CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 19 Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem

Besluitronde (raadsvergadering) 24 april 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 -2 (Voormalige locatie ROC Zwanenveld) en Beeldkwaliteitsplan Zwanenpark (24/2024)9.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

golfplaat

5.2

Bijzonderheden

Toetsingskader

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2009) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: - achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen; - tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat; - interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging.

Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

12106167 NIJ.TBV.NEN

Pagina 8 van 10

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden, alsmede de berekeningswijze die moet worden gevolgd om deze waarden naar grondsoort te differentiëren. De achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de grond zijn berekend met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 De analyseresultaten zijn getoetst aan de bepalingsgrens (= detectielimiet). 5.3

Resultaten grondmonsters en plaatmateriaal

Tabel V geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel V.

Overschrijdingen toetsingskaders grond

Grondmengmonster

Traject (cm -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

ASB-MMA1

A01 (0-50) + A02 (0-50)

(*A)

(*A)

- (*B)

MMB1

36 (0-50) + 34 (20-50)

-

-

-

MMB2

40 (8-50) + 36 (50-100) + 30 (0-50) + 32 (0-50) + 34(80-120)

lood PCB PAK

-

-

MMB3

06 (0-50) + 02 (0-50) + 09 (8-50) + 11 (8-50) + 13 (0-50) + 04 (0-50)

koper kwik lood

-

-

MMB4

20 (0-50) + 19 (0-50) + 17 (0-50) + 23 (0-50) + 22 (8-50) + 05 (0-50)

lood

-

-

MMB5

26 (0-50) + 10 (0-50) + 15 (0-50) + 16 (0-50) + 25 (0-50) + 33 (0-50)

kwik lood zink

-

-

MMB6

44 (8-30) + 41 (8-30) + 42 (0-50) + 46 (0-50) + 38 (6-30)

kobalt

-

-

(*A)

Voor asbest is alleen een interventiewaarde vastgesteld.

(*B)

Geen asbest boven de detectielimiet aangetoond

Uit de analyseresultaten van het laboratorium blijkt dat er in het onderzochte golfplaatmateriaal geen asbest is aangetroffen. Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analyserapport(en). Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten.

12106167 NIJ.TBV.NEN

Pagina 9 van 10

6.

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

Econsultancy heeft in opdracht van Ten Brinke Vastgoedontwikkelaars een actualiserend verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd aan de Zwanenveld 4101, 4301 en 4303 te Nijmegen in de gemeente Nijmegen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak grindig, zwak siltig, matig fijn zand en is plaatselijk zwak humeus. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: A: locatie met asbesthoudend materiaal op maaiveld Tijdens de visuele inspectie van het maaiveld is nabij het terreindeel waar tijdens voorgaand onderzoek (Econsultancy december 2005: 05102470 NIJ.M22.NEN) asbest op het maaiveld is aangetroffen, asbestverdacht materiaal op de aanwezige betonvloer aangetroffen. Het betreft vermoedelijk hetzelfde materiaal als het in 2005 aangetoonde asbesthoudende materiaal (vloerzeil). Verder zijn er op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de bovengrond zijn zintuiglijk in de fractie > 16 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 16 mm eveneens geen asbest aangetoond. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, voor grond verworpen.

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek in bodem of een nader onderzoek asbest in bodem. Econsultancy adviseert het asbesthoudende materiaal, gelegen op de betonvloer, te (laten) verwijderen en volgens de vigerende regelgeving af te voeren. Dit om ongecontroleerde verspreiding te voorkomen. A: onverdacht terreindeel Plaatselijk is de bovengrond zwak baksteen- en zwak houtskoolhoudend. In de bovengrond met daarin de zintuiglijke bijmenging zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond. Verspreid over de locatie is in de zintuiglijk schone bovengrond een lichte verontreiniging met PCB, PAK, en/of metalen aangetoond. De resultaten komen grotendeels overeen met eerder uitgevoerd bodemonderzoek. Tijdens de visuele inspectie van het maaiveld (conform protocol NEN 5707) zijn op het maaiveld ter plaatse van een zuidoostelijk gelegen deel van de gesloopte bebouwing asbestverdachte golfplaatmaterialen aangetroffen. Verder zijn er op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In overleg met de opdrachtgever is besloten om 1 stuk asbestverdacht golfplaatmateriaal in het laboratorium te analyseren op de aanwezigheid van asbest. Uit de analyseresultaten blijkt dat het golfplaatmateriaal niet asbesthoudend is.

De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Econsultancy Doetinchem, 16 november 2012

12106167 NIJ.TBV.NEN

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=fa63bf71-f6a5-400b-8bcb-c2e6c0886610