Bijlage 4 Notitie reikwijdte en detailniveau voor de milieueffectrapportage.
Tekst van het document
MER
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Colofon Auteurs Gemeente Nijmegen i.s.m. AnteaGroup
MER Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Status Definitief Datum Mei 2026
Mei 2026
Website nijmegen.nl
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
3
Inhoud Deel I
Deel II
1.
Inleiding
06
3.
Werkwijze mer-basis
22
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Mer bij omgevingsbeleid Waarom een mer-basis? Leeswijzer
06 06 07 07
3.1 3.2
Wat is mer-basis? Doelen mer-basis voor omgevingsbeleid Nijmegen
22 23
2.
Omgevingsbeleid Nijmegen
10
4.
26
2.1 2.2
Beleidshuis Omgevingsvisie Nijmegen De Nabije Stad 2050 Programma’s Omgevingsplanwijzigingen Nationaal, provinciaal en regionaal beleid
Onderzoeksmethodiek MER eerste wijziging omgevingsvisie 2026
4.1 4.2 4.3 4.4
Aanpak op hoofdlijnen Foto van de leefomgeving Te onderzoeken alternatieven Effecten alternatieven op basis van afwegingskader Voorkeursalternatief Doorkijk monitoring
26 27 27 27
5.
Mer-procedure eerste wijziging omgevingsvisie 2026
32
5.1 5.2
Procedurestappen Opstellen Notitie Reikwijdte en Detailniveau Terinzagelegging NRD en advieswinning Opstellen MER Terinzagelegging MER bij ontwerp gewijzigde omgevingsvisie 2026 Vaststelling gewijzigde omgevingsvisie 2026, inclusief MER
32 33
2.3 2.4 2.5
10 10 14 14 14
4.5 4.6
5.3 5.4 5.5 5.6
4
28 28
33 33 33 33
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
5
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Gemeente Nijmegen werkt doorlopend aan ontwikkelingen binnen haar gemeente en het actueel houden van het omgevingsbeleid. De kapstok voor het gemeentelijk omgevingsbeleid is de Omgevingsvisie gemeente Nijmegen de Nabije Stad 2050, die op 10 september 2025 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze omgevingsvisie omvat een strategische integrale langetermijnvisie over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving tot 2050 in de gemeente Nijmegen. De gemeente blijft in ontwikkeling en staat nu aan de lat voor de volgende beleidsopgaven: • Regelmatige actualisatie van de omgevingsvisie, waarvan de eerste actualisatie in 2026-2027 is voorzien voor het concretiseren van de ambitie voor woningbouw (onderzoek naar nieuw woningbouwlocaties in de stad) en na circa 4 jaar (iedere raadsperiode) een uitgebreide evaluatie van de omgevingsvisie; • Voorbereiden van een aantal thematische en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s en omgevingsplanwijzigingen; • (Verplichte) monitoring en evaluatie van het omgevingsbeleid. De laatste milieueffectrapportage (MER) voor de omgevingsvisie is opgesteld in 2020. Voor de bijgewerkte omgevingsvisie in 2025 is geen MER opgesteld, omdat er in deze visie geen nieuwe grootstedelijke ontwikkelingen zijn beschreven.
De concretisering van de ambitie voor woningbouw (zie hierboven) kan echter wel leiden tot ruimtelijke keuzes die mer-plichtig zijn. Doordat we groeien binnen de beperkte ruimte die in de stad beschikbaar is, is een goede afweging van de milieueffecten van belang. Dit geeft aanleiding om niet alleen de omgevingsvisie, maar ook de milieueffectrapportage te actualiseren. De mer is verplicht bij ruimtelijke planinstrumenten die een kader vormen voor mer-plichtige activiteiten. Dit geldt niet alleen voor de omgevingsvisie, maar in sommige gevallen ook voor omgevingsprogramma’s en omgevingsplanwijzigingen. De gemeente wenst hierbij, in plaats van iedere keer afzonderlijke MER-ren, één (basis)
6
MER te ontwikkelen die vervolgens bij toekomstige beleidsafwegingen in bijvoorbeeld de omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s kan worden aangevuld op deze beleidsafwegingen.
of omgevingsplanwijzigingen ruimtelijke kaders worden vastgelegd voor deze activiteiten met enige schaalgrootte, dient bij dit instrument een mer-procedure te worden doorlopen.
Om te komen tot een (basis)MER, wordt een aantal procedurestappen doorlopen. Gangbaar is dat de merprocedure start met deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau waarin de kaders en richtlijnen vastgelegd voor het effectenonderzoek in het MER. Het voorliggende document is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (in het vervolg noemen we dit ‘de NRD’). De concept NRD heeft ter inzage gelegen van 18 februari tot en met 31 maart 2026. Er is één zienswijze ingediend maar deze heeft niet geleid tot aanpassingen. Het MER zelf wordt tegelijk met de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegd, naar verwachting eind 2026.
1.2
Mer bij omgevingsbeleid
Projecten
Gevallen waarin de merplicht geldt
Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt
Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit
C2
Windparken
Oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark met 20 of meer windturbines
Oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark met drie of meer windturbines
De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit
J8
Hoogspanningsleidingen
Aanleg, wijziging of uitbreiding van een bovengrondse hoogspanningsleiding van: 1°. een spanning van 220 kV of meer; en 2°. een lengte van meer dan 15 km
Aanleg, wijziging of uitbreiding
Het omgevingsplan of, bij afwezigheid daarvan, de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit
J10
Industrieterrein
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding
Het omgevingsplan
J11
Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding
Het omgevingsplan
J12
Landinrichtingsprojecten
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding
Het omgevingsplan
Doel mer • •
Procedure om milieubelang volwaardig (en vroegtijdig) in plan- en besluitvorming te betrekken. Hulpmiddel om milieueffecten van het plan of project met behulp van alternatieven in beeld te brengen.
Omgevingsplannen waarin beleidsmatige aanpassingen worden vastgelegd, bijvoorbeeld ten aanzien van milieu (geluid, geur, luchtkwaliteit, e.d.) kunnen ook mer-plichtig zijn. In dit geval vormt het eerste MER ook een goede basis voor het MER bij
Tabel 1 Voorbeelden mer-beoordelingsplichtige activiteiten uit Bijlage V Omgevingsbesluit
Mer-plicht De Omgevingswet regelt de mer-plicht. Milieueffectrapportage is verplicht bij een plan als: • Het plan, zoals een omgevingsvisie, een programma of een omgevingsplanwijziging, kaders stelt voor projecten in het plangebied waarvoor volgens het Omgevingsbesluit een project-mer of een merbeoordeling verplicht is, of; • De ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling (een wettelijk voorgeschreven beoordeling van gevolgen voor Natura 2000-gebieden) nodig is. In bijlage V Omgevingsbesluit staat welke activiteiten merplichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. In onderstaande tabel 1 is ter indicatie een aantal voorbeelden van mer(beoordelings)plichtige activiteiten weergegeven. Wanneer in de omgevingsvisie, in een omgevingsprogramma en/
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
1.3
Waarom een mer-basis?
Mer-basis •
Een fundament van hulpmiddelen voor milieueffectrapportage in omgevingsbeleid. • Ondersteunt besluitvorming, beleidsontwikkeling en monitoring. • Sluit aan op de eisen en vorm van de Omgevingswet. De gemeente Nijmegen gaat ‘werken met de mer-basis’.
Doelen mer-basis Nijmegen • •
Goede basis en op elkaar afgestemde MER’ren. Meer structuur, samenhang en efficiëntie in de MER’ren bij omgevingsvisies, programma’s en eventuele omgevingsplanwijzigingen. Eén MER vormt de basis voor ieder navolgende wijziging van de visie, programma’s en eventuele omgevingsplanwijzigingen.
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
•
1.4
dergelijke omgevingsplanwijzigingen. Monitoring van omgevingsbeleid op basis van het MER.
Leeswijzer
De NRD is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 biedt een overzicht van het huidige en te ontwikkelen omgevingsbeleid binnen de gemeente Nijmegen. • Hoofdstuk 3 gaat in op de nieuw ontwikkelde werkwijze mer-basis bij het omgevingsbeleid binnen de gemeente. • In hoofdstuk 4 wordt concreet ingegaan op de onderzoeksmethodiek van het MER bij de eerste wijziging van de omgevingsvisie 2026. • Hoofdstuk 5 bevat een overzicht van de procedurestappen bij dit MER bij de eerste wijziging van de omgevingsvisie 2026.
7
02.
2. Omgevingsbeleid Nijmegen
•
•
•
•
•
Beleidshuis Nijmegen werkt aan een beleidshuis waarin helder staat beschreven welke beleidsdocumenten gemaakt worden en hoe die zich tot elkaar verhouden. Het omgevingsplan is niet opgenomen in dit schema. De gemeente ziet het beleidshuis als een hulpmiddel om inhoudelijke doelen te bereiken. Thematisch en gebiedsgericht kaderstellend beleid wordt onderdeel van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt als kapstok gehanteerd voor het uitwerken van het beleid in uiteindelijk thematische en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s. De vastgestelde omgevingsvisie en het structureren van het beleidshuis bieden momentum om mer-basis op orde te hebben. In dit hoofdstuk komen achtereenvolgend de omgevingsvisie en mer-plichtige programma’s die de gemeente wenst op te stellen aan de orde.
toegepast bij het maken van deze omgevingsvisie. Bij het maken van thematisch beleid voor de fysieke leefomgeving, gebiedsvisies, ruimtelijke projecten en bij ruimtelijke initiatieven uit de stad, neemt Nijmegen de leidende principes mee in haar afwegingen. Hiermee geven we richting aan de toekomst en dagen we uit om te komen tot innovatieve ideeën en oplossing. De leidende principes zijn: 1. Samen met de stad en de regio 2. Slim ruimtegebruik 3. Werken aan de brede welvaart 4. De rechtvaardige stad 5. De toegankelijke stad 6. Bijdragen aan de gezonde leefomgeving 7. Ontwikkelingen dragen bij aan de vier hoofdlijnen van het beleid: de sociale en gezonde stad, de aantrekkelijke stad, de economische veerkrachtige stad en de duurzame stad
Besluitvorming door de gemeenteraad Omgevingsvisie
Hoofdlijnen van beleid integrale beleidsafweging (doelen en omgevingswaarden)
Kaderstellend
2.1
P&C cyclus
Wettelijk verplicht beleid o.a. Woonvisie
Overig beleid
Thematisch beleid Hoofdlijnen van beleid voor een specifiek (sectoraal) thema.
Gebiedsvisie
Integrale visie op een specifiek gebied binnen de stad.
2.2
Omgevingsvisie Nijmegen De Nabije Stad 2050
Omgevingsvisie gemeente Nijmegen De Nabije Stad 2050 • Deze omgevingsvisie is een strategische integrale langetermijnvisie over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving in de gemeente Nijmegen. • De omgevingsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 10 september 2025. Toekomstbeeld: nabije en rechtvaardige stad • Nijmegen heeft de ambitie om een nabije en rechtvaardige stad te zijn. Een gezonde leefomgeving en de brede welvaart zijn hierin belangrijk. Nijmegen wil dat nieuwe woonruimten, banen en andere functies hierbinnen passen. Nijmegen wil namelijk dat huidige en toekomstige generaties goed en gezond kunnen wonen, werken en verblijven in Nijmegen.
Leidende principes Nijmegen werkt aan de toekomst van de stad via verschillende leidende principes. De leidende principes zijn
10
•
•
•
Nijmegen is voortdurend in ontwikkeling. De stad groeit en de opgaven in de fysieke leefomgeving zijn veelomvattend. De omgevingsvisie is nooit af, omdat de omstandigheden waarbinnen de stad zich ontwikkelt steeds veranderen. Daarom werkt Nijmegen volgens de beleidscyclus. Hierdoor zorgt de gemeente ervoor dat de omgevingsvisie actueel blijft. In de omgevingsvisie is opgenomen dat de gemeente de visie regelmatig gaat actualiseren, elke twee jaar gaat monitoren en elke vier jaar gaat evalueren (op doelen en ambities). Zo houdt de gemeente de omgevingsvisie ‘up to date’ en sluit de gemeente aan bij de beleidscyclus van de Omgevingswet: een continu proces van beleidsontwikkeling, doorwerking, uitvoering en terugkoppeling (zie onderstaande afbeelding). De vastgestelde omgevingsvisie vormt de basis. De gemeente houdt zich vast aan de hoofddoelen, leidende principes en strategische ruimtelijke keuzes in de omgevingsvisie. De gemeente vult de visie aan op een aantal specifieke onderwerpen (bouwstenen) die om een andere uitwerking vragen.
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
Uitvoerend
Beleidscyclus omgevingsvisie Nijmegen
Thematisch omgevingsprogramma
Uitwerking van het thematische beleid in een concreet uitvoeringsprogramma.
Gebiedsgericht omgevingsprogramma
Uitwerking van een gebiedsvisie in een concreet programma (van eisen) voor een specifiek gebied.
Besluitvorming door het college van B&W Figuur 2.1: Beleidshuis Nijmegen
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
11
Figuur 2.2 Toekomstbeeld Nijmegen richting 2050 (Omgevingsvisie gemeente Nijmegen, 2025)
12
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
13
aantal thematische en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s op te stellen waarbij op het MER bij de eerste wijziging van de omgevingsvisie kan worden voortgeborduurd.
Eerste wijziging omgevingsvisie 2026 De geplande eerste wijziging omgevingsvisie heeft betrekking op vier bouwstenen: • Intensiveringsstudie: Nijmegen heeft al plannen gemaakt voor de bouw van 17.000 woningen tot 2040. Gemeente is op zoek naar ruimte voor de bouw van 5.000 extra woningen. Rekening houdend met geen volledige doorgang van alle plannen, wordt gezocht naar ruimte voor 6.500 extra woningen. Hiervoor wordt een intensiveringstudie uitgevoerd. De uiteindelijke ruimtelijke keuzes moeten landen in de wijziging van de omgevingsvisie. • Concretisering leidende principe de rechtvaardige stad. In de omgevingsvisie De Nabije Stad hebben we de rechtvaardige stad benoemd als leidend principe. Het gaat dan bijvoorbeeld over hoe middelen, kansen en lasten ruimtelijk verdeeld zijn tussen inwoners in de wijken. Niet iedereen kan meekomen en profiteert van beleidskeuzes, waardoor verschillen onbedoeld nog groter (kunnen) worden. Aan de hand van deze bouwsteen willen we het leidende principe in de omgevingsvisie nader uitwerken en vertalen naar een handelingskader. Ook zorgen we ervoor dat bij de keuzes die worden gemaakt op basis van de intensiveringsstudie (zie hierboven) aandacht is voor ruimtelijke rechtvaardigheid.
• Actualiseren MER, inclusief het voornemen om het MER voor de omgevingsvisie te verbreden naar een MER die ook bruikbaar is bij het opstellen van de omgevingsprogramma’s, wijzigingen van het omgevingsplan en voor de omgevingsmonitor. • De uitwerking van een gebiedsgerichte aanpak voor de Energieweg.
2.3 •
•
14
Programma’s In een programma kunnen burgemeester en wethouders beleid uit de omgevingsvisie concreter invullen voor specifieke gebieden, sectoren of onderwerpen en maatregelen opnemen, die leiden tot de gewenste kwaliteit en het beheer van de fysieke leefomgeving. De gemeente is voornemens om een
2.4 •
•
Terugkoppeling
Beleidsontwikkeling
Omgevingsplanwijzigingen Het hoofddoel van een omgevingsplanwijziging is het actueel houden van de regels voor de fysieke leefomgeving en het mogelijk maken van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen binnen de bestaande regels: • Het omgevingsplan wordt gewijzigd als er nieuwe plannen zijn voor bijvoorbeeld woningbouw, bedrijventerreinen of infrastructuur, waarvoor de huidige regels moeten worden aangepast. • Gemeenten gebruiken wijzigingen om nieuw beleid (en wijzigingen in bestaand beleid met betrekking tot de transitie naar de Omgevingswet) over bijvoorbeeld milieu, duurzaamheid, klimaatadaptatie (zoals groenblauwe regels) of de bescherming van de bodem juridisch vast te leggen. • Elke wijziging heeft tot doel bij te dragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), waarbij aspecten als milieu, veiligheid en gezondheid in balans zijn. Sommige omgevingsplanwijzigingen zijn mer(beoordelings)plichtig, hiervoor kan ook het MER bij de eerste wijziging van de omgevingsvisie bruikbaar zijn.
Monitoring & evaluatie
Omgevingsvergunning (opa)
• •
Hoofdlijnen van beleid (doelen en omgevingswaarden)
Omgevingsprogramma
Uitwerking op thema of gebied
Binnenplans
Bopa
Buitenplans
Uitvoering 2.5
Omgevingsvisie
Omgevingsplan
Vertaling beleid naar juridische regels
Beleidsdoorwerking
Nationaal, provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk omgevingsbeleid moet rekening houden met nationaal, provinciaal en regionaal beleid. Invoegen overzicht relevant ruimtelijk nationaal, provinciaal en regionaal beleid.
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
Figuur 2.3: Beleidscyclus Omgevingswet
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
15
Tabel 2 Nationale, provinciale en regionale beleidskaders Kaders
Belangrijkste randvoorwaarde/ uitgangspunten
Doorwerking in Nijmegen
De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes tussen die nationale belangen in samenhang moeten worden gemaakt. De belangrijkste keuzes op het gebied van stedelijke ontwikkeling zijn: • Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. • Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. • Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. • Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen.
De uitgangspunten van de NOVI sluiten aan bij de ambities van de (actualisatie van de) Omgevingsvisie Nijmegen. Nijmegen werkt aan een gezonde, duurzame en rechtvaardige stad en maakt daarbij ruimtelijke keuzes die in balans zijn met natuurlijke systemen en bijdragen aan brede welvaart. Het onderzoek naar locaties voor 6.500 extra woningen (intensiveringsstudie) past binnen de NOVI lijn om binnenstedelijk en toekomstbestendig te bouwen in een groen stedelijk netwerk. Ook de aandacht voor klimaatadaptatie, circulaire ontwikkeling en duurzame energie sluit aan op de NOVI doelstellingen.
De Ontwerp-Nota Ruimte schetst de ruimtelijke visie van Nederland richting 2030 en 2050, met een doorkijk naar 2100. Het benoemt ruimtelijke keuzes en geeft richting voor de grote opgaven die ruimte vragen. De belangrijkste richtlijnen op het gebied van stedelijke ontwikkeling zijn: • Ontwikkelen van nieuwe woongebieden om te voldoen aan de groeiende vraag naar woningen; • Nieuwe gebieden moeten duurzaam ontwikkeld worden met aandacht voor klimaatadaptatie; • Nadruk op belang van goede infrastructuur en bereikbaarheid; • Nieuw stedelijk gebied moet voldoende groen- en maatschappelijke voorzieningen bevatten; • Nadruk op efficiënt gebruik van ruimte waarbij verschillende functies worden gecombineerd.
De Ontwerp-Nota Ruimte sluit goed aan bij de inzet van Nijmegen op compacte groei, intensivering en zorgvuldig ruimtegebruik om de groeiende woningbehoefte op te vangen. Tegelijk wordt sterk ingezet op duurzame en klimaatbestendige ontwikkeling, met water en bodem als leidende principes en oog voor groen, gezondheid en leefkwaliteit. De aandacht voor bereikbaarheid en infrastructuur sluit aan bij de Nijmeegse ambitie om verstedelijking te combineren met goed functionerende mobiliteitssystemen.
De provincie Gelderland streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend leefklimaat. In de Omgevingsvisie staan grote transities centraal, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, duurzame mobiliteit, een toekomstbestendig economisch profiel en een gezonde woon en leefomgeving. De visie richt zich op ontwikkeling in balans met natuurlijke systemen en op versterking van de kwaliteiten van steden, dorpen en landschappen.
De ambities uit de Gelderse Omgevingsvisie sluiten direct aan bij de koers van de Omgevingsvisie Nijmegen. Nijmegen werkt al sterk vanuit principes als klimaatadaptatie, energietransitie, duurzame mobiliteit, circulariteit en natuurinclusiviteit. De provinciale nadruk op brede welvaart en ontwikkeling in balans met natuurlijke systemen ondersteunt de stedelijke keuzes voor compacte groei, versterking van groene structuren, gezonde leefkwaliteit en een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting.
Omgevings-verordening Gelderland (2025)
De Omgevingsverordening Gelderland bevat bindende regels voor natuur, milieu, water, landschap, erfgoed, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit. De verordening bepaalt welke activiteiten in aangewezen gebieden zijn toegestaan en onder welke voorwaarden, zoals binnen het Gelders Natuurnetwerk, grondwaterbeschermingsgebieden en langs provinciale wegen. Gemeenten moeten deze regels overnemen in hun omgevingsplannen. Zo borgt de verordening een gezonde en veilige fysieke leefomgeving in de hele provincie. Deze verordening is op 1 januari 2024 in werking getreden, en sindsdien op onderdelen gewijzigd.
De regels uit de Omgevingsverordening Gelderland vormen belangrijke randvoorwaarden voor de Nijmeegse beleidsontwikkeling en ruimtelijke besluitvorming. Nijmegen verwerkt deze regels in haar omgevingsplan en beleidskaders. De verordening borgt dat stedelijke groei en transformatie passen binnen provinciale eisen en vormt daarmee een toetsingskader voor lokale ruimtelijke keuzes.
Vernieuwd Actieplan Wonen 2025-2027 provincie Gelderland (2024)
Het Vernieuwd Actieplan Wonen richt zich op het versnellen van de woningbouw en het terugdringen van het woningtekort in Gelderland. De provincie versterkt gemeentelijke capaciteit, stimuleert transformatie en beter gebruik van bestaande gebouwen, en bevordert innovatieve, flexibele en duurzame woonvormen. Daarnaast worden knelpunten zoals netcongestie aangepakt. Het plan ondersteunt de realisatie van voldoende, betaalbare en toekomstbestendige woningen tot eind 2027 en werkt vanuit zes actiethema’s: • Capaciteit en kennis gemeenten versterken • Actief grondbeleid voor woningbouw • Bestaande voorraad beter benutten • Vernieuwing stimuleren • Bouwsector ondersteunen • Randvoorwaarden invullen
De woningbouwopgave van Nijmegen sluit aan bij de provinciale inzet op versnelling, benutting van bestaande voorraad en duurzame woonvormen. De stad kan gebruik maken van provinciale ondersteuning voor capaciteit, kennis en versnelling, en profiteert van instrumenten gericht op actief grondbeleid en transformatie. De provinciale aandacht voor randvoorwaarden zoals netcongestie en bouwsectorcapaciteit versterkt de lokale uitvoeringskracht.
De Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley richt zich op de groei van de Groene Metropoolregio en Foodvalley tot 2040, met een opgave van 100.000 nieuwe woningen. Centraal staat het principe “Meer landschap, meer stad”: verstedelijking mag alleen plaatsvinden als het landschap tegelijk wordt versterkt. Nieuwe woningbouw wordt daarom gericht op binnenstedelijke locaties en OV-knooppunten, niet in open groengebieden. De strategie combineert vier pijlers — landschap, mobiliteit, economie en wonen — en vraagt om sterke regionale samenwerking tussen gemeenten, provincies, waterschappen en rijk. Het doel is een aantrekkelijk, groen stedelijk netwerk dat groei opvangt zonder verlies van kwaliteit.
De beoogde intensivering in Nijmegen sluit goed aan op de ambities uit de regionale verstedelijkingsstrategie. Door binnenstedelijk te bouwen en te verdichten rond OV-knooppunten versterkt Nijmegen een toekomstbestendig woonmilieu en draagt de stad bij aan de grote regionale woningbouwopgave.
Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020)
Ontwerp-Nota Ruimte (2025)
Regionaal beleid Verstedelijkings-strategie Arnhem Nijmegen Foodvalley (2022)
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2019)
16
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
17
18
Ontwikkelperspectief NOVEX- gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley (2023)
Het Ontwikkelperspectief NOVEX Arnhem Nijmegen Foodvalley vormt een verdieping van de verstedelijkingsstrategie en schetst hoe grote ruimtelijke opgaven tot 2040 in samenhang worden aangepakt. Het document richt zich op drie hoofduitdagingen: een schaalsprong in verstedelijking, herstel van natuur en watersystemen en de transitie van de landbouw. Hierbij gelden principes zoals water- en bodemgestuurd ontwikkelen en slim combineren van functies in de schaarse ruimte. Het perspectief ondersteunt snellere besluitvorming binnen NOVEX-gebieden en vormt de basis voor toekomstige gebiedsprogramma’s. Het bouwt voort op regionale arrangementen en benadrukt dat de opgaven elkaar beïnvloeden, waardoor integrale keuzes noodzakelijk zijn.
Ook binnen het NOVEX ontwikkelperspectief speelt Nijmegen een centrale rol: de stad werkt aan een gezonde balans tussen stedelijke groei, natuurherstel en een klimaat en waterrobuuste leefomgeving.
Regioarrangement Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen (2023)
Het Regioarrangement beschrijft hoe de regio de komende 20 – 30 jaar werkt aan wonen, mobiliteit, energie, natuur, landbouw en economie. De GMR Arnhem-Nijmegen profileert zich als een samenhangend stedelijk netwerk in een groene omgeving. Het arrangement hanteert drie verhaallijnen: natuur en landbouw (met denklijnen voor natuurontwikkeling en klimaatadaptatie), netwerken voor energie en circulaire economie, en leefbare dorpen en steden waarin woningbouw en voorzieningen samen optrekken. Ruimtelijke kwaliteit en brede welvaart vormen leidende principes. De afspraken ondersteunen de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie en NOVEX en zorgen voor betere afstemming tussen gemeenten, provincie en waterschappen.
In het regioarrangement levert Nijmegen een belangrijke bijdrage aan een leefbare, groene en goed bereikbare stedelijke regio. De stad koppelt woningbouw, mobiliteit, energie en voorzieningen aan elkaar en ontwikkelt mee aan sterke netwerken voor economie, natuur en recreatie binnen de Groene Metropoolregio.
Regionale Energiestrategie (RES) Arnhem-Nijmegen 1.0 (2021) / Ontwerp-RES 2.0 (2025)
De RES‑verrijking 2024 beschrijft de voortgang richting duurzame energie in de regio. De kernopgave is het realiseren van 1,62 TWh duurzame elektriciteit in de regio in 2030, via een mix van wind, zon op dak en zon op land. De verrijking gaat verder in op netcongestie, warmtevoorziening, regionale infrastructuur en draagvlak. Gemeenten werken aan warmtenetten, isolatieprogramma’s en alternatieve warmtebronnen. De strategie vormt de basis voor de Ontwerp RES 2.0 Arnhem-Nijmegen (GMR), waarin een toekomstbestendig energiesysteem verder is uitgewerkt. In deze ontwerp-RES ligt de focus niet langer op alleen het opwekken van duurzame elektriciteit. Veel aandacht gaat uit naar duurzame warmte én naar de ontwikkeling van een decentraal energiesysteem voor onze regio. Van de 1,62 TWh is er een restopgave van 0,30 TWh. Het doel is deze restopgave in te vullen met meer zon-op-dak, opwek bij industriële grootverbruikers en onderzoek naar nieuwe zoekgebieden voor windenergie.
Via de RES 1.0 en de ontwerp RES 2.0 bouwt Nijmegen voort op bestaande wind- en zonneprojecten en werkt het aan de verdere warmtetransitie, zoals warmtenetten en isolatie. Daarmee levert de stad een substantiële bijdrage aan de regionale opwek en de ontwikkeling van een toekomstbestendig energiesysteem.
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
19
03.
3. Werkwijze mer-basis 3.1 • • •
Wat is mer-basis? Een fundament van hulpmiddelen voor milieueffectrapportage in omgevingsbeleid. Ondersteunt besluitvorming, beleidsontwikkeling en monitoring. Sluit aan op de eisen en vorm van de Omgevingswet.
3.2 Doelen mer-basis voor omgevingsbeleid Nijmegen
•
Doelen
•
•
•
•
Een goede basis voor omgevingsvisie en mer-plichtige programma’s in de vorm van een brede MER bij de eerste wijziging van de omgevingsvisie. Meer structuur, samenhang en efficiëntie bij toepassing van MER bij de wijziging van de omgevingsvisie, de omgevingsprogramma’s en mer(beoordelings)plichtige omgevingsplanwijzigingen. Omgevingsplannen waarin beleidsmatige aanpassingen worden vastgelegd, bijvoorbeeld ten aanzien van milieu (geluid, geur, luchtkwaliteit, e.d.) kunnen ook mer-plichtig zijn. In dit geval vormt het MER dan ook een goede basis voor MER-ren bij omgevingsplanwijzigingen. Monitoring van de omgevingseffecten om de voortgang van de beleidsdoelen te bewaken en waar nodig bij te sturen. Hierbij dient het MER ook als basis voor te onderzoeken monitoringsaspecten.
Het werken met de instrumenten van de Omgevingswet en de beleidscyclus vraagt om monitoring en evaluatie van beleid en maatregelen om vervolgens bij te kunnen sturen. Herbruikbare informatie door: nulmeting monitoring in de leefomgevingsfoto en eenduidig beoordelingskader voor verdere monitoring van beleidsdoelen.
Goede basis in één MER •
•
Figuur 3.1: Schematische weergave mer-basis (bron: Handreiking Mer-basis als vliegwiel voor samenhangend omgevingsbeleid. Antea Group & Platform31, 2025).
Eén basis leefomgevingsfoto die per wijziging Omgevingsvisie, omgevingsprogramma en/of omgevingsplanwijziging per onderdeel kan worden aangevuld. Eenduidig beoordelings- en doelenkader die ook per wijziging Omgevingsvisie, omgevingsprogramma en/ of omgevingsplanwijziging kan worden gehanteerd om de effecten van te onderzoeken alternatieven per vraagstuk in beeld te brengen.
Structuur, samenhang en efficiëntie •
•
Navolgende MER-ren bij wijzigingen van de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en omgevingsplanwijzigingen kunnen gebruik van maken van de basis leefomgevingsfoto en het eenduidige beoordelings- en doelenkader. Met deze herbruikbare basis kan het milieubelang expliciet en systematisch worden meegewogen bij toekomstige beleidskeuzes.
Monitoring omgevingsbeleid
22
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
23
04.
4. Onderzoeksmethodiek MER eerste wijziging omgevingsvisie 2026 4.1
Aanpak op hoofdlijnen
De aanpak van ieder MER vindt stapsgewijs plaats. • MER deel A: Afbakenen afwegingskader, bestaand uit een doelenkader, vertaalde uit de omgevingsvisie, en een beoordelingskader met te onderzoeken milieueffecten. • MER deel B: Effectenonderzoek van nieuwe beleidskeuzes met behulp van alternatieven, toets doelbereik van deze alternatieven aan het doelenkader en keuze voorkeursalternatief (botsproeven). • MER deel C: Doorkijk monitoring en werkwijze merbasis bij toekomstige afwegingen.
Vaste en flexibele elementen MER •
•
Vaste basiselementen: • MER deel A: Afwegingskader en foto van de leefomgeving • MER deel C: Monitoring en werkwijze MER bij toekomstige afwegingen Flexibele elementen MER: • MER deel B: Effectenonderzoek nieuwe beleidskeuzes met behulp van alternatieven • Keuze voorkeursalternatief als gevolg van nieuwe beleidskeuzes
Vaste basiselementen MER
Flexibele elementen MER
Bij het toepassen van de mer-basis is het belangrijk om onderscheid te maken tussen onderdelen die bij ieder MER terugkomen en onderdelen die per te ‘bemerren’ beleidsdocument verschillen. Daarom werken we met vaste elementen (Deel A en Deel C) en met flexibele elementen (Deel B). De vaste elementen vormen de gestandaardiseerde basis, die bruikbaar is voor ieder Nijmeegs beleidsdocument. De flexibele elementen worden per MER ingevuld, afhankelijk van de scope van het betreffende beleidsdocument en waar nodig op alternatieven beoordeeld. MER bij actualisatie omgevingsvisie (wijziging 2026) MER Deel B: In het kader van het MER bij de actualisatie van de omgevingsvisie (wijziging 2026) zullen de te onderzoeken alternatieven naar verwachting in ieder geval gericht zijn op de intensiveringsmogelijkheden voor woningbouw (zie paragraaf 4.3).
•
Deel A Foto van de leefomgeving
Huidige en referentiesituatie van Nijmegen
•
Deel B
Effecten nieuwe beleidskeuzes met behulp van alternatieven Beoordelenskader milieueffecten Doelenkader uit omgevingsvisie
4.2 •
Voorkeursalternatief Doorkijk monitoring en werkwijze MER bij toekomstige afwegingen
• • •
26
Omgang met te onderzoeken alternatieven •
•
MER-ren bij toekomstige afwegingen
Beoordelenskader milieueffecten Doelenkader uit omgevingsvisie
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
De intentie is om de vervolg mer-procedures bij navolgende wijzigingen van de omgevingsvisie, uitwerking in omgevingsprogramma’s en eventuele omgevingsplanwijzigingen eenvoudiger te maken. Het MER bij de actualisatie van de omgevingsvisie vormt dus de basis voor al deze mer-procedures en bevat een hoofdstuk hoe het MER kan worden toegepast bij toekomstige beleidsafwegingen op visie-, programma- en/of omgevingsplanwijzigingsniveau.
Foto van de leefomgeving Weergave huidige en referentiesituatie in foto van de leefomgeving op alle beoordelingsaspecten (van samenleving, wonen, werken, mobiliteit, geluid, bodem, water, natuur tot energie, circulariteit, etc.). Referentiesituatie = situatie met autonome ontwikkelingen tot 2050. De structuur van de foto is constant, maar kan bij MER-actualisaties worden aangepast. De inhoud van de foto kan afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens vernieuwd worden.
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Te onderzoeken alternatieven
Vraagstukken eerste wijziging omgevingsvisie 2026 In het kader van het MER zullen de te onderzoeken alternatieven naar verwachting in ieder geval gericht zijn op de intensiveringsmogelijkheden voor woningbouw. In de (medio 2026 vast te stellen) startnotitie wijziging omgevingsvisie wordt uitgewerkt in hoeverre er aanvullende vraagstukken spelen.
•
Afwegingskader
Deel C
4.3
Voor ieder vraagstuk worden waar nodig realistische alternatieven afgebakend. Deze worden in ieder geval gekoppeld aan de vier hoofddoelen van de Omgevingsvisie. Intensiveringsstudie: met behulp van een kansenkaart worden kansrijke locaties binnen de stad onderzocht. Kansrijke locaties worden beoordeeld op effecten aan de hand van het beoordelingskader. Na de beoordeling van deze alternatieven leiden de elementen uit de beoordeling gecombineerd tot een voorkeursalternatief.
4.4
Effecten alternatieven op basis van afwegingskader
•
In het opgestelde MER bij de omgevingsvisie 2020 (‘Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Nijmegen’) zijn de effecten van de beleidsopgaven beoordeeld op basis van een beoordelingskader en de vier doelen uit de omgevingsvisie Nijmegen (zie Tabel 3). Voor het MER bij de wijziging van de omgevingsvisie wordt onderzocht in hoeverre het beoordelingskader en doelenkader wordt gewijzigd en/of aangevuld (zie onder de tabel). • Hierbij kan worden onderzocht of (en zo ja, hoe) aansluiting bij de Nijmeegse leidende principes, zoals ‘de rechtvaardige stad’ wenselijk is.
•
Beoordelingskader •
Voor de beoordeling van de effecten op de leefomgeving maakt het MER gebruik van
27
• •
een beoordelingskader. Vervolgens geeft het beoordelingskader per thema de te onderzoeken omgevingsaspecten de beoogde ambitie weer. Onderzocht wordt of het beoordelingskader voor het MER wordt gewijzigd en/of aangevuld. Vervolgens worden in het MER bij de wijziging omgevingsvisie 2026 de effecten van de alternatieven aan dit beoordelingskader getoetst.
•
•
Doelenkader • •
•
Het doelenkader bestaat uit zeven leidende principes en vier doelen (zie paragraaf 2.2). In het MER bij de wijziging omgevingsvisie 2026 worden de effecten van de alternatieven aan dit doelenkader getoetst. In hoeverre draagt een alternatief en uiteindelijk het voorkeursalternatief bij aan de doelen?
•
Opzet van de omgevingsmonitor omgevingsvisie: 1. Inleiding 2. Algemene trends en ontwikkelingen 3. Sociale en gezonde stad 4. Aantrekkelijke stad 5. Economisch veerkrachtige stad 6. Duurzame stad Bij deze omgevingsmonitor wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande monitors, zoals de monitor vestigingsklimaat, binnenstadsmonitor, demografische verkenning en woningbehoefte-onderzoek. We werken bij voorkeur digitaal en zoeken aansluiting bij landelijke ontwikkelingen van monitoringssystemen.
Detailniveau Afhankelijk van het te onderzoeken aspect wordt er gebruik gemaakt van modellen, bestaande onderzoeken, openbare data en (semi-)kwalitatieve analyses. Hoe de resultaten van het beoordelingskader straks inzichtelijk worden gemaakt, is nog niet vastgesteld (dit kan bijvoorbeeld gedaan worden met trends en smileys zoals in tabel 3 te zien is).
4.5
Voorkeursalternatief
Het uiteindelijke voorkeursalternatief dat in de gewijzigde omgevingsvisie 2026 wordt vastgelegd, wordt ook getoetst aan het beoordelings- en doelenkader.
4.6 • •
•
Doorkijk monitoring Monitoring van de onderzochte omgevingseffecten is een verplicht onderdeel van het MER. Het MER bevat een aanzet van het monitoringsprogramma voor monitoren van de beleidsdoelen uit de omgevingsvisie. Dit wordt ook gebruikt voor toekomstige afwegingen in wijzigingen van de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en eventuele omgevingsplanwijzigingen. De Leefomgevingsfoto kan worden beschouwd als nulmeting voor de omgevingsmonitor. Tabel 3 Beoordelingstabel Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Nijmegen (bron: Royal HaskoningDHV, 2020)
28
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
29
05.
5. Mer-procedure eerste wijziging omgevingsvisie 2026 5.1
Procedurestappen
5.2
Een mer-procedure bestaat uit verschillende stappen. De procedure van het MER bij de eerste wijziging van de omgevingsvisie ziet er als volgt uit:
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau is het startdocument voor de mer-procedure voor de wijziging van de Omgevingsvisie Nijmegen. In dit document worden de kaders en richtlijnen vastgelegd voor het effectenonderzoek in het MER: hoe wordt de mer-basis toegepast, wat wordt in het MER onderzocht en op welke manier (reikwijdte en detailniveau)?
Opstellen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)
Terinzagelegging NRD en advieswinning
Belanghebbenden en belangstellenden
Wettelijke adviseurs en bestuursorganen
• •
Belanghebbenden en belangstellenden
Wettelijke adviseurs en bestuursorganen
Comissie MER
•
5.4
Vaststelling gewijzigde Omgevingsvisie Nijmegen 2026, incl. MER
•
Figuur 5.1: Procedurestappen MER bij eerste wijziging van de Omgevingsvisie Nijmegen 2026
•
• •
Vaststelling gewijzigde omgevingsvisie 2026, inclusief MER Naargelang de reacties en het toetsingsadvies, eventuele aanvulling van het MER. Vaststelling MER als bijlage bij gewijzigde omgevingsvisie 2026.
Omgevingsvisie Nijmegen | Wijziging 2026
De NRD wordt vrijgegeven door College Burgemeester en Wethouders, voor publicatie en terinzagelegging. We winnen advies in bij overlegpartners van de gemeente, zoals omliggende gemeente, provincie Gelderland, Omgevingsdienst Regio Nijmegen. Vooraf vragen we geen vrijwillig advies van de Commissie mer. De Commissie wordt om advies gevraagd bij vaststelling van het MER. Reacties worden gebundeld en voorzien van een beantwoording in een Nota van Antwoord.
Opstellen MER Opstellen MER bij eerste wijziging van de omgevingsvisie. Participatie over de omgevingsvisie en het MER, zoveel mogelijk gekoppeld aan de inhoudelijke processtappen van het MER (MER deel A, B en C).
5.5
Terinzagelegging MER bij ontwerp gewijzigde omgevingsvisie 2026
•
Vrijgave door College Burgemeester en Wethouders, terinzagelegging MER bij ontwerp gewijzigde omgevingsvisie 2026. Advieswinning over MER bij overlegpartners. Toetsing MER door Commissie mer.
• •
32
5.6
5.3 Terinzagelegging NRD en advieswinning
Opstellen MER
Terinzagelegging MER bij eerste wijziging omgevingsvisie 2026
Opstellen Notitie Reikwijdte en Detailniveau
MER | Notitie Reikwijdte en Detailniveau
33
Nijmegen.nl