Bijlage 18 Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem_puin
Tekst van het document
VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM/PUIN ZWANENVELD TE NIJMEGEN
Rapportage verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem/puin Zwanenveld te Nijmegen Opdrachtgever
Zwanenveld Ontwikkeling B.V. Burgemeester van der Zandestraat 21 7051 CS Varsseveld
Rapportnummer Versienummer
18087.005 D2
Status
Definitief
Datum
16 mei 2023
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller1
De heer H.W. Looman, BSc
Kwaliteitscontrole
De heer M. Zandvliet, MSc
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. 1 AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 2
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 3
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 4 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 9 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Algemeen .......................................................................................................................... 4 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest .................................................................. 4 Grondonderzoek ............................................................................................................... 5 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal ............................ 6 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 8 5.5.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 8 5.5.2 Grondwaterbemonstering ................................................................................... 9
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 9 Toetsingskader ............................................................................................................... 12 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 14 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 16 Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................... 17
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 18
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 5. 6. 7.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschetsen (2a-I t/m 2a-III) - Foto’s onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering en Handelingskader PFAS - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Ambitiedocument gemeente Nijmegen - Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek (separaat verzonden)
18087.005
1
INLEIDING
Zwanenveld Ontwikkeling B.V. heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem/puin op de locatie Zwanenveld te Nijmegen. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. In onderhavige versie D2 van het onderzoek is, op verzoek van de opdrachtgever, de onderzoekslocatie uitgebreid op basis van een (na het verkennend onderzoek) aangeleverde nieuwe plantekening. Aanleiding voor het onderzoek zijn de bevindingen van het milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN 5725), Econsultancy, rapport 18087.001, d.d. 12 april 2022. Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem (en/of het puin). Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw.
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is reeds eerder verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek" (Econsultancy, rapport 18087.001, d.d. 12 april 2022). Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem/puin is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. Voor het veldwerk en bemonstering van asbest in puin is geen certificering van toepassing. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. Tevens is rekening gehouden met de “Handreiking PFAS bemonsteren” (VKB, VVMA en Expertisecentrum PFAS; versie 1.0; d.d. 25 juni 2020) voor het bemonsteren van PFAS-verbindingen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).
De resultaten met betrekking tot het puin zijn indicatief getoetst aan de helft van de hergebruikswaarde uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem en in oppervlaktewater zoals opgenomen in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 1 van 21
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 4,1 ha) is gelegen aan de Zwanenveld te Nijmegen (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Neerbosch, sectie K, nummers 432 en 2064. Versie D2 van onderhavig onderzoek betreft tevens de percelen kadastraal bekend als gemeente Neerbosch, sectie K, nummers 442 (ged.), 2061, 2474 (ged.), 2989, 2990, 2993 (ged.), 2994 en 2995. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 8,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 183.850, Y = 426.250. De initiatiefnemer is voornemens op de locatie circa 500 woningen te realiseren. Op de locatie zullen diverse woonblokken worden gerealiseerd. Tevens zullen (halfverdiepte) parkeerkelders, wegen (halfverharding) en enkele wadi’s worden gerealiseerd. In bijlage 2a is de huidige situatie op enkele locatieschetsen weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
Voor een uitgebreide beschrijving van de historie en het huidig gebruik van de onderzoekslocatie wordt integraal verwezen naar de rapportage van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, dat Econsultancy in maart/april 2022 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 18087.001, d.d. 12 april 2022). In het door de opdrachtgever aangeleverd ambitiedocument (zie bijlage 6) van de gemeente Nijmegen is aangegeven dat in het nieuwe bodemonderzoek voldoende diepe boringen opgenomen dienen te worden om meer zekerheid te verkrijgen over het al dan niet aanwezig zijn van een voormalige stortplaats. Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in de rapportage van het milieuhygiënisch vooronderzoek. Wel wordt opgemerkt dat delen van de onderzoekslocatie (zeer) sterk begroeid zijn waardoor een goede terreininspectie niet overal mogelijk bleek. Het noordwestelijk terreindeel bleek door sterke begroeiing (bramen) niet toegankelijk voor de terreininspectie.
Ten opzichte van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is de onderzoekslocatie, op verzoek van de opdrachtgever, uitgebreid op basis van een naderhand (2023) aangeleverde gewijzigde plantekening. De aanvullende terreindelen bevinden zich aangrenzend aan de oorspronkelijke onderzoekslocatie. De betreffende terreindelen zijn voor zover bekend altijd onbebouwd geweest en zijn grotendeels in gebruik als onverharde berm/groenstrook (gras/bomen/struiken), enkele opritten (klinkers), voetpaden en een fietspad (tegels). Vooralsnog is geen informatie bekend over een eventuele puinfundatie onder de opritten, voet- en/of fietspaden. Ter plaatse van de aanvullende terreindelen heeft vooralsnog geen terreininspectie plaatsgevonden. Op basis van de bekende informatie en het gebruik van de locatie worden de aanvullende terreindelen vooralsnog als onverdacht aangemerkt.
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 2 van 21
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
In het door de opdrachtgever aangeleverd ambitiedocument (zie bijlage 6) van de gemeente Nijmegen is aangegeven dat in het nieuwe bodemonderzoek voldoende diepe boringen opgenomen dienen te worden om meer zekerheid te verkrijgen over het al dan niet aanwezig zijn van een voormalige stortplaats. Op verzoek van de opdrachtgever zijn ter plaatse van enkele geplande halfopen parkeerkelders tevens enkele extra diepe boringen (min. 1,5 m -mv) gepland. Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geidentificeerd. Geadviseerd is om, ter plaatse van de voormalige werkplaatsen, ter verificatie van voorgaand (uitpandig) bodemonderzoek, een (zintuiglijk) bodemonderzoek uit te voeren. Deellocatie G is ten opzichte van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem als aanvullende deellocatie opgenomen. In tabel 1 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 1.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
2
-
NEN 5740: VEP
A
vml. werkplaats mechanische techniek (verificatie)
± 270 m
B
vml. werkplaats motorvoertuigen techniek (verificatie)
± 375 m²
-
NEN 5740: VEP
C
vml. trafohuis
< 20 m2
PCB, minerale olie
NEN 5740: VEP
D
overige vml. bebouwing
± 10.000 m2
- (metalen, PAK, PCB, asbest)
NEN 5740: ONV-NL / maatwerk
E
overige terreindelen
± 24.400 m²
bovengrond: metalen, PAK, PCB, asbest ondergrond: grondwater: metalen
NEN 5740: VED-HE-NL / maatwerk NEN 5707: VED-HE
F
bovengrond gehele onderzoekslocatie (PFAS)
± 3,5 ha
PFAS
NEN 5740: VED-HO
G
berm/groenstrook/fietspad (uitbreiding plangebied)
± 6.000 m²
-
NEN 5740: ONV-NL
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740 / NEN 5707: ONV(-NL) : Onverdacht (niet lijnvormig) VEP : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks VED-HO : Verdacht, diffuse bodembelasting, homogene verontreiniging VED-HE(-NL) : Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging (niet lijnvormig) maatwerk : Maatwerk ter actualisatie/extra (diepe) boringen.
PFAS Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Atmosferische depositie kan leiden tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op verzoek van de opdrachtgever maakt PFAS reeds deel uit van onderhavig onderzoek.
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 3 van 21
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuizen. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b bevat enkele foto’s van de asbestinspectiegaten en het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Het veldwerk is tussen 8 en 15 juni 2022 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer J.T. Bouwman en de heer A. Bruil. Deze medewerkers van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Het veldwerk werd plaatselijk sterk belemmerd door sterke begroeiingen (noordwestelijk terreindeel), puinresten (t.p.v. de voormalige bebouwing) en grind- en/of kiezellagen in de ondergrond. In overleg met de opdrachtgever zijn de boringen/gaten waar mogelijk verplaatst om zodoende toch een representatief beeld te verkrijgen. De boringen en peilbuizen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor, zuigerboor en/of river.
Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Het opgeboorde materiaal is, indien van toepassing, tevens middels een olie-waterreactie beoordeeld op de aanwezigheid van olie(gerelateerde) producten. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. 5.2
Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest
Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte/asbesthoudende materialen aangetroffen. In tabel 2 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 2.
Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte van geïnspecteerde locatie
± 24.400 m² (deellocatie E)
Conditie toplaag
Vochtig
Beperkingen van de inspectie
Plaatselijk sterk begroeid (ondoordringbare bramen noordwestelijk terreindeel)
Weersomstandigheden
Neerslag < 10 mm/uur Zicht > 50 m
Zand, klei/leem en/of veen
Zand
Los of (deels) vastgereden
Los
Geen/matige vegetatie
Matig
Geschatte inspectie-efficiëntie (tabel 2 NEN 5707)
70-90 %
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 4 van 21
5.3
Grondonderzoek
Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 3 zijn vermeld. Ter plaatse van de aanvullende deellocatie G heeft vooralsnog geen verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Tabel 3.
Uitgevoerde werkzaamheden
Deellocatie
Veldwerk Boringen/gaten/ peilbuizen
Analyses Verharding
Grond
Grondwater
A
vml. werkplaats mechanische techniek (verificatie)
1 (peilbuis) (boring A01)
beton (*A)
standaardpakket (1x)
standaardpakket (1x)
B
vml. werkplaats motorvoertuigen techniek (verificatie)
1 (peilbuis) (boring B01)
beton (*A)
standaardpakket (1x)
standaardpakket (1x)
C
vml. trafohuis
2 (2,0 m -mv) 1 (peilbuis) (boring C01 t/m C03)
beton (*A)
standaardpakket (1x)
standaardpakket (1x)
D
overige vml. bebouwing
2 (0,5 m -mv) 14 (1,0 m -mv) 4 (2,0 m -mv) 3 (3,0 m -mv) 2 (peilbuis) (*C) (boring D01-N t/m D22, D24 t/m D26) (*D) (*B)
onverhard/ beton (*A)
bovengrond: standaardpakket (4x) ondergrond: standaardpakket (4x)
standaardpakket (2x)
E
overige terreindelen
5 (0,5 m -mv 24 (1,0 m -mv) 2 (2,0 m -mv) 7 (3,0 m -mv) 4 (peilbuis) 38 (gaten) (*B) (boring E01 t/m E12, E14 t/m E16, E19, E20, E22 t/m E30, E32 t/m E47) (*E) (gat E01a, E02a, E04a, E06a t/m E12a, E15a, E16a, E19a, E20a, E22a t/m E25a, E27a t/m E30a, E32a t/m E41a, E43a t/m E47a)
onverhard/ klinkers/ tegels
verdachte laag/bovengrond: standaardpakket (4x) standaardpakket (8x) lood (incl. lutum en org. stof) (3x) asbest in bodem (kwantitatief) (6x) asbest in puin (kwantitatief) (1x)
13 (1,0 m -mv) (boring F01 t/m F13)
onverhard/ klinkers/ tegels
F
bovengrond gehele onderzoekslocatie (PFAS)
ondergrond: standaardpakket (5x)
bovengrond: PFAS (incl. org. stof) (4x)
-
(*A)
Door deze verharding is geboord.
(*B)
De gaten hebben een afmeting van 0,3 x 0,3 x 0,5 m.
(*C) (*D) (*E)
Eén van de peilbuizen (E42/D21) is in verband met de aanwezigheid van puin (tussen de fundering) gecombineerd met boring E42. Boring D23 is in verband met de aanwezigheid van puin (tussen de fundering) niet uitgevoerd. De boringen E13, E17, E18, E21 en E31 zijn in verband met sterke begroeiingen (bramen) niet uitgevoerd.
In afwijking van het gestelde in de NEN 5740 zijn een aantal boringen niet doorgezet tot 1,0 of 2,0 mmv vanwege ondoordringbare lagen (kiezels/grind/baksteen/beton/puin) op verschillende diepten. Als gevolg hiervan is het veldwerk niet geheel conform de NEN 5740 uitgevoerd. Tevens zijn een aantal boringen niet uitgevoerd in verband met de aanwezigheid van puin (t.p.v. voormalige bebouwing) of sterke begroeiingen (bramen op noordwestelijk terreindeel). Op de beoordeling van de bodemkwaliteit en het advies heeft dit geen invloed. Aangezien ten opzichte van de onderzoeksstrategieën extra (diepe) boringen gepland waren, is wel voldaan aan de minimaal benodigde hoeveelheid boringen. In afwijking op het oorspronkelijke plan is ter plaatse van deellocatie D vooralsnog geen asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd.
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 5 van 21
5.4
Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zwak tot sterk grindig, zwak tot matig keienhoudend, zwak tot sterk kiezelhoudend, matig fijn tot uiterst grof zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De boven- of ondergrond is plaatselijk zwak tot matig roesthoudend en/of zwak gleyhoudend. De ondergrond is zeer lokaal sterk leemhoudend. Plaatselijk bestaat de ondergrond vanaf circa 3,0 m -mv uit matig tot sterk zandig, zwak tot matig kiezelhoudend grind. Ter plaatse van het zuidelijk terreindeel, direct naast een asfaltpad, is plaatselijk een repaclaag aangetroffen tot maximaal 0,4 m -mv. Vermoedelijk betreft dit de fundatie van het naastgelegen asfaltpad. Ter plaatse van deze laag is sprake van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal, waardoor er geen sprake is van bodem. Deze laag is derhalve niet geanalyseerd ten aanzien van het standaardpakket grond. Ter plaatse van de voormalige bebouwing is alleen een kruipruimte aangetroffen onder de betonvloer van het voormalige trafohuis. Ter plaatse van de oostelijk gelegen bebouwing bleek geen betonvloer meer aanwezig. Wel was nog een fundering aanwezig. Tussen de fundering bleek nog veel puin van de voormalige bebouwing aanwezig. Waar het plaatsen van boringen vanwege het puin niet mogelijk bleek zijn de betreffende boringen en peilbuis net buiten de voormalige bebouwing geplaatst.
In de boven- en/of ondergrond van een groot deel van de onderzoekslocatie zijn in verschillende gradaties aardewerk-, asfalt-, baksteen-, beton-, dakpan-, kool- en puindelen, glas, houtskool, slakken, metaal en plastic aangetroffen. Tabel 4 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden, die in het opgegraven en opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 4.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden
Gat/boring
Einddiepte (cm -mv)
Traject (cm -mv)
Waargenomen verontreinigingen/bijzonderheden
Deellocatie A: vml. werkplaats mechanische techniek (verificatie) A01 270 gestaakt (grind/keien) (gestaakt) Deellocatie C: vml. trafohuis C01 330 11-100 kruipruimte C02 200 11-100 kruipruimte C03 200 11-100 kruipruimte Deellocatie D: overige vml. bebouwing D04 50 gestuit op kiezels D05 200 50-100 zwak baksteenhoudend (gestaakt) gestuit op grind D07 50 gestaakt op iets massiefs (gestaakt) D10 110 40-60 zwak kolengruishoudend D11 200 gestuit op grind (gestaakt) D15 110 40-60 zwak kolengruishoudend D16 200 gestuit op grind (gestaakt) D18 250 0-50 reeds ontgraven, voormalige bebouwing (gestaakt) 50-150 zwak baksteenhoudend, geroerde laag gestaakt op grind D19 100 20-100 zwak baksteenhoudend D20 160 0-80 reeds ontgraven, voormalige verbouwing (gestaakt) gestaakt op kiezel D22 180 0-70 zwak baksteenhoudend, geroerd (gestaakt) gestaakt, niet dieper te komen
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 6 van 21
Tabel 4 (vervolg). Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden Gat/boring
Einddiepte (cm -mv)
D24
100 (gestaakt) D26 100 Deellocatie E: overige terreindelen E01a 50 E02a 50 E03 80 (gestaakt) E04a 50 E06a 50 E07a 50
Traject (cm -mv) -
zwak baksteenhoudend
0-50 0-50 -
zwak asfalthoudend, zwak glashoudend, zwak plastichoudend zwak plastichoudend, zwak betonhoudend, zwak aardewerkhoudend gestaakt op iets massiefs
0-50 0-50 0-50
zwak asfalthoudend, zwak glashoudend, zwak betonhoudend zwak glashoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak sintelhoudend sterk puinhoudend (aardewerk, glas) volledig repac (aardewerk, glas) zwak kolengruishoudend zwak aardewerkhoudend, matig betonhoudend, zwak asfalthoudend, zwak metaalhoudend, zwak kooldeeltjeshoudend, zwak glashoudend zwak betonhoudend, zwak kolengruishoudend zwak betonhoudend, zwak glashoudend zwak baksteenhoudend volledig repac, fundatie naastgelegen asfalt zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend gestaakt, niet dieper te komen zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak metaalhoudend, zwak kooldeeltjeshoudend volledig repac, fundatie naastgelegen asfalt volledig repac, fundatie naastgelegen asfalt zwak asfalthoudend, zwak baksteenhoudend gestaakt op iets massiefs
300 50 100 50
0-50 0-30 0-50 0-50
E11 E11a E12 E12a E15
100 50 110 50 250 (gestaakt)
E15a
50
0-50 0-40 0-50 0-40 20-50 80-120 20-50
E16 E16a E19a E20
100 50 50 70 (gestaakt) 50 (gestaakt) 50 190 (gestaakt) 50 50 330 300 50 50 50 50
E22A E23 E23A E25a E26 E27 E27A E28A E29A E30a E32
E33
75 (gestaakt) 50 (gestaakt) 120
E33a E34 E34a
50 100 50
E35 E35a E36 E36a E37a E38 E38a E39a
100 50 300 50 50 120 50 50
E32A
Rapport 18087.005 versie D2
gestaakt op kiezel
0-50
E08 E08a E10 E10a
E20a
Waargenomen verontreinigingen/bijzonderheden
0-40 0-40 0-50 0-50 0-50 0-50 0-50 0-70 0-150 0-50 0-50 0-30 0-50 0-75 0-50 0-50 50-100 0-50 0-70 0-40 40-50 0-30 0-30 40-100 0-20 20-50 45-70 5-50 0-50
zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak metaalhoudend, zwak aardewerkhoudend, gestaakt op iets massief zwak baksteenhoudend, zwak plastichoudend gestaakt op kiezels zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend matig baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak aardewerkhoudend zwak baksteenhoudend matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend zwak metaalhoudend, zwak betonhoudend zwak betonhoudend zwak betonhoudend, zwak dakpan houdend, zwak glashoudend, zwak asfalthoudend, zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, gestaakt op mogelijk baksteen/beton zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend, zwak plastichoudend, gestaakt op mogelijk baksteen/beton zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend zwak kolengruishoudend zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak metaalhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend matig baksteenhoudend, matig kolengruishoudend zwak aardewerkhoudend, zwak plastichoudend, zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak kolengruishoudend zwak metaalhoudend, zwak dakpan houdend, zwak houtskoolhoudend zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak metaalhoudend, zwak betonhoudend
Pagina 7 van 21
Tabel 4 (vervolg). Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden Gat/boring
Einddiepte (cm -mv)
Traject (cm -mv)
E40 E40a E41
40-70 0-50 0-60
zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, zwak metaalhoudend matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, gestaakt op mogelijk beton
0-50
E43 E43a
100 50 60 (gestaakt) 50 (gestaakt) 100 50
E44 E44a E45 E45a E46 E46a E47
300 50 300 50 320 50 100
E47a
50
20-70 20-50 120-140 0-50 50-90 5-50 0-40 60-80 0-40
zwak betonhoudend, zwak glashoudend, zwak metaalhoudend, zwak baksteenhoudend, gestaakt op mogelijk beton matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak glashoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend zwak betonhoudend, zwak slakhoudend zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend zwak betonhoudend, zwak metaalhoudend zwak kolengruishoudend zwak baksteenhoudend zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak plastichoudend
E41a
0-80 0-50
Waargenomen verontreinigingen/bijzonderheden
Deellocatie F: bovengrond gehele onderzoekslocatie (PFAS) F01 100 0-50 zwak asfalthoudend F04 120 50-70 zwak baksteenhoudend F05 100 8-35 volledig repac F06 100 0-100 zwak kolengruishoudend F08 100 0-50 zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend F09 65 40-65 zwak kolengruishoudend, matig baksteenhoudend, gestaakt op baksteen/puin (gestaakt) F10 120 50-80 zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend F11 120 50-90 zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend F12 70 40-70 sterk baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, gestaakt op baksteen/puin (gestaakt) F13 100 35-80 zwak baksteenhoudend
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de (onder)grond geen aanwijzingen gevonden die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een (voormalige) stortplaats op de onderzoekslocatie. In het veld zijn in totaal 7 mengmonsters samengesteld ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest in bodem/puin. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden ter plaatse van de deellocaties A, B, C, D en F niet conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest op deze terreindelen derhalve indicatief. 5.5
Grondwateronderzoek
5.5.1
Uitvoering veldwerk
Stroomafwaarts en centraal op de onderzoekslocatie zijn 9 peilbuizen (filterstellingen tussen 1,7-2,7 en 2,3-3,3 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden tussen 8 en 10 juni 2022 is ingeschat.
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 8 van 21
5.5.2
Grondwaterbemonstering
De grondwaterbemonstering is op 17 juni 2022 uitgevoerd door de heer J.H.L. Vermorken. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel 5 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 5.
Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
1,65
250
104
5,8
2,00 - 3,00
1,71
200
236
5,9
2,30 - 3,30
1,78
390
18
6,0
Deellocatie A: vml. werkplaats mechanische techniek (verificatie) A01
centraal op deellocatie
1,70 - 2,70
Deellocatie B: vml. werkplaats motorvoertuigen techniek (verificatie) B01
centraal op deellocatie
Deellocatie C: vml. trafohuis C01
centraal op deellocatie
Deellocatie D: overige vml. bebouwing D01_N
centraal op westelijk deel bebouwing
2,10 - 3,10
1,57
190
193
6,5
E42/D21
stroomafwaarts van oostelijk deel bebouwing
2,30 - 3,30
1,79
440
45
5,6
Deellocatie E: overige terreindelen
6 6.1
E05
stroomafwaarts/centraal op westelijk terreindeel
2,20 - 3,20
1,46
330
184
6,0
E24
centraal op deellocatie
1,90 - 2,90
1,40
230
147
6,5
E26
stroomafwaarts centrale terreindeel
2,30 - 3,30
1,67
360
68
6,4
E44
centraal op oostelijk terreindeel
2,00 - 3,00
1,48
420
62
6,0
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 28 grond(meng)monsters samengesteld (18 grond(meng)monsters van de bovengrond/verdachte laag en 10 grond(meng)monsters van de ondergrond). De 28 grond(meng)monsters en de 9 grondwatermonsters zijn geanalyseerd op één van de volgende pakketten: standaardpakket grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie; -
PFAS grond: droge stof, organische stof, perfluoroctaansulfonaat lineair (PFOS), perfluoroctaansulfonaat vertakt (PFOS), perfluoroctaanzuur lineair (PFOA), perfluoroctaanzuur vertakt (PFOA) en overige PFAS;
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 9 van 21
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Na bekend worden van de analyseresultaten zijn de individuele grondmonsters, waaruit grondmengmonster MME4 (bovengrond) is samengesteld, separaat geanalyseerd op de parameter lood. Tabel 6 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel 6.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten
Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
Deellocatie A: vml. werkplaats mechanische techniek (verificatie) A01-1
A01 (12-50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
standaardpakket grond
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
standaardpakket grond
ondergrond (onder kruipruimte) (zintuiglijk schoon)
Deellocatie B: vml. werkplaats motorvoertuigen techniek (verificatie) B01-1
B01 (20-70)
Deellocatie C: vml. trafohuis MMC1
C01 (100-150) + C02 (100-150) + C03 (100-150)
Deellocatie D: overige vml. bebouwing MMD1
D10 (40-60) + D15 (40-60)
standaardpakket grond
bovengrond (zwak kolengruishoudend)
MMD2
D02 (20-50) + D06 (13-50) + D08 (17-50) + D11 (15-50)
standaardpakket grond
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MMD3
D01_N (70-120) + D01_N (120-160) + D05 (100-150) + D11 (50-100)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MMD4
D18 (50-100) + D22 (0-50) + D22 (50-70) + D26 (0-50)
standaardpakket grond
bovengrond (zwak baksteenhoudend)
MMD5
D12 (12-30) + D13 (16-50) + D14 (16-60) + D16 (15-50)
standaardpakket grond
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MMD6
D12 (50-100) + D17 (50-100) + D22 (70-110) + D24 (50-100)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MMD7
D13 (150-200) + D18 (150-200) + D20 (120-160) + D22 (110-160)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
D05-2
D05 (50-100)
standaardpakket grond
ondergrond (zwak baksteenhoudend)
Deellocatie E: overige terreindelen E08-1
E08 (0-50)
standaardpakket grond
verdachte laag (sterk puinhoudend)
MME1
E12 (0-50) + E15 (20-50) + E26 (0-50) + E44 (20-70)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak baksteenhoudend)
MME2
E11 (0-50) + E41 (0-50)
standaardpakket grond
verdachte laag (matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend)
MME3
E33 (0-50) + E36 (50-100) + E40 (40-80) + E43 (0-50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak tot matig baksteenhoudend, zwak tot matig kolengruishoudend)
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 10 van 21
Tabel 6 (vervolg). Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MME4
E10 (0-50) + E38 (45-70) + E47 (0-40)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak kolengruishoudend)
E10-1
E10 (0-50)
lood
verdachte laag, uitsplitsing MME4 (zwak kolengruishoudend)
E38-2
E38 (45-70)
lood
verdachte laag, uitsplitsing MME4 (zwak kolengruishoudend)
E47-1
E47 (0-40)
lood
verdachte laag, uitsplitsing MME4 (zwak kolengruishoudend)
MME5
E01 (0-50) + E04 (0-50) + E05 (30-60) + E06 (0-50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
MME6
E45 (120-140) + E46 (50-90)
standaardpakket grond
ondergrond (zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend)
MME7
E27 (0-50) + E34 (0-40) + E34 (40-70) + E35 (0-30)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak baksteenhoudend, matig baksteenhoudend)
MME8
E14 (10-60) + E24 (8-30) + E25 (0-50) + E28 (0-50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
MME9
E08 (50-100) + E15 (120-170) + E27 (150-200) + E44 (70-110)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MME10
E05 (60-110) + E05 (110-160) + E23 (50-100) + E24 (100-150)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MME11
E36 (100-150) + E45 (150-200) + E46 (90-120) + E46 (120-160)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MME12
E30 (70-120) + E30 (120-160) + E37 (100-150) + E42/D21 (100-150)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Deellocatie F: bovengrond gehele onderzoekslocatie (PFAS) MMF1
F01 (0-50) + F06 (0-50) + F08 (0-50)
PFAS
verdachte laag (zwak asfalthoudend, zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend)
MMF2
F02 (0-50) + F04 (0-50) + F05 (35-60) + F07 (8-50)
PFAS
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
MMF3
F09 (8-40) + F10 (5-50) + F11 (0-50) + F13 (3-35)
PFAS
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
MMF4
F09 (40-65) + F10 (50-80) + F11 (50-90) + F12 (40-70)
PFAS
verdachte laag (zwak kolengruishoudend, zwak tot sterk baksteenhoudend, zwak glashoudend)
Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is ter plaatse van gat E08a, E12a en E16a een puin-/repaclaag aangetroffen. Van deze puin-/repaclaag is een indicatief monster geanalyseerd op asbest in puin. Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal zeven mengmonsters geanalyseerd op het volgende analysepakket: -
asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 11 van 21
Tabel 7 geeft een overzicht van de samenstelling van de mengmonsters en het analysepakket. Tabel 7.
Overzicht van de samenstelling van de mengmonsters en het analysepakket
Mengmonster
Monsters (in m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
Deellocatie E: overige terreindelen ASB-MME01
E08a (0-30) + E12a (0-40) + E16a (0-40)
asbest in puin (kwantitatief)
verdachte laag, fundatie naastgelegen asfalt (volledig repac, sterk zandhoudend)
ASB-MME02
E33a (0-50) + E34a (0-40) + E41a (0-50) + E45a (0-50) + E46a (5-50) + E47a (0-40)
asbest in bodem (kwantitatief)
verdachte laag (zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak glashoudend, zwak metaalhoudend, zwak betonhoudend, zwak slakhoudend, zwak plastichoudend)
ASB-MME03
E36a (0-20) + E37a (20-50) + E39a (0-50) + E40a (0-50) + E43a (0-50) + E44a (20-50)
asbest in bodem (kwantitatief)
verdachte laag (zwak aardewerkhoudend, zwak plastichoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak metaalhoudend, zwak glashoudend)
ASB-MME04
E06a (0-50) + E11a (0-40) + E20a (0-50) + E25a (0-50) + E30a (0-50) + E35a (0-30)
asbest in bodem (kwantitatief)
verdachte laag (zwak tot matig baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak glashoudend, zwak betonhoudend, zwak metaalhoudend, zwak dakpanhoudend, zwak asfalthoudend)
ASB-MME05
E01a (0-50) + E02a (0-50) + E04a (0-50) + E07a (0-50) + E10a (0-50) + E15a (20-50)
asbest in bodem (kwantitatief)
verdachte laag (zwak asfalthoudend, zwak glashoudend, zwak plastichoudend, zwak betonhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak sintelhoudend, zwak metaalhoudend, zwak kooldeeltjeshoudend)
ASB-MME06
E24a (0-30) + E28a (0-50) + E32a (0-50) + E33a (0-50)
asbest in bodem (kwantitatief)
verdachte laag (zwak metaalhoudend, zwak betonhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak plastichoudend)
ASB-MME07
E19a (0-50) + E22a (0-50) + E23a (0-50) + E27a (0-50)
asbest in bodem (kwantitatief)
verdachte laag (zwak baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak plastichoudend, zwak glashoudend, zwak betonhoudend)
6.2
Toetsingskader
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 12 van 21
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
De analyseresultaten voor wat betreft PFAS in grond zijn getoetst aan de toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau, zoals opgenomen in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies”. De toepassingsnormen voor wat betreft de parameter PFAS zijn in tabel 8 weergegeven. Tabel 8.
Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau) Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toetsingswaarde (µg/kg d.s.)
landbouw/natuur
landbouw/natuur, wonen of industrie
PFOA = 1,9 overige PFAS = 1,4
wonen of industrie
landbouw/natuur
PFOA = 1,9 overige PFAS = 1,4
wonen of industrie
wonen of industrie
PFOA = 7 overige PFAS = 3
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 13 van 21
Verkennend bodemonderzoek asbest in bodem NEN 5707 De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering. De resultaten met betrekking tot het puin zijn getoetst aan de hergebruikswaarde uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A). Het toetsingskader voor de beoordeling met betrekking tot asbest is als volgt omschreven. De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale hergebruikswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van grond (en puin) bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in bodem (“interventiewaarde”) is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestgehalten zijn aangetoond. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in puin is sprake van een verontreiniging met asbest in puin en is mogelijk het Besluit asbestwegen Wms van toepassing. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde (50 mg/kg d.s.) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de hergebruikswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de hergebruikswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. 6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek
Tabel 9 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 9.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie A: vml. werkplaats mechanische techniek (verificatie) A01-1
A01 (12-50)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Deellocatie B: vml. werkplaats motorvoertuigen techniek (verificatie) B01-1
B01 (20-70)
Deellocatie C: vml. trafohuis MMC1
C01 (100-150) + C02 (100-150) + C03 (100-150)
Deellocatie D: overige vml. bebouwing MMD1
D10 (40-60) + D15 (40-60)
kwik lood
-
-
MMD2
D02 (20-50) + D06 (13-50) + D08 (17-50) + D11 (15-50)
kobalt
-
-
MMD3
D01_N (70-120) + D01_N (120-160) + D05 (100-150) + D11 (50-100)
-
-
-
MMD4
D18 (50-100) + D22 (0-50) + D22 (50-70) + D26 (0-50)
kwik
-
-
MMD5
D12 (12-30) + D13 (16-50) + D14 (16-60) + D16 (15-50)
-
-
-
MMD6
D12 (50-100) + D17 (50-100) + D22 (70-110) + D24 (50-100)
-
-
-
MMD7
D13 (150-200) + D18 (150-200) + D20 (120-160) + D22 (110-160)
-
-
-
D05-2
D05 (50-100)
lood
-
-
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 14 van 21
Tabel 9 (vervolg). Overschrijdingen toetsingskaders grond Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie E: overige terreindelen E08-1
E08 (0-50)
koper lood minerale olie PCB PAK
-
-
MME1
E12 (0-50) + E15 (20-50) + E26 (0-50) + E44 (20-70)
kwik lood PCB PAK
-
-
MME2
E11 (0-50) + E41 (0-50)
lood zink PAK
-
-
MME3
E33 (0-50) + E36 (50-100) + E40 (40-80) + E43 (0-50)
PCB PAK
-
-
MME4
E10 (0-50) + E38 (45-70) + E47 (0-40)
kwik zink PAK
lood
-
E10-1
E10 (0-50)
lood
-
-
E38-2
E38 (45-70)
lood
-
-
E47-1
E47 (0-40)
-
-
-
MME5
E01 (0-50) + E04 (0-50) + E05 (30-60) + E06 (0-50)
kwik lood
-
-
MME6
E45 (120-140) + E46 (50-90)
-
-
-
MME7
E27 (0-50) + E34 (0-40) + E34 (40-70) + E35 (0-30)
PAK
-
-
MME8
E14 (10-60) + E24 (8-30) + E25 (0-50) + E28 (0-50)
PAK
-
-
MME9
E08 (50-100) + E15 (120-170) + E27 (150-200) + E44 (70-110)
-
-
-
MME10
E05 (60-110) + E05 (110-160) + E23 (50-100) + E24 (100-150)
-
-
-
MME11
E36 (100-150) + E45 (150-200) + E46 (90-120) + E46 (120-160)
-
-
-
MME12
E30 (70-120) + E30 (120-160) + E37 (100-150) + E42/D21 (100-150)
-
-
-
Tabel 10 geeft een overzicht van de parameter PFAS in de grond die de actuele toepassingsnormen overschrijden. Tabel 10.
Overschrijdingen toepassingsnormen PFAS in grond
Grondmengmonster
Traject (cm -mv)
Gehalte > Toepassingsnorm Functieklasse Landbouw/natuur
Gehalte > Toepassingsnorm Functieklasse Wonen/Industrie
Deellocatie F: bovengrond gehele onderzoekslocatie (PFAS) MMF1
F01 (0-50) + F06 (0-50) + F08 (0-50)
-
-
MMF2
F02 (0-50) + F04 (0-50) + F05 (35-60) + F07 (8-50)
-
-
MMF3
F09 (8-40) + F10 (5-50) + F11 (0-50) + F13 (3-35)
-
-
MMF4
F09 (40-65) + F10 (50-80) + F11 (50-90) + F12 (40-70)
Som PFOS [2,3 μg/kg d.s.]
-
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 15 van 21
Tabel 11 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 11.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie A: vml. werkplaats mechanische techniek (verificatie) A01-1-1
centraal op deellocatie
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Deellocatie B: vml. werkplaats motorvoertuigen techniek (verificatie) B01-1-1
centraal op deellocatie
Deellocatie C: vml. trafohuis C01-1-1
centraal op deellocatie
Deellocatie D: overige vml. bebouwing D01_N-1-1
centraal op westelijk deel bebouwing
minerale olie
-
-
E42/D21
stroomafwaarts van oostelijk deel bebouwing
barium
-
-
Deellocatie E: overige terreindelen E05-1-1
stroomafwaarts/centraal op westelijk terreindeel
barium
-
-
E24-1-1
centraal op deellocatie
barium
-
-
E26-1-1
stroomafwaarts centrale terreindeel
-
-
-
E44-1-1
centraal op oostelijk terreindeel
-
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering en het Handelingskader PFAS. 6.4
Resultaten verkennend onderzoek asbest
Tabel 12 geeft een overzicht van de analytisch vastgestelde asbestgehalten (fractie < 20 mm). Tabel 12.
Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie (< 20 mm)
Mengmonster
Traject (cm -mv)
Asbestgehalte (< 20 mm)
Deellocatie E: overige terreindelen ASB-MME01
E08a (0-30) + E12a (0-40) + E16a (0-40)
15 mg/kg d.s. (puin)
ASB-MME02
E33a (0-50) + E34a (0-40) + E41a (0-50) + E45a (0-50) + E46a (5-50) + E47a (0-40)
< 0,7 mg/kg d.s. (bodem)
ASB-MME03
E36a (0-20) + E37a (20-50) + E39a (0-50) + E40a (0-50) + E43a (0-50) + E44a (20-50)
< 0,6 mg/kg d.s. (bodem)
ASB-MME04
E06a (0-50) + E11a (0-40) + E20a (0-50) + E25a (0-50) + E30a (0-50) + E35a (0-30)
< 0,3 mg/kg d.s. (bodem)
ASB-MME05
E01a (0-50) + E02a (0-50) + E04a (0-50) + E07a (0-50) + E10a (0-50) + E15a (20-50)
< 0,6 mg/kg d.s. (bodem)
ASB-MME06
E24a (0-30) + E28a (0-50) + E32a (0-50) + E33a (0-50)
< 0,7 mg/kg d.s. (bodem)
ASB-MME07
E19a (0-50) + E22a (0-50) + E23a (0-50) + E27a (0-50)
< 0,7 mg/kg d.s. (bodem)
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten.
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 16 van 21
In afwijking van het gestelde in protocol 3001 van BRL 3000 is de conserveringstermijn voor de analyses minerale olie voor grond(meng)monsters D05-2, MMD1, MMD3, MMD6, MME1, MME5 en MME8 t/m MME10 overschreden en voor organische stof van de monsters van de uitsplitsing op lood: E10-1, E38-2 en E47-1. Dit is veroorzaakt door de interne doorlooptijd van de grondmonsters bij het laboratorium en/of het feit dat deze monsters later zijn ingezet omdat het een uitsplitsing betreft van het tijdig ingezette grondmengmonster. De (meng)monsters zijn wel tijdig aangeleverd. Als gevolg hiervan dienen de analyseresultaten van de betreffende mengmonsters formeel als indicatief beschouwd te worden. Op de beoordeling van de bodemkwaliteit en het advies heeft dit echter geen invloed. 6.5
Interpretatie analyseresultaten
In het algemeen kan worden gesteld dat de grond en het grondwater ten hoogste licht verontreinigd zijn. In een mengmonster van de bovengrond (MME4) is in eerste instantie een matig verhoogd gehalte lood aangetoond. Na uitsplitsing van het mengmonster zijn nog maximaal licht verhoogde gehalten lood aangetoond. Plaatselijk is PFOS (som) licht verhoogd aangetoond (klasse wonen). In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In één puinmengmonster is analytisch asbest in de fractie < 20 mm boven de detectiegrens aangetoond. Het betreft serpentijn (chrysotiel) en amfibool asbest. Het verhoogde asbestgehalte is, gelet op de analyseresultaten, hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de aanwezigheid van een enkel stukje cement- of plaatmateriaal in het grondmengmonster. De resultaten van het onderzoek zijn beknopt weergegeven in tabel 13. Tabel 13.
Resultatenoverzicht en interpretatie Deellocatie
Zintuiglijk
Grond
Grondwater
Asbest
Toetsing hypothese
A
vml. werkplaats mechanische techniek (verificatie)
-
<AW
<S
n.a.*
“verdacht” voor minerale olie: verwerpen
B
vml. werkplaats motorvoertuigen techniek (verificatie)
-
<AW
<S
n.a.*
“verdacht” voor minerale olie: verwerpen
C
vml. trafohuis
-
<AW
<S
n.a.*
“verdacht” voor PCB en minerale olie: verwerpen
D
overige vml. bebouwing
baksteen, kolengruis
Co, Hg, Pb >AW
Ba, minerale ole >S
n.a.*
“onverdacht: verwerpen - geen noodzaak tot vervolgonderzoek - zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen waardoor een verkennend onderzoek asbest in bodem niet noodzakelijk wordt geacht.
E
overige terreindelen
aardewerk, asfalt, baksteen, beton, dakpan, glas, houtskool, kolengruis/kooldeeltjes, metaal, plastic, puin, slakken, sintels
Cu, Hg, Pb, Zn, minerale olie, PCB, PAK >AW
Ba >S
< ½ x I-waarde (15 mg/kg d.s.)
“verdacht” voor metalen, PAK, PCB en asbest: aannemen
asfalt, baksteen, glas, kolengruis
som PFOS >AW (klasse wonen)
F
bovengrond gehele onderzoekslocatie (PFAS)
- geen noodzaak tot vervolgonderzoek n.v.t.
n.a.*
“verdacht” voor PFAS: aannemen - geen noodzaak tot vervolgonderzoek
* niet analytisch onderzocht, zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 17 van 21
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van Zwanenveld Ontwikkeling B.V. een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem/puin uitgevoerd aan de Zwanenveld te Nijmegen. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zwak tot sterk grindig, zwak tot matig keienhoudend, zwak tot sterk kiezelhoudend, matig fijn tot uiterst grof zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De boven- of ondergrond is plaatselijk zwak tot matig roesthoudend en/of zwak gleyhoudend. De ondergrond is zeer lokaal sterk leemhoudend. Plaatselijk bestaat de ondergrond vanaf circa 3,0 m -mv uit matig tot sterk zandig, zwak tot matig kiezelhoudend grind. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Deellocatie A: voormalige werkplaats mechanische techniek (verificatie) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks" (VEP). In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond.
De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie verworpen. Deellocatie B:voormalige werkplaats motorvoertuigen techniek (verificatie) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks" (VEP). In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie verworpen. Deellocatie C: voormalig trafohuis Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks" (VEP). Ter plaatse van de voormalige bebouwing is alleen een kruipruimte aangetroffen onder de betonvloer van het voormalige trafohuis. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In de ondergrond (onder de kruipruimte) zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond.
De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie verworpen.
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 18 van 21
Deellocatie D: overige voormalige bebouwing Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De boven- en/of ondergrond is plaatselijk zwak baksteenhoudend en/of zwak kolengruishoudend. Verder zijn in de boven- en ondergrond zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, kwik en/of lood. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met lood. De verontreinigingen zijn vermoedelijk (deels) te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium of minerale olie. De metaalverontreiniging (barium) is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Voor de lichte verontreiniging met minerale olie in het grondwater heeft Econsultancy vooralsnog geen verklaring. De vooraf gestelde hypothese, dat deellocatie D als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek.
Deellocatie E: overige terreindelen Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Ter plaatse van het zuidelijk terreindeel, direct naast een asfaltpad, is plaatselijk een repaclaag aangetroffen tot maximaal 0,4 m -mv. Vermoedelijk betreft dit de fundatie van het naastgelegen asfaltpad. Ter plaatse van deze laag is sprake van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal, waardoor er geen sprake is van bodem. De laag is derhalve niet geanalyseerd ten aanzien van het standaardpakket grond. In de boven- en/of ondergrond van een groot deel van deellocatie E zijn in verschillende gradaties aardewerk-, asfalt-, baksteen-, beton-, dakpan-, kool- en puindelen, glas, houtskool, slakken, sintels, metaal en plastic aangetroffen. In een mengmonster van de bovengrond (MME4) is in eerste instantie een matig verhoogd gehalte lood aangetoond. Na uitsplitsing van het mengmonster zijn nog maximaal licht verhoogde gehalten lood aangetoond. Verder is de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd met koper, kwik, lood, zink, minerale olie, PCB en/of PAK. De verontreinigingen zijn vermoedelijk (deels) te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen.
Het grondwater is plaatselijk licht verontreiningd met barium. De metaalverontreiniging (barium) is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie aangenomen. Echter, gelet op de aard en mate van de aangetroffen verontreinigingen, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Deellocatie F: bovengrond gehele onderzoekslocatie (PFAS) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een “verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een homogene verontreiniging op schaal van monsterneming” (VED-HO).
Rapport 18087.005 versie D2
Pagina 19 van 21
De bovengrond is plaatselijk zwak asfalt-, baksteen-, glas- en/of kolengruishoudend. Plaatselijk is een licht verhoogd gehalte PFOS aangetoond (klasse wonen). In de overige mengmonsters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De hypothese, dat de onderzoekslocatie verdacht is voor de aanwezigheid van PFAS, wordt (plaatselijk) bevestigd. Echter, gelet op de aard en mate van de aangetroffen verontreinigingen, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Deellocatie G: berm/groenstrook/fietspad (uitbreiding plangebied) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van deellocatie G is vooralsnog niet uitgevoerd. Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Deellocatie D: overige voormalige bebouwing Ter plaatse van deellocatie D is vooralsnog geen asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten.