Bijlage 1b Zienswijze matrix VSA
Tekst van het document
Verantwoording zienswijze matrix Visie en Samenwerkingsagenda Rijk van Nijmegen
Verantwoording zienswijze matrix Inleiding Alle 7 gemeente hebben gereageerd op de oproep van de stuurgroep Visie en Samenwerkingsagenda (VSA) om de concept nota “Samen sterk als Rijk van Nijmegen!, Visie op de regio én op samenwerken” te bespreken in het college en een (informele) zienswijze daarop te geven. Deze zijn tijdig volgens de oproep (24 januari) ontvangen. De colleges zijn verder vormvrij geweest in het geven van een zienswijze. Dit heeft geresulteerd in zienswijzen die heel uitgebreid zijn tot vrij summiere zienswijzen. Het college van Nijmegen heeft gekozen om de zienswijze schriftelijk per brief aan de stuurgroep te zenden. Grofweg zijn er twee lijnen te ontdekken in de ontvangen zienswijzen, te weten: 1. Inhoudelijke opmerkingen over de conceptnotitie zelf; 2. Het vervolg traject. In de onderstaande verantwoordingsmatrix zullen we deze indeling ook aanhouden. Algemene conclusie zienswijzen De algemene conclusie is dat alle colleges akkoord zijn met de Visie en Samenwerkingsagenda en het belangrijk vinden om door te pakken op de 3 opgaven. Er zijn geen opmerkingen gemaakt die de opzet van de VSA aantasten. Wel hebben de vier gemeenten opmerkingen gegeven over de inhoud die grotendeels in de VSA zijn overgenomen. Over het algemeen is men positief over het opnemen van het keuzemodel van de oplopende treden van intensiteit op de samenwerking.
Wel geven de meeste gemeenten mee dat de wijze waarop uitvoering wordt gegeven en het proces nog nadere invulling behoeft. Over de meest voorkomende zienswijze over het doorpakken, de wijze van uitvoering en intensiteit van samenwerking stellen wij voor om dit in de vervolgopdracht in de verdere uitwerking van de opgaven en de uiteindelijk vorm en wijze van uitvoering mee te nemen. Hierin is het de bedoeling dat we werken met heldere afspraken over wie wat waarin gaat doen ambtelijk en bestuurlijk en dat we dit vastleggen in het werkprogramma 2025-2026.
Pagina 1 van 9
Verantwoording zienswijze matrix Zienswijze
Reactie
Visie en Samenwerkingsagenda inhoudelijk W
B&D
W W B&D
W B&D W
B&D
W
Algemeen Er wordt gesproken over mandaat voor regionale overleggen bij de uitwerking van de drie opgaven. Dit graag genuanceerder opschrijven omdat bestuurlijk en politiek gevoelig kan liggen. In hoofdstuk 5 wordt aan mandaat in paragraaf 5.4 (pas) nader en beter duiding aan gegeven in relatie tot de intensiteiten ladder. Wellicht goed om in hoofdstuk 1 ook al kort in te gaan op de mate van intensiteit van samenwerking en de ruimte daarbij voor ieders belangen (“couleur locale”). Voorwoord Tweede alinea: graag zouden wij de opsomming beginnen met sociale betrokkenheid i.p.v. innovatieve technologie. Hoofdstuk 1 “Visie op de regio” Blz. 4: onder ruimte bovenaan verstandig om daar bij ruimtedruk ook energiesystemen en energie opwek te noemen en ook onderaan waar ruimtelijk domein als eerste genoemd is. Blz 4: §1.2 tweede alinea. “als het…Nijmegen gemeente”, anders omschrijven of verwijderen. Blz 4: In de probleemdefinitie van het ruimtelijk domein missen we voedselproductie. Tevens missen we hier de aspecten natuur en energie Hoofdstuk 2 “ Opgave: slim omgaan met de verstedelijkingsdruk” Blz. 6: “……lokaal openbaar vervoer al onder druk staat……” nog toevoegen “of ontbreekt in diversen kernen”. Blz. 6: Bij de urgentie staat in de kop: ‘druk op de ruimte en op de natuur’. In plaats van de term natuur opnemen de term ‘kwaliteit van de leefomgeving’. Blz.
7, 2e alinea: “…kwetsbare relatie tussen landbouw en natuur in relatie tot het verlies van biodiversiteit….” is te hard en stellig naar de agrariërs die meedenken over en meedoen in natuurbehoud. Woningbouw, bedrijventerreinen, duurzame opwek dragen namelijk ook niet bij aan natuurbehoud en biodiversiteit. Blz. 7, 2e alinea: “Zoals de Groene Mantel rond Nijmegen waarbij 10% van het omringende agrarisch gebied in vijf gemeenten ingezet wordt voor het groenblauwe raamwerk.’. Dit moet zijn: ‘Zoals de Groene Mantel rond Nijmegen waarbij 10% van het omringende agrarisch gebied in vijf gemeenten ingezet wordt voor groenblauwe dooradering’. Blz. 7, 4e alinea: 7.Er wordt de suggestie gewekt dat er ook op RvN niveau een bestuurlijk gremium is voor energie maar dat is er niet.
Pagina 2 van 9
Toevoeging in hoofdstuk 1: verwerkt in aantal toegevoegde zinnen aan het slot van het hoofdstuk.
Overgenomen
Ingepast Zin verwijderd en betere zin toegevoegd Voedselproductie en natuur toegevoegd.
Overgenomen Overgenomen Toegevoegde zin iets bijgesteld “En over de kwetsbare relatie tussen landbouw, woningbouw, bedrijventerreinen en energie opwek enerzijds en natuur in relatie tot het verlies van biodiversiteit anderszijds.” Aangepast
Aangepast
Verantwoording zienswijze matrix B&D
Blz. 9: Speerpunt 1 is te smal omschreven. Het suggereert dat we het woningtekort kunnen oplossen door alleen te bouwen bij OV-knooppunten en langs het Maas-Waalkanaal. Dit is vooral relevant voor Nijmegen. En gaat om een specifiek segment woningen (1 en 2 persoons huishoudens). Weliswaar heeft Nijmegen kwantitatief de grootste opgave, maar dat wil niet zeggen dat de andere gemeenten kwantitatief en kwalitatief geen opgave hebben. Wat Berg en Dal betreft focussen we bij dit speerpunt vooral op het realiseren van een aantrekkelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in het RvN, waarbij alle gemeenten een rol spelen om die te realiseren.
B&D
Bij speerpunt 2 condities zouden we ook graag een aantrekkelijk economisch profiel willen benoemen. Dan is er meteen sprake van een mooie verbinding naar de opgave ‘Werken aan profilering en arbeidsmarkt’.
Niet overgenomen: De uit de visie en samenwerkingsagenda formulering is zo in het gebiedsteam vastgesteld als kapstok in juni 2024 en 19 november in de bestuurlijke werksessie ten finale besproken en vastgelegd. Het speerpunt aanpassen is niet gepast in het gelopen proces. Niet overgenomen: Profilering en arbeidsmarkt is in de bestuurlijke overlegtafels en bestuurlijke werksessie in dit kader niet aan de orde gekomen. Ook geeft profilering en arbeidsmartk geen directe druk op het ruimtegebruik. Daar er in de regio nog maar beperkt uitbreidingsmogelijkheden voor werklocaties zijn.
Hoofdstuk 3: “Opgave: werken aan profilering en arbeidsmarkt” B&D
Algemene opmerking Hoofdstuk 3: Naast de speerpunten Health en Hightech is juist voor de regiogemeenten het MKB van belang en de beroepen waarbij MBO-niveau het maximaal haalbare is. Dit geldt ook voor de doelgroep Werk en Inkomen, maar denk ook aan arbeidsmigranten etc. Dit zien we graag opgenomen in de agenda.
In § 3.2 nemen we het MKB als belangrijke aandachtsgroep van werkgevers op. Kernpunt van de economische profilering is de doorwerking van het Health & High-tech profiel door de gehele economische keten van MKBbedrijven. In de discussie in de bestuurlijke werksessies waarop we zouden moeten profileren tonen cijfers aan dat met name de beroepen in deze twee sectoren en de beroepsgroep op MBO niveau de grootste achterstand heeft in het Rijk van Nijmegen. Dit laat niet weg dat de overige sectoren en beroepsgroepen geen aandacht behoeven
Pagina 3 van 9
Verantwoording zienswijze matrix
B&D
Blz. 11/12 § 3.3 In de opsomming ontbreekt bij de economische ketenpartners nog de GMR.
B&D
Ook moeten we kritisch blijven kijken naar of iets in de basis wel een taak is van de overheid of dat deze taak juist meer van het onderwijs en de ondernemers zelf zou moeten zijn.
In dat kader vragen wij aandacht naar hetgeen is beschreven in paragraaf 3.4 Agenda onder het kopje ‘Tripartite overleg Rijk van Nijmegen’. Wij vinden de tekstuele passage dat bedrijven en onderwijsorganisaties elkaar niet gemakkelijk vinden te negatief. Wij merken op dat Lifeport@ en TEB juist hiervoor zijn opgericht. Wij zien daarom liever dat we deze organisaties versterken dan dat wij als gemeenten weer een nieuwe taak als ‘marktmeester’ op onze schouders nemen.
In de alinea ‘Vasthouden van onze talenten’ wordt opgemerkt dat het gaat om het beter benutten van arbeidspotentieel op alle niveaus. Ook is daarbij opgemerkt dat aandacht gegeven moeten worden aan arbeidsmigranten. Daaraan voegen we in de tekst toe de doelgroep die moeilijk aan (nieuw) werk kan komen. Toegevoegd expliciet noemen van MKB en groepen die moeilijk aan het werk kunnen komen. Groene Metropool Regio is toegevoegd en specifiek de opgave Productieve Regio Gemeenten vormen een belangrijke, maar niet de enige schakel in de ontwikkeling van de regionale economie en arbeidsmarkt. In de uitwerking en uitvoering van de Samenwerkingsagenda zijn we kritisch op onze rol, ook in relatie tot de inzet van gemeentelijke middelen. De zin “We zien … verder ontwikkelen.” Is als volgt aangepast: met de onderstaande passage wordt beter de koppeling gelegd met Lifeport@ en The Economic Board. Zin in aangepaste vorm toegevoegd. Lifeport@ en The Economic Board hebben in de afgelopen paar jaar gezorgd voor een sterkere samenhang tussen ondernemers, onderwijs, onderzoek en overheden. Toch zien we dat in de praktijk niet alle bedrijven de onderwijsinstellingen voldoende weten te vinden. We dragen als gemeenten (financieel en met ambtelijke en bestuurlijke inzet) bij aan Lifeport@ en de The Economic Board. Hierin
Pagina 4 van 9
Verantwoording zienswijze matrix
B&D
B&D
D
W
Blz. 12 §3.4 Kan de naam van paragraaf 3.4 – in lijn met hetgeen in de tekst van deze paragraaf is opgenomen – worden gewijzigd in gezamenlijk economisch programma i.p.v. visie Hoofdstuk 4: Opgave: versterken van de sociale basis en leefbaarheid Blz. 14/15 § 4.1. In deze paragraaf worden landelijke armoedecijfers benoemd. Zijn ook cijfers voor het Rijk van Nijmegen bekend?
Hoofdstuk 5: Visie op samenwerken Het college kan zich dan ook vinden in de uitwerking van de genoemde opgaven en speerpunten. Het schept ook een kader waarbinnen effectiever in de regio samengewerkt kan worden. De goede bestuurlijke verhoudingen die er al waren zijn daarbij van groot belang. We missen echter dat deze goede bestuurlijke verhoudingen niet kunnen zonder onderling persoonlijk contacten. Deze persoonlijke contacten en een onderling goede relatie tussen de gemeenten is een voorwaarde voor een goede samenwerking. Dit mag wat Druten betreft in de tekst nog explicieter terugkomen.
Colofon Blz. 24: Graag bij Bestuurlijk opgaveteam Economie Martijn Derks als wethouder Wijchen toevoegen.
Pagina 5 van 9
participeren we met o.a. ondernemers en onderwijsinstellingen. Wij zullen onze rol binnen deze netwerkorganisaties verder ontwikkelen en verstevigen als verbindende factor. Overgenomen
Deze zijn cijfers zijn bijzonder moeilijk te vinden, maar is als volgt aangepast : De cijfers voor het Rijk van Nijmegen laten eenzelfde beeld zien. Uitgaande van zo'n 325.000 inwoners in het Rijk van Nijmegen leeft circa 3,1% onder de armoedegrens, hetgeen uitkomt op meer dan 10.000 inwoners. We zien dat het aantal bijstandsuitkeringen weer toeneemt.
In §5.2 is onder “Uitgangspunten voor samenwerken” de zin toegevoegd: Dat heeft ook alles te maken met de goede bestuurlijke verhoudingen in onze regio. De onderlinge persoonlijke contacten zijn gegroeid en we weten elkaar inmiddels goed te vinden. Deze informele contacten en goede relaties tussen gemeenten zijn een belangrijke voorwaarde voor een goede samenwerking.
Toegevoegd
Verantwoording zienswijze matrix Zienswijze
Reactie
Opmerkingen die gaan over het vervolg traject Zoals aangegeven in de inleiding zal met betrekking tot het doorpakken, de wijze van uitvoering en intensiteit van samenwerking een voorstel voor een vervolgopdracht worde opgesteld door de stuurgroep waarin de verdere uitwerking van de opgaven en de uiteindelijk vorm en wijze van uitvoering worden meegenomen. Hierin is het de bedoeling dat we werken met heldere afspraken over wie wat waarin gaat doen ambtelijk en bestuurlijk en dat we dit vastleggen in het werkprogramma 2025-2026. Hieronder nog een puntsgewijs antwoord op de zienswijzen B&D
•
•
•
Ben D
• • •
De opgaven en speerpunten moeten nog verder worden doorvertaald in een uitvoeringsplan. Daarom is nog niet bekend hoeveel ambtelijk (en bestuurlijke) inzet en kosten hiermee zijn gemoeid. De nu te geven reactie gaat dan ook alleen in op de inhoud van de opgaven en speerpunten en is onder voorbehoud van instemming op mensen en middelen. De Visie geeft op de terreinen waar al wordt samengewerkt wel richting aan de inhoudelijke prioriteiten binnen de bestaande samenwerking en gaat ervoor zorgen dat de bestaande samenwerking gestroomlijnder, zakelijker en effectiever gaat worden. Het oppakken van dit punt vinden we erg belangrijk om daadwerkelijk invulling te geven aan het adagium ‘niet meer regio, maar een effectievere regio met meer impact’ zoals verwoord in Hoofdstuk 5. Tegelijkertijd realiseren we ons dat een betere en effectievere samenwerking feitelijk neerkomt op een hogere regionale ambitie waarvan het realiseren meer samenwerkingsuren aan de voorkant zal vragen, voordat aan de achterkant kan worden ‘geoogst’. In het verlengde van de vorige opmerking merken we dat meer samenwerken vaak juist leidt tot meer complexiteit, in weerwil van de juist beoogde efficiëntie en effectiviteit. Zeker op een integraal thema als ruimte. Maar ook bij de opgave ‘Werken aan profilering van de Arbeidsmarkt’ ligt overcomplexiteit op de loer.
Wij verzoeken de stuurgroep om dit bij de uitwerking en uitvoering van de opgaven en speerpunten als aandachtspunt in het achterhoofd te houden.
Het effectiever maken van de bestaande samenwerking (PFO’s) maakt deel uit van de vervolgopdracht rondom de governance (H5 van de VenSA) Ook bij de uitvoering van deelopdrachten binnen de drie opgaven zal aan dit aspect de nodige aandacht worden gegeven. Daarnaast zal uiteraard ook meer duidelijkheid komen rondom benodigde inzet van mensen en middelen.
Opgave ‘Versterken van de sociale basis en leefbaarheid’ Het is voor de gemeente Berg en Dal belangrijk dat we flexibel kunnen instappen op deze opgave. Dit is in principe goed geborgd met opname van de ladder voor regionaal samenwerken. We vinden het waardevol dat we elkaar inzicht gaan verschaffen in ieders meerjarenplanningen voor beheer, onderhoud en exploitatie van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Vanuit dit inzicht kan het gesprek plaatsvinden over kansen die er zijn om gezamenlijk te komen tot realisatie van een voorziening, meer samen te programmeren van voorzieningen en de samenwerking en kennisdeling op het gebied van beheer en onderhoud op te zoeken.
Het verzoek rondom het meenemen van dorpshuizen (4de bullet reactie) zal worden neergelegd bij de opdrachtnemer van de vervolgopdracht. De gemeente kan dit daarnaast ook zelf inbrengen tijdens het proces. Dit geldt ook voor de reactie op de regionale visie op de sociale basis (6de bullet) en de gezamenlijke inkoop op welzijnsondersteuning (9de bullet).
Pagina 6 van 9
Verantwoording zienswijze matrix •
• •
•
•
•
B
•
D
•
Vanuit Berg en Dal zien we graag dat dorpshuizen wel worden meegenomen in het onderzoek. In Berg en Dal is gebleken dat de besturen hiervan kwetsbaar zijn en veelal niet kennis en kunde hebben op het gebied van onderhoud en exploitatie. Voor Berg en Dal is het voor middellange termijn waardevol om te kijken naar kansen voor samenwerking in de exploitatie, tarifering en gezamenlijke inkoop rondom sportvoorzieningen. Regionale visie op sociale basis: Het toewerken naar een gelijkwaardige sociale basis is gezien de lokale verschillen een lastig streven, wel kan gekeken worden gemeenten aan minimaal aanbod nodig hebben. Berg en Dal is daarom meer voorstander van een praktische wijze om dit aan te vliegen. Bijvoorbeeld door met elkaar uit te wisselen over de wijze waarop gemeenten werken aan het versterken van de sociale basis en wat hierin wel en niet werkt. Dit om zo van elkaar te leren en stappen te zetten in een effectieve aanpak hierin. Een gezamenlijke visie kan hieruit voortkomen. Verkenning gezamenlijke inkoop en contractering van welzijnsinstellingen: De knelpunten zoals geconstateerd voor wat betreft kwetsbaarheid van de Welzijnsorganisaties in Wijchen, Druten en Beuningen zijn niet herkenbaar voor de welzijnsorganisatie die actief is in Berg en Dal, te weten Forte. Daarom zullen we voorlopig niet instappen in gezamenlijke inkoop en contractering.
Op onderdelen zien we voor inwoners met een specifieke hulpvraag overigens wel kansen voor gezamenlijke inkoop. Onze gemeente (en daarmee Forte Welzijn) is eigenlijk te klein om een goed groeps- en individueel aanbod voor inwoners met een specifieke hulpvraag neer te zetten en hiervoor expertise op te bouwen. Het zou mooi zijn wanneer dit bijvoorbeeld samen met Nijmegen kan. Daarnaast zouden we graag zien dat er gezamenlijke inkoop op (welzijns)ondersteuning van Sterker en MEE komt. Nu doet iedere gemeente dat zelf, maar ook hier is winst te behalen. Daarmee maken we tevens een stap richting een meer gelijkwaardige (minimale) sociale basis Opgemerkt is dat de nota nog geen richting geeft van hoe we gaan optrekken om te komen tot een verdere samenwerking. De suggestie is om in het proces richting de gemeenteraden de opdracht te integreren. Dus de raden de visie laten omarmen en ze de opdracht laten verstrekken voor de verdere uitwerking/implementatie Het informeren van de raden is belangrijk zeker omdat zij nog niet betrokken zijn in dit proces. Zeker met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. Het college Druten beaamt dat er in 2025 zorgvuldig gekeken moet wordt naar welke vorm van samenwerking passend is bij deze visie en samenwerkingsagenda, zo lang als er maar geen rem komt op de energie die er inhoudelijk op de 3 opgaven is ontstaan.
Het college ziet dan ook graag dat er voortvarend wordt doorgepakt op de drie opgaven. Het college geeft mee dat daarbij goed gekeken moet worden naar hoe dat doorpakken zich verhoudt met de bestaande overlegstructuren.
Pagina 7 van 9
De rest van de opmerkingen wordt voor kennisgeving aangenomen.
Nog niet helder is wat precies de (formele) rol van raden is of zou kunnen zijn. In overleg met de Kring Griffiers wordt een gezamenlijke radenbijeenkomst voorbereid zo snel mogelijk na vaststelling van de VSA door de colleges. Zie antwoord hierboven. In de tussentijd wordt op basis van de positieve reacties van alle colleges op de VSA reeds met de voorbereidingen voor de uitvoering van de diverse opgaven en speerpunten gestart.
Verantwoording zienswijze matrix H
•
•
N
•
•
•
•
Het effectief uitvoeren van de samenwerking is een punt waar de gemeente Heumen veel aandacht op wil vestigen in het vervolgtraject. De doorontwikkeling van de Visie en Samenwerkingsagenda staat en valt met het procesmatig faciliteren van de juiste samenwerkingen op de juiste schaalniveaus – zowel ambtelijk als bestuurlijk. Op 19 november is de voorkeur uitgesproken om te verkennen of de gewenste samenwerking kan worden vormgegeven binnen een bestaande structuur. Het is hierbij van belang om de uitvoeringskracht goed te organiseren. Ambtelijk moet goed gekeken worden hoe collega's de onderlinge regionale afstemming goed kunnen incorporeren in hun dagdagelijkse taken, zodat de samenwerking versterkt in plaats van als extra taak wordt ervaren. Daarbij is het van belang om, zoals ook tijdens de bijeenkomst gesteld, regionaal te denken. De Visie en Samenwerkingsagenda die voorligt fungeert als toekomstplan om onze regionale samenwerking te versterken. Wel vraagt de agenda nog verdere procesmatige uitwerking. Het versterken van de samenwerking vraagt uitvoeringskracht, regionaal denken en handelen, het samenbrengen van doelen en het prioriteren van doelen. Dit vereist een zekere sturing. De conceptvisie laat bestaande vragen over de sturing en uitvoering nog erg open. Wij zien meerwaarde om alvast een voorschot te doen op de beantwoording van deze vragen in de definitieve visie.
Daarmee kan worden geborgd dat de verdere praktische invulling en uitvoering van de agenda meteen vervolg krijgt. Het college van Heumen geeft de bovenstaande punten graag mee en kijkt uit naar de verdere uitwerking en implementatie van de Visie en Samenwerkingsagenda Het college Nijmegen vindt het belangrijk dat we samenwerken op basis van evenredigheid, waarbij elke gemeente naar rato inzet levert, zoals verwoord onder de uitgangspunten voor samenwerken (paragraaf 5.2). Wij kunnen ons goed vinden in het principe om in verschillende intensiteiten en samenstellingen met elkaar samen te werken en zodoende flexibiliteit te behouden in de regionale samenwerking. Tegelijkertijd onderschrijven wij de noodzaak om daar waar de belangen op één lijn liggen, samen op te trekken. Wij zijn bereid om actief aan kennisdeling te doen (trede 1). Wat betreft de visievorming op de sociale basis: ons beeld is dat gemeenten hier verschillende tempo’s in bewandelen. Ook kan de sociale basis en de aanpak die deze behoeft, verschillen per gemeente. Zodoende stellen wij ons wat terughoudender op waar het gaat om gezamenlijke visievorming. Wij willen geen nieuwe overlegtafels. Bestaande overlegtafels dus zoveel mogelijk slim blijven benutten c.q. optimaliseren t.a.v. het verder brengen van de samenwerkingsagenda.
Pagina 8 van 9
Het effectiever maken van de bestaande samenwerking (PFO’s) maakt deel uit van de vervolgopdracht rondom de governance (H5 van de VSA). Ook bij de uitvoering van deelopdrachten binnen de drie opgaven zal aan dit aspect de nodige aandacht worden gegeven. Met betrekking tot de (sturing op) uitvoering zullen op korte termijn per opgave de voorbereidende werkzaamheden en gesprekken starten. Het ligt in de bedoeling om de colleges hierover bij de vaststelling van de VSA een voorstel aan te bieden.
Met het uitgangspunt van evenredigheid is door alle colleges ingestemd. De komende periode moet bekeken worden op welke wijze concreet invulling wordt gegeven aan het begrip ‘evenredig’ Aanpak sociale basis: Aan de hand van de in Hoofdstuk 5 benoemde samenwerkingsladder zal op korte termijn een eerste inventarisatie bij gemeenten plaatsvinden op welke niveau zij de samenwerking op de opgaven en speerpunten idealiter willen insteken. Nieuwe overlegtafels: de stuurgroep hanteert het uitgangspunt om zo veel mogelijk bestaande
Verantwoording zienswijze matrix •
• •
Wij onderschrijven het belang om in gezamenlijkheid op te trekken naar alle raden, na vaststelling van de t.z.t. definitieve versie door alle colleges (te houden informatiebijeenkomst in het voorjaar). Voor de beoogde effectieve wijze van uitvoering van de samenwerking lijkt ons de bestaande MGR (platformfunctie) het meest logische vehicle om nader te onderzoeken. Tot slot vinden wij het belangrijk om actief aan de slag te gaan met de samenwerkingsagenda
gremia in te zetten. Sowieso wordt ook gekeken naar het slim combineren van bestaande gremia. Gezamenlijk optrekken naar raden: In overleg met de Kring Griffiers wordt een gezamenlijke radenbijeenkomst voorbereid zo snel mogelijk na vaststelling van de VSA door de colleges. Inzet MGR (platformfunctie): Deze optie zal zeker worden meegenomen bij het onderzoek naar de gewenste toekomstige governance van de samenwerking. Dit onderzoek zal aanhaken op de resultaten van het nader verdiepen op de opgaven en de gewenste tredes van samenspel en een plek krijgen in het werkprogramma. Actief aan de slag met de samenwerkingsagenda: Op korte termijn zullen per opgave de voorbereidende werkzaamheden en gesprekken starten.
W
•
Het college Wijchen geeft mee om in de (verdere) uitwerking van de drie opgaven in het werkprogramma 2025-2026, aandacht te besteden op welke intensiteit we afspraken maken met elkaar en hoe we gezamenlijk vorm geven hieraan.
Pagina 9 van 9
De rest van de opmerkingen wordt voor kennisgeving aangenomen. Aan de hand van de in Hoofdstuk 5 benoemde samenwerkingsladder zal op korte termijn een eerste inventarisatie bij gemeenten plaatsvinden op welke niveau zij de samenwerking op de opgaven en speerpunten idealiter willen insteken.