CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Advies Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

Besluitronde (raadsvergadering) 27 maart 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ongewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen West -12 (Fanfarestraat 51-53) (07/2024)1.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE NIJMEGEN t.a.v. de heer M. Doove Mariënburgsestraat 26 6511 RN NIJMEGEN

Sector Brandweer Team Omgevingsveiligheid Postbus 1120 6501 BC Nijmegen

Datum: Uw kenmerk: Betreft:

28 juni 2023

Contactpersoon N. van Voorst 06-16301554 nandi.van.voorst@vrgz.nl

Referentie: Bijlage(n):

2023-004588 2

Zaaknummer 2023-004588 Advies concept-bestemmingsplan Nijmegen West - 12, Fanfarestraat 51-53 Nijmegen

Geachte heer Doove, U heeft de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid gevraagd om een deelbijdrage te schrijven voor de ruimtelijke veiligheid binnen het concept-bestemmingsplan Nijmegen West - 12, Fanfarestraat 51-53, Nijmegen. Het betreft de voorgenomen ontwikkeling van appartementencomplexen en groene ontmoetingsplekken. In deze brief treft u ons advies aan. De inhoud mag u lezen als een advies voor een optimalisering van veiligheidsaspecten. Daar waar harde wettelijke normen in het geding zijn, zal daar expliciet op worden gewezen.

Externe veiligheid Op basis van de EV-signaleringskaart kan worden geconcludeerd dat er drie relevante bronnen in de buurt van het plangebied liggen (zie bijlage 1 voor alle veiligheidsafstanden): 1. Spoorroute 64H (Den Bosch Diezebrug aansl. – Ressen Noord). Hierover vindt vervoer van verschillende soorten gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt op 520 meter afstand. Daarmee reikt enkel het invloedsgebied van stofcategorie B2 (toxische gassen met invloedsgebied van 995 meter) en D4 (toxische vloeistoffen met invloedsgebied van > 4.000 meter) over het plangebied. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen is het maatgevende scenario het ontstaan van een gifwolk. 2. Maas-Waalkanaal (Maascorridor). Hierover vindt vervoer van verschillende soorten gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt op 540 meter afstand. Daarmee reikt enkel het invloedsgebied van stofcategorie LT1 (toxische vloeistoffen met invloedsgebied van 600 meter) en GT3 (toxische gassen met invloedsgebied van 1.070 meter) over het plangebied. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen is het maatgevende scenario het ontstaan van een gifwolk. 3. Rijksweg A73 (wegvak G26/G27). Hierover vindt vervoer van verschillende soorten gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt op 2.800 meter afstand.

Daarmee reikt enkel het invloedsgebied van stofcategorie GT4 (toxische gassen met invloedsgebied van 1070 meter) over het plangebied. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen is het maatgevende scenario het ontstaan van een gifwolk.

Op basis van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een verantwoording nodig van de bestrijdbaarheid (bereikbaarheid hulpdiensten en bluswatervoorzieningen) en zelfredzaamheid nodig. Zie hiervoor de punten verderop in dit advies. Veilige energietransitie Energietransitie is een proces waarin de energiehuishouding van Nederland in de komende decennia aangepast wordt om de uitstoot van CO2 te verminderen en minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van windturbines en zonnepanelen als energie-opwekkers en het gebruik van waterstof en lithium-ion-batterijen als energiedragers. Het planvoornemen voorziet niet in een initiatief op het gebied van de energietransitie, dus eventuele risico’s hoeven niet te worden beschouwd. Overstromingsrisico en/of wateroverlast Na raadpleging van overstroomik.nl kan worden geconcludeerd dat bij overstroming van het plangebied het water tot maximaal 2 meter hoog komt te staan. Het planvoornemen voorziet in appartementencomplexen waar bewoners de mogelijkheid hebben om naar verdiepingen te evacueren die hoger liggen dan 2 meter. Het planvoornemen voorziet niet specifiek in appartementen voor verminderd zelfredzamen. Het uitgangspunt is dus dat bewoners zichzelf in veiligheid kunnen brengen.

Daarnaast voorziet het planvoornemen ook niet in de aanleg van vitale infrastructuur (gasleidingen, elektra, water, data- en verdeelstations, mobiele netwerken, centrales etc.) die kwetsbaar zijn in geval van een overstroming. Eventuele risico’s hoeven dus niet nader te worden beschouwd. Tot slot is het belangrijk om rekening te houden met wateroverlast na hevige regenval. Dit vanwege de veiligheid van bewoners, de bereikbaarheid van het plangebied, het risico op uitval van vitale voorzieningen en risico’s door verzakkingen. Na raadpleging van de klimaateffectatlas.nl kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen wateroverlast heeft na een hevige regenbui. Natuurbrandrisico en droogtestress Onder natuurgebieden met een (hoog) natuurbrandrisico worden gebieden met heide, veen, duinen en bos verstaan. In Gelderland-Zuid kent met name het oostelijk deel van de regio dergelijke vegetatie. Het risico op een (onbeheersbare) brand in dergelijke gebieden neemt door de trend van steeds warmere zomers en langdurige perioden met weinig neerslag verder toe. Na raadpleging van de klimaateffectatlas.nl kan worden geconcludeerd dat het plangebied niet ligt in een gebied waar grote natuurbranden kunnen plaatsvinden. Daarnaast is het ook belangrijk om rekening te houden met hitte- en droogtestress vanwege het droog kunnen vallen van bluswatervoorzieningen en risico’s door verzakkingen.

Na raadpleging van de klimaateffectatlas.nl kan worden geconcludeerd dat het plangebied niet in een gebied ligt dat wordt gekenmerkt door droogtestress. Evenementenveiligheid Het planvoornemen voorziet niet in de organisatie van een evenement, dus eventuele risico’s hoeven niet te worden beschouwd. Verkeersveiligheid Het planvoornemen voorziet niet in een initiatief met bijzondere of grote verkeer aantrekkende werking, dus eventuele risico’s hoeven niet te worden beschouwd. Sociale veiligheid Het planvoornemen voorziet is woningbouw, dus het advies is om te voldoen aan de eisen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Denk bijvoorbeeld aan goed hang- en sluitwerk, verlichting en een rookmelder of goede verlichting in de buurt.

Bestrijdbaarheid hulpdiensten Bluswatervoorziening De bluswatervoorzieningen nabij het plangebied zijn niet toereikend genoeg. De afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde primaire bluswatervoorziening (ondergrondse brandkraan) is op de meeste punten meer dan 40 meter, en voldoet daarmee niet aan het Bouwbesluit. Het advies is om een primaire bluswatervoorziening te realiseren met een minimumcapaciteit van 60 m3/u. In bijlage 2 worden de vereisten genoemd bij verschillende soorten bluswatervoorzieningen. De afstand tussen de opstelplaats en een geboorde put mag niet groter zijn dan 2 meter en de geboorde put dient tot op 4 meter te bereiken zijn met een blusvoertuig. Voor een tankautospuit kunnen de volgende afmetingen worden aangehouden voor een opstelplaats, (deze kan en zal vaak samenvallen met de openbare weg, zie ook afbeelding 4.12): • Een breedte van 4,5 meter • Een lengte van 10 meter • Een vrije doorgangshoogte van 4,2 meter • Bestand tegen een aslast van 11,5 ton • Bestand tegen het maatgevende totaalgewicht van de basisvoertuigen die bij een veiligheidsregio in gebruik zijn. In de regel is dit minimaal 15 ton. Bereikbaarheid De erftoegangswegen in het plangebied dienen aan bepaalde vereisten te voldoen wil het plangebied te bereiken zijn voor hulpdiensten.

Op erftoegangswegen (de wegen binnen het verblijfsgebied) dient voldoende ruimte te zijn om hulpdienstvoertuigen doorgang te kunnen geven, waardoor een minimale berijdbare breedte van 4.50 meter nodig is. Verkeersdeelnemers dienen uit te kunnen wijken om het hulpdienstvoertuig passeerruimte te geven. Daarnaast dient er een vrije hoogte van minimaal 4,2 meter boven de kruin van de weg te zijn en een binnenbochtstraal van ten minste 5,5 meter. Doodlopende routes hebben specifieke eisen op basis waarvan de breedte van de weg gebaseerd is. In onderstaande afbeelding wordt per situatie aangegeven welke breedte van toepassing is. 1. Normale situatie, geen doodlopende route: bereikbaarheid = voldoende bij wegbreedte van minimaal 3,50 meter bij eenrichtingsweg en 4,5 meter bij tweerichtingsweg; 2. Doodlopende route met keermogelijkheid: bereikbaarheid = voldoende bij wegbreedte van minimaal 4,50 meter en lengte van maximaal 80 meter; 3. Doodlopende route zonder keermogelijkheid: bereikbaarheid = voldoende bij wegbreedte van minimaal 5 meter en lengte van maximaal 80 meter; 4. Doodlopende route zonder keermogelijkheid en smaller dan 4,5 m: bereikbaarheid = voldoende bij maximale lengte van 40 meter; 5. Doodlopende weg met aftakking: bereikbaarheid = onvoldoende.

In geval van een gifwolk is het belangrijk dat hulpdiensten bovenwinds kunnen aanrijden en dus de keuze hebben tussen twee aanrijroutes. Geconcludeerd kan worden dat deze mogelijkheid er is.

Zelfredzaamheid bewoners In voorgaande beschouwing blijkt dat bewoners te maken kunnen krijgen met een hoge waterstand door overstroming en met een gifwolk als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen op een van de nabijgelegen transportroutes. Het uitgangspunt is dat bij dit planvoornemen geen functies worden gerealiseerd voor verminderd zelfredzamen. Het advies is om over deze risico’s te communiceren naar de bewoners toe en handelingsperspectieven mee te geven: 1. -

Bij een overstroming: Zoek de hoogste plek in huis op of ga naar een droge plek in de buurt. Controleer of u weg kunt komen via dakraam of ladder. Denk aan uw persoonlijke medicatie, hygiëne en EHBO-kist. Zorg voor voldoende (houdbaar) eten en (drink)water (vul uw badkuip). Sluit gas, water en elektriciteit af. Wacht op nadere instructies van hulpdiensten.

2. -

Bij een gifwolk: Blijf binnen en sluit ramen en deuren. Schakel de ventilatie uit. Wacht op nadere instructies van hulpdiensten.

Vragen en informatie? Heeft u vragen over deze brief? Neemt u dan gerust contact op met bovenvermelde contactpersoon. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid, Deze brief is digitaal aangemaakt en daarom niet persoonlijk ondertekend.

Bijlage 1: Veiligheidsafstanden externe veiligheid Spoorroute 64H (Den Bosch Diezebrug aansl. – Ressen Noord) Plaatsgebonden risicocontour Plasbrandaandachtsgebied Vervoer stoffen C3 (brandscenario) A (explosiescenario) B2/D3/D4 (gifwolkscenario)

0 meter 0 meter Grootste invloedsgebied 35 meter 460 meter 4000 meter

Maas-Waalkanaal (Maascorridor) Plaatsgebonden risicocontour Vrijwaringszone Vervoer stoffen LF1/LF2 (brandscenario) GF3 (explosiescenario) LT1/GT3 (gifwolkscenario)

0 meter 25 meter Grootste invloedsgebied 45 meter 90 meter 1070 meter

Rijksweg A73 (wegvak G26/G27) Plaatsgebonden risicocontour Plasbrandaandachtsgebied Vervoer stoffen LF1/LF2 (brandscenario) GF1/GF2/GF3 (explosiescenario) LT1/LT2/GT3/GT4 (gifwolkscenario)

15 meter 30 meter Grootste invloedsgebied 35 meter 355 meter 4000 meter

Belemmering plangebied op 520 meter afstand? Nee Nee Nee Nee Ja Belemmering plangebied op 540 meter afstand? Nee Nee Nee Nee Ja Belemmering plangebied op 2800 meter afstand? Nee Nee Nee Nee Ja

Bijlage 2: Vereisten bluswatervoorzieningen Brandkranen De volgende eisen worden gesteld aan de locatie van een brandkraan: • Rondom een brandkraan moet een obstakelvrije ruimte met een diameter van 1,8 meter zijn. • De brandkraan moet minimaal 0,4 meter van de trottoirband liggen bij langsparkeren. • De brandkraan moet minimaal 0,75 meter van de trottoirband liggen bij gestoken parkeren. • Brandkranen moeten tot op maximaal 15 meter goed door een blusvoertuig benaderd kunnen worden. • Brandkranen dienen zoveel mogelijk gesitueerd te worden bij kruispunten of brandgangen. • Er dient een maximale onderlinge afstand van brandkranen te zijn (afhankelijk van regionale afspraken). • Indien van toepassing: plaatsing van een aanwijsbordje. Het aansluiten op een ondergrondse brandkraan die 40 meter verwijderd is, kan binnen 3 minuten; 100 meter verwijderd binnen 6 minuten en 200 meter verwijderd binnen 15 minuten. Geboorde putten De eisen gesteld aan de locatie van een geboorde put: • De geboorde put moet tot op maximaal 4 meter te bereiken zijn met een blusvoertuig. • De ondergrond moet geschikt zijn voor een tweewielaangedreven voertuig. • De ondergrond moet geschikt zijn voor een voertuig van 19 ton. • De zuigbuizen moeten ‘vloeiend’ aangesloten kunnen worden. o Bij een open geboorde put door de zuigbuis in de put te kunnen hangen.

o Bij een gesloten geboorde put door met inhanger de zuigbuis aan te kunnen koppelen. o Bij een bovengronds afgewerkte geboorde put door de zuigbuis aan te kunnen koppelen. • Indien van toepassing: de plaatsing van een aanwijsbordje. • Bij een bovengronds afgewerkte put: aanrijdbeveiliging. Open water De eisen gesteld aan een opstelplaats bij open water: waar het water met de zuigbuizen van een blusvoertuig onttrokken kan worden, dient de opstelplaats tot op maximaal 4 meter te bereiken zijn. • Waar het water met een dompelpompunit onttrokken wordt, kan de opstelplaats tot op maximaal 60 meter afstand liggen. In de praktijk voldoet het opstellen op de openbare weg. • De ondergrond moet geschikt zijn voor een tweewielaangedreven voertuig. • De ondergrond moet geschikt zijn voor een voertuig van 19 ton. • Een aanduiding van de opstelplaats. • Indien mogelijk een vaste zuigbuis of straatkolk toepassen. Bluswaterriool De eisen gesteld aan een opstelplaats bij een bluswaterriool: • Het bluswaterriool moet tot op maximaal 4 meter te bereiken zijn met blusvoertuigen. • De ondergrond moet geschikt zijn voor een tweewielaangedreven voertuig. • De ondergrond moet geschikt zijn voor een voertuig van 19 ton. • Aanduiding van het bluswaterriool middels een aanwijsbordje.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=1f652837-9ffe-47cc-b2ef-4047d0ae4873