Bijlage 22 Nader onderzoek Flora en Fauna
Tekst van het document
RAPPORTAGE Aanvullend ecologisch onderzoek Zwanenveld Nijmegen
Rapportage aanvullend ecologisch onderzoek Zwanenveld, Nijmegen Opdrachtgever
Zwanenveld ontwikkeling BV Burgemeester van der Zandestraat 21 7051 CS Varsseveld
Rapportnummer
18087.006
Versienummer
D2
Status
Eindrapportage
Datum
18 april 2023
Opsteller
De heer M.G. van Essen-Kok, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Mevrouw M.I.C. Pijpers, BSc & Mevrouw R. Heldens
Paraaf ,
DAAROM ECONSULTANCY KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslisingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een onderzoek geldig is voor een periode van 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van het onderzoek opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie .............................................................................. 3
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 4
4
ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 5 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5
ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................................ 8 5.1
5.2 5.3 5.4 5.5 6
Bunzing, das, hermelijn, steenmarter en wezel ............................................................................. 8 Bunzing, hermelijn en wezel .......................................................................................................... 8 Das.................................................................................................................................................. 8 Steenmarter ................................................................................................................................... 8 Vleermuizen ................................................................................................................................... 9 Grote gele kwikstaart ..................................................................................................................... 9 Vaatplanten .................................................................................................................................. 10 Wilde averuit, groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw ......................................................... 10 Teunisbloempijlstaart .................................................................................................................. 10
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING.................................................................................................. 11 6.1 6.2
7
Bunzing, das, hermelijn, steenmarter en wezel ............................................................................. 5 Vleermuizen ................................................................................................................................... 5 Grote gele kwikstaart ..................................................................................................................... 5 Vaatplanten .................................................................................................................................... 6 Teunisbloempijlstaart .................................................................................................................... 6
Steenmarter ................................................................................................................................. 11 Overige soorten............................................................................................................................ 11
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................................ 12
18087.006
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Zwanenveld ontwikkeling BV opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Zwanenveld te Nijmegen. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in april 2022 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 18087.002 versie D2, d.d. 20 april 2022, herzien op 18 april 2023). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
18087.006 versie D2
1 / 13
2
GEBIEDSBESCHRIJVING
2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 4 ha) ligt aan de Zwanenveld te Nijmegen. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 183.842, Y = 426.276. In figuur 2-1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2-1. Luchtfoto van de onderzoekslocatie (wit omlijnd) en de directe omgeving.
De onderzoekslocatie betreft het voormalig terrein van het ROC en een groenstrook (met gras en enkele bomen) ten zuiden en oosten van dit terrein. Het terrein is reeds in 2008 tot aan de fundering gesloopt en is sinds die tijd braakliggend terrein en omrasterd met een hekwerk. De funderingen en de vloerdelen van de gesloopte bebouwing zijn in de huidige situatie nog aanwezig. Verspreidt over de onderzoekslocatie en langs de randen van het terrein zijn solitaire bomen (zomereik, acacia, berk) gesitueerd. Op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een boomgroep gesitueerd (zomereik, es) op een verhoogd terreindeel. Op het westelijke deel van de onderzoekslocatie is een bomengroep aanwezig met voornamelijk zomereik, es en esdoorn. In het middendeel van de onderzoekslocatie staan enkele platanen. Verder zijn op de onderzoekslocatie takkenhopen aanwezig en liggen verspreid puin- en stenenhopen. Ten noorden grenst de onderzoekslocatie aan een met struweel en bomen begroeide spoordijk. Ten oosten van de onderzoekslocatie bevindt zich het Maas-Waalkanaal, die van de onderzoekslocatie gescheiden is door een dijk met een verhard pad, struiken en een dubbele bomenrij. Ten zuiden en westen van de onderzoekslocatie ligt de woonwijk Zwanenveld.
18087.006 versie D2
2 / 13
2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De initiatiefnemer is voornemens op deze locatie ongeveer 500 woningen te realiseren. Ten behoeve van het planvoornemen zal groen worden verwijderd en mogelijk bomen worden gekapt. De initiatiefnemer is echter voornemens de bestaande bomen zoveel mogelijk te behouden en in te passen in het ontwerp. In figuur 2-2 is een ontwerp van het planvoornemen weergegeven.
Figuur 2-2 Weergave van het ontwerp van de onderzoekslocatie (tekening ontvangen op 3 april 2023 van de opdrachtgever).
18087.006 versie D2
3 / 13
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
Naar aanleiding van de quickscan Wet natuurbescherming (rapport 18087.002 versie D2, d.d. 20 april 2022, herzien op 18 april 2023) is aanvullend onderzoek noodzakelijk voor de grote gele kwikstaart, vleermuizen*, das, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, teunisbloempijlstaart, wilde averuit, groot spiegelklokje en grote. Op basis van de nader te verkrijgen informatie aan de hand van het aanvullend ecologisch onderzoek kan worden bepaald of verstoring/overtreding door de ingrepen ten aanzien van beschermde soorten aan de orde is. *Voor vleermuizen is in eerste instantie enkel een aanvullende inspectie van potentiële verblijfplaatsen (boomholtes) noodzakelijk. Indien deze geschikt blijken is het treffen van maatregelen om verstoring te voorkomen aan de orde. Wanneer verstoring of het wegenemen van deze geschikte verblijfplaatsen niet te voorkomen is dan zal middels aanvullend onderzoek moeten blijken of de holtes daadwerkelijk in gebruik zijn door een vleermuizensoort. Gelet op de groenstroken ten noorden en ten oosten van de onderzoekslocatie, zijn bij de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen te vermijden als vliegroutes functioneel en duurzaam behouden blijven. Additionele (bouw)verlichting richting deze groenstructuren dient te worden voorkomen.
Indien verstoring door een toename van verlichting dreigt, dient een verlichtingsplan in samenwerking met een ter zake deskundige te worden opgesteld om verstoring door verlichting te voorkomen. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of door voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op broedgevallen uit te laten voeren door een ter zake kundige. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht en kwetsbare periodes. Bij het bouwrijp maken van het terrein wordt geadviseerd om in één richting te werken. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Met betrekking tot Natura-2000 gebieden dient een onderzoek stikstofdepositie te worden uitgevoerd. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren verwacht.
Naar aanleiding van het veldbezoek op 18 maart 2022 is in 20 april 2022 de rapportage van de quickscan opgeleverd. Naar aanleiding van een verandering in de begrenzing van het bestemmingsplan is de quickscan rapportage op 18 april 2023 herzien. Gelet op de beperkte wijzigingen is hiervoor geen nieuw velbezoek noodzakelijk geweest. De verandering in de begrenzing heeft geen gevolgen gehad ten aanzien van de eerder geformuleerde conclusies.
18087.006 versie D2
4 / 13
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
4.1 Bunzing, das, hermelijn, steenmarter en wezel Ten aanzien van de bunzing, das, hermelijn, steenmarter en wezel is gedurende 6 weken (14 juli t/m 25 augustus) onderzoek gedaan met drie wildcamera’s (voor bunzing, das en steenmarter) en twee marterboxen (voor hermelijn, steenmarter en wezel) met lokstoffen in een jiggler. Tevens is een struikrover in combinatie met een blikje vis gebruikt (voor bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel). Tijdens het eerste veldbezoek zijn de wildcamera’s (in combinatie met jiggler), de marterboxen en de struikrover op de onderzoekslocatie uitgezet. Bij het plaatsen van deze cameravallen is gelet op de geschiktheid van de locatie voor de mogelijk aanwezige marterachtigen. Vervolgens is om de 2 weken een veldbezoek afgelegd om SD-kaartjes en batterijen van alle cameravallen te vervangen. Twee van de drie wildcamera’s zijn na twee weken op een andere locatie verplaatst (zie figuur 5-3). Na 6 weken tijdens het vierde veldbezoek zijn alle onderzoeksmaterialen opgehaald. Het onderzoek is uitgezet en uitgevoerd conform de ‘Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017).
4.2 Vleermuizen Ten aanzien van vleermuizen is (overdag) één veldbezoek (aanvullende inspectie) uitgevoerd. Het veldbezoek vond plaats op 28 juli 2022. Tijdens het veldbezoek is met behulp van een ladder, zaklamp en boomcamera gekeken naar verschillende boomholtes (potentiële verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten) in verschillende bomen op de onderzoekslocatie. De boomholtes zijn bij de inspectie beoordeeld op de geschiktheid als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten.
4.3 Grote gele kwikstaart Ten aanzien van de grote gele kwikstaart zijn in de periode 10 april t/m 20 juni (binnen het broedseizoen) twee veldbezoeken uitgevoerd in de ochtend. De veldbezoeken vonden plaats op 30 mei en 13 juni 2022. Tijdens de veldbezoeken was de temperatuur hoger dan 15 ºC. De windsnelheid was maximaal 3 Beaufort en er was geen sprake van neerslag. Tijdens de veldbezoeken is gelet op aanwezigheid van een paar of individu. De zang van de grote gele kwikstaart is met name in de ochtend te horen. Tevens is gedurende de veldbezoeken in de ochtend gelet op alarm en transport van nestmateriaal, voedsel of uitwerpselpakketjes. De inventarisatiemethode is conform de methode die opgesteld is door SOVON Vogelonderzoek Nederland.
18087.006 versie D2
5 / 13
4.4 Vaatplanten Wilde averuit, groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw Ten aanzien van de wilde averuit (bloeiperiode: augustus – oktober), groot spiegelklokje (bloeiperiode: juni – augustus) en grote leeuwenklauw (bloeiperiode: mei – augustus) zijn tijdens de bloeiperiode van de betreffende soorten twee veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken vonden plaats op 28 juli en 11 augustus 2022. Tijdens het eerste veldbezoek is gelet op aanwezigheid van de groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw. Tijdens het tweede veldbezoek is gelet op aanwezigheid van de wilde averuit.
4.5 Teunisbloempijlstaart Ten aanzien van de teunisbloempijlstaart zijn tijdens het rupsstadium (juli-september) overdag drie veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken vonden plaats op 14 juli, 28 juli en 11 augustus 2022. Tijdens de veldbezoeken is gelet op aanwezigheid van rupsen op en in de buurt van waardplanten voor de teunisbloempijlstaart (wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart). De rupsen zitten overdag tegen de stengel aan en de aanwezigheid wordt vaak verraden door uitwerpselen op de bladeren en door opof aangevreten bloemen (en bladeren) van de waardplant. De aan- of afwezigheid van rupsen geeft de beste indicatie of de waardplanten op de onderzoekslocatie een essentiële bijdrage leveren aan een (sub)populatie van de teunisbloempijlstaart. De inventarisatiemethode is gebaseerd op informatie van de Vlinderstichting. Tabel 4-1 Onderzoeksinspanning per soortgroep februari
2022 bunzing, das, hermelijn, steenmarter en wezel
inspectie boomholte (vleermuizen)
grote gele kwikstaart
groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw
18087.006 versie D2
maart
april
mei
juni
juli
augustus
tijdstip
6 aaneengesloten weken
datum
14 & 28 juli en 11 & 25 augustus
functie
migratieroute, vaste voortplantings- of rustplaatsen
tijdstip
1x overdag*
datum
28 juli
functie
vaste voortplantings- of rustplaatsen
tijdstip
2x overdag
datum
30 mei & 13 juni
functie
nestlocatie
tijdstip
1x overdag
datum
28 juli
functie
aanwezigheid
september
oktober
6 / 13
wilde averuit
teunisbloempijlstaart
tijdstip
1x overdag
datum
11 augustus
functie
aanwezigheid
tijdstip
3x overdag
datum
14 & 28 juli en 11 augustus
functie
aanwezigheid
* De onderzoeksinspanning is weergeven voor één persoon, maar is door twee personen uitgevoerd.
18087.006 versie D2
7 / 13
5
ONDERZOEKSRESULTATEN
5.1 Bunzing, das, hermelijn, steenmarter en wezel Bunzing, hermelijn en wezel Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van de wezel, hermelijn en/of bunzing. Op basis van de resultaten kan uitgesloten worden dat er een verblijfplaats van desbetreffende soorten aanwezig is op de onderzoekslocatie of in de directe omgeving daarvan. Ten aanzien van deze soorten das zijn bij de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie geen negatieve effecten aan de orde. Das Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van de das. Wel zijn in en rondom één van de aanwezige holen konijnen waargenomen. Op basis van de resultaten kan uitgesloten worden dat er een verblijfplaats van de das aanwezig is op de onderzoekslocatie of in de directe omgeving daarvan. Ten aanzien van de das zijn bij de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie geen negatieve effecten aan de orde. Steenmarter Tijdens het onderzoek zijn met één van de wildcamera’s waarnemingen gedaan van een steenmarter (figuur 51 en 5-2) ter plaatse van een droogstaande greppel overgroeid met braamstruweel. Deze greppel bevindt zich grenzend aan de onderzoekslocatie onderaan de spoordijk (figuur 5-3). Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat er een vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter direct naast de onderzoekslocatie aanwezig is (zie hoofdstuk 6).
Figuur 5-1. Steenmarter ruikt aan de jiggler.
18087.006 versie D2
Figuur 5-2. Steenmarter loopt langs de jiggler.
8 / 13
Figuur 5-3. Locatie camera’s, marterboxen en struikrover (camera waar steenmarter is waargenomen bij gele pijl). De zwarte pijlen geven aan waar de betreffende wildcamera tussentijds naartoe is verplaatst.
5.2 Vleermuizen Tijdens de aanvullende inspectie van de bomen op de onderzoekslocatie geen geschikte verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen aangetroffen. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de onderzoekslocatie geen functie heeft als vaste voortplantings- of rustplaats voor vleermuizen. Ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen zijn bij de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie geen negatieve effecten aan de orde.
5.3 Grote gele kwikstaart Binnen de grenzen van de onderzoekslocatie zijn tijdens de veldbezoeken geen waarnemingen gedaan van de grote gele kwikstaart. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de onderzoekslocatie en de directe omgeving daarvan geen functie heeft als nestlocatie voor de grote gele kwikstaart. Verstoring en/of vernietiging van nestlocaties van de grote gele kwikstaart is bij de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie niet aan de orde. Ten aanzien van de grote gele kwikstaart zijn geen negatieve effecten aan de orde.
18087.006 versie D2
9 / 13
5.4 Vaatplanten Wilde averuit, groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw Binnen de grenzen van de onderzoekslocatie zijn tijdens de veldbezoeken geen waarnemingen gedaan van de wilde averuit, groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de onderzoekslocatie geen functie heeft als groeiplaats voor de desbetreffende vaatplanten. Ten aanzien van de desbetreffende vaatplanten zijn bij de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie geen negatieve effecten aan de orde.
5.5 Teunisbloempijlstaart Binnen de grenzen van de onderzoekslocatie zijn tijdens de veldbezoeken geen waarnemingen gedaan van rupsen van de teunisbloempijlstaart. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan met voldoende zekerheid worden gesteld dat de onderzoekslocatie geen functie heeft als voortplantingsplaats voor een (sub)populatie van de teunisbloempijlstaart. Ten aanzien van de teunisbloempijlstaart zijn bij de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie geen negatieve effecten aan de orde.
18087.006 versie D2
10 / 13
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING
6.1 Steenmarter De steenmarter is opgenomen onder de Nationaal beschermde diersoorten, behorende bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat vaste voortplantings- of rustplaatsen van de steenmarter niet opzettelijk beschadigd of vernield mogen worden. De greppel en het (braam)struweel onderaan/op de spoordijk zijn aangemerkt als vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter en bevindt zich direct naast de onderzoekslocatie. Deze vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter valt buiten het gebied waar werkzaamheden plaats zullen vinden en blijft daardoor behouden. Op basis van deze informatie kan gesteld worden dat bij de voorgenomen plannen geen sprake is van beschadiging of vernieling van een vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter, mits middels maatregelen rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de steenmarter in de omgeving. Deze maatregelen dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol. Bij maatregelen moet men denken aan: • • • •
Voorkomen van additionele (bouw)verlichting richting de spoordijk. Tijdens de werkzaamheden een buffer creëren tussen de plaats waar werkzaamheden plaatsvinden en de vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter. Groen op de onderzoekslocatie in de minst kwetsbare periode (september-maart) verwijderen. Opslag van groen- en sloopafval op/naast de onderzoekslocatie voorkomen of in de minst kwetsbare periode (september-maart) verwijderen.
Middels bovenstaande kan overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van steenmarter worden voorkomen.
6.2 Overige soorten Op basis van de huidige onderzoeksinspanningen kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie negatieve effecten heeft op verblijfplaatsen van vleermuizen en op kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel), das, teunisbloempijlstaart en vaatplanten (wilde averuit, groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw). Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen en ten aanzien van kleine marterachtigen, das, teunisbloempijlstaart, vaatplanten en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aan de orde.
18087.006 versie D2
11 / 13
7
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Econsultancy heeft in opdracht van Zwanenveld ontwikkeling BV een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Zwanenveld te Nijmegen. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in april 2022 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 18087.002 versie D2, d.d. 20 april 2022, herzien op 18 april 2023). Er is aanvullend onderzoek uitgevoerd voor de grote gele kwikstaart, vleermuizen (aanvullende inspectie), das, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, teunisbloempijlstaart, wilde averuit, groot spiegelklokje en grote leeuwenklauw. Op basis van de resultaten van het aanvullend ecologisch onderzoek is beoordeeld of er bij de uitvoering van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie sprake zal zijn van overtreding(en) van de Wet natuurbescherming ten aanzien van voorgenoemde beschermde soorten. Tijdens het onderzoek zijn waarnemingen gedaan van een steenmarter ter plaatse van een droogstaande greppel overgroeid met braamstruweel direct ten noorden van de onderzoekslocatie. Van de overige onderzochte soorten zijn geen waarnemingen gedaan.
Conclusies aanvullend onderzoek Op basis van de waarnemingen bevindt zich direct ten noorden van de onderzoekslocatie een vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter. Deze vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter valt buiten het gebied waar werkzaamheden plaats zullen vinden en blijft daardoor behouden. Op basis van deze informatie kan gesteld worden dat bij de voorgenomen plannen geen sprake is van beschadiging of vernieling van een vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter, mits middels maatregelen rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de steenmarter in de omgeving. Deze maatregelen dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol. Bij maatregelen moet men denken aan: • • • •
Voorkomen van additionele (bouw)verlichting richting desbetreffende elementen. Tijdens de werkzaamheden een buffer creëren tussen de plaats waar werkzaamheden plaatsvinden en de vaste voortplantings- of rustplaats van de steenmarter. Groen op de onderzoekslocatie in de minst kwetsbare periode (september-maart) verwijderen. Opslag van groen- en sloopafval op/naast de onderzoekslocatie voorkomen of in de minst kwetsbare periode (september-maart) verwijderen.
Middels bovenstaande kan overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van steenmarter worden voorkomen. Op basis van de waarnemingen zijn overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen en ten aanzien van kleine marterachtigen, das, teunisbloempijlstaart, vaatplanten en verblijfplaatsen van vleermuizen niet aan de orde.
18087.006 versie D2
12 / 13
Conclusies quickscan Aanvullend op het voorgaande zijn hieronder de belangrijkste conclusies weergegeven van de quickscan Wet natuurbescherming (rapport 18087.002 versie D2, d.d. 20 april 2022, herzien op 18 april 2023) die voorafgaand aan het onderhavige aanvullend onderzoek is uitgevoerd. Onderstaande is toegevoegd omdat deze conclusies implicaties hebben voor hoe en/of wanneer bepaalde werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden. Ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen Overtredingen kunnen worden voorkomen door potentiële vliegroutes langs de groenstroken ten noorden (spoortalud) en ten oosten (bomenrij aan Maas-Waalkanaal) van de onderzoekslocatie functioneel en duurzaam te behouden blijven. Additionele (bouw)verlichting richting deze groenstroken dient te worden voorkomen. Indien verstoring door een toename van verlichting dreigt, dient een verlichtingsplan in samenwerking met een ter zake deskundige te worden opgesteld om verstoring door verlichting te voorkomen. Ten aanzien van algemene broedvogels Overtredingen kunnen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen (globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden) OF door voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op broedgevallen uit te laten voeren door een ter zake kundige.
Ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën Er dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht en kwetsbare periodes. Bij het bouwrijp maken van het terrein wordt geadviseerd om in één richting te werken.
Econsultancy 18 april 2023
18087.006 versie D2
13 / 13
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.
Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.
Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.
Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd.
Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.