Bijlage 4 Berenschot review warmtestrategie 10-01-2023
Tekst van het document
Duur van fase: Fases in warmtenetontwikkeling
2 – 7 jaar
Verkenning Warmtenetstrategie, bronnenstrategie en kansen kaart
Initiatie
Projectidee Voorlopige acceptatie projectidee
2-5 jaar
1-2 jaar
Ontwikkeling
Schetsontwerp Letter of Intent (LoI)
Voorlopig ontwerp Samenwerkingsovereenkomst (SOK)
Besluitvorming voorlopige businesscase
Realisatie
Evt.. selectie leverancier Overeenkomsten samenwerkingsconstruct (aandeel etc.)
-
Beheer
Detailontwerp Overeenkomsten ketenpartners
Final Investment Decision (FID)
Contract uitvoering
Fasen en activiteiten voor warmtenetontwikkeling binnen bestaande bouw.
38
BENODIGDE INVESTERINGEN
Verkennings- en initiatiefase kennen een grote onzekerheid in doorlooptijd en daarmee kosten Duur van fase: Fases in warmtenetontwikkeling
2 – 7 jaar
Verkenning Warmtenetstrategie, bronnenstrategie en kansen kaart
Initiatie
Projectidee Voorlopige acceptatie projectidee
2-5 jaar
1-2 jaar
Ontwikkeling
Schetsontwerp Letter of Intent (LoI)
Voorlopig ontwerp Samenwerkingsovereenkomst (SOK)
Besluitvorming voorlopige businesscase
evt. selectie leverancier Overeenkomsten samenwerkingsconstruct (aandeel etc.)
-
Realisatie
Beheer
Detailontwerp Overeenkomsten ketenpartners
Final Investment Decision (FID)
Contract uitvoering
(Mogelijk)Betrokken partijen
Gemeente GWIB/Infra partij Woningcorporatie Grootverbruikers Woningeigenaren Leverancier
In de verkenning en initiatiefase wordt gekeken of op papier kansrijke of wenselijke warmtenetbuurten ook werkelijk ontwikkeld kunnen worden. Essentieel hiervoor in de bestaande bouw is grip op aan te sluiten klanten. Om deze reden wordt of wel vanuit lokale initiatieven vaak verder gewerkt en/of de samenwerking gezocht met woningcorporaties en lokale grootverbruikers. Het initiatief kan vanuit verschillende kanten komen. De gemeente heeft hier echter vaak een trekkende of verbindende rol in. Ook wordt in deze fase vaak gevraagd om haalbaarheidsonderzoeken/quickscans en het verder uitwerken van het projectidee. Er kunnen verschillende scenario’s verkend worden en alternatieven worden afgewogen. Partijen zijn voor eigen rekening en risico betrokken. Vaak wordt de gemeente echter aangekeken voor het (grotendeels) bekostigen van eventuele onderzoeken. Daarnaast is de essentie van deze fase om te komen tot samenwerking en het creëren van draagvlak, vertrouwen en commitment. Dit vraagt inzet van alle partijen en tijd. De omvang van het project is hierin niet het meest bepalend. Afhankelijk van hoe gemakkelijk het vertrouwen tot stand komt, het enthousiasme en het wenkend perspectief of kansrijkheid hoe sneller deze fase verloopt. Hoe langer hoe meer proceskosten voor alle partijen.
Vaak wordt een LoI (Letter of Intent) getekend om zeker te weten dat iedereen met dezelfde intenties betrokken is, dit geeft vervolgens de gemeente veelal comfort om eventueel onderzoeken te laten uitvoeren. Het Expertisecentrum Warmte zowel nationaal belegd bij RVO als door de Provincie Gelderland opgericht, kunnen in deze fase bijstaan in kennis en kunde. Wanneer er voldoende vertrouwen tussen partijen is en voldoende vertrouwen in het uitgewerkte alternatief treedt een nieuwe fase aan, de ontwikkelfase. Indicatieve investering gemeente: 10.000 – 20.000 euro per jaar voor proceskosten (eigen inzet) + eenmalig 20.000 – 50.000 euro voor onderzoeken (afhankelijk van verdeling kosten tussen partijen). Afhankelijk van de doorlooptijd zijn de kosten hiermee tussen de 60.000 en 120.000 euro.
Broneigenaar
39
BENODIGDE INVESTERINGEN
Ontwikkelkosten schalen op in de ontwikkelfase maar worden minder vrijblijvend
Duur van fase: Fases in warmtenetontwikkeling
2 – 7 jaar
Verkenning Warmtenetstrategie, bronnenstrategie en kansen kaart
Initiatie
Projectidee Voorlopige acceptatie projectidee
2-5 jaar
1-2 jaar
Ontwikkeling
Schetsontwerp Letter of Intent (LoI)
Voorlopig ontwerp Samenwerkingsovereenkomst (SOK)
Besluitvorming voorlopige businesscase
evt. selectie leverancier Overeenkomsten samenwerkingsconstruct (aandeel etc.)
-
Realisatie
Beheer
Detailontwerp Overeenkomsten ketenpartners
Final Investment Decision (FID)
Contract uitvoering
Betrokken partijen
Gemeente GWIB/Infra partij
Woningcorporatie Grootverbruikers Woningeigenaren
In de ontwikkelfase wordt toegewerkt naar eventueel oprichting van een nieuwe (samenwerkings)entiteit en een investeringsbesluit. Dit vraagt verhoogde inzet van partijen wat vaak wordt vastgelegd in een SOK (Samenwerkingsovereenkomst). Over de in deze fase te maken kosten en verdeling daarvan worden in de samenwerkingsovereenkomst afspraken gemaakt, vaak zitten partijen hier voor eigen rekening en risico in en wordt ofwel vanuit één gezamenlijke budget gewerkt en/of eigen inbreng met afspraken over (financiële)consequenties bij het uit de samenwerking treden. In deze fase wordt een voorlopig ontwerp gemaakt, definitief ontwerp, kasstroommodel opgesteld, financieringsbehoefte in kaart gebracht, overeenkomsten en contracten afgestemd met ketenpartners (warmteleveringsovereenkomst, warmtetransportovereenkomst) en eventueel een marktconsultatie gedaan. Ook afhankelijk van het mogelijk optuigen van een nieuw samenwerkingsconstruct worden afspraken gemaakt over aandeelhoudersverhoudingen, vetorechten etc. Al het bovengenoemde vraagt om intensieve samenwerking en input van specialisten. Indicatieve investering gemeente: 100.000 – 300.000 euro. Wanneer het bijvoorbeeld een samenwerking tussen de gemeente en een partner betreft, zullen er afspraken gemaakt worden over het delen van deze kosten.
De kosten gemaakt in deze en voorgaande fases worden ook wel de ontwikkelkosten genoemd en zijn veelal voor eigen rekening en risico van de betrokken partijen. Wel zijn er mogelijk subsidies die aangesproken kunnen (zie: financieringsconstructies).
Leverancier Broneigenaar 40
BENODIGDE INVESTERINGEN
De voornaamste investering vindt plaats in de realisatiefase
Duur van fase: Fases in warmtenetontwikkeling
2 – 7 jaar
Verkenning Warmtenetstrategie, bronnenstrategie en kansen kaart
Initiatie
Projectidee Voorlopige acceptatie projectidee
2-5 jaar
1-2 jaar
Ontwikkeling
Schetsontwerp Letter of Intent (LoI)
Voorlopig ontwerp Samenwerkingsovereenkomst (SOK)
Besluitvorming voorlopige businesscase
evt. selectie leverancier Overeenkomsten samenwerkingsconstruct (aandeel etc.)
-
Realisatie
Beheer
Detailontwerp Overeenkomsten ketenpartners
Final Investment Decision (FID)
Contract uitvoering
Betrokken partijen
Gemeente GWIB/Infra partij
De realisatiefase wordt gemarkeerd met een FID door de aandeelhouders van het warmtebedrijf dan wel RvB en directie (Final Investment Decision) op basis van ontvangen offerte van aannemers. Contract uitvoering gebeurt vervolgens of vanuit de entiteit die aan het eind van de ontwikkelfase is opgericht t.b.v. bijvoorbeeld een specifieke samenwerking dan wel vanuit een bestaand warmtebedrijf. Voorafgaand aan de FID wordt de financiering verkend. Hierin zijn verschillende smaken mogelijk (zie: financieringsconstructies). Indicatieve investering gemeente: op basis van kengetallen worden de kosten geraamd op 14.000 – 19.000 euro per woning voor het warmtenet. De onrendabele top in de vorm van de BAK ligt hierbij rond de 3.000 tot 7.000 euro per woning. De verwachte investering van de gemeente hangt af van de verhoudingen binnen de entiteit en/of warmtebedrijf en de daarbij gekozen financieringsstructuur (zie: financieringsconstructies).
Woningcorporatie Grootverbruikers Woningeigenaren Leverancier Broneigenaar 41
FINANCIERINGSCONSTRUCTIES
Elke financieringsvorm kent zijn eigen risico’s Palet aan subsidies
Financieringsinstrumenten variëren van subsidie (middelen komen niet terug) tot lening (middelen komen met grote mate van zekerheid wel terug). Mogelijke financiers zijn de samenwerkende partners, overheden (regionaal, landelijk, Europees), de fondsen en de banken. Onderstaand overzicht geeft per financieringsvorm aan wat het risico is en welke partij het meest aanmerking komt voor het vertrekken van de financiering.
Financieringsvormen
Zekerheid
Risico
Wie
Subsidie
Geen (middelen komen niet terug)
Geen (middelen komen niet terug)
Europa, Rijk, provincie
Eigen vermogen
Laag (geen onderpand)
Hoog
Gemeente en partners (consortium)
Achtergestelde lening
Gemiddeld (achtergestelde positie)
Gemiddeld
Gemeente en partners (consortium)
Lening
Hoog (onderpand op kasstromen en/of netwerk)
Laag
Banken
Het PAW heeft een overzicht gemaakt van mogelijke subsidies en belastingvoordelen. Het PFG (Perspectieffonds Gelderland) wordt hierin ook benoemd. Hoewel het een breed palet betreft, zijn het meestal geen subsidies die de gehele onrendabele top (bijvoorbeeld 5.000 euro/woning) dekken. Het Rijk is voornemens om in het voorjaar van 2023 daarom een nieuwe, waarschijnlijk CAPEX, subsidie beschikbaar te stellen die aangevraagd kan worden, die wel de gehele onrendabele top kan afdekken (tot waarschijnlijk een nog onbekend maximum).
Projectfinanciering versus bedrijfsfinanciering Er zijn twee mogelijke manieren van financieren, namelijk bedrijfsfinanciering (een warmtebedrijf financiert haar assets) of projectfinanciering (per project wordt er financiering gezocht). Het ligt in de rede om de eerste warmtenetten op basis van projectfinanciering te financieren. Hiervoor wordt een (project)entiteit opgericht. Naar mate er meer warmtenetten gerealiseerd worden, kan gekozen worden de verschillende entiteiten onder te brengen in een warmtebedrijf en over te gaan op bedrijfsfinanciering op de assets. Er kan gekozen worden om vrij snel een warmtebedrijf in te richten om onder andere aandeelhoudersverhoudingen scherp te krijgen. Dit betreft dan aanvankelijk een lege ‘huls’ zonder assets en financiën.
42
FINANCIERINGSCONSTRUCTIES
In de financiering wordt rekening gehouden met 30% risicodragend vermogen Fases in warmtenetontwikkeling
Verkenning
Initiatie
Ontwikkeling
Ontwikkelkosten
Realisatie
Beheer
Financiering infrastructuur
Gemeente
De gemeente investeert middels een ontwikkelbudget.
GWIB/infrapartij*
Het GWIB/de infrapartij investeert middels een ontwikkelbudget (o.a. transportleiding, distributienet).
Leverancier*
De leverancier kan investeren middels een ontwikkelbudget (piek/back- up ketels).
Eigenaar bron
De eigenaar van de bron kan investeren middels een ontwikkelbudget (uitkoppeling, aansluiting op transportleiding).
De eigenaar van de bron kan zich bij het consortium voegen of ervoor kiezen om zijn eigen financiering te regelen en een prijs voor de warmte in rekening te brengen.
Rijk/provincie
Op rijksnivea en provinciaal niveau is een palet aan subsidies beschikbaar (zie: financieringsinstrumenten en subsidies).
Op rijksniveau en provinciaal niveau is een palet aan subsidies beschikbaar (zie: financieringsinstrumenten en subsidies). Er kan tevens door de provincie een achtergestelde lening verstrekt worden bijvoorbeeld ter dekking van het vollooprisico.
EIB/EU
Op Europees niveau is een palet aan subsidies beschikbaar (zie: financieringsinstrumenten en subsidies).
Op Europees niveau is een palet aan subsidies beschikbaar (zie: financieringsinstrumenten en subsidies).
InvestNL
n.v.t.
InvestNL kan zich bij het consortium voegen of een achtergestelde lening verstrekken bijvoorbeeld ter dekking van het vollooprisico.
Banken
n.v.t.
Banken kunnen een lening verstrekken tot circa 70% van de totale financieringsbehoefte.
*in de Wcw liggen infrastructuur en leverancier in handen van één partij
Partijen vormen een consortium, richten een (project)entiteit op en leggen een aandeelhoudersverhouding vast. Inbreng eigen vermogen (ca 30%) geschiedt op basis van de overeengekomen aandeelhoudersverhouding. Naast het eigen vermogen kan een achtergestelde lening verstrekt worden voor bijvoorbeeld de dekking van het vollooprisico. Niet zelden wordt deze verstrekt door de gemeente, naast het in te brengen eigen vermogen.
43
ROL VAN HET GWIB
Het GWIB beoogt een integrale rol in warmtenetontwikkeling te spelen
Missie GWIB: Het GWIB werkt, als publieke partner, samen met Gelderse gemeenten aan het op schaal ontwikkelen, realiseren en exploiteren van betaalbare, publieke open warmtenetten om zo de warmtetransitie te versnellen.
Governance en financiering GWIB, o.b.v. presentatie aan koplopergemeente door Berenschot in het kader van de kwartiermakersfase GWIB oktober 2022
Visie GWIB: Dit doet het door: A. gemeenten te ondersteunen met benodigde kennis, kunde en capaciteit, zodat projecten in publiek partnerschap sneller ontwikkeld kunnen worden B. zijn schaal te benutten om de onrendabele top van deze publieke warmtenetten te verlagen C. te investeren in open warmtenet-infrastructuur en hiermee lokale overheden in staat te stellen warmtenetten te ontwikkelen in het belang van burgers en samenleving. Het GWIB investeert niet alleen op het moment van FID, maar kan en wil ook een rol spelen in de verkennings- en initiatiefase indien noodzakelijk, en met name in de ontwikkelfase. Juist hier komt ook de kennis, kunde en capaciteit van het GWIB tot zijn recht. Het GWIB is hiermee een gelijkwaardige partner in deze fase voor eigen rekening en risico met de gemeente. Financiële governance en financiering Alliander en IEG-DE zijn ieder 50% financieel aandeelhouder in het GWIB en ontvangen ieder 50% van het dividend. De provincie is ook aandeelhouder voor 1% maar ontvangt geen dividend en investeert niet direct mee. Vanuit het GWIB wordt vervolgens in lokale warmte(infra)bedrijven geïnvesteerd gezamenlijk met de gemeente. Het GWIB en de Gemeente investeren middels het LWIB (lokaal warmte infra bedrijf) met eigen vermogen in lokale warmte-infrastructuur.
Het Perspectief Fonds Gelderland (PFG) of andere financiering indien beschikbaar, financiert voor 25%, waarvan 1/5 e deel subsidie (indien noodzakelijk en andere subsidiemogelijkheden reeds benut). Na 5-7 jaar wordt verondersteld dat het LWIB voldoende positieve kasstromen vertoont. Hierop wordt een deel van het bestaande geïnvesteerde eigen vermogen (45%) geherfinancierd middels een lening. Het geld vrijgekomen bij de herfinanciering wordt geïnd in het LWIB en kan vervolgens uitgekeerd worden aan de aandeelhouders. De aandeelhouders kunnen dit weer opnieuw aanwenden als eigen vermogen in een volgend warmtenet.
44
Beantwoording onderzoeksvraag 3 Onderzoeksvraag 3: Welke investeringen zijn nodig om te komen tot een warmtenet? Denk onder andere aan de voorinvestering en de onrendabele top, en onder welke constructies deze kunnen worden gefinancierd. •
Afhankelijk van de omvang dat het warmtenet in Nijmegen zal gaan aannemen is er een bepaalde investering nodig om de infrastructuur te realiseren. Uitgaande van zo’n 60.000 woningequivalenten aan een warmtenet is een investering nodig van rond de 750 miljoen euro. In de warmtenet- en bronnenstrategie lagen deze kosten voor 90.000 Weq op ruim 1 miljard euro. De kosten zijn dus gestegen per Weq ten opzichte van een aantal jaar geleden. Met name als gevolg van schaarste in de bouw en infrasector en gestegen staalprijzen.
De hier geraamde kosten betreffen de warmte-infrastructuur tot en met de afleverset in de woningen en inclusief piek- en back-upinstallaties. Dit is echter exclusief investeringen in nieuwe duurzame warmtebronnen, een inschatting hiervoor is een stuk complexer te maken omdat onzeker is welke type warmtebronnen uiteindelijk gerealiseerd gaan worden. Ook betreft dit niet andere inpandige kosten in de woningen zoals aanpassingen voor elektrisch koken en meer bouwkundige aanpassingen om onder andere woningen geschikt te maken voor een specifiek afgifte temperatuurniveau door isolatie, aanpassing afgiftesysteem etc. •
Mogelijkheden voor financiering worden grotendeels bepaald door het risico van projecten. Mits risico’s zijn gedekt zou financiering van 70% van de 750 miljoen dus 525 miljoen euro voor de hand liggen.
Het dekken van risico’s bij warmtenetten betekent dat het vollooprisico geadresseerd moet worden en een eventuele onrendabele top. Gegeven dat deze zijn afgedekt gezien de plannen van het kabinet1 zijn er verschillende partijen zoals Invest NL, Perspectief fonds Gelderland, BNG dan wel mogelijk pensioenfondsen die kunnen financieren. Hierbij wordt vaak de vuistregel gehanteerd 30% eigenvermogen ten opzichte van 70% vreemd vermogen, gesprekken met financiers zullen uitwijzen wat hun exacte voorwaarden een condities zijn. 45