen de PR 10-6 contour van LPG-tankstations zijn geen kwetsbare en zeer kwetsbare objecten toegestaan (conform het Bevi). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Zone 2: PR 10-6 - 150 meter Het invloedsgebied van LPG-tankstations is vastgesteld op 150 meter. Binnen deze contour geldt voor weer kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 1 en voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 2. LNG-tankstations Voor LNG-tankstations zijn nog geen landelijk beleidskaders ontwikkeld. Omdat gemeente Nijmegen enkele concrete initiatieven voorziet, is wel een planologisch kader voor LNG-tankstations opgesteld. Zonering LNG-tankstations
Zone 1
PR 10-6 contour zeer kwetsbaar object
niet toegestaan
kwetsbaar object
niet toegestaan
beperkt object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar
Zone 2
PR 10-6 - 300 meter zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
beperkt object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar
Zone 1: PR 10-6 contour
Pagina 39 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Binnen de PR 10-6 contour van LNG-tankstations zijn geen kwetsbare en zeer kwetsbare objecten toegestaan. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Zone 2: PR 10-6 - 300 meter Het invloedsgebied van LNG tankstations is ongeveer 300 meter. Binnen deze contour geldt voor zeer kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 1 en voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 2. Overige risicovolle inrichtingen Zonering overige risicovolle inrichtingen
Zone 1
PR 10-6 contour zeer kwetsbaar object
nvt (conform Bevi niet toegestaan)
kwetsbaar object
nvt (conform Bevi niet toegestaan)
beperkt object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar
Zone 2
PR 10-6 - PR 10-8 contour* zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 1
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 2
beperkt object
verantwoordingsniveau 2
kwetsbaar
Zone 3
PR 10-8 - 1% letaliteitcontour* zeer kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3
kwetsbaar object
verantwoordingsniveau 3
beperkt object
verantwoordingsniveau 3
kwetsbaar
* Voor categoriale inrichtingen is geen PR 10-8 contour bekend. De ligging van zone 2 dient dan locatiespecifiek bepaald te worden afhankelijk van de maatgevende scenario's.
Zone 1: PR 10-6 contour Binnen de PR 10-6 contour van risicovolle inrichtingen zijn geen kwetsbare en zeer kwetsbare objecten toegestaan (conform het Bevi). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt verantwoordingsniveau 1. Zone 2: PR 10-6 - PR 10-8 contour De PR 10-8 contour is de maximale contour waarbinnen personen invloed hebben op de hoogte van het groepsrisico. Afhankelijk van het maatgevend scenario kunnen personen binnen deze contour komen te overlijden als gevolg van een plasbrand, BLEVE of toxisch scenario. Binnen deze contour geldt voor zeer kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 1 en voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten verantwoordingsniveau 2. Zone 3: PR 10-8 - 1% letaliteitcontour Buiten de PR 10-8 contour moet voornamelijk rekening gehouden worden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied kan bescherming wordt geboden door ramen en deuren te sluiten. Voor alle objecten geldt verantwoordingsniveau 3.
Pagina 40 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
4
Samenwerking
4.1
Inleiding De uitwerking van het landelijke externe veiligheidsbeleid en de gemeentelijke invulling hiervan vereist de betrokkenheid van diverse expertisegebieden zowel binnen (paragraaf 4.2) als buiten (paragraaf 4.3) de gemeente.
4.2
Implementatie beleidsvisie in de gemeentelijke organisatie De afdeling Milieu adviseert andere afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie over externe veiligheid. Daarbij vraagt zij waar nodig advies aan bij de Veiligheidsregio (cq regionale brandweer). Gezien de spilfunctie van de afdeling Milieu zal zij het initiatief nemen tot de implementatie van deze visie binnen de gemeentelijke organisatie. De juridische borging van onderhavige visie vereist actualisatie van bestemmingsplannen en werkprocessen. In deze visie worden diverse uitspraken gedaan over de wenselijkheid van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot externe veiligheid. De borging van deze uitspraken vindt plaats in de ruimtelijke besluiten (Wabo en WRO). Voor enkele bedrijventerreinen (zie tabel 3.1) is er een verschil tussen de gewenste situatie en wat op dit moment mogelijk is. De gemeente zal volgens het reguliere actualisatie programma de bestemmingsplannen in lijn brengen met deze visie. De afhandeling van aanvragen in het kader van de Wro en Wabo is binnen de gemeente Nijmegen vastgelegd in werkprocessen. Initiatieven van burgers en bedrijven komen op dit moment op diverse plaatsen bij de gemeente binnen. Binnen het huidige werkproces voor de omgevingsvergunning (Wabo) is het aspect externe veiligheid voldoende geborgd.
Ook komen er initiatieven binnen bij het Ontwikkelingsbedrijf waarbij het initiatief gescreend wordt op mogelijke kansen en belemmeringen. Voor wat betreft externe veiligheid kan deze toets worden uitgevoerd op basis van de op Atlaz weergegeven signaleringskaart (zie bijlage 1), deze beleidsvisie en in overleg met adviseurs van afdeling Milieu. Andere initiatieven komen bij het Bedrijvenloket binnen en vragen slechts om een beperkte toetsing aan deze visie. Voor het Waalspronggebied is de Grondexploitatie Maatschappij Waalsprong (GEM) ontwikkelaar. De GEM en haar adviseurs dienen dan ook goed op de hoogte te zijn van de inhoud van deze visie. Afdeling Milieu zal deze visie uitdragen richting GEM.
Pagina 41 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
4.3
Samenwerking tussen gemeente en burgers/bedrijven De samenwerking met burgers en bedrijven (in de rol zowel risicobron en als ontvanger) is onontbeerlijk voor de goede invulling van het externe veiligheidsbeleid. Risicovolle bedrijven en activiteiten De beheerders van risicovolle activiteiten hebben een primaire rol in het externe veiligheidsvraagstuk. Het beperken van de risico's aan de bron is vaak de meest logische en effectieve wijze om de externe veiligheidssituatie te verbeteren. Omdat dit aspect ook voor andere vormen van milieubelasting geldt, wordt dit bronbeleid (voor zover de gemeente het bevoegd gezag is) geëffectueerd via het integrale gemeentelijke milieubeleid (o.a. vergunningverlening en handhaving) en niet vanuit de Beleidsvisie externe veiligheid. Doorwerking van dit gemeentelijke externe veiligheidsbeleid in bestemmingsplannen voorkomt dat (zeer) kwetsbare objecten in de toekomst onvoorwaardelijk in de nabijheid van risicovolle bedrijven kunnen worden gevestigd (en daardoor de risicoruimte van bedrijven beperken). De beleidsvisie geeft dus meer duidelijkheid en zekerheid naar ondernemers. Te beschermen bedrijven en burgers Het veiligheidsbeleid in Nederland voorziet erin dat een 'overheid' ten minste een basisbescherming biedt. Een verantwoorde omgang met veiligheid is echter ieders verantwoordelijkheid.
Dit betekent dat de 'gebruikers' van een gebied zich bewust moeten zijn van de risico's in dat gebied, en kennis moeten hebben van de juiste handelingsperspectief om zoveel mogelijk zelfredzaam te kunnen opereren. De gemeente heeft ervoor gekozen om al haar burgers op hoofdlijnen te informeren over risico’s en mogelijke handelingsperspectieven. Hierbij wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de landelijke ‘Denk Vooruit Campagne’ en verwezen naar de landelijke risicokaart (www.risicokaart.nl). De gemeente kiest ervoor alleen te communiceren over specifieke risicobronnen in relatie tot de omgeving binnen de bestaande procedures zoals die bestaan binnen de WRO/ WABO /Awb.
Pagina 42 van 44
Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen
Bijlage 1: Signaleringskaart Dit is een afdruk van de risicokaart in Atlaz. In Atlaz zijn de diverse zones aan en uit te klikken en kan verder worden ingezoomd.
Pagina 43 van 44