Bijlage 5 Evaluatie Lokaal Plan Jeugd gemeente Nijmegen bij het Regioprogramma Jeugd
Tekst van het document
Evaluatie Lokaal Plan Jeugd gemeente Nijmegen bij het Regioprogramma Jeugd Inleiding en context In het Regioprogramma Jeugd 2023-2028 zijn leidende principes, ambities en doelen voor de komende jaren benoemd en de regionale opgaven geschetst. Het programma is een regionale vertaling van de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, die gemeenten en het Rijk overeen zijn gekomen om de knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken. In het Regioprogramma is aangegeven waar het zwaartepunt van de aanpak op regionaal niveau ligt en waar de koppeling zit met lokale verantwoordelijkheden. Voor de gemeente Nijmegen hebben we hieraan een lokaal plan toegevoegd. Hierin is uitgewerkt hoe we lokaal opgavegericht werken aan de ambities en doelen zoals we die samen met de andere gemeenten uit de regio Rijk van Nijmegen hebben geformuleerd. Dit doen we langs drie opgavesporen: 1. 2. 3.
Een sterke basis voor kinderen en jongeren Krachtige Buurtteams en normalisering Meer bestaanszekerheid, meer maatwerk en stevige regie bij multiproblematiek
Met deze evaluatie van het lokaal plan informeren we de gemeenteraad over de stand van zaken en geboekte voortgang van afgelopen jaar.
1. Een sterke basis voor kinderen en jongeren In het door de raad vastgestelde beleidskader Samenwerken, samen sterk is de ambitie en aanpak voor de versterking van de sociale basis geschetst. Jeugd is hier nadrukkelijk een onderdeel van. De start 1.
Versterken sociale basis: preventieprogramma’s jeugd
In alle stadsdelen van Nijmegen (m.u.v. het centrum) zijn preventieplatforms actief, gericht op de jeugd van 12 jaar en ouder. In een aantal stadsdelen gebeurt dit ook gericht op de jeugd van 0-12 jaar. Aan dit preventieplatform nemen diverse professionals uit de wijk deel die betrokken zijn bij het opvoeden en opgroeien van de jeugd. Denk hierbij aan jongerenwerkers, jeugdcoaches en de buurtsportcoaches. Op basis van een gezamenlijke analyse stellen zij gedeelde prioriteiten centraal voor de wijk. Deze preventieplatforms hebben diverse interventies en aanpakken op wijkniveau geïmplementeerd afgelopen jaar. Een kleine greep hieruit: -
-
-
In Dukenburg en Zuid is op basis van een analyse van cijfers en duiding met bewoners gekozen voor het stimuleren van beweegactiviteiten voor peuters. Dit heeft onder meer geleid tot een aanbod voor peutergym in de wijk en ouder-peuterochtenden waarbij verschillende disciplines betrokken zijn (zoals een diëtist en fysiotherapeut). In Dukenburg is een handreiking ‘aanbod mentale gezondheid jeugd’ ontwikkeld, waarin professionals het aanbod van laagdrempelige activiteiten en ondersteuning dichtbij voor bewoners kunnen raadplegen. Deze wordt inmiddels vertaald naar andere stadsdelen. In Nijmegen Noord hebben de partners gezamenlijk een wijkvisie op opgroeien en opvoeden geschreven. Hierin staan collectieve veerkracht, normaliseren en werken vanuit de context en de sociale basis centraal. Deze visie is vertaald in een model ‘de hand van Noord’ en verder uitgewerkt in een brede campagne rondom gedragsverandering.
-
Afgelopen jaar is het aantal stadsdelen waarbij men zich richt op de jongere jeugd (tot 12 jaar) uitgebreid met Lindenholt. In Lindenholt zijn verschillende subgroepen van professionals en bewoners aan de slag met de thema’s taalontwikkeling, vriendschap en opvoeding. Zij stellen met elkaar een plan van aanpak op om deze onderwerpen te versterken in de wijk.
Daarnaast is een stedelijke werkgroep gestart op het thema mentaal welbevinden. Deze groep bestaat uit een afvaardiging van wijkprofessionals, aangevuld met stedelijke expertise en jongeren. Zij gaan met elkaar in kaart brengen wat de huidige situatie is, welke bestaande interventies er zijn en hoe deze kunnen bijdragen aan versterking op wijkniveau. Voor 2024 en 2025 willen we de verbinding met zowel de opgave ‘sturing op de sociale basis’ als het programma ‘preventie met gezag’ versterken. Daarnaast willen we het aantal preventieplatforms gericht op de leeftijd 0-12 jaar verder uitbreiden naar Nijmegen West. 2.
Meer inclusie: Netwerk jonge Kind
Steeds meer jonge kinderen stromen vanwege achterstanden, beperkingen en andere problematiek vanuit de kinderopvang (met name vanuit de voorschool) in in specialistische zorgvoorzieningen zoals dagbehandeling. Dit is een trend die contrair is aan het streven naar meer inclusie. We hebben onze netwerksamenwerking rondom jonge kinderen versterkt door partijen die actief zijn in de sociale basis, de kinderopvang, het onderwijs, de Buurtteams Jeugd en Gezin, de jeugdgezondheidszorg en specialistische zorgaanbieders bijeen te brengen in het Netwerk Jonge Kind. Met dit Netwerk Jonge Kind hebben we geïnvesteerd in een versterking van de netwerksamenwerking rondom en de pedagogische basis voor jonge kinderen: -
-
-
We hebben in Noord, Lindenholt, Dukenburg en Hatert omgevingen opgezet waarin betrokken partijen casussen bespreken en daarvan leren, Centraal daarbij staat de vraag hoe we meer inclusieve en normale oplossingen kunnen vinden voor jonge kinderen in plaats van direct denken aan specialistische zorgvoorzieningen. Op de Driemaster en Montessori Dukenburg zijn samen met Samenwerkingsverband Stromenland binnen het regulier onderwijs jonge kindgroepen ingericht voor kinderen die normaliter in het SBO of SO zouden instromen, maar waarvan verwacht wordt dat een ‘zachte landing’ in een tijdelijk kleinere klas het volgen van regulier onderwijs mogelijk zou kunnen maken. We participeren als gemeente in het recent gestarte Overleg Zorg Onderwijs Nijmegen (OZON) waarin we bestuurlijk met onderwijs en kinderopvang lijnen inzetten om inclusie en normalisering te stimuleren in het netwerk. Binnen OZON en het Netwerk Jonge Kind werken we aan een gemeenschappelijke agenda voor de doelgroep 0 tot en met 12 jaar. Deze beogen we in 2025 te presenteren.
Het resultaat van deze inspanningen is dat het aantal jonge kinderen tot vier jaar dat gebruik maakt van jeugdzorg in de eerste helft van 2024 met 16% is afgenomen ten opzichte van de eerste helft van 2022. Voor de specifieke zorgvorm voorschoolse dagbehandeling geldt zelfs een reductie van 26%. 3.
Gelijkwaardige kansen
Onderwijs is (één van) de grootste gelijkmaker(s). Om gelijkwaardige kansen te creëren is onderwijs van hoge kwaliteit van wezenlijk belang. Door als gemeente duidelijk te sturen op taken, verantwoordelijkheden en prioriteiten, kan het onderwijs zich focussen op haar primaire verantwoordelijkheden. Hiertoe hebben we afgelopen periode het volgende gedaan: -
Vanwege de sterk gesegregeerde wijken in Nijmegen én de groei en krimp in verschillende stadsdelen, betekent dit dat wij vasthouden aan de centrale aanmelding voor het basisonderwijs én in de komende
-
-
4.
jaren keuzes moeten maken over de spreiding en het aantal basisscholen. De krimp maakt dat schoolbesturen nadenken over de spreiding en het aantal basisscholen. We zien dat zij hierin de eerste, moeilijke, keuzes aan het maken zijn. Als gemeente volgen wij dit uiteraard nauwgezet en blijven we met de schoolbesturen over deze thema's in gesprek. Complicerende factor hierin is dat wij slechts zeer beperkt invloed hebben op de opening van nieuwe scholen, door de invoering van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen in 2020. In 2024 hebben we de verordening voor het leerlingenvervoer geactualiseerd. Deze ligt in het najaar van 2024 bij de raad voor ter besluitvorming. In deze verordening hebben we onder meer sterker ingezet op het leren zelfstandig reizen met het openbaar vervoer of de fiets. Zo stellen ouders en onderwijs een ontwikkelplan op voor het vervoer en/of volgen leerlingen een vervoerstraining. In 2025 onderzoeken we of het aantal vervoerstrainingen dat we aanbieden nog verder uitgebreid kan worden, opdat meer leerlingen de kans krijgen om te leren zelfstandig te reizen. Het plan gelijkwaardige kansen in het onderwijs is vastgesteld en er is een plan voor effectmeting opgesteld. Alle interventies die in het plan zijn opgenomen zijn opgestart. Zo is bijvoorbeeld het aantal uren jongerenwerk op het voortgezet onderwijs uitgebreid op scholen die meer uren nodig hebben.
Ook is de jongerenwerker bij de ‘rode’ basisscholen gestart. De eerste geluiden hierover zijn positief. De interventies rondom de maatjesprojecten en ouderbetrokkenheid lopen. De drie partijen Move, School’s cool en Bindkracht10 werken nauw met elkaar samen in de wijk om een goed aanbod neer te zetten. De organisatie JINC is actief aan de slag gegaan met scholen en heeft ruim 400 leerlingen bereikt om hun beeld over beroepen en de arbeidsmarkt te versterken. Stimuleren brede ontwikkeling en ontplooiing
Nijmegen kent in de vorm van brede scholen een lange historie op het gebied van naschools activiteitenaanbod. Sinds de komst van de brede scholen is de context fors veranderd, maar het concept zelf is weinig doorontwikkeld. We gebruiken 2024 om met het onderwijs, Bindkracht10 en de Lindenberg het gesprek te voeren over de nieuwe werkwijze die we willen hanteren voor de brede scholen. We streven ernaar deze gesprekken in 2024 af te ronden, zodat we in het volgend schooljaar van start kunnen. 5.
Jongeren naar school of werk
Gemeenten werken al lange tijd samen met het onderwijs in de regionale aanpak voortijdig schoolverlaten. Daarnaast kent de regio ook een aanpak jeugdwerkgelegenheid. Beide aanpakken zijn samengevoegd in de aanpak jongeren naar school of werk. We werken nog aan het programma jongeren naar school of werk zoals dit in 2020 is vastgesteld. De uitvoering van dit programma loopt grotendeels volgens planning en er zijn nog kleine projecten toegevoegd, onder andere voor ISK-jongeren en een specifieke doelgroep leerlingen van pro/vso. Op dit moment zijn we in de opstartfase van het opstellen van een nieuw programma. Dit loopt enige vertraging op i.v.m. landelijke ontwikkelingen. De voorgestelde wetswijziging moet aangepast worden op basis van de uitgangspunten van het hoofdlijnenakkoord. De planning zoals we deze in de regio hebben gemaakt voor de analyse en het opstellen van het plan houden we wel aan op basis van de eerdergenoemde data. 6.
Minderen jongeren tussen wal en schip 18-/18+
Op het snijvlak van Jeugdwet en Wmo hebben we in de afgelopen jaren gezien dat jongeren soms tussen wal en schip vallen. Wij streven ernaar om in Nijmegen de overgang naar volwassenheid voor elke jongere kansrijk te laten verlopen.
Eind 2023 is de kerngroep van het netwerk Tussen Wal en Schip 18-/18+ getraind in de Doorbraakmethode door het Instituut Publieke Waarden. Het lukt steeds beter om tot maatwerk te komen bij complexe casuïstiek in de samenhang tussen de verschillende leefgebieden. De ervaring die is opgedaan met casuïstiek bij het netwerk Tussen Wal en schip, is meegenomen in de voorbereiding op de nieuwe contracten voor jeugdhulp en wmo. Hiermee hopen we zoveel mogelijk hiaten te voorkomen in de overgang van jeugdhulp naar wmo. Er is een pilot gestart met de studentenhuisvesting SSH&, voor directe bemiddeling van een studentenkamer met ambulante begeleiding voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp (met verblijf) en/of jongeren die dreigend dak- en thuisloos zijn. Elke aanpassing in wet- of regelgeving, heeft een groot risico op nieuwe tussen wal en schip situaties voor 16-27 jarigen. Dit vraagt blijvend aandacht en pragmatische oplossingen, vaak vanuit lokale regelingen. De woonvraag voor jongvolwassenen in een kwetsbare en/of complexe situatie blijft een belangrijk aandachtspunt. Jongeren die uitstromen uit jeugdhulp of maatschappelijke opvang worden als urgentiegroep genoemd in de lokale woonzorgvisie (op moment van schrijven in afrondende fase). Concreet is daarbij aandacht voor het ontwikkelen, uitbreiden en borgen van bijzondere woonprojecten voor jongvolwassenen.
Zowel gericht op de woningen zelf als op de ondersteuningsstructuur. 7.
Jongerenwerk: versterken verbinding school-wijk-jongere
Kinderen en jongeren ‘switchen’ voortdurend tussen de omgevingen school, thuis, vriendengroepen en de wijk/omgeving en de daarbij behorende leefwerelden. Een goede verbinding tussen deze leefwerelden zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen en eventuele problemen in een vroeg stadium en laagdrempelig opgelost kunnen worden. Hiertoe hebben we afgelopen periode het volgende gedaan: -
-
-
8.
Het versterken van de inzet van jongerenwerkers op het voortgezet (speciaal) onderwijs. Hiermee hebben we de aanbevelingen van het onderzoeksrapport van het lectoraat Youth Spot opgevolgd, waarin zij de gemeente adviseren om te investeren in een goede samenwerkingsstructuur tussen Bindkracht10 en het onderwijs. Concreet betekent dit dat wij voor het lopende schooljaar extra budget hebben toegekend aan Bindkracht10 om, in samenspraak met het onderwijs en het samenwerkingsverband, deze structuur te bouwen en borgen. Hierover is de raad eerder al uitgebreid geïnformeerd. De inzet van het jongerenwerk op het primair onderwijs. De jongerenwerkers van Bindkracht10 zijn sinds het voorjaar van 2024 actief op de elf PO-scholen met een hoge schoolweging. Deze inzet is gericht op het signaleren, doorverwijzen, activeren van jongeren het betrekken van ouders bij de verschillende leefwerelden van de jeugd. Ontwikkeltraject met betrekking tot een visie en beleidskader op jeugdwelzijn gestart. Om optimaal bij te dragen aan de ontplooiing en ondersteuning van jongeren in Nijmegen zijn we onze visie hierop aan het actualiseren, ook in relatie tot het programma Preventie met gezag. Dit doen we samen met de partners uit de stad. In Q1 2025 verwachten we hierop verschillende scenario’s voor de leggen aan het bestuur. Vergroten jongerenparticipatie
Afgelopen jaar hebben we deelgenomen aan het leertraject ‘democracy reloading’ bij het NJI en Erasmus+ dat gemeenten ondersteunt bij het betrekken van jongeren bij de lokale besluitvorming. Hieruit hebben we als ontwikkelpunt meegenomen dat we komende jaren een nieuwe visie op jongerenparticipatie neer willen zetten. Dit betreft onder andere het gebruik van online participatie-tools en het opzoeken van de jongeren daar waar zij zijn. Hiertoe hebben we op kleine schaal al geëxperimenteerd. Bij het opladen van het uitvoeringsplan ‘kansengelijkheid’ hebben we diverse scholen bezocht om klassikaal met leerlingen het gesprek te voeren over wensen, behoeften en risico’s die de jongeren zien. Deze input is meegenomen in het uitvoeringsplan. Hier gaan we bij de evaluatie van het plan een vervolg aan geven.
Daarnaast is de Jongerenraad Nijmegen, een afvaardiging van leerlingen van het voortgezet (speciaal) onderwijs in Nijmegen, dit schoolkaar aan de slag met het thema participatie. In Q2 2025 zullen zij een advies formuleren richting de gemeente.
2. Krachtige Buurtteams en normalisering 1.
Meer basishulp, minder indicaties
De Buurtteams Jeugd en Gezin (BJG) hebben een centrale positie in het Nijmeegse zorgnetwerk en daarmee - met hun partners - ook in het proces van lokale realisatie van de opgaven uit het Regioprogramma Jeugd. De Buurtteams Jeugd en Gezin zijn nu bijna 3,5 jaar operationeel in Nijmegen. Op basis van een positieve externe evaluatie, die is gedeeld en besproken met de raad, is de overeenkomst met BJG met drie jaar verlengd, te weten voor de periode 2025 tot en met 2027. Uiteraard zijn er ook aanbevelingen geformuleerd in de evaluatie op diverse gebieden, waarmee BJG en gemeente aan de slag gaan. In Q1 2025 wordt de raad daar nader over geïnformeerd. BJG slaagt erin om meer basishulp te bieden en het aantal indicaties voor begeleiding te verminderen. In 2023 is het aantal jeugdigen dat een begeleidingsindicatie heeft gekregen met 20% gereduceerd ten opzichte van 2022. In de eerste helft van 2024 bedraagt de reductie 24% ten opzichte van de eerste helft van 2023. Dit is het resultaat van een combinatie aan maatregelen: de bestedingsruimtes die opgelegd zijn aan zorgaanbieders, strakkere interne sturing door BJG en het kanaliseren van ambulante hulpvragen vanuit huisartsenpraktijken naar BJG. Met name het laatste is een resultaat van afspraken vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst met de koepelorganisatie van huisartsen NEO Huisartsenzorg.
In 2025 gaan we de aanpak van bestedingsruimtes voor begeleiding voortzetten en in het kader van de in de begroting opgenomen taakstelling op ambulante jeugdhulp uitbreiden naar meer zorgvormen. Specifiek voor begeleiding geldt dat we daarbij gaan inzoomen op Zorg Binnen Onderwijs (ZBO). We willen ZBO (regionaal) stapsgewijs meer collectief inrichten en financieren vanuit een lumpsum. Een tweede aanscherpingsmaatregel is het steviger sturen op kwaliteit (in het bijzonder efficiënte realisatie van zorgdoelen) bij zorgaanbieders vanuit het contractmanagement. 2.
Sterke pedagogische basisvoorzieningen en normalisering
Samenwerken met onderwijs en kinderopvang doen we altijd vanuit primaire verantwoordelijkheden. De Buurtteams werken zichtbaar en actief vanuit het primair onderwijs. Normalisering is door de jaren heen een diffuus begrip geworden. In de Nijmeegse context is deze echter in relatie tot onderwijs en kinderopvang concreet: een sterke pedagogische basis als een krachtige vorm van preventie, grotere acceptatie van verschillen in vermogens en achtergronden van kinderen en jongeren (en dus minder routinematig ‘vroegsignaleren’), niet ieder probleem vereist een zorgoplossing, niet focussen op en enkel de jeugdige maar ook zijn omgeving betrekken bij de analyse en bij het oplossen van problemen en een stevige aansluiting van de Buurtteams op het onderwijs en de kinderopvang. Wat hebben we hiertoe gedaan: -
-
Met het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Nijmegen e.o. en het Buurtteam Jeugd en Gezin hebben we voorbereidende gesprekken gevoerd voor een eerste Regionaal Team op een VO-school. De verwachting is dat we in 2025 op minstens één school kunnen starten met een constructie waarin intensief samen wordt gewerkt tussen gezinswerkers van BJG, jongerenwerk en onderwijsprofessionals. In Nijmegen Noord zijn we gestart met een pilot waarbij vanuit het perspectief van de Doorbraak-aanpak gebiedsgericht casussen worden besproken tussen het basisonderwijs, Samenwerkingsverband Stromenland en BJG. Het betreft casussen waarbij er sprake is van een gezamenlijke
-
3.
verantwoordelijkheid voor kinderen. De insteek is om de samenwerking integraal vorm te geven en niet via estafettemodel. In 2025 evalueren we de pilot en bezien we of en hoe we deze werkwijze willen uitbreiden naar andere stadsdelen. In Dukenburg en Lindenholt is een succesvolle pilot Ambulant Pedagogisch Medewerker (APM) uitgevoerd. De APM is een ervaren pedagogisch medewerker die met name in VVE-groepen maximaal drie maanden extra ondersteuning biedt aan kinderen met een (lichte) ondersteuningsbehoefte. Ook hiermee voorkomen we uitplaatsing van jonge kinderen naar specialistische zorgvoorzieningen. De APM gaan we stadsbreed invoeren. Meer collectief hulpaanbod
Collectieve vormen van basishulp zijn efficiënt en vaak ook effectiever dan individuele hulpvormen. Het ontwikkelen en uitbreiden van collectief hulpaanbod zien we als een kansrijk instrument om de taakstellende bezuinigingen op ambulante jeugdhulp vanaf 2025 te realiseren. Buurtteams Jeugd en Gezin heeft in 2024 een start gemaakt met het aanbieden van basishulp in groepsvorm, met name gericht op gedragsproblematiek. Vanaf einde dit jaar zal dit aanbod verder worden uitgebreid. BJG heeft tevens een ‘collectiveringstool’ ontwikkeld. Daarmee houden gezinswerkers de trends en patronen in de zorgvraag bij. BJG beziet op basis van deze gegevens waar ze welk collectief hulpaanbod in gaat zetten of informeert daarmee partners in de sociale basis welke preventieve en voorliggende mogelijkheden BJG ziet. Per 1 januari 2025 gaan de nieuwe contracten in voor ambulante jeugdhulpaanbieders op basis van een in 2024 afgeronde aanbesteding. In de contracten stimuleren we met financiële prikkels de omvorming van individueel zorgaanbod naar groepsaanbod. 4.
Jeugd-GGZ in de wijk
Doel is het versterken van de samenwerking tussen Jeugd-GGZ-aanbieders, Buurtteams Jeugd en Gezin, huisartsenpraktijken en het voorliggend veld. Hiertoe zijn afgelopen periode verschillende acties uitgezet. Deze inzet focust zich voornamelijk op het stadsdeel Noord, omdat hier de kosten voor jeugd-GGZ en -begeleiding het grootst zijn. -
In Nijmegen Noord hebben we een versnellingsaanpak ingericht als uitwerking van het eerder genoemde convenant tussen huisartsen, gemeente en BJG. Dit betreft onder andere een structureel casusoverleg tussen de Praktijkondersteuner jeugd vanuit de huisartsen en de gezinswerker(s) van BJG.
-
In april is de GEM (ecosysteem mentale gezondheid) gestart in Nijmegen Noord. Om gezond gedrag te versterken of ongezond gedrag te veranderen, moet je de praktische mogelijkheden hebben om dit te realiseren. Hiervoor zijn gezondheidsvaardigheden en een ondersteunende fysieke en sociale omgeving nodig, zoals hulp van ouders, leraren, coaches, toegang tot sportclubs, of andere vrijetijdsbesteding en eventueel lotgenotengroepen of andere vormen van hulp of behandeling. Uitgangspunt is dat er altijd meerdere oplossingen zijn voor een probleem, waarbij de voorkeur uitgaat naar zo eenvoudig mogelijke oplossingen in het normale dagelijkse leven.
-
Het preventieplatform in Nijmegen Noord richt zich op het versterken van gezondheidsbevordering van kinderen en hun context vanuit het model van ‘de hand van mentale gezondheid’. Het uitgangspunt hierbij is dat alle volwassenen een rolmodel-functie hebben en mentale gezondheidsvaardigheden aangeleerd kunnen worden.
In 2025 wordt een volgende slag gemaakt in deze opgave, waarbij de verschillende interventies zoals hierboven beschreven aan elkaar verknoopt worden om zo de collectieve veerkracht te versterken.
5.
Veiligheid en minder uithuisplaatsingen
Het Regioprogramma spreekt van een ontwikkelrecht voor alle kinderen onder veilige omstandigheden en zet in op minder uithuisplaatsingen. Onderstaande een greep uit de verschillende acties die hiertoe zijn ingezet: -
-
Gezinswerkers hebben relevante trainingen gevolgd, zoals Samen Werken aan Veiligheid en werken met de meldcode. In elk Buurtteam zijn twee aandachtsfunctionarissen veiligheid actief, die aanvullende trainingen en scholingen volgen. Met Veilig Thuis en de Regieteams zijn door Buurtteams Jeugd en Gezin samenwerkingsafspraken gemaakt die periodiek worden geëvalueerd. Vanuit het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is in Dukenburg een proeftuin actief. Binnen de proeftuin is het team Samen Verder gecreëerd, gericht op het versterken van het lokale team en het integraal werken aan veiligheid in gezinnen vanuit verschillende organisaties en disciplines. De beproefde en positief geëvalueerde werkwijze van de Toekomsttuin wordt in 2025 uitgerold naar twee andere stadsdelen in Nijmegen. Uit de externe evaluatie van Buurtteams jeugd en Gezin is gebleken dat gezinswerkers de weg naar de expertisetafels zoals het RET, REPS en JBT steeds beter weten de vinden. Het is noodzakelijk dat BJG hierop blijft investeren.
Hiernaast is het van belang om in de sociale basis tijdig interventies toe te passen rondom overbelaste gezinnen om te voorkomen dat een mogelijke escalatie plaatsvindt. Dit doen we onder meer door de inzet van Zorgoppas en Buurtgezinnen. -
-
Het project Zorgoppas is positief geëvalueerd en voor 2024 is opnieuw een subsidie verleend. Zorgoppas levert oppasdiensten, ter ontlasting van ouders met zorgbehoevende kinderen. Door de inzet van Zorgoppas kunnen daarnaast (duurdere) individuele maatwerkvoorzieningen worden voorkomen. Buurtgezinnen ontlast kwetsbare gezinnen door sociale steun van informele opvoeders. In 2023 hebben zij ruim dertig koppelingen gemaakt tussen vraaggezinnen en steungezinnen.
3. Meer bestaanszekerheid, meer maatwerk en stevige regie bij multiproblematiek We weten uit landelijk onderzoek dat bestaanszekerheid het fundament is onder opgroeien en opvoeden: als er sprake is van armoede, een onzekere of onveilige woonsituatie dan ontstaat er opvoedstress en dit heeft grote impact op het gezond en veilig kunnen opgroeien van kinderen en jongeren. Het gemeentelijk beleid op het gebied van armoedebestrijding en wonen heeft daarom grote impact op de situatie van kinderen, jongeren en gezinnen en daarmee ook op het jeugdhulpgebruik. 1.
Grotere bestaanszekerheid: inkomen en wonen
Uit onderzoek blijkt dat kinderen die opgroeien in armoede minder kunnen meedoen, wonen in een minder veilige omgeving, minder gezond zijn, het moeilijker hebben op school en vaker een laag zelfbeeld hebben. Om dit tegen te gaan kent Nijmegen een uitgebreid palet aan maatregelen en regelingen. Het bereik van de kindregelingen, die Stichting Leergeld in opdracht van de gemeente Nijmegen uitvoert, blijft stijgen. In 2022 hielp Leergeld 3.834 kinderen uit 2.252 gezinnen. In 2023 hielp Leergeld 4.200 kinderen in 2.400 gezinnen. Sinds september 2023 vergoedt Leergeld voor een pilotperiode van twee jaar ook activiteiten voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar, bijvoorbeeld muziek of peuterzwemmen. Hiermee zijn 138 kinderen geholpen tussen september 2023 en september 2024. Naast de positieve effecten op de band tussen ouder en kind is het
positief dat ouders Stichting Leergeld al vroeg leren kennen. Zodra kinderen naar de basisschool gaan, kunnen ouders meerdere vergoedingen aanvragen bij Leergeld om hen te ondersteunen. De afgelopen jaren krijgen 40 klassen van het Vmbo en Mbo al jaarlijks drie geldlessen via een samenwerking met MoneyWays. Met de start van het schooljaar 2024 – 2025 hebben we uitgebreid met geldlessen aan klassen op het praktijk- en speciaal voortgezet onderwijs. Hierin werken we samen met MoneyStart. Ook voor deze niveaus willen we jaarlijks drie geldlessen aan 40 klassen geven. Deze lessen dragen bij aan de financiële kennis en het financiële gedrag van jongeren. Het sociale aspect van geld is in deze leeftijd net zo belangrijk als de kennis over sparen en toeslagen. Zowel MoneyWays als MoneyStart maakt gebruik van 'peer educators' die voor de klas staan. Dit zijn jongeren tot 27 jaar die schulden hebben gehad en/of langdurig in armoede hebben geleefd. Sinds 2023 voeren we campagne voor jongeren die 18 worden met de slogan 'Fix je Shit'. Jongeren krijgen maanden voordat ze 18 worden een verjaardagskaart met een QR-code op de mat. Door deze code te scannen, krijgen jongeren informatie over hun rechten en plichten zodra ze 18 jaar oud zijn. Zoals een zorgverzekering en zorgtoeslag, inschrijven voor sociale huur, orgaandonatie en meer.
De website is van maart 2023 tot en met september 2024 al 9.125 keer bezocht. Ook hebben preventiemedewerkers live campagne gevoerd. Dat doen zij nog steeds op middelbare scholen, maar ook op introweken van het ROC, de HAN en de RU. In 2025 komt er een nieuw beleidskader Financiële bestaanszekerheid (opvolger van de Armoede Agenda 20202024). We werken hierbij toe naar een integraal beleidsplan waar ook schuldhulpverlening onderdeel van uitmaakt. 2.
Meer maatwerk via doorbraakaanpak
Sinds 2019 hebben wij in Nijmegen een doorbraakteam bestaande uit twee fte. Vanuit de doorbraakaanpak wordt maatwerk bij de inwoners van Nijmegen gelegitimeerd volgens gedeelde waarden. Deze waarden zijn: legitimiteit (mag het?), betrokkenheid (krijgen mensen weer grip op hun leven?) en rendement (zetten we de publieke middelen optimaal in?). In 2023 is de werkwijze van de doorbraakaanpak en het gedachtegoed verder uitgerold over de stad. Dit is gedaan door aandachtsfunctionarissen bij onze partners gefaseerd te trainen. De coaches van het gemeentelijk doorbraakteam fungeerden hierbij als ambassadeurs en aanjagers van het gedachtegoed. Hierover is de raad in 2023 uitgebreid over geïnformeerd. We willen dat de doorbaakaanpak zich als een olievlek verspreid over de stad. Naast trainen is het ook belangrijk om een sluitend netwerk te vormen, waarbij ervaringen gedeeld worden en de methode verder geborgd wordt in de praktijk. 3.
Regieteams: stevige regie bij multiproblematiek
In 2024 is een gemeentelijke aanpak op woonoverlast- en complexe multiprobleemhuishoudens in de vorm van Regieteams opnieuw uitgevoerd. De Regieteams zorgen ervoor dat de woonoverlast in de wijken wordt teruggedrongen, de veiligheid van jeugdigen wordt verbeterd en dat huisuitzettingen worden voorkomen. In de regieteams worden bewoners uiteindelijk geholpen door problemen op te lossen, dan wel beheersbaar te maken door de zelfregie en het probleemoplossend vermogen van het huishouden duurzaam te herstellen en te vergroten. Vrijwillige hulpverlening is daarbij niet meer toereikend en vaak al gestagneerd, vandaar dat regieteams werken met drang. In de Regieteams werken woningbouwcoöperaties, politie, Sterker sociaal werk, Jeugdbescherming Gelderland, Schuldhulpverlening, Pro Persona en de gemeente nauw met elkaar samen. Dit netwerk vormt een stevige basis en ontwikkelt zich door. In 2024 is aandacht voor twee leefgebieden, namelijk
psychiatrie en wonen. Vanuit de praktijkervaring van de Regieteams blijkt dat er steeds vaker zorggeld nodig is om een woonprobleem op te lossen in huishoudens waar psychiatrische problematiek speelt.
Uitvoering, financiën en monitoring De regie op de uitvoering van het Regioprogramma Jeugd en ons lokale plan is belegd bij de gemeente Nijmegen, afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling. De ambtelijke capaciteit voor het Regioprogramma wordt gezamenlijk bekostigd door de zeven gemeenten uit het Rijk van Nijmegen (zie de financiële paragraaf bij het regioprogramma). Om meer grip te krijgen op de uitgaven en verwachte besparingen van de interventies uit zowel het lokaal plan als regionaal plan hebben we, samen met onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF), een interventieprognose Jeugd ontwikkeld. Dit model gebruiken we aanvullend op de andere prognose methodieken die we eerder hebben ontwikkeld, zoals het prognosemodel jeugd. De interventieprognose heeft laten zien dat we goede beleidsmaatregelen inzetten om de kosten te beheersen. Onder andere de doorbraakaanpak, de inzet van het RET en de beweging naar meer basishulp door de Buurtteams Jeugd & Gezin hebben – naast de inhoudelijke impact – ook een financieel resultaat opgeleverd. Tegelijkertijd is geconstateerd dat verschillende (externe) ontwikkelingen de beheersbaarheid van de kosten onder druk zet.
Onder andere de verwachte autonome groei van jeugdhulp zonder verblijf (op basis van het prognosemodel), de herijking van reële tarieven en de ontwikkeling van kleinschaligheid in jeugdhulp met verblijf zorgen ervoor dat het financiële tekort verder op zal lopen. Op basis van de huidige inschattingen is het verwachte financiële effect van deze ontwikkelingen in 2024 €7 miljoen ten opzichte van 2023; en in 2026 €18 miljoen. Dit financiële effect is aanzienlijk hoger dan de besparing die wij verwachten te realiseren met het beleid (€3 miljoen in 2026). Vanuit de begroting 2025 – 2028 is daarom besloten om te gaan werken met taakstellende bestedingsruimtes voor ambulante jeugdhulp. Hiervoor wordt vanaf 2025 €6 miljoen ingeboekt voor jeugdhulp. De opgave is om – vanuit het besef van schaarste aan mensen en middelen – ervoor te zorgen dat hulp en ondersteuning duurzaam beschikbaar en toegankelijk zijn en blijven voor de inwoners die dit het hardst nodig hebben. De taakstelling is indicatief en staat gelijk aan 15% van de €41 miljoen die wij in 2023 hebben uitgegeven aan ambulante jeugdhulp. De gemeenteraad is op 17 september jl. geïnformeerd over de contouren van het implementatieplan voor de taakstellende bestedingsruimtes voor ambulante jeugdhulp en wmo-begeleiding