Bijlage 16 Bijlagen bij de toelichting MER Bijlage 11.1 Archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen Gemeente Nijmegen Archeologisch bureauonderzoek
Opdrachtgever
Projectleider
Royal Haskoning DHV Nederland B.V.
S. Ransijn
Versie: 4
Postbus 1132 3800 BC Amersfoort Projectnummer
Autorisatie
Datum
Synthegra Rapport S210047
drs. F. Stevens
03-06-2022
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
COLOFON
Opdrachtgever
: Royal HaskoningDHV
Project
: Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen
Projectnummer
: S210047
Titel
: Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch
Datum
: 03-06-2022
Projectleider
: S. Ransijn
Auteurs
: S. Ransijn
Autorisatie
: drs. F. Stevens
Druk
: Synthegra B.V., Leusden
Afbeeldingen
: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld
ISSN
: 1874-9771
Bureauonderzoek
Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems) Synthegra B.V. Olmenlaan 6a NL-3833 AV Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl
© Synthegra B.V., 2021
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
2 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
4
SAMENVATTING
5
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
7 7 8 8 9
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Historische ontwikkeling Archeologische waarden in en rondom het plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting Advies
10 10 10 14 31 34 37
3 3.1 3.2 3.3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
38 38 38 39
BRONNEN
41
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Doorsnede Noordterrein Bijlage 3: ketelhuis CG1 palenplan Bijlage 4: Plattegrond 1975 Bijlage 5: CG13 palenplan machinezaal Bijlage 6: fundering en palenplan torens Bijlage 7: leidingen voorlangs CG11,12 en 13 Bijlage 8: plattegrond 1984 Bijlage 9: Plattegrond 1998 Bijlage 10: Plattegrond 2010 Afbeelding voorblad: Impressie van de herinrichting van het terrein van Centrale Gelderland (bron: Gebiedsvisie Waal Energie, 3 september 2019)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
3 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Administratieve gegevens Toponiem
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen
Plaats
Nijmegen
Gemeente
Nijmegen
Provincie
Gelderland
Projectnummer
S210047
Bevoegde overheid
Gemeente Nijmegen
Opdrachtgever
Royal HaskoningDHV Nederland B.V.
Uitvoerende instantie
Synthegra B.V.
Datum uitvoering veldwerk
N.v.t.
Uitvoerders veldwerk
N.v.t.
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
5093137100
Datum onderzoeksmelding
09-07-2021
Kaartblad
40C
Periode
IJzertijd tot Nieuwe Tijd
Oppervlakte
Circa 34,7 ha
Perceelnummer(s)
Kadastrale gemeente Neerbosch, sectie G, perceelnummer: 1627
Grond eigenaar / beheerder
ENGIE
Grondgebruik
Industrieel gebruik
Geologie
Formatie van Echteld
Geomorfologie
Welvingen in uiterwaard
Bodem
Poldervaaggronden
Depot
Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het gemeentelijk depot van Nijmegen.
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Noord:
x 185643
y 430231
Oost:
x 185848
y 429824
Zuid:
x 185419
y 429612
West:
x 185218
y 429918
Centrum:
x 185520
y 429936
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
4 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van Royal HaskoningDHV Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het terrein van de Centrale Gelderland aan de Noordkanaalhaven te Nijmegen.
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein van de oude energiecentrale van Gelderland. De toekomstige bodem verstorende werkzaamheden zijn nog niet bekend, maar vermoedelijk reiken deze dieper dan 1 meter. De bodem kan plaatselijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Daarnaast hebben er in het gebied verschillende grondroeringen plaatsgevonden voor, tijdens en na WOII. Hierbij is er zowel grond opgebracht als afgegraven, waarbij archeologische resten mogelijk zijn verstoord. Daarnaast is er in en nabij het plangebied gevochten tijdens WOII waardoor er mogelijk explosieven aanwezig zijn binnen het plangebied. REASeuro heeft hiervan een inventarisatie gemaakt. Onderdeel van dit bureauonderzoek is het in kaart brengen van de aanwezige verstoringen binnen het plangebied met daarbij de impact die deze gehad hebben op het archeologische bestand. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanprocedure.
Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied ligt op een welving in de uiterwaarden van de Waal op fossiele stroomruggen van het Ressensysteem. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen, kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. De stroomgordel afzettingen zelf liggen voornamelijk in het noordelijke deel, maar het landschap waarin de stroomgordel actief was kan zich ook in het zuidelijke deel bevinden vanaf een diepte 8,70 m +NAP. Rondom het plangebied zijn verschillende archeologische vondsten gedaan die samenhangen met tracés van de Romeinse weg naar Weurt en verder. Langs deze wegen ontstond lintbebouwing en daar kwamen ook grafvelden voor. De Romeinse cultuurlagen komen op circa 9,5 m +NAP voor in de omgeving van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn ook archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aangetroffen, waarbij het gaat om wegen, erfcomplexen en dijken. Het noordelijke deel van het plangebied is rond de jaren 30 van de vorige eeuw afgegraven geweest voor grindwinning en mede door het in gebruik nemen van de energiecentrale uit 1936 extra verstoord.
Tijdens de WOII is het zuidelijke deel van het plangebied voor een groot deel opgehoogd met circa 1,5 tot 2 meter. Na WOII is het gehele terrein verder opgehoogd tot hetzelfde niveau als het noordelijke deel (14 m +NAP). Hierdoor heeft de zuidelijke helft van het plangebied grotendeels een hoge archeologische waarde voor de perioden IJzertijd tot Nieuwe Tijd waarbij de nadruk ligt op de Romeinse tijd en de Romeinse wegen uit die periode. Echter binnen het zuidelijke deel hebben er verstoringen plaatsgevonden tijdens de aanleg van de gebouwen van de elektriciteitscentrale. Deze afgravingen reiken tot maximaal 8 m +NAP en daarnaast zijn de werken met heipalen gefundeerd, waardoor archeologische niveaus danig verstoord zullen zijn. De zwart gearceerde zone in het zuidelijke deel van het plangebied geeft de locatie van een oude dijk aan. Deze dijk bevindt zich op circa +12 m +NAP. Op de locaties waar gebouwen staan zijn de resten van deze dijk niet meer te verwachten, maar in de rest van het zuidelijke deel (de rode gearceerde zone) zouden de restanten van deze dijk nog voor kunnen komen vanaf circa +12 m +NAP. Er is een overzicht gemaakt op basis van literatuur en
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
5 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
archiefbezoek aan de Engie-centrale waarbij zones op basis van de aard van de ingrepen (vergravingen, heiwerkzaamheden). (afbeelding 30). Als de ligging van de tweede wereldoorlog verwachting hierop wordt geplot liggen deze in het als verstoord aangemerkte gebied (grijze zone).
Uiteindelijk is ook uit het REASEuro onderzoek de dikte van het ophogingspakket bepaald en voor het merendeel van het gebied blijkt dat het ophogingspakket minimaal 3 meter bedraagt. Slechts in de zone rondom de silo’s in het zuidwesten bedraagt de ophoging tussen de 0,4 en 1,5 meter. Het betreft afbeeldingnummers 30 en 31 en zijn te vinden op pagina 36 van dit rapport.
Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd indien de verstoringen in de rode zones van afbeelding 31 en 32 dieper gaan dan 10,5 m +NAP (het huidige maaiveld varieert in dit gebied van 11 tot 14 m +NAP).
In het plangebied wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd om de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het verwachtingsmodel te toetsen. Op basis van het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare aanbevolen.
Er wordt geadviseerd te boren met een boordiameter van 7 cm, dit kan idealiter mechanisch met een aqualocksysteem. De boringen dienen dan te worden uitgevoerd tot minstens de beoogde verstoringsdiepte of 7 m +NAP gezet te worden om de laag met IIzertijd verwachtjng te toetsen. Het opgeboorde sediment dient te worden verbrokkeld en/of versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen moeten lithologisch beschreven worden conform de NEN 51041 en bodemkundig2 geïnterpreteerd.
Bovenstaande vormt een advies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Nijmegen). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra B.V. wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan, dan geldt de wettelijke meldingsplicht zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
1
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
2
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
6 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Royal HaskoningDHV Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek3 uitgevoerd voor het terrein van de Centrale Gelderland aan de Noordkanaalhaven te Nijmegen (afbeelding 1).
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein van de oude energiecentrale van Gelderland. De toekomstige bodem verstorende werkzaamheden zijn nog niet bekend, maar vermoedelijk reiken deze dieper dan 1 meter. De bodem kan plaatselijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Daarnaast hebben er in het gebied verschillende grondroeringen plaatsgevonden voor, tijdens en na WOII. Hierbij is er zowel grond opgebracht als afgegraven, waarbij archeologische resten mogelijk zijn verstoord. Daarnaast is er in en nabij het plangebied gevochten tijdens WOII waardoor er mogelijk explosieven aanwezig zijn binnen het plangebied. REASeuro heeft hiervan een inventarisatie gemaakt4. Onderdeel van dit bureauonderzoek is het in kaart brengen van de aanwezige verstoringen binnen het plangebied met daarbij de impact die deze gehad hebben op het archeologische bestand. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanprocedure.
Door de voorgenomen graafwerkzaamheden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het bestemmingsplan, met daarin verwoord het gemeentelijk beleid, in het kader van een bestemmingsplanprocedure voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd.
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens dat is vastgesteld door de gemeente Nijmegen op de datum 17-12-20145. Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Voor terreinen met een Waarde Archeologie 2 geldt, dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 50 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 30 centimeter beneden maaiveld. De bevoegde overheid, de gemeente Nijmegen, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 6.
De bevoegde overheid, gemeente Nijmegen, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een besluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
3
BO, protocol 4002
4
Bongers 2020
5
www.ruimtelijkeplannen.nl
6
SIKB 2018.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
7 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden.
De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: 1.
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?
2.
Worden er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied verwacht? Indien ja (dan zijn de volgende twee sub vragen van toepassing)? a.
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?
b.
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
3. In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? 4.
Welke bodemverstorende activiteiten hebben er voor en na de tweede wereldoorlog plaatsgevonden in het plangebied (e.g. ophogingen en afgravingen) en welke impact heeft dit op de archeologische verwachting?
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 34,7 ha en is gelegen aan de Kanaalhavens te Nijmegen (afbeelding 1). Het plangebied is in gebruik als industrieterrein en is bebouwd. Op het zuidelijke deel van het plangebied is de oude elektriciteitscentrale van Gelderland aanwezig. Daarnaast zijn er enkele kolenbunkers aanwezig en een afmeerplaats voor de scheepvaart.
Afbeelding 1: Het plangebied, rood omkaderd, op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 (Bron: www.Pdok.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
8 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
1.4
Toekomstige situatie van het plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. Een deel van de huidige opstallen en gebouwen zal worden gesloopt en vervangen voor nieuwbouw. (afbeelding 2).
Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: Opdrachtgever)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
9 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.
2.2
Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar, en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •
Geomorfologische Kaart 1:50.000 (Afbeelding 3)
•
Afzettingenkaart van de Rijn-Maas delta (Afbeelding 4)
•
Bodemkaart 1:50.000 (Afbeelding 5)
•
Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Afbeelding 6)
•
Relevante achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst)
Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe Ondergrond.7 Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden: bijlage 1.
Nijmegen ligt op de spoelzandwaaier van de stuwwal van Nijmegen-Kleve, welke gevormd is gedurende het Midden-Saalien, de voorlaatste ijstijd. Deze stuwwal is een hoger gelegen deel in het landschap en daardoor zeer geschikt voor bewoning. Het plangebied ligt op de overgangszone van de spoelzandwaaier, naar de rivierterrassen van de Waal. In deze zone zijn grindige afzettingen van de Stuwwal, zandige dekzandafzettingen en oeverafzettingen van de terrasvlakte van de Waal te verwachten.
Geo(morfo)logie en landschap Op basis van de geomorfologische kaart (afbeelding 3) ligt het plangebied in de bebouwde zone. Door middel van extrapolatie van de omliggende eenheden valt het plangebied op welvingen in de uiterwaard (3L16b) en/of rivieroeverwalafzettingen (3K25) te plaatsen. Deze afzettingen zijn afgezet door de Waal gedurende het Holoceen en bevatten zand en klei. Zowel de rivieroeverwal als de welvingen in de uiterwaard zijn hoger gelegen delen in het landschap waardoor deze geschikt waren voor bewoning. Op basis van de afzettingenkaart van de Rijn en Maas8 zijn de stroomgordels 146 en 304 te plaatsen binnen de noordelijke helft van het plangebied en stroomgordel 352 net ten noorden (afbeelding 4). Stroomgordel 146 behoort tot het Ressensysteem welke actief was tussen 3850 – 2250 BP. Deze stroomgordel bevindt zich op circa +8,7 – 7,9 m +NAP. Het Ressen-systeem is gelegen nabij de Waal binnen de Vroege tot Midden Holoceen vallei. De
7
De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe
8
Cohen en Stouthamer 2012.
Ondergrond.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
10 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
oeverwallen van stroomgordel 146 waren geschikt voor bewoning gedurende de IJzertijd, Romeinse Tijd en de Vroege en Late Middeleeuwen. Stroomgordel 304, welke ook door het plangebied loopt, behoort tot de huidige uiterwaarden van de Waal en was actief vanaf 1760 BP tot heden. De diepteligging van deze stroomgordel is onbekend, maar ligt mogelijk bovenop stroomgordel 146. De noordelijk gelegen stroomrug 352 behoort tot de Ressen fase C en dateert tussen 3500 en 3000 BP. De diepteligging van deze stroomgordel is onbekend maar ligt mogelijk ook onder stroomgordel 146. Het plangebied bevat dus een gestapeld landschap met fluviatiele afzettingen van de Waal, waarin zowel oeverwal-afzettingen, komafzettingen en geulafzettingen aanwezig kunnen zijn. Met name de hogere gelegen oeverwallen zijn archeologisch interessant, aangezien deze delen hoger en dus drogere plekken in het landschap vormden.
Afbeelding 3: Het plangebied, rood omkaderd, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
11 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 4: Het plangebied, rood omkaderd, op afzettingenkaart van de Rijn-Maas delta (Bron: Cohen en Stouthamer 2012).
Bodem Op basis van de bodemkaart (afbeelding 5) ligt het plangebied op een bebouwde zone. Echter door middel van extrapolatie van de omliggende eenheden zijn kalkhoudende vaaggronden te verwachten (ooivaaggronden, poldervaaggronden en/of vlakvaaggronden). Vaaggronden zijn jonge bodems, waarbij zich slechts een dunne A-horizont (circa 40 cm dikte) heeft gevormd. Doordat deze bodems zich vormen in gebieden met hoge grondwaterstanden vindt er oxidatie plaats in de A en C horizont en bevatten deze roestplekken.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
12 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 5: Het plangebied, rood omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).
AHN Op basis van het digitale hoogtemodel zoals weergegeven in het AHN (afbeelding 6) valt op te maken dat het terrein is geëgaliseerd en dat er mogelijk delen zijn afgegraven of zijn opgehoogd ten opzichte van de maaiveldhoogte gedurende voor en tijdens WOII. De hoogte van het maaiveld varieert van circa 11,0 tot 14,0 m +NAP.9
9
Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil)
geraadpleegd op www.ahn.nl © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
13 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 6: Het plangebied, rood omkaderd, op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN),(Bron: www.ahn.nl).
2.3
Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is divers kaart- en beeldmateriaal (Afbeelding 7 t/m 17) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst).
Nijmegen kent een oude en rijke historie die de perioden vanaf de prehistorie tot aan de Nieuwe Tijd omvat. Habraken geeft een helder en uitgebreid overzicht van deze historie in het bureau onderzoek dat al eerder voor een deel van het plangebied is uitgevoerd in 201510. Nijmegen is vooral bekend vanwege haar rijke Romeinse historie. De naam Nijmegen is afgeleid van de Romeinse naam van de nederzetting Ulpia Noviomagus. Nijmegen is vooral bekend vanwege de aanwezigheid van een Romeins Legioen ter verdediging van de Limes. Na de Romeinse periode ontwikkelde Nijmegen zich als handelsstad langs de Waal. In 1230 krijgt de stad opnieuw stadsrechten en werd het de hoofdstad van één van de Gelderse kwartieren. Het plangebied ligt net ten westen van de binnenstad van Nijmegen. Wel worden er in dit gebied Romeinse wegentracés verwacht, welke mogelijk ook in latere perioden in gebruik bleven. Tot slot, Nijmegen is zwaar onder vuur genomen in 1944 tijdens Operatie Market Garden, waarbij tijdens de Slag om Nijmegen de Waalbrug werd aangevallen door de geallieerden. De stad lag maandenlang dicht tegen het front aan, waardoor Nijmegen flink gehavend uit de oorlog kwam.
10
Habraken 2015.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
14 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
PRE-WOII Op basis van de kaart (afbeelding 7) van Jacobus van Deventer uit de 16e eeuw van Nijmegen en omgeving, blijkt dat er door het plangebied een doorgangsweg loopt naar Weurt. Deze weg is ook afgebeeld op de Hottinger kaart uit de 18e eeuw (afbeelding 8) en op het Kadastrale minuutplan uit het begin van de 19 e eeuw (afbeelding 8), waarbij deze weg als de Koningstraat wordt aangeduid. Mogelijk is deze weg deels gelegen op wegtracés van Romeinse wegen. Op de topografische kaart uit 1850 (afbeelding 9) en het kadastrale minuutplan uit het begin van de 19 e eeuw is te zien dat het noordelijke deel van het plangebied binnen de bedijkte uiterwaarde van de Waal ligt. Door het zuidelijke deel van het plangebied loopt de verbindingsweg tussen Nijmegen en Weurt. Binnen het plangebied stond een boerderij de Salaadben. Rondom het plangebied zijn verschillende grindgaten zichtbaar. Op deze plekken werd grind gewonnen. Deze grindwinningsgaten zijn op de historische kaarten zichtbaar vanaf 1870 tot en met 1929, hierbij is het niet duidelijk tot op welke diepte deze zijn uitgegraven. 11 Ten oosten is het Fort Kraaijenhof afgebeeld. Op de kaart uit 1870 (afbeelding 10) is de situatie ten opzichte van 1850 nauwelijks veranderd. Wel wordt duidelijk dat het plangebied in gebruik was voor agrarische doeleinden. Ook is ten oosten van het plangebied een aanmeerplaats afgebeeld.
Rond omstreeks 1900 (afbeelding 11) blijkt het plangebied ten dele in gebruik als akkerland en grasland. Het Fort de Kraaijenhof is echter niet meer afgebeeld. Daarnaast is te zien dat er langs de oevers van de Waal strekdammen zijn aangelegd. Deze strekdammen zijn op kaartmateriaal van 1893 nog niet zichtbaar en op kaartmateriaal van 1899 wel dus er kan worden aangenomen dat ze in de tussenliggende periode zijn aangelegd.
Rond 1904 wordt er meer bebouwing gerealiseerd langs de weg tussen Nijmegen en Weurt, maar vooral buiten het plangebied om. Direct ten oosten en ten westen van het plangebied, zijn vanaf 1904 (afbeelding 12) op de historische kaarten steenbakkerijen aanwezig. Daar werd baksteen vervaardigd welke via de Waal naar andere locaties getransporteerd werd. Vanaf 1920 vinden er ingrijpende veranderingen plaats in en nabij het plangebied. Direct ten westen wordt het Maas-Waal kanaal gerealiseerd dat in 1927 voltooid is12. Als onderdeel hiervan, worden er ook sluizen gerealiseerd waarover de nieuwe verbindingsweg wordt aangelegd. Deze doorgangsweg tussen Nijmegen en Weurts wordt naar het zuiden verlegd. In eerste instantie liep deze centraal door het plangebied heen. Op de kaart met de topografische situatie van 1931 wordt deze nieuwe indeling voor het eerst weergegeven (afbeelding 13). In deze periode is het noordelijke deel van het plangebied ook vrijwel volledig afgegraven geweest. Het zuidelijke deel bevat nog steeds delen van de oorspronkelijke verkaveling en bebouwing.
Vanaf juli 1933 wordt aangevangen met de bouw van de energiecentrale (CGI) die in het noordelijke deel van het plangebied werd gerealiseerd13. Voor de aanleg van dit terrein werd het gehele plangebied opgehoogd tot 14 m +NAP. De uitgangssituatie van het noordelijke deel betrof een grindwinput waar tot zeker 0 m +NAP afgegraven was (zie afbeelding 14), waar het maaiveld nog intact was lag het op circa 9 tot 9,5 m +NAP. De aanvulhoogte varieerde derhalve van 5 meter tot 14 meter (de plekken waar eerder ontgravingen hebben plaatsgevonden) (zie profiel bijlage 2). In eerste instantie betrof het de realisatie van de constructie van de kademuur waarna de binnenhaven werd uitgegraven. In 1934 werd een aanvang gemaakt met de bouw van
11
www.topotijdreis.nl
12
Noviomagus.nl
13
De Gelderlander 4 juli 1936
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
15 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
het ketelhuis. Op 6 juli 1936 volgde de officiële opening van de energiecentrale. In het noordwestelijke deel van het plangebied werden kolenbunkers aangelegd om de kolenvoorraad in op te slaan. Uit een boorprofiel gezet in 2018, blijkt dat deze tot 7 meter beneden het huidige maaiveld (7 m +NAP) zijn aangelegd14 (afbeelding 15). De uiteindelijke situatie is op historische foto’s te zien (afbeelding 16). Een registratie ten behoeve van topografische kaarten volgde pas in 1962 (afbeelding 18), hierop is ook ten noorden van de CGI de locatie van de CG2 weergegeven die medio jaren 50 is aangelegd. Beide centrales zijn met een nauw heipalenplan onderheid (bijlage 3 als voorbeeld). Een inventarisatie van de bodemverstorende en historische elementen die op de verschillende historische kaarten van voor WOII zijn herkend, is weergegeven op afbeelding 17.
Afbeelding 6: Het plangebied, rood omkaderd op de kaart van Jacob van Deventer uit circa 1557, de ligging is indicatief vanwege de onnauwkeurigheid van de kaart (Bron: https://www.noviomagus.nl/novioplattegrond04.htm#1794a).
14
Bongers 2020
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
16 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 7: Het plangebied, globale ligging rood omcirkeld, op de Hottinger kaart uit circa 1794
(Bron:
https://www.noviomagus.nl/Plattegronden/P86a.htm).
Afbeelding 8: Het plangebied, rood omkaderd, op het kadastrale minuutplan15 uit het begin van de 19e eeuw. (Bron: de beeldbank van de RCE).
15
Kadastrale Minuutplans zijn ten behoeve van de belastingheffing vervaardigde kaarten. De opnames zijn gestart in 1811, ten tijde van Frans bestuur en gecontinueerd tot 1832 (vanaf 1815 onder Nederlands bewind). Het zijn grondbeschrijvingen van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
17 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 9: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1850 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 10: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1870 (Bron: www.topotijdreis.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
18 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 11: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1900 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 12: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1904 (Bron: www.topotijdreis.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
19 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 13: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 1931 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 14. Het plangebied op een luchtfoto uit de zomer van 1929. In het noordwestelijke deel is hier de rechthoekige grindwin-put duidelijk zichtbaar. In het oostelijke deel is de iets kleinere onregelmatige grindwin-put te zien. (bron: Archief Engie). © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
20 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 15: Doorsnede van de diepte van de verstoringen rondom de kolenkelders (bron: REASEuro)
Afbeelding 16. Een totaaloverzicht van de bouwwerken op het noordelijke deel van het terrein op een luchtfoto uit 1972. Het gebouw links stelt de CGI voor en rechts de CGII (bron: archief Engie). © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
21 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 17. Inventarisatie van de verschillende elementen die voor WOII waargenomen zijn op kaartmateriaal.
WOII Tijdens de WOII hebben er binnen het plangebied verschillende werk en verdedigingswerken te plaatsen. Uit het onderzoek van REASeuro blijkt dat er loopgraven, wapenopstellingen, geschutsopstellingen en verdedigingswerken op het terrein hebben gestaan. Deze zijn te zien op luchtfoto’s genomen door de RAF in 1944 en 1945 (afbeelding 18). Het betreft hier mogelijkerwijs mobiele stellingen en loopgraven waarvan fysieke overblijfselen waarschijnlijk beperkt zullen zijn tot dichtgestorte loopgraven en mogelijk een concentratie met vondsten ter hoogte van het oude maaiveld. Een uitgebreide inventarisatie hiervoor is weergegeven in het REASEuro onderzoek waarvan de belangrijkste locaties in afbeelding 19 staan weergegeven. Door de immense ontwikkelingen die er sindsdien hebben plaatsgevonden op het opgehoogde noordelijke deel (de ontwikkelingen van de CG2 centrale, het uitgraven van het water en alle met zich meebrengende infrastructuur is de kans minimaal dat er nog resten van teruggevonden kunnen worden.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
22 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 18: Een luchtfoto van de RAF in september 1944 van het gebied (Bron: www.kadaster.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
23 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 19: Het plangebied met daarop aangegeven de weergegeven zones met militaire stellingen (mobiele en loopgraven). (Bron: REASEuro)
POST WOII De ontwikkelingen van na de Tweede Wereldoorlog hebben voornamelijk plaatsgevonden in het zuidelijk deel. Direct na de tweede wereldoorlog is er op het noordelijk deel nog wel de CG2 gebouwd (zoals zichtbaar op afbeelding 16). In 1962 (afbeelding 21) is de eerste elektriciteitscentrale gerealiseerd op het zuidelijke deel van het plangebied. Voorafgaand is de oorspronkelijke bebouwing gesloopt en het gebied opgehoogd (zie afbeelding 20). In eerste instantie heeft er een ander gebouw net ten zuiden van de binnenhaven gelegen, welke is verwijderd voor de aanleg van de elektriciteitscentrale (afbeelding 22, situatie 1970). De toenmalige situatie is duidelijk zichtbaar op de kaart uit 1973 (afbeelding 23), hierop zijn de centrale gebouwen CG11, CG12 en CG13 zichtbaar, weergegeven als code PE11, PE12 en PE13 (zie ook bijlages 4, 8,9 en 10 voor overzichten uit de periode 1975-2010). Er zijn sindsdien ook verschillende bijgebouwen en opslagfaciliteiten op beide terreinen gerealiseerd. Deze gebouwen zijn net als de voorgangers op de noordzijde middels een flink intensief heipalenplan onderheid (zie bijlage 5 en 6). Ten oosten van de centrales zijn tot 9,7 m +NAP diepte leidingen aangelegd ten behoeve van de afvoer naar de haven (zie bijlage 7)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
24 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 20. Aanleg bouwterrein in 1959. Zo bezien werd het terrein opgehoogd op het oorspronkelijke maaiveld.
Het meest zuidelijk puntje is hierbij lange tijd ontzien, echter bij de aanleg van de laatste centrale werd deze strook ook in gebruik genomen. In 1981 werd de tot voor kort aanwezige kolen-biomassacentrale in gebruik genomen op het zuidelijke terrein. De definitieve situatie hiervan is goed zichtbaar op de luchtfoto’s (afbeeldingen 25 en 26) . Het archiefbezoek dat is uitgevoerd op 8 november 2021 heeft een hoop informatie opgeleverd over de constructies en funderingen van verschillende gebouwen. Onze archeoloog heeft samen met de medewerkers van het archief van de Engie-centrale een inventarisatie gemaakt van de verstoringen die hebben plaatsgevonden. Naast de grote centrale zelf, zijn er ook meerdere kleinere bijgebouwen zichtbaar die ook gefundeerd zijn. Het betreft hier de zones met de twee meest recente centrales in dit deel en een selectie van wat grotere bijgebouwen waaronder silo-opslag voor zware olie. De exacte diepte is hiervan echter niet te achterhalen buiten de kelder van de centrale die tot zeker 9 m +NAP reikt (afbeelding 24). Voor het merendeel is het heipalenplan bekend en in archieftekeningen aanwezig en is net als bij de eerdere centrales voorzien van een intensief heipalenplan dat onderliggende danig verstoord zal hebben. De belangrijkste ingrepen en elementen uit deze periode zijn weergegeven in afbeelding 27.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
25 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 21: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1962 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 22: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1970 (Bron: www.topotijdreis.nl).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
26 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 23: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit circa 1973 (Bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 24: Doorsnede van de onderkeldering van de moderne kolen-biomassacentrale.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
27 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 25. Luchtfoto uit begin jaren 80 met volledige bebouwing. (bron: archief Engie centrale)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
28 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 26: Luchtfoto uit 1986 van het zuidelijk deel van het terrein met de CG11,12 en 13 samen aanwezig. Links voorbij de haven ook de nog aanwezige CG1 centrale (foto vanaf het westen genomen). Vooraan is het kolenpark duidelijk zichtbaar met rechts de zware olietanks. (bron: archief Engie-centrale)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
29 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 27. Weergave van de elementen die zijn waargenomen na WOII waarbij verstoringen hebben plaatsgevonden..
Bekende bodemverstoring Binnen het plangebied hebben voor en na WOII verschillende grondroeringen plaatsgevonden. Op basis van de historische kaarten, de AHN en de maaiveldreconstructie tijdens WOII, gemaakt door REASeuro als onderdeel van het Maatwerkadvies Niet Gesprongen Explosieven rapport dat voor het gebied is opgesteld, is de volgende bodemverstoringskaart opgesteld voor de perioden voor WOII en na WOII. Voor WOII lag het maaiveld van het plangebied op circa 9,5 m +NAP. Het noordelijke deel van het plangebied is tot circa 1931 afgegraven geweest, waarschijnlijk t.b.v. grindwinning. De diepte van deze verstoring is niet bekend. Tijdens WOII is het gebied opgehoogd met 1 tot 2 meter en zijn de afgravingen in het noordelijke deel gedempt. Het maaiveld gedurende WOII lag op 10,5 m +NAP. Na WOII is het gebied opgehoogd met een pakket variërend in dikte tussen de 0,4 en 5 meter. Op de locaties waar er gebouwd is en waar de kolenbunkers hebben gestaan, zijn weer ingrijpende graaf- en heiwerkzaamheden verricht. De diepten van de verstoringen die gerelateerd zijn aan de funderingen van de gebouwen, variëren binnen het plangebied tussen circa +11,0 m +NAP en +8,00 m +NAP (zie afbeelding 21 kelderconstructie centrale). Het merendeel van de centrale gebouwen is ook onderheid met een zeer intensief heipalenplan.
Hier kan ook gesteld worden dat de bodem zodanig verstoord is tot op grote diepte dat er geen archeologische resten meer intact aangetroffen kunnen worden. Infrastructuur in de vorm van kabels en leidingen is enkel in het ophoogpakket aangelegd.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
30 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
2.4
Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS III) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd en in aanvulling daarop de archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen, Achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst) en gegevens van amateurarcheologen.
Voor het noordelijke deel van het plangebied geldt op basis van de archeologische beleidskaart (Afbeelding 28) van de gemeente Nijmegen voor het plangebied een archeologische waarde 1: zones met lage, middelhoge of onbekende archeologische verwachting. Voor dit gebied dient er archeologisch vooronderzoek plaats te vinden indien bodem verstorende ingrepen een oppervlakte van groter dan 2500 m 2 beslaan. Het zuidelijke deel van het plangebied heeft een archeologische waarde 2: terreinen met hoge archeologische verwachting. Voor deze zone dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodem verstorende ingrepen groter dan 100 m 2. Aangezien het plangebied ten zuiden van de Waal ligt, worden hier tracés van verschillende Romeinse wegen verwacht. De exacte ligging hiervan is onduidelijk en kan door het gehele gebied verwacht worden. Tot slot heeft een gedeelte van het oostelijke deel van het plangebied de archeologische waarde 0: zonder waarde/verwachting. Hier is de bodem verstoord en hoeft er geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het betreft hier een oude waterplas die op historische kaarten is weergegeven en gedicht is bij de ingebruikname van het terrein voor de centrale.
Afbeelding 28: Het plangebied, rode kader, geprojecteerd op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Nijmegen, (Bron: gemeente Nijmegen).
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
31 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
2.4.1 Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen in (de nabijheid van) het plangebied Er zijn in (de nabijheid van) het plangebied (afbeelding 29), binnen een straal van 200 m, in ARCHIS III gegevens bekend aangaande, bovengrondse bouwhistorische waarden, waarnemingen, vondstlocaties, vondstmeldingen en/of zaakidentificaties.
Afbeelding 29: Overzicht van de monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 200 m van het plangebied, (Bron:Archis3).
Vondstlocatie
Afstand
Materiaal
Type
Datering
1227611
200 m W
keramiek
Porselein en
Nieuwe Tijd Laat
roodbakkend geglazuurde kom 1078960/
100 m N
Keramiek
Aardewerk gedraaid
Vroeg Romeinse Tijd
1022842
150 m O
Steen
Hamerbijl type Baexem
1091342
50 m O
Keramiek en Metaal
Bouwmateriaal, metaal
Late IJzertijd,
afval, munt, aardewerk
Romeinse Tijd,
gedraaid, aardewerk
Middeleeuwen en
handgevormd.
Nieuwe Tijd
Fibula, metaal afval,
Romeinse Tijd,
munt, bouwmateriaal en
Vroege
aardewerk gedraaid.
Middeleeuwen C en
– Laat Romeinse Tijd
3065075100
Late Bronstijd – Midden IJzertijd
1091343
300 m O
Keramiek en Metaal
Nieuwe Tijd. 1091236
300 m O
Keramiek, Dierlijk Bot en Metaal
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
Bouwmaterialen en afval
Romeinse Tijd
32 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Vondstlocatie
Afstand
1099079
300 m ZO Glas, Keramiek, Metaal
Materiaal
Type
Datering
Aardewerk gedraaid
Vroege Middeleeuwen – Nieuwe Tijd
1203583
400 m ZO Metaal, Glas, Aardewerk
Munten, gietprop, ring,
Romeinse Tijd,
fles, pot, bord.
Middeleeuwen, Nieuwe Tijd
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Bevindingen
Aanbeveling
238271510016
150 m W
BO
Op basis van het erosieve
Op basis van het behoud van
Econsultancy B.V. in
contact tussen de
een hoge verwachting voor
2013
Pleistocene en de
resten uit de Nieuwe tijd
Holocene afzettingen, en
wordt geadviseerd geen
de datering van de
bodemingrepen dieper dan
dijkdoorbraakafzettingen
de (sub-)recente
(Nieuwe tijd), wordt
ophogingslaag uit te voeren.
verwacht dat eventueel
Indien deze ingrepen
aanwezige resten ouder
onvermijdelijk zijn, dan wordt
dan de Nieuwe tijd (deels)
geadviseerd een (beperkt)
verloren zullen zijn gegaan.
proefsleufonderzoek uit te
De hoge verwachting voor
voeren.
IVO-V
door
resten uit de Nieuwe tijd blijft behouden. 4561145100
17
50 m W
BO door Antea Group
Hoge waarde voor vaste
Vervolgonderzoek
Archeologie in 2017.
rivier bedding
noodzakelijk als rivierbodems
IVO-P door Gemeente
Geen vondsten
Terrein kan worden
Nijmegen in 2008.
aangetroffen. Terrein is
vrijgegeven
worden vergraven. 220529210018
20 m N
opgehoogd tussen de Wereldoorlogen in. 2199453100
19
50 m N
BO door RAAP in
Archeologische resten
Archeologische begeleiding
2008.
grotendeels geërodeerd.
geadviseerd steekproefsgewijs tijdens de rib verlaging van de Waal.
2471337100
20
Deels
BO door Gemeente
Bodem opbouw mogelijk
binnen
Nijmegen in 2015.
sterk verstoord of
plangebied
IVO-V geadviseerd.
opgehoogd. Waarschijnlijk heen resten van voor 1300. Romeinse niveau in de omgeving aangetroffen op 9,70 m +NAP.
16
Spanjaard, 2013.
17
Colijn, Brokke en Koopmanschap, 2018.
18
Kuppens, Boot en de Boer, 2008.
19
Verhelst 2008.
20
Habraken, J. 2015.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
33 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Bevindingen
Aanbeveling
231737210021
150 m O
AB door Gemeente
Resten aangetroffen
In dit deel van de stad loont
Nijmegen in 2011.
tussen verstoorde stukken
onderzoek met name in
vanaf de Romeinse tijd t/m
gebieden waar de bodem
Nieuwe tijd bij
nog ongestoord kan zijn
constructiewerkzaamheden rondom de brug 2265792100
22
200 m O
IVO-P door Gemeente
Romeinse en
Nijmegen in 2009.
Middeleeuwse cultuurlaag
Niet in ARCHIS aanwezig.
aangetroffen en onderdeel van een dijklichaam. 2345341100
23
100 m O
AB door Gemeente
Romeinse cultuurlaag
Rapport niet beschikbaar in
Nijmegen in 2012.
aangetroffen en
ARCHIS
Merovingisch aardewerk 227130710024
2.5
300 m ZO
IVO-P door Gemeente
Cultuurlaag aangetroffen in
Rapport niet beschikbaar in
Nijmegen in 2009.
profiel.
ARCHIS
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van dit bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De essentie hiervan is weergegeven in tabel 1 en afbeeldingen 30, 31 en 32.
Het plangebied ligt op een welving in de uiterwaarden van de Waal op fossiele stroomruggen van het Ressensysteem. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen, kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. De stroomgordel afzettingen zelf liggen voornamelijk in het noordelijke deel, maar het landschap waarin de stroomgordel actief was kan zich ook in het zuidelijke deel bevinden vanaf een diepte 8,70 m +NAP. Rondom het plangebied zijn verschillende archeologische vondsten gedaan die samenhangen met tracés van de Romeinse weg naar Weurt en verder. Langs deze wegen ontstond lintbebouwing en daar kwamen ook grafvelden voor. De Romeinse cultuurlagen komen op circa 9,5 m +NAP voor in de omgeving van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn ook archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aangetroffen, waarbij het gaat om wegen, erfcomplexen en dijken. Het noordelijke deel van het plangebied is rond de jaren 30 van de vorige eeuw afgegraven geweest voor grindwinning en mede door het in gebruik nemen van de energiecentrale uit 1936 extra verstoord.
Tijdens de WOII is het zuidelijke deel van het plangebied voor een groot deel opgehoogd met circa 1,5 tot 2 meter. Na WOII is het gehele terrein verder opgehoogd tot hetzelfde niveau als het noordelijke deel (14 m +NAP). Hierdoor heeft de zuidelijke helft van het plangebied grotendeels een hoge archeologische waarde voor de perioden IJzertijd tot Nieuwe Tijd waarbij de nadruk ligt op de Romeinse tijd en de Romeinse wegen uit die tijd. Echter binnen het zuidelijke deel hebben er verstoringen plaatsgevonden tijdens de aanleg van de gebouwen van de elektriciteitscentrale. Deze afgravingen reiken tot maximaal 8 m +NAP en daarnaast zijn de werken met heipalen gefundeerd, waardoor archeologische niveaus danig verstoord zullen zijn. De zwart
21
Harmsen, 2013.
22
Roode, 2010.
23
Harmsen, 2013.
24
Roode, 2010.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
34 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
gearceerde zone in het zuidelijke deel van het plangebied geeft de locatie van een oude dijk aan. Deze dijk bevindt zich op circa +12 m +NAP. Op de locaties waar gebouwen staan zijn de resten van deze dijk niet meer te verwachten, maar in de rest van het zuidelijke deel (de rode gearceerde zone) zouden de restanten van deze dijk nog voor kunnen komen vanaf circa +12 m +NAP. Er is een overzicht gemaakt op basis van literatuur en archiefbezoek aan de Engie-centrale waarbij zones op basis van de aard van de ingrepen (vergravingen, heiwerkzaamheden). (afbeelding 30). Als de ligging van de tweede wereldoorlog verwachting hierop wordt geplot liggen deze in het als verstoord aangemerkte gebied (grijze zone)
Een keuze is gemaakt om de versnipperde delen met beperkte omvang die slechts weinig informatief zullen zijn ook vrij te geven. Deze versimpelde kaart is weergegeven in afbeelding 31 en 32. Uiteindelijk is ook uit het REASEuro onderzoek de dikte van het ophogingspakket bepaald en voor het merendeel van het gebied blijkt dat het ophogingspakket minimaal 3 meter bedraagt. Slechts in de zone rondom de silo’s in het zuidwesten bedraagt de ophoging tussen de 0,4 en 1,5 meter.
Periode
Verwachting
IJzertijd
Middelhoog
Romeinse tijd –
Hoog
Nieuwe tijd
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen Vanaf circa 8,70 m + NAP
Bewoningssporen: (semi permanente)
Circa 9,75 m +NAP verwacht
nederzettingen, sporen van agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen Romeinse wegen.
Late Middeleeuwen
Hoog
Dijk
Vanaf circa +12 m +NAP
Laag
n.v.t
n.v.t
– Nieuwe Tijd IJzertijd – Nieuwe Tijd (grijze zone) Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachting.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
35 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Afbeelding 30: Gedetailleerde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. (Bron: Synthegra B.V.).
Afbeelding 31: Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied met de metingen van de dikte van het ophogingspakket. (Bron: Synthegra B.V.). © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
36 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
2.6
Advies Geadviseerd wordt om middels een verkennend booronderzoek de bodemverstoring en bodemopbouw in kaart te brengen in de rode zones en te bepalen of en op welke diepte er archeologische lagen aangetroffen kunnen worden indien ingrepen dieper zullen reiken dan 10,5 m +NAP (variërende tussen de 0,4 m en 3,5 m Mv. Dit dient alleen te gebeuren in zones waar ingrepen verwacht zullen worden. Op basis hiervan kan er dan worden besloten of er aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk is.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
37 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
3
Conclusies en aanbevelingen
3.1
Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het noordelijke deel van het plangebied geldt een lage verwachting voor archeologische resten. Voor het zuidelijke deel van het plangebied geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd tot aan de Nieuwe Tijd voor de rode zones. De oranje zones hebben een middelhoge verwachting voor de IJzertijd en Romeinse tijd.
3.2
Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen 1.
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? Binnen het plangebied worden afzettingen verwacht die samenhangen met de stroomgordels van de Waal. Hierbij kan het gaan om geulafzettingen, oeverwalafzettingen, komafzettingen en uiterwaardeafzettingen. Qua bodem worden er poldervaaggronden verwacht. Echter hebben er in het noorden van het plangebied verschillende afgravingen plaatsgevonden vanaf de jaren 30 van de vorige eeuw. Tijdens de constructie van de elektriciteitscentrale is dit deel tezamen met de rest van het perceel opgehoogd. De dikte van de ophooglaag varieert tussen de 40 cm en 6 meter ten opzichte van het maaiveld tijdens WOII (+ 10,5 m +NAP). Het is dus te verwachten dat de natuurlijke bodemopbouw intact is gebleven door de ophooglagen, met uitzondering van het deel in het noorden dat in de jaren 30 is afgegraven ten behoeve van de grindwinning en de delen waar de gebouwen van de elektriciteitscentrale zijn aangelegd. Op deze locaties is het oorspronkelijke bodemprofiel wel intact maar mist de laag waarin de Romeinse tot Nieuwe Tijd sporen te verwachten zijn.
2.
Worden er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied verwacht? Er worden cultuurlagen uit de IJzertijd, Romeinse Tijd en Middeleeuwen verwacht. Het gaat hierbij om mogelijke delen van Romeinse wegen, welke in latere perioden hergebruikt zijn. a.
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?
b.
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
Er kunnen op circa 8,70 m +NAP bewoningslagen voorkomen uit de IJzertijd bovenop de afzettingen van stroomgordel 149 en eventueel hier aangrenzende gebieden. De Romeinse laag wordt op een diepte vanaf 9,5 m +NAP verwacht. Recentere lagen liggen daar boven. Deze verwachting geldt echter niet voor de verstoorde delen in het noorden, waar geen archeologische resten meer verwacht worden. Deze verwachting geldt tevens niet voor de locaties van de gebouwen van de elektriciteitscentrale in het zuidelijke deel, waar tot circa + 8,70 m +NAP IJzertijd resten aanwezig zouden kunnen zijn. Binnen het zuidelijke deel van het plangebied zijn ook archeologische resten te verwachten van een dijklichaam, welke mogelijk dateert tot de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd.
3. In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? Afhankelijk van de verstoringsdiepte kunnen aanwezige archeologische resten bedreigd worden. Echter het terrein is meerdere malen opgehoogd. Het is dus belangrijk om eerst de bodemopbouw
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
38 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
gedetailleerd in kaart te brengen, voordat er nauwkeurigere uitspraken gedaan kunnen worden over de aanwezigheid van archeologische lagen én of deze met de plannen worden bedreigd.
4.
Welke bodemverstorende activiteiten hebben er voor en na de tweede wereldoorlog plaatsgevonden in het plangebied (e.g. ophogingen en afgravingen) en welke impact heeft dit op de archeologische verwachting? Het maaiveld voor WOII lag voor het merendeel van het plangebied op circa + 10,5 m +NAP. Een stuk van het noordelijke deel maakte deel uit van de rivier de Waal wat later is ver-land. Hier zijn geen verwachtingen voor archeologische resten. Verder hebben er voor WOII afgravingen plaatsgevonden in het kader van het winnen van grind aan de noordkant van het perceel (grijze zone op de archeologische verwachtingskaart). In alle bekende gegraven waterpartijen geldt een lage verwachting voor archeologische resten. Tijdens en na WOII is het gehele plangebied opgehoogd met variërende diktes tussen de 40 cm en 6 meter. Verwacht wordt dat deze ophogingspakketten de mogelijk aanwezige archeologische niveaus afdekken, die voorkomen tussen circa +8,70 m +NAP (de top van de afzettingen van stroomgordel 149) en 10,0 m +NAP, de hoogte van het maaiveld voor WOII. Met de aanleg van de gebouwen van de elektriciteitscentrale in het zuidelijke deel van het plangebied hebben er op bouwlocaties afgravingen plaatsgevonden tot circa + 8,70 m +NAP en de verwachting is dat dit voor alle bebouwde zones in dit deel kan gelden, maar dient sowieso onderzocht te worden voor nog dieper liggende resten.
Hierdoor geldt er voor deze zones alleen nog een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de IJzertijd. Op de locatie van de oude dijk waarop niet gebouwd is, zijn er nog restanten van dit dijklichaam te verwachten op circa +12 m +NAP.
3.3
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd indien de verstoringen in de rode zones van afbeelding 31 en 32 dieper gaan dan 10,5 m +NAP (het huidige maaiveld varieert in dit gebied van 11 tot 14 m +NAP).
In het plangebied wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd om de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het verwachtingsmodel te toetsen. Op basis van het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare aanbevolen.
Er wordt geadviseerd te boren met een boordiameter van 7 cm, dit kan idealiter mechanisch met een aqualocksysteem. De boringen dienen dan te worden uitgevoerd tot minstens de beoogde verstoringsdiepte of 7 m +NAP gezet te worden om de laag met IJzertijd verwachtjng te toetsen. Het opgeboorde sediment dient te worden verbrokkeld en/of versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen moeten lithologisch beschreven worden conform de NEN 510425 en bodemkundig26 geïnterpreteerd.
Bovenstaande vormt een advies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop
25
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
26
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
39 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Nijmegen). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra B.V. wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan, dan geldt de wettelijke meldingsplicht zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
40 van 42
Herontwikkeling Centrale Gelderland Nijmegen, Gemeente Nijmegen. Archeologisch Bureauonderzoek Projectnummer: S210047 versie 4
Bronnen Literatuur
Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.
Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen.
Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen.
Bongers, M. 2020: Maatwerkadvies Niet Gesprongen Explosieven, Nijmegen ENGIE Centrale Gelderland. RO200325 versie 0.1. REASEuro, Riel.
Colijn, J., A. Brokke en H. Koopmanschap 2018: Archeologisch bureauonderzoek voor de Rijntakken Rijkswaterstaat. Antea Group Rapport 417628.
Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie. Prisma, Utrecht. Habraken, J., 2015: Archeologisch Bureauonderzoek Suez. Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 187.
Harmsen, C., 2013: Plangebied Stadsbrug. Een archeologische begeleiding ten noorden en ten zuiden van de Waal. Nijmegen-Briefrapport, Archeologische Berichten 143.
Kuppens, W., F. Boot en R. de Boer, 2008. Een proefsleuvenonderzoek op het CTN-terrein, gemeente Nijmegen. Gemeente Nijmegen.
Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten
Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft.