Bijlage 5. Akoestisch onderzoek
Tekst van het document
Nijmegen Akoestisch onderzoek t.b.v. de Hoge Bongerd
, gemeente Nijmegen
Opgesteld door Datum
15-5-2025
Kenmerk
PRS2024097 versie 2.0
Samenvatting Het besluitgebied van de Hoge Bongerd ligt in Nijmegen Noord en bestaat uit twee delen: Een groot zuidelijk deel, ingeklemd tussen de spoorlijn Nijmegen-Arnhem, de bestaande woningen aan de Weverstraat en de Parallelweg en een kleiner noordelijk deel, ingesloten door de spoorlijn Nijmegen-Arnhem aan de westzijde, aan de oostzijde de bestaande woningen aan de Warmoezenierstraat en aan de Noordzijde grens is het Griftpad bij station Lent. In het zuidelijke deel wordt woningbouw gecombineerd met een strook aan commerciële functies. De bouwhoogtes die hierworden toegestaan verschillen per locatie, maar zijn hoger dan in het noordelijk deel waar geen functiemenging plaatsvindt.
In dit akoestisch onderzoek wordt er enerzijds onderzoek gedaan naar wat de effecten zijn van de ontwikkelingen in dit besluitgebied zijn op de akoestische leefbaarheid buiten het besluitgebied. Hierbij is voornamelijk de verkeersaantrekkende werking van dit plan relevant en deze leidt niet tot een significante toename van de geluidsbelasting op de omliggende wegen (Bkl 5.78af). Daar waar de geluidbelasting lager is dan de standaardwaarde zal een toename niet leiden tot een overschrijding van de standaardwaarde. Daar waar de standaardwaarde al wordt overschreden is er geen sprake van een significante bijdrage van dit plan (Bkl 5.78af). De Omgevingswet stelt dat het vaststellen en wijzigen van een omgevingsplan evenals het verlenen van een omgevingsvergunning vooreen omgevingsplanactiviteit alleen mogelijk is als er sprake is van een “evenwichtige toedeling van functies aan locaties” (ETFAL). Daarom wordt er uitgebreid onderzoek gedaan naar de akoestische leefbaarheid in het besluitgebied en wordt er getoetst op het aspect gezondheid voor de toekomstige bewoners en gebruikers. Hierbij worden verschillende gedefinieerde geluidsbronnen getoetst en beoordeeld (zoals bijv, wegverkeer- en spoorweglawaai). Bij overschrijding van de standaardwaarde worden maatregelingen afgewogen en voorschriften opgenomen om de leefbaarheid in het plan en dus ETFAL te kunnen garanderen.
2
Inhoudsopgave Samenvatting Inhoudsopgave Inleiding 1 Wetgeving en richtlijnen 2
2
2.1 De Omgevingswet
5
3
4
5
3.1
Begrippen en methodiek Milieuzonering nieuwe stijl Gemeentelijk beleid Onderzoeksopzet en uitgangspunten Geluidsbronnen
3.2
Toetspunten en modellering
18
4
Rekenresultaten
19
2.2 2.3
2.4 3
5
11 12 14
17
4.1 Rekenresultaten wegverkeerslawaai
19
4.2
Rekenresultaten spoorweglawaai
21
4.3
Rekenresultaten industrielawaai
23
4.4 4.5
Rekenresultaten “geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten” 24 Resultaten cumulatieve en gezamenlijke geluidbelasting 25
5
Conclusie
5.1 Op te nemen voorschriften 6
7
Bijlage 1; Akoestische begrippen Bijlage 2: rekenresultaten en invoer
26
27 31 37
1 Inleiding Het plan de Hoge Bongerd is een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (hierna: bopa) en
bevindt zich in Nijmegen-Noord. Het plangebied wordt omsloten door de spoorlijn Nijmegen-Arnhem, de Spiegelwaal en Lent. De nadruk in dit plan ligt op het realiseren van woningen, maar aan de kade (de Lentse Warande) is er ook ruimte voor andere (commerciële) functies. De functieaanduidingen worden in de bopa vastgelegd. In het noorden worden ook op beperkte schaal maatschappelijke functies mogelijk gemaakt. Figuur 1
Kader van dit onderzoek De Omgevingswet stelt dat het vaststellen en wijzigen van een omgevingsplan evenals het
verlenen van een omgevingsvergunning vooreen omgevingsplanactiviteit alleen mogelijk is als er sprake is van een “evenwichtige toedeling van functies aan locaties” (ETFAL). ETFAL betekent onder andere een gezonde leefomgeving en geluid is onlosmakelijk verbonden met gezondheid. De Omgevingswet geeft instructieregels over welke geluidbronnen beoordeeld moeten worden. Dit zijn: 1. Industrieterreinen; 2. Rijks-, provinciale en gemeentelijke wegen met meer dan 1000 mvt. per etmaal; 3.
Spoorwegen;
4.
Luchtvaartgeluid; Windturbines en windparken;
5. 6.
Schietbanen;
7.
Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten.
De instructieregels in de Omgevingswet geven aan wanneer deze bronnen beoordeeld
moeten worden. Lokaal beleid evenals het omgevingsplan kunnen daarbij aanvullende
instructieregels bevatten. Op basis hiervan dient bij deze BOPA een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek start met een uitleg over de geldende ‘Wetgeving en richtlijnen’ (Hoofdstuk 2). Hierop volgen over de ‘Onderzoeksopzet en uitgangspunten’ (Hoofdstuk 3) gevolgd door de ‘Onderzoeksresultaten’ (Hoofdstuk 4) en tot slot de ‘Conclusie en aanbevelingen’ (Hoofdstuks).
4
2 Wetgeving en richtlijnen 2.1 De Omgevingswet Een vaststelling of wijziging van het Omgevingsplan of verlening van een
omgevingsvergunning vooreen omgevingsplanactiviteit kan in de Omgevingswet (Art. 5.21) enkel verleend worden als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Onderdeel van deze toets is het effect van het plan op de gezondheid en het aspect geluid is hier onlosmakelijk mee verbonden. Het Besluit kwaliteit
leefomgeving (Bkl) stelt daarbij voor elke bron evenals het cumulatieve geluid dat dit geluid aanvaardbaar moet zijn. Voor industrielawaai, spoorweglawaai, wegverkeerslawaai, geluid van luchtvaart,
schietbanen en afzonderlijke milieubelastende activiteiten staan de regels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Aanvullende instructies voor beoordeling en berekening van het geluid staan in de Omgevingsregeling. Voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai vindt de toetsing plaats a.d.h.v. geluidaandachtsgebieden. Bijlage IVc van de Omgevingsregeling ligt toe wat een geluidaandachtsgebied is. Voor provinciale wegen en industrieterreinen geldt erin sommige gevallen vanuit de
“Aanvullingswet geluid Omgevingswet” een overgangsregeling. Beoordelingen berekening geschiedt in die gevallen volgens de Wet geluidhinder (Wgh). Voor bronnen in gebouwen en bij woningen zoals klimaatinstallaties zijn regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling terug te vinden. De aanvaardbaarheid wordt beoordeeld op basis van de rekenwaarde bij geluidgevoelige
gebouwen, standplaatsen van woonwagens en ligplaatsen van woonschepen. In een Omgevingsplan en lokaal beleid kunnen binnen kaders aanvullende richtlijnen
worden opgenomen waardoor lokaal hogere of lagere geluidbelastingen toelaatbaar worden geacht. Op dit moment is dit onderscheid er nog niet. Beoordelingen geschieden daarom perinitiatief afzonderlijk te worden gedaan en dienen in lijn te zijn met de visie van de gemeente en passend binnen de kaders van de Omgevingswet.
2.2 Begrippen en methodiek Aanvaardbaarheid Geluid is aanvaardbaar als geluidbelastingen lager zijn dan de standaardwaarden. Is het
geluid van een of meerdere bronsoorten of milieubelastende activiteiten luider dan de
standaardwaarde, dan moet zowel de geluidbelasting van een specifieke bron die de standaardwaarde overschrijdt als de cumulatieve geluidbelasting worden geanalyseerd en beoordeeld. Het Bkl, lokale beleidsregels en het Omgevingsplan kunnen hierbij kaders bieden.
Geluidgevoelige gebouwen, woonschepen en woonwagens In Artikel 3.21 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) is beschreven wat een
geluidgevoelig gebouw is. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:
1. 2. 3. 4.
5.
Woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; Onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; Gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; De planologische mogelijkheid om een van de bovenstaande functies te realiseren.
De Omgevingswet werkt bij geluidgevoelige gebouwen met geluidgevoelige en niet geluidgevoelige gevels/geveldelen. Een niet geluidgevoelig geveldeel heeft geen te openen ramen en deuren. Deze geveldelen moeten worden vastgelegd.
Bij woonboten en woonschepen wordt er getoetst op de rand van een ligof staplaats (Art. 3.23 Bkl)
Worden deze functies voor minder dan 10 jaar toegelaten dan is een toetsing op het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen niet verplicht (Art. 5.78 Bkl)
Meet- en rekenpunten Voorde beoordeling van het geluidsniveau wordt er gebruik gemaakt meet- en rekenpunten. In art. 3.2 van de Omgevingsregeling wordt aangegeven waar de beoordeling dient plaats te vinden. Dit is: 1.
2. 3.
4.
Bij een bestaand gebouw op twee derde hoogte van een bouwlaag; Bij een nieuw te bouwen gebouw is dit op twee derde van de plek waar een bouwlaag kan komen; Bij een woonwagen op twee derde van een bouwlaag, bepaald op de randen van een staplaats; Bij een ligplaats voor een woonschip op 1meter boven het maaiveld.
Spoorweg-, wegverkeer- en industrielawaai Een wijziging van het Omgevingsplan of een BuitenplanseOmgevingsplanactiviteit (BOPA)
leidt tot een verplichting tot onderzoek voor het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen als: 1.
Dit plan een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat (Art 5.78t Bkl);
2.
Dit plan leidt tot een wijziging van een geluidproductieplafond (GPP) (Art. 5.78k Bkl);
3.
Dit plan de aanleg of wijziging van een gemeenteweg of lokale spoorweg mogelijk maakt (Art. 5.78j Bkl); Dit plan een planactiviteit mogelijk maakt die op enige manier kan leiden tot een geluidstoename hoger dan l,5dB op een gemeenteweg of spoorweg (Art. 5.78af Bkl).
4.
Deze toets vindt plaats in een geluidaandachtsgebied (Art. 3.20 Bkl). Bijlage IVc en art. 17.5
van de Omgevingsregeling geven de kaders aan voor bepaling van deze gebieden. De
6
begrenzing is de contour waar de niet afgeronde geluidbelasting met twee cijfers achter de komma gelijk is aan de standaardwaarde voor die bronsoort. Voor bronnen met GPPwaarden wordt die lijn berekend op 30 meter hoogte. Voor andere bronnen is dit op 10 meter hoogte. De maaswijdte van dit grid wordt in tabel 1.3 van die bijlage IVc aangegeven.
Binnen dit gebied moet onderzocht worden of er voldaan kan worden aan standaardwaarden en grenswaarden. Geluid is aanvaardbaar als er voldaan wordt aan de standaardwaarden uit artikel 5.78t & 3.34 van het Bkl. Is de geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde dan moet er een maatregelonderzoek
komen (Art. 5.78u Bkl). Hierbij wordt naar de cumulatieve geluidbelasting als omschreven
in artikel 3.38 van het Bkl gekeken. Het is mogelijk om hier meer bronnen bij te betrekken. Vanuit dit onderzoek volgt de conclusie of en wanneer het geluid aanvaardbaar is. De voorwaarden landen als planregels in de BOPA. In lokaal beleid en/of een reeds opgesteld Omgevingsplan kunnen kaders staan voorde beoordeling van die aanvaardbaarheid. Standaardwaarden voor industrielawaai en (spoor)weglawaai
Tabel 5.78t van het Bkl geeft de standaardwaardes voor (spoor)weglawaai en industrielawaai op. Tabel 5.78u toont de grenswaarden voor die bronnen. Al deze waarden tellen op de plek waar een geluidsgevoelige functie aanwezig is of eventueel gerealiseerd mag worden. De geluidbelasting die aan deze waarden getoetst wordt is: 1.
Voor rijks en provinciale wegen de planologische ruimte op basis van de theoretisch
2.
Voor spoorwegen de planologische ruimte op basis van de theoretisch maximale
3.
Voor overige wegen het berekend geluid op basis van een prognose voor het 10e jaar
4.
Voor industrieterreinen de in het Omgevingsplan vastgelegde planologische ruimte op
maximale geluidsproductie uit de geluidproductieplafonds (GPP);
geluidsproductie uit de geluidproductieplafonds (GPP); na vaststelling van dit plan;
basis van een rekenmodel op termijn vastte leggen in geluidsproductieplafonds (GPP) Zijn deGPP-waarden nog niet vastgelegd, dan geldt de zonegrens zoals die reeds in het Omgevingsplan staat. Een overschrijding van de grenswaarde is toelaatbaar tot de maximale ontheffingswaarde.
Tabel 1toont deze waarden.
Tabel 1 Standaardwaarde
Grenswaarde
Ontheffingswaarde
Provinciale wegen & Rijkswegen
50 Lden
60 Lden
65 Lden
Gemeentewegen
53 Lden
70 Lden
75 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
55 Lden
65 Lden
70 Lden
Industrieterreinen
50 Lden
55 Lden
60 Lden
40 Lnight
45 Lnight
50 Lnight
Bron
Waterschapswegen
Overschrijding van de grenswaarde voor wegverkeerslawaai is enkel toelaatbaar op basis van artikel 5.78n dus in geval van reconstructie, bij zwaarwegende belangen en indien er geen doelmatige maatregelen getroffen kunnen worden. De uitzondering voor industrieterreinen telt enkel bij zeehavens (art. 5.78x Bkl) dan wel bij functiewijziging van een bestaand bouwwerk (art. 5.78w Bkl). Conform artikel 5.78aa van het Bkl moet de locatie waar de geluidbelasting hoger is dan de grenswaarde vastgelegd worden als gebied waar enkel geluidgevoelige gebouwen mogen komen als deze daar beschikken over een niet geluidgevoelige gevels.
Overgangsrecht provinciale wegen vanuit de Wet geluidhinder Voor provinciale wegen is door de aanvullingswet geluid (artikel 3.5) de Wet geluidhinder
(Wgh) van toepassing omdat er nog geen GPP-waarden zijn vastgesteld. Daarom dient er voor deze wegen gerekend te worden met het reken en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG2012). Binnen de geluidzone art. 74 Wgh. en art. 12.7 (Bkl) wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh van 48dB na aftrek van art. 110 Wgh. De waarde zonder die aftrek wordt energetisch opgeteld met de geluidbelasting van wegen die onder de Omgevingswet vallen.
Overgangsrecht industrieterreinen vanuit de Wet geluidhinder Voor industrieterreinen waarvoor nog geen GPP-waarden zijn vastgelegd, is de Wet
geluidhinder van toepassing. Artikel 12.7 van het Bkl stelt dat het gebied binnen de 50 dB(A) zonegrens geldt als tijdelijk geluidsaandachtsgebied. Nijmegen heeft beleidsregels voor bepaling van de aanvaardbaarheid van het geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen.
Winturbine en afzonderlijke milieubelastende activiteiten De normen voor windturbines staan in artikel 5.74 van het Bkl. Dit betekent een Ld,„van 47
dB en een L„ightvan 41dB. Geluid is aanvaardbaar als er voldaan wordt aan de standaardwaarde (artikel 5.74 Bkl). Bij de toetsing moet gerekend worden met de
geluidbelasting die vanuit de milieueffectrapportage (MER) maximaal toelaatbaar is.
Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten Normen voor geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten staan in
artikel 5.65 van het Bkl en artikel 22.63 van het tijdelijke Omgevingsplan. Dit laatste artikel slaat op het handhavingskader. Artikel 5.65 is hetgeen wat van toepassing is in de planvorming. Toetsing gebeurt op basis van water planologisch mogelijk is. In lokaal beleid en/ofeen reeds opgesteld Omgevingsplan kunnen kaders staan voorde beoordeling van die aanvaardbaarheid. Vanuit deze artikelen volgt geen verplichting om het cumulatieve geluid te betrekken in de aanvaardbaarheidstoets. Het is aan het bevoegd gezag om dit eventueel wel te doen. Op dit moment is er nog geen nadere regelgeving binnen Nijmegen. De afweging is dus
specifiek voor deze BOPA.
Luchtvaart eu schietbanen Luchtvaart dient beoordeeld te worden binnen de 48 Ld.n contour of de 20 kosteneenhedencontour. Deze lijnen liggen om burgerluchthavens en militaire vliegvelden.
8
Nijmegen heeft geen overlap met die contouren. Buitenschietbanen liggen op dusdanige afstand van de gemeentegrens dat dit geluid geen rol speelt in de Nijmeegse besluitvorming.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Bbl geeft kaders voor de geluidwering van omgevingsgeluid, het toelaatbare geluid van
technische installaties en bouwlawaai. Bouwlawaai is een tijdelijk fenomeen en daarom geen onderdeel van de BOPA.
Geluidwering Artl 4.103 van het Bbl kent een koppeling met de berekende geluidbelastingen op basis van
het gezamenlijke geluid zoals toegelicht in artikel 3.26 van de Omgevingsregeling. Voor
Nijmegen betekent dit dat er wordt gekeken naar het gezamenlijke geluid van industrieterreinen, spoorwegen en wegen. Dit geluid moet bij toepassing van de juiste geluidwering in de gevel leiden tot binnenniveaus van 33dB of lager. Geluid van afzonderlijke milieubelastende activiteiten wordt hier niet automatisch bij meegenomen maar afzonderlijk getoetst. Dit geluid moet bij toepassing van de juiste geluidwering in de gevel leiden tot binnenniveaus van 35dB(A) of lager. Het bevoegd gezag
kan ervoor kiezen dit geluid bij het gezamenlijk geluid van industrieterreinen, spoorwegen en verkeerswegen te betrekken.
Technische installaties Artikel 4.107 en 4.108 reguleren het toelaatbare buitengeluid van buitenunits van installaties voor warmte en koude opwekking. Deze regeling legt een relatie bij installaties op eenzelfde perceel (appartementen) of een aangrenzend perceel. Wettelijk biedt dit dus geen bescherming als er sprake is van een buffer in de vorm van een perceel zonder woonfunctie. De regeling, toegelicht in bijlage XVII van de Omgevingsregeling ziet toe op
kent geen bedrijfsduurcorrectie. Het is aan het bevoegd gezag om in het Omgevingsplan of een BOPA aanvullende
planregels op te nemen voor beoordeling van dit geluid aspect en de noodzaak dit mee te nemen in de cumulatieve geluidbelasting. Op dit moment is er nog geen nadere regelgeving binnen Nijmegen. De afweging is dus specifiek voor deze BOPA.
Doelmatige maatregelen bij overschrijding van standaardwaarden De Omgevingswet staat enkel overschrijding van de standaardwaarde voor
industrielawaai, spoorweglawaai en wegverkeerslawaai toe als alle doelmatige geluidbeperkende maatregelen genomen worden. Artikel 3.49 tot en met 3.54 van het Bkl artikel 3.47 en bijlage IVa en Va van de Omgevingsregeling geven een handleiding over hoe de doelmatigheid van geluidmaatregelen kan worden beoordeeld. Elke maatregel wordt beoordeeld op:
4.
Degeluidreductie; Is die geluidreductie merkbaar; Is de maatregel een bouwwerk dan moet de reductie minimaal 5 dB zijn; Is de maatregel een bouwwerk dan wordt die maatregel ook stedenbouwkundig
5.
beoordeelt; Is de maatregel financieel doelmatig.
1. 2. 3.
Bronmaatregelen beperken het geluid in de omgeving. Te denken valt aan stillere bedrijfsprocessen, stiller wegdek en stillere treinen of trillingsdempers bij spoorbanen. Hierop volgend zijn eroverdrachtsmaatregelen,te denken valt hierbij aan geluidsschermen en diffractoren (geluidabsorptiesysteem langs een weg). Tot slot zijn er maatregelen te treffen bij de geluidgevoelige gebouwen zoals een tactische inzet van (afschermende) bouwvolumes en extra geluidwering. Het is niet verplicht om eersteen bronmaatregel te nemen als een overdrachtsmaatregelof
maatregel bij de ontvanger doelmatiger is. Door lid 5 bij artikel 3.49 (Bkl) kan er zowel naar het saldo van reductiepunten en maatregelpunten als naar de daadwerkelijke kosten gekeken. Vanuit het Bkl geldt deze afwegingsplicht enkel voor industrieterreinen, spoorwegen en
wegverkeer. Het bevoegd gezag kan middels planregels deze afwegingsplicht ook van toepassing verklaren voor andere bronnen. Op dit moment is er nog geen nadere regelgeving binnen Nijmegen. De afweging is dus
specifiek voor deze BOPA.
Cumulatief en gezamenlijk geluid De omgevingsregeling definieert twee soorten optellingen van geluid;
• •
Gezamenlijk geluid (artikel) 3.26. Dit is een energetische optelling ten behoeve van de
bepaling van de geluidwering in artikel 4.103 van het Bbl. Cumulatief geluid (artikel 3.25) Dit is een optelling meteen correctiefactorvoor hinderlijkheid van bronnen voor beoordeling van de aanvaardbaarheid van geluid in het kader van ETFAL.
Artikel 3.38 van het BKL geeft aan welke bronnen in ieder geval betrokken moeten worden bij het cumulatieve geluid. Lokale beleidsregels. Dit zijn:
•
Het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein als een geluidgevoelig gebouw
•
Het geluid door luchtvaart voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden
in een geluidaandachtsgebied van die weg, spoorweg of industrieterrein ligt geluidcontour van een luchthaven, met 2 uitzonderingen: o
o
Dit geldt niet voor kleine luchthavens waarvoor alleen een luchthavenregeling nodig is, en Als de geluidcontouren voor een luchthaven in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, geldt dit voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontour
• •
Het geluid dooreen windturbine of een windparkop een industrieterrein als dat hoger is dan 43 dB Lden, en Het geluid dooreen civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein als dat hoger is dan 50 dB Bs.d.n.
De volgende omrekenfactoren worden voor de in Nijmegen voorkomende bronnen
gehanteerd:
10
Tabel 2 Bron
Omrekenfactor
Wegverkeerslawaai
L vi = L vi + 0,0
Industrielawaai*
L’ii=+0,0146(Lii)2-0,5802(Lii)+ 45,02
Spoorweglawaai
L'h +0,0192( Lh)2 -1,3715(La)+ 65,05
Windturbines
L'„t=+0,0388(Lrt)2-2,063(LM)+ 67,673
.
Op basis van het overgangsrecht in artikel 12.13ia uit het Bkl wordt de etmaalwaarde als
Lden gelezen. Het is aan het lokaal gezag om hierbij ook andere bronnen te betrekken. Op dit moment is er nog geen nadere regelgeving binnen Nijmegen. De afweging is dus specifiek voor deze
bopa.
2.3 Milieuzonering nieuwe stijl Voor afzonderlijke bedrijven, maatschappelijke functies en nutsvoorzieningen wordt
gewerkt worden met de milieuzonering nieuwe stijl. Op dit moment is die handreiking nog in ontwikkeling. De handreiking bedrijven en milieuzonering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten
(VNG). De VNG werkt meteen richtafstand rond milieubelastende activiteiten op basis van milieucategorieën en een daaraan toegewezen geluidszone. Tot een rustige woonwijk gelden de waarden uit kolom 2. Voor gemengd gebied gelden de waarden uit kolom 3.
Tabel 3
Werkingsgebied Geluidruimte zonel
Rustige woonwijk
Gemengd gebied
30
10
Geluidruimte zone 2
50
30
Geluidruimte zone 3
100
50
Geluidruimte zone 4
200
100
Deze geluidruimte wordt vertaald naar een geluidbelasting op 50 meter van de grens waar
een activiteit toelaatbaar is. Deze waarden zijn opgenomen in Tabel 4:
Tabel 4
Werkingsgebied Geluidruimte zone 1
7:00-19:00
19:00-23:00
23:00-7:00
45dB(A)
40dB(A)
35 dB(A)
Geluidruimte zone 2
45dB(A)
40dB(A)
35 dB(A)
Geluidruimte zone 3
50dB(A)
45dB(A)
40dB(A)
Geluidruimte zone 4
55dB(A)
50dB(A)
45dB(A)
Ligt een geluidgevoelig gebouw, een staplaats voor een woonwagen of ligplaats voor een woonboot binnen de geluidzone dan is er kans dat de geluidbelasting bij de reken en meetpunten hoger is dan de genoemde waarde.
Het plan is dan aanvaardbaar als er sprake is van:
• • •
Een aanvaardbare geluidbelasting bij geluidgevoelige gebouwen, ligplaatsen van
woonschepen en staplaatsen voor woonwagens op basis van artikel 5.59, 5.65, 5.65 en 5.66 van het Bkl. Het behoud van de huidige planologische mogelijkheden voor milieubelastende activiteiten of; Een beperking van de planologische mogelijkheden die niet leidt tot een (onaanvaardbare) beperking voor de nu aanwezige milieubelastende activiteiten.
Is de geluidbelasting waarbij deze situatie optreedt hoger dan de waarden uit artikel 5.65
dan zal dit vastgelegd moeten worden. Normen gelden daar waar gevels kunnen komen.
Dit is dus de grens van het bouwvlak en de vergunningvrije bouwmogelijkheden. Nadere afwegingen zijn dus niet vastgelegd en gelden dus specifiek voor deze BOPA. Overgangsregeling Op dit moment is er nog geen Omgevingsplan vastgesteld voor Nijmegen. Hierdoor is er
nog geen sprake van milieucategorieën maar van bedrijfscategorieën. De geluidszones
sluiten aan op de milieucategorieën 2 t/m 4.1
Tabel 5 bedrijfscategorie
Rustige woonwijk
Gemengd gebied
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
Hogere categorieën bevinden zich over het algemeen op gezoneerde industrieterreinen.
2.4 Gemeentelijk beleid Gemeente Nijmegen heeft in lijn met artikel 5.78 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving
beleidsregels opgesteld waaronder een overschrijding van de standaardwaarde door (spoor)weglawaai en industrieterreinen toelaatbaar is. Deze beleidsregels staan onder: Beleidsregels Omgevingsvergunning voor overschrijding van de Standaardwaarde geluid. Een overschrijding van de standaardwaarde is toegestaan als:
1. 2.
De geluidsbelasting niet kan worden verlaagd tot de standaardwaarde; De geluidsbelasting kan worden verlaagd tot de standaardwaarde, maar dat dit leidt
tot overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige,
vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Gemeente Nijmegen staat, zoals hieronder opgesomd, een overschrijding enkel toe op specifieke locaties en in specifieke situaties:
1.
Het is een woning en de woning vervangt bestaande bebouwing;
12
2.
3.
Het is een woning en de woning schermt bestaande of nieuw te bouwen
geluidgevoelige bestemmingen doelmatig af (in aantal ten minstede helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend; Het is een woning en de woning vult een open plaats op tussen de bestaande bebouwing;
4.
Het is een woning en de woning is een bedrijfswoning;
5.
Het is een woningen de woning ligt in binnen een straal van 500 m vanaf een OV-
6.
knooppunt; Het is een woning en de woning ontstaat door splitsing of omzetting; Het betreft een geluidgevoelige functie anders dan een woning.
7.
In de Omgevingsvergunning kan het aantal geluidbelaste woningen en ruimtes nader
beperkt worden als dat vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit verdedigbaar is. De binnenniveaus van het (spoor)weglawaai en industrielawaai dienen te voldoen aan
artikel 4.101 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Dit betekent dat er eisen
gesteld worden aan de geluidwering van de gevel. Voor een nieuw te bouwen woning moet dan aan de volgende voorwaarden worden
voldaan: 1.
Een nieuw te bouwen woning heeft ten minste één geluidsluwe zijde;
2.
Een nieuw te bouwen woning heeft ten minste één buitenruimte liggend aan de
3.
Vooreen nieuw te bouwen woning geldt: als de geluidsbelasting van de woninggroter
geluidluwe zijde; is dan 58 dB wegverkeer en/ railverkeer of 50 dB industrielawaai, dan is er sprake van tenminste één geluidsluw georiënteerde slaapkamer.
Geluidsluw betekent dat de geluidsbelasting voor alle geluidsbronnen waarvoor het gebouw geheel of gedeeltelijk binnen het geluidsaandachtsgebied ligt, lager is dan de standaardwaarde. Een ruimte is geluidluw als de gevel waar deze ruimte tegenaan ligt op 1,5 meter. Het college van burgermeester en wethouders kan besluiten in positieve en negatieve zin van
deze regels af te wijken als dat leidt tot of nodig is om tot een aanvaardbare situatie te komen. Er zijn nog geen nadere regels over hoe cumulatie hierin betrokken moet worden. De afweging
hierover is dus specifiek voor deze bopa.
3 Onderzoeksopzet en uitgangspunten Dit is een plan dat leidt tot de toevoeging van geluidgevoelige gebouwen. In het kader van ETFAL moet bepaald worden of de geluidbelastingen aanvaardbaar zijn. Omdat de gebouwen mogelijk in geluidsaandachtsgebieden van (spoor)wegen en industrieterreinen en zones van “activiteiten, anders dan een van de specifieke activiteiten” uit het Bkl vallen, is er een reëel risico op onaanvaardbare geluidbelastingen. Daarom worden de volgende stappen doorlopen: 1.
Bepaling in welke geluidaandachtsgebieden en zones geluidgevoelige gebouwen mogelijk worden gemaakt. Toets aanvullend de ligging van de geluidgevoelige gebouwen aan de contouren in de MER-rapportages voor windturbines en
windparken; 2.
3.
4. 5.
Bepaling van de geluidbelasting door deze bronnen op basis van de planologische mogelijkheden en toekomstscenario’s en toetsing aan de standaardwaarden en grenswaarden; Onderzoek naar toepasbare doelmatige geluidbeperkende maatregelen voor
(spoor)weglawaai en industrielawaai op basis van de kaders uit het Bkl; Beoordeling van de aanvaardbaarheid van de geluidbelastingen; Zijn geluidbelastingen enkel aanvaardbaar onder condities, leg die condities dan vast als planregels in de BOPA.
(Spoor) wegen en industrieterreinen in detail Is er een overlap met geluidsaandachtsgebieden of op grond van een overgangsregel zones vanuit artikel 74 van de Wet geluidhinder, dan moet de geluidbelasting door die bron bepaald worden. Dit gebeurt vanuit een rekenkundig model. De te berekenen en te hanteren waarden zijn: • De geluidbelasting door wegverkeer op basis van een verkeersmodel met een prognose voor een jaar liggend lOjaar na vaststelling van een BOPA of Omgevingsplan;
•
De geluidbelasting door wegverkeer berekend vanuit het meest recente GPP-
model voorwegverkeerslawaai doorwegen waarvoor de GPP-waarden zijn
•
vastgelegd. Dit kan geïntegreerd zijn in het bovenstaande model. Provinciale wegen die vallen onder het overgangsrecht worden vanuit o een afzonderlijk model berekend volgens het RMG2012. De geluidbelasting door spoorweglawaai berekend vanuit het meest recente GPPmodel voor spoorweglawaai zoals verkregen vanuit het geluidregister danwel van
Prorail;
•
De geluidbelasting door spoorweglawaai berekend vanuit het zonemodel van de
gezoneerde industrieterreinen. Vanuit het Bkl geldt aanvullend de verplichting om te onderzoeken of er geluidbeperkende
maatregelen toepasbaar zijn mochten er standaardwaarden worden overschreden. Dit maatregelonderzoek is onderdeel van dit onderzoek. Voor de bepaling van de doelmatigheid worden de kaders uit het Bkl en de Omgevingsregeling gehanteerd evenals de kaders uit het geldende Beeldkwaliteitsplan. Zijn er doelmatige maatregelen toepasbaar dan zullen deze als planregels in de BOPA worden vastgelegd.
14
Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten in detail Er zijn in en rond Nijmegen nog geen milieucategorieën vastgelegd en dus wordt er
gekeken naarbedrijfscategorieën. Hierbij wordt er niet gekeken naar wat er is maar naar wat toelaatbaar is. Dit volgt uit:
• • •
De bedrijfscategorieën in het Omgevingsplan;
Artikel 22.63 van het Omgevingsplan toegepast op de reeds gerealiseerde of toelaatbare geluidgevoelige gebouwen; Geldende maatwerkbesluiten.
Is de hieruit berekende geluidbelasting bij de nieuwe geluidgevoelige gebouwen hoger dan
de waarden uit artikel 5.65 dan dient de aanvaardbaarheid beoordeeld te worden. De voorwaarden resulteren in planregels bij deze bopa. Het is mogelijk een lagere geluidbelasting vastte leggen als de hierdoor verloren
geluidruimte niet nodig is. Dit kan gedaan worden om de akoestische kwaliteit meer in lijn met de aard van het gebied te brengen. De Hoge Bongerd laat zich gedeelte kenmerken als
een rustige woonwijk en gedeeltelijk als gemengd gebied. Hoewel geluidbelastingen gelijk
aan artikel 5.65 van het Bkl aanvaardbaar zijn, zijn lagere geluidbelastingen op bepaalde plekken in het plangebied wenselijker. Een geluidbelasting afwijkend van de waarden uit artikel 22.63 van het Omgevingsplan zal
in een (aangepast) maatwerkbesluit moeten worden vastgelegd. Dit valt buiten de BOPA. Windturbines in detail Er ligt een windpark op afstand van dit gebied. Voor dit windpark (A15) is een
milieueffectrapportage uitgevoerd (MER) bij het bestemmingsplan Buitengebied Valburg 16. Pondera Consult heeft in 2014 hiervoor rapport 713083 AS WP opgesteld. Op basis van
dit rapport wordt er ruim voldaan aan de standaardwaarden van 41 dB L„iShten47 dB Lden. Technische (klimaat) installaties voor woningen in detail De Omgevingswet schrijft de toetsing in het kader van ETFAL voor deze bronnen niet voor. De plaatselijke situatie moet dus duidelijk maken of die toetsing relevant zou kunnen zijn
of niet. De regels zoals toegelicht in de Omgevingsregeling bijlage XVII, kennen geen
bedrijfsduurcorrectie, gelden voor de som van alle onderdelen van de installatie en worden getoetst bij zowel de geluidgevoelige gevels als de perceelsgrenzen. Bij reeksen van
grondgebonden woningen is hiermee het cumulatieve geluidniveau op de geluidgevoelige gevel lager dan de standaardwaarde voor “geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten” en dus als aanvaardbaarte beschouwen. Bij appartementen zijn sterkere vormen van clustering mogelijk. Hierdoor is er een risico op hogere geluidbelastingen wat aanvullende regels wenselijk kan maken. Cumulatieve geluidbelasting en gezamenlijk geluid. De aanvaardbaarheid van de geluidbelastingen waarbij voor een bronsoort een
standaardwaarde wordt overschreden, kan enkel beoordeeld worden door te kijken naar de cumulatieve geluidbelasting (Art. 3.25 Omgevingsregeling). Artikel 3.38 van het Bkl is hiervoor leidend. De geluidwering van een gevel wordt afgestemd op het gezamenlijk
geluid (art 3.26 Omgevingsregeling). Cumulatief en gezamenlijk geluid van de bronnen
wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai wijkt in dit plan niet significant af van de geluidbelasting op basis van een bronsoort en wordt zodoende niet beoordeeld.
Vanuit de Omgevingswet is het niet voorgeschreven de cumulatieve geluidbelasting van deze bronnen met bijvoorbeeld geluid door activiteiten anders dan specifieke activiteiten te benoemen. In het kader van ETFALis ditechter welaan te bevelen. Dit betekent dat er in
de planregels kaders gesteld moeten worden aan de mate waarin geluidgevoelige functies zowel door spoorweglawaai of wegverkeerslawaai en geluid door activiteiten anders dan overige activiteiten belast mogen worden.
16
3.1 Geluidsbronnen Wegverkeerslawaai: gemeentewegen De geluidsaandachtsgebieden zijn nog niet vastgelegd. Daarom geldt vooralsnog voor
bepaling van de geluidsaandachtsgebieden artikel, 17.5 van deOmgevingsregeling. Op basis van dit artikel is er sprake van een overlap met de geluidaandachtsgebieden van de Prins Mauritssingel en de Parmasingel. De Lentse Warande, Parallelweg en de overige wijkontsluitingswegen worden ook beschreven, omdat deze hoewel de ligging en/of het gebruik nog niet in detail is uitgewerkt op grond van de verwachte intensiteit mogelijk tot een overschrijding van de standaardwaarde bij de gevel van een geluidgevoelig gebouw
kunnen leiden. De verkeersaantrekkende werking van dit plan leidt niet tot een significante toename van
de geluidsbelasting op de omliggende wegen (Bkl 5.78af). Daar waar de geluidbelasting
lager is dan de standaardwaarde zal een toename niet leiden tot een overschrijding van de standaardwaarde. Daar waar de standaardwaarde al wordt overschreden is er geen sprake van een significante bijdrage van dit plan (Bkl 5.78af). De Prins Mauritssingel De Prins Mauritssingel is onderdeel van de Nijmeegse hoofdontsluiting. De weg bestaat ter
hoogte van Lentse Warande uit twee hoofdrijbanen met elk twee rijstroken, een busbaan, een toerit en een afrit. De toe- en afrit liggen op een af- en oplopend talud, oplopend tot 7 meter boven het maaiveld. De wegverharding is ter hoogte van de bebouwing
geluidsreducerend asfaltbeton en naarde Waalbrug toe normaal asfaltbeton. De maximumsnelheid is 50 km/u. Op de hoofdrijbaan rijden 60000 motorvoertuigen per etmaal. Op de toe- en afrit is dit ruim 10000 motorvoertuigen.
Parmasingel De Parmasingel wordt mogelijk een belangrijke ontsluitingsweg voor het besluitgebied. De weg bestaat uit twee rijstroken en de huidige wegverharding is asfaltbeton. De maximumsnelheid is 30 km/u. De huidige verwachting is 2000 motorvoertuigen voor het prognosejaar2034, maar deze prognose is nog sterk afhankelijk van uitwerking van de ontsluitingswegen. Lentse Warande en Oosterhoutsedijk De Lentse Warende, die overloopt in de Oosterhoutsedijk, is potentieel een ontsluitingsweg
voor het besluitgebied. De weg bestaat uit twee smalle rijstroken en de huidige
wegverharding is gebakken klinkers. De maximumsnelheid is 30 km/u.
Parallelweg De Parallelweg is ook potentieel een ontsluitingsweg voor het besluitgebied. De huidige weg bestaat uit een rijstrook en de wegverharding is asfaltbeton. De maximumsnelheid is 30 km/u.
Ontsluitingswegen en woonstraten De overige straten rondom het besluitgebied zijn de Weverstraat en de
Warmoezenierstraat. De wegverharding is hier gebakken klinkers en de maximumsnelheid 30 km/u.
Spoorweglawaai; hoofdspoorwegen met GPP-waarden
Voorspoorweglawaai staafde grens van het geluidaandachtsgebied in het geluidregister. Er is een overlap met het plangebied. Deze geluidbelasting wordt bepaald door de spoorlijn
Nijmegen-Arnhem. Spoorlijn Nijmegen-Arnhem De spoorlijn Nijmegen-Arnhem is onderdeel van het hoofdspoornet. Het is een drukke lijn
met beperkt goederenvervoer. De lijn bevindt zich op een hoog dijklichaam. Er bevinden zich tussen kilometer 14.5 en 15.5 raildempers op betonnen dwarsliggers. Langs de
spoorlijn staat een geluidscherm van ca. 1meter hoog aan de westzijde. Aan de kant van het plangebied is geen geluidsscherm aanwezig. Industrielawaai; gezoneerde industrieterreinen vanuit de Wgh en industrieterreinen met vastgelegde GPP-waarden.
Er is geen overlap met een geluidaandachtsgebied van een industrieterrein met
vastgestelde GPP-waarden of de zone van een gezoneerd industrieterrein op basis van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting door deze locaties hoeft dus niet onderzocht te worden. Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten: bedrijven en maatschappelijke voorzieningen
In het besluitgebied van de Hoge Bongerd worden commerciële en maatschappelijke
functies toegestaan. Binnen deze aanduiding zijn functies toelaatbaar die tot 30 meter
kunnen leiden tot geluidsbelastingen metetmaalwaarden van maximaal 45 dB. Daar waar die richtafstanden van 30 meter niet gehaald worden, moeten voorschriften worden opgenomen om te voldoen aan ETFAL.
Technische (klimaat)installaties voor woningen In de Hoge Bongerd zijn zowel hoge appartementencomplexen als grondgebonden woningen mogelijk. De geluidbelasting als gevolg (van de cumulatie) van het geluid van de klimaatinstallaties ten behoeve van deze woningen brengt bij onzorgvuldig ontwerp mogelijk een risico op een onaanvaardbare geluidsbelasting bij gevels van woningen evenals de buitenruimtes van die woningen. Cumulatieve geluidbelasting Het gecumuleerde geluid vanuit (klimaat)installaties afkomstig vanaf de
appartementencomplexen in combinatie met het geluid van de commerciële functies vormt een risico in dit plan.
3.2 Toetspunten en modellering Toetspunten moeten representatief zijn voor de te verwachten geluidbelastingen bij
geluidgevoelige gebouwen. In dit besluitgebied worden groen-, verkeers-, woon-, commerciële en maatschappelijke functie mogelijk gemaakt. In de maatschappelijke en woonfuncties zijn geluidgevoelige gebouwen mogelijk. De toelaatbare bouwhoogte in dit plangebied variëren. Er worden geen bouwblokken ingetekend dus overat binnen deze twee functieaanduidingen zijn gevels van geluidgevoelige gebouwen mogelijk.
18
Jurisprudentie geeft aan dat er niet (bij voorbaat) uitgegaan mag worden van de afschermende werking van nog niet gerealiseerde of in ontwikkeling zijnde bebouwing. Dit betekent dat het gehele geluidsaandachtsgebied onderzocht dient te worden en er niet gerekend mag worden met afscherming van te verwachten bebouwing. Is de afscherming van bebouwing een op basis van gemeentelijk beleid een voorwaarde voor dit plan, dan moet dit als voorschrift worden vastgelegd. De Omgevingsregeling geeft in artikel 2.2.4 van bijlage IVh aan dat de hoogte van
toetspunten liggen op 2/3' verdiepingshoogte. Hier wordt een verdiepingshoogte
gehanteerd van 3 meter in de berekening. Op grond van het geconstateerde verloop in de geluidbelasting over de verdiepingshoogte, is een nadere detaillering hierin op basis van andere scenario’s voor de verdiepingshoogtes niet significant van invloed op de berekende waarden. In bijlage IVc staat op welke onderlinge afstand rekenpunten moeten liggen voor bepaling
van hetgeluidaandachtsgebied. Van hieruit kunnende relevante x en y coördinaten
worden afgeleid. Voor gemeentewegen is dit een raster van 10x10 meter en voor bronnen met vastgestelde GPP-waarden 20 x 20. Voor inzicht in de cumulatieve geluidbelasting
worden er rekenpunten in het model geplaatst opeen afstand van 40x40 meter waar per
rekenpunt alle rasterhoogtes zijn opgenomen. De maximale bouwhoogte is 35m. Uitgaande van verdiepingshoogte zijn er daarom 11
verschillende rasterhoogtes. Voor de grondgebonden woningen in het noordelijke deel van het besluitgebied wordt er ook op 1,5 m boven het maaiveld een raster geplaatst voor toetsing aan de gemeentelijke eis voor een geluidluwe buitenruimte. Er wordt gewerkt met Geomilieu versie 2024.1. De maximale reflectiediepte is 1, de
sectorhoek is 2 graden, de luchtdemping staat ingesteld op standaard en de bodem is standaard gemodelleerd als hard. Het toegepaste model en de invoerwaarden zijn op verzoek verkrijgbaar. Voorwegverkeerslawaai wordt de rekenmethode toegelicht in bijlage IVe van de Omgevingsregeling. Voorspoorweglawaai is dit IVf en voor industrielawaai IVh.
Rapporten voortrajecten die niet onder de Omgevingswet vielen, zijn volgens de toen
geldende rekenvoorschriften opgesteld zoals RMG 2012, de HMRI, etc.
4 Rekenresultaten 4.1 Rekenresultaten wegverkeerslawaai Het gehanteerde wegverkeersmodel is het Multimodaal model regio Arnhem- Nijmegen
actualisatie 2024. Voor de toekomstige situatie is een prognose gemaakt van de verkeersintensiteiten en de verdeling in drie voertuigcategorieën (lichte -, middelzware en zware motorvoertuigen). Deze prognose is gemaakt door Goudappel. Het prognosejaar
is 2034. Een eindtoeslag van 0,1 dB op de rekenwaarde (op basis van een geaccepteerd scenario van 1,5% groei per jaar) vanuit dit model maakt dat de natuurlijke groei tot 2035 in de rekenwaarden is verwerkt. Bij het model hoort de publicatie: “Multimodaal model regio Arnhem Nijmegen; Een verkeersmodel voor de groene Metropoolregio Arnhem-
Nijmegen Actualisatie 2024”; kenmerk 017065.20240916.R1.01; 16-09-2024 opgesteld door Goudappel B.V. Alle wegvakken met meer dan 1000 motorvoertuigen per etmaal binnen 1000 meter van de
plangrenszijn in het model opgenomen. Daar waar de intensiteiten nog niet bekend zijn is er uitgegaan van kengetallen op basis van het aantal vervoersbewegingen passend bij een
woningtype, vermenigvuldigd met het aantal wooneenheden. De binnen dit gebied aanwezige verkeersregelinstallaties en minirotondeszijn aangeduid. Het model is op aanvraag beschikbaar. In Bijlage 2 zijn de rekenresultaten van de grids voor wegverkeerslawaai op de elf
verschillende hoogtes opgenomen. In tabel 1in de bijlage staan de rekenwaarden voor
wegverkeerslawaai en spoorweglawaai opgenomen. In Tabel 6 staan de uitkomsten van enkele representatieve rekenpunten. Tabel 6: Geluidbelasting door wegverkeerslawaai
Wegverkeer
Hoogte (m.)
(Lden)
Naam
Omschrijving
28m_ll_A
Bouwvlak 28 - 11
187843,9
430000,7
2
53,5
28m_ll_B
Bouwvlak
28 - 11
187843,9
430000,7
5
52,8
28m_12_C
Bouwvlak
28 - 12
187843,8
430000,8
26
52,8
28m_12_B
Bouwvlak 28 - 12
187843,8
430000,8
23
52,5
35m_l_A
Bouwvlak 35- 1
187551
429899,7
2
55,9
35m_ll_A
Bouwvlak 35- 11
187700,2
429950,1
2
55,6
35m_ll_B
Bouwvlak 35- 11
187700,2
429950,1
5
53,5
35m_13_A
Bouwvlak 35- 13
187700,1
430000,1
2
57,8
35m_13_B
Bouwvlak 35- 13
187700,1
430000,1
5
53,7
35m_7_A
Bouwvlak 35 -7
187599,3
429905,8
2
55,0
X
Y
De standaardwaarde voor wegverkeerslawaai wordt binnen de Hoge Bongerd door
gemeentelijke wegen overschreden. De hoogste berekende geluidbelasting bedraagt 57,8 dB. Voor deze analyse zijn enkele representatieve toetspunten in het rekenkundig model gezet.
Zie voor de exacte locatie en de contourplotten ‘Bijlage 2: rekenresultaten en invoer’ van dit rapport. De exacte ontsluitingswegen zijn nog onbekend, maar uit Tabel 6 blijkt dat bij de toetspunten die dichtbij de huidige wegen liggen de standaardwaarde wordt overschreden.
Hierbij is de geprojecteerde Parmasingel, welke doorloopt in de Oosterhoutsedijk maatgevend. Omdat de relatieve afstand tot de gevels van geluidgevoelige gebouwen nog niet bekend is, zal hier worden gewerkt meteen voorschrift. Deze dient te voorkomen dat de geluidbelasting op de nog te ontwikkelen geluidgevoelige gebouwen te beperken. Er zijn géén maatregelen en/of voorschriften benodigd voor de overige wegen. De Parallelweg wordt buiten beschouwing laten. De verwachting is namelijk dat er minder
dan 1000 voertuigen per etmaal gebruik zullen gaan maken van deze ontsluitingsweg. Een
20
risico op mogelijk onaanvaardbare geluidbelastingen treedt in de praktijk niet op onder de 2000 voertuigen per etmaal.
Maatregelafweging Prins Mauritssingel Maatregelen op de Prins Mauritssingel zijn niet doelmatig omdat de geluidbelasting op de
Parmasingel maatgevend is in de totale geluidbelasting door wegverkeerslawaai. Maatregelafweging Parmasingel Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wil Nijmegen geen overdrachtsmaatregelen toepassen
bij erftoegangswegen. Bronmaatregelen in de vorm van stillere wegdekken zijn toepasbaar mits technisch mogelijk en verkeerskundig wenselijk. In de berekening wordt uitgegaan van een klinkerverhardingin keperverband als worstcasescenario. Het definitief beoogde
wegdek moet in de toetsing van de bouwkundige uitwerking worden meegenomen. Als geluidbelastingen uiteindelijk hoger zijn dan de standaardwaarde geven gemeentelijke beleidsregels een kader hoe er toch sprake kan zijn van een aanvaardbare situatie. Geluidbelaste woningen dienen te beschikken overeen geluidluwe gevel, een buitenruimte
gelegen aan een geluidluwe gevel en bij een geluidbelasting hoger dan 58 dB een geluidluw gelegen slaapkamer (H2.4). De hiergenoemde begrippen worden toegelicht in Bijlage 1.
4.2 Rekenresultaten spoorweglawaai Voor spoorweglawaai wordt het GPP-model zoals verkregen vanuit Prorail in oktober 2024
gehanteerd. In dit model zijn de verlagingen van de GPP-waarden voor Nijmegen (kenmerk T20150115-879297284-45112 d.d. 15-2-2023 (Prorail) verwerkt. In dit model zijn de
raildempers die recent zijn aangelegd (2022-2023) tussen station Nijmegen Lent en de Waalbrug nog niet meegenomen in de GPP-waarden, maar omdat deze wijziging als bronmaatregel van invloed is op de geluidproductie zonder de ruimte in de dienstregeling te beperken, en dus logischerwijs t.z.t. in het Geluidregister zal worden opgenomen, zijn
deze toegevoegd in het model. In Bijlage 2 zijn de rekenresultaten van de grids op de verschillende bouwhoogtes
opgenomen. In Tabel 7 staan de uitkomsten van enkele representatieve toetspunten.
Tabel 7: Geluidbelasting door spoorweglawaai
Naam
Omschrijving
Afstand tot spoor X
13m_l_D
Bouwvlak 13 - 1
30
187557,7
429999,8
11
66
13m_l_E
Bouwvlak 13 - 1
30
187557,7
429999,8
14
66
13m_l_C
Bouwvlak 13 - 1
30
187557,7
429999,8
8
63,3
35m_17_D
Bouwvlak
35 - 17
80
187600,1
430000
11
61,9
35m_17_E
Bouwvlak
35 - 17
80
187600,1
430000
14
61,9
35m_17_F
Bouwvlak
35 - 17
80
187600,1
430000
17
61,9
35m_18_A
Bouwvlak 35 - 18
80
187600
430000,1
20
61,8
35m_18_B
Bouwvlak 35 - 18
80
187600
430000,1
23
61,8
35m_18_C
Bouwvlak 35 - 18
80
187600
430000,1
26
61,7
35m_18_D
Bouwvlak 35 - 18
80
187600
430000,1
29
61,7
Ld en
Hoogte
Y
35m_18_E
Bouwvlak 35 - 18
80
187600
430000,1
32
61,6
35m_18_F
Bouwvlak 35 - 18
80
187600
430000,1
35
61,5
35m_17_C
Bouwvlak 35 - 17
80
187600,1
430000
8
61,4
35m_17_B
Bouwvlak 35 - 17
80
187600,1
430000
5
60,1
35m_15_E
Bouwvlak 35 - 15
130
187650,1
430000
14
59,5
35m_15_F
Bouwvlak 35 - 15
130
187650,1
430000
17
59,5
35m_16_A
Bouwvlak 35 - 16
130
187650
430000,1
20
59,5
35m_16_B
Bouwvlak 35 - 16
130
187650
430000,1
23
59,5
35m_16_C
Bouwvlak 35 - 16
130
187650
430000,1
26
59,4
35m_16_D
Bouwvlak 35 - 16
130
187650
430000,1
29
59,4
130
35m_16_E
Bouwvlak
35 - 16
187650
430000,1
32
59,4
35m_16_F
Bouwvlak
35 - 16
130
187650
430000,1
35
59,4
35m_15_D
Bouwvlak
35 - 15
130
187650,1
430000
11
59,3
35m_15_C
Bouwvlak 35 - 15
130
187650,1
430000
8
58,7
35m_15_B
Bouwvlak 35 - 15
130
187650,1
430000
5
57,9
35m_14_A
Bouwvlak 35 - 14
180
187700,1
430000,3
20
57,8
35m_14_B
Bouwvlak 35 - 14
180
187700,1
430000,3
23
57,8
35m_14_C
Bouwvlak 35 - 14
180
187700,1
430000,3
26
57,8
35m_14_D
Bouwvlak
35 - 14
180
187700,1
430000,3
29
57,8
35m_14_E
Bouwvlak
35 - 14
180
187700,1
430000,3
32
57,8
35m_14_F
Bouwvlak 35 - 14
180
187700,1
430000,3
35
57,8
35m_13_F
Bouwvlak 35 - 13
180
187700,1
430000,1
17
57,7
35m_13_E
Bouwvlak 35 - 13
180
187700,1
430000,1
14
57,6
35m_13_D
Bouwvlak 35 - 13
180
187700,1
430000,1
11
57,2
35m_15_A
Bouwvlak 35 - 15
130
187650,1
430000
2
57,1
35m_17_A
Bouwvlak 35 - 17
80
187600,1
430000
2
56,8
35m_13_C
Bouwvlak
35 - 13
180
187700,1
430000,1
8
56,7
28m_4_B
Bouwvlak
28 - 4
230
187750,1
430000,2
23
56,5
28m_4_C
Bouwvlak 28 - 4
230
187750,1
430000,2
26
56,5
13m_l_B
Bouwvlak 13 - 1
30
187557,7
429999,8
5
56,4
28m_4_A
Bouwvlak 28 - 4
230
187750,1
430000,2
20
56,4
35m_13_B
Bouwvlak 35 - 13
180
187700,1
430000,1
5
56,2
28m_3_F
Bouwvlak 28 - 3
230
187750,1
430000,1
17
56,1
35m_13_A
Bouwvlak
35 - 13
180
187700,1
430000,1
2
56,0
230
28m_3_E
Bouwvlak
28 - 3
187750,1
430000,1
14
55,8
28m_3_D
Bouwvlak
28 - 3
230
187750,1
430000,1
11
55,4
28m_6_C
Bouwvlak
28 - 6
280
187800,2
430000,5
26
55,4
28m_6_B
Bouwvlak 28 - 6
280
187800,2
430000,5
23
55,2
28m_3_C
Bouwvlak 28 - 3
230
187750,1
430000,1
8
55,1
28m_3_B
Bouwvlak 28 - 3
230
187750,1
430000,1
5
55,0
28m_6_A
Bouwvlak 28 - 6
280
187800,2
430000,5
20
55,0
28m_5_F
Bouwvlak 28 - 5
280
187800,3
430000,4
17
54,7
28m_12_C
Bouwvlak
28 - 12
330
187843,8
430000,8
26
54,5
Bouwvlak 28-5
280
187800,3
430000,4
14
54,5
28m_5_E
22
28m_12_B
Bouwvlak 28 - 12
330
187843,8
430000,8
23
54,2
28m_5_D
Bouwvlak 28 - 5
28m_5_B 28m_12_A
280
187800,3
430000,4
11
54,2
Bouwvlak
28 - 5
280
187800,3
430000,4
5
54,1
Bouwvlak
28 - 12
330
187843,8
430000,8
20
54
28m_5_A
Bouwvlak 28 - 5
280
187800,3
430000,4
2
54
28m_5_C
Bouwvlak 28 - 5
280
187800,3
430000,4
8
54
28m_ll_F
Bouwvlak 28 - 11
330
187843,9
430000,7
17
53,8
28m_ll_E
Bouwvlak 28 - 11
330
187843,9
430000,7
14
53,6
28m_ll_A
Bouwvlak 28 - 11
330
187843,9
430000,7
2
53,5
28m_ll_B
Bouwvlak 28 - 11
330
187843,9
430000,7
5
53,4
28m_ll_D
Bouwvlak
28 - 11
330
187843,9
430000,7
11
53,4
28m_ll_C
Bouwvlak
28 - 11
330
187843,9
430000,7
8
53,2
Bouwvlak 13-1
30
187557,7
429999,8
2
53,1
13m_l_A
De standaardwaarde voor spoorweglawaai wordt binnen de Hoge Bongerd overschreden.
Maatregelafweging spoorweglawaai Omdat de standaardwaarde in een groot deel van het besluitgebied wordt overschreden, moet er een maatregelafweging volgen. Aan de westzijde van het spoor is er al een
minischerm aanwezig. In Bijlage 2 zijn middels de figuren spoorweglawaai de toevoeging van hetzelfde minischerm aan de zijde van de Hoge Bongerd geanalyseerd en het effect ervan in kaart gebracht. De reductie hiervan loopt op tot ver boven de 5 dB. Op grond van de regels voor bepaling voor de doelmatigheid van geluidsmaatregelen van het Bkl is deze maatregel doelmatig. Uit deze analyse wordt daarom geconcludeerd dat dit minischerm doelmatig is. Hiervan kan worden afgeweken als de financiële doelmatigheid van een geluidbeperkende maatregel bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van die maatregel, het maakt dat een andere maatregel dan het minischerm hetzelfde effect teweegbrengt. Het effect is het bieden van een geluidluwe gevel, geluidluwe slaapkamer, geluidluwe buitenruimte en het bieden van voldoende akoestische en ruimtelijke kwaliteit in de openbare ruimte. Deze kwaliteit wordt niet louter in dB's uitgedrukt. Een maatregel met gelijke reductie maar een beperking van de gebruiksmogelijkheden is dus niet gelijkwaardig.
4.3 Rekenresultaten industrielawaai Er is geen sprake van een ligging binnen het geluidsaandachtsgebied van een
industriegebied met vastgestelde GPP-waarden dan wel een zone van een gezoneerd industrieterrein. Industrielawaai voldoet hiermee aan de voorkeursgrenswaarde en kan bij de cumulatieve geluidbelasting op basis van Bkl artikel 3.38 ook buiten de cumulatieve geluidbelasting blijven. Op basis van de grote afstand (1,5 km) is er geen aanleiding om industrielawaai toch mee te nemen.
4.4 Rekenresultaten “geluid door activiteiten, anders dan
door specifieke activiteiten” In de Hoge Bongerd wordt er naast het toevoegen van geluidsgevoelige functies ook een mogelijkheid geboden voor het toevoegen van commerciële en maatschappelijke functies. Indien er overlap optreedt tussen de verschillende functies is er sprake van gemend gebied. Is er geen overlap voor de geluidsgevoelige functies en de maatschappelijke en/of commerciële functies dan is ersprake van een rustige woonwijk.
Maatschappelijke en commerciële functies Voor maatschappelijke en commerciële functies geldt een richtafstand van 30 meter tot een rustige woonwijk. Deze richtafstand is gebaseerd op de te verwachten geluidbronnen. De voornaamste geluidbronnen die komen als gevolg van de maatschappelijke functie zijn verkeersgeluid van bezoekers, personeel en logistieke activiteiten, stemgeluid, geluid van sport en spel en installatiegeluid. De laatste twee worden beperkt vanuit artikel 22.63 van het Omgevingsplan. Omdat stemgeluid en verkeersgeluid niet meegewogen worden, is de aanvaardbaarheid niet gewaarborgd zonder hiervoor planregels in deze bopa op te nemen. Aanvaardbaarheid volgt uit artikel 5.65 van het Bkl maar omdat hier feitelijk sprake is van een rustige woonwijken er sprake is van een nieuwe functie is het beter aansluiting te zoeken bij de normen voor een rustige woonwijk welke 5 dB strenger zijn. Deze normen zijn opgenomen in Tabel 8.
Tabel 8: Normen volgend vanuit het kader voor een rustige woonwijk
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Laf.lt als
7:00-
19:00-
23:00-
19:00
23:00
7:00
45 dB(A)
40dB(A)
35dB(A)
65 dB(A)
60dB(A)
55dB(A)
gevolg van activiteiten
Maximaal geluidniveau Umax als gevolg van activiteiten
De normen gelden bij de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Deze normen zijn haalbaar bij hantering van de richtafstand zoals de VNG die voorstelt of en bij kortere afstanden bij een goede terreinindeling, door de afschermende werking van bebouwing en eventueel geluidbeperkende maatregelen. Deze richtafstand is 30 meter tussen woningen en de voornaamste geluid producerende activiteiten. Lukt dat niet dan moet aangetoond worden dat er ondanks een kortere afstand toch aan de geluidbelastingen in Tabel 8 kan worden voldaan. Dit zal worden
opgenomen in de voorschriften.
Installatiegeluid kent een sterk tonaal karakter wat ook als hinderlijk wordt ervaren in de openbare ruimte. Artikel 4.3.1 van bijlage IVh geeft aan hoe dit tonale geluid bepaald kan worden. Deze richtlijn leidt in de praktijk minder frequent tot toekenning van de tonaliteitstoeslag dan onder het Activiteitenbesluit het geval was. Om een gelijkwaardig kwaliteitsniveau te bieden bij de woningen moet de norm voor installaties feitelijks dB lager liggen dan wat Tabel 8 stelt. Om deze norm toepasbaar te maken voor toekomstige situaties zou deze norm in lijn met de systematiek van de geluidzones moeten gelden in relatie tot de perceelsgrens. Dit resulteert in de normen in Tabel 9.
24
Tabel 9: Grenswaarden voor installatiegeluid bij de erfgrens 7:00-19:00
19:00-
23:00-
23:00
7:00
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LTals gevolg van activiteiten
50dB(A)
45dB(A)
40 dB(A)
Maximaal geluidniveau U™» als gevolg van activiteiten
70dB(A)
65dB(A)
60 dB(A)
Deze waarden beschermen enkel als er gemeten wordt daar waar omringende gebouwen niet afgeschermd zijn. Dit is op een meethoogte van 4,5 m of hoger gegarandeerd.
4.5 Resultaten cumulatieve en gezamenlijke geluidbelasting Op grond van de rekenregels uit de Omgevingsregeling is de cumulatieve geluidbelasting
berekent. Geluidbelastingen die na correctie voor hinderlijkheid meer dan 10 dB onder de dominantste bron liggen kunnen bij voorbaat buiten beschouwing worden gehouden. In Tabel 10 is een worst-case berekening getoond voor de gezamenlijke en cumulatieve
geluidsbelasting. Deze waardes zijn berekend in de gebiedsaanwijzing ‘Commercieel’ en daarom zijn ook de geluidsbelastingen meegenomen afkomstig van de commerciële functies.
Tabel 10: Voorbeetdberekening gezamenlijk en cumulatief geluid in gebiedsaanwijzing ‘Commercieel’ Potentiële geluidbelasting t.g.v. wegverkeer
53dB(A)
Potentiële geluidbelasting t.g.v. railverkeer
55dB(A)
Potentiële geluidbelasting afkomstig van commerciële functies
50dB(A)
Gezamenlijk geluid
58dB(A)
Cumulatief geluid
57 dB(A)
De rekenresultaten van de cumulatieve en/of gezamenlijke geluidbelasting zoals getoond
in Tabel 10 leiden potentieel tot extra maatregelen voorde geluidweringvan een geluidsgevoelige gevel. De geluidwering kan daarom op basis hiervan niet bepaald worden aan de hand van de waarde per meest belastende bronsoort. Hier dient opgemerkt te worden dat hier is berekend is een worst-case berekening, welke met grote mate van zekerheid niet een realistisch scenario betreft voor dit besluitgebied. De kans dat dit scenario optreedt is klein door toekomstige bebouwing die voor een
afschermende werking zullen zorgen, afstanden tot het spoor en/of wegen en de afstand tot commerciële functies.
Geluidwering De locaties waar de standaardwaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden kennen naar verwachting een relatief lage geluidbelasting door spoorweglawaai. De logisch te voorziene bebouwing zal die geluidbelasting verder verlagen waardoor er bij de meest door spoorweglawaai geluidbelaste woningen naar verwachting geen sprake is van een
significante bijdrage in de hinderbeleving door cumulatie. Dit zou andersom ook zo kunnen
gelden. De uiteindelijke berekeningen voor het gezamenlijke en cumulatieve geluid zullen waarschijnlijk niet leiden tot andere conclusies wat betreft geluidwering, maar omdat dit op dit moment niet met zekerheid valt te concluderen dient te initiatiefnemer in dit besluitgebied de gezamenlijke en cumulatieve geluidsbelasting mee te nemen om dit uit te sluiten.
Overige vormen van cumulatie Door met voorschriften te sturen op een situatie waarbij woningen die door
spoorweglawaai of wegverkeerslawaai belast zijn niet (bovenmatig) door het geluid van activiteiten anders dan specifieke activiteiten belast worden zat deze vorm van cumulatie niet maatgevend zijn voor de ruimtelijke kwaliteit.
5 Conclusie De Hoge Bongerd maakt geluidgevoelige gebouwen mogelijk in geluidaandachtsgebieden
van (spoor)wegen. Dit betekent een risico op mogelijk niet aanvaardbare geluidbelasting. In het kadervan evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) is daarom
akoestisch onderzoek uitgevoerd. De geluidbelastingen door wegverkeerslawaai zijn op enkele locaties in dit plan hoger dan
de standaardwaarde maar lager dan de grenswaarde. Er zijn geen doelmatige maatregelen bij de Prins Mauritssingel toepasbaar, maar in erftoegangswegen dient daar waar risico is op overschrijding van de standaardwaarde gewerkt te worden met stillere wegdekken voor zover dit technisch en verkeerskundig wenselijk is. Omdat er een nieuw te realiseren situatie is, kan voor zover mogelijk vergroting van de afstand tussen weg en gevel in beschouwing worden genomen. Onder voorwaarden is de geluidbelasting aanvaardbaar. Deze voorwaarden moeten als voorschriften in de bopa worden opgenomen. De geluidbelastingen door spoorweglawaai zijn voor het overgrote deel van dit plan hoger
dan de standaardwaarde maar lager dan de grenswaarde. Een (mini)spoorscherm is een
doelmatige maatregel. Onder voorwaarden is de geluidbelasting dan aanvaardbaar. Deze voorwaarden moeten als voorschriften in de bopa worden opgenomen. Hiervan kan worden afgeweken als de financiële doelmatigheid van een geluidbeperkende
maatregel bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van die maatregel, het maakt dat een andere maatregel dan het minischerm hetzelfde effect teweegbrengt. Het effect is het bieden van een geluidluwe gevel, geluidluwe slaapkamer, geluidluwe
buitenruimte en het bieden van voldoende akoestische kwaliteit in de openbare ruimte. Deze kwaliteit wordt niet louter in dB's uitgedrukt. De geluidbelasting door alle andere bronnen zijn lager dan de standaardwaarde. Om de
kwaliteit passend voor een rustige en/of gemengde woonwijk waar mogelijk te waarborgen dienen er echter aanvullende voorschriften opgenomen voor de maatschappelijke en commerciële functies te worden opgenomen.
26
5.1 Op te nemen voorschriften 1.
De ligging voor de gebiedsontsluitingswegen zijn voor dit plan nog onbekend. Daarom
geldt als voorschrift dat aan beide zijden van de toekomstige wegen een ruimte van 5 meter aangehouden dient te worden als gebiedsaanwijzing ‘Overschrijding standaardwaarde geluid wegverkeer’. Dit betekent dat dit gebied op dit moment nog niet is opgenomen in de ruimtegebruikskaart. 2.
Binnen de gebiedsaanwijzingen 'Overschrijding standaardwaarde geluid wegverkeer' en 'Overschrijding standaardwaarde geluid railverkeer' gelden de volgende
voorschriften: a.
Bij de bouw van een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in art 3.21 Bkl dient voor spoorweglawaai en wegverkeerslawaai te worden voldaan aan de standaardwaarden uit art 5.78t Bkl, conform afdeling 3.5 Geluid door wegen,
b.
In afwijking van het bepaalde in voorschrift 2, lid a is een geluidbelasting op
spoorwegen en industrieterrein Bkl.
één of meer gevelvlakken van een geluidgevoelig gebouw hoger dan de in voorschrift 2, lid a genoemde standaardwaarden aanvaardbaar, mits er aan
alle voorwaarden wordt voldaan: 1.
deze woningen bieden afscherming aan een gelijk of groter aantal