CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 22 Quickscan Wnb Hippe Kip

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 (08/2022)4.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE

Gemeente Nijmegen t.a.v. T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

DATUM:

14 april 2021

ONS KENMERK:

21-0333/21.03395/JanDaa

UW KENMERK:

VPL 296359

AUTEUR:

J. Daamen

PROJECTLEIDER:

G. Hoefsloot

STATUS:

concept

CONTROLE:

N. van Kessel

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen Gemeente Nijmegen is voornemens in een plangebied aan de Van Rosenburgweg (plangebied Hippe Kip) nieuwe (garage)bedrijven te vestigen. Bureau Waardenburg heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (31 maart 2021) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Conclusie Een overzicht van de functie van het plangebied en eventuele effecten op beschermde soorten is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1.

Wnb beoordeling beschermde soorten Hippe Kip, Nijmegen

Soortgroep/soort

Functie plangebied

Risico op negatieve effecten

Overtreding Wnb

Ontheffing Wnb nodig

Nader onderzoek / maatregelen

Planten, ongewervelden, vissen, reptielen

Geen

nvt

nvt

nvt

nvt

leefgebied

Ja

Ja, maar vrijstelling

Nee, vrijstelling

nvt

Amfibieën

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

1

Soortgroep/soort

Functie plangebied

Risico op negatieve effecten

Overtreding Wnb

Ontheffing Wnb nodig

Nader onderzoek / maatregelen

Vermiljoenkever

Leefgebied

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Grondgebonden zoogdieren

Leefgebied

Ja

Ja, maar vrijstelling

Nee, vrijstelling

nvt

Das

Mogelijk leefgebied

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Eekhoorn

Mogelijk nestplaats en foerageergebied

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Steenmarter en kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn)

Mogelijk verblijfplaats en leefgebied

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Vleermuizen

Mogelijk verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Vogels met jaarrond beschermd nest*

Mogelijk leefgebied en nestplaatsen

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nader onderzoek

Overige jaarrond beschermde nesten

Geen

nvt

nvt

nvt

nvt

Overige soorten vogels

Broedgebied

Ja

Mogelijk

Nee, indien maatregelen

Maatregelen

* boomvalk, buizerd, havik, ransuil, steenuil, sperwer, huismus, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, steenuil en kerkuil.

Het plangebied heeft voor vermiljoenkever, das, eekhoorn, steenmarter, kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn), vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest mogelijk een functie als vaste rust- en verblijfplaats of essentieel foerageergebied. Om hierover uitsluitsel te geven is aanvullend veldonderzoek nodig. Op basis van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek kan worden vastgesteld: • Welke functies het plangebied heeft en of deze essentieel zijn voor genoemde soorten; • Of er maatregelen nodig zijn om negatieve effecten op genoemde soorten te voorkomen of te verminderen; • Of er een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is voor het project. De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende amfibieën en zoogdieren treffen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Het plangebied is geschikt leefgebied voor verschillende algemene soorten vogels. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

2

aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten op deze soorten – en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb – te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Effecten op beschermde gebieden (beoordeling stikstofdepositie is geen onderdeel van deze notitie) en houtopstanden zijn uitgesloten. De Gedragscode soortenbescherming gemeenten is niet van toepassing, omdat het meer dan 1 hectare grond omvat. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.

Toelichting Plangebied Het plangebied ligt aan de van Rosenburgweg in Nijmegen en wordt verder omsloten door de Streekweg, de A73 en de Teersdijk (Figuur 1). Het plangebied bestaat uit verschillende percelen die voornamelijk worden gebruikt voor veehouderij (Figuur 2). In het plangebied zijn drie erven aanwezig, waarvan de Hippe Kip het grootste is (Figuur 3). In het plangebied zelf is geen waterhoudende watergang aanwezig. Aan de noordzijde van en dwars door het plangebied liggen drooggevallen sloten/greppels. Buiten het plangebied, aan de west, zuid- en oostkant zijn wel waterhoudende watergangen aanwezig. Over het plangebied loopt een hoogspanningslijn. De vegetatie in het plangebied bestaat grotendeels uit gras (in de vorm van weilanden) met op enkele locaties boomgroepen of enkele bomen (Figuur 4). Nb: het plangebied is niet vlakdekkend onderzocht, aangezien slechts een klein deel in eigendom is van de gemeente. Inspectie en beoordeling van het plangebied heeft dan ook

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

3

voornamelijk vanaf buiten de begrenzing van het plangebied plaatsgevonden, waarmee de betrouwbaarheid van de uitkomsten van de quickscan lager is.

Figuur 1

Globale ligging van het plangebied aangegeven met rode lijn (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN).

Figuur 2

Het plangebied bestaat uit boerenerven met percelen voor veehouderij.

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

4

Figuur 3

Boerderij de hippe kip.

Figuur 4

In het plangebied zijn enkele bomengroepen aanwezig.

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

5

Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door Gemeente Nijmegen. De ontwikkeling is in een verkennende fase en betreft het realiseren van (garage)bedrijven in het plangebied (Figuur 5). Daarnaast worden groene randen rondom het plangebied doorgezet door langs de randen watergangen en plas-dras zones te realiseren. De hoek van de Streekweg/van Rosenburgweg wordt ingezet voor nieuwe natuur en gekoppeld aan de groenzone wetering/Streekweg. Ook zullen aan de voorzijde van de bedrijven wadi’s worden ingericht. Het is onbekend wanneer de werkzaamheden plaats zullen vinden.

Figuur 5

Schetsontwerp ingreep (bron: Gemeente Nijmegen).

Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Bij toepassing van de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten. Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. De ingreep valt niet onder de Gedragscode soortenbescherming gemeenten, omdat het meer dan 1 hectare grond betreft.

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

6

Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ligt hemelsbreed op ongeveer 5 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. De ingreep veroorzaakt geen aantasting van relevante soorten en begroeiingen in Natura 2000-gebieden (bijvoorbeeld als gevolg van geluid, trilling etc.). Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Een beoordeling van effecten van stikstofdepositie op beschermde gebieden maakt geen onderdeel uit van dit rapport. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in Gelderland bestaande uit het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones). Op grond van de aard van de ingreep en afstand tussen NNN en plangebied zijn effecten op het NNN uitgesloten. Houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Nijmegen. De regels ten aanzien van houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb) zijn daarom niet van toepassing. Methodiek onderzoek Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Effecten zijn bepaald en beoordeeld op basis van de functie van het plangebied van beschermde soorten en de voorgenomen ingreep.

In deze notitie zijn de volgende werkzaamheden getoetst: • Verwijderen bebouwing en groenelementen in plangebied; • Realiseren (garage)bedrijven; • Aanbrengen kabels en leidingen; • Herinrichting terrein met groene zones en watergangen (zoals in Figuur 5). Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is het Stappenplan Wet natuurbescherming gemeente Nijmegen (Bureau Waardenburg, 2021) geraadpleegd. Hierin is een overzicht opgenomen van beschermde soorten van de Wnb die in de gemeente voorkomen met hun verspreiding. De gegevens zijn afgeleid van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) uit de periode 2016-2021. Het plangebied is op 31 maart 2021 door twee ecologen bezocht. Het plangebied is vanaf de omliggende wegen/wandelpaden geïnspecteerd op geschikte groeiplaatsen voor beschermde soorten planten en leefgebied en verblijfplaatsen van fauna. Het plangebied zelf kon niet betreden worden. Tijdens de inspectie is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van het plangebied en de directe omgeving voor beschermde soorten. Op basis van locatiekenmerken en expert judgement is beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten.

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

7

Functie van het plangebied voor beschermde soorten Planten Uit het plangebied en directe omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten. Tijdens het veldbezoek zijn geen geschikte groeiplaatsen of exemplaren van beschermde plantensoorten waargenomen. Ondanks dat het plangebied niet geheel te inspecteren was op beschermde planten, zijn groeiplaatsen in het plangebied onwaarschijnlijk door de agrarische inrichting en beheer van de percelen. Op grond van verspreidingsgegevens en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor beschermde plantensoorten. Ongewervelden Op 200 meter afstand van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vermiljoenkever (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). Vermiljoenkevers leven in dood hout van vochtige bossen. Aan de randen van het plangebied is bosachtige omgeving aanwezig en ook in het plangebied bevinden zich enkele bosgroepen die geschikt zouden kunnen zijn voor vermiljoenkevers. Het plangebied heeft mogelijk een functie voor vermiljoenkevers. Van andere beschermde soorten ongewervelden zijn geen waarnemingen bekend in de omgeving. Vanwege het agrarische karakter van het plangebied, wordt leefgebied van andere beschermde soorten ongewervelden uitgesloten. Vissen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

Een functie van het plangebied voor beschermde vissoorten is uitgesloten. Ook de watergangen grenzend aan het plangebied vervullen geen functie voor beschermde vissoorten in de directe omgeving komen geen beschermde vissoorten voor en de watergangen zijn door hun grootte en gebrek aan vegetatie niet geschikt voor beschermde vissoorten die in de wijde omgeving voorkomen. Amfibieën In de omgeving zijn waarnemingen bekend van gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander (Beschermingsregime andere soorten). Voor deze soort geldt een vrijstelling van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. In het plangebied zelf is geen geschikt voortplantingswater aanwezig. De watergangen aan de zuidkant en westkant van het plangebied (buiten het plangebied) zijn wel geschikt als voortplantingswater voor deze algemene soorten. Mogelijk wordt het plangebied door amfibieën gebruikt als landbiotoop door deze soorten. Amfibieën van het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn komen in de omgeving van het plangebied niet voor. Het plangebied heeft geen betekenis voor deze soorten. Reptielen In de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten reptielen. Vanwege het agrarische karakter van het plangebied, wordt leefgebied van beschermde soorten reptielen uitgesloten. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het plangebied géén functie heeft voor beschermde soorten reptielen.

Grondgebonden zoogdieren

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

8

Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van das, eekhoorn en steenmarter (Beschermingsregime andere soorten) en bever (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). Ten zuidwesten van het plangebied zijn wissels en holen aangetroffen die mogelijk van das zijn, maar ook van vos kunnen zijn (Figuur 6). In het plangebied zelf is een verblijfplaats van das niet heel waarschijnlijk, vanwege het intensief beheerde karakter van het plangebied. Dit is echter niet uit te sluiten. Het plangebied maakt mogelijk ook onderdeel uit van het (essentiële) foerageergebied van dassen. Vanuit de openbaar toegankelijke wegen zijn geen eekhoornnesten waargenomen in de bomen in het plangebied, maar deze kunnen gemakkelijk gemist zijn. Omdat bos- / parkachtige omgeving in het plangebied ontbreekt is een nestplaats van eekhoorn in het plangebied niet heel waarschijnlijk, maar het kan niet worden uitgesloten. Voor voedsel zijn eekhoorns met name afhankelijk van de zaden van bomen. Vanwege het beperkte aanbod aan bomen in het plangebied is een functie als essentieel foerageergebied voor eekhoorns niet waarschijnlijk. De bebouwing in het plangebied is geschikt als verblijfplaats voor steenmarter. Aangezien steenmarters territoriaal zijn zal het waarschijnlijk maximaal één individu of een paartje (familie) steenmarters betreffen.

Het plangebied is ook geschikt als foerageergebied voor steenmarters, het is niet uit te sluiten dat dit essentieel foerageergebied betreft. Het is ook niet uit te sluiten dat het plangebied voor kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) (Beschermingsregime andere soorten) een functie heeft als verblijfplaats. Deze soorten maken gebruik van muizenholletjes, houtstapels of bosschages als verblijfplaats. Ook een essentiële functie als foerageergebied is niet uit te sluiten voor deze soorten. In het plangebied zelf zijn verblijfplaatsen van bever uit te sluiten omdat oppervlaktewater ontbreekt. Ten zuidwesten buiten het plangebied zijn vraatsporen van naar alle waarschijnlijkheid bever waargenomen. Het plangebied zelf is mogelijk onderdeel van het foerageergebied van bever. Vanwege het agrarische en open karakter van het plangebied wordt deze functie als niet essentieel beoordeeld.

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

9

Figuur 6

Sporen van mogelijk das, links een hol en rechts een wissel. Ook grote kans dat het sporen van vos zijn.

In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van algemeen voorkomende zoogdieren zoals egel, haas, konijn, ree, rosse woelmuis, vos (Beschermingsregime andere soorten), soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Voor overige algemene soorten is het plangebied is mogelijk onderdeel van het leefgebied. Vleermuizen In de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van vleermuizen (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn). Aangenomen wordt dat er wel verschillende soorten voorkomen in de bosrijke omgeving. Uitgegaan wordt van soorten zoals rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en laatvlieger. De bebouwing en de bomen in het plangebied konden niet van dichtbij geïnspecteerd worden op toegangsmogelijkheden voor vleermuizen. Het is niet uitgesloten dat in de bebouwing en bomen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, omdat de bebouwing en bomen waarschijnlijk wel holtes en kieren bevatten. Het plangebied is mogelijk onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen. Vanwege het agrarische karakter van het plangebied is de kwaliteit als foerageergebied niet optimaal, maar het betreft wel een grote oppervlakte, waardoor het niet kan worden uitgesloten dat het essentieel foerageergebied betreft.

In het plangebied is geen essentiële vliegroute van vleermuizen aanwezig, omdat lijnvormige verbindingen slechts in beperkte mate aanwezig zijn. Het plangebied wordt aan de west-, zuid- en oostzijde begrensd door lijnvormige bomenrijen, welke zeer geschikt foerageerbiotoop kunnen bieden en als vliegroute kunnen dienen. Vogels Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de volgende soorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is 1: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele 1 Op grond van door het voormalige ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende

soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart,

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

10

kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, sperwer, steenuil. Tijdens het veldbezoek zijn havik, buizerd en sperwer overvliegend waargenomen. De bomen in het plangebied en de directe omgeving zijn geschikt als nestplaats voor boomvalk, buizerd, havik, ransuil, steenuil en sperwer. Vanuit de randen van het plangebied zijn geen nesten van jaarrond beschermde vogels in de bomen waargenomen. Omdat de bomen niet van dichtbij geïnspecteerd konden worden is een nestplaats niet uitgesloten. De bebouwing in het plangebied is geschikt als broedplaats voor vogels die in gebouwen broeden (huismus, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, ransuil, steenuil en kerkuil). Indien in het plangebied jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn, wordt het plangebied ook gebruikt als (essentieel) foerageergebied van vogels met een jaarrond beschermd nest. Het plangebied vormt geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is. Effecten van de ingreep Vermiljoenkever Indien vermiljoenkever leefgebied aan de randen van het plangebied heeft, zal dit leefgebied met de ingreep worden aangetast. Nader onderzoek is nodig om te beoordelen of het plangebied en de directe omgeving geschikt zijn als leefgebied voor vermiljoenkevers. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën De werkzaamheden kunnen algemeen voorkomende amfibieën en zoogdieren treffen.

Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De huidige staat van instandhouding van deze soorten komt door de ingreep niet in het geding. De zorgplicht is wel van toepassing, beschermende maatregelen zijn uitgewerkt in deze notitie. Das Indien in het plangebied een verblijfplaats van das aanwezig blijkt te zijn en het (essentieel) foerageergebied betreft, zorgt de ingreep dat de verblijfplaats en het foerageergebied van de das verdwijnt. Dit kan ervoor zorgen dat tevens de verblijfplaatsen in de omgeving een effect ondervinden. Nader onderzoek is nodig om te beoordelen of een verblijfplaats voor das in het plangebied aanwezig is en/of het een essentiële foerageerfunctie voor de das heeft. Eekhoorn Indien in het plangebied een nest of essentieel foerageergebied van eekhoorn aanwezig is, zorgt de ingreep dat dit nest en foerageergebied van de eekhoorn verdwijnt. Dit kan ervoor zorgen dat tevens nestplaatsen in de omgeving een effect ondervinden. Nader onderzoek is nodig om te beoordelen of een nestplaats voor eekhoorn in het plangebied aanwezig is en/of het een essentiële foerageerfunctie voor de eekhoorn betreft.

havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

11

Steenmarter en kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) Indien steenmarter of kleine marterachtigen een verblijfplaats in het plangebied hebben, zorgt de ingreep voor het vernietigen van deze verblijfplaatsen en het verdwijnen van foerageergebied. Om de functie van het plangebied voor deze soorten vast te stellen is nader onderzoek nodig. Vleermuizen Indien vleermuizen de bomen of bebouwing als verblijfplaats gebruiken, zorgt de ingreep voor het vernietigen van de verblijfplaatsen en mogelijk het doden van dieren. Nader onderzoek is nodig om de functie van de bomen en bebouwing voor vleermuizen te boordelen. Daarnaast kan de ingreep een effect hebben op het potentiele gebruik van de lijnvormige elementen direct buiten het plangebied als foerageergebied of vliegroute. Vogels Mogelijk broeden er vogels met jaarrond beschermd nest in het plangebied of de directe omgeving, zowel in de bomen als in de bebouwing. Het betreft boomvalk, buizerd, havik, ransuil, steenuil en sperwer (bomen) en huismus, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, steenuil en kerkuil voor de bebouwing. De ingreep kan leiden tot vernieling of verstoring van nestplaatsen en leefgebied van deze soorten. Nader onderzoek is nodig om te bepalen wat de functie van het plangebied voor deze soorten is. Het plangebied is geschikt als broedlocatie voor algemeen voorkomende vogelsoorten.

De voorgenomen ingreep in het plangebied kan zorgen dat broedgevallen van algemene vogelsoorten vernietigd of verstoord worden. Andere soorten Negatieve effecten op andere beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied namelijk geen betekenis. Beoordeling Wet natuurbescherming • Risico op het verdwijnen van leefgebied van de vermiljoenkever (Wnb artikel 3.5 lid 1 en 4). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het plangebied en de directe omgeving te bepalen. • Risico op het verdwijnen van een verblijfplaats of essentieel foerageergebied van dassen (Wnb artikel 3.10 lid 1b). Nader veldonderzoek is nodig om functie van het plangebied te bepalen. • Risico op het verdwijnen van nestplaatsen of essentieel foerageergebied van eekhoorn (Wnb artikel 3.10 lid 1b). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het plangebied te bepalen. • Risico op het vernietigen van verblijfplaatsen van steenmarter en kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) (overtreding artikel Wnb 3.10 lid 1b). Nader veldonderzoek is nodig om de functie van het plangebied te bepalen.

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

12

•

•

•

•

Risico op vernietigen van verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen (Wnb artikel 3.5 lid 1 en 4). Nader veldonderzoek is nodig om functie van het plangebied te bepalen. Risico op vernietigen van nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermd nest (Wnb artikel 3.1 lid 2). Nader veldonderzoek is nodig om functie van het plangebied voor deze soorten te bepalen. Risico op vernietigen/verstoren van broedgevallen van algemene soorten vogels (Wnb artikel 3.1 lid 2). Maatregelen zijn nodig om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Het project veroorzaakt geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden (stikstofbeoordeling is geen onderdeel van deze toetsing), NNN en regels van Houtopstanden uit Wnb zijn niet van toepassing.

Nader onderzoek Vermiljoenkever Inspectie (oude en dode) bomen op imago’s en volwassen exemplaren. Daarnaast kan de ‘’lokstam’’-methode worden toegepast, waarbij een populierenstam in het plangebied wordt geplaatst, om te zien of vermiljoenkever in het gebied voorkomt. Er hoeft dan namelijk geen gebiedseigen schors beschadigd te worden als onderzocht moet worden of de kever nog in het gebied voorkomt (Noordijk & Colijn, 2016). Das Nader onderzoek is nodig om de functie van het plangebied voor das te bepalen en om de aanwezigheid van een verblijfplaats uit te sluiten. Dit kan door een aanvullend sporenonderzoek uit te voeren naar latrines, prenten en graafsporen (snuitputjes). Dit onderzoek bestaat uit drie bezoekrondes en vindt plaats van september tot en met mei. Daarbij moet rekening geworden gehouden met minder activiteit van dassen tijdens koude periode. Eventueel kunnen cameravallen geplaatst worden op locaties waar loopsporen worden waargenomen om te bepalen om hoeveel verschillende dieren het gaat en of er ook jongen bij zitten. Eekhoorn Inspectie bomen in plangebied op eekhoornnesten en potentie voor eekhoorns als foerageergebied. Steenmarter en kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) Inspectie binnenzijde bebouwing op verblijfplaatsen en plaatsen van cameravallen om de aanwezigheid van dieren, jongen en voedseltransport waar te nemen.

Dit onderzoek vindt plaats in de maanden maart-mei voor steenmarter. Voor kleine marterachtigen kan gebruikt worden gemaakt van cameravallen, sporenbuizen, nestkasten of marterboxen gedurende zes weken tijdens het actieve seizoen (maart t/m augustus). Vleermuizen Vaststellen verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen (gewone/ruige dwergvleermuis) volgens het vleermuisprotocol (versie 2021). Dit

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

13

onderzoek bestaat in totaal uit zes ronden bij goede weersomstandigheden in de periode mei t/m september: • Een ochtendronde van 2 uur voor zonsopkomst en twee avondronden van 2 uur vanaf zonsondergang in de periode half mei- half juli (een avondronde uitvoeren in juni); • Drie avondronden in de periode half augustus – september waarvan een in de avond na zonsondergang (voor laatvlieger paarverblijven) en twee tussen 00 en 02 uur voor paarverblijven en winterverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis. Vogels met jaarrond beschermd nest - Boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer: bomen in en rondom het plangebied van dichtbij inspecteren op nesten. Daarnaast voor ransuil 3 bezoeken aan het gebied in de periode maart-juli. Zoeken naar territoriale ransuilen, piepende jongen, braakballen. - Gierzwaluw: het vaststellen van de aan- of afwezigheid van broedende gierzwaluwen door drie gerichte veldbezoeken uit te voeren in de periode 15 mei tot en met 15 juli, waarvan tenminste één inventarisatieronde tussen 20 juni en 7 juli in verband met de aanwezigheid van jongen. De inventarisatieronden worden uitgevoerd tussen twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang bij goede weersomstandigheden (droog, weinig wind). - Huismus: het vaststellen van de aan- of afwezigheid van broedende huismussen door twee gerichte veldbezoeken uit te voeren in de periode 1 april tot en met 15 mei.

Uitvoering vindt plaats bij goede weersomstandigheden (droog, weinig wind), bij voorkeur 1 à 2 uur na zonsopkomst en 1 à 2 uur voor zonsondergang met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Hierbij wordt ook het leef- en foerageergebied onderzocht op functionaliteit. - Grote gele kwikstaart, steenuil en kerkuil: inspectie plangebied op nestindicerend gedrag en bebouwing op nestlocaties, braakballen en sporen van deze soorten. De beste periode hiervoor is in het broedseizoen (half maart-half augustus) bij ochtend- of avondschemer. Randvoorwaarden voor werkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep • Het verstoren van vogelnesten die in gebruik zijn moet voorkomen worden om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Dit kan door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode maart tot augustus. • Indien tijdens de werkzaamheden grondgebonden zoogdieren (muizen) of amfibieën of verblijfplaatsen van deze dieren worden aangetroffen, worden maatregelen genomen om te zorgen dat deze dieren niet worden gedood.

Verplaats dieren naar een beschutte locatie buiten het bereik van de werkzaamheden • Voor das, eekhoorn, steenmarter, kleine marterachtigen, vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest worden op basis van de resultaten van veldonderzoek de benodigde randvoorwaarden en maatregelen bepaald.

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

14

Aanbevelingen In het ontwerp van de ingreep is veel aandacht besteed aan het behouden en versterken van de natuurwaarden van het plangebied en de omgeving. Er wordt daarnaast aanbevolen om de garagebedrijven natuurinclusief bouwen en verstoring tijdens de werkzaamheden te beperken. • Voorkom verstoring van groenelementen rondom het plangebied. Gebruik alleen bestaande paden voor aanvoer en afvoer van materialen/werktuigen en werk alleen tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien het nodig is verlichting te gebruiken, zorg dat deze alleen uitstraalt naar het werkgebied en materiaaldepots en niet naar de omgeving. • In de garagebedrijven wordt geadviseerd nestkasten voor gierzwaluw, huismus en vleermuizen te integreren. Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met J. Daamen of G. Hoefsloot. Referenties Bureau Waardenburg, 2021. Stappenplan Wet natuurbescherming gemeente Nijmegen. Bureau Waardenburg, Culemborg. Noordijk, J. & E.O. Colijn 2016. Succesvolle monitoringsmethode voor vermiljoenkever. – Nature Today 4-4-2016

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

15

Akkoord voor uitgave:

Kwaliteitszorg Bureau Waardenburg bv D. Emond

Paraaf: Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

Quickscan Wet natuurbescherming plangebied Hippe Kip, Nijmegen

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a5e50a1f-649b-4e60-9c93-be5d6d06a1c3