Bijlage 2.2.3. Concept Werkproces directe aanvraag shv door bewindvoerder
Tekst van het document
Werkproces directe aanvraag schuldhulpverlening door bewindvoerder Aanvraag schuldhulpverlening •
•
Bij problematische schulden vindt de aanmelding bij Bureau Schuldhulpverlening (BSHV) plaats zodra de financiële situatie van de klant is gestabiliseerd, uiterlijk 12 maanden na aanvang van het bewind. Indien meer tijd nodig is dan vindt overleg plaats met BSHV. De beschermingsbewindvoerder levert bij de aanvraag schuldhulpverlening een compleet dossier aan met benodigde bewijsstukken (bijlage 2.2). Per post of digitaal?
Intakefase • • • • •
Intakegesprek binnen vier weken Bij het gesprek is zowel de klant als de beschermingsbewindvoerder aanwezig Beschikking toelating tot… binnen 8 weken Plan van aanpak: hierin worden de mogelijkheden / verwachtingen over de afbouw uit bewind in 3e jaar van schuldregeling / wsnp benoemd? Afronding intakefase binnen 3 maanden, in principe wordt geen stabilisatietraject ingezet.
Schuldregelingsfase • • • • •
Betalingsregelingen worden stopgezet Start aflossing bij ondertekening schuldregelingsovereenkomst m.u.v. bij beslaglegging Berekening aflossingscapaciteit op basis normaflossing of vtlb. Recofa / NVVK-methode Duur 120-dagen, inzage klant via web-portal bij langere duur informeert shv klant / bewindvoerder of kan klant / bewindvoerder hierover nadere informatie opvragen? Bij niet akkoord schuldeisers neemt shv contact op met klant / bewindvoerder over verdere mogelijkheden dwangakkoord / wsnp.
Wsnp • •
Voor de wsnp/dwangakkoord kunnen aanvullende of recente stukken nodig zijn Toelichting van klant aanwezig zijn over het ontstaan van de schulden
Hercontrole • • •
Jaarlijks tijdig aanleveren van stukken die nodig zijn voor het uitvoeren van de hercontrole Geen uitstel bij aangifte belasting aanvragen Maandelijkse betaling aflossing op 28e van de maand binnen zijn. Bij afwijken hiervan overleg BSHV nodig.
Uitstroom uit bewind •
Aan het eind van het tweede/begin van het derde jaar, afhankelijk van wat de rechter heeft bepaald, van een minnelijke of wettelijke schuldregeling wordt de cliënt met beschermingsbewind door de bewindvoerder gescreend aan de hand van de indicatorenlijst. De bewindvoerder gaat na of de cliënt in staat is om na afloop van het minnelijke of wettelijke schuldregeltraject:
-
•
•
weer zelf de financiën te regelen al dan niet met budgetcoaching gedurende de laatste periode van de schuldregeling; - uit te kunnen stromen naar budgetbeheer gecombineerd met budgetcoaching gedurende de laatste periode van de schuldregeling en eventueel tot max. twee jaar na beëindiging van de minnelijke schuldregeling om het daarna weer zelf te doen; - of niet, en in beschermingsbewind moet blijven. Vervolgens levert de bewindvoerder een beknopt verslag aan over de uitstroom mogelijkheden van de klant: hoe de afbouw zal plaatsvinden, welke inzet (vrijwillige)hulpverlening, samenwerking en aanvullende gemeentelijke voorzieningen nodig zijn. Zo nodig kan een gesprek hierover plaatsvinden of Mesis worden ingezet. In verband met de termijn ‘eind van het tweede/begin van het derde jaar’ houdt BSHV vinger aan de pols en neemt zo nodig contact met de bewindvoerder op indien een verslag over de uitstroom uitblijft.
Nazorg Contactmoment door Bshv binnen 1 jaar na de afronding van het schuldhulpverleningstraject gericht op het voorkomen van recidive. Zie memo Nazorg, bijlage 2.4. Op schuldhulpverlening zijn van toepassing: WGS, beleidsregels Schuldhulpverlening, AWB, WFT, AVG en de gedragscode NVVK.