Bijlage 4 advies JMG INGETROKKEN
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Betreft:
gevraagd advies over de concept Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp
Nijmegen, 26 september 2025
Geacht college, Bij deze maken wij graag gebruik van de mogelijkheid die u ons biedt om advies uit te brengen over de concept Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2025. Wij hebben met meer dan gewone belangstelling kennisgenomen van dit stuk omdat het op belangrijke aspecten afwijkt van vorige versies. Niet alleen zijn de verordeningen voor Wmo en jeugdhulp samengevoegd, de tekst is anders opgebouwd en er is meer aandacht voor de leesbaarheid. Het stuk is daardoor toegankelijker geworden. Deze vernieuwing vinden wij een belangrijke verbetering. Het resultaat is een verordening die beter gestructureerd is en die meer toegankelijk is voor iedereen die er gebruik van moet maken. Dat de omvang meer dan gehalveerd is, maakt het een minder ontmoedigend document voor de lezer. Ook de tekst zelf is beter afgestemd op mensen die niet ambtelijk/juridisch onderlegd zijn. Wij willen u daar graag voor complimenteren. Voordat wij ingaan op de Verordening zelf willen we daar graag enkele algemene opmerkingen over maken. In deze Verordening legt de gemeentelijke overheid vast hoe zij de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 wil gaan uitvoeren. Het is een document dat van groot belang is voor de inwoners die een beroep doen op maatschappelijk ondersteuning of jeugdhulp. Maar het heeft ook grote juridische en ambtelijke implicaties.
De inhoud moet goed en nauwkeurig beschrijven wat de gemeente gaat doen en waarop zij kan worden aangesproken. Tegelijk moet het document geen mogelijkheden tot misverstand geven. Om dit juridisch waterdicht te doen, is het onvermijdelijk dat de tekst op onderdelen niet gemakkelijk zal zijn. Dat is ook in de nieuwe opzet van deze verordening het geval, ook al is deze veel toegankelijker dan voorgaande versies. De tekst van deze verordening biedt wel een goede basis voor informatie die meer is toegesneden op verschillende groepen gebruikers. Professionals kunnen vermoedelijk goed uit de voeten met deze tekst, maar inwoners die een beroep willen doen op Jeugdhulp of de Wmo 2015 waarschijnlijk veel minder. Uit een ambtelijk schrijven bij deze concept verordening maken wij op dat u dit najaar samen met verwijzers en inwoners gaat 1
werken aan een vertaling van de informatie uit deze verordening, onder meer voor de website Vraaghulp.
Advies 1 Wij adviseren u om in de communicatie over de inhoud van deze verordening uit te gaan van het perspectief van verschillende groepen gebruikers, met hun specifieke behoeften en wensen, en de communicatie van daaruit vorm te geven. In deze verordening hebben het begrippenpaar ‘gebruikelijke’ en ‘bovengebruikelijke’ hulp en het begrip ‘eigen kracht’ een centrale plaats gekregen. Gebruikelijke hulp is een concept dat in de Wmo 2015 nader wordt omschreven, maar het komt niet voor in de Jeugdwet. In deze verordening heeft u dit begrip uitgewerkt voor gebruik bij de uitvoering van de Jeugdwet door – deels in bijlage 1 – te beschrijven wat bij normaal opvoeden en opgroeien hoort en wat daarmee als gebruikelijke hulp kan worden beschouwd. Dit is een uitgebreide beschrijving die redelijk volledig lijkt. In de verordening heeft u in artikel 1, begripsbepaling, wel beschreven wat gebruikelijke hulp is bij jeugdhulp, maar niet wat dit begrip inhoudt bij de Wmo 2015. Dit vinden wij een onwenselijke omissie.
Advies 2 Neem in artikel 1 van de verordening ook de beschrijving op van gebruikelijke hulp zoals die in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 staat (‘hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten’). Het begrip ‘eigen kracht’ is in geen van beide wetten nader omschreven. Het is verwant aan wat in de Wmo 2015 ‘zelfredzaamheid’ wordt genoemd (in art. 1.1.1: ‘in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden’). Maar het is niet helemaal hetzelfde als eigen kracht. Het artikel over eigen kracht in de jeugdhulp is opgenomen naar aanleiding van gerechtelijke uitspraken, schrijft u. Wij benoemen de begrippen ‘eigen kracht’ en ‘gebruikelijke hulp’ zo uitgebreid omdat ze centraal staan bij de beoordeling of een jeugdige in aanmerking komt voor jeugdhulp. Het is goed dat u in de verordening en met name ook in de toelichting ruim aandacht geeft aan de invulling van deze begrippen. Dat kan voor verwijzers en andere professionals een steun in de rug zijn bij het maken van beoordelingen. Toch blijft er voor hen in deze verordening wel enige ruimte voor eigen invulling. Om een voorbeeld te noemen: in artikel 10 gaat het over afwijzingsgronden voor een aanvraag om jeugdhulp.
Volgens lid 1f van dit artikel is er grond voor een afwijzing ‘als aannemelijk is dat inzet van de voorziening niet in voldoende mate zal bijdragen aan een oplossing voor de hulpvraag’. De termen ‘aannemelijk’ en ‘voldoende’ geven professionals de nodige ruimte bij hun beoordeling. Zo biedt de verordening enerzijds een duidelijk kader, en laat zij anderzijds ruimte voor een eigen afweging naar bevind van zaken. Wij willen u hier op de volgende, meer specifieke punten adviseren.
2
Aanhef De verordening begint met het opsommen van een aantal verdragen en wetsartikelen, alsook adviezen van de Nijmeegse adviescommissies, die de kaders aangeven waarbinnen deze verordening is opgesteld. Het bevreemdt ons dat verschillende (sub)artikelen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 worden genoemd, maar niet (sub)artikel 2.1.2. Daarin gaat het met name over de taken die de gemeente heeft als het gaat over de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking, de sociale cohesie en de toegankelijkheid van voorzieningen en ruimten voor deze inwoners. Dit (sub)artikel gaat ook over zaken als vroegsignalering, preventie, mantelzorg en nog meer zaken die van groot belang zijn.
Advies 3 Wij adviseren u om in de tekst aan het begin van de verordening ook artikel 2.1.2 van de Wmo 2015 te noemen (‘gelet op…’). Algemeen gebruikelijke voorziening In artikel 1, Begripsbepalingen, staat onder c de volgende omschrijving van een Algemeen gebruikelijke voorziening: ‘een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken’. Het is ons niet duidelijk wat u bedoelt met ‘gelet op de omstandigheden’. Dat kan van alles betekenen. Vanuit onze opdracht letten wij natuurlijk speciaal op de belangen van mensen met een beperking en daarom zijn wij zo vrij om bij dit begrip te pleiten voor een aanvullende formulering.
Advies 4 Wij adviseren u om hieraan de volgende zin toe te voegen: ‘een voorziening ook die een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en deze financieel kan dragen, ook met een inkomen op minimumniveau’.
Woonzorg-voorzieningen In artikel 11, Wonen en zorg, schrijft u: ‘Het is niet toegestaan een overeenkomst af te sluiten met een (pgb)aanbieder waarin de zorg mede afhankelijk is van een woonruimte die door de aanbieder geboden wordt of omgekeerd, tenzij: a. Het verblijf onderdeel is van de indicatie. Dit is het geval bij de maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen intramuraal en Trainingshuis’. In de brief d.d. 29 oktober 2025 waarmee u heeft gereageerd op het JMG-advies over de Verordening Wmo en Jeugdhulp 2025, schrijft u in antwoord op ons advies 5 (Artikel wonen en zorg): “Het is zeker niet de bedoeling om woon-zorgvormen zoals Fokus onmogelijk te maken. We zullen hier nader onderzoek naar doen en waar nodig zullen we dit aanpassen.”
Vraag Wij zijn benieuwd naar de uitkomsten van dat nader onderzoek. Kunt u ons laten weten hoe deze uitkomsten hebben geleid tot de formulering in de voorliggende verordening? Duur van een persoonsgebonden budget In artikel 12, Inhoud beschikking, lid 2e staat dat bij toekenning van een pgb in de beschikking altijd de duur van verstrekking van de voorziening vermeld moet zijn. Er staat echter niets in over de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen wanneer een vervolg van het pgb nodig is. Waarschijnlijk staat dit in de beleidsregels, die wij nog niet hebben 3
gezien. Op 16 januari van dit jaar hebben wij u een advies gestuurd over de beleidsregels die op dat moment voorlagen en daarin hebben wij voorgesteld om bij inwoners die evident voor langere tijd zijn aangewezen op een pgb om hulp in te kopen, een duur van vijf jaar aan te houden bij de toekenning van een pgb. Dat voorkomt bureaucratie en stress. Daarom herhalen wij dit advies hier nog eens.
Advies 5 Neem in de regels duidelijk op dat inwoners van de gemeente en huidige budgethouders met een beperking of chronische ziekte waarbij de medische situatie niet verandert, in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget met een looptijd van vijf jaar, c.q. behoud van het huidige budget. Betrekken inwoners In artikel 42 gaat het over het betrekken van inwoners bij het beleid.
Advies 6 Wij adviseren u om lid 1 van dit artikel aan te vullen met de volgende zin: ‘cliënten of hun vertegenwoordigers worden tijdig voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie’. Wij vertrouwen erop dat onze opmerkingen en adviezen een waardevolle bijdrage leveren aan de verdere uitwerking van de Verordening. Uiteraard zijn wij, zoals altijd, bereid een nadere toelichting te geven. Daarnaast ontvangt u binnenkort ons advies over de nieuwe Beleidsregels Wmo en jeugdhulp.
Met vriendelijke groeten, Sandra de Vries voorzitter adviescommissie JMG
Adviescommissie JMG J. Portier, Ambtelijk secretaris MO10 postbus 9105 6500 HG Nijmegen j1.portier@nijmegen.nl
4