Bijlage 28 Quickscan Wnb Teersdijk
Tekst van het document
NOTITIE
Gemeente Nijmegen t.a.v. T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
DATUM:
20 december 2021
ONS KENMERK:
21-0635/21.09351/JanDaa
UW KENMERK:
VPL 298845
AUTEUR:
J. Daamen
PROJECTLEIDER:
N. van Kessel
STATUS:
definitief
CONTROLE:
N. van Kessel
Quickscan Wet natuurbescherming woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
uitbreiding
De gemeente Nijmegen is voornemens om drie vlakken rondom het woonwagenkamp bij de Teersdijk in bouwrijp te maken om uitbreiding van het woonwagenkamp mogelijk te maken. Bureau Waardenburg heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (d.d. 1 december 2021) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Conclusie Een overzicht van de functie van het plangebied voor beschermde soorten en eventuele effecten is weergegeven in onderstaande tabel 1. Tabel 1 Wnb beoordeling beschermde soorten uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen Soortgroep /soort
Planten, vissen, reptielen, jaarrond beschermde nesten Vermiljoenkever
Functie plangebied
Geen
Mogelijk leefgebied
Risico op negatieve effecten
Overtreding Wnb
Onheffing Wnb nodig
Nader onderzoek / maatrgelen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Ja
Mogelijk
Mogelijk
Nader onderzoek
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
1
Bever
Mogelijk essentieel foerageergebied en verbindingsfunctie
Ja
Mogelijk
Mogelijk
Nader onderzoek
Das
Mogelijk burcht en essentieel foerageergebied
Ja
Mogelijk
Mogelijk
Nader onderzoek
Eekhoorn
Mogelijk essentieel foerageergebied
Ja
Mogelijk
Mogelijk
Nader onderzoek
Marterachtigen: steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn
Mogelijk verblijfplaats en foerageergebied
Ja
Mogelijk
Mogelijk
Nader onderzoek
Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën
Leefgebied
Ja
Ja, maar vrijstelling
Nee, vrijstelling
Zorgplicht
Vleermuizen
Mogelijk verblijfplaats en essentieel foerageergebied
Ja
Mogelijk
Mogelijk
Nader onderzoek
Algemeen voorkomende vogels
Broedgebied
Ja
Mogelijk
Nee, indien maatregelen
Maatregelen
Het plangebied heeft mogelijk een functie als vaste verblijfplaats of essentieel leefgebied voor vermiljoenkever, bever, das, marterachtigen (steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel) en vleermuizen. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen wat de functies van het plangebied voor deze soorten zijn. Op basis van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek kan worden vastgesteld: • Of het plangebied essentiële functies heeft voor deze soorten; • Of er maatregelen nodig zijn op negatieve effecten op deze soorten te voorkomen of te verminderen • Of er een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is voor het project. De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Maatregelen in het kader van de zorgplicht zijn uitgewerkt. Het plangebied is geschikt leefgebied voor verschillende algemene soorten vogels. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten op deze soorten – en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb – te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Effecten op beschermde gebieden en
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
2
houtopstanden zijn uitgesloten (beoordeling stikstofdepositie is geen onderdeel van deze notitie). Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.
Toelichting Plangebied Het plangebied bestaat uit drie vlakken en bevindt zich tussen de A73 en de van Rosenburgweg in Nijmegen, waar zich het woonwagenkamp bevindt (Figuur 1). De zuidelijke bosstrook bestaat uit een dichte begroeiing van onder andere zomereiken, hazelaars, beuken en esdoorns met in de ondergroei voornamelijk braamstruweel (Figuur 2). Op veel plekken zijn takkenrillen of omgevallen takken en dode boomstammen aanwezig. In het plangebied loopt van oost naar west een muurtje (Figuur 3) en in het bos is een houten boomhut en klein houten hutje aanwezig (Figuur 4). Aan de west- en zuidkant van het gebied loopt een watergang (Figuur 5). Deze valt niet binnen het plangebied. In het plangebied zelf is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten oosten van het bosvlak ligt een grasveld met daarop een speeltuin. Er zijn geen bomen, bebouwing of water aanwezig in dit deel van het plangebied. De noordelijke strook bestaat uit een groenstrook met verschillende bomen (esdoorn, eikenboom), maar nauwelijks vegetatie in de ondergroei (Figuur 6). Er loopt een greppel in het noorden van deze strook die geen water bevatte ten tijde van het veldbezoek. In de groenstrook zijn ook twee stenen elektriciteitshuisjes van een verdieping. De groenstrook wordt in de huidige situatie gebruikt als speelplek/stortplaats van het woonwagenkamp.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
3
Figuur 1.
Globale ligging van het plangebied aangegeven met rode lijn (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN).
Figuur 2.
Bomen in plangebied met in de ondergroei voornamelijk braamstruweel.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
4
Figuur 3.
Muurtje in het plangebied.
Figuur 4.
Houten hutje in het plangebied.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
5
Figuur 5.
Watergang aan zuidkant van plangebied (buiten plangebied).
Figuur 6.
Noordelijke groenstrook met bomen.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
6
Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door de gemeente Nijmegen. Om uitbreiding van het woonwagenkamp mogelijk te maken wordt er bos verwijderd en bouwrijp gemaakt. Uitgangspunt bij de beoordeling van de ingreep is dat hierbij alle vegetatie wordt verwijderd. Het is nog niet bekend wanneer de werkzaamheden plaatsvinden. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Bij toepassing van de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten. Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. De ingreep valt niet onder de voorwaarden van de Gedragscode soortenbescherming gemeenten (Stadswerk), omdat het plangebied meer dan 1 hectare omvat.
Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ligt hemelsbreed op ongeveer 5,4 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. De ingreep veroorzaakt geen aantasting van relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden (bijvoorbeeld als gevolg van geluid, trilling etc.). (Significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, met mogelijke uitzondering van effecten van stikstofdepositie. Een beoordeling van de indirecte effecten van stikstofdepositie op beschermde gebieden maakt geen onderdeel uit van dit rapport. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in Gelderland bestaande uit het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones). Op grond van de aard van de ingreep en afstand tussen NNN en plangebied zijn effecten op het NNN uitgesloten. Houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Nijmegen. De bepalingen van de Wnb ten aanzien van houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn niet van toepassing. Methodiek onderzoek Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen.
Effecten zijn bepaald en beoordeeld op basis van de functie van het plangebied van beschermde soorten en de voorgenomen ingreep.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
7
In deze notitie zijn de volgende werkzaamheden getoetst: o Verwijderen vegetatie in plangebied en gebied bouwrijp maken. o Realiseren uitbreiding woonwagenkamp. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is het Stappenplan Wet natuurbescherming gemeente Nijmegen (Bureau Waardenburg, 2021) geraadpleegd. Hierin is een overzicht opgenomen van beschermde soorten van de Wnb die in de gemeente voorkomen met hun verspreiding. De gegevens zijn afgeleid van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) uit de periode 2016-2021. Het plangebied is op 1 december 2021 door twee ecologen bezocht en geïnspecteerd op geschikte groeiplaatsen voor beschermde soorten flora en leefgebied en verblijfplaatsen van fauna. Tijdens de inspectie is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van het plangebied en de directe omgeving voor beschermde soorten. Met een verrekijker konden de bomen goed geïnspecteerd worden op vogelnesten of holtes. Niet alle bomen konden apart geïnspecteerd worden, vanwege de grote hoeveelheid bomen en onbereikbaarheid door grote hoeveelheden dicht struweel. Op basis van locatiekenmerken en expert judgement is beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten.
Functie van het plangebied voor beschermde soorten Planten In de omgeving van het plangebied komen geen beschermde planten voor. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen geschikte groeiplaatsen of exemplaren van beschermde plantensoorten waargenomen. Ook op het muurtje dat door het plangebied loopt zijn geen muurvarens aangetroffen. Op grond van verspreidingsgegevens en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor beschermde plantensoorten. Ongewervelden Uit de directe omgeving zijn waarnemingen bekend van de vermiljoenkever (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). Vermiljoenkevers leven onder de schors van dode bomen. Dood hout is in de zuidelijke bosstrook veelvuldig aanwezig. Het plangebied heeft mogelijk een functie als leefgebied van de vermiljoenkever. In de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van overige beschermde soorten ongewervelden. Tijdens het veldbezoek is geen geschikt leefgebied voor overige beschermde soorten ongewervelden aangetroffen in het plangebied. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor overige beschermde soorten ongewervelden. Vissen In de omgeving van het plangebied komen geen beschermde soorten vissen voor. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
De watergangen die direct aan het plangebied grenzen zijn niet geschikt als leefgebied voor beschermde soorten vissen (te troebel). Een functie van het plangebied voor beschermde soorten vissen is uitgesloten.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
8
Amfibieën In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De watergangen direct buiten het plangebied zijn niet geschikt als voortplantingswater voor strikt beschermde soorten amfibieën, die in de omgeving ook niet voorkomen. In de omgeving zijn waarnemingen bekend van bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander (Beschermingsregime andere soorten). Voor deze soort geldt een vrijstelling van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Het plangebied is waarschijnlijk onderdeel van het landbiotoop van de vermelde soorten amfibieën, die mogelijk voortplanten in de watergangen net buiten het plangebied. Reptielen In de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten reptielen. Tijdens het veldbezoek is geen geschikt leefgebied voor beschermde soorten reptielen aangetroffen in het plangebied. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor beschermde soorten reptielen. Grondgebonden zoogdieren Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van bever (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn), das, eekhoorn en steenmarter (Beschermingsregime andere soorten). In de zuidelijke bosstrook zijn veel vraatsporen aangetroffen van bever (Figuur 7). In het plangebied is geen beverburcht aanwezig.
Het plangebied is mogelijk wel essentieel foerageergebied van bever, omdat er in de directe omgeving nauwelijks foerageergebied van dezelfde kwaliteit aanwezig is. Ook zal de bever mogelijk gebruik maken van de watergangen langs het plangebied om zich te verplaatsen tussen foerageergebied en burcht.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
9
Figuur 7.
Voorbeeld van vraatsporen van bever in plangebied.
Tijdens het veldbezoek zijn twee eekhoorns waargenomen die uit de zuidelijke bosstrook gelopen kwamen. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van eekhoorn aangetroffen. Ondanks dat niet alle bomen apart geïnspecteerd zijn, is een nest van eekhoorn uit te sluiten doordat de bomen geen potentie hebben voor eekhoornnesten (zoals te zien in Figuur 2). Het plangebied is mogelijk essentieel foerageergebied van eekhoorn, omdat in de directe omgeving nauwelijks foerageergebied van dezelfde kwaliteit aanwezig is. In het plangebied zijn geen aanwijzingen van een verblijfplaats van das aangetroffen. Er zijn ook geen sporen van das waargenomen, maar deze kunnen gemist zijn, omdat het plangebied tijdens de quickscan niet vlakdekkend onderzocht kon worden. Het is daarom niet uit te sluiten dat een burcht in de zuidelijke bosstrook aanwezig is of dit deel essentieel leefgebied van das is. In de zuidelijke bosstrook zijn mogelijk verblijfplaatsen van de marterachtigen steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel aanwezig. De takkenrillen en ondergroei zijn geschikt als verblijfplaats (rustplaats, kraamverblijf). Het plangebied is mogelijk ook essentieel foerageergebied van marterachtigen die hun verblijfplaats in het plangebied hebben.
De noordelijke groenstrook en het speelveld ten oosten van de bosstrook hebben geen essentiële functie voor strikt beschermde grondgebonden zoogdieren, omdat dekking ontbreekt. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van algemeen voorkomende zoogdieren zoals egel, haas, konijn en vos (Beschermingsregime andere soorten). Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
10
ontwikkelingen. Het plangebied is mogelijk leefgebied van deze vrijgestelde soorten zoals egel en muizen. Vleermuizen In de omgeving zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). In Nijmegen komen de soorten gewone/ruige/kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis voor. In één van de bomen langs de Tolrechtsstraat tegenover huisnummer 56 bevindt zich een holte (Figuur 8). Deze holte is echter niet geschikt als verblijfplaats, omdat deze naar beneden loopt in een zijtak en daardoor nat kan worden wanneer het regent. In de overige bomen in de zuidelijke bosstrook zijn geen holtes aangetroffen. De meeste bomen zijn ook te dun om als verblijfplaats voor vleermuizen te dienen. De houten hutjes zijn ook niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, omdat invliegopeningen ontbreken en er geen dichte ruimte in de hutjes aanwezig is, zoals een spouw. In de noordelijke groenstrook zijn wel bomen met holtes aanwezig die mogelijk als verblijfplaats voor vleermuizen dienen. In de stenen elektriciteitshuisjes zijn stootvoegen aanwezig, maar deze zijn op te lage hoogte om als toegang te dienen voor verblijfplaatsen voor vleermuizen.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
11
Figuur 8.
Boom met holte tegenover Tolrechtsstraat 56, holte niet geschikt als verblijfplaats.
Het plangebied heeft mogelijk een functie als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. De vliegroute is niet essentieel, omdat er nog voldoende lijnvormige elementen aanwezig zijn (de dijk langs de A73 en de buitenwegen van het woonwagenkamp). Het foerageergebied is op zichzelf niet essentieel, tenzij er in de omgeving te veel essentieel foerageergebied verdwijnt. Vogels Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de volgende soorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is1: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, sperwer en ransuil. In het plangebied zijn geen nesten van vogels met een jaarrond beschermd nest waargenomen. De houten hutjes zijn ook niet geschikt als nestplaats voor gebouwbewonende vogels omdat invliegopeningen ontbreken. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor 1 Op grond van door het voormalige ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende
soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
12
vogels met een jaarrond beschermd nest, omdat het voor jaarrond beschermde nesten die in de omgeving voorkomen, te klein is of niet de goede kwaliteit heeft. Het plangebied vormt geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is, zoals ekster, koolmees, winterkoning en ekster. Tijdens het plangebied is ook nijlgans waargenomen, maar deze broedt niet in het plangebied. Effecten van de ingreep Vermiljoenkever Indien vermiljoenkever leefgebied in het plangebied heeft, zal dit leefgebied met de ingreep worden aangetast. Nader onderzoek is nodig om te beoordelen of het plangebied en de directe omgeving geschikt is als leefgebied voor vermiljoenkevers. Bever Het plangebied is mogelijk essentieel foerageergebied van bever. De ingreep zorgt ervoor dat dit foerageergebied verdwijnt. De bever maakt mogelijk gebruik van de watergang om zich te verplaatsen tussen foerageergebied en burcht. Indien er naast de watergang een woonwagenkamp wordt gerealiseerd is deze route mogelijk niet meer functioneel door de hoeveelheid verstoring. Nader onderzoek is nodig om te beoordelen welke essentiële functies het plangebied voor bever heeft. Das Indien in het plangebied een verblijfplaats van das aanwezig blijkt te zijn en het (essentieel) foerageergebied betreft, zorgt de ingreep dat de verblijfplaats en het foerageergebied van de das verdwijnt.
Dit kan ervoor zorgen dat tevens de verblijfplaatsen in de omgeving een effect ondervinden. Nader onderzoek is nodig om te beoordelen of een verblijfplaats voor das in het plangebied aanwezig is en/of het een essentiële foerageerfunctie voor de das heeft. Eekhoorn Indien het plangebied essentieel foerageergebied van eekhoorn is, zorgt de ingreep dat dit foerageergebied van de eekhoorn verdwijnt. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen in de omgeving minder of niet functioneel worden. Nader onderzoek is nodig, om te bepalen in hoeverre het plangebied beschouwd kan worden als essentieel foerageergebied Marterachtigen: steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn In het plangebied zijn velen potentiële verblijfplaatsen en mogelijk essentieel foerageergebied van deze soorten aanwezig. Met de ingreep worden deze functies mogelijk aangetast. Nader onderzoek is nodig om te beoordelen welke functies het plangebied voor steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn heeft. Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
13
landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De huidige staat van instandhouding van deze soorten komt door de ingreep niet in het geding. De zorgplicht is wel van toepassing, beschermende maatregelen zijn uitgewerkt in deze notitie. Vleermuizen In den noordelijke groenstrook zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen aanwezig. Met de ingreep worden deze verblijfplaatsen vernietigd. Nader onderzoek is nodig om eventuele verblijfplaatsen aan te tonen dan wel uit te sluiten. Het plangebied zelf is geen essentieel foerageergebied, tenzij er in de omgeving te veel essentieel foerageergebied verdwijnt. In dat geval dient het grotere geheel beoordeeld te worden in nader onderzoek. Vogels In het plangebied zijn geen nestplaatsen of essentieel foerageergebied van vogels met een jaarrond beschermd nest aanwezig. Het plangebied is wel geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende broedvogels zonder jaarrond beschermd nest. Werkzaamheden tijdens het broedseizoen kunnen ervoor zorgen dat broedgevallen van algemene vogelsoorten verstoord worden. Andere soorten Negatieve effecten op andere beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied namelijk geen betekenis.
Beoordeling Wet natuurbescherming • Risico op het verdwijnen van leefgebied van de vermiljoenkever (Wnb artikel 3.5 lid 1 en 4). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het plangebied en de directe omgeving te bepalen. • Risico op het verdwijnen van essentieel foerageergebied en verstoren van een migratieroute van bever (Wnb Artikel 3.5 lid 1 en 4). • Risico op het verdwijnen van een verblijfplaats of essentieel foerageergebied van dassen (Wnb artikel 3.10 lid 1b). Nader veldonderzoek is nodig om functie van het plangebied te bepalen. • Risico op het verdwijnen van essentieel foerageergebied van eekhoorn, waardoor nestplaatsen in de omgeving hun functie kunnen verliezen (Wnb artikel 3.10 lid 1b). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het plangebied en de directe omgeving te bepalen. • Risico op het vernietigen van verblijfplaatsen van de marterachtigen bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel (overtreding Wnb artikel 3.10 lid 1b). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het plangebied voor deze soorten te bepalen. • Risico op het vernietigen van verblijfplaatsen en mogelijk essentieel foerageergebied van vleermuizen, waardoor verblijfplaatsen in de omgeving hun functie kunnen verliezen (overtreding Wnb artikel 3.5 lid 2 en 4). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het plangebied en de directe omgeving te bepalen.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
14
• •
Risico op verstoren van broedgevallen van algemene soorten vogels (Wnb artikel 3.1 lid 2). Maatregelen zijn nodig om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Het project veroorzaakt geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden (stikstofbeoordeling is geen onderdeel van deze toetsing), NNN en de bepalingen van Houtopstanden uit Wnb zijn niet van toepassing.
Nader onderzoek Vermiljoenkever Inspectie (oude en dode) bomen op imago’s en volwassen exemplaren. Daarnaast kan de ‘’lokstam’’-methode worden toegepast, waarbij een populierenstam in het plangebied wordt geplaatst, om te zien of vermiljoenkever in het gebied voorkomt. Er hoeft dan namelijk geen gebiedseigen schors beschadigd te worden als onderzocht moet worden of de kever in het gebied voorkomt (Noordijk & Colijn, 2016). Bever Onderzoek naar het gebruik en het belang van het gebied door de bever. Dit betekent het in kaart brengen van o.a. het aantal bevers, frequent of incidenteel gebruik, locatie van de verblijfplaats(en). Das Nader onderzoek is nodig om de functie van het plangebied voor das te bepalen en om de aanwezigheid van een verblijfplaats uit te sluiten. Dit kan door een aanvullend sporenonderzoek uit te voeren naar latrines, prenten en graafsporen (snuitputjes). Dit onderzoek bestaat uit drie bezoekrondes en vindt plaats van september tot en met mei. Bij voorkeur wordt dit onderzoek uitgevoerd wanneer er nauwelijks blad op de grond aanwezig is. Daarbij moet rekening geworden gehouden met minder activiteit van dassen tijdens koude periode. Daarnaast worden cameravallen geplaatst op locaties waar loopsporen worden waargenomen om te bepalen om hoeveel verschillende dieren het gaat en of er ook jongen bij zitten.
Dit camera-onderzoek kan gecombineerd worden voor de soorten das, eekhoorn en marterachtigen. Ook is een landschapsanalyse nodig om te bepalen of het plangebied essentieel is ten opzichte van leefgebied in de omgeving. Eekhoorn Door middel van camera-onderzoek kan worden bepaald in hoeverre eekhoorn gebruikt maakt van het plangebied. Dit kan gecombineerd worden met het camera-onderzoek voor das en marterachtigen. Daarnaast is een landschapsanalyse nodig om te bepalen of het plangebied essentieel is ten opzichte van leefgebied in de omgeving. Marterachtigen: steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel Inspectie plangebied op verblijfplaatsen en plaatsen van cameravallen om de aanwezigheid van dieren, jongen en voedseltransport waar te nemen. Dit onderzoek vindt plaats in de maanden maart-mei voor steenmarter. Voor kleine marterachtigen kan gebruikt worden gemaakt van cameravallen, sporenbuizen, nestkasten of marterboxen gedurende zes weken tijdens het actieve seizoen (maart t/m augustus). Vleermuizen
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
15
Vaststellen verblijfplaatsen en foerageergebied van vleermuizen volgens het vleermuisprotocol (versie 2021). Dit onderzoek bestaat in totaal uit vijf ronden bij goede weersomstandigheden in de periode mei t/m september: • Een ochtendronde van 2 uur voor zonsopkomst en twee avondronden van 2 uur vanaf zonsondergang in de periode half mei- half juli (een avondronde uitvoeren in juni); • Twee avondronden in de periode half augustus – september tussen 00 en 02 uur voor paarverblijven en winterverblijfplaatsen boombewonende soorten. Dit kan eventueel aangevuld worden met een eenmalige endoscoop inspectie. Randvoorwaarden voor werkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep o Het verstoren van vogelnesten die in gebruik zijn moet voorkomen worden om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Dit kan door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode maart tot augustus. o Voor vermiljoenkever, bever, das, eekhoorn, marterachtigen (steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn) en vleermuizen worden op basis van de resultaten van veldonderzoek de benodigde randvoorwaarden en maatregelen bepaald.
Aanbevelingen in het kader van de zorgplicht Indien tijdens de werkzaamheden grondgebonden zoogdieren (muizen of egel) of amfibieën of verblijfplaatsen van deze dieren worden aangetroffen, worden maatregelen genomen om te zorgen dat deze dieren niet worden gedood. Verplaats dieren naar een beschutte locatie buiten het bereik van de werkzaamheden.
Kansen voor natuur Het plangebied biedt kansen om de natuurwaarden voor insecten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en vogels te behouden of te versterken. Deze kansen zijn weergegeven in bijgeleverde kansentabel. De groenstrook ten noorden van het woonwagenkamp wordt mogelijk gebruikt ter compensatie van te verwijderen bos in plangebied (Figuur 6). De groenstrook heeft in de huidige situatie lang niet de kwaliteit van de zuidelijke bosstrook, omdat het een stortplaats/speelplaats van het woonwagenkamp betreft. Er zijn wel mogelijkheden om deze groenstrook op te waarderen (zie hieronder), maar vanwege de ligging en omvang en de ingrepen die gepland staan aan de andere kant van de groenstrook (bedrijventerrein realiseren op terrein hippe kip) zal de groenstrook nooit het verwijderen van het zuidelijke bosvlak kunnen compenseren. Geadviseerd wordt te overwegen de groenstrook te gebruiken voor uitbreiding van het woonwagenkamp en het zuidelijke bosvlak te behouden.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
16
Mogelijkheden om groenstrook op te waarderen: - Takkenrillen en dood hout aanbrengen in de groenstrook. Dit kan bijvoorbeeld door de gekapte bomen uit het te verwijderen plangebied te verwerken in takkenrillen in de groenstrook. - Aanplanten struiken en bomen. Er is in de huidige situatie nauwelijks ondergroei aanwezig in de groenstrook, waardoor dekking ontbreekt. Met aanplanten van meer groen, kan dekking gecreëerd worden. - Creëren samenhang en verbinding in en rondom de groenstrook. Momenteel lopen drie inritwegen van het woonwagenkamp door de groenstrook. Door deze te verwijderen en een hoofdinrit vanaf de Streekweg naar het woonwagenkamp te realiseren wordt de groenstrook een geheel. Daarnaast kan verbinding met natuur in de omgeving gerealiseerd worden door ter hoogte van de groenstrook ecoducten aan te brengen over of onder de A73 en de Streekweg. Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met J. Daamen. Referenties Bureau Waardenburg, 2021. Stappenplan Wet natuurbescherming gemeente Nijmegen. Bureau Waardenburg, Culemborg. Noordijk, J. & E.O. Colijn 2016. Succesvolle monitoringsmethode voor vermiljoenkever. – Nature Today 4-4-2016 Stadswerk 2020, Gedragscode soortbescherming voor gemeenten.
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
17
Akkoord voor uitgave:
Kwaliteitszorg Bureau Waardenburg bv Drs. F. van Vliet
Paraaf: Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl
Quickscan Wet natuurbescherming uitbreiding woonwagenkamp Teersdijk, Nijmegen
18