Bijlage 3. Een stadsbrede stadspas voor Nijmegen, een verkenning
Tekst van het document
Een stadsbrede stadspas voor Nijmegen? Een verkenning
Elvi van Wijk 24 februari 2025
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................................................2 Managementsamenvatting ......................................................................................................3 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding ..........................................................................................................................8 1.1.
Aanleiding verkenning ..............................................................................................8
1.2.
Wat vooraf ging ........................................................................................................9
1.3.
Leeswijzer ............................................................................................................. 11
Opzet verkenning ........................................................................................................... 13 2.1.
Onderzoeksvragen ................................................................................................. 13
2.2.
Uitgevoerde werkzaamheden ................................................................................. 13
Het fenomeen stadspas ................................................................................................. 15 3.1.
Wat is een stadspas? ............................................................................................. 15
3.2.
Waarom kiezen gemeenten voor een stadspas? ...................................................... 16
3.3.
Wat zijn de effecten van een stadspas?................................................................... 19
3.4.
Wat zijn de ingeschatte kosten van een stadspas voor Nijmegen? ............................ 23
De uitgangssituatie in Nijmegen ..................................................................................... 25 4.1.
Het Nijmeegse beleid ............................................................................................. 25
4.2.
De uitvoering ......................................................................................................... 28
4.3.
Positieve punten in de uitvoering ............................................................................ 30
4.4.
Verbeterpunten bij de uitvoering ............................................................................. 31
4.5.
Hoe wordt gewerkt aan de verbeterpunten? ............................................................ 33
Scenario’s en advies ...................................................................................................... 36 5.1.
Scenario 1: Overstappen op een stadspas .............................................................. 36
5.2.
Scenario 2: Huidige platform optimaliseren ............................................................ 37
5.3.
Scenario 3: Voortzetten huidige inzet op terugdringen niet-gebruik .......................... 39
5.4.
Advies ................................................................................................................... 39
Bijlage 1: Motie ‘Het is tijd voor een stadsbrede stadspas’ ...................................................... 44 Bijlage 2: Aanbevelingen voor vergoedingen.nijmegen.nl en de Meedoenregeling volgens inwoners en aanbieders......................................................................................................... 45 Bijlage 3: Optimalisatie van de huidige situatie & randvoorwaarden voor realisatie .................. 51 Bijlage 4 Toelichting op de externe kosten van scenario 2 ........................................................ 68
2
Managementsamenvatting In de motie ‘Het is tijd voor een stadsbrede stadspas’ van november 2023 vraagt de gemeenteraad van Nijmegen om een verkenning van de kansen, mogelijkheden, kosten en baten van verschillende vormen van een stadspas. Volgens de raad moet een stadspas het Nijmeegse beleid aanvullen en versterken, niet dubbelen. Verder mag een stadspas in geen geval stigmatiserend zijn. Volgens de motie zorgen stadspassen voor: 1. het terugdringen van niet-gebruik van regelingen die stimuleren dat inwoners participeren in het verenigingsleven, bij maatschappelijke organisaties of sportclubs; 2. een positief effect op de lokale economie door de betrokkenheid van lokale winkels, bedrijven en instellingen; 3. een lokale gemeenschap van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en verenigingen die met elkaar verbonden zijn en zaken doen. Het is niet de eerste keer dat wordt gekeken naar de optie van een stadspas voor de gemeente Nijmegen. Sinds 2012 is dit drie keer onderzocht. Een belangrijke conclusie van deze onderzoeken was dat een stadspas zeker kansen biedt om participatie van mensen met een laag inkomen te bevorderen, doordat een stadspas dit makkelijker en aantrekkelijker maakt. Tegelijkertijd is eerder geconcludeerd dat aan een stadspas aanzienlijke uitvoeringskosten zijn verbonden waar van tevoren geen rekening mee werd gehouden.
Daarnaast wilde de raad geen stadspas die alleen bedoeld is voor mensen met een laag inkomen, omdat deze gebruikers zou stigmatiseren. Om deze redenen hebben eerdere gemeenteraden niet voor een stadspas gekozen, maar voor andere manieren om participatie te bevorderen. Bijna alle Nederlandse gemeenten die tot nu toe kozen voor een stadspas (ongeveer zestig), deden dat om het benutten van regelingen voor mensen met een laag inkomen makkelijker en aantrekkelijker te maken voor deze inwoners. Naast verhoging van de doelmatigheid van deze regelingen, gingen gemeenten bijvoorbeeld ook uit van een besparing op de eigen uitvoeringskosten dankzij de overstap op een stadspas. Daar stonden wel externe kosten tegenover voor de ontwikkeling en ondersteuning van de stadspas. Er zijn ook gemeenten die een stadspas hebben voor meer doelgroepen dan alleen inwoners met een laag inkomen. Daar hebben bijvoorbeeld de gemeenten Venlo en Ridderkerk voor gekozen; op hun stadspassen staan ook tegoeden en/of acties voor vrijwilligers, studenten en mantelzorgers. Alleen Rotterdam, Dordrecht, Zaanstad en Alkmaar kozen voor een stadsbrede stadspas: een stadspas voor alle inwoners die hen recht geeft op kortingen op bijvoorbeeld cultuur, sport, recreatie en eten en drinken. Daarnaast staan op deze stadspassen tegoeden en acties speciaal voor mensen met een laag inkomen.
De keuze voor een stadsbrede stadspas is in de praktijk niet (alleen) ingegeven door de wens om niet-gebruik van regelingen te verminderen, maar (ook) door de ambitie om participatie in een stad in de brede zin te verhogen en/of de gemeente beter op de kaart te zetten bij bezoekers en 3
toeristen, in het kader van citymarketing. Een stadsbrede stadspas vraagt daardoor om een gezamenlijke ambitie van het sociaal en economisch domein van een gemeente. Maar waarom zou Nijmegen voor een stadspas kiezen? Wat is er eigenlijk mis met de uitgangssituatie? De uitgangssituatie in Nijmegen is een digitaal platform (vergoedingen.nijmegen.nl) waar alle inkomensondersteunende regelingen gevonden en aangevraagd zouden kunnen worden. De meedoenregeling en het busvoordeelabonnement zijn hier, in de vorm van een webshop, te benutten. Uit onderzoek onder gebruikers van het platform en de webshop blijkt dat 84% zeer tevreden is met het platform en 78% geen hulp nodig heeft bij het aanvragen van regelingen. Van de aanbieders in de webshop is 76% tevreden met het systeem. Verbeterpunten zijn er ook. Want hoewel het gebruik van het vangnet dat gemeente Nijmegen biedt aan mensen met een laag inkomen al jaren een stijgende lijn vertoont, kan deze benutting beter. Dat geldt vooral voor de meedoenregeling. Daarnaast zijn er moties van de raad waarin gevraagd wordt om het vergoeden van dierenarts- en mondzorgkosten en zouden inwoners graag al vóór 9 uur ’s ochtends gebruik maken van hun busvoordeelabonnement. In het licht van deze en andere verbeterpunten stelt Forus een aantal optimalisaties voor van het huidige platform.
Deze verkenning bevat een lange lijst met hiertoe voorgestelde optimalisaties zoals het koppelen van de meedoenregeling aan het busvoordeelabonnement, aanbiedersmanagement en het toevoegen van nieuwe regelingen. Als mogelijk antwoord op de verbeterpunten is er bovendien de optie van het voortzetten van de huidige inzet op het terugdringen van niet-gebruik van regelingen. Deze inzet staat beschreven in de Armoede Agenda 2020-2024. Daarnaast beschrijft de startnotitie voor het vervolg op dit beleidskader een aantal concrete acties met het oog hierop, zoals het ambtshalve verstrekken van de individuele inkomenstoeslag, kleine optimalisaties van het huidige platform en door kritisch te kijken naar de aanbieders van de meedoenregeling. In deze verkenning zijn deze drie scenario’s boven komen drijven als antwoord op de geconstateerde verbeterpunten. In dit overzicht worden ze met elkaar vergeleken op basis van inschattingen1 ten aanzien van: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Effect op niet-gebruik van regelingen; Effect op lokale economie; Effect op verbondenheid in de stad; Besparing op inzet uitvoeringsorganisatie; Externe kosten, zie hoofdstuk 3.4 voor de opbouw van deze kosten2; Fte voor projectleiding vanuit gemeente Nijmegen;
De inschattingen m.b.t. de drie stadspasscenario’s baseren zich op input van BS&F, ontwikkelaar en ondersteuner van bijna vijftig stadspassen in Nederland. De inschattingen m.b.t. het scenario ‘Huidig platform optimaliseren’ baseren zich op input van Forus, de ontwikkelaar en ondersteuner van het huidige platform vergoedingen.nijmgen.nl. De inschattingen m.b.t. het scenario ‘Voortzetten van huidige inzet op terugdringen niet-gebruik’ baseren zich op gesprekken met beleidsadviseurs van gemeente Nijmegen. 2 Naast externe kosten moet een gemeente rekening houden met hogere benutting van budgetten voor regelingen 1
4
7. Stigmatisering. In onderstaand schema leest u wat de vergelijking van de verschillende scenario’s laat zien: 1a. Een stadspas alleen voor mensen met een laag inkomen ++
1b. Een stadspas voor meer doelgroepen
1c. Een stadsbrede stadspas
2. Huidig platform optimaliseren
++
+++
++
3. Voortzetten huidige inzet op terugdringen niet-gebruik +
Effect op lokale economie
+
++
+++
++
+
Effect op verbondenh eid in de stad
+
+
++
+
Geen
Besparing op inzet uitvoeringsorganisatie
PM
PM
PM
PM
Geen
Externe kosten
Eenmalig: € 250.000 – € 300.000
Eenmalig: € 250.000 – € 300.000
Eenmalig: € 250.000 – € 300.000
Eenmalig: € 12.600 – € 110.000
Jaarlijks: € 200.000€ 250.000
Jaarlijks: € 250.000 – € 300.000
Jaarlijks: € 1.600 € 150.000
Financiering van dit scenario moet passen binnen het huidige budget
Effect op terugdringen niet-gebruik
Jaarlijks: € 200.000 – € 250.000
Projectleidin g gemeente Nijmegen
1 fte
1 fte
1 fte
1-2 fte
0 fte
Stigmatisere nd
Wel
Niet
Niet
Niet
Niet
NB Besparing op inzet uitvoeringsorganisatie: BS&F ziet bij andere gemeenten dat door de invoering van een Stadspas uitvoeringscapaciteit wordt bespaard. Dit is echter zeer afhankelijk van de uitgangssituatie in die gemeente. In Nijmegen is het zo dat, anders dan bij andere gemeenten, er géen inkomenscheck plaatsvindt bij de aanvraag van de meedoenregeling en het
5
busvoordeelabonnement. Dit gebeurt op vertrouwen. De rechtmatigheid van de aanvragen wordt hooguit steekproefsgewijs achteraf gecheckt. De besparing op de eigen uitvoeringskosten is in Nijmegen hierdoor waarschijnlijk kleiner dan bij andere gemeenten. Om hiervan een inschatting te maken is nadere analyse nodig. Wat laat deze vergelijking zien? Op de eerste plaats valt scenario 1a, een stadspas alleen voor mensen met een laag inkomen, af als optie voor Nijmegen vanwege het stigmatiserende karakter. De andere scenario’s stigmatiseren niet omdat ze online zijn of voor meer doelgroepen of zelfs alle inwoners zijn. Van de scenario’s die overblijven, zo is de inschatting, scoort de stadsbrede stadspas het beste op zowel het terugdringen van niet-gebruik, het effect op lokale economie en de verbondenheid in de stad. Maar een stadsbrede stadspas vraagt, zoals gezegd, in de praktijk om een gezamenlijke ambitie van het sociaal en economisch domein van een gemeente. Hiervan is op dit moment nog geen sprake in Nijmegen, maar dit zou onderzocht kunnen worden; kunnen en willen het sociaal en economisch domein hierin gezamenlijk optrekken om zo’n stadspas mogelijk te maken? Zo niet, dan is het advies om te kiezen voor scenario 2, het optimaliseren van het huidige platform. Omdat: • •
van scenario 2 een groter effect wordt verwacht op het terugdringen van niet-gebruik van regelingen, de lokale economie en de verbondenheid in de stad, dan scenario 3; van scenario 2 een vergelijkbaar effect wordt verwacht op het terugdringen van nietgebruik van regelingen, de lokale economie en verbondenheid in de stad, als een stadspas voor meer doelgroepen. Terwijl de externe kosten van scenario 2 veel lager liggen dan die van deze stadspas. Bovendien zijn deze kosten makkelijker te spreiden over jaren. Zeker in deze tijden van financiële krapte bij gemeenten zijn dit belangrijke argumenten.
Verder wordt geadviseerd om, voordat wordt geïnvesteerd in welk scenario ook, goed na te denken over hoe de effecten van deze investering op het gebruik van regelingen, de lokale economie, de verbondenheid in de stad en besparing op eigen uitvoeringskosten kunnen worden gemonitord. Dit naar aanleiding van de constatering van gemeenten Arnhem en Dordrecht dat het lastig bleek om hier op korte termijn veel eenduidige cijfers over op tafel te krijgen. Ten slotte: áls niet-gebruik tegengaan de belangrijkste achtergrond is van de motie én het extra geld voor een stadspas er zou zijn, dan is te overwegen om dat geld niet aan een stadspas te besteden, maar aan een ándere invloed factor bij niet-gebruik van sociale zekerheid dan beleid en uitvoering. Want niet-gebruik hangt volgens Olaf Simonse3 niet alleen af van beleid en uitvoering, maar ook van de samenleving, sociale netwerken en individuele kenmerken. Zie onderstaande figuur:
Uit de Nederlandse samenvatting van zijn dissertatie die nog niet volledige openbaar was op het moment van raadpleging. 3
6
Figuur 1. Factoren die volgens internationaal onderzoek bij kunnen dragen aan niet-gebruik. Per niveau zijn de factoren gesorteerd: hoe hoger een factor staat, hoe vaker deze onderzocht is. Een (+) geeft een positief verband aan met nietgebruik, een (-) een negatief verband. Bij (+/-) zijn er aanwijzingen dat het verband zowel positief als negatief is.
Volgens Simonse is, naast het vereenvoudigen van regels, maar ook het voorkomen van terugvorderingen, het bieden van integrale en persoonlijke hulp essentieel om niet-gebruik terug te dringen. Het persoonlijk informeren van huishoudens die in aanmerking komen voor voorzieningen is volgens hem een kansrijke manier om niet-gebruik tegen te gaan. Dit gebeurde bijvoorbeeld in gemeente Nijmegen in het pilotproject ‘Advies aan huis’ in Neerbosch-Oost4. In dit project ging een financieel coach op huisbezoek bij huishoudens om niet-gebruik in kaart te brengen en daarbij door te verwijzen naar de juiste ondersteuning. Hoewel de invloed van de financieel coach niet op alle factoren afdoende is om niet-gebruik van ondersteuning tegen te kunnen gaan, blijkt dat voor het merendeel van de factoren wèl zo te zijn. Deze werkwijze is inmiddels voortgezet in de wijken Lankforst, Meijhorst en Zwanenveld.
Beschreven in de masterthesis van Elle Sleddens ‘Ga op zoek bij mensen thuis. Een kwalitatief onderzoek naar het tegengaan van niet-gebruik van ondersteuning in de Nijmeegse wijk Neerbosch-Oost’ (2024). 4
7
1. Inleiding In dit hoofdstuk leest u wat de aanleiding was voor deze verkenning, welke eerdere verkenningen en afwegingen vooraf gingen en waar u wat kunt lezen in dit rapport.
1.1.
Aanleiding verkenning
In het Nijmeegse coalitieakkoord 2022-2026 ‘Ons Nijmegen, Stad van iedereen’ kondigen GroenLinks, Stadspartij Nijmegen en D66 aan meer te gaan doen voor mensen die moeilijk rond kunnen komen. Want: “Armoedebestrijding is meer dan ooit nodig omdat de inflatie en hoge energietarieven de meeste impact hebben voor Nijmegenaren met een smalle beurs. Om te zorgen dat inwoners gemakkelijker een beroep doen op inkomensregelingen, willen we ze bundelen en zorgen dat ze op één plek te vinden zijn.” We lezen verder in het huidige coalitieakkoord: “Het platform van de Meedoenregeling leent zich hier goed voor. In dit digitale platform staan nu zo’n 350 cultuur- en sportactiviteiten waar minima met korting aan kunnen deelnemen. Het meedoenplatform staat continu open voor nieuwe aanbieders: we breiden het aanbod steeds uit. En we gaan in gesprek met culturele en sportverenigingen over flexibeler lidmaatschap (‘proefkaarten’) in plaats van een jaarabonnement. Ook het busvoordeelabonnement wordt inmiddels via het meedoenplatform uitgegeven. We voegen aan het meedoenplatform de komende vier jaar fasegewijs nog meer regelingen toe, zoals de individuele inkomenstoeslag, de studietoeslag, bijzondere bijstand en kindregelingen. We werken zoveel mogelijk toe naar één budget per inwoner. Dit alles neemt niet weg dat het nodig blijft om mensen te helpen bij het (digitaal) aanvragen van regelingen.
De verschillende organisaties die dat in Nijmegen doen, ondersteunen we. Daarnaast verhogen we de inkomensgrens van de meedoenregeling structureel van 110% naar 130% van het sociaal minimum en nu naar 140%, vanwege de hoge inflatie. Zodat niet alleen mensen met een uitkering er gebruik van kunnen maken, maar ook ‘werkende armen’.” In november 2023 diende de gemeenteraad van Nijmegen de motie ‘Het is tijd voor een stadsbrede stadspas’ in. Volgens de motie zorgen stadspassen voor: 1. het terugdringen van niet-gebruik van regelingen die stimuleren dat inwoners participeren in het verenigingsleven, bij maatschappelijke organisaties of sportclubs; 2. een positief effect op de lokale economie door de betrokkenheid van lokale winkels, bedrijven en instellingen; 3. een lokale gemeenschap van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en verenigingen die met elkaar verbonden zijn en zaken doen. Verder stelt de raad dat het met de succesvolle implementatie van stadspassen in andere steden en de beschikbaarheid van bedrijven die kunnen ondersteunen, nu haalbaar en wenselijk is om ook in Nijmegen een stadspas in te voeren. Daarom roept de raad op tot een onderzoek naar de kansen, mogelijkheden, kosten en baten van verschillende vormen van een stadspas die in geen geval stigmatiserend mag zijn en het Nijmeegse beleid aanvult (niet dubbelt) en versterkt.
Zie bijlage 1 voor deze motie.
8
1.2.
Wat vooraf ging
Het is niet de eerste keer dat Nijmegen kijkt naar de mogelijkheid van een stadspas. In deze paragraaf leest u welke verkenningen eerder plaatsvonden en de afwegingen die toen zijn gemaakt: 1. De NijmegenPas In 1994 introduceerde Nijmegen als één van de eerste steden een stadspas; de NijmegenPas. De NijmegenPas was bedoeld voor huishoudens met een laag inkomen, gaf aanspraak op kortingen bij culturele en andere instellingen en genereerde voordelen bij een aantal commerciële participanten. De NijmegenPas bestond naast bijvoorbeeld de bijzondere bijstand en de collectieve aanvullende zorgverzekering. Het grootste bezwaar van de NijmegenPas was de stigmatisering van de gebruiker als een inwoner met een laag inkomen. De NijmegenPas zou daarom een stadsbrede pas worden middels de integratie met de zogenaamde citychip. De code voor minimaregelingen zou dan in de chip van de pas worden ingevoerd. De kosten van het aanpassen van de NijmegenPas naar de citychip bleken echter te hoog (€ 500.000) gezien de door de raad gestelde randvoorwaarde van budgetneutraliteit. Bovendien waren er geen technische oplossingen voor gewenste koppelingen. 2.
Onderzoek naar kosten en baten van een stadspas in 2012 In het coalitieakkoord 2010-2014 ‘Werken aan een duurzame toekomst’ staat dat onderzocht zou worden of het opnieuw invoeren van een stadspas kon bijdragen aan vermindering van de uitvoeringskosten en versterking van het participatiekarakter van het minimabeleid. Om dit te onderzoeken is een bezoek gebracht aan de gemeente Eindhoven en de gemeente Arnhem om hun ervaringen met een stadspas te bespreken. Daarnaast is gesproken met vertegenwoordigers van andere gemeenten, ondernemers in de stad en medewerkers van de eigen uitvoeringsorganisatie. Besloten is toen om de stadspas in Nijmegen niet opnieuw in te voeren. Argumenten waren toen: • • •
•
De invoering van de stadspas leidt tot hoge (uitvoerings)kosten en niet tot een vermindering van uitvoeringskosten; Gevaar dat de stadspas stigmatisering in de hand werkt bij invoering van een stadspas specifiek voor minima; Er was al een ruim aanbod aan minimavoorzieningen die als doel hebben om participatie te bevorderen zoals een ouderbijdrage voor de schoolkosten van kinderen, een sport- en cultuurbijdrage voor kinderen, de museumregeling, de Voedselbank en de Formulierenbrigade; Na een inventarisatie bleek dat het draagvlak voor de invoering van een kortingspas onder ondernemers, managers van maatschappelijke instellingen en de medewerkers van de afdeling Inkomen zeer beperkt was.
9
3. Onderzoek naar de &Pas in 2015 In het coalitieakkoord 2014-2018 ‘Samen voor Nijmegen: sociaal, duurzaam en ondernemend’ staat dat de mogelijkheden zouden worden onderzocht voor ‘één integrale regeling voor mensen met een laag inkomen ten behoeve van cultuur, mobiliteit/vervoer, sport en een dagje uit’. Deze regeling zou worden ondersteund vanuit verschillende betrokken programma’s en kon diverse vormen krijgen zoals een vouchersysteem, strippenkaart, webshop et cetera. De bestuurlijke ambitie was destijds een stadsbrede pas die voor álle inwoners aantrekkelijk is dankzij kortingen en aanbiedingen voor cultuur, sport, mobiliteit en een dagje uit. Bovendien zouden op deze pas, die via de ov-chipkaart zou worden aangeboden, ‘onzichtbaar’ extra regelingen en aanbiedingen voor bepaalde doelgroepen kunnen worden aangeboden, zoals minimaregelingen, 65plus-vervoer en de Wmo-vervoersregeling. Deze opzet zou stigmatisering voorkomen en participeren aantrekkelijker maken voor ondernemers. Om aan deze ambitie vorm te geven, is in 2015 een inventarisatie gedaan naar bestaande passen in andere steden, de mogelijkheden en het draagvlak voor een pas in Nijmegen en de wensen en behoeften van potentiële gebruikers en participanten. Op basis hiervan is in mei 2015 een scenario voor ontwikkeling van de zogenaamde &Pas voorgelegd aan de raad.
Ondernemers en Nijmegenaren waren positief over de &Pas, zo bleek uit twee enquêtes die in de stad werden gehouden. In het coalitieakkoord was in 2015 € 500.000 beschikbaar gesteld om de &Pas te ontwikkelen. De verwachting was dat hiervoor maximaal € 200.0000 nodig zou zijn. Uitgangspunt was verder dat de uitvoeringskosten van de pas in principe gedekt moesten worden door de reguliere budgetten. Eind juni 2015 koos de raad voor genoemd scenario. Om zicht te krijgen op de realiseerbaarheid ervan is vervolgens een marktconsultatie gehouden onder leveranciers die een rol zouden kunnen spelen bij de ontwikkeling, invoering en uitvoering van de &Pas. Op basis hiervan is gekozen voor een invoeringsstrategie van de &Pas die afweek van het eerdere grove scenario. De koppeling met de ov-chipkaart en de invoeringsdatum van 1 januari 2016 is toen losgelaten. De hoofdredenen waren: • de monopolypositie van de ov-chipkaartbeheerder; • de hogere kosten van de combinatie met de ov-chipkaart; • de meer beperkte toepassing van technieken op de pas bij een combinatie. De voorliggende strategie moest vervolgens op drie punten verdiept worden zoals: • • •
het formuleren van beheersmaatregelen en risicohouders bij de toprisico’s; de kostenvalidatie en het vinden van (structurele) dekking; het bepalen van een propositie waarmee de &Pas succesvol de markt kon opgaan en welke regelingen als eerste via de &Pas aangeboden zouden worden.
Eind 2015, als deze punten bekend zouden zijn, zou een definitief besluit genomen worden over de invoering van de &Pas. Eén van de conclusies van dit onderzoek was dat de structurele kosten voor de uitvoering van aanbiedingen voor pashouders mogelijk rond € 940.000 per jaar zouden bedragen. In dit bedrag waren de inkomsten door verkoop van de pas verrekend. Er was in het coalitieakkoord geen rekening gehouden met deze structurele kosten en gezien deze omvang zouden er binnen de programma’s keuzes gemaakt moeten worden.
10
Het scenario ‘Minima doen mee’ was financieel wél te dekken en zou aansluiten bij het oorspronkelijke doel, namelijk bevorderen dat minima kunnen meedoen aan verschillende activiteiten. Via dit scenario, de geld-terug-regeling, kregen volwassenen die moeten rondkomen van 110% van het sociaal minimum, een eenmalige bijdrage van € 150 om te sporten, een cursus te volgen of een culturele activiteit te doen bij een zevental aanbieders, zoals De Lindenberg. 4. De keuze voor een digitaal platform en een webshop In het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Samen vooruit’? staat dat de coalitie een moderne digitale stadspas wil voor minima. Om dit te bewerkstelligen is een aanbestedingsprocedure gestart om een geschikte leverancier te vinden voor een “Nijmeegse Stadspas”. De uitvraag richtte zich destijds primair op de uitgifte van de meedoenregeling (voorheen de geld-terug-regeling). Daarbij diende het mogelijk te zijn om ook de aanvraag van de regeling te laten verlopen via het platform. Uit deze aanbesteding is stichting Forus als winnaar naar voren gekomen. Met deze gunning werd beoogd dat de inwoner het bedrag van de meedoenregeling bij meerdere aanbieders kon besteden en dat de aanbieders sneller en met minder administratie uitbetaald krijgen. Daarnaast moest het mogelijk zijn om ook de aanvraag van de regeling te laten verlopen via het platform.
Forus heeft het platform ontwikkeld als systeem dat het mogelijk maakt om allerlei regelingen uit te geven, niet alleen specifiek de meedoenregeling, maar alle soorten regelingen. Het idee was dus dat er één vindplek en digitale toegangspoort zou komen waar inwoners alle regelingen van de gemeenten en sociale ketenpartners konden vinden, checken, aanvragen, besteden en financieel afhandelen; vergoedingen.nijmegen.nl. In tegenstelling tot andere aanbieders bood de oplossing van stichting Forus een digitale oplossing met een eenvoudig papieren alternatief. Andere aanbieders waren óf gericht op een fysieke pas met een lastigere digitale oplossing óf volledig digitaal. De meedoenregeling is sindsdien te benutten via een webshop, waardoor het voor inwoners mogelijk werd om het budget van € 150 per jaar over meerdere aanbieders te verdelen. Voor mensen die minder digitaal vaardig zijn, werd een analoge route ingericht via de Stips en het telefonisch spreekuur van gemeentelijke consulenten. Er zou bovendien onderzocht worden of deze webshop uit te breiden was met andere regelingen zoals de bijzondere bijstand en het kinderfonds, maar ook met toegang tot de voedsel- en kledingbank en het aanbod van de Vincentius Vereniging. Vanaf november 2020 is de webshop uitgebreid met het busvoordeelabonnement voor mensen met een laag inkomen.
In 2023 is ook een deel van de individuele inkomenstoeslag toegevoegd aan het platform. Maar met de ambtshalve verstrekking van deze regeling in 2024 is dit overbodig geworden.
1.3.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 leest u welke vragen we met deze verkenning wilden beantwoorden, welke werkzaamheden hiertoe zijn uitgevoerd, wie hierbij betrokken waren en wanneer de verkenning plaatsvond.
11
In hoofdstuk 3 vindt u de antwoorden op de deelvragen. In hoofdstuk 4 leest u welke scenario’s voor Nijmegen zijn afgeleid uit de antwoorden op de onderzoeksvragen, en wat het advies is.
12
2. Opzet verkenning In dit hoofdstuk leest u welke vragen we met deze verkenning wilden beantwoorden en welke werkzaamheden hiertoe zijn uitgevoerd.
2.1.
Onderzoeksvragen
De centrale onderzoeksvragen van deze verkenning waren: 1. Wat zou een stadspas toevoegen aan de uitgangssituatie? 2. Wat zouden de consequenties zijn van overstappen naar een stadspas? Om deze centrale onderzoeksvragen te beantwoorden, hebben we de volgende deelvragen geformuleerd: A. Een stadspas 1. Wat is een stadspas? 2. Waarom kiezen gemeenten voor een stadspas? 3. Wat zijn de effecten van een stadspas? 4. Wat zijn de ingeschatte kosten van een stadspas voor Nijmegen? B. De uitgangssituatie in Nijmegen 5. Wat is het Nijmeegse beleid? 6. Hoe wordt dit beleid uitgevoerd? 7. Wat zijn positieve punten bij de uitvoering? 8. Wat zijn verbeterpunten bij de uitvoering? 9. Hoe wordt gewerkt aan deze verbeterpunten?
2.2.
Uitgevoerde werkzaamheden
Om deze vragen te beantwoorden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: 1. Deskresearch: er zijn bronnen bestudeerd om te inventariseren wat al bekend is als antwoorden op de deelvragen. 2. De deelvragen zijn voorgelegd aan: • Ambtenaren van gemeente Nijmegen die betrokken waren of zijn bij het beleid en/of de uitvoering van inkomensondersteunende regelingen voor mensen met een laag inkomen5 • Afdeling Onderzoek en statistiek van gemeente Nijmegen6 • Arjen Wilting en Erik Reitsma van BS&F. BS&F is marktleider en heeft tot op heden voor bijna 50 gemeenten7 een stadspas ontwikkeld en ondersteund. 5
Lisanne Baltussen, Tessa de Swart, Wouter Janssen, Isa Corbeek, Janos Betko, Jan Marten de Hoop, Floor van Bercum, Golshid Al Eshaq en Brigitte Gillissen. 6
Er is gesproken met Jenny Zonneveld.
Rotterdam, Capelle aan den IJssel, Delft, Gouda, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Schiedam, Vlaardingen, Waddinxveen, Zuidplas, Amsterdam (incl. Weesp), Diemen, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Utrecht, De Bilt, Houten, IJsselstein, Stichtse Vecht, Arnhem, Duiven, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar, Dordrecht, Zoetermeer, Veenendaal, Rhenen, Renswoude, Ridderkerk, Westland, Alkmaar, Beuningen, Heerhugowaard & Broek op Langedijk, Hoorn, Nieuwegein, Bodegraven, Reeuwijk, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater en Woerden. 7
13
•
Mark van Bommel van Groupcard. Groupcard ontwikkelde tot op heden voor negen gemeenten een stadspas8. • Maarten Velthuijs en Emiel de Jong van Forus. In opdracht van gemeente Nijmegen ontwikkelde Forus vergoedingen.nijmegen.nl alsook de webshop voor de meedoenregeling en het busvoordeelabonnement. • Elizabeth de Haan van gemeente Dordrecht en Selen Bayrakdar van gemeente Arnhem. Deze gemeenten zijn de afgelopen jaren overgestapt naar verschillende vormen van stadspassen die beide ondersteund worden door BS&F9 3. De resultaten zijn geanalyseerd en beschreven. 4. De resultaten zijn vervolgens vertaald naar mogelijke scenario’s voor Nijmegen. 5. Op basis van deze scenario’s is een advies opgesteld. Voorliggend rapport is het eindresultaat van deze verkenning. De verkenning is uitgevoerd door beleidsadviseur en -onderzoeker Elvi van Wijk, in opdracht van het team Armoede en Schulden van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling (Bureau Volwassenen). De uitvoering van deze verkenning vond plaats in de periode juni tot en met november 2024.
8
Gemeenten Zaanstad, Nieuwegein, Zoetermeer, Venlo, Den Bosch, Zwijndrecht, Noordwijk, Deventer en vanaf volgend jaar Groningen. 9 Arnhem heeft met haar Gelrepas gekozen voor een stadspas in samenwerking met andere gemeenten, die van Dordrecht is alleen voor inwoners van gemeente Dordrecht. De Gelrepas is alleen voor mensen met een laag inkomen, de Dordtpas is er voor alle inwoners en is dus een stadsbrede stadspas.
14
3. Het fenomeen stadspas In dit hoofdstuk leest u wat een stadspas is, waarom gemeenten kiezen voor een stadspas, wat de effecten zijn van een stadspas in de praktijk en wat de ingeschatte kosten zijn van een stadspas voor Nijmegen.
3.1.
Wat is een stadspas?
Een stadspas was oorspronkelijk een pas die inwoners van een stad recht gaf op kortingen en/of speciale acties bij bijvoorbeeld culturele, educatieve en maatschappelijke aanbieders, zoals musea, theaters en huiswerkbegeleiders. Maar het kon ook gaan om lokale commerciële aanbieders zoals winkels, bioscopen en horeca. Deze stadspassen waren specifiek voor mensen met een laag inkomen of voor álle inwoners van een plaats. Nijmegen had bijvoorbeeld vanaf 1994 de Nijmegenpas. Hiermee kregen inwoners met een laag inkomen korting bij o.a. bioscopen, speeltuinen, musea en sportverenigingen. Een bezwaar van de Nijmegenpas was de stigmatisering van de gebruiker als een inwoner met een laag inkomen. Dit was één van de redenen waarom de Nijmegenpas ophield te bestaan. Vanaf 2013 kwam de zogenaamde brede stadspas in beeld als een manier om, naast kortingen en acties, ook geoormerkte tegoeden aan te bieden aan bepaalde groepen inwoners, met name inwoners met een laag inkomen. In Nederland is het Rijk verantwoordelijk voor het bieden van een basis van inkomen. Gemeenten bieden hooguit een vangnet voor mensen die, door hun bijzondere situatie, in de knel komen. Bijvoorbeeld in de vorm van bedoelde geoormerkte tegoeden die bedoeld zijn om hen en hun kinderen “te laten meedoen en een perspectief te bieden”. Wat hier wel en niet onder valt is aan gemeenten om te bepalen.
Maar in alle gevallen zijn tegoeden niet te besteden aan levensmiddelen10, alcohol, drugs en (e-)sigaretten. Zo’n brede stadspas heeft de vorm van een fysieke pas of een app op de telefoon. Inwoners kunnen hun acties, kortingen en eventuele tegoed(en) besteden bij aangesloten aanbieders zoals bioscopen, sportverenigingen en winkels. Bij deze aanbieders kunnen ze bij de kassa met de stadspas betalen. Het is niet mogelijk om met een stadspas online producten en diensten te bestellen en betalen. Van de inwoners die recht hebben op een stadspas, ontvangt ongeveer de helft een bijstandsuitkering. Toekenning van de stadspas aan hen is eenvoudig voor een gemeente omdat zij deze uitkering zelf verstrekt. De andere helft van de rechthebbenden leeft van een WW-, arbeidsongeschiktheidsuitkering, AOW of heeft inkomsten uit werk. Om deze rechthebbenden te bereiken, zodat zij een stadspas aanvragen, is meer inzet nodig. Dit gebeurt in ieder geval via een website, social media, brieven aan inwoners, aanbodboekjes, informatiefolders en een chatbot.
10
Want dan is er sprake van inkomenspolitiek
15
Het is hier ook nog relevant om te wijzen op het feit dat er gemeenten zijn die samen met andere gemeenten een stadspas hebben opgericht. Voorbeelden van dit soort stadspassen zijn: • •
•
3.2.
De Gelrepas. Hier hebben de gemeenten Arnhem, Westervoort, Duiven, Renkum, Rheden, Zevenaar en Rozendaal zich bij aangesloten. De Rotterdampas. De gemeente Rotterdam trekt hierin samen op met de gemeenten Capelle a/d IJssel, Delft, Gouda, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, PijnackerNootdorp, Schiedam, Vlaardingen, Waddinxveen en Zuidplas. De U-Pas. Hierbij zijn aangesloten de gemeenten Utrecht, De Bilt, Houten, IJsselstein en Stichtse Vecht.
Waarom kiezen gemeenten voor een stadspas?
De meeste gemeenten in Nederland kiezen voor een stadspas met het doel om mensen met een laag inkomen te ondersteunen in de vorm van geoormerkte tegoeden en kortingen en acties speciaal voor hen. Voorbeelden zijn de stadspassen van Amsterdam, Utrecht en Den Haag. Mensen met een laag inkomen en weinig vermogen konden aanvankelijk bij veel gemeenten gebruik maken van tegoeden doordat zij of instanties kosten konden declareren bij hun gemeente. Dit betekende soms dat inwoners moesten voorschieten, wat vaak een drempel opwierp om daadwerkelijk van tegoeden gebruik te maken. Bovendien bracht de afhandeling van de declaraties aanzienlijke uitvoeringskosten voor gemeenten met zich mee. Vooral kleinere gemeenten, zoals Overbetuwe, Lingewaard, Midden-Groningen en Westerkwartier, lieten daarom webshops ontwikkelen waarmee doelgroepen hun tegoeden en kortingen konden benutten bij uiteenlopende aanbieders. Ook Nijmegen ontwikkelde om die reden een webshop. In deze webshop kunnen inwoners met een laag inkomen een jaarlijks tegoed vanuit de meedoenregeling van € 150,-, online besteden bij meer dan 300 aanbieders zoals sportverenigingen, de Lindenberg, rijscholen, Lux en uiteenlopende cursusaanbieders. Soms bieden deze aanbieders kortingen of speciale acties, maar dat is niet verplicht.
De meeste gemeenten kiezen ervoor om de tegoeden vanuit hun meedoenregeling11 (voor volwassen), kindregeling12 en het ov-tegoed13 op zo’n stadspas te zetten. In mindere mate zijn er Met een meedoenregeling biedt een gemeente tegoeden aan volwassenen die, afhankelijk van de visie van een gemeente, te besteden zijn aan cursussen, een fiets, kinderopvang, schoolspullen, sport/ bewegen, culturele activiteiten, maatschappelijke voorzieningen, recreatie, bezoeken aan de dierenarts, kleding, witgoed, elektronica, bouwmarkten, ID kaart, rijbewijs of paspoort. 11
Met een kindregeling biedt een gemeente tegoeden aan kinderen van inwoners met een laag inkomen die te besteden zijn aan sport, een fiets, culturele activiteiten, schoolspullen en een computer/ laptop. Deze tegoeden zijn vaak deels vrij te besteden. Van dit zelf te besteden tegoed kunnen inwoners bijvoorbeeld sporten, sportkleding en schoolspullen kopen. Een ander, groter, deel van deze tegoeden wordt vaak via een intermediair uitgegeven, zoals een Jeugdfonds Sport en Cultuur of stichting Leergeld. Deze intermediair betaalt (een deel van) het lidmaatschap, de contributie of het lesgeld voor sport (waaronder zwemlessen) of cultuur, zoals muziekles. Ook kan zo’n intermediair computers of rekenmachines aanschaffen voor inwoners. 12
Een ov- tegoed kan in de vorm van een bedrag per jaar op de stadspas gezet worden. In Utrecht krijgen inwoners bijvoorbeeld via hun stadspas een tegoed van € 75, te besteden aan het openbaar vervoer. Dit tegoed zetten ze op de eigen ov-chipkaart. Rotterdam biedt via de stadspas een ov-tegoed in de vorm van vijf dagkaarten en dat geldt ook 13
16
gemeenten, zoals Veenendaal-Rhenen-Renswoude, die ook categoriale bijzondere bijstandsregelingen zoals de witgoedregeling op de stadspas zetten. Een witgoedregeling kan overigens ook in natura op de pas gezet worden, bijvoorbeeld in de vorm van een voucher voor een koelkast, een tandartsbehandeling, dierenartskosten of bijvoorbeeld tochtstrippen. In nog mindere mate zijn er gemeenten die ook tegoeden en/of acties voor vrijwilligers, studenten en mantelzorgers op de stadspas zetten. Daar hebben bijvoorbeeld de gemeenten Venlo en Ridderkerk voor gekozen. Tegoeden op stadspassen variëren door al deze verschillen tussen ongeveer € 90 tot € 1.000 per persoon per pasjaar. De gezamenlijke stadspas van de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude is de enige stadspas waarbij de meedoen-tegoeden drie jaar lang kunnen worden opgespaard voor grotere aankopen. Op de site van een stadspas wordt doorverwezen naar andere financiële ondersteuning van mensen met een laag inkomen, zoals de individuele inkomenstoeslag, meerkosten voor chronisch zieken of gehandicapten, de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (CAZ), individuele bijzondere bijstand en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het aanvragen van deze ondersteuning gebeurt via de site van de gemeente. Een stadspas kan hierbij worden ingezet als check op de inkomensgrens voor deze regelingen.
De gemeenten die kozen voor een stadspas om genoemde tegoeden bij de rechthebbenden te krijgen, gingen uit van de volgende voordelen van een stadspas: 1. Voor inwoners met een laag inkomen: • Inkomensondersteunende maatregelen voor mensen met een laag inkomen zijn met een stadspas makkelijker te benutten doordat inwoners hun inkomensgegevens nog maar één keer hoeven op te geven om te weten waar ze recht op hebben en om deze ondersteuning daadwerkelijk te ontvangen in de vorm van tegoed(en) (op hun stadspas); • Het aanvragen en benutten van een stadspas vraagt weinig van de digitale vaardigheden van inwoners; • Dankzij een stadspas hebben gerechtigden veel vrijheid bij het besteden van hun tegoed(en); • Inwoners weten op elk moment hoeveel tegoed(en) ze nog hebben. 2. Voor een gemeente: • Voor een gemeente zorgt een stadspas voor minder uitvoeringskosten en -tijd, doordat niet meer bij elke aanvraag van een regeling het inkomen hoeft te worden gecontroleerd14; • Dankzij een stadspas worden de inkomensondersteunende maatregelen makkelijker om te benutten door inwoners waardoor de doelmatigheid van deze regelingen toeneemt;
voor de Dordtpas en Gelrepas. Weer een andere optie is een busvoordeelabonnement zoals Nijmegen heeft: inwoners mogen op basis hiervan voor € 15 per jaar, na 9:00, gebruik maken van alle stads- en streekbussen in de gemeente Nijmegen en omliggende dorpen. 14
In Nijmegen gebeurt het aanvragen van de meedoenregeling en het busvoordeelabonnement echter op vertrouwen.
17
•
• •
• •
Er is een zeer hoge rechtmatigheid van toewijzingen en gebruik van regelingen, inclusief uitbetalingen door het gebruik van bronbestanden15 zoals DigiD en SUWI/Belastingdienst/DUO etc. via bijvoorbeeld Ockto16; Incidentele middelen (zoals de SPUK regelingen) kunnen via een stadspas snel worden toebedeeld; Real time monitoring van de benutting van tegoeden levert interessante data op voor beleid, want hieruit blijkt waar mensen met een laag inkomen behoefte aan hebben. Die inzichten krijgt een gemeente niet wanneer tegoeden gewoon worden overgemaakt aan inwoners. Daarnaast is over- of onderbesteding bij te sturen met stimulerende of remmende acties; Er is de mogelijkheid om een stadspas samen met andere gemeenten te ontwikkelen, waardoor de kosten van een stadspas worden verdeeld; Versterking van de band met het lokale MKB.
3. Voor de lokale economie: • Lokale ondernemers en organisaties krijgen dankzij de samenwerking met een stadspas de kans om bekender worden, maatschappelijk verantwoord te ondernemen en meer en andere klanten binnen te halen. Een andere categorie stadspassen is die van de stadsbrede stadspassen. Deze zijn bedoeld voor álle inwoners. Met deze passen willen gemeenten bereiken dat álle inwoners meer uit hun eigen stad halen dankzij gratis toegang tot of kortingen op cultuur, sport, recreatie en eten en drinken. Daarnaast staan op deze stadspassen tegoeden en acties voor mensen met een laag inkomen en andere doelgroepen. De stadspas is voor hen gratis. De enige voorbeelden van stadsbrede stadspassen vinden we in Dordrecht, Alkmaar, Zaanstad en Rotterdam. Hierbij hanteren deze gemeenten verschillende aanschaftarieven van de pas voor verschillende doelgroepen. Rotterdam hanteert de hoogste tarieven, waarvan het hoogste tarief € 65 per persoon per jaar is. Voor Rotterdam geldt dat de Rotterdampas hun belangrijkste citymarketinginstrument is.
Een stadsbrede stadspas vraagt om een grotere investering, samenwerking tussen gemeentelijke domeinen (economie en sociaal) en een duidelijke langetermijnstrategie die niet alleen gericht is op het zo gemakkelijk mogelijk aanbieden van inkomensondersteunende maatregelen, maar ook om doelen als participatie in een stad in de brede zin en/of citymarketing. Wanneer een gemeente kiest voor een stadspas die niet alleen voor mensen met een laag inkomen is, maar ook voor vrijwilligers, mantelzorgers, studenten en ambtenaren, of wanneer
Uitgaande van een doelgroep tot 120% van het sociaal minimum, is de check op rechtmatigheid voor de helft van de rechthebbenden al gedaan omdat zij een bijstandsuitkering ontvangen. Voor grofweg de andere helft van de rechthebbenden is wel een check nodig. Hiervan kan 60%-80% geautomatiseerd gebeuren via Ockto. Voor de resterende groep gebeurt dit handmatig door het overleggen van bewijsmiddelen. 15
16 Ockto werkt met brondata: gegevens die staan geregistreerd bij betrouwbare (overheids)instanties. Denk aan de Belastingdienst, MijnOverheid, het UWV en DUO. Via de Ockto-app worden de benodigde gegevens opgehaald. De klant kan de gegevens na toestemming delen met de opvragende organisatie, bijvoorbeeld voor een screening.
18
de stadspas voor álle inwoners en bezoekers en toeristen te koop is, doen gemeenten dat omdat ze uitgaan van nog meer voordelen bovenop de eerdergenoemde, te weten: 1. Voor inwoners met een laag inkomen: • De stadspas is niet stigmatiserend doordat hij niet alleen voor mensen met een laag inkomen is; • Het aanbod, de kortingen en acties zijn vaak diverser en aantrekkelijker dan bij een stadspas alleen voor mensen met een laag inkomen. Commerciële partijen hebben namelijk minder interesse in aansluiting bij een stadspas als deze zich alleen maar richt op mensen met een laag inkomen. Reden is dat dit veel minder de mensen zijn die, eenmaal in de winkel, nog iets anders kopen of terugkomen; • Een stadsbrede pas kan een “merk” worden waar partijen in de stad bij willen horen en samen iets voor willen betekenen, bijvoorbeeld in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Denk aan initiatieven van ondernemers en maatschappelijke organisaties voor mensen met een laag inkomen, vrijwilligers, mantelzorgers, studenten of Oekraïners. Bijvoorbeeld in de vorm van acties en uitstapjes, zoals rond Sinterklaas. 2. Voor een gemeente: • De verkoop van de stadspas levert inkomsten op waarmee een deel van de uitvoeringskosten terug te verdienen zijn; • Citymarketing. De stadspas van Rotterdam is het belangrijkste citymarketing instrument voor deze stad. 3.
Voor de lokale economie: • Nog meer behoud van werkgelegenheid in vergelijking met een stadspas alleen voor mensen met een laag inkomen.
3.3.
Wat zijn de effecten van een stadspas?
Uit de motie ‘Het is tijd voor een Nijmeegse stadspas’ blijkt dat de Nijmeegse gemeenteraad veronderstelt dat stadspassen zorgen voor: 1. Het terugdringen van niet-gebruik van regelingen die stimuleren dat inwoners participeren in het verenigingsleven, bij maatschappelijke organisaties of sportclubs; 2. een positief effect op de lokale economie door de betrokkenheid van lokale winkels, bedrijven en instellingen; 3. een lokale gemeenschap van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en verenigingen die met elkaar verbonden zijn en zaken doen. Om te toetsen of deze effecten optreden in de praktijk, is gesproken met: 1. Elizabeth de Haan, sinds 2020 projectleider van de Dordtpas bij de gemeente Dordrecht 2. Selen Bayrakdar, sinds een klein jaar coördinator van de Gelrepas bij de gemeente Arnhem Op basis hiervan komt voor twee gemeenten, Dordrecht en Arnhem, het volgende beeld naar voren over de effecten van een stadspas.
De Dordtpas 19
De Dordtpas van gemeente Dordrecht is een stadsbrede stadspas, dus eentje voor alle inwoners. Maar ook inwoners van andere steden kunnen ‘m kopen (voor € 50). De boodschappen van de Dordtpas zijn: ‘Haal alles uit je stad’ ,‘Haal alles uit jezelf’ en ‘Haal alles uit je pas’. De pas geeft recht op acties zoals kortingen op alle Dordtse musea, horeca, bioscopen en toeristische attracties. Maar ook op gitaarles, Toverland of schoonheidsbehandelingen. Daarnaast bevat de Dordtpas: • • •
een kindtegoed van € 300-€ 500 per jaar; een sporttegoed voor kinderen van € 300 per jaar; een tegoed voor mantelzorgers van € 75 in 2024.
Daarnaast geeft de pas recht op speciale acties voor vrijwilligers, mantelzorgers, Oekraïners en mensen met een laag inkomen, zoals een ov-regeling en een gratis bibliotheek abonnement. Het voltarief van de Dordtpas is € 50, maar de Dordtpas is gratis voor mensen met een laag inkomen en mantelzorgers. Vrijwilligers kunnen de pas met korting of voor niets aanschaffen. Studenten krijgen 50% korting op de aanschaf van de Dordtpas. De Dordtpas telt 23.000 pashouders, waaronder 3.000 kinderen en 7.000 inwoners die moeten rondkomen van 140% van het sociaal minimum. Hiervan zijn 4.500 inwoners bijstandsgerechtigd en mensen met schuldhulp.
1. Het terugdringen van niet-gebruik van regelingen Gemeente Dordrecht geeft aan dat het moeilijk is om cijfers te vinden over het effect van een stadspas op de benutting van inkomensondersteunende maatregelen voor mensen met een laag inkomen, in vergelijking met de situatie voor de invoering van hun stadspas. Wel is bekend dat:
20
• •
tussen het jaar van introductie, 2020, en nu het percentage minima dat gebruik maakt van acties op de stadspas van 10% naar ruim 60% is gestegen; in 2023 van de kinderen 97% het tegoed ook gebruikt.
2. Positief effect op de lokale economie Gemeente Dordrecht geeft aan dat ook winkelketens in het lagere prijssegment worden aangesloten bij en profiteren van extra klandizie via de stadspas. Denk bijvoorbeeld aan Wibra, Zeeman, C&A en H&M. In de praktijk blijkt namelijk dat mensen met een laag inkomen heel graag hier hun tegoed(en) besteden omdat ze er relatief veel voor weinig geld kunnen krijgen. Deels zijn dit franchisenemers en dus lokale ondernemers, deels ook niet, maar de inschatting is dat 75% van de omzet in Dordrecht blijft. In alle gevallen draagt de stadspas bij aan de lokale werkgelegenheid. 3. Een lokale gemeenschap van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en verenigingen die met elkaar verbonden zijn en zaken doen Gemeente Dordrecht geeft aan dat “veel bij elkaar komt in de Dordtpas”. Daarmee wordt bedoeld dat de Dordtpas, mede dankzij een proactieve houding van de projectleider, is uitgegroeid tot een “merk” waar partijen in de stad bij willen horen en samen iets voor willen betekenen met het oog op kwetsbare groepen zoals Oekraïense vluchtelingen. Daarnaast dragen de doelgroepgerichte acties voor bijvoorbeeld kinderen, vrijwilligers en mantelzorgers bij aan ontmoeting en verbinding binnen deze doelgroepen. Daarnaast geeft gemeente Dordrecht aan dat de invoering van de Dordtpas heeft geleid tot: •
• •
Besparing op de eigen uitvoeringskosten: Doordat niet meer bij elke aanvraag voor een regeling het inkomen hoeft te worden gecontroleerd, wordt € 20.000 tot € 25.000 per regeling per jaar bespaard op de eigen uitvoeringskosten. In het geval van gemeente Dordrecht, die veertien regelingen op de Dordtpas heeft gezet, leidde de overstap naar een stadspas dus tot een besparing van ongeveer € 350.000 per jaar. Overigens is Stichting Leergeld niet meer actief in de Gemeente Dordrecht, nog wel in de regio, omdat de gehele uitvoering nu bij team Dordtpas ligt; Een hoge rechtmatigheid: Men doorstaat naar eigen zeggen elke audit; Financiële opbrengsten: De opbrengst van de verkoop dekt grotendeels de kosten van de acties, inclusief de acties van de doelgroepen die de pas gratis krijgen. Per regeling is er een bijdrage van de uitvoeringskosten per beleidsterrein (die een fractie is van de kosten zonder Dordtpas). Op deze manier is de Dordtpas in totaal voor 23.000 pashouders inclusief de acties € 500.000 netto op de begroting. Dit is exclusief de tegoeden.
De Gelrepas De Gelrepas is een gezamenlijk initiatief van de gemeenten Arnhem, Duiven, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar. De Gelrepas is een (gratis) pas voor mensen met een laag inkomen die hen recht geeft op acties en kortingen. Daarnaast staan er voor deze inwoners van Arnhem de volgende tegoeden op:
21
• • • • • •
Afhankelijk van leeftijd: 0 t/m 3 jaar: € 100, 4 t/m 17 jaar: € 335, 18 t/m 66 jaar: € 200 en 67 jaar of ouder: € 125; Een extra (sport)kledingtegoed voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar van € 100 en van € 150 voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar; Een tegoed van maximaal €264 voor peuteropvang en een aanvullende korting van € 22 per maand op de kinderopvang; Een tegoed van € 135 voor dierenartskosten voor de hoofdpashouder; Een extra schoolspullentegoed voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar van € 50 tot €100 per jaar; Hetzelfde busvoordeelabonnement als gemeente Nijmegen.
Gemeente Arnhem is in 2020 overgestapt van een zelf beheerde, analoge Gelrepas, naar een digitale Gelrepas ondersteund door BS&F. Elke (regio)gemeente doet zelf zijn eigen inkomenstoets en prolongatie, maar de overige activiteiten worden door BS&F uitgevoerd.
1. Het terugdringen van niet-gebruik van regelingen Gemeente Arnhem geeft aan dat nader onderzoek nodig is voor cijfers over de afname van nietgebruik van regelingen sinds de overstap naar de door BS&F ondersteunde stadspas. 2. Positief effect op de lokale economie Gemeente Arnhem geeft aan dat de overstap naar de door BS&F ontwikkelde stadspas een positief effect heeft gehad op de lokale economie: “Lokale ondernemers, zoals sportscholen, hebben hiervan geprofiteerd, maar ook winkels zoals Scapino die vaak hoog scoren in termen van bestedingen. Daarnaast staan activiteiten voor kinderen, zoals Monkeytown of Ballorig, ook hoog op de lijst van populaire bestedingsmogelijkheden.”
22
3. Een lokale gemeenschap van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en verenigingen die met elkaar verbonden zijn en zaken doen Gemeente Arnhem geeft aan dat “gemeenschappen, groepen en organisaties bij elkaar komen via de Gelrepas. Steeds meer kleine ondernemingen melden zich aan, zoals bijvoorbeeld een kleine onderneming die privé pianolessen aanbiedt. De kosten per les liggen rond de € 20,- voor 20 minuten. Met de Gelrepas wordt het voor inwoners die dit anders moeilijk kunnen betalen, toch mogelijk om gebruik te maken van deze diensten.” Als het gaat om besparing op de eigen uitvoeringskosten geeft gemeente Arnhem het volgende aan: “Een vergelijking van de kosten tussen beide situaties is niet helemaal zuiver omdat we nu een veel beter product hebben voor de inwoners. Bovendien is het proces voor de aanbieders veel klantvriendelijker, kunnen we gebruik maken van een veel groter aanbod en is de administratieve rompslomp voor de gemeente fors afgenomen. Daarnaast zijn de programmakosten (dus wat inwoners besteden met de Gelrepas) verdubbeld. Dus onze programma- en uitvoeringskosten zijn niet afgenomen, maar we hebben een veel beter product! Onze ervaring is dat uitbesteden uit kostenoverweging geen goed argument is vanuit de oude situatie. Echter als wij hetzelfde product nu zelf weer zouden uitvoeren, dan kan dat niet voor de huidige kosten.
BS&F kan gebruik maken van de schaalvoordelen, die we als gemeente niet hebben.”
3.4.
Wat zijn de ingeschatte kosten van een stadspas voor Nijmegen?
De externe kosten van een stadspas zijn in grote lijnen: 1. De technische ontwikkeling van het passysteem, de website, de pasjes en het transactieplatform; 2. Aanbodmanagement, ofwel het werven van aanbieders waar de tegoeden kunnen worden besteed of die kortingen bieden; 3. Het beoordelen van aanvragen van inwoners en partners; 4. Het verzorgen van een helpdesk voor inwoners en partners met vragen over de pas; 5. Het oprichten en onderhouden van een Stichting derdengelden die het betalen van aanbieders mogelijk maakt met geld van de gemeente17; 6. Het oprichten en onderhouden van een sociaal partner portaal dat mogelijk maakt dat sociale partners, zoals een stichting Leergeld, geoormerkte tegoeden op specifieke passen kunnen zetten; 7. De ontwikkeling van een app; 8. De ontwikkeling van verschillende manieren van betalen aan de kassa met de pas. Er moet hierbij onderscheid gemaakt worden tussen eenmalige en jaarlijkse kosten. Daarnaast geeft mag verwachten dat het gebruik van regelingen flink zal toenemen door de inzet van een stadspas. Ook hier moet rekening mee gehouden worden. De precieze externe kosten van een stadspas zijn afhankelijk van:
17
Gemeenten kunnen dit, volgens BS&F, beter en goedkoper zélf doen.
23
1. Het aantal regelingen dat op de stadspas wordt gezet; hoe meer regelingen en doelgroepen, hoe efficiënter de pas; 2. Het aantal inwoners van een gemeente; 3. Het aantal gewenste aanbieders; 4. Een stadsbrede opzet of niet; 5. Samenwerking met andere gemeenten of niet; 6. De keuze tussen uitvoering uitbesteden en zelf doen als gemeente. Marktleider BS&F is gevraagd om een schatting van de externe kosten voor de ontwikkeling en ondersteuning van een stadspas voor Nijmegen. Hieruit blijkt het volgende: 1. Eenmalige kosten: De geschatte eenmalige kosten voor ondersteuning door BS&F liggen tussen de €250.000 en € 300.00018. Hieronder vallen de inrichting van het platform, inclusief standaardkoppeling, consultancy t.b.v. borging van het nieuwe werkproces bij gemeentelijke afdelingen, projectmanagement, trainingen en ondersteuning van de technische uitrol van de acceptatie- en productieomgeving. 2. Jaarlijkse kosten: De geschatte jaarlijkse kosten voor ondersteuning door BS&F liggen tussen de € 200.000 - € 250.000 per jaar. Hierin zit het grootste deel van de benodigde functionaliteit waaronder aanbodmanagement en beoordeling van aanvragen. Een stadsbrede opzet vraagt om een grotere investering in communicatie die neerkomt op ongeveer € 50.000 per jaar extra.
Met de prijsstelling van de stadsbrede stadspas wordt ervoor gezorgd dat de inkomsten van de doelgroep volbetalenden altijd minimaal de kosten voor de gemeente dekken. Daarnaast geeft BS&F aan dat Nijmegen mag verwachten dat het gebruik van regelingen minimaal zal verdubbelen. Ook hier moet rekening mee gehouden worden. Tegenover deze kosten staat volgens BS&F een besparing in de uitvoeringsorganisatie van de gemeente. Deze besparing is afhankelijk van de uitgangssituatie van de desbetreffende gemeente. In Nijmegen is het zo dat, anders dan bij andere gemeenten, er géén inkomenscheck plaatsvindt bij de aanvraag van de meedoenregeling en het busvoordeelabonnement. Dit gebeurt op vertrouwen. De rechtmatigheid van de aanvragen wordt hooguit steekproefsgewijs achteraf gecheckt. De besparing op de eigen uitvoeringskosten is in Nijmegen hierdoor waarschijnlijk kleiner dan bij andere gemeenten. Om hiervan een inschatting te maken is nadere analyse nodig.. Daar staat tegenover dat voor de interne begeleiding (projectleiding) van de stadspas, rekening moet worden gehouden met één fte. Bij deze schattingen wordt uitgegaan van een stadspas met drie regelingen voor mensen met een laag inkomen (meedoenregeling, kinderfonds en het busvoordeelabonnement) en 750 aangesloten aanbieders (nu zijn dat er 300). Vanaf de vierde regeling en meer bedragen de extra kosten € 895 per regeling per jaar.
18
Alle bedragen zijn exclusief btw.
24
4. De uitgangssituatie in Nijmegen In dit hoofdstuk leest u wat het Nijmeegse beleid is als vangnet voor mensen met een laag inkomen, hoe dit beleid wordt uitgevoerd, wat positieve punten en verbeterpunten zijn en hoe aan de laatste wordt gewerkt.
4.1.
Het Nijmeegse beleid
De gemeente Nijmegen streeft ernaar dat mensen kunnen rondkomen en meedoen in de maatschappij, ook inwoners die moeten rond komen van 130% van het sociaal minimum19 en daardoor risico lopen op armoede. Van alle huishoudens in Nijmegen behoort op dit moment 20,1% tot deze groep. Het gaat hierbij om 16.600 huishoudens, ofwel 24.100 personen. Deze 16.60020 huishoudens vallen uiteen in de volgende typen huishoudens:
De hoofdkostwinners van deze 16.600 huishoudens zijn:
Alleenstaande (ouder) van 21 jaar tot pensioenleeftijd: € 1.615,93 per maand, gehuwd/samenwonend van 21 jaar tot pensioenleeftijd: € 2.308,48, alleenstaand en gepensioneerd: € 1.799,21, gehuwd/samenwonend en gepensioneerd: € 2.442,15. 20 Afgerond getal 19
25
Over de achtergronden van deze 16.600 hoofdkostwinners weten we het volgende:
En over hun inkomenssituatie weten we:
Ter ondersteuning van inwoners zijn gemeenten vanuit de Participatiewet verantwoordelijk voor de bijstandsuitkering, de Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en voor zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ). Naast deze uitkeringen biedt gemeente Nijmegen op dit moment een vangnet aan maatregelen voor mensen met een laag inkomen, of ze nu werken, AOW hebben of een andere uitkering ontvangen. Nijmegen hanteert voor veel inkomensondersteunende regelingen 130% van het sociaal minimum. Het Nijmeegse beleid voor deze inwoners moet gezien worden in een context waarin de Rijksoverheid verantwoordelijk is voor bestaanszekerheid van burgers. Inkomenspolitiek is voorbehouden aan het Rijk. Gemeenten mogen hooguit een rol vervullen als vangnet voor inwoners met een laag inkomen in de vorm van geoormerkte tegoeden die bedoeld zijn om hen en hun kinderen “te laten meedoen en een perspectief te bieden”, ondanks hun lage inkomen. Wat hier wel en niet onder valt is aan gemeenten om te bepalen.