CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 17 Archeologisch onderzoek Dorpsstraat (2)

Besluitronde (raadsvergadering) 14 juli 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Lindenholt -3 (Sint Agnetenweg) (69/2021) (HAMERSTUK)8.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch onderzoek aan de Dorpsstraat te Nijmegen

W.S. van de Graaf en A.F. Loonen

Archeodienst Rapport 683

CIS-code: 63271 In opdracht van: Dhr. G. Nicolasen

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Colofon Titel: Auteur(s): Archeodienst Rapport: ISSN nummer: Versienummer: CIS-code: Gemeente: Opdrachtgever: Eindredactie: Determinatie vondsten: Foto’s en tekeningen: Plaats: Foto omslag: Autorisatie:

Archeologisch onderzoek aan de Dorpsstraat te Nijmegen Willem-Simon van de Graaf en Anne Loonen 683 1877-2900 1.1 63271 Nijmegen Dhr. G. Nicolasen Willem-Simon van de Graaf Thomas Spitzers Archeodienst BV, tenzij anders aangegeven Zevenaar Sfeeropname vlakaanleg Willem-Simon van de Graaf 30-12-2015

De kaft van dit rapport is in de vorm van de voor- en achterkant van een Romeinse dakpan waarop hondenpootafdrukken staan.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. Archeodienst BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. Archeodienst BV, Ringbaan-Zuid 8a, Postbus 297, 6900 AG Zevenaar, tel. 0316-581130, info@archeodienst.nl, www.archeodienst.nl

2

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Inhoudsopgave 1 Inleiding .................................................................................... 5 2 Bureauonderzoek ........................................................................ 7 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Geologie en geomorfologie ................................................................................ 7 Bodem ........................................................................................................... 10 Historische geografie....................................................................................... 10 Archeologie .................................................................................................... 11 Verwachting op basis van het vooronderzoek .................................................... 14

3 Doelstelling .............................................................................. 15 3.1

Onderzoeksvragen .......................................................................................... 15

4 Onderzoeksstrategie .................................................................. 16 5 Resultaten archeologisch onderzoek ............................................ 18 5.1 5.2

Fysische geografie ........................................................................................... 18 Archeologie .................................................................................................... 18

6 Conclusie................................................................................. 21 6.1 6.2

Beantwoording van de onderzoeksvragen ......................................................... 21 Voorbehoud ................................................................................................... 22

Literatuur.............................................................................................. 23 Lijst van afbeeldingen.............................................................................. 23 Lijst van bijlagen .................................................................................... 24 Bijlage 1: Put- en allesporenkaart .................................................................................. 25 Bijlage 2: Sporenlijst..................................................................................................... 27 Bijlage 3: Determinatielijst............................................................................................ 29 Bijlage 4: Codeboek ..................................................................................................... 31 Bijlage 5: Verklarende woordenlijst ............................................................................... 33 Bijlage 6: Periodentabel ................................................................................................ 34

3

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Administratieve gegevens projectnaam

Nijmegen-Dorpsstraat

CIS-code

63271

provincie

Gelderland

gemeente

Nijmegen

plaats

Nijmegen

toponiem

Dorpsstraat 284

type project

Archeologische begeleiding

opdrachtgever

Dhr. G. Nicolasen

uitvoerder

Archeodienst BV

bevoegd gezag

Gemeente Nijmegen

deskundige namens bevoegd gezag Dhr. P. Franzen beheer en plaats documentatie

geografische positie (x-y)

Zevenaar (x) 184.094 - (y)

427.403

(x) 184.101 - (y)

427.408

(x) 184.111 - (y)

427.400

(x) 184.100 - (y)

427.391

uitvoeringsdatum

19-09-2014

oppervlakte onderzoeksgebied

Ca. 170 m²

4

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

1 Inleiding In opdracht van dhr. G. Nicolasen heeft archeologisch onderzoeksbureau Archeodienst BV een Archeologische Begeleiding (AB) uitgevoerd in het plangebied aan de Dorpsstraat in Nijmegen (gemeente Nijmegen, Fig. 1.1). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de RO-procedure ten behoeve van de geplande ontwikkeling van het plangebied. De opdrachtgever is van plan om nieuwbouw van een woning te realiseren. Hierbij zal de bodem door graafwerkzaamheden worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische resten zullen daarbij verloren gaan.

Fig. 1.1: Situering van het plangebied op de topografische kaart.

In het plangebied is nog geen vooronderzoek uitgevoerd. Gezien de hoge archeologische verwachting en de geringe omvang van de bodemingrepen heeft het bevoegd gezag bepaald dat er direct een archeologische begeleiding uitgevoerd kon worden. Ten behoeve van het Programma van Eisen (PvE) is een beknopt bureauonderzoek uitgevoerd (Prangsma 2014). Het veldwerk vond plaats op 19 september 2014. De wetenschappelijke en dagelijkse leiding was in handen van drs. Willem-Simon van de Graaf. Ondersteuning in het veld werd geleverd door dr. Christian Enzl. Het grondverzet werd uitgevoerd door de firma Groothuisbouw uit Emmeloord. Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 6. Afkortingen en jargon worden in Bijlage 4 en 4 uitgelegd. Een overzicht van de sporen geeft Bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd conform het PvE (Prangsma 2014) en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.3 (CCvD 2013).

5

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 1.2: Het plangebied voorafgaand aan de werkzaamheden (foto genomen in noordwestelijke richting).

Fig. 1.3: Het plangebied bij aanvang van de werkzaamheden (foto genomen in zuidoostelijke richting).

6

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

2 Bureauonderzoek De tekst uit dit hoofdstuk is overgenomen uit het Programma van Eisen (Prangsma 2014). 2.1

Geologie en geomorfologie

Het plangebied ligt op de geologische overzichtkaart Nederland, schaal 1:600.000 in een zone met glaciofluviale afzettingen (grof zand en grind), Laagpakket van Schaarsbergen binnen de Formatie van Drente (Dr5, Fig. 2.1; De Mulder et al. 2003). Ten oosten van deze geologische eenheid ligt de stuwwal van Nijmegen (G1, Fig. 4.1). De glaciofluviale afzettingen zijn smeltwaterafzettingen die afgezet zijn na het afsmelten van de landijs dat de stuwwal heeft opgestuwd. Ten westen van het plangebied is in de ondergrond de Formatie van Kreftenheye aanwezig (Kr1) tevens grofzandige en grindrijke afzettingen. Dit zijn afzettingen afgezet door rivieren in het Pleistoceen, tijdens de ijstijd. Door deze klimatologische afzettingen voerden deze rivieren zowel smeltwater van het achterland (ijskap van de Alpen) als het smeltwater van o.a. de stuwwal van Nijmegen. Ook in de laatste ijstijd was het klimaat koud en door de bevroren bodem (permafrost) hadden de rivieren periodiek een grote afvoer.

Fig. 2.1: Het plangebied op de Geologische Overzichtkaart 1:600.000.

Op de herziene stroomgordelkaart zijn de rivierafzettingen uit het Weichselien ruimer gekarteerd (Fig. 2.2, Cohen et al. 2012). Zone 708 omvat het Laat Midden-Pleniglaciale Laagterras. Deze afzettingen zijn afgezet tot ca. 40.000 tot 20.000 BP, ruim na het afsmelten van het landijs dat de stuwwal van Nijmegen vormde en de bijbehorende smeltwaterafzettingen van de het Laagpakket van Schaarsbergen. Hierdoor moeten de smeltwaterafzettingen zijn omgewerkt. De zone waar de formatie van Kreftenheye is gekarteerd komt globaal overeen met de zone 701 en 702 op de stroomgordelkaart, dit zijn zones met Pleistocene rivierafzettingen afgezet tot in het Laat-Glaciaal (tot ca. 14.000 tot 11.000 BP, zone 701; tot ca. 12.900 tot 10.950 BP). In de laatste zone zijn restgordels aanwezig die meanderen.

7

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 2.2: Het plangebied op het AHN (ahn.nl) met daarover de stroomgordelzones.

Fig. 2.3: Het plangebied op de geomorfologische kaart (Archis).

8

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 2.4: Het plangebied op de bodemkaart (bron: Archis).

Fig. 2.5: Het plangebied op de bodemkaart van Pons (uit: den Braven 2012), de ster betreft het onderzoeksgebied van Den Braven 2012.

9

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Op de geomorfologische kaart is het plangebied ongekarteerd, maar gezien de landschappelijke ligging zal het in een zone met hellingafspoelingen liggen, mogelijk bedekt met dekzand (4H3, Fig. 2.3). Dit zijn glooiingen aan de voet van duidelijk ontwikkelde hellingen, zoals stuwwallen, ontstaan door afspoeling van sneeuwsmeltwater en regenwater. Het kan voor het plangebied zowel gaan om de smeltwaterafzettingen na het terugtrekken van het landijs aan het eind van het Saaliën als latere hellingsafspoelingen tijdens het permafrost in de daaropvolgende ijstijd, het Weichselien. 2.2

Bodem

Op de bodemkaart is het plangebied eveneens ongekarteerd, maar gezien de landschappelijke ligging zal het plangebied zich bevinden in de zone met gooreerdgronden in grof zand met grind in de bovengrond (Fig. 2.4). Dit zijn afzettingen die zowel kunnen passen bij de glaciofluviale afzettingen als de pleistocene rivierafzettingen in lichte zavels met grind (sterk zandige kleien met grind in de NEN5104). Ten noorden van deze bodemkundige zone ligt een zone met Oude riviergronden (gKrn1, gKrd1), die een andere textuur hebben dan de Oude riviergronden in de meer westelijk gelegen zone. De bodemkaart lijkt hier in overeenstemming met de stroomgordelkaart. Op de oudere bodemkaart van Pons (Fig. 2.5) was de wijk Neerbosch nog wel gekarteerd. De legenda was niet bijgesloten bij dit onderzoek, maar qua kleurschakering lijkt Pons ook onderscheid te maken tussen legenda kleuren met een oranje raster en de geelbruine kleuren ten noorden daarvan. Analoog aan de andere kaarten zullen de geelbruine kleuren overeenkomen met rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheye en de oranje gerasterde kleuren met afzettingen van het Laagpakket van Schaarsbergen, Formatie van Drente. De zone met de ster, gY2 omvat vochthoudende gebroken grindzandgronden en liggen in de zones met geelbruine legenda-eenheden.

De door Alterra gekarteerde gooreerdgronden in grindhoudend grof zand zijn tevens gevormd onder vochtige omstandigheden. Het plangebied ligt ook in een geelbruine zone met een code gY3, die mogelijk daarmee overeenkomt. Zoals reeds eerder vermeld kunnen de grindrijke grofzandige afzettingen zowel glaciofluviale afzettingen zijn als afzettingen door Pleistocene rivieren. Op de kaart van Pons is ten noorden van het plangebied een zone aanwezig met de donkerbruine kleuren, in deze zone liggen globaal de Oude Riviergronden in zavel en grind. In het onderzoeksgebied ten noorden van het plangebied (aangegeven met een ster in Fig. 2.5) zijn in de ondergrond geel, lichtgrijs gevlekt zand met veel ijzervlekken en enig grind aangetroffen (Den Braven 2012). Dit is geïnterpreteerd als hellingafzettingen uit de laatste ijstijd (Formatie van Boxtel). Op een dieper niveau (bovenkant ca. 7,75 m +NAP; maaiveld op ca. 8,85 m+ NAP) is hier een laag met grijs, grof zand met veel grind aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als rivierafzettingen uit de Formatie van Kreftenheye. Gezien de nabije ligging in een vergelijkbaar landschap zullen ook in het plangebied in de ondergrond afzettingen van de Formatie van Kreftenheye aanwezig zijn, wat de bodemkaarten en de stroomgordelkaart ook lijken aan te geven.

Over de Formatie van Kreftenheye is dan een dun pakket van hellingafzettingen uit het Weichselien afgezet (Formatie van Boxtel). Onder de Formatie van Kreftenheye of daarmee vermengd is het Laagpakket van Schaarsbergen uit de Formatie van Drenthe, de glaciofluvioale hellingafzettingen ontstaan aan het eind van het Saalien. 2.3

Historische geografie

Het dorp Neerbosch is ontstaan nadat in de 13e eeuw het moerasgebied ten westen van Nijmegen werd drooggelegd. Tot 1920 was Neerbosch een langgerekt dorp met de Dorpstraat als hoofdstraat. In 1920 werd het Maas-Waalkanaal aangelegd, waardoor het dorp in tweeën werd gedeeld. Oostelijk van het kanaal werd de Dorpstraat omgedoopt naar Dorpsstraat, ten westen van het kanaal werd het de St. Agnetenweg. Na de Tweede Wereldoorlog werd het oostelijke deel van Neerbosch opgeslokt in de uitbreidingen van de stad Nijmegen. Aan de Dorpsstraat liggen nog enkele oude panden, die herinneren aan het vroegere dorp, waaronder het witte kerkje (Fig. 3.1) en de bijbehorende pastorie. Het plangebied ligt binnen een terrein dat op de archeologische beleidskaart van Nijmegen wordt aangeduid met de code Z-27. De bijbehorende omschrijving luidt als volgt: 10

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

"Op dit terrein ligt de kern van het dorp Neerbosch dat bij de stadsuitbreidingen in de jaren zestig van de 20ste eeuw is opgeslokt door de stad. Aan de Dorpsstraat staan nog een aantal panden die ouder zijn dan deze stadsuitbreiding, waaronder het witte kerkje dat in 14e eeuw is gebouwd. Op een kaart van Christiaan Sgroter uit 1652 van het Rijk van Nijmegen is het dorp Neerbosch weergegeven met de chique naam Neerbois (Fig. 2.6). Sporen uit vroeger eeuwen kunnen nog altijd in de bodem liggen. In de dorpskern van het voormalige dorp Neerbosch is de ontwikkeling van het dorp goed zichtbaar. Niet alleen staan er nog enkele panden, die uit verschillende perioden stammen, maar ook moeten nog veel resten van niet meer bestaande huizen, of van vroegere fasen van bestaande huizen in de bodem bewaard zijn gebleven. Enkele van de nu nog bestaande panden zijn de opvolgers van 17e eeuwse buitenverblijven van de Nijmeegse elite. Over de plattegrond van deze oorspronkelijke huizen is vrijwel niets bekend. Het is dan ook van belang om bij bodemwerkzaamheden de restanten van huizen en van het stratenplan vast te kunnen leggen. Zo kan de ruimtelijke ontwikkeling van het dorp door de eeuwen heen gevolgd worden."

Fig. 2.6: De kaart van Christian Sgroter uit 1652.

Op historische kaarten vanaf 1752 is het plangebied steeds onbebouwd gebleven (Fig. 2.7 t/m Fig. 2.11). De kaartbeelden tonen het agrarische karakter van Neerbosch met enige verspreide bewoning langs de Dorpsstraat. Op de kaart van 1931 is het Maas-Waalkanaal voor het eerst in beeld. 2.4

Archeologie

In Archis is binnen een straal van 500 m slechts één waarneming geregistreerd (4367). Deze waarneming is echter alleen administratief hier geplaatst. Uit de omschrijving van de waarneming blijkt dat het gaat om een vondst van de Kopse Hof (Nijmegen-Oost). Op ruim 600 m ten oosten van het plangebied ligt waarneming 417280. Hier is bij een proefsleuvenonderzoek vondstmateriaal uit de Nieuwe tijd gevonden (voornamelijk 18e eeuw). Het onderzoek heeft slechts enkele sporen van percelering opgeleverd. Vlak ten noorden van het plangebied is een proefsleuvenonderzoek en een opgraving uitgevoerd aan de Dorpsstraat tussen het witte kerkje en het Maas-Waalkanaal (Fig. 2.7). Daarbij zijn sporen van een prehistorische nederzetting gevonden en resten van het dorp Neerbosch uit de LateMiddeleeuwen en Nieuwe tijd (onderzoeksmelding 48675 en 51771). Een vondstmelding of waarneming van deze opgraving is nog niet in Archis geregistreerd. 11

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 2.7: Uitsnede van de kaart van van Suchtelen en Hollandt uit 1752 (uit: Den Braven 2012, bewerking Archeodienst). De dikke rode lijn geeft het plangebied weer, daarnaast is het onderzoeksgebied en puttenplan van de opgraving van Den Braven weergegeven.

Fig. 2.8: Verzamelminuut 1822.

12

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 2.9: Bonnekaart 1868.

Fig. 2.10: Bonnekaart 1931.

13

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 2.11: Topografische kaart 1977.

Gezien de schaarste aan het vondstmateriaal uit de prehistorie (vnl. aardewerk uit de LateBronstijd) wordt vermoed dat de spiekers op enige afstand van de bijbehorende nederzetting hebben gelegen (Den Braven 2012). Uit de Middeleeuwen dateren onder meer diverse meilerkuilen en vijfhoekige roedenbergen. De bewoning lijkt te starten in de VolleMiddeleeuwen. Vanaf de ontginning van het gebied rond 1300 krijgt Neerbosch een agrarische functie. Deze functie zal het behouden tot het halverwege de 20e eeuw in Nijmegen wordt opgenomen. 2.5

Verwachting op basis van het vooronderzoek

Op basis van het bureauonderzoek kunnen sporen van de laatmiddeleeuwse en latere bewoning van het dorp Neerbosch voorkomen. Mogelijk zijn ook oudere sporen te verwachten (prehistorische nederzetting), die een voortzetting vormen van de nederzetting even ten noorden van het plangebied.

14

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

3 Doelstelling Aangezien nog geen vindplaats in het plangebied bekend is, wordt de Archeologische begeleiding onder protocol IVO-P uitgevoerd met als doel eventuele vindplaatsen op te sporen en te waarderen. Wanneer sprake is van een behoudenswaardige vindplaats, die niet in situ bewaard kan blijven, wordt overgeschakeld op het protocol Opgraven met als doel de vindplaats te documenteren en ex situ te bewaren. 3.1

Onderzoeksvragen

Om de doelstelling van het onderzoek te verwezenlijken zijn in het Programma van Eisen (Prangsma 2014) de volgende onderzoeksvragen gesteld:        

Wat is de aard, omvang, kwaliteit en verloop van de archeologische sporen en sporenclusters? Wat is de bodemopbouw (bodemkundig, fysisch-geografisch) van het onderzoeksgebied? Welke vindplaatsen zijn te onderscheiden en hoe dateren deze? Is een fasering aan te geven? Wat is de conservering en gaafheid van de vindplaats(en)? Wat kan over de aard van de vindplaats(en) gezegd worden? Wat is de landschappelijke context van de aangetroffen archeologische resten? Zijn de vindplaatsen behoudenswaardig? Wat kan dit onderzoek zeggen over de archeologische potentie van de omgeving?

Fig. 3.1: Het 'witte kerkje' uit de 14e eeuw, gelegen ca. 100 m ten noordoosten van het plangebied .

15

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

4 Onderzoeksstrategie De oppervlakte van de bouwput ten behoeve van de nieuwe woning bedraagt ca. 170 m², waarvan het uitgraven conform het PvE (Prangsma 2014) archeologisch is begeleid onder het protocol proefsleuven (IVO-P). De bouwput meet ca. 16 bij 11 m (Bijlage 1). Er is één vlak aangelegd onder de A-horizont op ca. 60 tot 80 cm beneden maaiveld (7,90-8,00 m +NAP).

Fig. 4.1: Sfeeropname van de aanleg van de bouwput .

Het vlak is aangelegd met een graafmachine met gladde bak (Fig. 4.1). Bij de aanleg van de vlakken en bij het afzoeken van het opgravingsvlak en de stort is een metaaldetector ingezet. De bouwput is in zijn geheel gefotografeerd (Fig. 4.2). De vondsten zijn per spoor of per stratigrafische eenheid verzameld. Alle sporen zijn gecoupeerd, beschreven, getekend en gefotografeerd. Er was geen noodzaak om grondmonsters te nemen.

Fig. 4.2: De uitgegraven bouwput.

16

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Er is één profielkolom opgenomen om de bodemopbouw in kaart te brengen. De tekeningen van de profielkolom en de coupes zijn analoog vervaardigd (schaal 1:20). De vlaktekening is digitaal vervaardigd. Daarbij is gebruik gemaakt van een robotic total station. Met behulp van een gestandaardiseerde codering die bij elk meetpunt is ingevoerd, zijn de punten in een digitale vectortekening omgezet. Alle meetgegevens, zoals hoogtematen van het vlak en maaiveld (die om de 5 m zijn genomen) en van sporen, putgrenzen, verstoringen, meetpunten etc., zijn op deze manier gedocumenteerd. De grondslagpunten zijn met een GPS met gebruik van realtime correctiegegevens van de firma 06-GPS te Sliedrecht in het nationale coördinatenstelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD-stelsel) ingemeten. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform het PvE (Prangsma 2014) en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.3 (CCvD 2013).

17

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

5 Resultaten archeologisch onderzoek 5.1

Fysische geografie

Er is sprake van een AC-horizont. Bij de A-horizont gaat het waarschijnlijk om een ophogingslaag en niet om een esdek. De datering van de laag is waarschijnlijk 20e eeuws. De C-horizont bestaat uit hellingafspoelingen van zand en grind, zonder afdekking met dekzand.

Fig. 5.1: Kolom 1.

5.2

Archeologie

Bij het onderzoek aan de Dorpsstraat in Nijmegen zijn archeologische resten uit de Nieuwe tijd aangetroffen. In totaal zijn twaalf spoornummers (Bijlage 1 en 2) en vier vondstnummers uitgegeven (Bijlage 3). Onder de sporen bevinden zich vijf kuilen (s1, s2, s5, s10 en s12) en vier paalgaten (s6, s8, s9 en s11). Drie sporen (s3, s4 en s7) bleken na bewerking natuurlijk van aard te zijn. Het vierkante spoor s1 bleek van zeer recente aard en bevatte onder meer modern baksteen en gewapend glas. Het eveneens zwarte spoor 2 lijkt ook van recente datum te zijn. Alle sporen zijn goed geconserveerd. Sporen s5 en s10 zijn duidelijke kuilen met een donkere kleur (Fig. 5.2 en Fig. 5.3). Spoor 5 is 25 cm diep bewaard en s10 15 cm. Kuil s 5 bevatte een ijzeren spijker, die echter niet nauwkeurig gedateerd kan worden (vnr. 4). Spoor s6 (Fig. 5.6), s8 en s9 zijn paalgaten met dezelfde donkere kleur (resp. 25, 30 en 14 cm diep). Uit de paalsporen s8 en s9 (Fig. 5.4 en Fig. 5.5) zijn twee fragmenten steengoed afkomstig (resp. vnr. 2-0 en 3). Het fragment uit s9 is het oudst en dateert tussen 1450 en 1700. Het fragment uit s8 dateert tussen 1700 en 1850. Uit s8 is tevens een dakpanfragment (golfpan) afkomstig (vnr. 2-1), dat dateert tussen 1600 en 1900. De sporen betreffen losse nederzettingssporen uit de Nieuwe tijd. Paalspoor s11 is vanwege de lichtere vulling mogelijk ouder (Fig. 5.7).

Uit de bouwvoor is nog een drietal aardewerkfragmenten verzameld: twee fragmenten van een steengoedkan uit Westerwald (1600-1750) en één roodbakkend fragment (1700-1850).

18

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 5.2: Kuil s5.

Fig. 5.3: Kuil s10.

Fig. 5.4: Paalgat s8.

19

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 5.5: Paalgat s9.

Fig. 5.6: Paalgat s6.

Fig. 5.7: Paalgat s11.

20

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

6 Conclusie Aangezien er geen prehistorische en middeleeuwse vondsten gedaan zijn, kan geconcludeerd worden dat de onderzoekslocatie buiten de vindplaatsen ligt, die bij het ten noordoosten uitgevoerde onderzoek ontdekt zijn (den Braven 2012). Alleen spoor 8 en 9 kunnen door vondstmateriaal gedateerd worden. Op basis daarvan kan spoor 8 in de 18e of 19e eeuw gedateerd worden en spoor 9 in de 16e of 17e eeuw. De in de bouwvoor aangetroffen scherven dateren in de 18e en 19e eeuw. Gezien de scherpe grens tussen spoor en omliggende grond kan geconcludeerd worden dat de overige sporen, die niet door vondsten gedateerd kunnen worden, hoogstwaarschijnlijk in dezelfde perioden gedateerd kunnen worden. Alleen spoor 11 zou gezien de lichte vulling eventueel iets ouder zijn. Dit betekent dat alle sporen in de Nieuwe tijd B of C te dateren zijn. Uit de sporen is geen structuur te reconstrueren. Het gaat om onregelmatig verspreide sporen die hoogstwaarschijnlijk nauwelijks of geen relatie tot elkaar hebben. Zoals uit historisch kaartmateriaal ook op te maken valt, zal het gaan om sporen die samenhangen met activiteiten die zich op het erf van de naast het plangebied gelegen huis of huizen hebben plaatsgevonden. Het gaat niet om sporen van bouwwerken. 6.1

Beantwoording van de onderzoeksvragen

Wat is de aard, omvang, kwaliteit en verloop van de archeologische sporen en sporenclusters? Er zijn vier kuilen (s2, s5, s10 en s12) en vier paalgaten (s6, s8, s9 en s11) en een zeer recente vierkante kuil (s1) aangetroffen. Ze dateren alle in de Nieuwe tijd, hoogstwaarschijnlijk tussen de 17e en 19e eeuw.

Wat is de bodemopbouw (bodemkundig, fysisch-geografisch) van het onderzoeksgebied? Er is sprake van een AC-horizont. Bij de A-horizont gaat het waarschijnlijk om een ophogingslaag en niet om een esdek. De datering van de laag is waarschijnlijk 20e eeuws. De C-horizont bestaat uit hellingafspoelingen van zand en grind, zonder afdekking met dekzand.

Welke vindplaatsen zijn te onderscheiden en hoe dateren deze? Is een fasering aan te geven? Er is niet echt sprake van een vindplaats. Het gaat om losse sporen op het erf van een nieuwetijds huis.

Wat is de conservering en gaafheid van de vindplaats(en)? Niet van toepassing.

Wat kan over de aard van de vindplaats(en) gezegd worden? Er is niet echt sprake van een vindplaats. Het gaat om losse sporen op het erf van een nieuwetijds huis.

Wat is de landschappelijke context van de aangetroffen archeologische resten? Niet van toepassing.

Zijn de vindplaatsen behoudenswaardig? Er is niet echt sprake van een vindplaats, die dus ook niet behoudenswaardig is.

Wat kan dit onderzoek zeggen over de archeologische potentie van de omgeving? Op basis van dit onderzoek kunnen geen uitspraken gedaan worden over de archeologische potentie van de omgeving

21

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

6.2

Archeodienst BV

Voorbehoud

Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologische onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bodemingrepen in het onderzoeksgebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kunnen de onderzoeksresultaten geen zekerheid garanderen over de aan- of afwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen dienen deze conform de Monumentenwet 1988, artikel 53, bij de gemeente gemeld te worden.

22

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Literatuur Bakker, H. de/J. Schelling, 1989 (1966): Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland, Wageningen. Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1., Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingmethode versie 5.2, Utrecht (Deltares-rapport 2008-U-R0881/A). Braven, J.A. den, 2012: Archeologisch onderzoek aan de Dorpsstraat te Neerbosch-Oost, Nijmegen. Bewoningssporen uit de Late Bronstijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd, Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen-briefrapport 128). Cohen, K.M./ E. Stouthamer/ H.J. Pierik/ A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeo¬grafie van de Rijn‐Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. http://persistent‐identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13‐nqjn‐zl. CCvD (Centraal College van Deskundigen Archeologie), 2013: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 3.3, Gouda. Mulder, E.F.J. de/M.C. Geluk/I.L. Ritsma/W.E. Westerhof/T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen. NEN (Nederlands Normalisatie Instituut), 1990: NEN-5104:1989 NL, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft. Prangsma, N.M., 2014: Programma van Eisen. Archeologische begeleiding Nijmegen Dorpsstraat, Zevenaar.

Lijst van afbeeldingen Fig. 1.1: Situering van het plangebied op de topografische kaart. ............................................... 5 Fig. 1.2: Het plangebied voorafgaand aan de werkzaamheden (foto genomen in noordwestelijke richting)........................................................................................................................... 6 Fig. 1.3: Het plangebied bij aanvang van de werkzaamheden (foto genomen in zuidoostelijke richting)........................................................................................................................... 6 Fig. 2.1: Het plangebied op de Geologische Overzichtkaart 1:600.000. ...................................... 7 Fig. 2.2: Het plangebied op het AHN (ahn.nl) met daarover de stroomgordelzones. ................... 8 Fig. 2.3: Het plangebied op de geomorfologische kaart (Archis). ............................................... 8 Fig. 2.4: Het plangebied op de bodemkaart (bron: Archis). ....................................................... 9 Fig. 2.5: Het plangebied op de bodemkaart van Pons (uit: den Braven 2012), de ster betreft het onderzoeksgebied van Den Braven 2012. ........................................................................... 9 Fig. 2.6: De kaart van Christian Sgroter uit 1652.................................................................... 11 Fig.

2.7: Uitsnede van de kaart van van Suchtelen en Hollandt uit 1752 (uit: Den Braven 2012, bewerking Archeodienst). De dikke rode lijn geeft het plangebied weer, daarnaast is het onderzoeksgebied en puttenplan van de opgraving van Den Braven weergegeven. .............. 12 Fig. 2.8: Verzamelminuut 1822. ............................................................................................ 12 Fig. 2.9: Bonnekaart 1868. .................................................................................................... 13 Fig. 2.10: Bonnekaart 1931. .................................................................................................. 13 Fig. 2.11: Topografische kaart 1977. ..................................................................................... 14 Fig. 3.1: Het 'witte kerkje' uit de 14e eeuw, gelegen ca. 100 m ten noordoosten van het plangebied . .................................................................................................................................... 15 Fig. 4.1: Sfeeropname van de aanleg van de bouwput . ........................................................... 16 Fig. 4.2: De uitgegraven bouwput. ......................................................................................... 16 Fig. 5.1: Kolom 1. ................................................................................................................

18 Fig. 5.2: Kuil s5. ................................................................................................................... 19 Fig. 5.3: Kuil s10. ................................................................................................................. 19 Fig. 5.4: Paalgat s8. .............................................................................................................. 19 23

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Fig. 5.5: Paalgat s9. .............................................................................................................. 20 Fig. 5.6: Paalgat s6. .............................................................................................................. 20 Fig. 5.7: Paalgat s11. ............................................................................................................ 20

Lijst van bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Put- en allesporenkaart Sporenlijst Determinatielijst Codeboek Verklarende woordenlijst Periodentabel

24

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Bijlage 1: Put- en allesporenkaart

25

Putten- en allesporenkaart 184090

184100

11

WP 1 12

427400

10

5

9 4 7

8

1030

6

3

427390

1

2

1050

!

mp1-kolom1-wp1

Legenda Werkputgrens Spoor

C-Horizont Verstoring

±

Coupe

Trap in vlak

! Kolomopname

63271_Nijmegen-Dorpsstraat_PvE+AB_Bijl_ASK_A4_20140922CE

0

1.5

3

wp 1

6m

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Bijlage 2: Sporenlijst

27

1

1

1

1

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

19-9-2014

2

3

4

5

6

7

8

8

9

10

11

12

888

999

1010

1020

1030

1040

1050

1060

7777

0

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

19-9-2014

1

0

1

1

1

1

1

1

0

0

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

REC

LG

LG

LG

LG

LG

LG

LG

LG

KL

PG

KL

PG

PGK

PGK

NV

PG

KL

NV

NV

KL

REC

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

NT

NT

XXX

XXX

-

-

-

XXX

NT

NT

-

XXX

-

-

-

NT

NT

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

NT

NT

XXX

XXX

-

-

-

XXX

NT

NT

-

XXX

-

-

-

NT

NT

Sporenlijst

Verstoringen

-

-

-

-

met recent puin

bouwzand, modern

Administratief nummer voor de stort (wp onbekend/ onzeker)

Administratief nummer voor het oppervlak

zie s11. (B>35 cm)

onduidelijk of het überhaubt antropogeen is. Lichte verkleuring die wel duidelijk afsteekt.

-

-

Spoor geeft induk van paal in ZO kant en paalkuil in NW kant. Paal er mogelijk schuin naar NW uitgetrokken.

Spoor geeft induk van paal in ZO kant en paalkuil in NW kant. Paal er mogelijk schuin naar NW uitgetrokken.

bioturbatie

PG (KL)

-

ingebedde zandlaag

ingebedde zandlaag

recent (B>100 cm)

recent (B>70 cm D>30 cm)

put vlak spoor_type begin- en einddat sp_opmerking

datum

spoor

Projectnr.: 63271 Projectnaam: Nijmegen-Dorpsstraat_AB

0

0

0

35

27

101

50

82

82

60

100

100

70

breedte (cm)

0

0

0

29

17

20

15

37

37

28

30

19

35

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

0

0

0

0

0

0

X

Z6s1

Z6s1

Z2s2

Z2s2

Z3s3

Z

X

X

Z3

Z3

Z3s3

Z3s3

Z4

Z3s3

Z3

Z3s3

Z3s3

Z3

Z3s1

Z3s3

Z3s3

diepte (cm) vulling textuur

-

l -

-

-

-

-

-

-

-

h2

-

-

-

-

-

l

-

-

-

-

d gr

-

-

-

-

-

-

-

-

g1 l

g1 l

-

-

-

g1 l ro

g1 l ro

-

-

-

-

g1 l

-

h2 g1 d

h2 g1 d

h1 g1 - gr

h2 g1 d

-

-

g1 - br

h2 g1 d -

-

d gr

NVT

gr

ge

ge

ge

zw

ge

NVT

GN

gr

gr

gr

gr

be

gr

gr

gr

gr

be

wi

zw

zw

0

0

0

-1

-1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-

-

-

fe(1)

fe(1)

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

bs

-

-

-

roestvlekken

roestvlekken

met puin, modern

bouwzand

-

-

-

-

-

-

-

stuk dakpan

-

-

-

Z3/Z4

-

-

-

t bij kleur vlekken? insluitsels vu_opmerking

g1 - gr

-

-

G

h2 g1 d

-

-

h2

h2

H

Blad: 1/1

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Bijlage 3: Determinatielijst

29

1

0

1

0

1

2

2

3

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

9

8

8

1020

1020

0

0

0

0

0

4

0

1

1

5

0

vondst volgnr put vlak spoor vul

Metaal

0

1

vondst volgnr put vlak spoor vul

Keramiek

Projectnr.: 63271 Projectnaam: Nijmegen-Dorpsstraat_AB

KL

aardspoor

PG

PGK

PGK

LG

LG

aardspoor

AWG

AWG

AWG

soort (abr)

MFE

mat

KER

SPIJKER

algemeen

AWG

KER BOUWMAT

KER

KER

KER

mat

1

aantal

STGL

DAKPAN

STGL

ROOD

STGL

-

-

-

-

KAN

einddat (code) NTL

ROM

1 0 0 0 0 1

0 0 0 1 0 1

0 0 1 0 0 1

0 1 0 0 0 1

0 0 2 0 0 2

begin- en

-

-

-

-

Westerwald

1

baksel/type vorm productieplaats R B W D G TOT minAE

plaats

opmerking

-

-

-

uitwendig

mangaanbeschildering -

inwendig

wit slib

relief: medaillons schouder

(wand)versiering

zoutglazuur

-

zoutglazuur

NTV NTV

inwendig en uitwendig

NTM

-

NTM

inwendig

NTV

NTM

NTL

NTM

NTM

NTM

1450

1600

1700

1700

1600

1700

1900

1850

1850

1750

-

golfpan

-

standvlak

blauw oppervlak met opgelegde ronde medaillons met spinneweb in kabelring

begin- en einddat (code) begin- en einddat (na Chr) opmerking

inwendig en deelsinwendig; uitwendig deels

uitwendig

zoutglazuur kobalt loodglazuur

plaats

opp. afw (AWG)

Determinatielijst

Blad: 1/1

Bijlage 4 Codeboek afkorting …g1 …g2 …g3 …h1 …h2 …h3 -1L -2L -3L -4L -5L -6L A AA AAMBEELD AAN AANSCHERP AD afb. AFBOUW AFROND AFSLAG AFSLAGKERN AFVAL AGAAT AHN AKENS AMFIBIE AMFOOR AMFREL AMK AMS AMULET AMZ ANDENNE ARCHIS ARM ARMBAND ARMBOOG art. ARTEFACT AS ASB AW AWC AWG AWH BA BADORF BAND BANDOOR BARBO BARN BASALT BC BE BEITEL BEK BEKER BELG BES BESLAG BESMETEN BESMY BEURS BEZEMSTR BIJL BIJLAFSLAG BIJLKOKR BIJLVER bijv. BINNEN BIP BIT BKS BL BLAD BLAUWGRN blz BODEM BODEM BOOGFIB BOOR BORD BOT bot artefact botsk BOUW bouwmateriaal BP BPA BPL BPT BR BR BRANDGLS BRL BROK BRONS BRONSL BRONSM BRONSMA BRONSMB BRONSV BRUINGLAZUUR BRUNSSUM BS BTO BTV BU BUIDEL BUIK BUITEN BUN BV bv. C14 CA ca. CAA CAD CcvD CCvD CHAL CHOP TOOL CHOPPER Chr. CHS CHW CIS cm CMA COMP CONG CR CREMREST CRI

betekenis zwak grindig matig grindig sterk grindig zwak humeus matig humeus sterk humeus 1-ledig 2-ledig 3-ledig 4-ledig 5-ledig 6-ledig A-steker Aa-steker aambeeld Aanscherpingsafslag Aanscherping Anno Domini (datering na Christus) afbeelding Afbouwvlak Afronding Afslag Afslagkern afval Agaat Actueel Hoogtebestand Nederland Akens amfibie amfoor reliefbandamfoor Archeologische Monumenten Kaart versnelde C14-methode amulet Archeologische Monumenten Zorg Andenne Archeologisch Informatie Systeem Armband/armring armband armboog/voetboogfibula/"Armbrustfibel artikel artefact As Archeologische Standaard Boorbeschrijving AardewerK (ondetermineerbaar) Aardewerkconcentratie gedraaid handgevormd Balk Badorf band bandoor barbotineversiering Barnsteen Basalt Before Christ (datering voor Christus) Beige Beitel Beksteker beker Belgische vuursteen Beschoeiing beslag Besmeten besmijting beurs bezemstreek bijl Bijlafslag kokerbijl Bijlvernieuwingsafslag bijvoorbeeld binnenkant Bipolar paardenbit Bekisting Blauw Bladvormige spits blauwgroen bladzijde bodem Onderzijde boogfibula Boor bord Bot bot, artefact Botskegels Bouwmateriaal bouwmateriaal Before Present (datering t.o.v.

'heden', zijnde 1950) Beschoeiing, palen Beschoeiing, planken Beerput/beerkelder Brons Bruin gebrandschilderd glas Brandlaag Brok Bronstijd Late-Bronstijd Midden-Bronstijd Midden-Bronstijd A Midden-Bronstijd B Vroege-Bronstijd bruingeglazuurd Brunssum-Schinveld Baksteen Onverbrand bot Verbrand bot Bustum buidel tussen bodem en schouder of rand buitenkant Visbun Bouwvoor bijvoorbeeld Koolstofdatering kalk circa Centraal Archeologisch Archief Computer-aided Drafting (of Design) Centraal College van Deskundigen Archeologie Centraal College van Deskundigen Chalcedoon Chopping tool Chopper Christus Hoofdstructuur Cultuur-Historische Waardenkaart Centraal Informatie Systeem centimeter Centraal Monumenten Archief Compleet Conglomeraat Crematiegraf Crematie(-resten) Crinoiden kalk

afkorting d DAKPAN DAO DEKSEL DETC DIG DIORIET DISSEL DIST DISTELF DK DKL DKR DL ONGESL DLT DOBBELST DOLERIET DOLIUM DOLK DOLKFIB dolkfibula DOORB DOOS DORS DP DR DRIEH DRIEKNOP drs. DRUP DUB e.d. e.v. ECO EEN EG EIPOT ELMPT EMMER ENG et al. etc. FAYENCE FE FeO2 FF FF FG FIBDRAAD FIBSCHIJF FIBULA Fig. FLES FOS FRECHEN FU FZD GA GANG GARENKL GE GEBIT GEBR GEBRONSD GEELGLAZUUR GEEN GEGLAD GEGOL GEIT GEKLEURD gem. GEOM GEPOLIJST GEVERFD GEVERFDRD GEVERFDWT GEW GEWICHT GG GHE GIET GIETMAL GIS GIT glans GLASLOOD GLAZUUR GLD GLD GLS GN GNEIS GORDEL GPS GR GR GR GRANIET GRAPE GROEF groef GROEF GROENGLAZUUR GRS GRSBAK GT GUTS GWBAK HA ha. HAAKFIB HAARNLD HAK HAK HALFFABR HALFFBR HALS HALSRING HAMER HANGER HAZ HEFT HELM HENGS HG hglans HI HK HKL HL HOEFIJZER HOND HT HU HU huttenleem huttenleem

betekenis donker dakpan Defintief Archeologisch Onderzoek deksel Detectorvondst Dierbegraving Dioriet Dissel Distaal (verst weg van bewerking) distelfibula Drenkkuil Distaal met kerf links Distaal met kerf rechts Deels-/ongeslepen Doorlaat(door een muur) dobbelsteen Doleriet Dolium Dolk dolkfibula dolk doorboring doos Dorsaal (rugzijde/ negatieven) Depressie Drain Driehoekige spits (neolithicum/bronstijd) drieknoppenfibula/ kruisboogfibula doctorandus Druppelvormige spits Dubbele schaaf en dergelijke en verder ecologische monsters Eenzijdig Erfgreppel eierpot Elmpt emmer engobe et alii (en anderen) etcetera Fayence Ijzer/oer roest (ijzeroxide) Fosfaat <600m verzameld door Fysisch Geograaf draadfibula schijffibula fibula Figuur fles Fossiel Frechen Fuik Fijn zand Gracht Gangkwarts garenklos Geel gebitselement (tand/kies) Gebroken/onbekend gebronsd geelgeglazuurd Geen Geglad golfrand geit gekleurd gemiddeld Geometrische (micro)spits Gepolijst geverfd/gevernist Beschilderd rood Beschilderd wit Gewichten gewicht >2400m Grafheuvel Gietmal/gietvorm gietmal Geografisch Informatie Systeem gittermuster Glans/afronding werkrand glas-in-lood glazuur Glad gladwandig Glas Groen Gneis gordel/riem Global Positioning System Greppel Grijs Grind Graniet grape groeflijn Groeven Steen met groe(f)ven groengeglazuurd grijs grijsbakkend Goot guts geelwitbakkend Haard hectare haakfibula

haarnaald-speld-pen-sieraad Haardkuil Hak halffabrikaat Halffabrikaat spits hals halssieraad hamer hanger Hazendonk heft/handvat helm Hengsel Huisgreppel Hoogglans/sikkelglans Hoefindrukken Houtskool Hoogkarspel Hutteleem hoefijzer hond Hout Humus Hutkom verbrande leem huttenleem

afkorting HVAT HVS id IJZ IJZER IJZL IJZM IJZV IKAW IN IN INDET INDET INDUSTR ing inkerf INKTPOT ist IVO IVO-B IVO-P j JADE JASPIS jd K k K. EIND KACHEL KAL KALENDER KALK KAM KAMSTRK KAN KANDELR KANDELR KAP KAPFIB KAT KAW KB HB KBBEKER KBW KEIL KEILM KEL KELK KER KER KERFSNED KERN KERN KERNPRE KERNVER KETEL KETTING KEULS KGO KGP KGR KGV KIE KL KL KLAP KLEDING KLEURLS KLING KLINGKERN KLOMP KLOP km KNA KNIEFIB KNIKKER KNIKPOT KNOOP KNOP KNOPPEN KOKER KOM KPY KRAAL KRAM kras KROM KRUIK KRUIKAMF KS Ks1 Ks2 Ks3 Ks4 KSC KUB KURKURN KWA KWAG KWARTS Kz1 Kz2 Kz3 L l L. EIND LAARS LANGERW LANSPUNT LAPPENS LAT LAT LATENE LBK LEE LEEM LEI LEPEL LG LIN LME LMEA LMEB LO LOK LOKOX LOKRED LOOD LOPER LR LS Lz1 Lz2 m m² MA MAA

betekenis Handvat, dikke steel Hilversum identiek aan IJzertijd ijzerkiezel Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden Inhumatie Inhumatiegraf Ondetermineerbaar Artefactcategorie niet te bepalen industrieel wit ingenieur Inkerving/versiering inktpot interstadiaal Inventariserend Veldonderzoek Inventariserend Veldonderzoek Boren Inventariserend Veldonderzoek Proefsleuven ja Jadeiet Jaspis jonger dan klei kolom Korte eindschrabber kacheltegel Kalk kalenderbergversiering Kalksteen kam kam(streek)versiering kan kandelaar kandelaar Kap/tablet slagvlak kapfibula kat Aardewerk vaatwerk Kb/vroege bronstijd-hamerbijl Klokbeker Bouwaardewerk Keil Keilmesser Kelder kelk Aardewerk keramiek kerfsnee Kern Kernsteker Kernpreparatiestuk Kernvernieuwings-/kerncorrectiestuk ketel ketting Keuls Ovale kringgreppel kogelpot Ronde kringgreppel Vierkante kringgreppel Kiezel Kleibrokken Kuil Klappersteen kleding kleurloos Kling Klingkern klomp Klopsteen (klopsporen en slijpvlakken) kilometer Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie kniefibula knikker knikwandpot knoop Knop knoppenfibula koker kom, schaal Pijpen kraal kram Krassen Krombeksteker kruik kruikamfoor Karrespoor zwak siltige klei matig siltige klei sterk siltige klei uiterst siltige klei Sculpturen Kubussteen kurkurn Kwarts (ongebroken) Kwart (gebroken) Kwartsiet zwak zandige klei matig

zandige klei sterk zandige klei leem licht Lange eindschrabber laars Langerwehe lans-/speerpunt lappenschaal Latrine Lateraal (zijkant) Latene Lineaire bandkeramiek Leer Leem Leisteen lepel Laag Lineair Late-Middeleeuwen Late-Middeleeuwen A Late-Middeleeuwen B Ophogingslaag lokaal lokaal oxiderend lokaal reducerend loodglazuur Loper Leer Stortlaag zwak zandige leem sterk zandige leem meter vierkante meter Master of Arts Machinale aanleg

Blad: 1/2

Bijlage 4 Codeboek afkorting MAASLANDS MAF MAG MAJOLICA MALFIG MANTEL MARMER MARNE MAU MBR MC14 MCR MCU MED MEDAILLE MEER MEERV MELOEN MES MESO MESOL MESOM MESOV MET MEUBEL MF MFE MFOS MG MHK MHT MI MIC MICRO MICRO MISBAKSL MK ML MLIT mm MME MN MOD MP mp MPB MPF MR MR Msc MSK MSN MST MST MTL MU MUIL MUNT MUTS mv MXX/slak MZF n N NAALD NAGEL NAGELGEP NAGELONG NAP NED NEN NEO NEOL NEOLA NEOLB NEOM NEOMA NEOMB NEOV NEOVA NEOVB NOORD nr. NS NT NTA NTB NTC NV NVD NVP O O o.a. od ODB ODL ODS OGENFIB OKER OLIELAMP OMB OMEGAFIB ONBEWERKT ONR OOI OOR OORAAN OPH OR ORG OTE OV OVERIG OVL OXB OXX p. PA PA PAARD PAARDETG PAFFRATH pag. PAK PALEO PALEOL PALEOLA PALEOLB PALEOM PALEOV PANTOFFL patina PG PG PGK

betekenis maaslands Machinale afwerking zilver Majolica figuratieve mal mantel gemarmerd Marne(-achtig) goud brons Monster voor C14-datering Crematiemonster koper Mediaal (middendeel) medaille Meerdere zijden Meervoudige steker meloenkraal mes Mesolithicum Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum Metaal meubilair 600-1400m ijzer Fosfaatmonster 1400-2400m houtskoolmonster Houtmonster Muurinsteek Mica micromorfologisch onderzoek Microspits misbaksel Michelsberg lithologisch monster Lithogenetisch monster millimeter messing Mangaan Moddersteen Pollenmonster meetpunt lood Botanisch monster, 0,25mm Botanische macroresten Muur Master of Science Mestkuil tin Mest Muursteen Metaal Muuruitbraak muil munt muts maaiveld (het landoppervlak) metaal/slak Zoölogisch monster, 0.25mm nee noord naald nagelindruk gepaarde nagelindruk ongepaarde nagelindruk Normaal Amsterdams Peil Nederlandse vuursteen Nederlandse Norm Neolithicum Laat-Neolithicum Laat-Neolithicum A Laat-Neolithicum B Midden-Neolithicum Midden-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum Vroeg-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Noordelijke vuursteen nummer Natuursteen Nieuwe tijd Nieuwe tijd A Nieuwe tijd B Nieuwe tijd C Natuurlijke verstoring Dierlijke verstoring Plantaardige verstoring Type onbekend oost onder andere ouder dan bot, dierlijk leer/huid/bont schelp ogenfibula Oker olielamp bot, menselijk

omegafibula onbewerkt Onregelmatig Ooiden kalk Oor Ooraanzet hout/houtskoo Oranje Organisch textiel Oven Overig Ovaal bot, onbekend organisch pagina Paars Houten paal paard paardetuig Paffrath(-achtig) pagina intacte paal met grondspoor van paalkuil Paleolithicum Laat-Paleolithicum Laat-Paleolithicum A Laat-Paleolithicum B Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum pantoffel Patina (kleur bij opmerking) Paalgat: grondspoor voormalige paal. Potgruis (chamotte) Paalgat met paalkuil: grondspoor voormalige paal met grondspoor paalkuil

afkorting PHK PHT PIJLPUNT PIJP PINGSDRF PISPOT PK PKL PKR PL PLOEG POOT PORSELEI POT POT POT POTBEKER PRIEM PROX PS PSE PSK PSTG PUNT PUNTIND PvE PYR RAD RADNDFIG RAEREN RAND RCE RD REC RELBN REPTIEL RHK RIEK RIJNLAND RING RINGFIB RND RO ROLSTEMP ROM ROML ROMLA ROMLB ROMM ROMMA ROMMB ROMV ROMVA ROMVB RON ROND ROND ROODBAK ROODBESCH ROODGLAZUUR ROODVERSCH ROTERE RPA RPG RPK RPL RUIT RUND RUW RUW S s SANDAAL SBA SCH SCH SCHA SCHAAP SCHAAR SCHARNRF SCHEERMS SCHENK scheur SCHIJF SCHILD SCHIST SCHOEISL SCHOEN SCHOTELF SCHOUD SCHPGEIT SCHRABBER SCHUB seg SG SGRAFITO SI SIEGBURG SIERAAD SIKKEL SILT SL slak SLAK SLIBVER SLIJPST SLINGERK SLK SPATEL SPEELGD SPEK SPG SPIEGL SPIJKER SPINKLOS SPIT SPITS splijtv SS ST st STAM STAM STC STEEL STEEL STEEL EN KERF STEELPAN STEEN STEILR STEKER STEKER STEMP STEUNARM

betekenis Houtskool Hout pijlpunt pijpaarde Pingsdorf pispot Paalkuil: grondspoor kuil voormalige paal Proximaal met kerf links Proximaal met kerf rechts Plank ploeg Poot porselein kookpot pot Potstal Potbeker priem Proximaal (gedeelte met bewerking) Ploegspoor Ploegspoor, eergetouw Ploegspoor, keerploeg proto-steengoed Puntvondst puntenindruk Programma van Eisen pyriet radstempel figuratieve radstempel Raeren rand Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed Rijksdriehoek systeem (landelijk coördinatensysteem) Recente verstoring reliefband reptiel Rechthoekig riek Rijnlands Ring ringfibula Rond Rood rolstempel Romeinse tijd Laat-Romeins tijd Laat-Romeins tijd A Laat-Romeins tijd B Midden-Romeinse tijd Midden-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd Vroeg-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Rondom Ronde schrabber (75% geretoucheerd) Rondelle roodbakkend roodbeschilderd roodgeglazuurd roodverschraald Roterende maalsteen Palenrij Rij paalgaten Rij paalkuilen Rij planken Ruitvormige spits rund Ruw ruwwandig silt spoor sandaal Swifterbant schelpengemagerd Schelp Uitschaven schaap schaar scharnierfibula scheermes Schenklip scheur schijf schild Schist schoeisel schoen schotelfibula schouder schaap/geit Schrabber schubbenversiering segment Standgreppel sgraffito Silo Siegburgs sieraad sikkel Siltsteen Sloot slak glasslak slibversiering Slijpsteen/polijststeen slingerkogel

(Produktie-)slakken spatelindruk speelgoed Speksteen Spitsgracht Spiegel, midden bord, kom,schaal spijker spinklos, spinschijf, spinsteen Uitspitten Spits Splijtvlakken Spitspoor Steen stadiaal Steel van een olielamp Stamper Steenconcentratie Gesteelde spits (neolithicum) Dun handvat Steel- en kerfspits steelpan Steenkool Steilgeretoucheerd Steker Stekerafslag stempel steunarmfibula/"Stutzarmfibel"

afkorting STG STLOB STN STREEP STRING STVLAK STVOET SXX SYENIET tab. TAS TECHN TEFRIET TEGEL tel. temp TENT TEX TIN TNIGRA TOU TOUWVERS TRACHIET TRBBEKER TRECHTER TROF TROMPETF TRUBRA TS TUF TUIT TUITPOT UITG v VARKEN VEENLIJK VENSTER VENT VERF VERS STN VETER VIJZEL VING VINGGEP VINGONG VINGRING VIS VISGEREI VISGRAAT VISHAAK VKL VKT VL VL VLAG VME VMEA VMEB VMEC VMED vnr VOETRI VOGEL VORMSCHO VR VST VUISTB VUISTB VUUR VW W WA WAASL WALDGLAS WAND WAPEN WEEFGEW WEEFKAM WERKTUIG WESTERW WG WI WITBAK WK WKD WKD WL WRIJFSCH WRO XME XXX YZERCON Z Z ZAAG ZADEL ZAND ZF10 ZIGZAG ZIJ Zkx ZND ZOOGWILD ZOOL ZOOLBESP ZOUT Zs1 Zs2 Zs3 Zs4 ZW ZWAARD ZWEEP

betekenis steengoed Standlob, vinvormige poot Natuursteen strepenversiering Standring, ronde ring onder bodem Standvlak, geheel platte bodem Standvoet, ronde ring aan buitenzijde bodem steen onbepaald Syeniet tabel tas Technisch Tefriet tegel telefoon temperatuur tent Textiel tinglazuur Terra Nigra Touw touwversiering Trachiet Trechterbeker trechter Troffelen trompetfibula Terra Rubra Terra Sigillata Tufsteen Tuit tuitpot uitknijpingen vondst varken veenlijk vensterglas Ventraal (buikzijde/ slagzijde) verf Versierde steen veter Vijzel vingertop gepaarde vingertop ongepaarde vingertop vingerring vis visgerei visgraatversiering vishaak Huttenleem/verbrande leem Vierkant Vlek Vlaardingen tussen rand en spiegel van bord etc.

Vroege-Middeleeuwen Vroege-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen D vondstnummer Voetring, zie: standring vogel vormschotel Vloer Vuursteen Vuistbijl Vuistbijlafslag Vuurslag Vlechtwerk west Waterput Waaslands waldglas wand wapen weefgewicht weefkam werktuig Westerwald Weg Wit witbakkend Waterkuil wikkeldraadindruk Wikkeldraad Wal wrijfschaal/mortarium Wet Ruimtelijke Ordening Middeleeuwen onbekend ijzerconcretie zand zuid Gezaagd Zadelkweern Zandsteen Lutterzeef, 10mm zigzag Zijschrabber kleiig zand Zand zoogdier, wild zool zool, bespijkerd zoutglazuur zwak silitig zand matig siltig zand sterk siltig zand uiterst ziltig zand Zwart zwaard zweep

Blad: 2/2

Bijlage 5 Verklarende Woordenlijst Allerød tijd antropogeen ARCHIS-melding artefact bioturbatie Bølling tijd

castellum castra conservering

Korte, relatief warme periode uit het Laat-Glaciaal (Weichselien), ca. 11.800-11.000 jaar geleden. Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt). Elke melding bij het centraal informatiesysteem (ARCHIS). Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen. Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten. Korte, relatief warme periode uit het Laat-Glaciaal (Weichselien), ca. 13.500-12.000 jaar geleden. Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.). Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen. In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden. (ook wel C14- of C14-datering) Bepaling van gehalte aan radio-actieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14C-ouderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór4 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie). Romeins legerkamp. Romeins legerkamp voor legioenen Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn.

couperen

Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen.

crematie crevasse cultuurdek dagzomen debiet

Edelmanboor eolisch ex situ esdek fibula fluviatiel fluvioglaciaal fluvioperiglaciaal gaafheid genese

Begraving met gecremeerd menselijk bot. Doorbraakgeul door een oeverwal. 30 tot 50 cm dikke cultuurlaag, soms opgebracht (vergelijkbaar met een es, maar minder dik), soms ontstaan door diepploegen. Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.). Het aantal m3 water dat op een bepaald punt in een rivier per seconde passeert. Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een 'dek' (Saalien: Formatie van Eindhoven; Weichselien: Formatie van Twente). Laatste gedeelte van het Laat-Weichselien, ca. 20.000-10.000 jaar geleden. Interglaciaal tussen Saalien en Weichselien (resp. voorlaatste en laatste glaciaal), ca. 130.000-120.000 jaar geleden. Dikke eerdgrond (=laag met donkere, min of meer rulle grond, met organische en anorganische bestanddelen) ontwikkeld op zandgrond onder invloed van de mens; worden ook wel essen genoemd. Een handboor voor bodemonderzoek. Door de wind gevormd, afgezet. Achtergebleven op andere plaats dan waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren. Dikke humeuze laag ontstaan door eeuwenlange bemesting; beschermt de oorspronkelijke bodem tegen ploegen en andere verstoringen mantelspeld Door rivieren gevormd, afgezet.

Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet. Door stromend water onder periglaciale omstandigheden afgezet. Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang). Wording, ontstaan.

grondmorene

Het door het landijs aangevoerde en na afsmelten achtergebleven mengsel van leem, zand en stenen. De afzetting wordt vaak aangeduid als keileem.

havezate Holoceen horizont humeus ijzeroer inhumatie in situ interstadiaal kom kronkelwaard kwel laag leem limes lithologie löss lutum meander meanderen

oeverafzetting

Ridderlijk goed of kasteel in de oostelijke provincies. Jongste geologisch tijdvak (vanaf de laatste IJstijd: ca. 8800 jaar voor Chr. tot heden). Kenmerkende laag binnen de bodemvorming. Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem. IJzeroxidehydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt. Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren. Een warmere periode tijdens een glaciaal. Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken. Deel van een stroomgebied omgeven - en grotendeels opgebouwd - door een meander. Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden. Samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei Grens (meer in het bijzonder de noordgrens van het Romeinse rijk). Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten. Eolisch (=wind-)a afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 63 Fm.

Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht (genoemd naar de Meander in Klein Azië, thans Menderes). (van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren. Type laat-middeleeuws kasteel (vaak een ronde burcht met toren) waarvoor het kenmerkend is dat het is geplaatst op een meestal kleine, kunstmatige verhoging. Rug langs een rivier, bestaande uit overwegend kleiafzettingen.

oeverwal

Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt.

oxidatie palynologie

Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; 'verbranding' bij veen). Zie pollenanalyse. Oud verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht. Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende IJstijden). Na de laatste IJstijd begint het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.). Koudste periode van de laatste IJstijd, het Weichselien, ca. 20.000-13.000 jaar geleden. Bodem met een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont). Het proces van het uitlogen van de E-horizont en de vorming van een Bhorizont door inspoeling van amorfe humus en ijzer wordt podzolering genoemd. De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd. Uitgediepte veestal. Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven. Kleine veldschans (die alleen uitspringende en geen inspringende hoeken heeft). Door uitstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom).

Voorlaatste glaciaal, waarin het landijs tot in Nederland doordrong (vorming stuwwallen), ca. 200.00-130.000 jaar geleden. Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Plaats waar in het verleden menselijke activiteit heeft plaatsgevonden. Steenachtig afval van metaal- of glasproductie Het hellingafwaarts bewegen van met water verzadigd verweringsmateriaal, o.a. bij permafrost (een permanent bevroren ondergrond). Op palen geplaatst opslaghuisje voor granen. Met water gevulde, van de hoofdstroom afgesneden-'dode'- meander. Opeenvolging van lagen in de bodem. De ligging der lagen betreffend. Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en). Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijven door inklinking van de komgebieden als een rij in het landschap liggen. Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten. Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem. Meerdere met elkaar in ruimte, tijd en functioneel opzicht samenhangende sporen. Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag. Proces van bodemvorming waarbij de bodem egaal (roest)bruin van kleur wordt.

Een burgelijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten. Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt. Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca. 120.000-10.000 jaar geleden. Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat. Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied.

Boreaal Buitendijks 14C-datering

dekzand Dryas Eemien enkeerdgronden

motte

plaggendek plangebied Pleistoceen Pleniglaciaal podzol pollenanalyse potstal Prehistorie redoute rivierduin Saalien silt site slak solifluctie spieker strang stratigrafie stratigrafisch stroomgordel stroomrug stuwwal terras (rivier-) structuur vaaggronden verbruining vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid

Blad: 1/ 1

AB Dorpsstraat te Nijmegen, eindrapport

Archeodienst BV

Bijlage 6: Periodentabel

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=086f4f2b-621c-485e-b825-45468fdc6a78