CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 advies bestuursrechtelijk instrumentarium

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: D28 d.d. 25 januari 2022 inzake Juridische verkenning exitstrategie Oostkanaalhavens9.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aan het plan ligt een visiedocument ten grondslag waarin de in het plan voorziene ontwikkeling van het bedrijventerrein naar een meer intensief en hoogwaardig grondgebruik deel uitmaakt van de opwaardering van de omgeving rond station Delft Zuid, een pilot in het zogenoemde concept Stedenbaan van het bestuurlijk platform Zuidvleugel. Het belang van herstructurering van het bedrijventerrein en opwaardering naar een hoogwaardige kantorenlocatie is uitgebreid gemotiveerd in de plantoelichting en in het vaststellingsbesluit. Het college heeft in navolging van de raad in redelijkheid een groter belang kunnen toekennen aan de herstructurering en opwaardering van het bedrijventerrein dan aan het ongewijzigde behoud van het bedrijf op de huidige locatie. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting kan worden afgeleid dat bij de vaststelling onderscheidenlijk de goedkeuring van het plan is onderzocht of de gevestigde belangen van Battrex bij voortzetting van de bedrijfsvoering ter plaatse moeten wijken voor de belangen die zijn gemoeid met de bestemmingswijziging. De belangen van Battrex zijn voldoende onderkend en daarmee is voorts voldoende rekening gehouden. De raad heeft zich rekenschap gegeven van het feit dat het bedrijf ten gevolge van het plan dient te worden verplaatst.

Anders dan Battrex kennelijk meent is niet vereist dat zij zelf het voornemen tot verplaatsing of beëindiging hebben. In zijn reactie op het beroepschrift heeft de raad naar voren gebracht dat, indien noodzakelijk, de bereidheid bestaat het middel van onteigening in te zetten. Inmiddels is duidelijk dat in dit geval deze stap niet nodig is omdat de gronden waarop en de bedrijfshal waarin het bedrijf is gevestigd niet in eigendom zijn bij Battrex maar worden gehuurd van een derde en zijn verkocht aan projectontwikkelaar TCN. Deze projectontwikkelaar is een van de partijen die de herstructurering van het bedrijventerrein ter hand zal nemen en die inmiddels een aanzienlijke grondpositie in het plangebied heeft verworven. In de stukken bevindt zich een verklaring van TCN dat deze voornemens is het huurcontract met appellanten, door middel van de geëigende civiele procedure met de daaraan verbonden schadeloosstelling, te beëindigen omdat binnen 5 tot 8 jaar en derhalve binnen de planperiode, zal worden overgegaan tot sloop van de Schiehal en herontwikkeling van het bedrijventerrein. Hiermee is voldoende aannemelijk dat het bedrijf van appellanten binnen de planperiode zal worden verplaatst.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is verder gebleken dat de raad het bedrijf graag binnen de gemeentegrenzen wenst te behouden en dat de beschikbaarheid van vervangende locaties wordt onderzocht, met name in de Harnaschpolder en op bedrijventerrein Technopolis. Onder de voornoemde omstandigheden heeft het college in redelijkheid kunnen instemmen met de keuze van de raad voor een bestemming waarbij het bedrijf niet als zodanig wordt bestemd en de bedrijfsvoering onder het overgangsrecht kan worden voortgezet totdat verplaatsing een feit is.

2280830/1

Pagina

21/21

Voorts faalt het betoog van Battrex dat sprake is van een rechtsvacuüm, nu de bedrijfsvoering onder het overgangsrecht kan worden voortgezet totdat een vervangende bedrijfslocatie is gevonden.” (onderstreping mijnerzijds, RB).

Zijn de ongewenste bestemmingen c.q. functies wegbestemd, dan kunnen de betrokken gronden minnelijk worden verworven. Indien geen minnelijke overeenstemming wordt bereikt over de verwerving van de gronden en opstallen kan het onteigeningsinstrumentarium worden ingezet. De gemeenteraad zal zich hierover wel moeten uitlaten. Zie bijvoorbeeld ook AbRS 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2262: “De Afdeling overweegt dat, indien het minnelijk overleg met BP over verplaatsing van het tankstation, naar bijvoorbeeld de laatstgenoemde alternatieve locatie, niet tot het gewenste resultaat leidt, de raad heeft aangegeven te zullen overgaan tot onteigening van de aan de orde zijnde gronden. De kosten die hiermee gemoeid zijn, kunnen volgens de raad worden gedekt door middel van uitgeefbare gronden die in handen zijn van de gemeente. BP wordt bij een eventuele onteigening op basis van de onteigeningswet in beginsel volledig schadeloos gesteld. Gelet op het vorenstaande gaat de Afdeling er van uit dat het tankstation binnen de planperiode verplaatst kan worden dan wel dat een adequate financiële tegemoetkoming aan BP wordt verstrekt. Derhalve heeft de raad aannemelijk gemaakt dat het tankstation binnen de planperiode wordt beëindigd.” (onderstreping mijnerzijds, RB). Zie ook AbRS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2604 en AbRS 9 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD6772.

2. Bestuursrechtelijke mogelijkheden: Omgevingswet Er zijn verschillende bestuursrechtelijke mogelijkheden onder de Omgevingswet om (milieu)vervuilende bedrijven aan te pakken c.q. (verdere) vervuiling te voorkomen. Deze mogelijkheden zijn grotendeels gelijk aan de hierboven beschreven mogelijkheden onder het huidige recht. Deze analyse is reeds ambtelijk gedeeld. 3. Tot slot Tot zover mijn bevindingen. Tot een nadere toelichting vindt u mij uiteraard graag bereid. Met vriendelijke groet, Hekkelman Advocaten N.V.

R. Benhadi advocaat

2280830/1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=2b664ea5-d38b-4dfc-a653-6ed466ea5a70