Bijlage 6 Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie Onderwerp: Vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Dukenburg Nijmegen Projectnummer: 51007039 Referentienummer: NL21-648800269-6577 Datum: 05-10-2021
1
Inleiding
De gemeente Nijmegen is voornemens om vier binnenstedelijke locaties te herontwikkelen ten behoeve van woningen (locaties Dependance Prins Clausschool, Maisonnettes Lankhorst en Streekweg 21) en bedrijvigheid (Teersdijk). De herontwikkeling van de vier locaties past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de herontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het nieuwe bestemmingsplan moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage1 nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de informatie opgenomen die nodig is voor de m.e.r.beoordeling van de voorgenomen activiteit. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2), de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4). Uit de effectbeoordeling in de voorliggende notitie blijkt dat, gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Nader onderzoek in een MER is daarom niet noodzakelijk. Doesburg
Giesbeek
Angerlo
1
Milieueffectrapportage wordt afgekort als m.e.r. als het om de procedure gaat en als MER als het om het rapport gaat.
1 (17)
2
Voornemen
In de onderstaande tabel zijn de vier herontwikkelingslocaties toegelicht. De herontwikkelingslocaties liggen in binnenstedelijk gebied, zijn goed ontsloten door (gebieds)ontsluitingswegen en liggen in de directe nabijheid van woningen. Tabel 2.1 Toelichting herontwikkeling locaties Deellocatie Voornemen Dependance Prins Clausschool Realisatie max. 30 (Weezenhof 8102 en 8106) woningen
Maisonnettes Lankhorst
Herinrichting perceel.
Streekweg 21 (voormalige schoollocatie)
Realisatie diverse innovatieve zelfbouwinitiatieven met maatschappelijke meerwaarde (combinatie woningen en ateliers). Herontwikkeling van het agrarische gebied (ca. 6 ha) tot bedrijfslocatie voor verplaatsing autoshowrooms (merkdealers) uit Winkelsteeg.
Teersdijk (Hippe Kip)
Toelichting Combinatie grondgebonden en gestapelde bouw (3 lagen). Groene inrichting die aansluit bij het naastgelegen park. Vier van de vijf maisonnettes worden gerenoveerd (verduurzaamd), een vijfde maisonnette wordt mogelijk gesloopt en herbouwd (max. 7 bouwlagen). Op de begane grond worden mogelijk garages tot werkruimten (geen detailhandel) verbouwd. Het complex bestaat nu uit (5 x 24) 120 woningen. Bij optie sloop en herbouw worden dat er (4 x 24 + 1 x 30) 126 woningen. In het Bp worden max. 130 woningen mogelijk gemaakt. Maatschappelijke meerwaarde heeft betrekking op: samen wonen, voor elkaar zorgen, wederzijdse betrokkenheid en duurzaamheid. Woonprojecten worden gerealiseerd binnen groene ruimten (omsloten door groen). Maximaal 100 woningen en 50 ateliers.
Het gebied wordt herontwikkeld op basis van een robuuste landschappelijke onderlegger, die zorgdraagt voor een goede inpassing van landschappelijke en cultuurhistorische waarden en een goede een buffer c.q. overgang van het plangebied naar de omgeving. Van het gebied wordt max. 4 ha uitgegeven (kavelgrootte ca. 1-1,5 ha), de overige 2 ha is voor inpassing en natuur.
3
Toets aan het Besluit m.e.r.
3.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De onderhavige ontwikkeling betreft de aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject, wat als activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D11.2 (zie tabel 3.1). Tabel 3.1 Activiteit D11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 01-10-2021) Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Activiteiten Gevallen Plannen D11.2 De aanleg, wijziging In gevallen waarin de De structuurvisie, of uitbreiding van activiteit betrekking bedoeld in de een stedelijk heeft op: artikelen 2.1, 2.2 ontwikkelingsproject 1°. een oppervlakte van en 2.3 van de Wet met inbegrip van de 100 hectare of meer, ruimtelijke bouw van 2°.
een aaneengesloten ordening, en het winkelcentra of gebied en 2000 of meer plan, bedoeld in parkeerterreinen. woningen omvat, of artikel 3.1, eerste 3°. een lid, van die wet. bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Kolom 4 Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Het Besluit m.e.r. geeft onder 'gevallen' per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de aanleg van het onderhavige stedelijk ontwikkelingsproject worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden, aangezien het planvoornemen minder dan 2.000 woningen betreft en de totale oppervlakte van de ontwikkelingslocaties kleiner is dan 100 hectare. Op basis hiervan geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dan dient op grond van de selectiecriteria in de 'Europese richtlijn milieueffectbeoordeling' te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Voor de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' geldt nagenoeg dezelfde beoordelingsprocedure als voor de m.e.r.-beoordeling van activiteiten die boven de drempelwaarde zitten (zie verder onder paragraaf 3.2). 3.2 Te volgen procedure Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag (gemeente Nijmegen) de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 3.1 genoemde activiteit. Op basis van deze aanmeldingsnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing te
nemen of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing2. Dit besluit moet in ieder geval zijn genomen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant3. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan. 3.3 Doel van de aanmeldingsnotitie De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen.
Er kunnen twee uitkomsten zijn: · belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet worden uitgesloten à er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; · belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op à er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r.-(beoordeling) nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke 'belangrijke nadelige gevolgen' voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit: a: Omvang van het project; b: Cumulatie met andere projecten; c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen; d: Productie afvalstoffen; e: Verontreiniging en hinder; f: Risico op ongevallen; g: Risico voor de menselijke gezondheid. 2. Plaats van de activiteit: a: Bestaand grondgebruik; b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied; c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden.
2 Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.-
beoordelingsbeslissing. 3 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.
3. Kenmerken van het potentiële effect: a: Bereik van het effect; b: De aard van het effect; c: Grensoverschrijdend karakter; d: Orde van grootte en complexiteit effect; e: Waarschijnlijkheid effect; f: Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect; g: De cumulatie van de effecten met effecten van andere projecten; i: De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen. In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van het project en de plaats van het project, en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk sprake is van (belangrijke) nadelige milieugevolgen en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.
KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het 'nee, tenzij' principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het 'nee, tenzij' principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht.
Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken.
4
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
1. Kenmerken van het project
Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)
Herontwikkeling binnenstedelijke locaties Dukenburg Het project betreft de herontwikkeling van vier binnenstedelijke locaties ten behoeve van woningen (locaties Dependance Prins Clausschool, Maisonnettes Lankhorst en Streekweg 21) en bedrijvigheid (Teersdijk). De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door een nieuw bestemmingsplan. Het betreft een project (kolom 4) in de zin van het besluit m.e.r. Het voornemen betreft activiteit D11.2 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r.
Drempelwaarden zijn: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Dit voornemen omvat: 1°. een oppervlakte van minder dan 100 hectare; 2°. een aaneengesloten gebied met in totaal maximaal 140 woningen; 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 40.000 m2.
Cumulatie met andere projecten Gebruik natuurlijke hulpbronnen4
Productie afvalstoffen5
Verontreiniging en hinder
Conclusie: het project blijft onder de drempelwaarden. Voor dit project is daarom geen 'formele' m.e.r.-beoordeling maar een 'vormvrije' m.e.r.-beoordeling nodig. In de directe omgeving zijn geen projecten bekend waarmee cumulatieve effecten kunnen ontstaan. Voor de herinrichting van de locaties (zie tabel 2.1) wordt gebruik gemaakt van vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, zoals hout, glas, (bak)steen, metaal en grond. Deze hulpbronnen worden van buiten het plangebied aangevoerd. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij het bouwrijp maken van de locaties komt (sloop)afval vrij. Ook bij de bouw van woningen en bedrijfsbebouwing (ateliers en autoshowrooms) komt (bouw)afval vrij. Afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase betreft o.a. huishoudelijk- en bedrijfsafval. (Bouw)afval wordt conform geldende wet- en regelgeving afgevoerd. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan als gevolg van het bouwverkeer (aan- en afvoer van materiaal en materieel) en de werkzaamheden tijdelijk een beperkte en lokale verslechtering van de luchtkwaliteit optreden.
In de gebruiksfase kan de verkeersaantrekkende werking leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierop wordt nader ingegaan onder '3. Kenmerken van het potentiële effect'. De ontwikkeling zal verder niet leiden tot een andere vorm van verontreiniging. Hinder: Tijdens de aanlegfase kan als gevolg van het bouwverkeer (aan- en afvoer van materiaal en materieel) en de
4
Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op, of in de nabijheid van de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 5 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.
werkzaamheden lokaal een beperkte verkeershinder en geluidhinder optreden. In de gebruiksfase zullen de woningen en bedrijvigheid leiden tot een permanente verkeersaantrekkende werking. Dit leidt tot meer verkeersbewegingen op de toeleidende wegen. De verkeersaantrekkende werking kan leiden tot geluidhinder bij omwonenden. Op mogelijke effecten als gevolg van hinder wordt nader ingegaan onder '3. Kenmerken van het potentiële effect'.
Risico op ongevallen
Risico voor de menselijke gezondheid
2. Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied.
De voorgenomen activiteit leidt niet tot geurhinder in de omgeving. Het voornemen heeft geen betrekking op activiteiten en/of inrichtingen die extra risico's met zich meebrengen in het kader van externe veiligheid. Er wordt daarom geen toename van het risico op ongevallen verwacht. Toename van de geluidbelasting en verslechtering van de luchtkwaliteit kan van invloed zijn op de gezondheid. Op mogelijke effecten op de gezondheid wordt nader ingegaan onder '3. Kenmerken van het potentiële effect'. De vier herontwikkelingslocaties liggen in binnenstedelijk gebied langs (gebieds)ontsluitingswegen en in de directe nabijheid van woningen. De herinrichtingslocaties hebben momenteel de volgende functies: · Dependance Prins Clausschool: schoollocatie; · Maisonnettes Lankhorst: woonfunctie; · Streekweg 21: voormalige schoollocatie (gebouwen reeds gesloopt); · Teersdijk: agrarische functie. De herontwikkelingslocaties liggen niet in een grondwaterbeschermingsgebied. In het plangebied komen verder geen bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor.
Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
Natuur, Wet natuurbescherming Geen van de herontwikkelingslocaties ligt in de directe nabijheid van een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000gebied betreft 'Rijntakken', dit gebied ligt op circa 5 à 6 km afstand van de herontwikkelingslocaties. Natuur, NNN en natuur buiten de NNN De herontwikkelingslocaties maken geen onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland. Natuur, Soorten Van de niet-vrijgestelde, strikter beschermde zoogdieren zijn op de herontwikkelingslocaties de volgende soorten te verwachten: Dependance Prins Clausschool: Uit de uitgevoerde Quickscan blijkt dat de locatie mogelijk een functie heeft als vaste rust -en verblijfplaats voor iepenpage, steenmarter, vleermuizen en gierzwaluw. Maisonnettes Lankforst: Uit de uitgevoerde Quickscan blijkt dat soorten uit de soortgroep vleermuizen niet uit te sluiten zijn binnen de locatie. Tijdens nader onderzoek zijn diverse verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Streekweg 21: Uit de uitgevoerde Quickscan blijkt dat de locatie mogelijk een functie heeft als vaste rust- en verblijfplaats voor das, vleermuizen en ransuil.
Teersdijk: Uit de uitgevoerde Quickscan blijkt dat de locatie mogelijk een functie heeft als vaste rust- en verblijfplaats of essentieel foerageergebied voor vermiljoenkever, das, eekhoorn, steenmarter, kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn), vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest. Op de effecten op natuur wordt nader ingegaan onder '3. Kenmerken van het potentiële effect'. Landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden Dependance Prins Clausschool: De locatie heeft geen bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ook blijkt uit het uitgevoerde bureauonderzoek een lage verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Vervolgonderzoek is daardoor niet noodzakelijk. Maisonnettes Lankhorst: De locatie heeft geen bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Voor de locatie is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. In het gebied is mogelijk
een archeologische vindplaats aanwezig. Vermoed wordt dat het hier om restanten van landgoed Dukenburg uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd gaat. Eventuele archeologische resten worden direct onder de recente bouwvoor verwacht, op een diepte van circa 20 cm. Daarnaast geldt voor de locatie een middelhoge verwachting op vondsten en sporen uit de late prehistorie. Streekweg 21: De locatie heeft geen bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ook blijkt uit het uitgevoerde bureauonderzoek een lage verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Vervolgonderzoek is daardoor niet noodzakelijk. Het gebied is middels een selectiebesluit vrijgegeven. Teersdijk: De locatie heeft de volgende landschappelijke en cultuurhistorische waarden: · waardevolle historische verkavelingsstructuur; · historische structuur Teersdijk; · in het westen is de Teersdijk als structuur in de landelijke context behouden gebleven (waardevol ensemble). Voor de locatie is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. In het gebied geldt een middelhoge verwachting op sporen en vondsten uit de late prehistorie. Op resten uit de Romeinse tijd geldt een lage tot middelhoge verwachting. Het gaat hier voornamelijk om sporen van de Romeinse weg van Nijmegen naar Wijchen en eventuele bijbehorende vondsten en sporen.
Voor de middeleeuwen en nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting. De weg zal op dat moment ook nog in gebruik zijn geweest en in het plangebied zullen voornamelijk sporen en vondsten aangetroffen kunnen worden die in verband kunnen worden gebracht met de 14eeeuwse ontginningen, landbouw en grondverbetering. Het gebied betreft een relatief ongerept stuk cultuurlandschap met een hoge ouderdom waar wat betreft het bodemarchief nog nauwelijks informatie over bekend is. Op de effecten op landschap, cultuurhistorie en archeologie wordt nader ingegaan onder '3. Kenmerken van het potentiële effect'. Overige waardevolle of kwetsbare gebieden liggen niet in of in de nabijheid van het plangebied. Op basis van (1) de kenmerken en (2) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: · Verkeershinder, geluidhinder en luchtkwaliteit; · Risico voor de gezondheid; · Aantasting van waardevolle gebieden (Natura 2000) en soorten; · Aantasting landschappelijke, cultuurhistorisch en archeologische waarden.
Op deze mogelijke gevolgen wordt bij ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Overige belangrijke nadelige gevolgen zijn niet te verwachten. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Aard van het effect Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte en complexiteit effect
Alleen de effecten van stikstofdepositie kunnen optreden tot enkele kilometers afstand van de herontwikkelingslocaties. In alle andere gevallen zullen potentiële effecten lokaal optreden, in of direct grenzend aan de herontwikkelingslocaties. De effecten van het voornemen zijn beperkt van aard. Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten. Verkeer De herontwikkelingsopgave leidt op vier locaties tot een (zeer) kleine toename van de verkeersaantrekkende werking. Zo worden op locaties Dependance Prins Clausschool, Maisonnettes Lankhorst en Streekweg 21 respectievelijk 30, 10 en 100 woningen gebouwd. Daarnaast worden op locatie Streekweg 21 ook 50 ateliers gerealiseerd. Op locatie Teersdijk worden 3 à 4 kavels uitgegeven voor de herhuisvesting van autoshowrooms. Doordat de herontwikkelingslocaties verspreidt over Dukenburg liggen, relatief beperkt van omvang zijn en ontsloten zijn door (gebieds)ontsluitingswegen van voldoende capaciteit, zal het heersende verkeersbeeld van de locaties Dependance Prins Clausschool, Maisonnettes Lankhorst en Streekweg 21 over het algemeen beperkt wijzigen (zie verkeersnotitie, Nijmegen, 7 juni 2021). Dit geldt niet voor de locatie Teersdijk, daar zal de verkeersintensiteit met circa 2.200 mvt/etm. toenemen. De locatie zal worden ontsloten via de Van Rosenburgweg.
Dit is een gebiedsontsluitingsweg die dient als invalsweg van Nijmegen vanuit Wijchen. Ten behoeve van de ontwikkeling van Teersdijk zal het wegprofiel beperkt worden aangepast in verband met bevoorradend verkeer van en naar de bedrijven. De verkeersafwikkeling wordt daardoor geborgd. Conclusie: het voornemen leidt niet tot belangrijk nadelige effecten voor de verkeersafwikkeling. Geluid De herontwikkelingslocaties zijn goed ontsloten door (gebieds)ontsluitingswegen. De realisatie van de woningen en de ateliers (Dependance Prins Clausschool, Maisonnettes Lankhorst en Streekweg 21) leiden lokaal tot een (zeer) beperkte toename van de verkeersintensiteiten. Een toename van de verkeersintensiteit met 20% leidt tot een geluidstoename van iets minder dan 1 dB, dit is voor het menselijk oor niet/nauwelijks hoorbaar. De beperkte toename van het verkeer zal daarom bij deze herontwikkelingslocaties waarschijnlijk niet/nauwelijks leiden tot een waarneembare toename van geluidhinder. Dit geldt niet voor de locatie Teersdijk, daar zal de verkeersintensiteit wel aanzienlijk toenemen, namelijk met circa
2.200 mvt/etm. Maar aangezien de locatie wordt ontsloten via de Van Rosenburgweg, waarlangs geen geluidgevoelige bestemmingen liggen, wordt geluidshinder niet verwacht. Conclusie: er is geen sprake van belangrijk nadelige effecten als gevolg van geluid. Luchtkwaliteit De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie CO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Voor de herontwikkelingslocaties Dependance Prins Clausschool, Maisonnettes Lankhorst en Streekweg 21 geldt dat de wijziging ten opzichte van de bestaande situatie geen toename van meer dan 3% zal veroorzaken. Voor de locatie Teersdijk is voor NO2 een toename berekend van 1,51 μg/m3, zijnde 3,8% (zie notitie luchtkwaliteit, 16 juni 2021). Dit is mogelijk "in betekenende mate". Uit de notitie luchtkwaliteit blijkt echter dat de jaargemiddelde concentratie NO2 ver onder de wettelijke grenswaarde liggen. De toename van de concentratie NO2 zal daardoor niet leiden tot overschrijding van de grenswaarde voor NO2. Conclusie: er is geen sprake van belangrijk nadelige effecten voor de luchtkwaliteit.
Risico voor de menselijke gezondheid Uit de bovenstaande effectanalyses voor geluid en luchtkwaliteit blijkt dat er geen noemenswaardige effecten optreden. Effecten als gevolg van geluid en luchtkwaliteit op de gezondheid kunnen daardoor worden uitgesloten. Conclusie: er is geen sprake van belangrijk nadelige effecten voor de gezondheid. Natuur Wet natuurbescherming, Natura 2000-gebieden Het dichtst bijgelegen Natura 2000-gebied betreft Rijntakken, dit gebied ligt op circa 5 à 6 km afstand van de herontwikkelingslocaties. Gezien de afstand van dit Natura2000gebied ten opzichte van de ontwikkelingslocaties, zijn negatieve effecten als gevolg van oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verstoring (geluid, licht, beweging) en verdroging uitgesloten. Wel is een indirect effect als gevolg van extra stikstofdepositie op de hiervoor gevoelige habitattypen in Natura2000-gebied Rijntakken mogelijk. Om de stikstofdepositie inzichtelijk te maken is een stikstofberekening uitgevoerd (Nijmegen, 17 augustus 2021). Uit de berekening blijkt dat de
toename van de stikstofdepositie door de herontwikkelingslocaties in de gebruiksfase niet groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Significant negatieve effecten op het Natura2000-gebied Rijntakken (en ook de verder weg gelegen Natura2000-gebieden) kunnen daardoor op voorhand worden uitgesloten. Wet natuurbescherming, Soortenbescherming In alle vier de herontwikkelingslocaties komen algemeen voorkomende zoogdiersoorten en broedvogels voor (zie uitgevoerde quick scan's). Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Wel geldt de zorgplicht voor deze soorten, wat in houdt dat maatregelen moeten worden getroffen om negatieve effecten op deze soorten (en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb) te voorkomen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het werken buiten het broedseizoen of door broedplaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt te maken. Dergelijke maatregelen worden geborgd in het bestemmingsplan, zodat negatieve effecten op deze soorten kunnen worden uitgesloten. Naast de algemeen voorkomende soorten komen mogelijk ook enkele striktere beschermde soorten voor, waarvoor mogelijk een ontheffing noodzakelijk is (zie toelichting bij 2. Plaats van de projecten). Nader veldonderzoek is hiervoor noodzakelijk.
Indien tijdens het nader veldonderzoek blijkt dat deze striktere beschermde soorten daadwerkelijk in het gebied voorkomen dan dient ontheffing te worden aangevraagd. In het kader van de ontheffingsaanvraag Wnb dient dan een activiteitenplan te worden opgesteld. In het activiteitenplan moet onder andere worden ingegaan het wettelijk belang van de aanvraag en op mogelijke mitigerende maatregelen. Mitigerende maatregelen hebben betrekking op de werkzaamheden (werkwijze), tijdelijke effecten en definitieve maatregelen om het plangebied opnieuw geschikt te maken voor deze soorten. Na het verlenen van de ontheffing worden bij de herontwikkelingslocaties de mitigerende maatregelen zoals beschreven in de ontheffingsaanvragen in acht genomen, waardoor negatieve effecten kunnen worden voorkomen. Natuur, NNN en natuur buiten de NNN De herontwikkelingslocaties maken geen onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland. Conclusie: door zorgvuldig te handelen (zorgplicht) en het treffen van mitigerende maatregelen (zie ontheffingsaanvragen) kunnen belangrijk nadelige effecten op algemeen voorkomende en beschermde soorten worden voorkomen.
Landschap, cultuurhistorie en archeologie De herontwikkelingslocaties Dependance Prins Clausschool en Streekweg 21 hebben geen bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Maisonnettes Lankhorst: Deze locatie heeft geen bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden, wel heeft het gebied archeologische waarden. Om te voorkomen dat archeologische waarden worden aangetast, wordt geadviseerd om bij toekomstige ontwikkelingen de bodemopbouw en eventuele verstoringen in beeld te brengen door een archeologisch booronderzoek. Dit betekent dat wanneer in het gebied bodemingrepen zullen plaatsvinden, er altijd vanwege het aspect archeologie een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd. De gemeente zal dan beoordelen of door de voorgenomen ingreep archeologische waarden worden bedreigd en bepaalt dan welke eisen ter bescherming van archeologie aan de ontwikkeling verbonden moeten worden. In het bestemmingsplan is voor deze locatie de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2 opgenomen. Aangezien de archeologische waarden in het gebied zijn beschermd via het bestemmingsplan (dubbelbestemming) en de verplichting om vanwege het aspect archeologie een omgevingsvergunning aan te vragen, kunnen negatieve effecten worden voorkomen. Teersdijk: De locatie Teersdijk is een agrarisch gebied met landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
Door de beoogde ontwikkeling (huisvesting autoshowrooms) wordt het cultuurhistorisch waardevolle ensemble en de verkavelingsstructuur aangetast. De landelijke context zal daardoor grotendeels verdwijnen. Om de historische context van de Teersdijk en de herinnering aan het agrarische verleden van het gebied herkenbaar te houden wordt geadviseerd om bij de herontwikkeling rekening te houden met de volgende aandachtspunten: · Een goede landschappelijke inpassing van de Teersdijk met een landschappelijke buffer tussen de nieuwe bebouwing en de dijk, met doorzichten vanaf de dijk richting de Van Rosenburgweg en een landschappelijke zone aan de oostzijde van het plangebied. Tussen de uit te geven kavels zal sprake moeten zijn van vrije doorzichten op en vanaf de Teersdijk. · Het profiel van de Teersdijk met aan weerszijden groene zones vast te leggen als 'cultuurhistorisch waardevolle dijk'. · Geen ontsluitingen vanaf de Teersdijk op de nieuw te ontwikkelen percelen. In het gebied kunnen archeologische waarden vanaf circa 70 cm beneden maaiveld worden verwacht. Om te voorkomen dat archeologische waarden worden aangetast, wordt geadviseerd om
bij toekomstige ontwikkelingen de bodemopbouw en eventuele verstoringen in beeld te brengen door een archeologisch booronderzoek. Dit betekent dat wanneer in het gebied bodemingrepen zullen plaatsvinden die dieper gaan dan 70 cm beneden het bestaande maaiveld er vanwege het aspect archeologie een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd. De gemeente zal dan beoordelen of door de voorgenomen ingreep archeologische waarden worden bedreigd en bepaalt dan welke eisen ter bescherming van archeologie aan de ontwikkeling verbonden moeten worden. In het bestemmingsplan is voor deze locatie de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2 opgenomen. Aangezien de archeologische waarden in het gebied zijn beschermd via het bestemmingsplan (dubbelbestemming) en de verplichting om vanwege het aspect archeologie een omgevingsvergunning aan te vragen, kunnen negatieve effecten worden voorkomen.
Waarschijnlijkheid effect
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect De cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten
De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen
Conclusie: door een zorgvuldige inpassing van Teersdijk en de borging van archeologische waarden via het bestemmingsplan (dubbelbestemming) en omgevingsvergunning kunnen belangrijk nadelige effecten op landschap, cultuurhistorie en archeologie worden voorkomen. In de aanlegfase zal er tijdelijk overlast zijn voor omwonenden als gevolg van bouwverkeer en aanlegwerkzaamheden. In de gebruiksfase worden geen belangrijk nadelige effecten verwacht. De effecten in de aanlegfase (bouwverkeer, geluid, luchtkwaliteit) zijn tijdelijk, na de bouwfase verdwijnen deze effecten. In de gebruiksfase worden geen belangrijk nadelige effecten verwacht. In de directe omgeving zijn geen projecten bekend die planologisch reeds mogelijk zijn (die nog niet zijn gerealiseerd), waarmee de effecten van het voornemen zouden kunnen cumuleren. Wel spelen een aantal ontwikkelingen (m.n. wonen) in Dukenburg, maar deze zijn nog niet in voldoende mate uitgewerkt en worden op een later moment planologisch mogelijk gemaakt. Voor de aspecten natuur en landschap, cultuurhistorie en archeologie zijn maatregelen voorgesteld om effecten te mitigeren. Bij de overige aspecten treden geen/nauwelijks effecten op waardoor mitigatie van effecten niet aan de orde is.
De mitigerende maatregelen betreffen: Natuur: · werkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen of broedplaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt te maken; · werken volgens conform een Ecologisch Werkprotocol. Daarnaast worden de mitigerende maatregelen in acht genomen, zoals beschreven in de ontheffingsaanvragen voor de striktere beschermde soorten.
Landschap en cultuurhistorie: · landschappelijke inpassing van Teersdijk. Archeologie: · uitvoeren archeologisch booronderzoek om bodemopbouw beter in beeld te brengen. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Nader onderzoek in een MER is dan ook niet noodzakelijk.
Verantwoording
Titel Projectnummer
Aanmeldingsnotitie bestemmingsplan Dukenburg Nijmegen 51007039
Referentienummer
NL21-648800269-6577
Datum
05-10-2021
Auteur
Cor van Duin
E-mailadres
cor.vanduin@sweco.nl
Gecontroleerd door
Matthijs Vrij Peerdeman
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd
Lourens Hogenbirk