CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Quickscan Wnb Dep Prins Clausschool

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 (08/2022)3.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE

Gemeente Nijmegen t.a.v. L. Klaassen Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

DATUM:

15 april 2021

ONS KENMERK:

21-0342/21.03677/JanDaa

UW KENMERK:

VPL 296525

AUTEUR:

J. Daamen

PROJECTLEIDER:

G. Hoefsloot

STATUS:

concept

CONTROLE:

G. Hoefsloot

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen Gemeente Nijmegen is voornemens in een plangebied in de Weezenhof de schoolgebouwen van het dependance van de Prins Clausschool te slopen en hier nieuwbouw te realiseren. Bureau Waardenburg heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (8 april 2021) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Conclusie Een overzicht van de functie van het plangebied en eventuele effecten op beschermde soorten is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1 Wnb beoordeling beschermde soorten dependance Prins Clausschool, Nijmegen Soortgroep/soort

Functie plangebied

Risico op negatieve effecten

Overtreding Wnb

Ontheffing Wnb nodig

Nader onderzoek / maatregelen

Planten, vissen, amfibieën reptielen

Geen

nvt

nvt

nvt

nvt

Iepenpage

Mogelijk leefgebied

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Mogelijk

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

1

Soortgroep/soort

Functie plangebied

Risico op negatieve effecten

Overtreding Wnb

Ontheffing Wnb nodig

Nader onderzoek / maatregelen

Grondgebonden zoogdieren

Leefgebied

Ja

Ja, maar vrijstelling

Nee, vrijstelling

nvt

Steenmarter

Mogelijk verblijfplaats

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Vleermuizen

Mogelijk verblijfplaatsen

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Gierzwaluw

Mogelijk nestplaatsen

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Overige jaarrond beschermde nesten

Geen

nvt

nvt

nvt

nvt

Overige soorten vogels

Broedgebied

Ja

Mogelijk

Nee, indien maatregelen

Maatregelen

Het plangebied heeft voor iepenpage, steenmarter, vleermuizen en gierzwaluw mogelijk een functie als vaste rust -en verblijfplaats. Om hierover uitsluitsel te geven is aanvullend veldonderzoek nodig. Op basis van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek kan worden vastgesteld: • Welke functies het plangebied heeft en of deze essentieel zijn voor genoemde soorten; • Of er maatregelen nodig zijn om negatieve effecten op genoemde soorten te voorkomen of te verminderen; • Of er een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is voor het project of dat gebruikt kan worden gemaakt van de Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten. De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende zoogdieren (muizen en egel) treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Het plangebied is geschikt leefgebied voor verschillende algemene soorten vogels. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten op deze soorten – en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb – te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten.

Effecten op beschermde gebieden en houtopstanden zijn uitgesloten (beoordeling stikstofdepositie is geen onderdeel van deze notitie). De ingreep valt onder de Gedragscode soortbescherming voor gemeenten (Stadswerk). Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

2

Toelichting Plangebied Het plangebied ligt in de wijk Weezenhof in Nijmegen (Figuur 1). Het plangebied wordt aan drie zijden ontsloten door wegen en aan de noordzijde bevindt zich een parkachtige groenzone die dwars door de Weezenhof loopt. In het plangebied zijn twee hoofgebouwen aanwezig: de dependance van de Prins Clausschool en een kinderopvang van Kion. Beiden (stenen) gebouwen bestaan uit één verdieping met een plat dak en boeiboorden. Daarnaast is er nog een kleine stenen bijgebouw (Figuur 2). Rondom de gebouwen is een (half)verhard terrein aanwezig waar speelruimtes zijn ingericht (Figuur 4). De vegetatie in het plangebied bestaat uit enkele stukken gazon, enkele bomen (iep, eik) en enkele hagen en struweel (Figuur 5). Aan de verschillende straatzijden wordt het perceel begrensd met enkele boomgroepen en -rijen. Deze staan buiten de schoolhekken, maar vallen binnen het plangebied. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

Figuur 1

Globale ligging van het plangebied aangegeven met rode lijn (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN).

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

3

Figuur 2

Gebouw van dependance Prins Clausschool met op de achtergrond het bijgebouw.

Figuur 3

Terrein rondom schoolgebouwen met (half)verharding en speeltoestellen.

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

4

Figuur 4

Vegetatie in het plangebied bestaande uit stukken gazon en heesterbeplanting.

Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door gemeente Nijmegen. Het plan verkeert in een verkennende fase. Voor het perceel staat een inrichting met woonprogramma voor ogen dat qua maat en schaal is afgestemd op de directe woonomgeving. Hiervoor dienen de schoolgebouwen gesloopt te worden. De herontwikkeling voorziet in een groen en ontspannen karakter dat aansluit bij de parkzone. In plaats van een nieuwe barrière te creëren binnen het plan dient onderzocht te worden hoe de continuïteit van de parkzone aan de noordzijde kan worden versterkt en dat de parkzone juist een meerwaarde vormt voor de herontwikkeling en de bestaande woonbuurt. Op en rondom het betreffende perceel staan veel beeldbepalende bomen. Indien deze vitaal zijn, is het uitgangspunt om deze te behouden. Wanneer de ontwikkeling plaatsvindt is onbekend. De toetsing in deze notitie betreft het slopen van de gebouwen en bouwrijp maken van het plangebied. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Bij toepassing van de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten.

Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. De ingreep

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

5

valt onder de Gedragscode soortbescherming voor gemeenten: de bebouwing betreft minder dan 2000 m2 en minder dan vier bouwlagen, het aantal bomen betreft minder dan 20 en minder dan 0,5 hectare en het verwijderen van kruidachtige begroeiingen betreft minder dan 1 hectare. Of de Gedragscode gebruikt kan worden is afhankelijk van het voorkomen van beschermde soorten. Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ligt hemelsbreed op ongeveer 6,5 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. De ingreep veroorzaakt geen aantasting van relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden (bijvoorbeeld als gevolg van geluid, trilling etc.). Directe negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Een beoordeling van de indirecte effecten van stikstofdepositie op beschermde gebieden maakt geen onderdeel uit van dit rapport. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in Gelderland bestaande uit het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones). Op grond van de aard van de ingreep en afstand tussen NNN en plangebied zijn effecten op het NNN uitgesloten. Houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Nijmegen. De regels ten aanzien van houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn daarom niet van toepassing.

Methodiek onderzoek Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Effecten zijn bepaald en beoordeeld op basis van de functie van het plangebied van beschermde soorten en de voorgenomen ingreep. In deze notitie zijn de volgende werkzaamheden getoetst: • Slopen bebouwing in het plangebied; • Bouwrijp maken plangebied; • Het uitgangspunt is behouden van waardevolle bomen op en rondom het plangebied. Omdat het plan nog in verkenningsfase zit wordt uitgegaan van een worstcasescenario: verwijderen alle vegetatie in plangebied (ook de bomen aan de straatzijdes). Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is het Stappenplan Wet natuurbescherming gemeente Nijmegen (Bureau Waardenburg, 2021) geraadpleegd. Hierin is een overzicht opgenomen van beschermde soorten van de Wnb die in de gemeente voorkomen met hun verspreiding. De gegevens zijn afgeleid van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) uit de periode 2016-2021. Het plangebied is op 8 april 2021 door een ecoloog bezocht. Het plangebied is geïnspecteerd op geschikte groeiplaatsen voor beschermde soorten planten en leefgebied

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

6

en verblijfplaatsen van fauna. De gebouwen zijn geïnspecteerd op geschikte toegangsmogelijkheden voor vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. De bomen zijn met een verrekijker vanaf de grond geïnspecteerd op geschikte holtes en nesten. Tijdens de inspectie is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten. Op basis van locatiekenmerken en expert judgement is beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Functie van het plangebied voor beschermde soorten Planten Uit het plangebied en directe omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten. Tijdens het veldbezoek zijn geen geschikte groeiplaatsen of exemplaren van beschermde plantensoorten waargenomen. Op grond van verspreidingsgegevens en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor beschermde plantensoorten. Ongewervelden In (de omgeving van) het plangebied zijn waarnemingen bekend van de teunisbloempijlstaart (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn) en iepenpage (Beschermingsregime andere soorten). Waardplanten van de teunisbloempijlstaart zijn o.a. wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Deze planten zijn in het plangebied niet aanwezig.

Een functie voor de teunisbloempijlstaart is uitgesloten. Waardplanten van de iepenpage zijn verschillende soorten iepen. In het plangebied zijn enkele iepen aanwezig. In het plangebied zijn in 2018 waarnemingen gedaan van de iepenpage. Tijdens het veldbezoek zijn geen eitjes van de iepenpage waargenomen, maar een functie van het plangebied voor iepenpage is niet uitgesloten. Van andere beschermde soorten ongewervelden zijn geen waarnemingen bekend en is tijdens het veldbezoek ook geen geschikt leefgebied aangetroffen. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor andere beschermde soorten ongewervelden. Vissen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied heeft géén functie voor beschermde soorten vissen. Amfibieën In de omgeving zijn waarnemingen bekend van gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander (Beschermingsregime andere soorten). Voor deze soorten heeft het plangebied mogelijk een betekenis als foerageergebied. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Amfibieën van het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn of andere soorten waarvoor geen vrijstelling geldt komen in de omgeving van het plangebied niet voor. In het plangebied zelf en de directe omgeving is geen geschikt voortplantingswater aanwezig.

Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor amfibieën.

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

7

Reptielen In de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten reptielen. Tijdens het veldbezoek is geen geschikt leefgebied voor beschermde soorten reptielen aangetroffen in het plangebied. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor beschermde soorten reptielen. Grondgebonden zoogdieren Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van bever (Beschermingsregime soorten Habitatrichlijn), das, eekhoorn en steenmarter (Beschermingsregime andere soorten). Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats voor bever en das, wegens de zeer beperkte hoeveelheid vegetatie in het plangebied waar bovendien dagelijks veel verstoring door spelende kinderen plaatsvindt. De bomen in het plangebied zijn niet geschikt voor eekhoornnesten, omdat deze zich niet in een bomenrijke omgeving bevinden. In de bomen in het plangebied zijn ook geen eekhoornnesten aangetroffen tijdens het veldbezoek. De bebouwing is geschikt als verblijfplaats voor steenmarter. In het bijgebouw zijn gaten aanwezig die de steenmarter toegang kunnen geven tot de binnenruimte (Figuur 5). Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats voor andere kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing), gezien de geringe oppervlakte van de vegetatie, gebrek aan schuilplaatsen en de hoeveelheid verstoring in het plangebied.

Het plangebied wordt mogelijk incidenteel gebruikt als foerageergebied door eekhoorn, steenmarter en kleine marterachtigen. Dit is geen essentiële functie, aangezien het een kleine oppervlakte betreft waar schuilplaatsen ontbreken en regelmatig verstoring plaatsvindt. Bovendien is er in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied van betere kwaliteit aanwezig (groene parkzone ten noorden van het plangebied).

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

8

Figuur 5

Mogelijke toegang voor steenmarter in bijgebouw.

In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van algemeen voorkomende zoogdieren zoals bosmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, rosse woelmuis en vos (Beschermingsregime andere soorten), soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. In het plangebied zijn geen konijnenkeutels of muizenholletjes aangetroffen, maar het is niet uitgesloten dat een muizenholletje gemist is. Het plangebied wordt mogelijk door muizen en egel gebruikt als leefgebied. Voor grotere algemene zoogdieren zijn er te weinig schuilplaatsen in het plangebied en vindt er te veel verstoring plaats doordat in het plangebied dagelijks spelende kinderen aanwezig zijn. Vleermuizen In de omgeving zijn waarnemingen bekend van gewone en ruige dwergvleermuis en laatvlieger (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). In de gevels bevinden zich toegangsmogelijkheden zoals stootvoegen en scheuren waardoor vleermuizen de spouw kunnen gebruiken als verblijfplaats. Om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis en laatvliegier) en de functie van de bebouwing (paarverblijf, zomerverblijf, winterverblijf of kraamverblijf) te kunnen vaststellen is nader veldonderzoek nodig. Een massawinterverblijf is in deze relatief kleine bebouwing met een woonlaag uitgesloten.

De bomen in het binnen de schoolhekken hebben geen geschikte holten en spleten die een functie kunnen hebben als

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

9

verblijfplaats. De bomen langs de straatzijde buiten de schoolhekken bevatten wel geschikte holtes. Het plangebied maakt mogelijk onderdeel uit van foerageergebied van vleermuizen. Dit zal geen essentiële functie zijn, omdat het een klein oppervlakte betreft en er in de omgeving nog voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is (bijvoorbeeld de nabijgelegen groene parkzone). Lijnvormige verbindingen die zouden kunnen functioneren als vliegroute zijn in het plangebied aanwezig in de vorm van de bomenrijen aan de straatzijdes van het plangebied. Er is geen sprake van een essentiële vliegroute, omdat de bomen verlicht worden met straatlantaarns en in de omgeving voldoende alternatieve vliegroutes in de vorm van gebouwen, tuinen en watergangen aanwezig zijn. Vogels Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de volgende soorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is 1: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief. De gebouwen in het plangebied hebben mogelijk een functie als nestplaats voor gierzwaluw. De dakranden en openingen in de muren bieden toegang tot potentiele nestplaatsen voor gierzwaluw. Gierzwaluwen gebruiken een groot gebied als foerageergebied en zullen ook wel eens foerageren boven het plangebied.

Het plangebied heeft geen essentiële foerageerfunctie, omdat gierzwaluwen een groot foerageergebied gebruiken en hoog in de lucht jagen. Voor huismus zijn er in het plangebied geen nestplaatsen aanwezig, de gebouwen hebben een plat dak zonder dakpannen. Het plangebied heeft mogelijk een functie als foerageergebied voor huismus, maar dit is geen essentiële functie, omdat het een klein oppervlakte betreft en er in de omgeving nog voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is van betere kwaliteit. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen waargenomen. Voor andere soorten vogels waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is heeft het plangebied geen functie als nestplaats en foerageergebied. De bomen in het plangebied waren goed te inspecteren op nesten (nog geen blad aan de boom). Er zijn geen (potentiële) nesten van roofvogels vastgesteld, op grond waarvan deze nesten uitgesloten kunnen worden. De bomen zijn ook ongeschikt voor vogels met een jaarrond beschermd nest, omdat in de omgeving veel verstoring plaatsvindt door de huidige functie als school en wegen rondom de bomen. De bomen hebben ook een te open en lage kroon. Het plangebied vormt geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is. In verschillende bomen zijn nesten aangetroffen van voornamelijk ekster en houtduif.

1 Op grond van door het voormalige ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende

soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

10

Effecten van de ingreep Iepenpage Indien iepenpage eitjes afzet in het plangebied, zorgt de ingreep (rooien van bomen) voor het vernietigen van de eitjes van iepenpage en het vernielen van voortplantingsplaatsen en leefgebied van de iepenpage. Steenmarter Het bijgebouw heeft mogelijk een functie als verblijfplaats van steenmarter. De sloop van de bebouwing zorgt in dat geval voor vernietiging van een voortplantingsplaats en/of rustplaats. Overige grondgebonden zoogdieren De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende zoogdieren treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De huidige staat van instandhouding van deze soorten komt door de ingreep niet in het geding. De zorgplicht is wel van toepassing, beschermende maatregelen zijn uitgewerkt in deze notitie. Vleermuizen Indien vleermuizen de gebouwen en bomen als een verblijfsplaats gebruiken, zorgt de sloop en kap voor het vernietigen van deze verblijfplaatsen en mogelijk het doden van dieren. Vogels De sloop van de bebouwing kan leiden tot vernietiging van nestlocaties van gierzwaluw en het doden van exemplaren.

De voorgenomen ingreep in het plangebied kan zorgen dat broedgevallen van algemene vogelsoorten vernietigd worden of verstoord worden. Andere soorten Negatieve effecten op andere beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied namelijk geen betekenis. Beoordeling Wet natuurbescherming • Risico op het vernietigen van eitjes en leefgebied van iepenpage (overtreding artikel Wnb 3.10 lid 1b). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het plangebied te bepalen. De Gedragscode soortbescherming voor gemeenten is mogelijk van toepassing bij ruimtelijke ingrepen. • Risico op vernietigen van voorplantingsplaats/rustplaats van beschermde steenmarter (overtreding artikel Wnb 3.10 lid 1b). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het bijgebouw te bepalen. De Gedragscode soortbescherming voor gemeenten is mogelijk van toepassing (afhankelijk van functies steenmarter). • Risico op vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen en het doden van vleermuizen (overtreding artikel Wnb 3.5 lid 2 en 4). Nader veldonderzoek is nodig om

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

11

•

•

•

functie van de bebouwing en bomen te bepalen. De Gedragscode soortbescherming voor gemeenten is mogelijk van toepassing (afhankelijk van functies vleermuizen. Risico op vernietigen/verstoren van nestplaatsen van gierzwaluw (overtreding artikel Wnb 3.1 lid 2). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van de bebouwing voor de gierzwaluw te bepalen. De Gedragscode soortbescherming voor gemeenten is mogelijk van toepassing. Risico op vernietigen/verstoren van broedgevallen van algemene soorten vogels (Wnb artikel 3.1 lid 2). Maatregelen zijn nodig om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Het project veroorzaakt geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden (stikstofbeoordeling is geen onderdeel van deze toetsing), NNN en regels van Houtopstanden uit Wnb zijn niet van toepassing.

Nader onderzoek Iepenpage Inspectie iepen in het plangebied op vliegende imago’s in de vliegtijd van iepenpage (15 juni tot 15 augustus). Steenmarter Sporenonderzoek binnenzijde bijgebouw op verblijfplaats steenmarter. Indien dat niet goed mogelijk is plaatsen van cameraval om de aanwezigheid van dieren, jongen en voedseltransport waar te nemen. Het sporenonderzoek kan het gehele jaar uitgevoerd worden, het cameraval onderzoek het best in de voortplantingsperiode in de maanden maart-mei. Vleermuizen Vaststellen verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing en bomen volgens het vleermuisprotocol (versie 2021). Dit onderzoek bestaat in totaal uit vijf ronden (i.v.m. uitgesloten massawinterverblijf) bij goede weersomstandigheden in de periode mei t/m september: • Een ochtendronde van 2 uur voor zonsopkomst en twee avondronden van 2 uur vanaf zonsondergang in de periode half mei- half juli (een avondronde uitvoeren in juni); • Twee avondronden in de periode half augustus – september van 2 uur die starten 1 uur na uitvliegen (zonsondergang). Gierzwaluw Het vaststellen van de aan- of afwezigheid van broedende gierzwaluwen door drie gerichte veldbezoeken uit te voeren in de periode 15 mei tot en met 15 juli, waarvan tenminste één inventarisatieronde tussen 20 juni en 7 juli in verband met de aanwezigheid van jongen.

De inventarisatieronden worden uitgevoerd tussen twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang bij goede weersomstandigheden (droog, weinig wind). Randvoorwaarden voor werkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep • Het verstoren van vogelnesten die in gebruik zijn moet voorkomen worden om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Dit kan door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

12

•

•

geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode maart tot augustus. Indien tijdens de werkzaamheden grondgebonden zoogdieren (muizen of egel) of verblijfplaatsen van deze dieren worden aangetroffen, worden maatregelen genomen om te zorgen dat deze dieren niet worden gedood. Verplaats dieren naar een beschutte locatie buiten het bereik van de werkzaamheden Voor iepenpage steenmarter, vleermuizen en gierzwaluw worden op basis van de resultaten van veldonderzoek de benodigde randvoorwaarden en maatregelen bepaald.

Aanbevelingen Om de natuurwaarden van het plangebied te behouden of te verbeteren worden een aantal aanbevelingen gedaan. Met name de randen van het plangebied spelen een belangrijke rol in de continuering van de groene parkzone door de wijk Weezenhof. Daarnaast zijn er ook kansen voor natuurinclusief bouwen. Deze zijn ook terug te vinden op bijgeleverde kansenkaart. • Zorg tijdens de bouw dat zo veel mogelijk groenelementen behouden blijven. Met name de bomen in het plangebied zijn van belang om te behouden. Voorkom zoveel mogelijk verstoring van de groenelementen in en rondom het plangebied. Werk alleen tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien het nodig is verlichting te gebruiken, zorg dat deze alleen uitstraalt naar het werkgebied en materiaaldepots en niet naar de omgeving. • Richt het terrein groen in door bijvoorbeeld zandbaden voor huismus, grasbetontegels of zandvoegen voor graafbijen en andere bestuivers en een stapelmuur met bloeiende kruiden. • Plant mantel-zoom structuren langs de randen van het plangebied aan met kruiden en faunarijke graslandjes en beheer deze ecologisch. • In de nieuwbouw wordt geadviseerd nest- en verblijfplaatsen voor gierzwaluw, huismus en vleermuizen te implementeren. Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met J. Daamen of G. Hoefsloot. Referenties Bureau Waardenburg, 2021.

Stappenplan Wet natuurbescherming gemeente Nijmegen. Bureau Waardenburg, Culemborg. Stadswerk 2021, Gedragscode soortbescherming voor gemeenten.

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

13

Akkoord voor uitgave:

Kwaliteitszorg Bureau Waardenburg bv D. Emond

Paraaf: Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

Quickscan Wet natuurbescherming Dependance Prins Clausschool, Nijmegen

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=cdf40582-fc44-4d6e-830b-9cc358a48876