CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 flora en fauna

Besluitronde (raadsvergadering) 31 maart 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Nijmegen Oost - 10 (Bachstraat 29) (11/2021) (HAMERSTUK)6.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICK SCAN BESCHERMDE NATUUR Bachstraat 29 Nijmegen Toetsing Wet natuurbescherming, onderdelen soortenbescherming en gebiedsbescherming

In opdracht van: Burghouts Beheer B.V. Opgesteld door: V. de Jong Projectnummer: 18-118 Datum: 22-11-2018 NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV Radboud Universiteit, Toernooiveld 1 Postbus 6508, 6503 GA Nijmegen

T (024) 352 88 01

a d v i es b u r ea u v o or n a t u u r & l a n d s c h a p info@natuurbalans.nl www.natuurbalans.nl

Rapporttitel Quickscan Beschermde Natuur Bachstraat 29, Nijmegen Toetsing Wet natuurbescherming, onderdelen soortenbescherming en gebiedsbescherming Getekend voor akkoord Naam en functie

Rene Krekels

van vertegenwoordigingsbevoegde

directeur-grootaandeelhouder

Handtekening

Datum

22-11-2018

Colofon  2018 Natuurbalans - Limes Divergens BV / Burghouts Beheer B.V. Tekst en samenstelling: V. de Jong Projectleiding: V. de Jong Eindverantwoordelijk: R.F.M. Krekels Projectnummer: 18-118 In opdracht van:

Burghouts Beheer B.V.

Wijze van citeren:

V. de Jong, 2018. Quick Scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen. Toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdelen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natuurbalans - Limes Divergens BV, Nijmegen.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Burghouts Beheer B.V. en Natuurbalans Limes Divergens BV noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Gegevens die afkomstig zijn uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Natuurbalans - Limes Divergens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Natuurbalans - Limes Divergens BV. Burghouts Beheer B.V. vrijwaart Natuurbalans - Limes Divergens BV voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Natuurbalans - Limes Divergens BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging.

INHOUD

1

INLEIDING ......................................................................................................................................... 5

2

BESCHRIJVING VOORGENOMEN INGREEP ....................................................................................... 7 2.1 Ingreeplocatie en onderzoeksgebied ....................................................................................... 7 2.2 Werkzaamheden en toekomstig gebruik ................................................................................. 8

3

ONDERZOEKSMETHODE ................................................................................................................... 9 3.1 Bronnenonderzoek................................................................................................................... 9 3.2 Veldonderzoek ......................................................................................................................... 9 3.3 Opzet quick scan ...................................................................................................................... 9

4

TOETSING WET NATUURBESCHERMING: ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING.......................... 11 4.1 Vaatplanten en mossen ......................................................................................................... 11 4.2 Vleermuizen ........................................................................................................................... 11 4.3 Grondgebonden zoogdieren .................................................................................................. 13 4.4 Broedvogels............................................................................................................................ 14 4.5 Reptielen ................................................................................................................................ 16 4.6 Amfibieën ............................................................................................................................... 16 4.7 Vissen ..................................................................................................................................... 17 4.8 Ongewervelden ...................................................................................................................... 17

5

TOETSING WET NATUURBESCHERMING: ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING ........................... 18

6

CONCLUSIES ................................................................................................................................... 19 6.1 Consequenties natuurwetgeving ........................................................................................... 19 6.2 Mitigerende maatregelen ...................................................................................................... 19 6.3 Aanbevelingen ....................................................................................................................... 20 6.4 Samenvatting ......................................................................................................................... 20 6.5 Vervolgonderzoek .................................................................................................................. 21

7

BRONNEN ....................................................................................................................................... 22

8

BIJLAGE 1 AANVULLEND ONDERZOEK VLEERMUIZEN ................................................................... 23

1

INLEIDING Aanleiding Op het bedrijventerrein aan de Bachstraat 29 te Nijmegen is voorzien in de ontwikkeling van een appartementencomplex. Voor de realisatie van het appartementencomplex moeten enkele bestaande gebouwen gesloopt worden. Het gaat om: • twee open kapschuren, • het kantoor van het bedrijf de Variabele (figuur 1). Het appartementencomplex wordt ingepast in de bestaande groenstructuren rondom het ingreepperceel. Hierdoor blijven de bestaande groenstructuren gespaard. Realisatie van deze ingreep kan leiden tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet 1 natuurbescherming (in het vervolg Wnb), die onder andere de bescherming regelt van dier- en plantensoorten en Natura 2000-gebieden. Overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb vereist mogelijk een ontheffing en / of vergunning. Ten behoeve van de uitvoerbaarheid en vergunbaarheid van de voorgenomen ingreep dient een actueel en volledig beeld te bestaan van het voorkomen van beschermde soorten en habitattypen op de ingreeplocatie of binnen de invloedsfeer ervan. Aan de hand daarvan dient de voorgenomen ingreep getoetst te worden aan de bepalingen in de Wnb. Opdrachtformulering Op verzoek van Burghouts B.V.

heeft Natuurbalans - Limes Divergens BV een quick scan uitgevoerd waarbij de volgende onderdelen aan bod zijn gekomen: • de verspreiding van beschermde soorten en habitattypen binnen de invloedssfeer van de ingreep; • de verplichtingen die bij realisatie van de voorgenomen ingreep voortvloeien uit de bepalingen in de Wnb. Doelstelling De quick scan heeft als doel de impact van de voorgenomen ingreep op beschermde soorten en gebieden vast te stellen, om zo te kunnen bepalen welke mitigerende en / of compenserende maatregelen getroffen dienen te worden en of een ontheffing of vergunning noodzakelijk is. Het onderzoek geeft antwoord op de volgende vragen: Traject Wet natuurbescherming: onderdeel soortenbescherming 1. Komen op de ingreeplocatie beschermde soorten voor of kunnen deze hier worden verwacht? 2. Wat zijn de eventuele negatieve effecten van de ingreep op deze beschermde soorten? 3. Op welke wijze kunnen eventuele negatieve effecten voorkomen of beperkt worden? 4. Is er een kans op overtreding van verbodsbepalingen uit artikel 3.1 (soorten Vogelrichtlijn), 3.5 (soorten Habitatrichtlijn) of 3.10 (andere soorten)? 5. Is een ontheffing van de Wnb nodig? 6. Wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht? Traject Wet natuurbescherming: onderdeel gebiedsbescherming 1

De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

5

Door middel van een voortoets wordt antwoord gegeven op de vraag of er een kans is op negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen Natura 2000gebieden. Hierop zijn drie antwoorden mogelijk: 1. 2.

3.

Er is zeker geen negatief effect. Er is kans op een negatief effect, maar het effect is zeker niet significant. Een vergunningaanvraag is aan de orde. Voor de toetsing dient een verslechterings- en verstoringstoets te worden uitgevoerd. Er is kans op een significant negatief effect. Een vergunningaanvraag is aan de orde. Voor de toetsing dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd.

In het kader van voorliggend project is de provincie Gelderland het bevoegde gezag ten aanzien van de Wnb. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft ligging en begrenzing van de ingreeplocatie en gaat in op de voorgenomen ingreep. In hoofdstuk 3 volgen opzet en uitvoering van het voorliggende onderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 wordt de voorgenomen ingreep getoetst aan de Wnb, respectievelijk toetsing van soorten en van gebieden. In hoofdstuk 6 worden de belangrijkste conclusies op een rij gezet.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

6

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

2

BESCHRIJVING VOORGENOMEN INGREEP 2.1 INGREEPLOCATIE EN ONDERZOEKSGEBIED

Figuur 1. Ligging en begrenzing van de ingreeplocatie en het onderzoeksgebied (rode kader) aan de Bachstraat 29 te Nijmegen. Bachstraat 29 omvat verschillende gebouwen; (1) kantoor de Variabele, (2&3) open kapschuren.

Het ingreepgebied ligt in de wijk “Nijmegen-Oost”. De noord- en oostzijde van de ingreeplocatie wordt begrenst door houtwallen. De noordelijke houtwal bestaat uit sparren en de oostelijke houtwal bestaat uit struwelen en een grote populier. Op de ingreeplocatie staan twee (open) houten kapschuren (2 & 3, figuur 1). De schuren zijn dagelijks in gebruik. Daarnaast staat er nog een stenen gebouw / loods (1, figuur 1). Ook dit gebouwen wordt dagelijks gebruikt. Het gebouw bevat geen spouwmuren, maar wel dakbeschot. Het overige deel van het ingreepgebied is bestraat en fungeert als opslaglocatie en parkeerplaats.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

7

2.2 WERKZAAMHEDEN EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

Figuur 2. Overzicht stedenbouwkundig plan aan de Bachstraat Nijmegen. De gebouwen worden schematisch getoond (begane grond). De ingeschreven getallen zijn netto vloeroppervlakten, exclusief terras.

Figuur 2 geeft een overzicht van de geplande appartementen. Het appartementencomplex ligt in L-vorm om een groen hof (groene vlak figuur 2). Het telt driebouwlagen met in totaal 21 2 woningen 80-100 m ). De terrassen zijn georiënteerd op het oosten (parkzijde) en het zuiden. Het complex is bereikbaar vanaf de Bachstraat. De entree en gezelschapskamer zijn gesitueerd bij de hoek van het gebouw. Tegenover de entree ligt een fietsenberging en een afgesloten ruimte voor afvalcontainers. De hoek van dit gebouw valt samen met de hoek van het bestaande bedrijfsgebouw. Privé bergruimten zijn samengebracht in een schuur in de noordwesthoek van het terrein. Hulpvoertuigen hebben een keermogelijkheid bij de hoek. Er zijn in totaal 27 parkeerplaatsen (grijze vlakken figuur 2) . Verlichting wordt uitgevoerd door middel van led armaturen. Geplande start van de bouw is voorzien in het najaar van 2019.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

8

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

3

ONDERZOEKSMETHODE 3.1 BRONNENONDERZOEK Voor het onderzoek zijn archiefgegevens verzameld van beschermde planten en dieren in de omgeving van de ingreeplocatie. In de eerste plaats is hiervoor de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze databank bevat waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren in Nederland. De NDFF-aanvraag is gedaan op 4 juli 2018 en bevat alle waarnemingen van beschermde soorten over de afgelopen 10 jaar.

3.2 VELDONDERZOEK Op 15 juni 2018 is de ingreeplocatie bezocht door een ecoloog (Vincent de Jong) van Natuurbalans - Limes Divergens. Het doel van het veldbezoek was tweeledig: 1.

2.

Er is een inschatting gemaakt van de potenties van de locatie voor beschermde soorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van een beoordeling van aanwezige biotopen en habitats op de ingreeplocatie, in combinatie met uitvoerige kennis over ecologie en landelijke verspreiding van beschermde soorten. Er is specifiek gezocht naar aanwezigheid van in Nederland beschermde planten- en diersoorten.

Het veldonderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van de quick scan was beperkt van opzet. Mocht aanvullend onderzoek nodig zijn, dan is dat in de aanbevelingen opgenomen.

3.3 OPZET QUICK SCAN Toetsing aan de Wet natuurbescherming: onderdeel soortenbescherming Door middel van een effectanalyse wordt onderzocht of de voorgenomen ingreep leidt tot negatieve effecten op beschermde soorten. Daarbij wordt in de Wnb onderscheid gemaakt in drie beschermingsregimes: 1) Soorten Vogelrichtlijn (§ 3.1 Wnb): alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. 2) Soorten Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb): alle soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn. 3) Andere soorten (§ 3.3 Wnb): alle soorten die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden met uitzondering van vrijstellingen. Indien uit de effectanalyse blijkt dat er een kans is op overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb zijn vervolgstappen nodig: a) Treffen van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen. b) Werken volgens een goedgekeurde gedragscode. c) Aanvragen van een ontheffing van de Wnb.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

9

a. Treffen van maatregelen Door het treffen van maatregelen kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen, verminderd of hersteld. Daarbij kan het gaan om mitigerende maatregelen (voorkomen of verminderen van effecten of herstel op de locatie van handeling) of om compenserende maatregelen (herstel of verbetering op een andere locatie). b. Werken volgens goedgekeurde gedragscode Handelingen in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting leiden niet tot overtreding van verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 indien deze handelingen aantoonbaar worden uitgevoerd conform een goedgekeurde gedragscode. In dat geval is geen ontheffing nodig. c. Ontheffing Wnb ten aanzien van beschermde soorten Kan overtreding van verbodsbepalingen - ondanks voorgaande stappen - niet geheel worden voorkomen en geldt er geen vrijstelling, dan is ontheffing van de verbodsbepalingen nodig. Een ontheffing kan uitsluitend worden verleend onder de volgende voorwaarden: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een wettelijk belang. 3. Er is geen verslechtering/afbreuk van de staat van instandhouding van beschermde soorten. Het aanvragen van een ontheffing voor soorten kan op twee manieren: 1) een afzonderlijke ontheffing aanvragen bij de provincie Gelderland of 2) als onderdeel van de omgevingsvergunning bij de gemeente Nijmegen.

Toetsing aan de Wet natuurbescherming: onderdeel gebiedsbescherming Door middel van een voortoets wordt bepaald of er voor de voorgenomen ingreep een vergunningplicht geldt ex artikel 2.7 van de Wnb. In de voortoets worden de volgende vragen beantwoord: 1. Ligt een Natura 2000-gebied binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep? 2. Wat zijn de mogelijke negatieve effecten van de voorgenomen ingreep op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied in kwestie? Daarbij wordt ook ingegaan op effecten van stikstofuitstoot (NOx) en -depositie op stikstofgevoelige habitats. 3. Kan de ingreep, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied: a. de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied verslechteren? b. een (significant) verstorend effect hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen? Uiteindelijk wordt in voorliggende quick scan een antwoord gegeven op de vraag of een vergunning op de Wnb vereist is en zo ja, middels welke toets een verlening daarvan dient te worden beoordeeld; een verstorings- of verslechteringstoets of een passende beoordeling. De vergunning dient aangevraagd te worden bij de provincie Gelderland. Indien mitigerende of compenserende maatregelen nodig zijn om schade te verzachten of te compenseren, houdt dat per definitie in dat er een kans is op negatieve effecten.

In dat geval dient voor uitvoering van de ingreep een vergunning aangevraagd te worden.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

10

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

4

TOETSING WET NATUURBESCHERMING: ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING 4.1 VAATPLANTEN EN MOSSEN Aanwezigheid op de ingreeplocatie In de NDFF zijn geen beschermde planten- en / of mossoorten opgenomen die voorkomen binnen of rondom het ingreepgebied. In de directe omgeving zijn verschillende rode lijstsoorten opgenomen zoals o.a. akkerleeuwebek, welriekende agrimonie en gladde ereprijs, maar deze soorten zijn niet te verwachten in het ingreepgebied. Het gehele terrein is onderzocht op potentiele groeiplaatsen voor bijzondere en beschermde soorten zoals muren, bosranden en braakliggende delen. Op basis van expert judgement kan worden gesteld dat er op de ingreeplocatie geen streng beschermde planten- en mossensoorten voorkomen, omdat de ter plaatse heersende omstandigheden niet geschikt zijn om als groeiplaats voor deze soorten te fungeren. Het merendeel van het terrein is bestraat en de aanwezige muren zijn te jong en droog om als groeiplaats voor beschermde soorten te fungeren Toetsing aan de Wet natuurbescherming Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vaatplanten en mossen worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor vaatplanten en mossen is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

4.2 VLEERMUIZEN Aanwezigheid op de ingreeplocatie In de NDFF zijn geen waarnemingen opgenomen van vleermuizen binnen (of in de directe omgeving van) het ingreepgebied. Beide kapschuren zijn onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen. Er zijn tijdens dat onderzoek geen vleermuizen aangetroffen. Daarnaast is er gericht gezocht naar sporen van vleermuizen. In beide kapschuren zijn afgebeten vlindervleugels aangetroffen. Afgebeten vlindervleugels duiden op predatie door vleermuizen. Vaak gaat het grootoorvleermuizen die al hangend grote prooien opeten op een rustige locatie. In schuur 3 (figuur 1) zijn vlindervleugels van een dagpauwoog aangetroffen. In schuur 2 vleugels van een huismoeder (nachtvlinder). De vlindervleugels waren oud en stoffig (foto 1). Andere sporen van vleermuizen zoals mest zijn niet aangetroffen. Het feit dat de schuren ooit gebruikt zijn door vleermuizen om prooien op te eten betekend niet dat de schuren aangemerkt kunnen worden als verblijfplaats voor vleermuizen. Sloop van de schuren betekend eveneens niet dat er geen geschikte locaties meer voorhanden zijn om grotere prooien te verschalken. Op de begraafplaats en in de directe omgeving zijn voldoende alternatieve locaties voorhanden in de vorm van schuurtjes, graferkers en grote bomen. Het overige gebouw (1, figuur 1) is op basis van expert judgement beoordeeld op de potentie voor vleermuizen.

Ondanks dat het gebouw geen spouwmuren bevat vormt het gebouw door de aanwezigheid van dakranden wel een potentiele verblijfplaats voor vleermuizen.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

11

De aanwezige bomen in en rondom het ingreepgebied zijn te jong en bevatten geen holtes die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen dienen.

Foto 1. Afgebeten vlindervleugels van Huismoeder in kapschuur 2. Voor de ligging van kapschuur 2 zie figuur 1.

Het ingreepgebied bevat een houtwal die als vliegroute kan fungeren. Het gaat om de meest oostelijke houtwal. Daarnaast is het ingreepgebied een donkere, groene omgeving binnen stedelijke gebied, waardoor de functie als essentieel foerageergebied niet volledig uitgesloten is. Negatieve effecten van de ingreep Permanente effecten: • Potentiele beschadiging of verlies van verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen 1 & 4). Uit de quickscan is reeds gebleken dat schuren 2 & 3 niet als verblijfplaats worden gebruikt. • Potentiele beschadiging of verlies van vliegroute (oostelijke houtwal) of essentiële foerageergebieden van vleermuizen als gevolg van het plaatsen van appartementen, verlichting en / of de kap van groenstructuren. Tijdelijke effecten • Verstoring van essentieel foerageergebied en / of vliegroute als gevolg van licht tijdens de uitvoeringsfase. Toetsing aan de Wet natuurbescherming Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vleermuizen worden mogelijk overtreden. Aanvullend onderzoek naar vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Het vleermuisonderzoek is reeds opgestart en omvat onderzoek naar verblijfplaatsen (paar- en kraamverblijven), vliegroutes en foerageergebieden.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

12

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

Op basis van het aanvullend onderzoek wordt bepaald of een ontheffing van de Wnb voor vleermuizen aan de orde is en / of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Resultaten aanvullend vleermuisonderzoek zie bijlage 1.

4.3 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Aanwezigheid op de ingreeplocatie Binnen het ingreepgebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde zoogdiersoorten. In de directe omgeving zoals op de noordelijk gelegen begraafplaats zijn waarnemingen bekend van eekhoorn en steenmarter. Naast de beschermde zoogdiersoorten komen ook meer algemene soorten zoals egel voor. Andere beschermde zoogdiersoorten zoals bever, boommarter en das komen niet voor aangezien geschikte habitats ontbreken In 2017 is een nest aangetroffen van eekhoorn in de centrale beukenlaan van de begraafplaats. Daarnaast zijn er meerdere eekhoorns aangetroffen dat jaar (persoonlijke waarneming auteur). In 2016 zijn er twee tijdelijke verblijfplaatsen van steenmarter aangetroffen op de begraafplaats. Beide verblijfplaatsen bevonden zich onder een grafsteen. De verblijfplaatsen werden gebruikt om prooien te verstoppen (persoonlijke waarneming auteur). Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van eekhoorn op de ingreeplocatie waargenomen. Het is echter aannemelijk dat de houtwallen aan de noordzijde en oostzijde gebruikt worden om te foerageren en om zich door het gebied te verplaatsen.

Foto 2. Oude keutel van steenmarter in kapschuur nummer 2. Zie figuur 1 voor de ligging van kapschuur 2.

In kapschuur 2 is een oude keutel van een steenmarter aangetroffen (foto 2). De schuur is in het verleden als tijdelijke verblijfplaats / foerageergebied voor steenmarter gebruikt. Een NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

13

steenmarter gebruikt een netwerk aan verschillende verblijfplaatsen. De schuur is geen belangrijke schakel in het netwerk, aangezien er dan meer verse sporen aanwezig zouden zijn. Momenteel wordt de schuur veelvuldig gebruikt waardoor deze minder geschikt is als verblijfplaats. Daarnaast wordt de schuur veel bezocht door katten (geobserveerd tijdens ochtendronde vleermuizen). Met zekerheid kan gezegd worden dat de schuur geen kraamlocatie voor steenmarter vormt, aangezien het ontbreekt aan sporen zoals bijvoorbeeld prooiresten en duidelijke latrines in de schuur. Negatieve effecten van de ingreep •

•

Kap van de houtwallen kan leiden tot verlies aan foerageergebied voor eekhoorn. Daarnaast kan de kap leiden tot een verlies in migratiemogelijkheden in de ruimere omgeving. Negatieve effecten op steenmarter zijn niet direct te verwachten. De schuur is slechts incidenteel (al lange tijd niet meer) als verblijfplaats gebruikt. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieven voorhanden (bijvoorbeeld op de begraafplaats)

Voorkómen van negatieve effecten •

De aanwezige houtwallen dienen gespaard te blijven. De stenen muur in de houtwal kan verwijderd worden maar daarbij dient wel het groen zoveel mogelijk behouden te blijven. Beheer van de houtwallen is mogelijk, maar de houtwallen moeten voldoende dekking bieden en voedsel voor eekhoorn. Dit houd in dat de houtwallen niet te sterk gedund mogen worden.

Toetsing aan de Wet natuurbescherming Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van grondgebonden zoogdieren worden niet overtreden, mits voorgestelde mitigerende maatregelen worden getroffen. Een ontheffing van de Wnb voor grondgebonden zoogdieren is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

4.4 BROEDVOGELS Wettelijke status Bij uitvoering van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels, dat globaal loopt van maart tot en met juli. Tijdens het broedseizoen vallen 2 namelijk bewoonde nesten onder de reikwijdte van artikel 3.1 en 3.5 van de Wnb en zijn daardoor beschermd. Een nest is de plek die vogels vervaardigen om de eieren uit te broeden en de jongen te verzorgen. Voor een verdere aanscherping van het begrip ‘nest’ wordt onderscheid gemaakt tussen broedseizoen en niet-broedseizoen.

Nesten jaarrond beschermd

2

Onder artikel 3.5 vallen ook vogelsoorten uit de Verdragen van Bern en Bonn; deze soorten mogen niet opzettelijk verstoord worden. Alle overige vogelsoorten vallen onder artikel 3.1; deze soorten mogen eveneens niet verstoord worden, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

14

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

Van een aantal vogels is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Zo vallen de nesten van roofvogels, uilen (met uitzondering van bosuil), gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, ooievaar en roek het hele jaar onder de definitie van ‘voortplantingsplaats 3 of rustplaats’ in art. 3.1 en 3.5 van de Wnb . Deze nesten zijn, voor zover niet permanent verlaten, jaarrond beschermd. Nesten beschermd tijdens broedseizoen Nesten van de overige vogelsoorten vallen buiten het broedseizoen niet onder de definitie van ‘nesten, rustplaatsen of voortplantingsplaatsen’ zoals benoemd in artikel 3.1 en 3.5 van de Wnb. Ze worden namelijk het daaropvolgende broedseizoen niet weer in gebruik genomen en zijn buiten het broedseizoen niet van belang voor de instandhouding van de soort. Aanwezigheid op de ingreeplocatie In de NDFF zijn geen waarnemingen van jaarrond beschermde vogelsoorten opgenomen in het ingreepgebied. In de directe omgeving zijn wel waarnemingen bekend van huismus en gierzwaluw. Nesten die ook buiten het broedseizoen vallen onder de definitie van ‘voortplantingsplaats of rustplaats’ (jaarrond beschermde nesten), zijn niet aangetroffen binnen het ingreepgebied. De aanwezige gebouwen zijn tijdens de quickscan als ongeschikt voor huismus en gierzwaluw beoordeeld.

Er zijn geen geschikte openingen voor gierzwaluw aanwezig en het meest geschikte gebouw (nummer 1 figuur 1) is vrij laag. Er zijn daarnaast geen sporen zoals mest van gierzwaluw aangetroffen. Tijdens de quickscan zijn geen mussen of sporen van mussen aangetroffen in en rondom de gebouwen. De gebouwen zijn wel toegankelijk voor vleermuizen maar moeilijker voor mussen. Tijdens aanvullend onderzoek naar vleermuizen op 14 juni en 5 en 17 juli 2018 zijn eveneens geen waarnemingen van huismus en gierzwaluw gedaan. Potentieel geschikte broedlocaties voor algemene vogels zijn aanwezig in bomen en struiken op de ingreeplocatie en in de schuren. De aanwezige houtwallen worden als foerageergebied gebruikt Negatieve effecten van de voorgenomen ingreep Gedurende het broedseizoen kan het kappen van bomen en de schuren leiden tot beschadiging van nesten van broedende vogels. Voorkómen van negatieve effecten Om negatieve effecten ten aanzien van broedvogels te voorkomen, dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen van aanwezige broedvogels. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Als alternatief kunnen voorbereidende maatregelen worden getroffen om de ingreeplocatie voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels om er te broeden.

Dit kan door het rooien van bomen en struiken en het zeer kort houden van overige vegetaties, door 3

Hoewel nog niet officieel vastgesteld, blijft de lijst van soorten met een jaarrond beschermd nest onder de Wnb naar verwachting onveranderd ten opzichte van de Flora- en faunawet.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

15

het plaatsen van visuele verstoring of door dagelijkse betreding van de ingreeplocatie. Dergelijke maatregelen dienen uitsluitend voor het voorkómen van vestiging, niet voor het bestrijden van al aanwezige broedgevallen. Op deze wijze wordt voorkomen dat broedvogels gaan broeden op de ingreeplocatie, waarna werkzaamheden ook in het broedseizoen kunnen plaatsvinden. Toetsing aan de Wet natuurbescherming Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vogels worden niet overtreden, mits de voorgestelde mitigerende maatregelen worden getroffen. Een ontheffing van de Wnb voor vogels is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.

4.5 REPTIELEN Aanwezigheid op de ingreeplocatie Uit de directe omgeving van de ingreeplocatie zijn geen archiefwaarnemingen bekend van reptielen. Mede op basis van het ontbreken van geschikte reptielbiotopen, zoals heide, heischrale graslanden of goed ontwikkelde bosranden, kan worden aangenomen dat beschermde reptielen niet op de ingreeplocatie voorkomen. Toetsing aan de Wet natuurbescherming Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van reptielen worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor reptielen is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

4.6 AMFIBIEËN Aanwezigheid op de ingreeplocatie Binnen het ingreepgebied zijn geen streng beschermde amfibieën bekend uit de NDFF. Alpenwatersalamander is wel een soort die binnen de woonkern van Nijmegen veelvuldig voorkomt in tuinen. De tuinen en parken vormen het landhabitat en kleine tuinvijvers worden gebruikt voor de voortplanting. Het is niet uitgesloten dat ook alpenwatersalamander in de omliggende tuinen van het ingreepgebied voorkomt. Binnen het ingreepgebied is de soort niet aangetroffen en wordt op basis van de aanwezige biotopen ook niet direct verwacht. Het ingreepgebied is ongeschikt als leefgebied voor alpenwatersalamander. Er is geen voortplantingswater voorhanden en het merendeel van het ingreepgebied is bestraat en zeer open van karakter. De houtwallen zijn de enige landschapselementen die potentieel landhabitat vormen. Naast het feit dat de houtwallen gespaard blijven ontbreekt het aan dekking op de bodem zoals een goed ontwikkelde strooisellaag (er wordt veel gespeeld door kinderen) stammen, stronken, houtstapels en steenstapels. Toetsing aan de Wet natuurbescherming Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van amfibieën worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor amfibieën is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

16

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

4.7 VISSEN Aanwezigheid op de ingreeplocatie Binnen het ingreepgebied is geen water aanwezig waardoor het voorkomen van beschermde vissen is uitgesloten. Toetsing aan de Wet natuurbescherming Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vissen worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor vissen is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

4.8 ONGEWERVELDEN Aanwezigheid op de ingreeplocatie Van beschermde dagvlinders, nachtvlinders, libellen of overige ongewervelden (vliegend hert, vermiljoenkever bijvoorbeeld) zijn geen populaties bekend op de ingreeplocatie en deze worden er ook niet verwacht. Reden daarvoor is dat geschikte habitats volledig ontbreken, waardoor de locatie geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van beschermde ongewervelden. De gunstige staat van instandhouding van beschermde ongewervelden komt niet in gevaar. Toetsing aan de Wet natuurbescherming Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van ongewervelden worden niet overtreden. Een ontheffing van de Wnb voor ongewervelden is daarmee niet aan de orde. Vervolgonderzoek is niet nodig.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

17

5

TOETSING WET NATUURBESCHERMING: ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING

De ingreeplocatie ligt ruim buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken ligt op 1,3 kilometer afstand van de ingreeplocatie. Er is vanuit de geplande werkzaamheden geen kans op externe werking. Ook effecten van stikstofuitstoot (NOx) en -depositie op stikstofgevoelige habitats worden gezien de aard en duur van de werkzaamheden als nihil ingeschat. Verdere toetsing aan de Wnb voor het onderdeel gebiedsbescherming is niet noodzakelijk.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

18

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

6

CONCLUSIES 6.1 CONSEQUENTIES NATUURWETGEVING Wet natuurbescherming – onderdeel soortenbescherming • Het verspreidingsbeeld van beschermde soorten op de ingreeplocatie en binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep is grotendeels actueel en compleet. • Binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep komen de volgende beschermde soorten voor o broedvogels, o steenmarter en o eekhoorn. • Negatieve effecten kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen voorafgaand of tijdens de werkzaamheden. Deze zijn opgenomen in de volgende paragraaf. • Indien de voorgestelde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd, wordt overtreding van verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb voorkomen. • Overtreding van verbodsbepalingen als uit van de Wnb met betrekking tot vleermuizen is niet op voorhand uit te sluiten. Voor uitvoering van de plannen zijn aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk en / een ontheffing voor overtreding van art. 3.1, 3.5 en 3.10. Om die reden wordt aanvullend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk geacht (reeds gestart). Wet natuurbescherming – onderdeel gebiedsbescherming • Er ligt geen Natura 2000-gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000gebied zijn op voorhand uitgesloten.

Verdere toetsing en vergunningverlening zijn niet nodig.

6.2 MITIGERENDE MAATREGELEN • •

•

• •

De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (globaal maart t/m juli). Als het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, worden mitigerende maatregelen getroffen. Dit kan door het terrein vóór aanvang van het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedvogels door het rooien van bomen en struiken en het zeer kort houden van overige vegetaties, door het plaatsen van visuele verstoring of door dagelijkse betreding van de ingreeplocatie. Dergelijke maatregelen dienen uitsluitend voor het voorkómen van vestiging, niet voor het bestrijden van al aanwezige broedgevallen. Op deze wijze wordt voorkomen dat broedvogels gaan broeden op de ingreeplocatie, waarna werkzaamheden ook in het broedseizoen kunnen plaatsvinden. De aanwezige houtwallen dienen gespaard te blijven. Beheer van de houtwallen is mogelijk, maar de houtwallen moeten voldoende dekking bieden en voedsel voor eekhoorn. Dit houd in dat de houtwallen niet te sterk gedund worden. De stenen muur in de houtwal kan verwijderd worden, maar daarbij dienen de groenstructuren zoveel mogelijk gespaard te worden. Werkzaamheden vinden alleen overdag plaats tussen een half uur na zonsopkomst en een half uur voor zonsondergang. Verstoring (licht en geluid) van nachtactieve dieren, zoals vleermuizen, wordt zo voorkomen.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

19

• •

De mitigerende maatregelen dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige ecoloog. Zie bijlage 1 voor aanvullende mitigerende maatregelen voor vleermuizen.

6.3 AANBEVELINGEN •

•

Uitvoering van de mitigerende maatregelen is nodig om overtreding van de Wnb te voorkomen. Om de voorgestelde mitigerende maatregelen te borgen kunnen deze worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. De nieuwe appartementen kunnen uitgerust worden met faunavoorzieningen voor vogels en vleermuizen. Door het plaatsen van (inbouw) kasten ontstaan kansen voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Wanneer de (inbouw)kasten strategisch geplaatst worden is vestiging van de soorten kansrijk zonder dat er hinder van deze soorten wordt ondervonden.

6.4 SAMENVATTING In onderstaande tabel is een samenvatting gegeven van de resultaten van de quick scan. De kleuren geven aan of specifiek aandacht besteed moet worden aan de aanwezige natuurwaarden. GROEN ORANJE

: geen problemen, de werkzaamheden kunnen zonder meer worden uitgevoerd. : attentie vereist: de werkzaamheden zijn gebonden aan een periode of wijze van uitvoer.

ROOD PAARS

: de werkzaamheden kunnen pas worden uitgevoerd na het treffen van mitigerende maatregelen. : voor uitvoering van de werkzaamheden is een ontheffing nodig.

NATUURWAARDEN

NEGATIEVE EFFECTEN ALS GEVOLG VAN DE INGREEP

MITIGERENDE MAATREGELEN

ONTHEFFING NODIG?

WNB: SOORTENBESCHERMING Sparen vliegroute langs houtwal / rekening Vleermuizen (zie bijlage 1)

Verlies paarverblijfplaats /

houden met verlichting in uitvoeringsfase en

verstoring als gevolg van

na oplevering / plaatsen paarkasten

licht

(tussenoplossing) en realisatie permanente

Ja

voorzieningen in complex Werken buiten broedseizoen voor vogels (dat Vogels

Verstoring in broedseizoen

loopt van maart t/m juli), of mitigerende maatregelen treffen vóór aanvang

Nee

broedseizoen Verlies Eekhoorn

foerageergebied/migratie-

Behouden houtwallen

Nee

Geen

Nee

mogelijkheden WNB: GEBIEDSBESCHERMING Locatie ligt buiten Natura 2000gebied, geen externe werking

Geen

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

20

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

6.5 VERVOLGONDERZOEK Uit de quick scan is gebleken dat het verspreidingsbeeld van streng beschermde soorten op de ingreeplocatie en binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep grotendeels actueel en volledig is. Vervolgonderzoek naar vleermuizen is echter nog wel noodzakelijk. De resultaten van het aanvullend onderzoek zijn opgenomen in bijlage 1.

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

21

7

BRONNEN • •

Nationale Databank Flora en Fauna, gegevensaanvraag 4-7-2018. Kennisdocument gewone dwergvleermuis versie 1.0 juli 2017. Bij12

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

22

adviesbureau voor natuur & landschap

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

8

BIJLAGE 1 AANVULLEND ONDERZOEK VLEERMUIZEN

NATUURBAL ANS – LIMES DIVERGENS BV

Quick scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen

adviesbureau voor natuur & landschap

23

adviesbureau voor natuur & landschap

NOTITIE Aan: Opgesteld door: Controle: Datum: Projectnummer: Onderwerp: Status:

Burghouts Beheer B.V. V. de Jong Sander van de Koppel 4-10-2018 18-118 Aanvullend vleermuisonderzoek Bachstraat Nijmegen Concept

1. Aanleiding In juni 2018 heeft een quick scan plaatsgevonden op het bedrijventerrein aan de Bachstraat 29 te Nijmegen. Op deze locatie is voorzien in de ontwikkeling van een appartementencomplex. Voor de realisatie van het appartementencomplex moeten enkele bestaande gebouwen gesloopt worden. Het gaat om: • twee open kapschuren, • het kantoor van het bedrijf de Variabele. Het appartementencomplex wordt ingepast in de bestaande groenstructuren rondom het ingreepperceel. Hierdoor blijven de bestaande groenstructuren gespaard. Uit de quick scan is gebleken dat aanvullend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is om een actueel en volledig beeld te verkrijgen van verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen op de ingreeplocatie of binnen de invloedsfeer van de ingreep (De Jong 2018). Aan de hand daarvan dient de voorgenomen ingreep getoetst te worden aan de bepalingen in de Wet natuurbescherming (in het vervolg Wnb). Op verzoek van Burghouts Beheer B.V. heeft Natuurbalans - Limes Divergens B.V. aanvullend onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd (verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden). De voorliggende notitie beschrijft de resultaten van het aanvullend onderzoek naar vleermuizen en kan gezien worden als aanvulling op de quick scan. Voor de overige soortgroepen, soorten en gebiedsbeschrijving wordt verwezen naar de quick scan (De Jong 2018).

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV Radboud Universiteit, Toernooiveld 1 Postbus 6508, 6503 GA Nijmegen

a d v i es b u r ea u v o or n a t u u r & l a n d s c h a p T (024 – 352 88 01)

info@natuurbalans.nl www.natuurbalans.nl

2. Werkwijze Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het meest recente vleermuisprotocol (protocol 2017). De opzet van het onderzoek is weergegeven in tabel 1. Voor verblijfplaatsen is een avond- en ochtendronde uitgevoerd. Aanvullend is een avondronde voor laatvlieger uitgevoerd. Onderzoek naar (massa)winterverblijfplaatsen is niet uitgevoerd aangezien er geen spouwmuren of geschikte kelders aanwezig zijn. Het onderzoek naar vliegroutes en essentieel foerageergebied zijn gecombineerd. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op dezelfde avonden als het onderzoek naar verblijfplaatsen (avondrondes). De verschillende onderzoeken op dezelfde avonden waren goed te combineren aangezien het onderzoeksgebied zeer klein en overzichtelijk is. Vanuit de buitenplaats van de Variabele (gebouw 1, figuur 1) is zowel de houtwal als het te onderzoeken gebouw volledig en goed te overzien. Tabel 1. Overzicht onderzoeksdagen met tijdstippen en weersomstandigheden. Doel onderzoek Datum & tijd Weersomstandigheden Zomer-

&

kraamverblijfplaatsen,

Avondronde; 13-6-2018 21:55-23:15

Droog, 18°C, bewolking 2/8 en

kraamverblijfplaatsen,

Ochtendronde; 15-6-2018, 03:00-05:30

Droog, 16°C, bewolkt en 1 Bft

kraamverblijfplaatsen,

Avondronde; 17-7-2018, 21:41-23:41

Droog, 18°C, bewolking 1/8 en 3

vliegroutes, foerageergebieden Zomer-

&

1Bft

foerageergebieden Zomer-

&

foerageergebieden

Bft

Vliegroutes, paarverblijfplaatsen

Avondronde; 23-8-2018, 23:06-00:06

Paarverblijfplaatsen

Avondronde 27-09-2018, 21:05-23:05

Droog, 17°C, bewolking 6/8 en 1 Bft Droog, 11°C, onbewolkt en 1 Bft

3. Toetsing Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming Vleermuizen Uit het aanvullend onderzoek is het volgende gebleken: • In de nabijheid van het ingreepgebied is een baltsende gewone dwergvleermuis aangetroffen (figuur 1 blauwe stip). Gewone dwergvleermuis baltst tijdens de vlucht en gebruikt een paarplaats (meestal een gebouw) in de directe omgeving. Het is onduidelijk waar de exacte paarplaats zich bevindt, maar het is niet uitgesloten dat het kantoor van de Variabele als paarplaats wordt gebruikt. • De houtwal die de scheiding vormt tussen de Variabele (gebouw 1) en de zandkuil vormt een vliegroute voor gewone dwergvleermuis (figuur 1 gele lijn). Enkele tientallen dieren (per avond) gebruiken de houtwal als vliegroute. De vliegroute wordt in twee richtingen benut, maar de meeste dieren gebruiken de vliegroute in noordelijke richting, dus vanuit de wijk richting de begraafplaats. • De houtwal en het terrein worden als foerageergebied gebruikt door laatvlieger en gewone dwergvleermuis. Het foerageergebied is niet als essentieel aan te merken aangezien er in de

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

NOTITIE Aanvullend vleermuisonderzoek Bachstraat Nijmegen

a d v i es b u r ea u v o or n a t u u r & l a n d s c h a p

2

•

directe omgeving beter foerageergebied voorhanden is. Denk hierbij aan de begraafplaats die noordelijk ligt. De onderzochte gebouwen binnen het onderzoeksgebied bevatten geen zomer- en / of kraamverblijfplaatsen van vleermuizen.

Figuur 1. Het onderzoeksgebied (rode kader) met de te slopen gebouwen (1 t/m 3) aan de Bachstraat 29 te Nijmegen. De blauwe stip geeft de locatie van de baltsende gewone dwergvleermuis weer. De gele lijn is een vliegroute van gewone dwergvleermuis.

Negatieve effecten van de ingreep •

•

De ingreep kan leiden tot schade aan de aanwezige vliegroute. Schade kan ontstaan door wijzigingen aan de houtwal of door verstorende effecten tijden de uitvoeringsfase en / of na oplevering van het appartementencomplex. Sloop van het kantoor van de Variabele kan leiden tot schade aan een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

NOTITIE Aanvullend vleermuisonderzoek Bachstraat Nijmegen

a d v i es b u r ea u v o or n a t u u r & l a n d s c h a p

3

Voorkómen van negatieve effecten De volgende mitigerende maatregelen moeten worden genomen: • De houtwal dient gespaard te worden. Conform de huidige plannen wordt de houtwal ook gespaard. Bestendig beheer zoals beperkt dunnen van de houtwal is mogelijk zolang het lijnvormige karakter van de houtwal behouden blijft. • Werkzaamheden tijdens de actieve periode van vleermuizen vinden alleen overdag plaats tussen een half uur na zonsopkomst en een half uur voor zonsondergang. Verstoring (licht en geluid) van nacht-actieve dieren, zoals vleermuizen, wordt zo voorkomen. De actieve periode van vleermuizen loopt globaal van maart t/m oktober, maar is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. • Bij voorkeur wordt de bouwplaats niet verlicht tijdens de actieve periode van vleermuizen. Als dat niet geheel te voorkomen is (bijvoorbeeld in het kader van de veiligheid), dient gebruik gemaakt te worden van amberkleurig vlaklicht en deze dient niet uit te stralen in mogelijke leefgebieden van vleermuizen. • Bij de permanente inrichting van het appartementencomplex dient rekening gehouden te worden met vleermuizen bij de plaatsing van (straat)verlichting. De houtwal dient te allen tijde donker te zijn. • Er gaat een paarplaats van gewone dwergvleermuis verloren.

Voor de verloren paarplaats dienen tenminste vier alternatieve verblijfplaatsen (type paarkast) voor vleermuizen geplaatst te worden. Hierbij gelden de volgende voorwaarden • De kasten dienen tijdig voor de werkzaamheden aanwezig zijn om de dieren te laten wennen aan deze voorzieningen (6 maanden voorafgaand aan start paarperiode die loopt van augustus t/m september; dus uiterlijk half februari). De kasten vormen een tussenoplossing tijdens de bouw van het appartementencomplex. • De kasten dienen bij voorkeur zo dicht mogelijk, maar altijd binnen 100 à 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats, te worden geplaatst en dit buiten de invloedsfeer van de activiteiten. • De locatie van de kasten is gelijk of beter van kwaliteit dan de oorspronkelijke situatie wat betreft hoogte (minimaal 3 meter hoogte), aanvliegroute en vrije vliegruimte en de locatie is vrij van kunstlicht, vrij van verstoring en buiten bereik van predatoren. • Bij voorkeur worden de kasten opgehangen aan gebouwen, maar paarkasten mogen ook aan bomen geplaatst worden. • Het plaatsen van vleermuiskasten is een tussenoplossing. Het nieuwe appartementencomplex dient uitgerust te worden met permanente voorzieningen voor vleermuizen (minimaal 4). De permanente voorzieningen worden in het gebouw geplaatst en zo mogelijk worden ze geïntegreerd in het bouwplan.

De voorzieningen worden zodanig geplaatst zodat er verschillende microklimaten worden aangeboden. • Het plaatsen van de kasten en advies omtrent permanente voorzieningen voor vleermuizen wordt begeleid door een deskundige op het gebied van vleermuizen.

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

NOTITIE Aanvullend vleermuisonderzoek Bachstraat Nijmegen

a d v i es b u r ea u v o or n a t u u r & l a n d s c h a p

4

Toetsing aan de Wnb Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen worden niet overtreden, mits bovengenoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen worden overtreden. Een paarplaats van gewone dwergvleermuis gaat verloren. Een ontheffing van de Wnb voor vleermuizen is aan de orde.

4. Conclusies Door uitvoering van de voorgenomen ingreep worden verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vleermuizen overtreden. Voor uitvoering van de werkzaamheden is een ontheffing van de Wnb noodzakelijk, in combinatie met de in hoofdstuk 3 opgesomde mitigerende maatregelen.

5. Vervolgonderzoek Op basis van het aanvullend onderzoek kan geconcludeerd worden dat het verspreidingsbeeld van vleermuizen op de ingreeplocatie en binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingreep voldoende actueel en volledig is om (negatieve) effecten van de ingreep te kunnen beoordelen.

6. Bronnen •

• •

V. de Jong, 2018. Quick Scan beschermde natuur Bachstraat 29 Nijmegen. Toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdelen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natuurbalans - Limes Divergens BV, Nijmegen. Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Versie 1.0 Juli 2017, uitgegeven door BIJ12 Vleermuisprotocol 2017

NATUURBALANS – LIMES DIVERGENS BV

NOTITIE Aanvullend vleermuisonderzoek Bachstraat Nijmegen

a d v i es b u r ea u v o or n a t u u r & l a n d s c h a p

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d1a27028-5975-401d-8e86-521de8e2058d