CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Aanmeldnotitie Vormvrije MER-beoordeling

Besluitronde (raadsvergadering) 27 maart 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ongewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen West -12 (Fanfarestraat 51-53) (07/2024)7.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Fanfarestraat 51-53

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

Inhoud Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling.......................................................................................... 1 1. Inleiding............................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................... 3 1.2 Waarom een m.e.r.-beoordeling? ............................................................................... 3 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................... 5 2. Kenmerken van het project .............................................................................................. 6 2.1 Inleiding ....................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het project ....................................................................................... 6 2.3 Overige kenmerken van het project ........................................................................... 6 Cumulatie met andere projecten ..................................................................................... 6 Gebruik van hulpbronnen .................................................................................................

6 Productie van afvalstoffen ................................................................................................ 6 Verontreiniging en hinder ................................................................................................. 6 Risico van ongevallen ....................................................................................................... 7 3. Plaats van het Project ....................................................................................................... 9 3.1 Inleiding, locatie en grondgebruik ............................................................................. 9 3.2 het opnamevermogen van het natuurlijk milieu ..................................................... 10 3.3 Toetsing overige gevoelige gebieden ........................................................................... 11 4. Kenmerken van het potentiële effect ............................................................................. 12 4.1 Inleiding ..................................................................................................................... 12 4.2 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................. 12 4.3 Ecologie en Natuur ....................................................................................................

14 4.4 Verkeer....................................................................................................................... 15 4.5 Klimaat en duurzaamheid......................................................................................... 16 Klimaat ............................................................................................................................ 16 Duurzaamheid ................................................................................................................. 18 4.6 Geluid ........................................................................................................................ 20 4.8 Luchtkwaliteit................................................................................................................ 21 5. Conclusie ......................................................................................................................... 24

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het bestemmingsplan ‘Nijmegen West – 12 (Fanfarestraat)’ (hierna: ‘het bestemmingsplan’) maakt de realisatie van woningen mogelijk. In het verleden bevond zich op Fanfarestraat 5153 een school. Momenteel ligt het terrein braak. In de nieuwe situatie worden 37 woningen gerealiseerd in twee woonblokken. De ontwikkeling is in strijd met het huidige bestemmingsplan ‘Nijmegen West’. Op de locatie geldt de bestemming ‘Maatschappelijk’. Woningen zijn hier niet toegestaan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld.

1.2 Waarom een m.e.r.-beoordeling? Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.beoordelingen: 1. 2.

projecten die vallen onder onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en de vormvrije m.e.r.-beoordeling, ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten.

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: 1. 2.

het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst).

De bouw van de woningen in Neerbosch-Oost valt in het Besluit m.e.r. mogelijk onder: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (onderdeel D 11.2). Het plan voorziet in de onderdelen/functie(s):  37 woningen verdeeld over twee bouwblokken  4 parkeerplaatsen aan de Fanfarestraat

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

De drempelwaarden van kolom 2 van onderdeel D 11.2 (100 ha oppervlakte of meer, 2000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden niet overschreden. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn, is er echter wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor het bestemmingsplan. Het doel van de m.e.r.-beoordeling is het toetsen of een plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Het bevoegd gezag dient te beoordelen in hoeverre volstaan kan worden met een m.e.r.beoordeling. Een dergelijk besluit wordt genomen aan de hand van de aanmeldnotitie en vormt een bijlage bij het ruimtelijk besluit. Deze rapportage betreft de aanmeldnotitie waarin de m.e.r.-beoordeling is doorlopen. Op basis hiervan wordt het bevoegd gezag gevraagd een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen. Voor de m.e.r.-beoordeling voor activiteiten onder de drempelwaarde bestaan de procedurele vereisten benoemd in de artikelen 7.16, 7.17, eerste tot en met vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid, en 7.20a van de Wet milieubeheer. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-aanmeldingsnotitie sluit aan bij de beoordelingscriteria van bijlage III van de Europese richtlijn en is als volgt opgebouwd:    

hoofdstuk 2: kenmerken van het project; hoofdstuk 3: plaats van het project hoofdstuk 4: kenmerken van het potentiële effect van de activiteit, per thema; hoofdstuk 5: conclusie voor de m.e.r.-beoordeling.

Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan en digitaal beschikbare openbare informatie .

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

2. Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en omvang van het project worden in beeld gebracht. Tevens komen de overige aspecten aan bod, te weten cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2 Beschrijving van het project Het plangebied wordt ingericht met woningen. Alle woningen in het plan kijken uit op een groene ruimte en worden ontsloten via een groene ruimte. Op de locatie was in het verleden een school gevestigd. Deze is gesloopt en het terrein ligt momenteel braak. Het toekomstig gebruik verandert van een schoollocatie naar woningen. Er worden 37 woningen gerealiseerd in twee bouwblokken. Het voorliggende bestemmingsplan “Nijmegen West – 12’ (Fanfarestraat) vormt het juridisch planologische kader voor de beoogde woningbouw.

2.3 Overige kenmerken van het project Cumulatie met andere projecten Er zijn geen andere projecten in de omgeving van het plangebied bekend. Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde.

Gebruik van hulpbronnen Tijdens de realisatie van de beoogde bouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied.

Productie van afvalstoffen Tijdens de bouwfase zal er het benodigde bouwafval vrijkomen. Dit bouwafval wordt op de gebruikelijke manier verwerkt conform de geldende wetgeving (Wet milieubeheer en Bouwbesluit).

Verontreiniging en hinder Bouwfase In de bouwfase van het project kan luchthinder-, stof-, geur-, geluid-, trillings-, licht- en bodemhinder ontstaan. Wat betreft deze mogelijke milieuhinder wordt voldaan aan de wettelijke normen dan wel worden maatregelen getroffen om gevolgen/effecten te voorkomen/beperken.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

Gebruiksfase Ook in de gebruiksfase van het project kan lucht-, stof- ,geur-, geluid- licht- en bodemhinder ontstaan. Luchthinder In paragraaf 4.8 wordt het aspect luchtkwaliteit nader beschouwd en wordt nader op het onderdeel stikstof ingegaan. Geluidhinder Ten aanzien van geluidhinder is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting De resultaten hiervan zijn beschreven in paragraaf 4.7 van deze aanmeldnotitie. Lichthinder De woonbebouwing wordt zo uitgevoerd dat lichthinder vanuit de openbare ruimte en gebouwen wordt voorkomen. Bodemhinder Het bevoegd gezag moet bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaren over relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2 Awb). Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, waaronder de bodem. Ook moet inzicht bestaan over de uitvoerbaarheid van het plan (artikel 3.1.6 Bro). Bodemverontreiniging kan hierop van invloed zijn. Daarom wordt de bodemkwaliteit in relatie tot het bestemmingsplan beoordeeld. In 2019 en 2021 is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd door Tauw (zie bijlage bij de plantoelichting). In 2019 is het onderzoek op het terrein gedaan en in 2021 is dit aangevuld met onderzoek onder het pand. De locatie blijkt maximaal licht verontreinigd te zijn met zware metalen en PAK in de bovengrond.

Het grondwater is licht verontreinigd met barium, naftaleen en Per. Op de locatie is geen asbest aangetroffen. In het plangebied zijn geen kabels of leidingen gelegen die een evidente belemmering vormen voor het planvoornemen. Met de ontwikkeling zelf worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect bodem uitgesloten worden. Windhinder De voorziene werkzaamheden betreffen geen (hoog)bouw of andere werken die de luchtstroming ter plekke wezenlijk beïnvloeden en leiden daarom niet tot een verandering in het windklimaat.

Risico van ongevallen Externe veiligheid De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens word het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. Het plangebied ligt in de nabijheid van de volgende risicobronnen:  Het Maas-Waalkanaal (465 meter)  Het spoor (550 meter) Van bovenstaande bronnen ligt geen PR 10-6 contour over het plangebied. Alleen zeer onwaarschijnlijke toxische scenario's kunnen in het plangebied optreden. Voor het groepsrisico geldt dat er kan worden verwezen naar de standaard verantwoording die is opgenomen op pagina 33 en 34 van de beleidsvisie externe veiligheid van Nijmegen van februari 2014. Op grond van bovenstaande analyse zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Verkeersveiligheid In het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg is verkeersveiligheid de randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in Nijmegen. Nieuw aan te leggen infrastructuur wordt aangelegd conform de richtlijnen van Duurzaam Veilige Weginrichting.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

3. Plaats van het Project 3.1 Inleiding, locatie en grondgebruik In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden. Het plangebied is gelegen in de wijk Neerbosch-Oost, aan de Fanfarestraat 51-53. Het plangebied wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Toonladder en Fanfarestraat. Aan de zuidzijde bevindt zich de O.C. Huismanstraat.

Afbeelding 1: ligging plangebied (roodomlijnd weergegeven) in de directe omgeving

De herinrichting van de Fanfarestraat is gelegen in het geldende bestemmingsplan 'Nijmegen West’. Dit bestemmingsplan is door de raad op 6 maart 2013 vastgesteld. De gronden waarop de herinrichting is voorzien hebben in dit bestemmingsplan de

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

bestemming 'Maatschappelijk'. Met de herinrichting krijgt de locatie de bestemming 'Woongebied'.

3.2 het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze m.e.r.-beoordeling is een analyse uitgevoerd naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt onderstaand beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie

wetlands

Conventie van Ramsar

Niet van toepassing

kustgebieden

Niet van toepassing

berg- en bosgebieden

Niet van toepassing

reservaten en natuurparken

Nationale Landschappen zijn

Niet van toepassing

benoemd in de Nota Ruimte. De Nationale Parken zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebieden die in de wetgeving

(o.a.) Wet

In en om Nijmegen gaat het

van lidstaten zijn aangeduid

natuurbescherming

om de Natura 2000 gebieden

of door die wetgeving

'Uiterwaarden Waal' en de

worden beschermd; speciale

'Gelderse Poort'.

beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn gebieden waar de

Europese milieurichtlijnen

milieukwaliteitsnormen al

(o.a. kaderrichtlijn

niet worden nagekomen

Luchtkwaliteit en

Niet van toepassing

kaderrichtlijn Water) gebieden met een hoge

Nijmegen heeft een hoge

bevolkingsdichtheid

bevolkingsdichtheid van 3.456 mensen per vierkante kilometer in 2023 (op basis van cijfers van het CBS)

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

landschappen van

Unesco

historisch, cultureel of

Verdrag van

archeologisch belang

Niet van toepassing

Valletta 

Erfgoedwet

Natura 2000-gebied De projectlocatie is nabij een Natura 2000-gebied gelegen. Natura 2000-gebieden maken onderdeel uit van het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke dier- en plantensoorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. De ontwikkeling kan mogelijk een effect hebben op Natura 2000-gebieden. Om die reden wordt in het volgende hoofdstuk nader op het aspect ecologie en natuur (gebiedsbescherming) ingegaan. Bevolkingsdichtheid Nijmegen heeft een hoge bevolkingsdichtheid van 3.456 mensen per vierkante kilometer in 2023 (op basis van cijfers van het CBS). Dit aspect is meegewogen in de uitgevoerde milieuonderzoeken waar dit relevant is. Dit leidt op zichzelf niet tot een MER-plicht.

3.3 Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebieden die specifiek zijn genoemd in Bijlage III van de EU-Richtlijn, wordt eveneens getoetst of de projectlocatie gelegen is in gevoelige gebieden op grond van overige nationale of provinciale wet- en regelgeving. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie

Natuurnetwerk Nederland

Provinciale verordening

Niet van toepassing

Weidevogelgebied

Provinciale verordening

Niet van toepassing

Stiltegebied

Provinciale verordening

Niet van toepassing

Bodembeschermingsgebied

Provinciale verordening

Niet van toepassing

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

Niet van toepassing

Beschermingszone waterkering

Keur Waterschap

Niet van toepassing

Leefgebied beschermde

Wet Natuurbeheer

Niet bij voorbaat

soorten

uitgesloten

Beschermde soorten Op de projectlocatie kunnen zich mogelijk beschermde dier- of plantensoorten bevinden. Om die reden wordt in het volgende hoofdstuk nader op het aspect ecologie (beschermde soorten) ingegaan.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

4. Kenmerken van het potentiële effect 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit, waarbij het gaat om de relatie tussen het voorgaande hoofdstuk (kenmerken van het project en plaats van het project). De kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader toegelicht worden. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebaseerd op onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van de herontwikkeling. Dit is aangevuld met algemeen beschikbare informatie en expert-judgement.

4.2 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met het Verdrag van Malta en de Erfgoedwet , op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief.

Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het plangebied Fanfarestraat 51-53 lag voor deze bestemmingsplanwijziging in een gebied met de waarde archeologie 1. Een waarde 1 is toegekend aan gebieden waar we in Nijmegen een onbekende, lage of middelhoge verwachting aan toekennen.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

Uitgevoerd onderzoek In het voorjaar van 2020 is in het gebied een bureauonderzoek met aansluitend toetsend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat er mogelijk behoudenswaardige archeologische resten in het gebied aanwezig konden zijn. Om deze verwachting te toetsen werd een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. Dit is vervolgens later dit jaar uitgevoerd. Uit het gravende onderzoek komt naar voren dat er wel sprake is van archeologische resten in het plangebied, maar dat deze conform de waarderingstabel van de KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) niet behoudenswaardig zijn. De relevante rapporten zijn: M. van Kooten en P. van de Geer, Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek aan de Fanfarestraat 51-53 te Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 301, Nijmegen 2020 M. van Kooten (met bijdrage van H. van Enckevoort), Archeologische proefsleuven aan de Fanfarestraat, gemeente Nijmegen – Briefrapport 326, Nijmegen 2021 Conclusie De waarde 1 kan afgewaardeerd worden naar waarde 0: er is geen sprake (meer) van behoudenswaardige archeologische resten. Er is dus ook geen reden om voor een planologische bescherming regels op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. Het gevolg van de nieuwe waarde 0 is dat er geen archeologisch onderzoek als verplichting aan toekomstige omgevingsvergunningen gekoppeld zal worden.

De wettelijke meldingsplicht van zogenaamde toevalsvondsten blijft echter wel gelden. Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Cultuurhistorie Het plangebied Nijmegen West – 12 (Fanfarestraat) valt binnen gebiedstype 1 van de cultuurhistorische beleidskaart. Het gaat hierbij om gebieden waarin cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig zijn. Bij ruimtelijke plannen wordt daarom alleen gestreefd naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren. Voor dit gebiedstype wordt in het bestemmingsplan een regeling met betekking tot bescherming van cultuurhistorische waarden opgenomen, indien sprak eis van cultuurhistorisch waardevolle structuren. In het plangebied bevinden zich geen beschermde monumenten of panden die op de Aandachtlijst Cultureel Erfgoed staan. Het gebied kent evenmin bijzondere, vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle historische structuren. Wel is het van belang om aan te sluiten bij de bestaande kenmerkende orthogonale stedenbouwkundige structuur van de wijk Neerbosch Oost waarbinnen het plangebied is gelegen op de hoek van de O.C. Huismanstraat en Fanfarestraat.

Hierin is voorzien door de bouwvlakken zodanig langs de beide straten en openbare ruimten te situeren dat de nieuw

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

te bouwen woningblokken zich prima voegen binnen de orthogonale opzet zowel qua positionering als qua oriëntatie met de voorzijden op de beide straten en de waterpartij ten zuidwesten van het plangebied.

4.3 Ecologie en Natuur Beschermde gebieden (Natura 2000) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ bedraagt circa 3 km. Volgens het Stikstofonderzoek (zie bijlage bij de plantoelichting) zijn significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied op voorhand uit te sluiten. Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden.

Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Op 30 juni 2023 heeft Bureau Waardenburg een quickscan beschermde soorten uitgevoerd t.b.v. Fanfarestraat te Nijmegen (notitie met kenmerk 23-253/23-0474/J. Daamen), zie bijlage Quickscan Flora en Fauna. Uit de quickscan blijkt dat er mogelijk algemene broedvogels aanwezig zijn. Het is niet uitgesloten dat het gebied een functie heeft voor vleermuizen. Indien voor de ingreep

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

bomen worden gekapt, dient nader onderzoek plaats te vinden naar de functie van de bomen voor vleermuizen. Het plangebied vormt leefgebied voor enkele algemeen voorkomende beschermde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren. Grond- en graafwerkzaamheden kunnen deze soorten treffen. Het gaat om soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffing is daarom niet nodig. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Houtopstanden De te kappen bomen bevinden zich binnen de bebouwde kom. De regels ten aanzien van houtopstanden zoals vermeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming zijn niet van toepassing. Hoofdbomenstructuur De hoofdboomstructuur vormt samen met het groen in de wijken, de totale groenstructuur van de stad Nijmegen. Langs de Fanfarestraat loopt een hoofdbomenstructuur (cultuurhistorische veldweg). Deze structuur wordt met het plan niet aangetast.

4.4 Verkeer Het Nijmeegse mobiliteitsbeleid is vastgesteld in het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg. In het ambitiedocument Nijmegen Goed op Weg is verkeersveiligheid de randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in Nijmegen. Nieuw aan te leggen infrastructuur wordt aangelegd conform de richtlijnen van Duurzaam Veilige Weginrichting Langzaam verkeer Het plangebied wordt voor de voetganger en fietser via het parkeerterrein en de om het plangebied liggende paden ontsloten naar de aangrenzende wegen. Openbaar vervoer Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aangewezen op de haltevoorzieningen van de O.C. Huismanstraat. Deze bevinden zich op circa 140 meter en 240 meter loopafstand. Gemotoriseerd verkeer Het gemotoriseerd verkeer wordt via het centraal in het plangebied gelegen parkeerterrein aan de Fanfarestraat ontsloten. De Fanfarestraat functioneert als erftoegangsweg binnen een 30 km/u zone.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde 'Nota Parkeernormen Gemeente Nijmegen Herziening (2016). De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk’. Het plangebied 'Fanfarestraat 51 - 53' valt in gebied "schil / overloopgebied".

4.5 Klimaat en duurzaamheid Klimaat Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden – gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland – in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven.

In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Het beperkt willen houden van gezondheidsrisico is een ambitie die ook van toepassing is op de risico's van “nieuwe stoffen” in afvalwater, zoals bijvoorbeeld medicijnresten. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen zet de gemeente Nijmegen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte en om de biodiversiteit te vergroten. Er wordt momenteel een Toolbox ontwikkeld waarin een X-aantal punten gescoord moet worden. In het bestemmingsplan Waalfront – 5 is dit vastgelegd in de regels van het

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting. Voor de binnenstad en buitenwijken is de Toolbox nog niet vastgesteld. Klimaatadaptieve maatregelen Naast natuurinclusief bouwen kunnen nog meer maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan:  Een zoveel mogelijk groen ingerichte omgeving met niet meer dan noodzakelijke verharding van wegen, fiets-/voetpaden en terrassen. Met het vele groen ontstaat een natuurlijke piekberging voor neerslag en het zorgt voor minder hittestress en droogte.  Inpassen van bestaande bomen vanwege de hoeveelheid schaduw die ze direct geven in vergelijking met nieuwe bomen. En ook vanwege de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is.  Het verwerken van hemelwater op de plek waar het valt omdat dan verderop in het afvoertraject geen overlast kan veroorzaken. Groen en water dragen bij aan het ter plekke vasthouden en verwerken van regenwater zowel in de openbare ruimte als op particulier grondgebied. Zie de paragraaf Water en Groen voor nadere uitwerking.  Vermijd grote gesloten verharde parkeervlakken of voorzie ze van voorzieningen zoals pergola's om lokale oververhitting te beperken. Half open parkeerterreinen / waterdoorlatende tegels zijn ook goede opties.

 Gevelgroen en groendaken dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress.  Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen.  Windhinderonderzoek bij gestapelde bouw. Water Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten'. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels. Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan bereikt worden door:  een aan grondwater gerelateerde keuze van de locatie, bijvoorbeeld geen stedelijke uitbreidingen in gebieden met (kans op) hoge grondwaterstanden;  maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw, bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur;  een waterbestendig bouwkundig ontwerp van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen. Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn.

Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Hittestress De locatie ligt in een aandachtsgebied voor hittestress en is gevoelig voor hitteoverlast. De ambitie is om de hittestress op deze locatie te verlagen. De toepassing van veel groen en natuurlijke materialen heeft hierop een positief effect. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een beeld gemaakt rondom het waterrijke milieu van de groene geledingszone: de Watertuin. Hier kan de klimaatadaptieve inrichting van het gebied worden beleefd. Aan de noordoostzijde worden de gebouwen ontworpen rondom een pockettuin met een rijke groene inrichting (de Gaard). Parkeren wordt ingepast in een parkeertuin als onderdeel van de totale leefomgeving. Langs de Fanfarestraat worden haakse parkeerplaatsen gerealiseerd, die worden ingepast tussen heestervakken en de bestaande bomen.

Duurzaamheid Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik van Nijmegen en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 januari 2021 wordt bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. Wij adviseren het gebouw nu al op deze ambitie te opwerpen en vervolgens te toetsen in hoeverre dit in de geraamde bouwsommen past. Dit geeft de mogelijkheid om indien het budget te krap is voor volledig energieneutrale woningen, die elementen achterwege te laten (zoals zonnepanelen) die bij een verdere verduurzamingsslag alsnog toegevoegd kunnen worden, terwijl er wel een optimale gebouwschil en daarop afgestemde installatie ontworpen worden. De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen.

Naast de standaard zonnepanelen komen er ook steeds meer andere opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen. De initiafnemer onderzoekt de mogelijkheid om naast het groene dak nog zonnepanelen te plaatsen op het dak. In 2050 moet Nederland zonder gas verwarmd worden. Dit geldt niet alleen voor woningen, maar ook voor bedrijfsgebouwen en kantoren. Alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn aansluiten op het warmtenet (indien mogelijk) of verwarmen met een warmtepomp. In dit gebied zijn plannen voor het aanleggen van een warmtenet. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem. Een bijkomend voordeel hiervan is dat het gebouw hiermee in de zomer kan worden gekoeld. Voor het bepalen van de voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieuhygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden. Het gebied is onder voorwaarden geschikt voor een Warmte-Koude opslagsysteem (WKO). Voor het bepalen van deze voorwaarden zal afstemming gezocht moeten worden met eventuele nabijgelegen andere gebruikers van bodemwarmte en zal de milieu hygiënische situatie van de bodem in ogenschouw genomen moeten worden. Een bijkomend voordeel van een WKO is dat de woning hiermee in de zomer kan worden gekoeld.

Aansluiten op het warmtenet is in dit gebied niet mogelijk. Het precieze energieverbruik en manier van energievoorziening zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken voor het gebied. Circulariteit Het gebruik van grondstoffen zorgt voor uitputting van de aarde en de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang om het gebruik van grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door hergebruikte materialen te gebruiken en zodanig te ontwerpen dat hergebruik van materialen mogelijk is. Ook het bestaande kan circulair worden gesloopt,

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

zodat zoveel mogelijk materialen hoogwaardig kunnen worden hergebruikt. Naast circulaire materialen zijn biobased materialen, zoals hout, stro en vlas, een goed alternatief. Voordelen ten opzichte van steen en beton zijn comfort en gezondheid (vanwege positieve effecten geluiddemping, luchtvochtigheid en binnenluchtkwaliteit), een betere binnenluchtkwaliteit, opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid. Wij adviseren materiaalgebruik zoveel mogelijk te beperken en de mogelijkheden te onderzoeken voor circulaire bouw. Hierbij kan men kiezen voor biobased materialen, rekening houden met toekomstig hergebruik (losmaakbaarheid meenemen in ontwerp) en zo min mogelijk gebruik van primaire grondstoffen. Om inzichtelijk te maken welke grondstoffen er in het gebouw zitten, kan gebruik worden gemaakt van een materialenpaspoort. Hierdoor is het gebouw eenvoudiger te demonteren en kunnen meer materialen worden hergebruikt. Het bestemmingsplan biedt de ruimte voor circulair slopen en bouwen. Als ondergrens geldt het Bouwbesluit met een minimum MPG.

4.6 Geluid Het plan voorziet in de bouw van woningen. Dit is een geluidsgevoelige bestemming. Het plangebied ligt binnen de geluidzones van de O.C. Huismanstraat, Neerbosscheweg en spoorlijn Nijmegen - den Bosch. De Wet geluidhinder laat geluidsbelastingen tot en met 48 dB wegverkeerslawaai zondermeer toe. Hogere geluidsbelastingen zijn wel toegestaan als hiervoor een apart besluit wordt genomen. In het bijbehorende akoestisch onderzoek (zie bijlage bij toelichting) staat ook welke maatregelen de geluidsbelasting kunnen verlagen. In het hogere waarden besluit staat welke maatregelen worden getroffen en welke afwegingen zijn gemaakt om de hogere geluidsbelastingen toe te staan. Woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen moeten voldoende geluidsisolerend worden gebouwd. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat:  De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden;  De voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai niet wordt overschreden;  Er sprake is van cumulatie van verkeerslawaai;  Er geen significante cumulatie is met andere bronnen. De hoogst bepaalde waarde voor Wegverkeerslawaai na aftrek conform artikel 110 Wgh bedraagt 54 dB. Deze locatie komt in aanmerking voor een hogere Waardebesluit omdat bestaande bebouwing door deze woningen vervangen wordt. Dit resulteert er tevens toe dat een open plaats tussen bestaande bebouwing wordt opgevuld.

Er blijken geen doeltreffende maatregelen mogelijk te zijn.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

Dertig kilometer wegen hoeven niet te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. Vanwege de aanzienlijke verkeersintensiteit en de korte afstand tot de nieuwe woningen hebben we de geluidbelasting wel berekend. De hoogste geluidbelasting doet zich voor bij de kopgevel van een van de bouwblokken. Bij de bouwaanvraag zal moeten worden aangetoond dat de nieuwbouw voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Hierbij zal de totale geluidbelasting van alle wegen, dus ook de Fanfarestraat, worden betrokken.

4.8 Luchtkwaliteit Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit; b. het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen.

Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat:  de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of;  de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of;  bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of;  de ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of;  er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen.

Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. In het onderhavige plan bestaat het voornemen om ongeveer 37 woningen te realiseren. De netto verkeersaantrekkende werking van deze wijziging veroorzaakt geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer. Daarmee valt de wijziging binnen de grenzen van het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen en hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze AMvB wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken.

Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Daarnaast heeft de gemeente Nijmegen zich gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit is een soort vervolg op het eerdere NSL waarin het Rijk, de provincies en gemeenten inzetten op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit. In het Schone Lucht Akkoord worden maatregelen voorgesteld voor de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens. In het Schone Lucht Akkoord wordt de bijdrage van de luchtvaart aan emissies in Nederland en de bijbehorende gezondheidseffecten in beeld gebracht. Aanpak en maatregelen worden uitgewerkt in de Luchtvaartnota en de daaropvolgende luchthavenbesluiten. De volgende doelen en ambities zijn afgesproken in het SLA: 1. Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. 2.

Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig vanbinnenlandse bronnen. 3. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

4. Partijen erkennen dat éénieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord en voor het bereiken van het doel. De woningen zijn geen gevoelige bestemming. Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties stikstofdioxide en fijn stof (max. 25 ìg/m3 stikstofdioxide) niet hoger dan de grenswaarden (tot 25 ìg/m3 stikstofdioxide). Er zijn vanuit luchtkwaliteit geen bezwaren voor realisatie van het plan. Stikstof Ter hoogte van de planlocatie zijn de concentraties stikstofdioxide en fijnstof niet hoger dan de grenswaarde (25 ìg/m³ stikstofdioxide). De netto verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling veroorzaakt geen verslechtering van de luchtkwaliteit van 3% of meer en valt hiermee binnen de drempelwaarden van de NIBM-regeling. Luchtkwaliteit is geen belemmering voor het plan. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000gebied.

Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden worden blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten. Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename van deze ontwikkeling zowel voor de aanleg- als gebruiksfase niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

5. Conclusie Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of een gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het project leiden niet tot zulke belangrijke nadelige milieugevolgen dat het doorlopen van een m.e.r.-procedure een meerwaarde vervult. Met deze aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / = Huisstijl A4 (staand)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=94c239b6-a125-46f1-b170-7a62f54fb021