Bijlage 5 Advies Veiligheidsregio
Tekst van het document
Gemeente Nijmegen t.a.v. M. Doove Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Sector Brandweer Professor Bellefroidstraat 11 6525 AG Nijmegen
Datum: Briefnr:
19 okt 2020 -
Contactpersoon Sander van den Hoogen 088-4575214 Sander.van.den.hoogen@vrgz.nl
Betreft :
Ontwikkeling zorgcomplex St Agnetenweg 25/33
Uw kenmerk Bijlage(n):
1
zaaksleutel
*BARCODE* Geachte meneer Doove,
Bijgaand vindt u de toetsing in het kader van het Instrument Ruimtelijke Veiligheid voor het plan voor realisatie van een woonzorgcomplex/complex met beschermd wonen aan de St Agnetenweg 25/33 in Nijmegen. De inhoud van deze brief is een advies voor een optimalisering van de onderstaande veiligheidsaspecten; daar waar harde wettelijke normen in het geding zijn, wordt daar expliciet op gewezen. In het kader van het Instrument Ruimtelijke Veiligheid is gekeken naar de volgende aspecten. • Gezondheid • Externe veiligheid • Hoogwater • Evenementen • Bereikbaarheid, opkomsttijden en bluswater • Verkeer • Natuurbrand • Sociale Veiligheid Hieronder zal per aspect een korte beschouwing gegeven worden van de situatie. Vervolgens wordt e.e.a. onder ‘adviezen’ nog even kort samengevat.
Constateringen Aan de hand van het ontwerp-bestemmingsplan d.d. 23-6-2020 wordt het volgende geconstateerd:
Gezondheid: Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van drukke wegen, maar ligt wel in de nabijheid van het Maas-Waal-kanaal. Ook scheepvaartverkeer heeft invloed op de luchtkwaliteit. De GGD adviseert voor gevoelige bestemmingen een afstand van minimaal 50 meter tot het kanaal aan te houden. Het plangebied ligt buiten die 50 meter. Externe veiligheid: Het plangebied ligt in het invloedsgebied van de hoge drukaardgasleiding 576-02 en vervoer van gevaarlijke stoffen over het Maas-Waal-kanaal en het spoor Nijmegen-Den Bosch. Conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen en het Besluit externe veiligheid transportroutes dient daarom het groepsrisico voor dit plangebied verantwoord te worden. Voor het spoor en het kanaal geldt dat de afstand van het voorziene pand tot de vervoersassen dusdanig groot is dat verantwoording middels de in de Nijmeegse beleidsvisie externe veiligheid opgenomen standaardtekst mogelijk is. Voor de aardgasleiding ligt dit anders. De gevel van het pand ligt deels binnen de 100%-letaliteitszone. Vanuit de lokale beleidsvisie wordt voor ‘zeer kwetsbare objecten’ (panden met verminderd zelfredzame personen) binnen die zone een ‘nee, tenzij’-principe aangehouden. De zelfredzaamheid van de doelgroep van dit pand wordt als beperkt tot niet zelfredzaam ingeschat.
Men zal moeten aangeven waarom juist op deze locatie deze functie gerealiseerd wordt en welke alternatieven er overwogen zijn en men dient aan te geven wat de (on)mogelijkheden zijn in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid (zie bijlage 1). Overigens moet men daarbij beseffen dat de kans op een dergelijk ongeval zeer klein is. Bij het in bijlage 1 genoemde scenario is het voor de hulpdiensten niet mogelijk om het scenario door een gerichte inzet te voorkomen en ook niet mogelijk om, gedurende de duur van de fakkelbrand, in het plangebied op te treden; de hulpverlening zal met name gericht zijn op het bestrijden van de effecten (grootschalige brand) nadat de fakkel gedoofd is. Hoogwater: De dijk van het Maas-Waal-kanaal is formeel een regionale waterkering. Hoewel een eerste beoordeling (bron: www.overstroomik.nl), aangeeft dat het gebied kan overstromen, blijkt uit een nadere beschouwing van het rapport ‘Normering regionale waterkeringen’ (prov. Gelderland 2006), dat het falen van de dijk er ter hoogte van het plangebied geen schade te verwachten is.. Evenementen: In het plangebied zijn geen evenemententerreinen voorzien. Bereikbaarheid, opkomsttijden en bluswater: Het plangebied is vanuit de brandweerpost Nijmegen West binnen 8 minuten bereikbaar.
Bij ontsluiting van een gebied is het belangrijk dat bouwwerken waar mensen verblijven bereikbaar zijn voor hulpverleningsdiensten langs twee niet samenvallende routes. De rand van het plangebied kan weliswaar langs 2 onafhankelijke routes bereikt worden, maar het gebouw op het terrein wordt langs een doodlopende weg op eigen terrein ontsloten. Dit is niet optimaal. In een eerder stadium is al aangegeven is dat om die reden in ieder geval een keervoorziening op het terrein aangelegd moet worden voor hulpverleningsvoertuigen; de toegangsweg dient conform de eisen uit het Bouwbesluit uitgevoerd te worden. In beginsel moet conform Bouwbesluit 2012 de (brandweer)ingang van een pand tot op 10 meter benaderbaar zijn door brandweervoertuigen. Voor een dergelijk pand is conform Bouwbesluit een bluswatervoorziening binnen 40 meter van de toegang van het pand noodzakelijk. Voor een dergelijke functie is een voorziening met een capaciteit van minimaal 60 m3/u noodzakelijk. Indien dit niet geleverd kan worden door een brandkraan, dan is een geboorde put een voor de hand liggend alternatief. Verkeer: In het plangebied worden geen functies met een verkeersaanzuigende werking voorzien. Natuurbrand: Het plangebied wordt niet bedreigd door natuurbranden.
Sociale Veiligheid: Het Politiekeurmerk Veilig Wonen omvat diverse aspecten die relevant zijn voor het inrichten van een sociaal veilige woonomgeving voor dit plangebied. Deze functie richt zich op een woonfunctie voor een hele specifieke doelgroep, die niet specifiek door dit keurmerk bediend wordt. Indien gewenst kan de politie om advies gevraagd worden.
Adviezen Uit voorgaande constateringen kunnen de volgende adviezen worden gedestilleerd. Bereikbaarheid en bluswatervoorziening: • Aangegeven is dat het gebouw slechts langs één toegangsweg ontsloten kan worden. Dat is niet optimaal, aangezien men bij calamiteiten geen alternatief meer heeft om het pand te bereiken. Dit maakt het des te belangrijker dat er een keervoorziening voor brandweervoorzieningen wordt aangelegd. De ontsluitingsweg dient qua dimensionering (minimaal) conform de eisen uit het Bouwbesluit te worden uitgevoerd. • Voor een dergelijke functie dient conform Bouwbesluit een bluswatervoorziening van minimaal 60 m3/u op maximaal 40 meter van de brandweertoegang van het pand gerealiseerd te worden. (Zie artikel 6.30 en 6.37 Bouwbesluit en de Handreiking Bluswater en Bereikbaarheid van BrandweerNederland.) Externe veiligheid: • Gezien de ligging van het pand binnen de 100%-letaliteitszone van de aardgastransportleiding 576-02 dient men zich (conform de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Nijmegen) de vraag te stellen om welke reden dit pand met deze populatie op deze locatie gerealiseerd wordt. Indien men rekening houdend met het geschetste fakkelbrandscenario een veilig pand wil realiseren, dan zouden zeer zware bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden.
Wij verwachten u met dit schrijven van dienst te zijn geweest. Indien u nog vragen hebt naar aanleiding van dit schrijven, kunt u te allen tijde contact opnemen met ondergetekende. Conform artikel 3.43 van de Algemene wet bestuursrecht ontvangen wij graag van uw zijde een afschrift van het genomen besluit.
Bijlage 1 Fakkelbrandscenario (externe veiligheid) Het maatgevende scenario voor calamiteiten met hogedrukaardgastransportleidingen doet zich voor als de gasleiding ter hoogte van het plangebied beschadigd raakt. Door de zeer hoge druk zal hierbij vrijwel onmiddellijk een fakkelbrand onstaan. Overigens moet men daarbij beseffen dat de kans op een dergelijk ongeval zeer klein is. Bestrijding van zo’n gasontsnapping door de hulpdiensten is niet mogelijk. Hiervoor is het noodzakelijk dat de leidingbeheerder (de Gasunie) de leiding afsluit; dit kan tot uur duren. Na dit inblokken van de leiding zal echter nog geruime tijd gas vrij blijven komen, totdat de leiding leeggelopen is. Indien een dergelijk scenario zich op de meest ongunstige locatie voordoet, valt de zogenaamde 100%-letaliteitszone van de leiding net over de gevel van het voorziene pand. In deze zone is de hittestraling zo intens dat iedereen zal komen te overlijden. Indien op deze locatie de leiding beschadigd raakt zal het pand, indien het conform de reguliere bouweisen gebouwd wordt, gaan branden. Gedurende de fakkelbrand kunnen hulpdiensten het plangebied niet betreden vanwege de intense hitte.
Om dezelfde reden is ontvluchting van het pand eveneens onmogelijk De (zeer grootschalige) inzet van hulpdiensten zal, nadat de fakkel gedoofd is, zich richten op het blussen van secundaire branden en het redden van overlevenden. Het grote aantal slachtoffers dat bij incidenten met hogedrukaardgastransportleidingen kan vallen zal de capaciteit van de geneeskundige hulpverlening in veel gevallen te boven gaan.